Bijbelstudie De belijdenis van Petrus
"Wie zeggen de mensen, dat Ik, de Zoon des mensen, ben?" Matthéus 16 vers 13-20
Er worden verschillende antwoorden gegeven op deze vraag. "Maar," zo vraagt de Heere Jezus dan, "gij, wie zegt gij dat Ik ben?" Wat een belangrijke vraag is dat! Er kunnen heel veel meningen over Hem gegeven worden, maar hoe sta jij zelf tegenover de Heere Jezus?
De belijdenis van Zijn Naam brengt lijden met zich mee. In het Griekse woord voor getuigen marturein, ligt het woord martelaar verborgen. De belijdenis van Christus dat Hij de Zoon van God is, bracht Hem aan het kruis! Uit de kerkgeschiedenis weten we dat christenen door deze belijdenis verdrukt en vervolgd werden. Ook vandaag gebeurt dat nog! De Heere Jezus heeft het Zelf voorzegd: "In de wereld zult gij verdrukking hebben; maar hebt goeden moed, Ik heb de wereld overwonnen."
Petrus antwoordt in naam van alle discipelen: "Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God!" Hoe komt Petrus aan zo'n heldere en besliste belijdenis? Komt dat omdat hij zijn lesje zo goed uit z'n hoofd geleerd heeft? Nee, de Heere Jezus zegt: "Zalig zijt gij, Simon Bar-Jona! Want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader Die in de hemelen is." God de Heilige Geest heeft in het hart van Petrus gewerkt! Uit genade is hij zalig geworden door het geloof. Dat had hij niet van zichzelf, het was Gods gave!
Petrus wordt zalig gesproken om deze belijdenis. "En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen." Petra betekent rots. Deze belijdenis is de rots, het fundament waarop Christus Zijn gemeente zal bouwen.
Lees met elkaar 1 Korinthe 3 vers 9-11 en Efeze 2 vers 19-22
5. Wat wordt bedoeld met Gods gebouw?
6. Hoe heeft Paulus het fundament gelegd?
7. Wie is het fundament?
De steen, die de bouwlieden verworpen hadden
Al tijdens Zijn leven moesten de meeste mensen niets van de Heere Jezus hebben. Zijn Woord roept weerstand op. De mensen hoeven Zijn preek niet. "Deze rede is hard; wie kan dezelve horen?" De Heere Jezus antwoordt: "Er zijn sommigen van ulieden die niet geloven. Daarom heb Ik u gezegd, dat niemand tot Mij komen kan, tenzij dat het hem gegeven zij van Mijn Vader." VeeI van zijn discipelen verlaten Hem dan. Zijn eigen volk, dat opgegroeid is met de Schriften, keert Hem de rug toe. Daarop stelt de Heere Jezus een vraag aan de twaalven: "Wilt gijlieden ook niet weggaan?"
Die vraag komt ook tot jou. Wat denk jij van de Christus? Wie is Hij voor jou? Wil jij ook niet weggaan? Wil je het niet liever in de wereld zoeken? Waarom ga je nog naar de kerk?
8. Hoe luidt het antwoord van Petrus (en van de andere discipelen)? (Zie Johannes 6 vers 68)
Petrus zou niet weten hoe hij zonder Zijn onderwijs verder moest. Terug naar een leven zonder Hem? Petrus moet er niet aan denken! Kaïn en Judas vluchtten van God af. Petrus vlucht naar hem toe! Hij moet bij Hem zijn, bij Hem alleen! Ga zo ook naar Hem toe, met heel je zondige bestaan.
9. Petrus heeft deze Naam later opnieuw beleden voor het Sanhedrin. Wat zei hij toen? (Zie Handelingen 1 vers II en 12)
Belijd jij die naam al?
Belijden is eigenlijk hetzelfde zeggen, nazeggen. Petrus spreekt na wat God de Vader zei bij de doop van de Heere Jezus in de Jordaan.
1. Wat sprak Hij toen?
2.Wat zegt de Heere in Zijn Woord over het belijden van Zijn Naam in
a. Romeinen 10 vers 9?
b. Matthéüs 10 vers 32 en 33?
c. Lukas 12 vers 8 en 9?
3. Heb jij wel eens een situatie meegemaakt waarin je Zijn Naam moest/mocht belijden?
4. Stel je voor dat je in de trein zit en tegenover je zitten twee leeftijdsgenoten die telkens vloeken. Wat zou jij doen?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 2005
Treffer | 20 Pagina's