JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK

18 minuten leestijd

4e jaargang 2003/2004, nummer 1
Verschijnt 8 keer per jaar
ISSN: 1568-8852

Treffer is bestemd voor leidinggevenden aan +12 en +14 groepen. Het geeft informatie voor het werken met het ledenblad Treffer.

In dit blad treft u aan:
- Aanwijzingen voor het gebruik van de Treffer 'Een leven lang leerling'
- Programmasuggesties
- Bijbelse vertelschets voor de +12 groepen
- Toelichtingen op de vragen

AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK

Hierbij ontvangen jullie de eerste Treffer van dit seizoen. Deze keer gaat het over de 12 discipelen. Hoe verschillend van karakter waren de volgelingen van de Heere Jezus. En welke eenvoudige mannen riep de Heere om Hem te volgen. De Heere maakt Zijn knechten bekwaam voor het werk wat ze moeten gaan doen. De discipelen mochten veel van de Heere Jezus leren. En die lessen zijn ook belangrijk voor ons. Waaruit blijkt eigenlijk dat je een discipel bent? In het middelpunt van de leerlingen en lessen staat de Leraar. Een ware discipel wil worden zoals de Meester zelf. In deze Treffer komen we telkens weer bij het werk van Christus uit. Zit een jongere zo op school, komt hij zo naar de vereniging toe? Alleen voor die grote Leraar? Zowel +12 als +14 groepen kunnen met deze schets aan de slag.

Bruikbare thema's zijn:
- De roeping van de discipelen Een jongere
- Het volgen van Christus Een leidinggevende of een jongere
- Discipelschap/zelfverioochening Een leidinggevende of een jongere
- Kruisdragen Een leidinggevende

Verschillende werkvormen treft u aan op de volgende pagina's:
Bijbelstudie voor +14 groepen Pagina 8 en 9
Vragen voor +12 groepen Pagina 4, 6 en 7
Vragen voor beide groepen Pagina 5
Puzzel voor beide groepen Pagina 12

Lezen: Markus 1:14-20, 2:14-17 en 3:7-19. Lukas 6:12-16 (roeping), Mattheüs 5, 6, 7, (de Bergrede), Mattheüs 28:16-20 (zendingsbevel) en Johannes 13:1-20 (voetwassing). Zingen: Psalm 16 vers 1 en 4, Psalm 17 vers 3, 4 en 8; Psalm 23, Psalm 26 vers 1,2 en 3, Psalm 91 vers 1 en 5, Psalm 121 en Psalm 135 vers 1.

PROGRAMMASUGGESTIES

Doel van de schets
Dit bijbelse thema gaat over de discipelen. Alle jongeren zullen weten dat de Heere twaalf discipelen had. Om ze alle twaalf met naam te noemen is wat moeilijker. Over de "onbekende" discipelen is in de Bijbel weinig te vinden. Toch weten we dat ze de Heere vurig lief hadden en om of met Hem wilden lijden. In dat opzicht kunnen wij - die ons ook volgelingen van Christus noemen - veel van ze leren. Laat de jongeren nadenken over hun levensstijl. Probeer de "dit mag niet" en "dit kan nog net"- discussie te vermijden. Wijs veel meer op de Leraar die Zichzelf verloochende en onschuldig de straf droeg voor zondaren.

Idee voor de +12 groepen
- Probeer met elkaar de namen van de 12 discipelen op te noemen. Schrijf van te voren op een bord / papier / flip-over: "Hoe heten de discipelen van de Heere Jezus?" En laat ze de namen eronder opschrijven. Als ze niet tot 12 komen laat iemand het opzoeken in Lukas 6:14-16 of lees dat gedeelte bij de opening.
- Opening
- Uitleg over het woord discipel? (pagina 1)
- Bijbelvertelling over de voetwassing
- Bespreking van vragen op pagina 2
- Pauze
- Schrijf op een bord / papier de drie vragen van pagina 3. Ga aan de hand van die vragen in gesprek.
- In tweetallen de vragen van pagina 3 beantwoorden.
- Alles plenair bespreken
- Puzzel maken of zingen.
- Sluiting

