AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK
3e jaargang 2002/2003, nummer 6.
Verschijnt 8 keer per jaar.
ISSN: 1568-8852
Treffer is bestemd voor leidinggevenden aan +12 en +14 groepen. Het geeft informatie voor het werken met het ledenblad Treffer.
In dit blad treft u aan:
Aanwijzingen voor het gebruik van de Treffer Het is volbracht!
Programmasuggesties
Toelichtingen op de vragen
AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK
Hierbij ontvangt u de zesde Treffer van het seizoen, die gaat over offers. Daarom heeft deze Treffer de titel 'Het is volbracht!' meegekregen. Als heenwijzing naar het grote Offer wat door de Heere Jezus op Golgotha is gebracht.
Er zijn in deze Treffer verschillende thema's verwerkt, die weer onderverdeeld zijn in subthema's.
Het leven met de Heere bij het altaar
1. Geven aan de Heere (Het offer van Kaïn en Abel)
2. Leven met de Heere (Noach)
3. Geloofsgehoorzaamheid (Abraham)
De betekenis van de offers in de ceremoniële eredienst
1. De plaatsvervanging (Het offer van Izak)
2. De instelling van de offerdienst
3. Verschillende offers (De grote verzoendag)
4. Het Heilig Avondmaal
Pagina vier uit het ledenblad, die gaat over de zondeval, is op beide thema's een inleiding. Die is noodzakelijk om te begrijpen waarom de offers noodzakelijk waren. Het eerste thema is wat eenvoudiger dan het tweede, wanneer dus de vereniging voor het grootste gedeelte bestaat uit jongere leden is het wellicht aan te bevelen om het eerste thema te kiezen.
Bruikbare thema's zijn:
- Offers in de Bijbel Een leidinggevende
- Hoe offer jij? Een jongere
De verschillende werkvormen treft u aan op de volgende pagina's:
- Vragen voor beide groepen blz. 4
- Stellingen voor de +14 groepen blz. 5
- Vragen voor beide groepen blz. 6
- Vragen voor de +14 groepen blz. 7
- Stellingen voor beide groepen blz. 8
- Vragen voor de +14 groepen blz. 9
- Bijbelstudie voor de +14 groepen blz. 10 en 11
- Vragen voor beide groepen blz. 12
Zingen: psalm 4:3 en 4, 27: 4 en 7, 40: 3 en 4, 51: 9 en 10, 66: 6,7 en 10, 96: 5 en 9, 116: 10 en 141: 2.
Lezen: Genesis 4:1-16, 8:15-22, 22:1-19, Leviticus 16 en Jesaja 53:1-12.
PROGRAMMASUGGESTIES
Doel van de schets
Het doel van de schets is om met de jongeren na te denken over het thema 'offeren'. In de eerste plaats laat de schets de Bijbelse kaders zien van offeren. Zo zien we de offers uit het oude testament, maar bovenal het Grote Offer. Eenmaal gebracht op Golgotha. Door de Heere Jezus. Als een vervulling van die vele miljoenen offers die in de tijd van het Oude Testament gebracht zijn. Ook nu nog is het belangrijk dat de jongeren de onmisbaarheid voor zichzelf zien van dit offer. Door dit offer is er ontkoming van de toekomende toorn! Daarom is deze schets geschikt om te gebruiken rondom Pasen, ook dan herdenken we het Offer op Golgotha. Ook nu nog offeren we, maar dan uit dankbaarheid. Jongeren geven tegenwoordig veel geld uit. Uit onderzoek van het NIBUD bleek dat jongeren maandelijks € 115,- uitgeven, (voor tabel zie bladzijde 8 van het leidingblad). Daarvan gaat bijna één euro naar goede doelen. Praat hierover met de jongelui op de club. De rijke jongeling werd bemind door de Heere Jezus, alleen hij zat te vast aan zijn geld en goed. Dus hij koos voor de rijkdommen van deze wereld. Een waarschuwing voor ons en onze jongeren! Wijs hen op de rijkdom die te vinden is bij de Heere: "Maar zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden."(Matthéüs 6:33)
Schets voor een inleiding
In het ledenblad vindt u een heel aantal verhalen. Deze verhalen staan in een bepaalde opbouw. U kunt ze gebruiken voor het maken van een inleiding of een vertelling.
