AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK
3e jaargang 2002/2003, nummer 8
Verschijnt 8 keer per jaar
ISSN: 1568-8852
Treffer is bestemd voor leidinggevenden aan +12 en +14 groepen. Het geeft informatie voor het werken met het ledenblad Treffer.
In dit blad treft u aan:
- Aanwijzingen voor het gebruik van de Treffer 'Wéét wat je leest!'
- Programmasuggesties
- Toelichtingen op de vragen
AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK
Hierbij ontvangt u de achtste, en laatste, Treffer van het seizoen 2002-2003. Deze Treffer heeft de titei Wéét wat je leest! meegekregen. Want wéten jongeren (en wij) wat ze lezen? Zijn ze zich bewust dat ze onbewust op alle mogelijke manieren lezen? Daarom is het zo goed om een verenigingsavond rond dit thema met elkaar te hebben. In het ledenblad zijn een aantal voorbeelden van boeken, tijdschriften en kranten neergezet. Deze kunnen heipen om in gesprek te gaan met de jongeren. Met dit thema kun je zowel met +12 als ook met +14 aan de slag.
In dit leidingblad vindt u, naast de bestaande werkvormen in het ledenblad, bij de aanwijzingen op de pagina's ook een aantal werkvormen.
Maak de avond over dit thema niet te theoretisch, maar laat de jongeren zelf iets meebrengen wat ze mooi/goed vinden. Laat ze tijdschriften meebrengen die ze zelf lezen en laat ze die met elkaar eerlijk beoordelen.
Bruikbare thema's zijn:
- Wéét wat je leest! een jongere
- Wat lees jij? een jongere/leidinggevende
- Lees je Bijbel een jongere/leidinggevende
De verschillende werkvormen treft u aan op de volgende pagina's:
- Vragen voor beide groepen blz. 5
- Vragen voor beide groepen blz. 7
- Stukjes tekst voor +14 groepen blz. 8/9
- Vragen/stellingen voor beide groepen blz. 10
- Vragen voor beide groepen blz. 11
- Puzzel voor de +12 groepen blz. 12
Zingen: Psalm 139:1 en 14, Psalm 86:6, Psalm 25:2 en 6, Psalm 105:53 en Psalm 49:1.
Lezen: Handelingen 8:26-40, Filippenzen 4:1-9, Prediker 12:8-14 en Nehemia 8:1-13.
Idee voor de +12 groepen
- Thema voor de avond: Wéét wat je leest
- Opening
- Deel kleine briefjes uit en laat de jongeren hun top 5 van boeken opschrijven. Deze verzamel je. In de pauze laat je een aantal jongeren de boeken inventariseren. Na de pauze, kun je dan gelijk beginnen met een kleine evaluatie van de enquête. Wat komt er uit wat heeft dat ons te zeggen.
- Inleiding door een jongere over het thema.
- Pauze
- Laat jongeren zelf hun favoriete tijdschrift, krant of boek meenemen en ga deze in groepjes bespreken. Neem dan de criteria van bladzijde 7 erbij!
- Sluiting
Idee voor de +14 groepen
- Thema voor de avond: Lees jij je Bijbel
- Opening
- Begin met een korte Bijbelstudie over Handelingen 8:26-40. Hier gaat het over de moorman die uit de Bijbel aan het lezen is. Filippus stelt hier een hele belangrijke vraag: Verstaat gij ook hetgeen gij leest? Inleiding door leidinggevende of jongere. Over het Bijbellezen, neem daarbij ook de tips van pagina 11 op.
- Pauze
- Bespreek met elkaar stellingen en vragen over Bijbellezen, zie pagina 10 en 11.
- Sluiting
Doel van de schets
Lezen is niet zo 'in', helemaal niet onder doeners. Zij lezen soms niet zo gemakkelijk of vinden veel lectuur te moeilijk ("Zo'n dik boek zeker!") en vinden lezen suf en dom. Door onze jongeren wordt meer gelezen dan gemiddeld, maar de vraag is of al de lectuur zo goed is. Jongeren lezen vaak klakkeloos. Overal wordt lectuur aangeboden die heel verleidelijk is, aansluit bij het moderne levensgevoel en ons verdorven hart. Het is moeilijk voor hen om daar weerstand aan te bieden. Ze lezen ook vaak consumptief: wat lekker leest, waar je niet teveel bij na moet denken. Met deze schets willen we enerzijds jongeren die niet lezen, motiveren om dat toch te gaan proberen en anderzijds jongeren die wel lezen, bewust en kritisch te laten lezen. Het is niet de bedoeling om zoveel mogelijk tot 'verboden gebied' te verklaren, maar om de jongeren alert te maken op verborgen boodschappen en de invloed daarvan op hen. 'Lezen voor de lijst', wat tegenwoordig leesdossier heet, wordt alleen genoemd op pagina 10 vraag 8b. Verder wordt alleen aandacht besteed aan lezen voor ontspanning.