Idee voor de +14 groepen
- Opening
- Een jongere vraagt naar de namen van de 12 discipelen, schrijft ze op en leest pagina 4 voor.
- In tweetallen pagina 3 behandelen en plenair afronden
- Pauze
- Bijbelstudie (pagina 6 en 7) in groepjes bespreken
- Plenair afronden
- Sluiting

Idee voor de +12 en +14 groepen die gezamenlijk vergaderen
- Opening
- Kort bijbelverhaal en daarna bijbelstudie (pagina 6 en 7) in groepjes.
- Pauze
- Laat de jongeren in de pauze de namen van de 12 discipelen op het bord / papier schrijven.
- Puzzel maken.
- De vragen van pagina 3 gezamenlijk behandelen.
- Een jongere het gedicht van pagina 10 voor laten lezen.
- Zingen en sluiten.

BIJBELVERTELLING JOH. 13:3-17

'Onderwijs van Hem'

"In der eeuwigheid niet!" Beslist staat Petrus voor zijn Meester. De andere discipelen zwijgen. Beschaamd kijken ze naar hun Meester die daar geknield op de grond zit. Hij heeft Zijn opperkleed naast Zich neer gelegd. Voor hem staat een bekken met water. Er is een linnen handdoek in Zijn hand. "Als Ik je niet was... heb je geen deel aan Mij!" Om stil van te worden.

Nee, Petrus deed het niet! Voeten wassen is slavenwerk! Hij had samen met Johannes er al voor gezorgd dat de zaal gereed was om de paasmaaltijd te houden. Het paaslam was geslacht en gebraden, de bittere saus, wat brood en de wijn stonden klaar. De vaten met water waren gevuld. Nee hoor, nu was een ander aan de beurt. Maar ook de andere discipelen voelen zich veel te belangrijk voor dit werk. Zij zijn immers geen slaaf. Laat een ander het maar doen.

Die Ander staat op. Hij doet zijn linnen lijfrok af, en omgord zich met een linnen doek. Hij vult een bekken met water en knielt bij een discipel neer. Nederig verricht Hij het werk van een slaaf. Hij wast het vuil van de voeten weg. Het geruzie is verstomd.

O, wat schaamt Petrus zich nu! Straks gaat Jezus zijn voeten wassen. Als er één dit werk niet moet doen is de Heere wel. Hij is hun Meester! Petrus heeft diep respect voor zijn Leraar. Hij weigert om zijn voeten te laten wassen door Iemand die hij van harte liefheeft. "Gij zult mijn voeten niet wassen in der eeuwigheid!", roept hij uit. "Als ik je voeten niet was, Petrus, dan heb je geen deel aan Mij!" Petrus schrikt. Zal de Heere niet meer voor hem willen zorgen? Maar hij kan de Meester niet missen. "Heere was dan niet alleen mijn voeten, maar ook mijn handen en mijn hoofd!" "Nee", antwoordt de Heiland, "als je voeten gewassen zijn ben je rein".

"Begrijpen jullie wat Ik nu gedaan heb?", vraagt de Heere Jezus. "Ik heb jullie een voorbeeld gegeven hoe jullie elkaar moeten dienen. Want de discipel is niet boven zijn meester, noch de dienstknecht boven zijn heer. Wees maar niet hoogmoedig, maar denk nederig van jezelf. Heb je naaste van harte lief". Stil luisteren de discipelen op de avond voor Pasen naar het onderwijs van hun Meester. Zij zullen Zijn raad straks hard nodig hebben als ze geroepen worden om zelf te gaan onderwijzen. Hoe kunnen ze nu een echte discipel zijn als ze zichzelf zo belangrijk vinden? Toch leert de Meester hen door dit voorbeeld nog veel meer. "Als Ik je niet reinig... dan heb je geen deel aan Mij." De Heiland leert zijn discipelen dat ze gewassen moeten worden in Zijn bloed. Ze hebben vergeving van zonden nodig. Die kan alleen geschonken worden omdat Hij gekomen is om te dienen.