Idee voor de +12 groepen
Thema voor de avond: 'Hoe offer jij?'
- Opening.
- Bespreek met elkaar de vragen op pagina 4.
- Inleiding door leidinggevende over offeren in de Bijbel en de noodzaak van het offer, maar behandel ook het offeren nu.
- Pauze.
- Bespreek in groepjes de stellingen op pagina 8.
- Doe een plenaire afronding en vraag terug wat er besproken is in de groepjes.
- Sluiting
Idee voor de +14 groepen
Thema voor de avond: 'het offer is onmisbaar'
- Opening
- Bespreek met elkaar de stellingen op pagina 5.
- Inleiding door leidinggevende over de onmisbaarheid van het offer toen én nu! Leg daarin de spits naar het Offer wat ook voor de jongeren waarde moet krijgen.
- Pauze
- Doe met elkaar de bijbelstudie op pagina 10 en 11 van het leidingblad. Of ga met elkaar in gesprek wat men allemaal 'offert'. Als we de bestedingstabel van de jongeren zien, wat heeft men dan over voor de dienst van de Heere en wat besteedt men voor zichzelf.
- Sluiting en haal de spits van de avond weer terug. Het Offer in de Bijbel.
Idee voor de +12 en de +14 groepen die gezamenlijk vergaderen
Thema voor de avond: 'Offers'
- Opening
- Inleiding door leidinggevende daarbij kun je de lijn aanhouden zoals die hierboven is beschreven: Geven aan de Heere (Het offer van Kaïn en Abel), Leven met de Heere (Noach) en Geloofsgehoorzaamheid (Abraham).
- Splits de groep op in kleinere groepjes. Kies daarbij voor een oudere en een jongere groep. Laat de jongeren met elkaar in gesprek gaan over de stellingen van pagina 8.
- Pauze
- Quiz aan de hand van vragen en stellingen uit de Treffer, (zie hoofdstuk 4 uit de Ideeënmap)
- Sluiting
TOELICHTINGEN OP DE VRAGEN
Aanwijzingen bij pagina 4
1. De vraag is heel scherp gesteld, maar jongeren komen wel met die vraag! Het lijkt zo oneerlijk om voor de overtreding van een voorouder te moeten boeten. "Ik kan er toch niets aan doen dat dat gebeurd is!" Probeer tijdens het beantwoorden dit gevoel ook te verwoorden, zodat de jongeren voelen dat ze begrepen worden. Maar het is wel belangrijk dat ze zullen beseffen dat ze zelf ook zo'n zondig hart hebben. Een hart dat ook altijd voor het verkeerde kiest, tenzij God het verhoedt. Alleen wanneer je door de ontdekking van de Heilige Geest gaat zien hoe vuil je hart van binnen is, een bron van ongerechtigheden, dan zul je ook zien dat al die ellende die op de zonde gevolgd is, eigen schuld is. Daarnaast is het ook belangrijk dat de jongeren God niet de schuld geven van de zondeval. Hij heeft ons immers goed geschapen, maar wij hebben niet willen luisteren. Dat moet ons verdriet zijn. En de Heere wil ook nu nog harten verbreken. Hij zegt zelf in Ezechiël 36: 26 "Ik zal uw stenen hart verbreken..."en in vers 31 "gij zult een walging van uzelven hebben..."De Heere wil hierom gevraagd worden! (vers 37).
2. Deze vraag lijkt ook God de schuld te geven van de ellende in de wereld. Maar God is niet de oorzaak van alle verdriet, maar wij zelf hebben het veroorzaakt. God is wel liefde, maar Hij is ook rechtvaardig en daarom straft Hij de zonden. Hij had gewaarschuwd: Ten dage als gij daarvan eet, zult gij de dood sterven. Als wij die schuldvraag onderschrijven, zullen we ook leed hebben omdat er zoveel ellende is in de wereld. Dan zal dat ook een plaats in ons gebed hebben.