Aanwijzingen bij pagina 3
De kreten die je op deze pagina vindt, kunnen gebruikt worden als instap, bijvoorbeeld in een stille wanddiscussie of door rode ('niet eens') en groene ('eens') bordjes omhoog te houden. Enkele jongeren kunnen dan hun mening kort toelichten.
Toelichting op de stellingen:
- "Heerlijk, een nieuw boek van de bieb. Kan het even stil zijn?"
- "Lezen is saai!" Bij deze eerste twee stellingen komen de lezers en niet-lezers direct boven water.
- "Van boeken krijg je nooit genoeg." Deze stelling heeft een dubbele betekenis: Van goede boeken kun je inderdaad zeggen dat je nooit genoeg krijgt: ze blijven je steeds iets leren en ze worden als 'vrienden'. Andere boeken kun je heel snel zat worden. De betekenis dat je altijd meer boeken kunt gebruiken, geldt ook alleen voor goede boeken.
- "Als het toch niet echt gebeurd is, heb je er niks aan." Deze stelling is onjuist: een 'verzonnen' verhaal kan je toch stof tot nadenken geven. Toch houden sommige mensen niet van 'fictie' of ze zijn er zelfs op tegen omdat je je met de hoofdpersonen gaat identificeren.
- "Van veel lezen word je moe." Deze stelling geldt niet voor alle bestaande lectuur. 'Wereldwijsheid' kun je best missen, zeker als je jong bent. Zoek boeken die je wijs kunnen maken tot zaligheid.
- "Van veel lezen word je wijs." De laatste stelling is een vrije vertaling van Prediker 12 : 12: En wat boven dezelve is, mijn zoon! wees gewaarschuwd; van vele boeken te maken is geen einde en veel lezens is vermoeiing des vleses. We hebben voor de zaligheid genoeg aan de Bijbel, wat er verder ook allemaal geschreven is. En als onze andere lectuur ons niet bij dat Woord brengt, iaat het ons uiteindelijk leeg.
Aanwijzingen bij pagina 4
De twee kaders geven extremen weer van lezers en niet-lezers. Sommige jongeren lezen kritiekloos allerlei dingen, andere lezen echt nooit. Onder doeners zijn nogal wat jongeren die echt (technisch) moeite hebben met lezen en 'dus' houden ze er niet van. Dat is ook een barrière om aan een boek te beginnen, zo ze daar al ontspanning in zouden vinden. Ook de voorbeelden van onbewust lezen (zie ledenblad pagina 5) zal voor deze jongeren niet gelden. Zij kijken meer. Dit is echter niet negatief.
Aanwijzingen bij pagina 5
Geef als instap (vraag 1) iedereen vijf minuten om op te schrijven wat hij/zij vandaag gelezen heeft. (Kan ook in groepjes). Vraag daarna: wie heeft een boek opgeschreven? Wie een krant? Wie een tijdschrift? Wie een folder? Wie iets anders? Als er niets anders volgt, ga je een lijstje oplezen met de huis- tuin en keukenvoorbeelden en voorbeelden van schriftelijke informatie thuis, op straat en eventueel op school. Dat kan een eye-opener zijn om de jongeren bewust te maken van wat we onbewust allemaal lezen. Sluit af met het doel van het onderwerp: bewust te worden van wat we lezen, omdat je meer leest dan je denkt. (Geldt niet voor iedereen, zie boven aanwijzingen bij pagina 4).
Antwoorden op de vragen:
2. In veel reclame zit een verborgen boodschap die erg op de mens gericht is: bepaal zelf wat je doet en maak er iets moois van. Dat sluit aan bij ons verdorven hart. Maar we zijn ons er niet bewust van. Zo kunnen we ons laten leiden door onze begeerten.