Liefde en nederigheid zijn de beste kenmerken van een ware discipel van Christus. Ben jij daaraan te herkennen? Vind je het vaak moeilijk om de minste te zijn? Denk aan het voorbeeld wat de Meester gaf aan zijn leerlingen. Eenmaal zal Hij de nederigen gaan verhogen. Begrijp je ook met je hart het hemelse onderwijs van de Heere Jezus. Alleen door Zijn reiniging krijg je deel aan Hem. Bid om die genade. Indien gij deze dingen weet, zalig zijt gij die ze doet.

TOELICHTING OP DE VRAGEN

Aanwijzingen bij pagina 1
Alle jongeren zijn leerling. Het verband naar de discipelen is gauw gelegd. Het gaat vooral om de Leraar en wat Hij Zijn leerlingen leert. Dat is van belang. De discipelen krijgen een opdracht. Ook wij hebben die opdracht als je volgeling van Jezus bent. De vraag: Ben jij al een discipel? Roept op tot dieper nadenken. Ben jij een leerling van de Heere, een volgeling. Heb je alles voor Hem over?

Aanwijzingen bij pagina 2
- Welke houding tegenover elkaar leert de Heere de discipelen in Johannes 13:14-18? Om elkaar te dienen. De minste te zijn. De ander hoger achten dan je zelf. Hoe vaak vinden wij onszelf stukken beter dan een ander. De Heere laat bij de voetwassing zien, dat Hij zich niet te min voelt om dat vuile werk te doen. Dat Hij gekomen is om te dienen.
- Wat leert de Heere nog meer? Dat Hij is gekomen om zondaren te redden. Hij is niet te min om de straf voor de zonde op zich te nemen. Hij alleen kan reinigen van vuile zonden. Vers 17 zegt nadrukkelijk dat Hij vooral dat aan Zijn discipelen wil leren: "Indien gij deze dingen weet, zalig zijt gij, zo gij dezelve doet".

Aanwijzingen bij pagina 3
1. Het verband tussen de discipelen - christenen - jongeren. De kenmerken van een christen volgens 1 Johannes 2:20 is de zalving met de Heilige Geest. Heidelbergse Catechismus vraag 53: Wat gelooft gij van de Heiligen Geest? (..) Dat Hij ook mij gegeven is, opdat Hij mij door een waar geloof Christus en al Zijn weldaden deelachtig make. Johannes 10:26 en 27. Kenmerkend voor alle schapen van Christus is dat zij geloven in Christus en Zijn stem kennen. Christus spreekt tot hen door Zijn Woord en door de mond van Zijn onderherders. De christen kan aan de hand van Gods Woord de goede leraren onderscheiden van de dwaalleraren. (1 Johannes 2:21) Het gaat er hier niet om tot welke kerk of gemeente we behoren, maar of we de stem van Christus horen en gehoorzamen. Heidelbergse catechismus vraag 32: Door het geloof een lidmaat van Christus en zo Zijn zalving deelachtig. Nederlandse Geloofsbelijdenis artikel 29. Merktekenen van de christenen; te weten uit het geloof. Jezus Christus als enige Zaligmaker, zonde vlieden, gerechtigheid najagen, God en de naaste liefhebben. Betrek in een nagesprek nog eens de reactie van Eveline bij de antwoorden. Dit zal heel herkenbaar zijn voor de jongeren. Kenmerken van christenen gaan verder dan de vorm. Het gaat om inhoud.