Aanwijzingen bij pagina 5
1. Uiterlijk was er geen verschil te zien tussen de offers van de twee broers, maar de Heere ziet het hart aan. Hij ziet met welke intentie de offers gebracht worden. De bedoeling van iemand is heel belangrijk. Barnabas gaf bijvoorbeeld de opbrengst van een akker die hij verkocht had, aan de discipelen voor de armen. Ananias en Safira wilden het nadoen, niet uit bezorgdheid voor de armen, maar om zelf geëerd te worden. Hun bedoeling was verkeerd.
2. Nee, de Heere heeft recht op heel je leven, op je bezit en op alles wat je hebt. Als je bijvoorbeeld met dankdag geeft voor de dienst van de Heere, dan moet het je juist brengen bij de Heere met de bede: "Heere, ik geef alleen omdat het moet, maar wilt U mijn hart nemen!" Je voelt je wellicht een huichelaar, maar de Heere kan dat veranderen. Hij wil erom gevraagd zijn.
3. Het gaat er inderdaad niet om hoeveel je geeft, maar om hoe je geeft. Alleen je moet wel geven naar je vermogen. De arme weduwe gooide slechts twee kleine penningen in de schatkist van de tempel, maar het was alles wat ze bezat. Ze had daarna zelfs geen geld over om eten te kunnen kopen. Andere mensen geven van hun overvloed, dat geeft heel wat makkelijker! Hoe meer je dan ook gekregen hebt van de Heere, hoe meer je ook kunt geven. En bovendien, als de Heere je een nieuw hart heeft gegeven, vind je dat je niet snel teveel geeft. Als de Heere je hart vernieuwt, gaat je portemonnee vanzelf open, dan geef je niet karig.
4. Het is niet de bedoeling om iedereen te laten weten hoeveel geld je geeft. Er wordt dan meer gegeven om van de mensen gezien te worden dan dat het gaat uit dankbaarheid tot God. (Zie ook Mattheüs 6: 1-4) Bij het geven gaat het om de Heere, de Heere ziet wat er gegeven wordt en Hij heeft de vrijmoedige gever lief. De Heere wil daarover Zijn zegen geven en Hij geeft dan Zijn vrede in je hart. Die vrucht is veel rijker dan al het geld dat je hebt.
5. Klopt, deze stelling laat zien dat we best wel dingen weg willen geven of willen offeren, zolang we zelf maar kunnen bepalen wat en hoeveel. Op het moment dat we, net zoals Abraham, het dierbaarste wat we hebben moeten offeren, dan kunnen we dat niet zonder geloof.
Aanwijzingen bij pagina 6
1. Iedere keer als Abraham naar een andere plaats trok, bouwde hij direct een altaar voor de Heere. Hij leefde bij het altaar. Het was de dienst van God. Izak deed hetzelfde.
2. Het is ook voor ons belangrijk dat waar we ook zijn, we de Heere dienen. Ons leven moet doortrokken zijn met de dienst van de Heere. Abraham en Izak dachten het eerst aan het bouwen van een altaar, zo belangrijk was dat voor hen. Hun hele leven was als het ware een danken. Alleen door genade leren we dat we geschapen zijn met het doel om God te loven en te prijzen.
3. Dit is een moeilijke vraag. Die niet zomaar te beantwoorden is. Belangrijk is om een aantal criteria af te wegen op het moment dat je ergens gaat wonen. In de eerste plaats gaat het er om of er een kerk is waar je naar toe kunt. In de tweede plaats of er een christelijke school is waar je kinderen naar toe kunt sturen. Het is dus zeker niet om het even waar je gaat wonen.
Aanwijzingen bij pagina 7
1. Hij liet zich gewillig binden, hij liep niet weg (hoewel hij dat gemakkelijk had kunnen doen, hij was nog jong). We lezen dit ook van de Heere Jezus in Jesaja 53:7: "Als dezelve geëist werd, toen werd Hij verdrukt; doch Hij deed Zijn mond niet open; als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open."
2. Izak behoefde uiteindelijk niet geofferd te worden, er was een ram die zijn plaats innam. Maar toen de Heere Jezus werd gekruisigd was er niemand die Hem kon vervangen.