3. Ook in de krant zit een al dan niet verborgen boodschap. De krant is niet objectief, maar welke krant je leest, heeft invloed op de mening die je hebt over het nieuws. Spits en Metro geven oppervlakkig nieuws en daarbij veel sport-, film- en ander nieuws. (Artikeltje op pagina 8/9.) Wijs jongeren erop dat het belangrijk is om de krant te lezen (al is het maar inkijken), maar wel kritisch en selectief. Behalve in een reactie op pagina 6 komt de krant in deze schets niet meer aan de orde.
4. Psalm 119:37: 'Wend mijn ogen af, dat zij geen ijdelheid zien; maak mij levend door Uw wegen.' Onze ogen staan open voor de ijdelheid, de lege dingen van deze wereld die voorbij gaan. Als wij die dingen zien, gaat ons hart ervoor open. Zien - begeren - doen, bedreigt ons.
5. Psalm 139:23 en 24: 'Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart. Beproef mij en ken mijn gedachten. En zie of bij mij een schadelijke weg is en leid mij op de eeuwige weg.' Dit betekent niet alleen dat de Heere alles weet, zelfs wat je van plan bent, maar het is ook een gebed of de Heere Die je gedachten kent, je van verkeerde plannen zal weerhouden. Dat houdt in dat je de verleiding niet zult opzoeken.
Aanwijzingen bij pagina 6-9
Op pagina 6 worden min of meer neutraal een paar soorten veel gelezen lectuur beschreven. Daarna, op pagina 7, wordt geïnventariseerd wat de jongeren zelf lezen en vervolgens wat ze daar zelf van vinden. Op die pagina worden ook criteria gegeven, die op pagina 8/9 gebruikt kunnen worden om een aantal fragmenten te toetsen. Vraag vooral wat de jongeren zelf lezen, maar voorkom dat ze elkaar op slechte ideeën brengen. Tijdschriften en fotoromans zijn oppervlakkiger dan (de meeste) boeken, omdat ze meer te kijken bieden dan te lezen. Ze zijn voor jongeren aantrekkelijk. Tijdschriften over hobby's (waarbij we een schaakblad weer anders beoordelen dan het veel gelezen Voetbal International) kunnen positief zijn. Fotoromans zijn nog niet eens altijd oppervlakkig, maar in weinig ruimte moet een heel verhaal verteld worden, dat ook nog eens een beroep op de emoties wil doen. Het gevolg is een verhaal waarvan niet opvalt hoe schokkend het eigenlijk is. De moderne jongerentijdschriften zijn echt vervuiling voor de geest: kijk eens een Break Out!, Hitkrant, Fancy, Yes, Girlzl in, dan weet je genoeg. Ze gaan eigenlijk nergens over, maar wat er in staat is gericht op uiterlijk, glamour en seks. Aan 13-jarigen worden vragen op seksueel gebied beantwoord op een manier waarvan een volwassene nog kan gaan blozen. Taboedoorbrekend, te erg om er een fragment van op te nemen in het ledenblad. Helaas worden ze door onze jongeren gelezen. Break Out! het meest. Gelukkig worden Terdege, Gezinsgids en Daniël door onze jongeren veel meer gelezen. Strips worden door veel jongeren verslonden! De vorm is natuurlijk wel oppervlakkiger dan een boek, maar op zichzelf niet verkeerd. De inhoud vaak wel. De overbekende Donald Duck is misschien het onschuldigste voorbeeld, maar daar is al genoeg van te zeggen. Verspil daar echter de tijd niet aan. Een Suske en Wiske waarin bewust spottend een bijbelverhaal nagebootst wordt (bijvoorbeeld van Jerom als Simson), is tenminste duidelijk.
Aanwijzingen bij pagina 7
Als je durft, biedt deze pagina een leuke instap van de avond. Neem een oude koffer mee of desnoods een weekendtas, volgestouwd met boeken en eventueel andere, komische, voorwerpen met een herinnering zoals een fotoalbum, een babytruitje, een foto, een oud autootje. Pak met brede gebaren alles uit en maak duidelijk dat het de koffer is van jouw herinneringen, dat jij deze inhoud altijd van binnen met je meedraagt. Vraag aan de jongeren hoe al die voorwerpen jou nog steeds beïnvloeden. Stel dezelfde vraag over de boeken.
