AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK
3e jaargang 2002/2003, nummer 5
Verschijnt 8 keer per jaar
ISSN: 1568-8852
Treffer is bestemd voor leidinggevenden aan +12 en +14 groepen. Het geeft informatie voor het werken met het ledenblad Treffer.
In dit blad treft u aan:
- Aanwijzingen voor het gebruik van de Treffer 'Watersnoodramp 1953'
- Programmasuggesties
- Bijbelse vertelschets voor de +12 groepen
- Toelichtingen op de vragen
AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK
In deze vijfde Treffer van dit seizoen gaan we in op de Watersnoodramp 1953. Een herdenkingsnummer dus. Een ongekende ramp Trof Zuid-West Nederland in de nacht van 31 januari op 1 februari. 1835 mensen stierven de verdrinkingsdood. Het is goed om daar 50 jaar later nog eens bij stil te staan.
Bruikbare thema's zijn:
De watersnoodramp 1953 een jongere
Ben jij veilig? een jongere/leidinggevende
De verschillende werkvormen treft u aan op de volgende pagina's:
- Vragen voor de +14 groepen blz. 5
- Stellingen voor beide groepen blz. 7
- Vragen voor de +14 groepen blz. 8
- Vragen voor beide groepen blz. 9
- Vragen voor beide groepen blz. 10
- Bijbelstudie voor beide groepen blz. 11
- Puzzel voor de +12 groepen blz. 12
Zingen: Psalm 29:2, 3, 5; Psalm 34:4, 5, 6, 7, 9; Psalm 93; Psalm 66:1-6; Psalm 91; Psalm 104; Psalm 107:13-22 en Psalm 148 Lezen: Genesis 6, 7, 8 of gedeelten daaruit en Psalm 91
PROGRAMMASUGGESTIES
Doel van de schets
Het doel van de schets is tweeledig. Ik heb onder een aantal (Zeeuwse) jongeren nagevraagd wat men van de herdenking van de watersnoodramp vond. Daaruit bleek dat dit niet meer leeft onder de jongeren. Dit neemt niet weg dat er geen interesse voor is. Want het doel van deze schets is aan de ene kant herdenken. Ik heb eens een stelling gelezen waarop stond 'zonder het verleden, is er geen heden en is er geen toekomst'. Dus het verleden heeft de jongere wel degelijk iets te zeggen. Daarom is het zo belangrijk om het aan de andere kant ook over het heden te hebben. Spreek met de jongelui over de onzekerheid van het leven. Het lijkt soms wel alsof we in een maakbare samenleving zitten waarin we alles onder controle hebben. Toch laat de Heere, onder andere in de vorm van het water, nog steeds zien dat Hij regeert. Dat zien we ook wel aan de jongste overstromingen van de Maas. Het is onmisbaar dat jongeren, maar ook ouderen, een Schuilplaats hebben tegen de gevaren van deze wereld (psalm 91).
Idee voor +12 en +14 groepen, die samen vergaderen
Thema voor de avond: 'Watersnoodramp 1953'
- Opening
- Inleiding door jongere met een terugblik op 'de rampnacht', maar ook een koppeling naar het heden.
- Pauze
- Aan de hand van de vragen uit het ledenblad kun je met elkaar nadenken de watersnoodramp.
Idee voor de +14 groepen
Thema voor de avond: Heb jij een schuilplaats?
- Opening
- Groepsdiscussie aan de hand van de stelling: Als mijn huis in brand staat dan neem ik de volgende twee dingen mee...
- Inleiding door jongere of leidinggevende. Laat de jongeren daarin iets zien van de huidige leefwijze van ons. Bij de opening van de Pijlerdam stond op een groot spandoek: 'Zeeland is veilig'. Dat is menselijke veiligheid. Wijs de jongeren naar de échte veiligheid!
- Pauze
- Aan de hand van de Bijbelstudie of vragen uit de Treffer kan dit thema verwerkt worden.
Tips:
- Zijn er ouderen in de gemeente die 'de ramp' meegemaakt hebben? Een goede gelegenheid om ze uit te nodigen!
- In Daniël nummer 2 staan een aantal bruikbare verhalen voor op de verenigingsavond.