Aanwijzingen bij pagina 8
1. Goed voorbeeld doet goed volgen. Als iemand een hoge functie bekleedt of een ambt in de kerk wordt op zo'n persoon meer gelet. Wanneer een dergelijk persoon een misstap heeft begaan, wordt die dikwijls breed uitgemeten. En wanneer een vooraanstaand persoon grove taal gebruikt, waarom mag ik, gewoon burger, het dan niet doen? De voorbeeldfunctie is dus heel belangrijk. In de Bijbel staan daar ook verschillende voorbeelden van:
• Jerobeams zonde van de gouden kalveren werd door al de koningen van Israël nagevolgd. Iedere keer lees je weer "hij wandelde in alle wegen van Jerobeam, de zoon van Nebat, en in zijn zonden, waarmede hij Israël had doen zondigen." (1 Koningen 16:26)
• In het boek Richteren lezen we dat het volk Israël de Heere dient zolang Jozua en de oudsten nog leven, maar toen die gestorven waren, verliet het volk de Heere.
• In Leviticus 4 laat de Heere ook merken dat Hij de zwaarte van de zonde mede oordeelt naar de persoon die gezondigd heeft. Een priester moest een var, een jong rund, offeren. Dat was een kostbaar offer. Een overste moest een geitenhok offeren. Dat was een minder duur dier dan een var, maar meer waard dan een jonge geit, het offerdier voor iemand uit het gewone volk.
Overheidspersonen en ambtsdragers moeten zich van hun voorbeeldfunctie dus goed bewust zijn, want ze kunnen gemakkelijk andere mensen meeslepen in hun zonden.
2. Alle zonden zijn zonden tegen God. Met onze zonden betuigen we dat we niet naar de Heere willen luisteren, maar dat we liever onze eigen gang gaan. Iedere zonde vraagt om straf en dat is de dood. Aan de andere kant maakt de Heere in Zijn Woord wel onderscheid. Er zijn zonden die vergeven kunnen worden en zonden die niet vergeven kunnen worden (bijvoorbeeld de zonde tegen de Heilige Geest). Er zijn zonden waarvoor God eist dat de zondaar wordt gedood (bijvoorbeeld een moordenaar of vloeker) en er zijn zonden, waarvoor de zondaar een offer kan brengen (bijvoorbeeld wanneer iemand onwetend iets onreins heeft gegeten of aangeraakt en het later ontdekt).
3. Wie door het geloof op Christus ziet en zijn zonden Hem heeft beleden, mag geloven dat hem al zijn zonden om Christus' wil vergeven zijn. Wanneer een Israëliet zo op het offer zag dat hij bracht, dan mocht hij geloven dat God hem zijn zonde had vergeven. We moeten wel oppassen voor een oppervlakkig belijden en aannemen van Jezus. De zonden maken scheiding tussen God en je ziel en als je dat voelt, doet dat pijn. Dan belijdt je ze niet even snel en dan ga je niet maar weer over tot de orde van de dag. Het geeft juist een nauwgezet leven, een haten en vlieden van de zonden.
4. Wanneer iemand ons vraagt om vergeving, dan moeten we die persoon ook vergeven, als blijkt dat die persoon er ook echt spijt van heeft. Als iemand ons onrecht heeft aangedaan en daar geen berouw over heeft en ons geen vergeving vraagt, kunnen we die persoon ook moeilijk vergeven. Wanneer we die persoon dan later ontmoeten, zullen we iedere keer merken dat er iets is in de verhouding dat niet goed is. Het kan wel zijn dat we in ons hart geen wrok meer voelen tegen die persoon, dat is dan Gods genade. Het is moeilijk het woord "Hebt uw vijanden lief" in praktijk te brengen. Liever denken we vanuit het principe 'oog om oog, tand om tand'. Mattheus 5:44: " Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden Hef; zegent ze, die u vervloeken; doet wel dengenen, die u haten; en bidt voor degenen, die u geweld doen, en die u vervolgen"; Dus we moeten onze vijanden lief hebben.
