Hanna en Samuël
Hanna is één van de twee vrouwen van Elkana. Ze heeft geen kinderen. Dit is voor Hanna een groot verdriet. Jaarlijks gaat Elkana met zijn gezin naar de tabernakel in Silo. In de voorhof van de tabernakel bidt Hanna tot de Heere en spreekt ze haar nood voor Hem uit. We horen haar bidden: "Heere, wilt U mij helpen? Wilt U mij zegenen met een kind? U ziet mijn nood. U weet mijn verdriet. Mag ik U een belofte doen? Als U mij een zoon schenkt zal ik hem aan U teruggeven! Dan mij hij U dienen!"
Eli, de hogepriester, denkt dat Hanna dronken is. Hij denkt dit omdat dat veel voor kwam. Het was een heel zondige tijd. Dit zal straks voor Samuel ook niet makkelijk worden. Boos spreekt hij tot Hanna. Maar Hanna vertelt hem dat ze helemaal niet dronken is. Dat ze juist haar hart, vol van zorgen, voor de Heere heeft uitgestort. Dat het verdriet haarte zwaar werd. Eli verontschuldigt zich voor zijn boosheid. Hij zegt: "De God van Israël zal u geven wat u van Hem gebeden hebt". Dan daalt er een rust in Hanna's hart. De Heere heeft naar haar geluisterd en zal haar verhoren. Want zij krijgt een zoon voor de Heere.
Misschien ben jij ook wel iemand die het moeilijk heeft. Misschien loopje al heel lang met een vraag of probleem. Het kan dat geen mens ervan weet. Misschien heb je het moeilijk omdat het thuis niet goed gaat. Of ben je bang voor de toekomst. Het houdt je heel erg bezig en je durft of kunt het tegen niemand vertellen. Toch mag je alles tegen de Heere vertellen, net als Hanna. Dan is er Iemand Die alles van je weet. Tegen Hem kun je alles zeggen. Bij Hem zijn al je vragen en problemen veilig. Hij begrijpt je volkomen.
Een paar jaar later is het zover dat Hanna de kleine Samuël weg gaat brengen naar Eli. Hanna had dit immers aan de Heere beloofd! "Ik zal hem aan u teruggeven". Eli is erg verrast en kijkt van Hanna naar Samuël."Kom jij altijd bij mij wonen?" vraagt hij aan Samuël."Dat is heel goed!".'Samuël voelt heel goed aan dat hier de Heere woont. Vindt de Heere het eigenlijk wel goed dat hij hier gaat wonen? Ik moet bidden denkt hij, dat doet mijn moeder ook altijd. Hij gaat op zijn knieën zitten .strekt zijn handen uit naar de tabernakel en bidt. Op dat moment zingt Hanna haar lofzang. Samuël luistert naar het lied van zijn moeder.
Hij hoort wel hoe blij zij is, maar hij begrijpt er niet veel van. Op het laatst zingt ze zelfs over een koning die door de Heere is gezalfd. Later zal hij pas begrijpen wat zij bedoelt!
Vraag
Zoek op in je Bijbel 1 Samuël 2 vers 1-11. Lees dit samen door. Wie zou Hanna met die koning bedoelen?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 december 2009
Treffer | 16 Pagina's