Leven bij het altaar
Noach
Meer dan een jaar was Noach met zijn gezin in de ark geweest, Wekenlang was het water neergevallen. Hoe vreselijk was dat geweest! In een paar dagen was alles verwoest dat op aarde leefde. Als Noach aan die dagen terug dacht huiverde hij. Alle mensen en dieren die niet in de ark waren, waren verdronken. En hij, Noach, was gespaard. Niet verzwolgen door het woeste water. Niet omgekomen met al die mensen die zo goddeloos leefden, Waarom niet? "Maar Noach vond genade in de ogen des Heeren."(Genesis 6:8) Daarom alleen!
Nu was de aarde opgedroogd en hij mocht van de Heere de ark verlaten. Wat zou hij het eerst gaan doen? Een huis bouwen om in te wonen? Een akker omploegen, zodat hij tarwe kon gaan zaaien? Een wijngaard planten? Nee, Noach deed iets anders. Hij kon het maar niet begrijpen dat hij met zijn gezin nog leefde. Hij voelde dat hij net zo goddeloos was, als de mensen die waren omgekomen.
Hij riep zijn vrouw en kinderen. "Kom," zei hij, "we gaan de Heere offeren. Denk eens hoe alle mensen omgekomen zijn in de watervloed en wij zijn gespaard! Bedenk toch hoe goed de God voor ons is geweest. De dood verdiend en het leven gekregen!" "En Noach bouwde de HEERE een altaar; en hij nam van al het reine vee en van al het rein gevogelte en offerde brandoffers op dat altaar. En de Heere rook die lieflijke reuk..." (Genesis 8: 20-21)
Toen de rook van het altaar omhoog ging, keek Noach die na. En in zijn hart voelde hij de vrede met God. God was niet meer toornig op hem vanwege zijn zonden."God rook die liefelijke reuk..." God zag het offer aan. Want God zag in dit offer Zijn eigen Zoon. Eenmaal zou Hij komen en dan zou Hij die liefelijke reuk zijn voor God. Hij zou vervullen waar dit offer alleen maar heen kon wijzen.
Abraham
Wat had Abraham een moeilijke opdracht gekregen. De Heere had geboden: "Neem nu uw zoon, uw enige, die gij liefhebt, izak, en ga heen naar het land Moria, en offer hem aldaar tot een brandoffer, op één van de bergen dien Ik u zeggen zal." (Genesis 22: 2) Geloof maar dat het in Abrahams hart gestormd heeft. Moet hij Izak offeren, de beloofde zoon? De vragen stapelen zich op. Wil God een mensenoffer? En als Izak gedood moet worden, hoe kan God dan tegelijkertijd Peloven dat zijn zaad zal worden als de sterren aan de hemel? En hoe kan dan de Messias nog geboren worden uit zijn geslacht?
Abraham weet op al die vragen geen antwoord. Hij worstelt ermee in het gebed en overlegt Gods woord. En uiteindelijk komt Abraham bij God Zelf uit. "Door het geloof heeft Abraham (...) Izak geofferd, (...) overleggende dat God machtig was, hem ook uit de doden te verwekken.'"s Morgens vroeg staat hij op, neemt de spullen die hij nodig heeft mee en gaat op reis, met twee knechten en Izak. Na drie dagen komen ze bij de berg Moria. Weer klinkt Abrahams geloof door als hij tegen zijn knechten zegt: "Blijft hier met de ezel en als wij aangebeden zullen hebben, dan zullen wij hier terugkomen. Hij gelooft in wat hij zegt tegen Izak: "God zal Zichzelf een lam ten brandoffer voorzien, mijn zoon!"
Abraham hoeft zijn zoon Izak uiteindelijk toch niet te doden. Dan maar geen offer? Nee, dat is onmogelijk. De straf op de zonde is de dood. Er moet een lam zijn dat de straf op de zonde zal dragen. De beloofde zoon Izak hoeft niet geofferd te worden, maar dé beloofde Zoon van God zal wel geofferd worden. Eeuwen later heeft Hij op Golgotha Zijn leven gegeven en toen was er geen plaatsvervanger.
Vragen
1. Noachs eerste werk na de zondvloed was een offer brengen. In het leven van Abraham en Izak zie je dat ook terug, Wat valt je op aan de dingen die Abraham en Izak doen? Vergelijk de volgende teksten: Genesis 12: 8 Genesis 13: 3,4 Genesis 13: 18 Genesis 26: 24,25
2. Welke les kun je daar voor jezelf uit trekken?
3. Kun je zomaar overal gaan wonen waar je wilt?
Toen Napoleon zijn heerschappij wilde uitbreiden en Rusland wilde veroveren had hij veel jonge mannen nodig om zijn leger te versterken. Ook in Nederland werden veel jongens gedwongen om te dienen in het Franse leger. Wie rijk was, probeerde zijn zoon die tot de krijgsdienst was geroepen, vrij te kopen. Een andere (arme) jongen moest dan mee in zijn plaats. Een jongen kon alleen plaatsvervanger zijn, als hij zelf geen oproep had gekregen om naar Rusland te gaan.
Vragen
1. In welk opzicht lijkt Izak op de Heere Jezus?
2. En welk groot verschil zie je?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 februari 2003
Treffer | 20 Pagina's