AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK
5e jaargang 2004/2005, nummer 5
Verschijnt 7 keer per jaar
ISSN: 1568-8852
Treffer is bestemd voor leidinggevenden aan +12 en +14 groepen. Het geeft informatie voor het werken met het ledenblad Treffer.
In dit blad treft u aan:
- Aanwijzingen voor het gebruik van de Treffer: "Zijn Naam belijden"
- Programmasuggesties
- Toelichtingen op de vragen
AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK
Een Treffer over belijdenis doen! Het is goed als onze jongeren daar al vroeg over nadenken. Zij zijn immers gedoopt en als het goed is volgt op hun doop het doen van belijdenis! Maar wat betekent het eigenlijk om gedoopt te zijn? En is de doop wel voor kleine kinderen? Welke dingen staan er in het Doopformulier? Bekende klanken, maar gaan zij over de hoofden van onze jongeren heen?
Als er kinderen gedoopt worden, beloven de ouders hun kinderen te onderwijzen en te laten onderwijzen in de leer naar Gods Woord. Catechisatie hoort daarbij. Hoe denken jongeren zelf over catechisatie? Niet alle gedoopte kinderen komen tot het doen van belijdenis. Er zijn ook jongeren die afhaken. Hoe ga je er mee om als in jouw vriendenkring of bij jou in de klas iemand is, voor wie de kerk niet meer zo hoeft?
En dan het belijdenis doen zelf. Wat is dat eigenlijk? Mag je dat zomaar doen? Welke vragen worden er gesteld?
Zomaar wat vragen die gesteld kunnen worden rondom het thema van deze Treffer. In deze Treffer is met 'belijden' bewust de kant van de kerk genomen. Heel af en toe komt het belijden van Gods naam naar buiten toe aan de orde. In de actie-Treffer van vorig seizoen is dit thema uitgebreid aan de orde geweest.
Bruikbare thema's zijn:
- Waarom ben je gedoopt?
- Nu al nadenken over belijdenis doen?
- Wat betekent belijden?
De verschillende werkvormen treft u aan op de volgende pagina's.
- Stellingen en vragen voor beide groepen Pagina 4
- Invuloefening voor +12 groepen Pagina 5
- Vragen voor+14 groepen Pagina 5
- Vragen voor beide groepen Pagina 7
- Vragen voor +14 groepen Pagina 8
- Vragen voor beide groepen Pagina 9
- Bijbelstudie Pagina 10 en 11
- Puzzel voor +12 groepen Pagina 12
Zingen: Psalm 2 vers 6 en 7, Psalm 19 vers 4 t/m 7, Psalm 25 vers 6, Psalm 78 vers 1 t/m 4, Psalm 105 vers 5, 6 en 24; Psalm 116 vers 6 t/m 11.
Lezen: Mattheüs 16:13-20, Johannes 6 : 60 - 71 en Psalm 1 9 : 8 - 15
PROGRAMMASUGGESTIES
Doel van de schets
Het doel van deze schets is om jongeren na te laten denken over hun doop en de consequenties daarvan. Hoe hoort het leven te zijn van een gedoopte jongere? Tot welke keus moeten ze komen? Belijdenis doen staat meestal nog ver van ze af, maar door middel van deze Treffer willen we hen toch na laten denken over doop en belijdenis. Met deze Treffer willen we hen ook laten horen, dat de Heere nog genadig om wil zien naar jongeren met een gedoopt voorhoofd.
Idee voor de + 12 groepen
- Opening;
- Inleiding over 'Wat betekent de doop voor jou?'
- Verwerking naar aanleiding van pagina 4 en 5;
- Pauze (ze kunnen de puzzel op pagina 12 doen);
- Creatieve verwerking. Voor jongelui van 12/13 jaar is dit best een pittig thema, daarom is het belangrijk om op deze avond ook een 'doe-activiteit' te hebben.
- Sluiting
Idee voor + 14 groepen
- Opening
- Laat de jongelui door middel van een aantal stellingen alvast nadenken over dit thema. Te denken valt aan de stellingen op pagina 4 en 8.