2. Lijden om Christus wil. De jongeren zullen best weten wat het is om uitgescholden te worden. Probeer ze te laten inzien dat lijden om Christus wil ook nog iets anders is. In 1 Petrus 4:12-19 schrijft Petrus over de vreugde van het lijden. Hij geeft een advies. Verheerlijk God in het lijden. Het is een bijzondere gunst van God als Hij ons in aanmerking laat komen Christus gelijkvormig te worden in Zijn lijden. Voor de verdrukkers is het veel erger. Zij zijn bestemd voor het eeuwige verderf. Lijden om het evangelie moet een eervol lijden zijn. Lijdzaamheid is een vrucht van het geloof. God kan lijden geven om te beproeven. Men kan zien hoe sterk het geloof is. Het lijden komt ons toe uit Gods vaderlijke hand. Petrus noemt dat het oordeel van God over Zijn huis, het oordeel over de oude mens. Hij vermaant ons dat lijden geduldig te dragen, met het voorbeeld van Christus voor ogen, Die onschuldig voor zondaren geleden heeft, en te vertrouwen of Gods belofte. In Johannes 15:18-21 wijst de Heere de discipelen op de haat der wereld. Die kan alleen gevoeld worden als je zelf niet meer bij die wereld hoort. Ik heb u uit de wereld uitverkoren! Indien u de wereld haat zo weet, dat zij Mij eer dan u gehaat heeft. Bij al het lijden moet je steeds denken aan de smaad die Christus onschuldig gedragen heeft. De Nederlandse Geloofsbelijdenis roept op om juist de toevlucht te nemen tot het lijden van Christus, in dewelken zij vergeving van zonden hebben door geloof in Hem.

3. Het verloochenen van de Heere. Situaties waarin het lastig is dat ze christen zijn herkennen de jongeren ongetwijfeld. Wat zegt de Bijbel? Mattheüs 10: 32,33: "Een iegelijk dan die Mij belijden zal voor de mensen, die zal Ik ook belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is. Maar zo wie Mij verloochend zal hebben voor de mensen, die zal Ik ook verloochenen voor Mijn Vader, Die in de hemelen is." Petrus verloochent de Heere tegenover veel mensen. Dat verzwaart zijn zonde. Als wij in gezelschap van verachters van de Heere niet voor Zijn naam uitkomen, voeden wij hun ongeloof en dragen we bij tot de smaad van Christus. We brengen ook de zwakke gelovige aan het wankelen. We werken mee aan de ondergang van het christendom! Daartegenover staat het belijden, uitkomen voor Zijn Naam. Wat juist de opbouw van het christendom als gevolg heeft. Er is een troost voor gelovigen die uit zwakheid ontrouw worden aan de Heere. 2 Timothëus 2:12,13: "Indien wij Hem verloochenen, Hij zal ons ook verloochenen; indien wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw; Hij kan Zichzelf niet verloochenen." De Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt dat het een kenmerk van een christen is dat er een grote zwakheid in hen is...maar zij strijden daartegen door de Geest, al de dagen van hun leven. Ze zien dat ze dan het bloed, de dood, het lijden en de gehoorzaamheid van de Heere weer nodig hebben als hun enige grond van zaligheid. In de Heidelbergse Catechismus vraag 32 wordt van de christen een levend dankoffer gevraagd. Niet het verloochenen van de Heere is een kenmerk. Het gaat om zelfverloochening. Heel je wezen, je eigen ik, je trots opgeven voor de eer van de Heere. Ook hier wordt opgeroepen om te strijden tegen de zonde en verzoeking van de duivel.

Aanwijzingen bij pagina 4
Waarin lijkt Stefanus op Zijn Meester? Handelingen 6:8-15 en 7:58-60 Vers 8: Stefanus deed wonderen en tekenen onder het volk Vers 9: Verschillende geleerde mensen twisten met Stefanus Vers 10: Deze geleerde mensen kunnen niet tegen de wijsheid van Stefanus op. Vers 11 en 12: Deze geleerden zorgen voor oproer, zoeken valse getuigen en brengen Stefanus voor de Raad. Vers 13: Stefanus wordt beschuldigd van lastering van de wet en van Jeruzalem. Vers 15: Stefanus gezicht glanst als het aangezicht van een engel. Markus 9:2 ( De verheerlijking van de Heere Jezus) Vers 58: Stefanus wordt gedood, buiten de stad. Vers 59: Stefanus bidt: "Heere Jezus ontvang mijn geest." Het laatste kruiswoord van de Heere is: "Vader in uw handen beveel Ik Mijn geest." Vers 60: Stefanus bidt om vergeving voor zijn vijanden en ook zijn gebed wordt verhoord. Denk aan Paulus die er bij was en een behagen had in de dood van Stefanus. Hier past ook heel goed het laatste vers uit de avondzang bij:
O Vader dat Uw liefd' ons blijk,
O Zoon maak ons Uw beeld gelijk.
O Geest zendt Uwe troost ons neer.
Drieënig God U zij al d'eer.

