Leidingblad bij jij en ik - omgaan met elkaar
Aanwijzingen voor het gebruik
Voor u ligt de Treffer over 'omgaan met elkaar'. Net als volwassenen, gaan tieners ook niet altijd goed met elkaar om. Ze vinden het net als u soms moeilijk om vrienden te maken. Ook wordt er - bewust of onbewust - gepest. Ze worden zelf gepest of pesten. Dit onderwerp kan bij de jongeren gevoelig liggen en allerlei dingen oproepen. Als we het over omgaan met elkaar hebben, komen we ook dichtbij de jongere zelf. Hoe denken ze over zichzelf en over anderen? Hoe is hun gedrag naar anderen toe?
Doel
Het doel van deze Treffer is dat jongeren weten hoe de Bijbel spreekt over omgaan met je naaste. Met deze schets willen we jongeren duidelijk maken welke invloed pesten op een jongeren heeft. Tevens willen we een handreiking doen hoe ze met pesten en gepest worden om kunnen gaan.
Programmasuggesties
Lezen
- 1 Samuël 1
- Lukas 6:17-37
Zingen
Psalm 19:4-7, Psalm 86:6, Psalm 119:17, Psalm 133, Tien Geboden des Heeren
Ideeën voor +12 groep
- Opening
- Woordweb of stille-wand-discussie
- Inleiding over omgaan met elkaar of pesten
- Pauze
- Opdrachten maken van pagina 8 en 9
- Sluiting
Ideeën voor +14 groep
- Opening
- Woordweb of stille-wand-discussie
- Inleiding door jongere
- Laat jongeren (kort) reageren op de stellingen of vragen
- Pauze
- Bijbelstudie van pagina 10 en 11
- Sluiting
Toelichting op de vragen en opdrachten
Pagina 4 en 5
Kun je ervan uitgaan dat God alle mensen en dus ook jou liefheeft?
God heeft de mens geschapen naar Zijn beeld en tot Zijn eer. In het paradijs was alles goed. Adam en Eva hadden alles wat ze nodig hadden.Toch hebben de eerste mensen zich van God afgekeerd. Wij zijn ook allemaal zondig en ongehoorzaam. Hoe vaak hebben we geen zin om naar de kerk te gaan, om onze bijbel te lezen? Hoe vaak zouden we liever willen dat we zelf konden doen wat we willen? Wat denk je: zou de Heere ons als mensen liefhebben die Hem elke dag verdriet doen en vergeten? Psalm 5 is één van de Bijbelgedeelten waarin een antwoord staat op deze vraag. Uit deze Psalm wordt duidelijk dat de Heere de mensen die het kwade doen, die in de zonde leven, niet liefheeft. De Heere is een straffer van alle verkeerde dingen. In vers 8 zieje David in verwondering dat hij nog mag ingaan in de tabernakel, door de grootheid van Gods goedertierenheid. Het is niet Davids goedheid dat hij daar mag komen, het is genade. Zo is het ook genade dat wij Gods Woord, de Bijbel nog mogen lezen, ook op de vereniging. Want de Heere wil spreken door Zijn Woord tot zondaren. Op de vereniging, op school, in de kerk, thuis... De Heere biedt nog genade aan, een nieuw hart, aan mensen die dat niet verdienen. Besef je wat een voorrechten je hebt?
Zo gij Zijn stem dan heden hoort,
Gelooft Zijn heil- en troostrijk woord;
Verhardt u niet, maar laat u leiden.
Hij heeft geen lust in je dood, maar in je bekering (Ezechiël 18:32 en Ezechiël 33:11).
Wat zou jij tegen een vriend of vriendin zeggen die vaak negatief over zichzelf praat?
Probeer zoveel als mogelijk is de jongeren aan het woord te laten. Ze kunnen die vrienden er op wijzen dat niemand volmaakt is, dat fouten maken mag. En dat iemand dan nog waardevol is. ledereen is geschapen met zijn of haar mogelijkheden, maar ook met beperkingen.