- Een inleiding door een jongere over Gedoopt én belijdenis doen?
- Pauze
- Doe met elkaar de bijbelstudie over Petrus, waarin het belijden van Gods naam nadrukkelijk aan de orde komt.
- Sluiting
Idee voor -16 groepen
- Opening
- Inleiding over Wat betekent belijden/of belijdenis doen?
- Pauze
- Bespreek de vragen over de doop en de belijdenis. Het is een optie om, na overleg met de koster, samen met de jongelui de kerk in te gaan en te kijken bij het doopvont. Hier kun je uitleg geven over de betekenis van de doop.
- Afsluiting
Tips:
Het thema van deze Treffer leent zich om andere mensen als onze jongeren erbij te betrekken. Begrepen zal worden dat dit niet meer dan suggesties zijn. Dit rijtje is eenvoudig uit te breiden.
Concreet:
- Vraag ouders hoe ze de doop van hun kind ervaren hebben.
- Vraag catecheten hoe ze de catechisatie ervaren en wat het belang is van de catechisatie.
- Aan de predikant of de ouderling die catechisatie geeft aan de belijdeniscatechisanten kan gevraagd worden wanneer en hoe je belijdenis moet doen.
TOELICHTING OP DE VRAGEN
Aanwijzingen bij pagina 3
Deze pagina wordt gebruikt om de link te leggen naar de belevingswereld van tieners. Zij zullen nog niet of nauwelijks bezig zijn met het afleggen van openbare belijdenis. Toch heeft het hen wel degelijk wat te zeggen.
Aanwijzingen bij pagina 4 en 5
De ervaring heeft geleerd dat veel tieners het lastig vinden om te omschrijven hoe het vinden om gedoopt te zijn. Ze staan eigenlijk niet stil bij de verantwoordelijkheid, maar ook niet bij de goedheid van de Heere die hen apart heeft willen zetten. Deze onderwerpen moeten zeker op een avond waar de doop ter sprake komt, aan hen doorgegeven worden.
Stellingen
1. Niet waar. Lid van de kerk word je door je geboorte uit gelovige ouders.
2. Niet waar. Om kind van God te worden, is het nodig om gewassen te worden in het bloed van de Heere Jezus. Op die noodzaak en die mogelijkheid wijst de doop.
3. Waar. "Als twee mensen dezelfde zondige weg gaan, een gedoopte en een nietgedoopte, dan zal de gedoopte meer gestraft worden dan de ander, omdat de Naam des Heeren op het voorhoofd is geplaatst. En dat teken van de doop is er niet meer af te halen." (Ds. A. Bac in "Dopen, wat betekent dat?") Als wij de beloften die ons in de doop gegeven zijn, niet door het geloof leren omhelzen, zal de belofte omslaan in een vloek. Dan zal de verbondswraak, de verbondsvloek ons treffen. Lukas 12 : 47 en 48 4. Waar. Wat is het een voorrecht op gedoopt te zijn. De Heere wii met de gedoopten nog bijzondere bemoeienissen hebben.
Vragen
1. Zij zijn begrepen in het verbond van God en in Zijn gemeente.
2. In de uitwendige bediening wordt de verlossing van de zonden door Christus' bloed beloofd. Het is de Heilige Geest Die het geloof werkt.
3. Genesis 17:7 "Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God, en uwen zade na u." Handelingen 2:39 "Want u komt de belofte toe, en uw kinderen, en allen die daar verre zijn, zovelen, als er de Heere onze God toe roepen zal." Markus 10:16 "En Hij omving ze met Zijn armen, en de handen op hen gelegd hebbende, zegende Hij dezelve."
4. Genesis 17:7: De Heere richtte Zijn verbond op met Abraham, de vader van alle gelovigen. De besnijdenis was het teken van dat verbond. Nu is de doop het teken van het verbond. Handelingen 2:39: De belofte was ook voor de heidenen die zich bekeerden. Ook de kinderen van de gelovigen zijn in het verbond begrepen en mogen het teken van het verbond ontvangen. Markus 10:16: Nog een bewijs dat ook kinderen in het verbond begrepen zijn. De Heere ziet al op die kleine kinderen neer!