Aanwijzingen bij pagina 5
In Jakobus 1:19-25 gaat het over daders en hoorders des Woords. Een hoorder des Woords is gelijk iemand die zichzelf in een spiegel bekijkt en weet hoe hij eruit ziet, maar zodra hij van de spiegel wegloopt, is hij vergeten hoe hij eruit zag. "Maar die inziet in de volmaakte wet, die der vrijheid is, en daarbij blijft, deze, geen vergefelijk hoorder geworden zijnde, maar een dader des werks, deze, zeg ik, zal gelukzalig zijn in dit zijn doen". Het gaat niet alleen om het horen... maar vooral om het gehoorzamen. Zo ook de gelijkenis van de twee zonen. De zonen horen allebei de opdracht van hun vader. De één gehoorzaamt en de ander niet. Judas is geen dader des Woords. Judas was wei een hoorder des woords. Maar hij volgde de Heere uit eigenbelang. Hoe vaak heeft de Heere hem niet laten merken dat Hij de plannen van Judas door had. Je bent een christen omdat je gedoopt bent. In deze stelling gaat het er voornamelijk om wanneer je nu echt een christen bent. Heidelbergse Catechismus vraag 32: Omdat ik door het geloof een lidmaat van Christus en alzo Zijner zalving deelachtig ben...Je bent een christen als je met je hart gelooft in de vergeving van zonden door het offer van de Zoon van God. Het water van de doop ziet op het reinigen van zonden. De doop is niet zaligmakend. Door de doop ben je afgezonderd. Hoor je bij de volgelingen van Christus. Hoor je bij de hoorders des Woords. Maar een waar-christen is ook een dader des Woords. Als je gedoopt bent is je verantwoording des te zwaarder om je te bekeren.

Aanwijzingen bij pagina 6 en 7
In het kort ziet de geschiedenis van Petrus er als volgt uit: Petrus wordt discipel - Petrus wil het lijden van de Heere Jezus niet - "Hebt gij Mij lief?" - toespraak met Pinksteren - Petrus moet naar de heidenen om het Evangelie te verkondigen.

1 Petrus is vol van liefde voor zijn Heiland, maar hij kent zichzelf nog slecht. Hij weet niet dat de valkuilen in zijn eigen hart liggen. Hij moet nog veel leren: éérst luisteren naar de Heere Jezus en dan pas spreken. Tegelijkertijd prijst de Heere zijn geloof. De Heere Jezus ziet het hart aan, en daarin brandt bij Petrus het vuur van de liefde.

2 a. In het algemeen, zie het Onze Vader: God verheerlijken, bidden om het volbrengen van Gods wil, vragen om hulp bij Zijn werk op aarde en om de vernietiging van de macht van de Satan. Bidden is juist ook voor de Heere Jezus gemeenschap hebben met Zijn Vader. En heel concreet in Gethsémané: zie Mattheüs 26:36 - 46
b. Petrus sloeg Malchus een oor af en hij verloochende de Heere Jezus tot drie keer toe.
c. Door oprecht biddend te leven word je bewaard voor zonde: voor hoogmoed en voor bedrog en het verloochenen van de naam van God. Ook wil de Heere het gebed gebruiken om opstand tegen Hem te veranderen in een ootmoedig buigen voor Zijn wil. Gebed is de adem van het leven. Gebed geeft kracht om te volbrengen wat de Heere ons vraagt te doen.