1. Je kunt deze vraag in groepjes laten doen en per groepje een totaallijst laten maken met aantallen boeken, kranten, tijdschriften enzovoorts. Stel daarbij de vraag: "Denken jullie dat je gemiddeld, meer of minder dan gemiddeld leest?" En bereken uit de totaallijsten van alle groepjes het gemiddelde. Kun je koppelen aan Prediker 12:12.
2. Mogelijkheid: iedereen krijgt een minuut de tijd om de anderen uit zijn groepje te overtuigen van zijn of haar keuze. Daarna mogen de anderen terugpraten en -vragen. Laat eventueel aan het einde per groepje stemmen over het beste en het slechtste boek en een paar 'winnaars' dit plenair presenteren, waaraan u een korte discussie over de criteria kunt vastknopen. Variant van opdracht 2: Verdeel de jongeren in kleine groepjes. Laat ze per persoon drie titels opschrijven van hun mooiste boeken. (Niet te lang de tijd geven, het gaat om wat hun het eerste te binnen schiet). Laat ze in hun groepje met elkaar uitvinden weik genre ('soort') boeken ieder het meest waardeert (bijvoorbeeld: geschiedenis, oorlog, liefde, detective, spanning, familie, school). Laat ze dan per persoon op een gekleurd kaartje hun favoriete genre opschrijven en liefhebbers van elk genre elkaar door de zaal opzoeken. Deze nieuwe groepjes (of ook enkelingen) bedenken met elkaar eventueel met eigen voorbeelden: 1. Wat is de bedoeling van de schrijvers van dit genre? Alleen: "Een leuk boek laten lezen" is niet voldoende. 2. Wat doet het met jou? 3. Wat er positief is aan dit genre (wat heb je eraan) en wat is negatief of een gevaar? Eventueel kun je dit per groepje laten presenteren. (Creatief idee: geef de verenigingsavond ervoor de opdracht om drie favoriete boeken te bedenken en daarvan een plaatje mee te nemen uit de catalogus, verkrijgbaar bij de (christelijke) boekenwinkel. De kans is aanwezig dat dit in het water valt. Je kunt ook zelf voor een aantal catalogi zorgen. Wees dan zo compleet mogelijk: christelijke uitgevers, Lemniscaat, Kluitman).
3. Het enige criterium voor een boek is voor veel jongeren, of het 'gaaf' is, dat wil zeggen spannend. Of het goed geschreven is, of het niet volgens bekend stramien geschreven is, vinden zij vaak niet zo erg. Veenhof blijft populair, ook al lijken veel van zijn boeken op elkaar. Daar is op zich niets op tegen, hoewel ook het sterven van soldaten in oorlogstijd 'went' maar wel aangrijpend zou moeten blijven. Smaken verschillen in wat iedereen 'goed' vindt, maar toch zijn er ook algemene criteria: wat betreft kwaliteit (is het goed geschreven, levensecht, met goede dialogen, een goed verhaal) en wat betreft ethiek (mag het, zie vragen onderaan ledenblad pagina 7). Over smaak valt niet te twisten, over of een boek 'goed' is, wel. Voor tijdschriften ligt dat anders: moderne bladen zijn vaak zo vluchtig dat je de vraag naar kwaliteit nauwelijks kunt stellen. Kom tot de vraag: mag je een blad lezen dat een heel ander, onbijbels levensgevoel ademt? Wijs ook eens op de kerkbode, Paulus en dergelijke.
4. Bijvoorbeeld: Wie ik ben, bepaalt wat ik lees, maar wat ik lees, bepaalt ook wie ik ben. Anders gezegd: Wat er in mij zit, blijkt uit mijn keuze, maar wat erin komt, maakt mij ook anders.
5. Als je beïnvloed, wordt ten kwade. Hoe word je beïnvloed door wat je leest? Een goed geschreven boek, daar zit je 'in', dat beleef je mee. Jij wordt die hoofdpersoon, je neemt ongemerkt zijn gedachten over, denkt met haar mee hoe je het probleem oplost. Dat kan positief zijn of niet. Je kunt leren van de levenswijsheid van de schrijver. Of je kunt zo opgaan in het - onbijbelse - denken van de hoofdpersoon, datje ermee besmet raakt. Je begrijpt die zonden, die moord! En hebt hem in gedachten daarmee zelf gepleegd. Of gelden Gods geboden niet als jij een boek leest? Ook de 'informatie' die je in moderne jongerenbladen krijgt, roept je toe dat alles mag. Dat beïnvloedt jou. Als je in een boek meeleeft in een moderne levensstijl, ga je anders kijken naar je eigen leven. In het boek bepaalt iedereen zelf wel wat 'ie doet, maar als je het uit hebt, kom je in je eigen wereld waar dat niet 'mag'. Dan roep je zelf de gedachte op: "Waarom zou dat eigenlijk niet mogen? Zo erg is het toch niet? ledereen doet het!" En dit is nog het gevaarlijkste, dat de boodschap in allerlei lectuur aansluit bij je eigen hart. Je hart wil ook liever zelf bepalen wat mag. Laat jij je gezeggen door je lectuur of door de Bijbel?