Invullen
1. kinderen des toorns - vervloekt, de straf verdiend
2. van nieuws geboren worden - wederomgeboren, vernieuwd naar Gods Beeld
3. onreinigheid onzer zielen - vuil door de zonde
4. reinigmaking en zaligheid - vergeving, volkomen geluk
5. de afwassing der zonden door Jezus Christus - kwijtschelding van de straf
Vragen
- De Heere zo liefhebben kan alleen als Hij dat Zelf geeft. Van nature zijn we liefhebbers van ons zelf. Zelfs als de Heere ons genade geschonken heeft, schieten wij nog zo tekort in de liefde tot Hem.
- De wereld verlaten: ons geluk niet meer in deze wereld zoeken; niet meer leven naar de inzichten en regels van deze wereld.
- Door ons elke dag weer te bekeren, elke dag weer de geestelijke wapenrusting aan te trekken, door te bidden zonder ophouden.
- Wandelen in een nieuw godzalig leven is leven in gehoorzaamheid aan de Heere. Dat betekent dat je je laat leiden door Zijn Woord en Geest. Je hebt de Heere lief en uit liefde tot Hem wil je niets doen wat tegen Zijn wil ingaat.
- In 2005 is dat niet gemakkelijk. In onze samenleving gelden heel andere wetten en regels dan die de Heere ons voorhoudt in Zijn Woord. Het is alleen mogelijk als wij de vreze des Heeren kennen, als Jezus de Koning in ons hart en leven is en als de Heilige Geest ons leidt.
Aanwijzingen bij pagina 6
De vragen die op deze bladzijde gesteld worden, kunnen ook aan de jongeren op de verenigingsavond voorgelegd worden, in het interview waren sommige jongeren best kritisch over de catechisatie. We hebben niet alles uitgebreid weer kunnen geven. Als u dezelfde vragen zou bespreken, is het mogelijk dat er ook kritische dingen gezegd gaan worden. Hoe gaat u daar mee om? Het is goed om de jongeren te herinneren aan het doel van de catechisatie. Het gaat om kennis van de Heilige Schrift en om kennis van de Bijbelse leer. De catechisatie is niet in de eerste plaats bedoeld om allerlei actuele vraagstukken te bespreken of om te discussiëren. De jongeren uit het interview gaan eigenlijk niet zo heel graag naar de catechisatie. U kunt op de vereniging bespreken hoe dat zou kunnen komen. Zijn er bij u op de vereniging jongeren die wel graag gaan en durven ze daar voor uit te komen? Mogelijk kunt u de catechiseermeester uitnodigen om met elkaar na te denken over allerlei vragen rondom de catechisatie.
Aanwijzingen bij pagina 7
1. De geloofsbelijdenis van de ouders Als zij antwoord geven op de tweede vraag uit het Doopformulier. Met hun jawoord belijden zij dat de leer die in het Oude en Nieuwe Testament en in de artikelen van het christelijke geloof begrepen is, de waarachtige en volkomen leer der zaligheid is.
2. Een confronterende vraag! Mogelijk zijn er jongeren die zich in Marina herkennen en die daar ook voor uitkomen. Geen moeilijke opgave voor leidinggevenden om dan de juiste woorden te vinden. Wat is het dan als leidinggevende nodig om de Heere persoonlijk te kennen. Wat zou het fijn zijn als jongeren zouden aanvoelen: die man of vrouw heeft iets om jaloers op te zijn. Als u de dienst van de Heere van harte zou mogen aanprijzen. Dat betekent niet dat u dan op alle moeilijke vragen een antwoord weet. Als u maar probeert op een eerlijke manier met de vragen van de jongeren om te gaan. Op een liefdevolle manier de weg wijzen, daar gaat het om. Dan mogen we het verder aan de Heere over laten. Laten we veel bidden of de Heere onze jongeren wil bewaren bij Zijn Woord!