3 a. Hij heeft de verleiding niet speciaal opgezocht, maar wilde bij zijn Meester zijn. Hij heeft zichzelf overschat in wat hij aankon. Bovendien had de Heere Jezus hem gewaarschuwd. Petrus had alleen kunnen blijven als hij dat biddend had gedaan. Biddend om genade om in zo'n omgeving Zijn Meester trouw te mogen blijven.
b. Op plaatsen waar goddeloos geleefd wordt. Of waar doelbewust met de Naam van de Heere gespot wordt. Maak het concreet voor de jongeren!

4 De Heilige Geest gebruikt:
- het kraaien van de haan
- de herinnering aan de Woorden van de Heere Jezus
- de liefde van de Heere Jezus als Hij Petrus aanziet om Petrus tot inkeer te brengen.

5 Naar aanleiding van drie keer "Ik ken de mens niet". De Heere Jezus ruimt de oude zonde pijnlijk, maar heel radicaal op door hem drie keer te vragen naar zijn liefde, maar ook door hem tot drie keer toe de opdracht te geven om voor Zijn kudde te zorgen als Hij, de Herder, er niet meer zou zijn. Sommigen hebben aan één keer genoeg. Wat een zegen! Wat een genade ook, als de Heere Jezus zich door drie verloocheningen niet laat tegenhouden, maar Petrus opzoekt en hem de diepte van zijn zonde doet erkennen. Want het herstel is volkomen. Niets staat nu meer tussen Jezus en Petrus in.

6 Petrus wordt herder, als de Opperherder niet meer op aarde zal zijn. De Heere leidt Zijn gemeente door de hand van Zijn knechten. Zo wordt Petrus verantwoordelijk gesteld voor de lammeren en schapen van de hemelse Herder.

7 Petrus met zijn radicale karakter onderhield de geboden van de Heere. Daarin was geen plaats voor een leven met de heidenen. Hij moet door dit gezicht er op voorbereid worden dat het Evangelie óók voor de heiden is, en dat hij, Petrus, dat niet mag verhinderen. Hoe groots is zijn getuigenis in Handelingen 11 als hij in Jeruzalem verantwoording moet afleggen van zijn daden. (En hoe klein is hij in Galaten 2:11 - 14 waar hij, zodra de joden komen, niet meer met de heidenen wil eten.)

8 a. "Gij zult gedoopt worden met de Heilige Geest." b/c Over veel dingen heeft de Heere Jezus Zijn discipelen van tevoren onderwijs gegeven. Het had hen voor zoveel zonde en moedeloosheid bewaard, als ze het zich zouden hebben herinnerd. Zo is ook de Bijbel voor ons. Daarin spreekt God tot ons (niet door stemmen o.i.d.). En door de Heilige Geest wil Hij ons hart openen, zodat wij Zijn Woord verstaan. Dus als we over de Heere en over onszelf onderwijs willen ontvangen, moeten we de Bijbel open doen. Het bewaart ons voor zonde, als we veel in de Schriften studeren. Maar zeker ook voor donkerheid en ongeloof. Als we dat Woord dicht laten, sluiten we ons af voor God. Dan heeft Hij weer speciale middelen nodig om ons terug te roepen, bijvoorbeeld de drie maal bij Petrus.

Aanwijzingen bij pagina 8

Antwoorden van de puzzel
1. Levi
2. Filippus
3. Jakobus
4. Jakobus
5. Nathänael
6. Petrus
7. Judas
8. Andreas
9. Mattheus
10. Bartholomeus
11. Thomas
12. Céfas
13. Simon
14. Judas
15. Thaddeus
16. Johannes

Vissers der mensen. De opdracht die de Heere aan de discipelen geeft. Ze moeten andere mensen voor Christus gaan winnen. Alle volken tot discipelen maken.

Onderstaand lied kan gezongen worden, tijdens de verenigingsavond. De tekst van het lied weerspiegelt de inhoud van Johannes 20:21 en 22, waar de Heere Jezus zijn discipelen Zijn Geest schenkt, om de wereld in te gaan.

Vrede zij u

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 september 2003

Treffer | 20 Pagina's

AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 september 2003

Treffer | 20 Pagina's