6. Door te kijken naar uitgever, schrijver, achterflap, illustraties en omslag, onderwerp. Zo krijg je al een beeld. Verder door kritisch te lezen.
7. Wat je leest, laat zien wat er in je hart leeft, waar je hart naar uitgaat. Mogen je ouders dat zien? Schunnige boekjes leg je niet op je nachtkastje.
8. Zie toelichting hierboven bij vraag 5.
Heel belangrijk bij de beoordeling van een boek is de persoon en de bedoeling van de schrijver. Natuurlijk worden er in elk boek mensen en dus zonden gedaan en beschreven, maar hoe die beschreven worden, welke boodschap erin zit, is bepalend. Doet men wat goed is in eigen oog? Of gelden Gods geboden in de sfeer waarin het boek zich afspeelt? Wordt het kwade kwaad genoemd? Een boek over een jongen die aan de harddrugs verslaafd raakt, kraakjes pleegt en vloekt, kan juist heel goed zijn: als de negatieve kanten van zo'n leven belicht worden, maar als ook de boodschap van barmhartigheid en vergeving doorklinkt.
"Als je de Tien Geboden ernaast legt, kun je niks meer lezen." Leg deze stelling aan de jongeren voor. Hij klopt niet. Als je het met de stelling eens bent, vraag je dan eens af wat je eigenlijk allemaal leest. Filippenzen 4:4 - 9 geeft ook goede criteria. En dan blijft er genoeg over om te lezen.
Werkvorm bij pagina 7 of 10
Doel: inzien dat het onderwerp wel iets zegt, maar vooral de manier waarop iets beschreven wordt, de boodschap en bedoeling, doorslaggevend is. Werkwijze: geef iedereen een groen en een rood papiertje: voor ja en nee. Stel de volgende vragen (zelf te wijzigen als u iets graag aan de orde wilt stellen) en laat iedereen een kaartje omhoog houden, waarna je kris-kras door de zaal mensen om een argument kunt vragen. De vraag is steeds: "Zou jij dit boek lezen of niet? Het gaat over..." (Smaak en principe spelen daarin beide een rol.)
a. Een meisje van 13 dat meewerkt in het verzet.
b. Een jongen gaat met een tijdmachine naar het verleden.
c. Een jongen die in een kraakpand woont.
d. De brand in het café in Volendam.
e. Het leven van een jonggestorven dominee.
f. De ondergang van de Titanic.
g. Een gehandicapt meisje zonder vrienden.
h. Een boswachter en zijn werk.
i. Leeuwen in Afrika.
j. Een meisje dat onder invloed komt van een waarzegster.
k. Harry Potter.
I. Maarten Luther.
m. De moord op een bankier.
n. Kindermishandeling.
Aanwijzing bij pagina 8/9
In kleine groepjes laten werken, een paar fragmenten (laten) uitkiezen, bespreken en eventueel laten verdedigen in bijvoorbeeld een forum. Het gaat er bij deze fragmenten niet om of het mag of niet. Dat is op grond van zo'n kort fragment ook niet mogelijk en niet eerlijk. We willen dan ook geen boeken afkraken, maar wel proberen de sfeer van een boek of blad weer te geven en te bespreken. Verdeel als leidinggevenden de titels onder elkaar en lees alle (of een aantal uitgekozen) boeken helemaal, zodat je weet waar je over praat. Noem zelf overigens geen titels tegen de jongeren, maar vraag in de groepjes of ze een fragment herkennen, wat ze van dat boek vinden; zo kun je voorkomen dat in een plenaire discussie iemand roept: "Maar dat klopt helemaal niet, want ik ken dat boek."
Fragment 1: uit Fancy. Horoscopen worden grif gelezen en zijn zo algemeen dat ze vaak uitkomen. De sfeer hier, vrijheid-blijheid in de liefde, is heel modern.