3. Als Marina innerlijk al heeft afgehaakt, zullen mensen haar niet gemakkelijk meer op andere gedachten brengen. In een gesprek met haar zou je kunnen wijzen op de goedheid van de Heere. Hij bracht haar onder Zijn Woord. Zij weet dat ze bij het sterven God zal ontmoeten, maar dat zij dat ook zal kunnen als zij zich naar Hem wendt. De Heere heeft ook haar behoud op het oog! Niet God, maar de mensen hebben er een puinhoop van gemaakt in deze wereld. Zonder God zal het niet gaan! Asaf kwam daar achter toen hij op het einde van de goddelozen merkte (Psalm 73). Misschien kun je hen doorverwijzen naar een predikant of ouderling die openstaat voor een gesprek met jongeren.
4. De kerk is een instelling van de Heere Zelf. Door middel van de dwaasheid der prediking wil hij mensen zalig maken! Het is belangrijk om je onder de genademiddelen te begeven. Het zou te wensen zijn dat veel jongeren het belangrijk vinden om bij de kerk te blijven.
5. Door jongeren erbij te betrekken. Laat geen jongeren links liggen. Heb oog voor elkaar. Laat je leven ook in overeenstemming zijn met de leer van je kerk. Als je 's zondags in de kerk zit en doordeweeks kan alles ermee door, dan klopt er iets niet. Mensen kun je daardoor afschrikken.
6. a) Mensen die afhaakten: Kaïn, Ezau en Demas
b) Mensen die de goede keus maakten: Mozes, Ruth, Jozua, Jozef, Abraham, Obadja en Daniël
Aanwijzingen bij pagina 8
- "Ik doe geen belijdenis, want ik wil geen huichelaar zijn."
Belijdenis doen terwijl je er niets van meent, is een slechte zaak. Geen belijdenis doen is ook niet goed. Het is een openlijke keuze voor een leven zonder de Heere en het niet willen blijven bij de kerk. Als je er van doordrongen bent, dat de Heere recht heeft op je hart en op heel je leven, dan brengt dat je bij de Heere. Hij kan een hart geven om Hem te dienen, zodat je oprecht belijdenis kunt doen. Als je onbekeerd bent en je voelt je daar goed bij, zodat je rustig tot bovenstaande uitspraak komt, moet het je gebed zijn of de Heere je de rust op wil zeggen. Je loopt op de rand van de afgrond! Wat zou het groot zijn als jongeren in de klem gebracht zouden worden, met het wel willen doen van belijdenis, maar het niet te kunnen.
- "Ik doe pas belijdenis als ik er klaar voor ben."
Deze uitspraak komt op hetzelfde neer als: "Ik bekeer me pas als het mijn tijd is." Belijdenis doen vraagt wel een goede voorbereiding. In die zin moet je er altijd "klaar" voor zijn
- "Je kunt pas belijdenis doen als je bekeerd bent."
Deze uitspraak is ten diepste waar. "Al wat uit het geloof niet is, is zonde." Dat geldt zeker ook voor belijdenis doen. Toch mag dit niet iets zijn om je achter te verschuilen en het belijdenis doen alsmaar uit te stellen. "Heden, zo gij Zijn stem hoort, ..."
- "Je kunt ook wel geloven zonder belijdenis te doen."
Zo blijft geloven iets heel vrijblijvends. De keus die we maken voor de Heere en Zijn dienst moet zichtbaar worden. We zijn ook verplicht om ons bij de ware kerk te voegen. We mogen onze verantwoordelijkheid niet ontlopen.
- "De Heere geeft het voorrecht dat ik nog belijdenis mag doen"
Hoeveel jongeren komen nooit tot een leeftijd waarop ze belijdenis mogen doen? Hoe veien sterven niet in hun jonge jaren? Hoeveel jongeren kiezen niet voor de wereld? Als we al deze dingen overdenken, is het een groot voorrecht dat de Heere nog mensen wil bewaren bij de kerk, maar ook dat het doen van belijdenis nog mogelijk is binnen onze kerken.