5. In Israël had de Heere bevolen dat het tiende deel van de inkomsten toekwam aan de Heere. Het was voor de priesters, omdat zij geen andere inkomsten hadden. Het is een goede richtlijn om een tiende deel aan te houden. Het is echter wel de vraag of we die altijd kunnen handhaven. Een jong gezin bijvoorbeeld, kan wel eens zulke zware lasten hebben dat het een tiende deel niet op kan brengen. Aan de andere kant moeten we ook niet denken dat we er zijn als we 10% gegeven hebben, de Heere ziet het hart aan! Wel moet opgemerkt worden dat er in de tienden van de Bijbel ook maatschappelijke belastingen zaten, zoals bijvoorbeeld de Tempelbelasting. Wij zien natuurlijk ook een groot gedeelte van onze inkomsten naar de overheid gaan. Toch kunnen we in deze tijd van voorspoed de Heere niet genoeg danken voor alle dingen die Hij ons geeft.
6. Als je ziet wat de Heere je allemaal gegeven heeft, dan moeten we daar klein onder worden. Wat krijgen wij veel! Als we daarop zien en ons zondige leven daar tegenover stellen, dan hebben we niet anders dan te zwijgen. Dan zijn we echt niet karig in ons geven. Saul dacht dat hij zijn zonden wel aan de hand kon houden, als hij maar een offer bracht. Daarom bestraft Samuël hem met de woorden "gehoorzamen is beter dan slachtoffer".
7. In deze tekst wordt bedoeld dat de Heere niet tevreden is met het offer alleen. De Heere wil dat de offeraar zich aan Hem overgeeft met heel zijn hart. Al bracht je het duurste offer, een var, en je onthoudt de Heere je hart, dan doet dat offer geen nut. De Heere ziet het hart aan! Zie ook de geschiedenis van Kaïn en Abel.
Aanwijzingen bij pagina 9
1. - Het murmureren van de Israëlieten voor de Schelfzee.
- Het murmureren van Israël bij Mara.
- Het murmureren bij Rafidim om water. 2. Omdat de Heere de zonden kan vergeven door het offer van Zijn Zoon. Daar wezen ook al de offers naar. Er vloeide dus voortdurend bloed. Dat zag aan de ene kant op de zondigheid van het volk, maar aan de andere kant ook op de vergeving die mogelijk is bij God. Maar als je de hele geschiedenis van het volk Israël leest, dan verbaast het je welk een geduld de Heere heeft gehad met dit volk. Telkens wilde Hij dat volk weer vergeven. Onbegrijpelijk. Wij zouden iemand die ons iedere keer weer beledigd al lang hebben afgeschreven. Als we zo ook ons eigen leven bezien ten opzichte van God, dan zien we tegenover onze ontrouw Gods onmetelijke trouw staan.
3. We weten het niet. We kunnen ons er alleen over verwonderen: "Alzo lief heeft God de wereld gehad..." Een wereld die Hem heeft verworpen. We kunnen dit niet beredeneren, het is onbegrijpelijke liefde van God.
Aanwijzingen bij pagina 10
1. - Ze hadden vreemd vuur gebracht op het altaar. Ze hadden geen brandende kolen van het brandofferaltaar genomen, maar ze hadden kolen genomen van een vuurtje bij hun eigen tent.
- Ze beseften niet dat de Heere een heilig God was. Ook wij moeten in ons naderen tot de Heere beseffen dat de Heere een heilig God is, Die de zonden straft.
2. Het Heilige der heiligen, de ruimte achter het voorhangsel, de plaats waar de Heere in het bijzonder Zijn woning wilde hebben.
3. Witte klederen, hij had zijn hogepriesterlijke kleding afgelegd. De hogepriesterlijke kleding was sierlijke kleding. Maar op deze dag van verootmoediging mag hij niet in die prachtige kleding verschijnen, dat is in tegenspraak met het karakter van de dag. In dit alles is de hogepriester het beeld van de Heere Jezus, Die Zijn heerlijkheid heeft afgelegd en naar deze aarde is gekomen om verzoening te doen. De kleur wit duidt op de reinheid. De Heere Jezus was zonder zonde, niet door Zijn kleding, maar in heel Zijn wezen.
4. Hij en de andere priesters waren ook zondige mensen en daarom moest er eerst een offer voor de priester worden gebracht.
