"Ben ik mijns broeders hoeder?"
Iemand doden kun je doen met daden, maar ook met woorden ('verwensen'), met gebaren, met je ogen ('als blikken konden doden...') of zelfs in je gedachten. Je kunt een ander ook 'dood'-zwijgen, net doen of hij niet bestaat.
Als je zelf weleens zo behandeld bent, dan weet je hoeveel pijn dit kan doen. Dan kun je soms wel 'door de grond zakken'. Daar wil de Heere ons voor bewaren. Hij wil niet dat we elkaar het leven onmogelijk maken.
In vraag 105 en 106 van de Catechismus wordt uifgelegd daf de Heere niet alleen doden verbiedt, maar ook allerlei 'minder erge' daden, zoals elkaar onferen en kwetsen; daar heb je namelijk al het begin van doodslag. Ze hebben dezelfde wortel. Die wortel zif in je hart en heet: haat, nijd, toorn. En zelfs dat telt de Heere al als een moord. Een iegelijk, die zijn broeder haat, is een doodslager (1 Johannes 3 : 15).
"Loop naar de maan, jij!"
"Ik mag jou niet."
"Heb je háár al gezien?..."
"Psst. Daar heb je 'em.
We doen net of hij er niet is."
"Krijg de ...!"
Wat hebben deze uitspraken te maken met het zesde gebod?
DOOD
— haat
— ik eerst
— onverschilligheid
— onteren
— kwetsen
— wrevel
— jaloezie
— ruzie
— hoogmoed
— buitensluiten
— negeren
LEVEN
+ liefde
+ jij ook
+ zorg
+ eren
+ beschermen
+ geduld
+ gunnen
+ vrede
+ nederigheid
+ erbij betrekken
+ oog hebben voor elkaar
plus + of min -
Tel de plusjes en de minnetjes. Zoek nu Lukas 18 op. Welke tekst past het beste bij jou: vers 11 of vers 13? Bid af de Heere je geeft wat in vers 14a staat.
Ik heb nog nooit iemand dood gewenst.
Ik heb nog nooit iemand of vermoord.
Ik heb nog nooit lelijk over iemand gepraat.
Ik heb nog nooit iemand gehaat.
Ik heb nog nooit lelijk over iemand gedacht.
Ik heb nog nooit iemand uitgescholden.
Ik heb nog nooit iemand 'doodgezwegen'.
* Op welke manieren kun jij proberen om een goede 'naaste' te zijn?
* Als iemand in het water valt en om hulp roept, ben je dan schuldig als je niet helpt?
Is het je wel eens opgevallen dat we het niet over het zesde verbod, maar over het zesde gebod hebben? Dat betekent dat we er niet alleen uit leren wat niet mag, maar ook wat wel moet. Wat vraagt de Heere dan wel? Hij wil dat wij oog hebben voor elkaar, elkaar liefhebben. Geduld, vrede, zachtmoedigheid, barmhartigheid en vriendelijkheid, andermans schade afkeren en zoveel als mogelijk is, zelfs onze vijanden liefhebben (Heidelbergse Catechismus vraag 107). Elkaar van harte het goede gunnen, zoveel mogelijk veiligheid en bescherming bieden aan elkaar, dat hoort dus ook bij het zesde gebod. Op de vraag van Kaïn: "Ben ik mijns broeders hoeder?" is het antwoord: ja! Haat is verboden, maar liefde is verplicht. Zorg jij voor die klasgenoot, die iedereen links laat liggen? Ben je blij als een ander een beter cijfer heeft? Kun je slikken als jij achtergesteld wordt? Dat is wel heel moeilijk! Dat komt door die wortel van haat en nijd in je hart. Niemand kan dit gebod houden, behalve de Heere Jezus. En omdat Hij Zijn eigen leven gegeven heeft, is er vergeving. Ook voor die keer dat je in je drift die ander het liefst had doodgeslagen. Ook voor de abortus die je misschien stiekem hebt laten plegen. Ook voor de haat die in je hart leeft. Zoek die vergeving dan ook bij Hem.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 oktober 2003
Treffer | 20 Pagina's