Vragen
1. Geloven op je eigen manier is zeker verkeerd. Dat wat wij geloven moet gegrond zijn op Gods Woord.
2. Er kunnen allerlei dwalingen ontstaan. Mensen dwalen daardoor steeds verder van de Heere af. "Mijn volk is uitgeroeid, omdat het zonder kennis is; dewijl gij de kennis verworpen hebt, heb Ik u ook verworpen, dat gij Mij het priesterambt niet zult bedienen; dewijl gij de wet uws Gods vergeten hebt, zal Ik ook uw kinderen vergeten." (Hosea 4 : 6)
3. Van nature begrijpen wij niets van de dingen van Gods Koninkrijk. De Heilige Geest moet ons verstand verlichten en onze ogen en oren openen, want dan gaan we de dingen verstaan.
Aanwijzingen bij pagina 9
1. Dat het de ware en zaligmakende leer is, de leer die overeenkomt met Gods Woord.
2. Dat je leven zal overeenstemmen met de leer die naar Gods Woord is. Je belooft trouw en eerlijkheid en onberispelijkheid. Dat wil dus zeggen dat je belooft er geen zondige levenswandel op na te houden.
3. Dan kan de kerkenraad je vermanen, terechtwijzen en onder de kerkelijke tucht plaatsen. Je belooft dat je jezelf daaraan zal onderwerpen, dus dat je er niet tegen in opstand komt of je er niets aan gelegen laat liggen.
4. Antwoord geven op deze vragen kan ten diepste alleen als we het ware geloof van de Heere hebben gekregen.
5. Je belijdenis waarmaken kan alleen door de genade Gods.
6. Een persoonlijke vraag. Hopelijk denken jongeren over deze vraag na. In de groep zullen ze op deze vraag waarschijnlijk niet ingaan.
Vragen over de Nederlandse Geloofsbelijdenis
1. De kenmerken van de ware kerk zijn volgens Nederlandse Geloofsbelijdenis artikel 29: - het oefenen van de reine (zuivere) predikatie van het Evangelie - de reine bediening van de sacramenten - en het gebruiken van de kerkelijke tucht. Zij moet zich richten naar het zuivere Woord van God en alle dingen verwerpen die daar tegen zijn.
2. Uit de kerk worden degenen verzameld die zalig worden. Buiten haar is geen zaligheid. Je hebt de plicht om de eenheid van de kerk te bewaren, je te onderwerpen aan haar onderwijzing en tucht, je hals te buigen onder het juk van Jezus Christus en de opbouw der broederen te dienen, leder mag en moet de gaven die God hem of haar schonk gebruiken in de kerk!
3. Handelingen 2 : 47: de Gemeente Johannes 10 : 27: Mijn schapen (Efeze 1 : 22, 23: Zijn lichaam)
4. Ja! De Heidelberger Catechismus, Zondag 38, zegt hierover: "Dat ik inzonderheid op de sabbat, dat is op de rustdag, tot de gemeente Gods naarstiglijk kome, om Gods Woord te horen, de sacramenten te gebruiken, God de Heere openlijk aan te roepen en de armen christelijke handreiking te doen."
5. Ja, er is veel kaf onder het koren. Maar zij zouden allen heilig behoren te zijn en heilig behoren te leven. Het Doopformulier spreekt trouwens ook over het in Christus geheiligd zijn.
6. Als het goed is leefde je voordat je belijdenis deed al met de Heere. Nadat je in het openbaar Zijn Naam beleden hebt, moet je dat zeker doen. Door het afleggen van openbare belijdenis krijg je een kerkelijk recht om aan het Heilig Avondmaal te gaan. Mogelijk zit je voortaan anders in de kerk als het Heilig Avondmaal bediend wordt. Je hebt voor het aangezicht van de Heere antwoord gegeven op indringende vragen. Daar zal de Heere op terugkomen.
Vragen over het Heilig Avondmaal
1. Deelnemen mogen Gods kinderen. Wie zijn dat dan? Volgens het formulier zijn dat mensen die - zichzelf vanwege hun zonden mishagen en zich daarom voor God verootmoedigen - Gods belofte geloven dat al hun zonden alleen om het lijden en sterven van Jezus Christus vergeven zijn en dat Christus' gerechtigheid hun toegerekend en geschonken is - waarachtige dankbaarheid aan de Heere willen bewijzen en voor Zijn aangezicht oprecht willen wandelen, in liefde tot de naaste.