Fragment 2: M. Kanis, Voor joden verboden, pagina 18. Een helder jongensboek over de beztting van Nederland. Het begrip 'N.S.B.' wordt op een natuurlijke manier duidelijk. Stel wel de vraag of hier een eerlijk beeld van mensen wordt gegeven.
Fragment 3: J.K. Rowling, Harry Potter en de vuurbeker, pagina 15. Een deel van de populaire boeken over de tovenaarsleerling Harry. De serie lijkt misschien niet gevaarlijk, omdat hij zo overduidelijk verzonnen is; Harry's wereld staat ver buiten de onze. Daardoor neem je de werkelijke occulte krachten die er zijn, niet meer serieus. Toch kun je met een 'heer Voldemort' (= wil de dood?) niet zomaar spotten. Hij heeft, zoals uit dit fragment blijkt, bepaalde goddelijke eigenschappen. De Heere wil dat wij ons niet met tovenarij bezighouden, ook niet in een boek.
Fragment 4: uit Fancy, een rubriek waarin je mag schelden op een bekende Nederlander. Zo ga je toch niet met mensen om. Op de puntjes stond een onwelvoeglijk woord.
Fragment 5: J.J. Frinsel, Ontmoeting voor de poort, pagina 209/210. Een aanrader! Een aantrekkelijk jeugdboek met avontuur een heldere boodschap. Itamar heeft geslapen in de velden van Efratha terwijl de herders bij de geboren Zaligmaker gingen kijken en sindsdien zoekt hij Hem zijn hele leven. Toch duurt het lang voordat hij begrijpt dat Christus niet kwam om gediend te worden, maar om te lijden. Als Itamar Hem aan het einde van zijn leven ontmoet, zorgt dat voor een aangrijpend slot. Fragment 6: A. Rutgers van der Loef, De kinderkaravaan, pagina168. Niet een christelijk boek, maar prachtig beschreven en leerzaam. Over kinderen die na de dood van hun ouders verder trekken.
Fragment 7: Thea Beekman, Mijn vader woont in Brazilië, pagina 66. Moniques moeder is niet met haar vader getrouwd, omdat ze niet met hem mee wilde naar Brazilië. Als de vader, inmiddels weduwnaar met twee zoontjes, opduikt, blijkt hij erg egoistisch en het wordt begrijpelijk dat Moniques moeder niet alsnog met hem trouwt. Uit fragment spreekt wel duidelijk het moderne "Ik doe wat ik wil"-gevoel bij Moniques moeder. "Het aanhangsel worden van iemand met wie ik toevallig getrouwd ben," is geen bijbelse taal.
Fragment 8: Bert Wiersema, De offersteen (Logboek Lammers deel 2), pagina 111. Een spannende serie waarin het gezin Lammers veel soms onwaarschijnlijke dingen beleeft, omdat de vader professor is en over de hele wereld onderzoek doet. De lezers krijgen naast de spanning ook wat algemene ontwikkeling mee. Heel natuurlijk geeft de professor (vader Lammers) de waanzinnige edelman een bijbels antwoord.
Fragment 9: Logo Spits en artikeltje over de popster Michael Jackson met een zeer suggestieve kop. Dit 'prikkelt' om te lezen, maar je wordt er niet wijzer van.
Fragment 10: Suske en Wiske, in deze korte strip zie je al dat het gaat over allerlei machten. En dan zeker niet over de macht van God.
Toelichting bij de vragen en stellingen op pagina 10
1. Waar. De Bijbel moet je bestuderen en onderzoeken. Zie ledenblad pagina 11.
2. Niet waar. Een boek kan kwalitatief knap zijn en een ongelovige schrijver kan ook goede waardevolle gedachten in een boek verwerken. Wel kritisch lezen, maar dat geldt ook voor christelijke schrijvers.
3. Waar. Als er op een goede bijbelse manier met die dingen wordt omgegaan, als de 'moraal' goed is. Het gaat om de bedoeling. Zie voorbeeld over een drugsverslaafde in de toelichting bij pagina 7.
4. Waar. Het vloeken kan heel waarschijnlijk zijn. Toch moet je zo'n boek maar niet lezen, omdat je elke keer die vloek in je hoofd zelf zegt. Het brengt gewenning met zich mee. De gewoonte van sommige jongeren om in boeken van de openbare bibliotheek vloeken zwart te maken bevelen we niet aan: dan worden andermans eigendommen beklad en volgende lezers worden nieuwsgierig. De Bond tegen het Vloeken heeft bladwijzers die je voorin kunt leggen als waarschuwing.
