Volgen en leren
Rustig dobbert het bootje op het meer van Galilea. Petrus en Andreas hebben hun netten in de zee geworpen. Ze wachten. Een Man aan de kant roept: "Volgt Mij na, en Ik zal u vissers van mensen maken." De twee broers halen de netten op en ze sturen het schip naar de kant. Ze gehoorzamen terstond.
Johannes en Jakobus zijn juist bezig om de netten te repareren als Jezus met Petrus en Andreas langs komt. "Volg Mij," klinkt de stem van de Heere. Meteen verlaten de broers hun schip. Ze groeten hun vader en gaan met Jezus mee. in Bethsaïda wordt Filippus discipel. Hij is zo blij dat hij het tegen zijn vriend Nathanaël vertelt. Die gelooft hem niet meteen, maar Filippus blijft volhouden. "Kom en zie,"zegt hij. De Heere ziet ze aankomen en dan gelooft ook Nathanaël. "Meester u bent de Zoon van God, de Koning van Israël."
Deze eenvoudige mannen werden door de Heere geroepen om Hem te volgen. Ze mochten veel van hun Meester leren.
Je gaat naar de Heere omdat:
- Hij je roept.
- Hij je daartoe brengt.
- Hij je te sterk wordt je iets van Zijn liefde gaat ervaren.
- je Hem wilt kennen en liefhebben
- je Hem wilt gehoorzamen
- je Hem alles wilt laten doen.
- je jezelf niet meer kan helpen.
- je verlangt om van zonden te worden verlost.
- Hij je een nieuw hart geeft.
- je Zijn onderwijs niet meer kunt missen.
Mattheus
Zijn joodse naam is Levi. Hij woont in Kapernaüm. Tollenaar is zijn beroep.Veel vrienden heeft hij daardoor niet. Dat vindt Levi niet erg. Als hij maar rijk is. Geld is zo belangrijk dat hij het wel op een oneerlijke manier wil verdienen. Hij besteelt zijn eigen volk, dat is voordelig voor hemzelf en de Romeinen. Alles verandert als op een dag Jezus langs komt. Hij gebiedt Levi om Hem te volgen. Levi gelooft en weet dat Jezus hem veel gelukkiger kan maken dan alle rijkdom van de wereld. Zijn Griekse naam is Mattheus. Hij heeft het evangelie geschreven tussen 60 en 70 na Chr.
Opdracht
Zoek in je Bijbel Johannes 13:14-18 op. Welke houding tegenover elkaar leert de Heere aan de discipelen? Uit welk vers blijkt vooral dat de Heere dingen leert tot zaligheid van de discipelen?
De discipelen worden in Antiochië voor het eerst christenen genoemd. 'Christen', betekent letterlijk 'gezalfde'. Gezalfd met de Heilige Geest. Een christen is iemand die in Christus gelooft. De naam 'christen' is net zoals bij Christus de ambtsnaam van de gelovige. Deze erenaam herinnert de discipelen voortdurend aan hun roeping Christus na te volgen in leer en leven.
Welk verband is er tussen jou en de discipelen? Enkele jongeren geven een reactie. Zoek je mee wat de Bijbel, catechismus en de geloofsbelijdenis ons leren?
1. Waaruit blijkt dat je Christelijk bent?
Eveline: Ik ga naar de kerk ik zit op een reformatorische school, ik bid en ik lees in de Bijbel, ik draag een rok en ik probeer zo min mogelijk te vloeken. Wat is een kenmerk voor een Christen volgens de Bijbel? 1 Johannes 2:20, Johannes 10:26,27.
Wat leert de Heidelbergse Catechismus vraag 32?
Welke kenmerken noemt de Nederlandse Geloofsbelijdenis in artikel 29?
2. De discipelen hebben veel smaadheid moeten dragen. Christenen hebben al veel vervolging en verdrukking moeten incasseren. Wat betekent lijden om Christus wil voor jou?
Maria: Pas riepen ze: "Geloof je nu echt in God?", en toen begonnen ze te vloeken. Ik heb een heel stuk omgefietst om ze kwijt te raken...
Wat zegt de Heere tegen de discipelen over de haat van de wereld in Johannes 15:18-20.
Wat zegt Petrus over het lijden? 1 Petrus 1:12-19
In de Nederlandse Geloofsbelijdenis artikel 29 wordt er gesproken over toevlucht nemen tot het lijden. Welk lijden wordt bedoeld?
3. Petrus verloochende de Heere. Het kwam hem niet zo goed uit dat er mensen waren die wisten dat hij Jezus kende. Wanneer vind jij het lastig om christelijk te zijn?
Pieter: Als mijn onchristelijke vriendje steeds maar vraagt waarom ik dit of dat niet mag.
Stefan: Toen ik op een feestje was en iedereen zonder te bidden aan het eten begon.
Welke gevolgen heeft het belijden of het verloochenen van Jezus? Mattheüs 10:32, 33
Welke troost is er voor Gods kinderen die uit zwakheid in die zonde vallen? 2 Timothëus 2:12,13
Wat zegt artikel 29 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis over die zwakheid? In de Heidelbergse Catechismus vraag 32 gaat het over: Zijn Naam belijde en mijzelf tot een levend dankoffer Hem offere.
Wat zegt dat over een Christen?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 september 2003
Treffer | 20 Pagina's