2. Een kerkelijk recht wil zeggen dat er belijdenis des geloofs is afgelegd. Een Goddelijk recht is een recht dat de Heere Zelf geeft. De mensen die Hij nodigt en die dus dat recht hebben, worden in het Avondmaalsformulier omschreven.
3. Ja. Het is voor iedereen belangrijk om zichzelf te onderzoeken. Het leven is een voorbereidingstijd op de eeuwigheid. "Mijn ziele, doorziet gij uw lot? Hoe zult gij rechtvaardig verschijnen voor God?" Het kan plotseling eeuwigheid zijn. Daarom is eigenlijk elke week voorbereidingsweek. En jongeren die nog geen kerkelijk recht hebben, kunnen wel de Heere liefhebben en een zegen ontvangen in de dienst voor, tijdens of na het Heilig Avondmaal.
4. De doop verplicht tot het doen van belijdenis (Zie pagina 7 van het ledenblad). Deze belijdenis hoort een belijdenis met het hart te zijn. En als iemand zo belijdenis doet, staat de weg tot het Heilig Avondmaal open. In de tijd van de Reformatie was het niet vanzelfsprekend om belijdenis te doen. Je kon om je belijdenis vervolgd worden! Zij die belijdenis deden, deden dat veelal uit liefde tot de Heere en Zijn dienst. In ons land worden we nu niet vervolgd vanwege ons geloof. Belijdenis doen is voor sommigen niet meer dan een gewoonte. Als er bediening van het Heilig Avondmaal is, blijven zij rustig zitten. Er zijn ook jonge mensen die worstelen met deze dingen. Zij komen wel tot het doen van belijdenis, maar durven zich niet bij Gods volk te rekenen. Toch mag je geen rust hebben als je al wel een kerkelijk recht hebt, maar nog geen Goddelijk recht. Want wat je bij je belijdenis beloofd hebt, is niet zomaar iets! En als je de leeftijd nog niet hebt om belijdenis te doen en je bent nog onbekeerd, dan mag je ook geen rust hebben!
Aanwijzingen bij pagina 10 en 11
1. Mattheus 3 : 1 7 "Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb!"
2. Romeinen 1 0 : 9 "Indien gij met uw mond zult belijden den Heere Jezus, en met uw hart geloven, dat God Hem uit de doden opgewekt heeft, zo zult gij zalig worden." Mattheus 10: 32 en 33 "Een iegelijk dan, die Mij belijden zal voor de mensen, dien zal Ik ook belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is. Maar zo wie Mij verloochend zal hebben voor de mensen, dien zal ik ook verloochenen voor Mijn Vader, die in de hemelen is." Lukas 12 : 8 en 9 "Een iegelijk die Mij belijden zal voor de mensen, dien zal ook de Zoon des mensen belijden voor de engelen Gods. Maar wie Mij verloochenen zal voor de mensen, die zal verloochend worden voor de engelen Gods."
3. Mogelijk komt aan de orde hoe je moet reageren in situaties waar mensen vloeken. Mogelijk zijn jongeren op school of ergens anders geconfronteerd met vragen over hun christen-zijn.
4. Gods gebouw: Zijn Kerk 5. Door Christus te verkondigen.
6. Christus
7. Johannes 6 : 68 "Heere, tot Wie zullen wij heengaan? Gij hebt de woorden van het eeuwige leven. En wij hebben geloofd en bekend (beleden), dat Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God."
8. "Deze is de Steen, Die van u, de bouwlieden veracht is, Welke tot een Hoofd des hoeks geworden is. En de zaligheid is in geen Ander; want er is ook onder de hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welke wij moeten zalig worden."
De oplossing van pagina 12
DanielRachabNaamanMarthahoofdmanmoormanThomasPetrusDariusNathanaelJakobDavidHizkia
Daarom sprak ik. Dit is een gedeelte van een Bijbeltekst, namelijk uit Psalm 116 vers 10. Het eerste gedeelte van die tekst luidt: "Ik heb geloofd."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 2005
Treffer | 20 Pagina's