5. Waar en niet waar. Waar, ze kunnen je leren kritisch te denken. Maar dat kun je beter onder begeleiding doen. Op eigen houtje 'slechte' boeken lezen doet waarschijnlijk meer kwaad dan goed. Niet waar dus.
6. Je kunt als ontspanning best 'neutrale' dingen doen en lezen. Maar alle tijd blijft genadetijd. En lectuur is nooit neutraal. Al zullen de jongeren het er niet mee eens zijn, eigenlijk is de stelling wel waar.
7. Waar (persoonlijk). Je belast je geweten als je zonden meebeleeft alsof ze goed zijn. Kijken naar en lezen over zonden, went.
8. a. Als je erdoor beinvloed kunt worden ten kwade: vloeken, onbijbelse levenswijze, godslastering. b. Ja, want dan lees je er informatie omheen, je kunt erover praten met je leraar. Je wordt dus begeleid en je leert zo kritisch te zijn. Overigens is het altijd goed om open naar je ouders te zijn over de boeken die je leest.
9. Ja, de godsdienstige sfeer in bijvoorbeeld Amerikaanse boeken (hoe God een mens bekeert) kunnen heel ver van ons af staan en zelfs onbijbels worden. Ook bijbelse romans kunnen gevaarlijk zijn, omdat er veel fantasie van de schrijver op een overtuigende manier in gebruikt is. Het is moeilijk om dat los te maken van de bijbelse gegevens. Ook christelijke boeken kunnen heftige gebeurtenissen beschrijven die een gewenningsproces tot gevolg hebben: verzetsboeken (Piet Prins) kunnen de gedachte oproepen: "Jammer dat het nu geen oorlog is, want dan gebeurt er tenminste zoveel spannends." Ook dat er her en der doden vallen, kan te achteloos beschreven worden. En karaktertekening is tenslotte niet altijd even sterk. Als alle Duitsers en NSB'ers slecht zijn en alle Nederlanders goed, hebben we ook niet over een bijbels en opvoedkundig mensbeeld.
10. Veel jongeren denken dat een boek christelijk is als de personen erin naar de kerk gaan, bidden en danken. Waarschijnlijk is er niets mis met zo'n boek en kan dat leuk ter ontspanning gelezen worden. Maar er bestaan andere boeken, die een christelijke boodschap op een natuurlijke manier in het boek verwerken. Die maken vaak meer indruk. De boeken waarin 'het geloof' er dik bovenop ligt, zijn vaak minder van kwaliteit en minder geliefd. Het tweede, vierde en vijfde punt gaan over de inhoud, de boodschap en niet over de 'buitenkant', de aankleding van het boek. Het laatste punt geeft aan dat ook niet-christelijke boeken ethisch goed kunnen zijn.
Toelichting bij pagina 11
Vraag aan de jongeren hoe vaak ze per dag persoonlijk uit de Bijbel lezen: 1 keer, 2 keer, meerdere keren of helemaal niet. Onderzoek onder 1700 catechisanten wees uit dat 50% van de jongeren elke dag eenmaal uit de Bijbel leest. 25% doet dat twee keer per dag. 25% leest nooit persoonlijk uit de Bijbel. Voor veel jongeren, zeker degenen die niet zo gemakkelijk lezen, is het echt moeilijk om in de Bijbel te lezen. Dat is geen onwil of onverschilligheid, ze begrijpen het niet. Sommigen, die wel gemotiveerd zijn, gebruiken de Parallelbijbel. Het gevaar daarvan is, dat ze uiteindelijk alleen nog maar Het Boek lezen. En dat is niet de bedoeling. Dit probleem moeten we erkennen en daarom proberen we met deze aanwijzingen een helpende hand te bieden, om ze terug te wijzen naar het Woord zelf om dat te leren verstaan. Want de Heilige Geest werkt middellijk, door het Woord. Dat gaat niet buiten het verstand om. Om het zielenheil van de jongeren is het dus nodig (in de normale weg) dat ze de Bijbel kunnen lezen!
Pagina 12
De overblijvende letters vormen de vraag: "Verstaat gij ook, hetgeen gij leest?"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 april 2003
Treffer | 20 Pagina's