Pagina 6 en 7
Waar zoek jij je vrienden of vriendinnen? Is dat een plaats die de Heere goedkeurt?
De jongeren kunnen dit waarschijnlijk zelf het beste aangeven. Probeer met ze in gesprek te gaan op welke plaatsen ze komen. Is dat een plaats waar je niet hoeft te schrikken als anderen je daar zien? De Heere ziet je overal, mag Hij je ook zien op die plaatsen waar je komt?
Waaruit blijkt bij jou dat je je naaste lief hebt?
Probeer hierin zo concreet mogelijk te worden. Dit kan zijn in je woordgebruik tegenover de ander. Maar ook of je de ander in zijn waarde laat. Wat heb je voor die ander over. Welke dingen doe je voor hem? Probeer ook voorbeelden te noemen vanuit de vereniging: als je hebt gezien dat iemand een ander ging helpen of iemand in een gesprek betrok. Geliefden, indien Cod ons alzo liefheeft gehad, zo zijn ook wij schuldig elkander lief te hebben. Wijs op 1 Johannes 4:11. Wijs ook op Heidelbergse Catechismus vraag en antwoord 105 tot en met 107. Hier wordt duidelijk en concreet aangegeven hoe we ons tegenover onze naaste moeten gedragen.
Pagina 8 en 9
1a. Wordt er in jouw klas of op vereniging gepest? Zo ja, door wie en wat gebeurt er? Welke rol heb jij hierin?
Een persoonlijke vraag, maar hij kan wel veel informatie opleveren. Ga hier voorzichtig mee om. Misschien hoor je van de drie verschillende groepen: pester, gepeste en meeloper. Ze hebben allemaal hun eigen rol en gevoel!
1b. Hoe kun jij helpen dat het pesten kan stoppen? Wijs er op dat het voor allemaal belangrijk is dat er over gesproken wordt!
2. Als jij bij Gerdien in de klas zou zitten, wat zou je dan doen? Jongeren hebben hier vast goede ideeën over. Geef aan dat het praten over deze problemen moeilijk, maar erg belangrijk is. Ze kunnen het bespreken met de pester zelf, of met hun ouders of docenten. Ze kunnen ook zelf partij kiezen om zich niet meer bij de pester aan te sluiten. Ze kunnen juist de gepeste helpen of diegene ergens bij betrekken.
Stelling: Iemand die gepest wordt maakt het daar zelf naar!
Veel jongeren zullen het hier waarschijnlijk mee eens zijn. Opmerkingen als:"t is gewoon een watje' of'hij is gewoon ouderwets' kunnen hierbij genoemd worden. Wees ook nu voorzichtig met het geven van oordelen. Geef aan dat bepaald gedrag van de gepeste bij de pester een ander gevoel oproept. De gepeste denkt: ik gedraag me onopvallend, ik doe niemand kwaad. De pester denkt: die pakken we, hij straalt uit: 'pak me maar, ik ben ongevaarlijk'.
Maak één van de volgende opdrachten.
• Maak een poster waarin jouw mening over pesten naar voren komt
• Schrijf een brief aan iemand die jij gepest hebt. Wat wil je tegen deze persoon zeggen?
• Wat wil je zeggen tegen iemand die jou gepest heeft. Schrijf een brief.
Er zijn nog meer varianten op deze opdracht mogelijk.
• Maak een stripverhaal over pesten
• Je wil aan de leraren op school tips geven over hoe ze met pesten op school om moeten gaan. Welke tips ga je hen geven? Bedenk een leuke manier om dit onder de aandacht te brengen van je leraren.
• Je moet een website bouwen tegen digitaal pesten. Hoe zou jouw website er uit komen zien?
Pagina 10 en 11
Welke zegeningen kreeg Peninna en welke kreeg Hanna?
Peninna was vruchtbaar, kreeg veel kinderen. Elkana hield veel van Hanna.
Probeer het karakter van Peninna en van Hanna te omschrijven.