5. Aaron was een zondige hogepriester, daarom moest hij voor zichzelf offeren, maar de Heere Jezus was in alles zonder zonde, anders kon Hij geen volkomen Zaligmaker zijn.
6. Als hij die schaal in het Heilige der heiligen neerzette, vervulde een rookwolk het vertrek. Er kwam als het ware een rookgordijn tussen de Heere en de hogepriester. De Heere is immers een heilig God, we kunnen God niet zien en leven. We kunnen alleen tot God naderen in grote eerbied en vrees. Zo spreekt de Bijbel van de HEERE als een 'verterend vuur'.
Aanwijzingen bij pagina 11
7. De ene bok werd geofferd op het brandofferaltaar en zijn bloed werd in het Heilige der heiligen op het verzoendeksel van de ark gesprengd. De andere bok werd beladen met de zonden van het volk de woestijn in gejaagd.
8. De hogepriester legt dan bij wijze van spreken de zonden van het hele volk op het dier. Zo heeft Christus ook de zonden van Zijn volk gedragen.
9. De bok die geslacht werd, wees op de verzoening die aangebracht zou worden door het offer van Christus. Het slachten en offeren van de bok ziet op het lijden en sterven van de Heere Jezus. De weggaande bok, die de woestijn in werd gestuurd, was een teken dat God de zonden werkelijk had vergeven. Hij had de zonde ook weggedaan. Die bok werd beladen met de zonden van Israël de woestijn in gejaagd. Zo wilde de Heere aan het volk duidelijk maken dat Hij de zonden heeft vergeven.
Aanwijzingen bij pagina 12
1. Het brood op het verbroken lichaam van de Heere Jezus en de wijn op Zijn vergoten bloed. Beide tekenen wijzen dus heen naar het lijden en sterven van Christus.
2. Aan het lijden en sterven van Christus en als het goed is zullen ze zich dat ook mogen toe-eigenen en zich verwonderen over het feit dat de Heere Jezus Zichzelf wilde overgeven in de dood om de straf te dragen voor zulke zondaars als zijn.
Extra informatie
Offeren is ook schenken. Elke zondag worden er collectes gehouden waarin we 'onze liefdegaven kunnen offeren', zoals dat heet. Maar wat geven jongeren aan zichzelf en wat geven jongeren aan de kerk? Daarom hieronder een overzicht van het NIBUD wat jongeren verdienen en wat ze waar aan geven.
Gemiddeld inkomen scholieren per maand:
Leeftijd Jongens € Meisjes € Totaal €
12 jaar 46 40 43
13 jaar 61 56 58
14 jaar 75 72 73
15 jaar 126 121 123
16 jaar 183 161 172
17 jaar 259 184 223
18 jaar 340 364 351
Totaal 122 105 113
Uitgaven, gemiddeld bedrag per maand:
Uitgavenpost € €
Kleding en schoenen 18,24 Cosmetica 3,49
Alcohol 12,47 Computer 3,22
Snoep 8,00 Brommer 2,02
Uitgaan (excl. Drinken) 5,50 Video 1,76
GSM 8,11 Tijdschriften 1,55
Snacks, patat e.d. 7,01 Openbaar vervoer 1,60
Frisdrank 5,63 Contributies 1,56
roken 5,50 Drugs 1,78
Cadeaus 5,58 Schoolart. en boeken 1,24
Cd's e.d. 5,23 Goede doelen 0,97
Overig 4,18 Verzekeringen 0,92
Hartige tussendoortjes 4,21 Gokken 0,79
Hobby's 3,76 Totaal uitgaven 115,00
Literatuurtips:
x Dr. R. van Kooten - Verzoend door Christus
x Dr. R. van Kooten - Meer kennis van Christus
x Ds. C. Harinck - De tabernakel
x Ds. C. Harinck - Ons avondmaalsformulier
x Ds. J. C. Weststrate - De Christus gepredikt
Lied
Zingen met jongeren is niet makkelijk, toch is het wel een goede verwerkingsvorm. Daarom dit Paaslied.
34 WIE HANGT ER ZO DEERLIJK GETEISTERD
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 februari 2003
Treffer | 20 Pagina's