Peninna kon de zegen van de vruchtbaarheid niet aan, werd hooghartig en brutaal. Hanna kon de kwelling van haar onvruchtbaarheid niet verdragen en werd somber en ontevreden.
Op wie van deze twee lijk jij het meest?
Een persoonlijke vraag, maar wel goed om hierover eerlijk met elkaar in gesprek te gaan. In welke van de twee vrouwen herkennen ze zich het meest, welke kunnen ze het best begrijpen?
Welke kenmerken van pester en gepeste zijn herkenbaar bij Peninna en Hanna?
Peninna wilde er bij horen, voelde zich jaloers ten opzichte van Hanna. Peninna was kribbig en uitdagend, bespotte Hanna en verachtte haar. Ze sprak ook op beledigende toon tegen haar. Hanna weende en at niet. Ze gaf toe aan haar verdriet en praatte er niet over.
Bid jij voor je familie en vrienden?
Rondom deze vraag is een gesprek over bidden mogelijk. Welke dingen leg jij in je persoonlijk gebed voor de Heere neer? Denk aan familie, vrienden, de gemeente, klasgenoten, docenten en dergelijke. Je mag in jouw gebed ook zorgen, vragen van je naaste voor de Heere neerleggen. Naar anderen mag je ook aangeven datje in het gebed aan hen zult denken.
Kun je ook bidden voor iemand die jou pest?
In de praktijk zal dit niet eenvoudig zijn, maar het is juist wel onze taak om ook deze dingen voor de Heere neer te leggen. We mogen ook hierin de hulp van de Heere vragen en verwachten. Wijs ook op Mattheüs 5: Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief; zegent ze die u vervloeken; doet wel dengenen die u haten; en bidt voor degenen die u geweld doen en die u vervolgen. Opdat gij moogt kinderen zijn uws Vaders, Die in de hemelen is; want Hij doet Zijn zon opgaan over bozen en goeden, en regent over rechtvaardigen en onrechtvaardigen (vers 44 en 45)
Ondanks haar verdriet gaat Hanna toch bidden. Begrijp jij dat ze dit kan? Wat zou jij in zo'n situatie doen?
De jongeren kunnen zich dit misschien niet voorstellen. Wijs de jongeren er op dat we juist ons verdriet bij de Heere neer mogen leggen. De Heere wil juist ook in zorgen betonen dat Hij van ons afweet, dat Hij ons wil helpen en ondersteunen.
Wat zou jij hebben gedaan als je Elkana was geweest?
Elkana probeert Hanne te troosten. Dit zouden wij ook moeten doen in zo'n situatie. De jongeren kunnen ook met het idee komen dat Elkana hierover gesproken zou hebben met zijn twee vrouwen.
Stelling: Iemand doden is erger dan iemand haten!
Wij denken wel snel zo, maar het zijn allebei zonden. In vraag 107 van de Heidelbergse Catechismus staat dat het niet genoeg is dat wij onze naaste niet doden, maar dat God ook haat en nijd verbiedt.
Wat heeft deze zondag met pesten te maken?
Aan pesten ligt vaak iemand haten ten grondslag. Er wordt in deze zondag juist geboden dat we onze naaste liefhebben als onszelf en tegenover hem alle vriendelijkheid moeten bewijzen. Dat is het tegenover gestelde van pesten.
Lees Mattheüs 7:12. Ga jij met alle mensen om zoals het in dit vers genoemd wordt?
Als we volgens dit vers zouden handelen zouden we andere mensen zo behandelen zoals we willen dat anderen tegen ons doen. Hoe vaak laten we anderen niet links liggen, doen we onaardig, niet hartelijk, roddelen we? Wij moeten anderen niet het kwaad doen, dat zij ons gedaan hebben. Maar we moeten doen wat wij verlangen, dat ons gedaan zal worden.
Literatuur
* Pesten verpest het (stichting Chris)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 september 2009
Treffer | 16 Pagina's