VERTELSCHETS VOOR DE +12
Hieronder volgt een verslag van de belevenissen van een gezin in de rampnacht van 1 februari 1953. Het speelt zich af in Kruiningen waar de dijk op drie plaatsen doorgebroken is. Door één van deze gaten is de veerboot landinwaarts gedreven en dobbert daar stuurloos rond. Het lijkt een symbool voor allen die na deze verschrikkelijke ervaring maandenlang ten prooi waren aan gevoelens van verdriet, machteloosheid en onzekerheid. Veel mensen werden in hun slaap verrast door het water en hadden geen tijd om te vluchten. Ook waren er mensen die niet weg wilden uit hun huis omdat ze dachten dat het wel mee zou vallen; toen ze toch wilden vluchten was het te laat... enkelen dachten zich zwemmend in veiligheid te kunnen stellen... helaas, wat is een nietig mensenkind tegenover zo'n watervloed? In Kruiningen zijn 62 mensen verdronken. Na 2 dagen kwam de evacuatie op gang. In de omliggende plaatsen boden vele mensen deze ontheemden een gastvrij onderdak, totdat ze na ruim 9 maanden weer terug konden, of zich ergens anders gingen vestigen.
Een bange nacht 1 februari 1953
Het is zaterdagmiddag 31 januari ongeveer vier uur. Er zijn veel mensen naar de zeedijk gegaan, want er werd verteld dat het erg hoog water was. Overal staan groepjes mensen te praten met ernstige gezichten, want het water dat eigenlijk laag moet zijn om deze tijd staat nu tegen de rij palen die onderaan de dijk staan. De wind zweept de golven hoog op. Met witte schuimkoppen rollen zij met een geweldig geraas tegen de voet van de dijk aan. Tussen die groepjes mensen staat ook een vrouw met twee meisjes. Ze zijn naar de dijk gegaan omdat ze hoog water zo mooi vinden. Dat doen ze wel vaker als het hard waait, samen met hun vader en hun broertje. Het is een machtig gezicht als die rollende golven stuk slaan op de glooiing. Maar nu is het toch anders. Het is om bang van te worden; de zee is een kolkende grauwe watermassa, die steeds hoger en hoger komt. De veerboot kan zelfs niet meer aan de steiger aanleggen, want het water stroomt al over het havenplateau. Het wordt door de dichtgeschoven vloeddeuren nog tegengehouden, "laten we maar naar huis gaan", zeggen de kinderen tegen hun moeder, we zijn zo bang.
Als het avond geworden is en ze allemaal gezellig bij de warme kachel zitten, denken ze eigenlijk niet meer zo aan het gevaar waarin ze zich wel eens kunnen bevinden. De kinderen mogen wat langer opblijven, want oma is op bezoek. Maar als de kinderen eenmaal op bed liggen en oma weer naar huis wil gaan, is de storm zo hevig geworden, dat ze met een taxi naar huis gebracht moet worden. Vader en moeder ruimen de boel nog wat op en gaan dan ook naar bed. Morgen is het zondag en dan worden ze 's morgens om 8 uur meestal wakker door het luiden van de kerkklokken.
Midden in de nacht schrikt moeder wakker. Wat is dat voor een geluid waar ze wakker van geworden is? O, ze weet het al... Ondanks de bulderende wind hoort ze nu dat de klok luidt. Zou het al 8 uur zijn? Maar dat kan haast niet, het is nog zo donker! Een blik op de wekker vertelt haar dat het nog geen 3 uur is! Ze schrikt... en opeens dringt het tot haar door: dat is voor de dijk... dat gaat niet goed! Snel maakt ze haar man wakker: "hoor eens de klok blijft maar luiden, de dijk is vast doorgebroken!" Haastig kleden ze zich aan, maken ook de kinderen wakker, want ze willen buiten gaan kijken wat er precies aan de hand is. Op straat staan verschillende mensen met elkaar te praten. Luister eens, wat is dat voor geroep? De dorpsomroeper komt door de straat gereden en probeert boven het geraas van de wind uit zijn boodschap aan de mensen te brengen "wakker worden... opstaan... water in de polder!" Water in de polder, zou het dan misschien nog meevallen? Vader, die dijkwerker is, maakt meteen een plan om te gaan helpen. Misschien dat er met zandzakken nog wat te redden valt. Ook de andere mannen gaan mee, niet vermoedend dat het al te laat is... Nu staan er alleen nog vrouwen en kinderen kleumend bij elkaar in het donker. Net wil moeder met de kinderen naar binnen gaan om koffie te zetten of ze horen de mannen weer terug komen rennen, op de voet gevolgd door het aanrollende water. Gejaagd vertellen ze: "de dijk is op wel drie plaatsen doorgebroken; het water is niet meer tegen te houden." Nog blijven ze staan, totdat ze met schrik zien dat het water al om hun voeten spoelt. "Vlug allemaal naar binnen", ledereen vlucht zijn huis in. Als moeder langs het huis van de buren loopt, bedenkt ze opeens dat ze die nog niet gezien of gehoord heeft. Zouden ze nog slapen? Er brandt ook geen licht. Ja, hoor die slapen overal doorheen. Hard bonst moeder op de ramen en eindelijk worden ze wakker. Het water stroomde toen de huizen al binnen. Enkele buurtbewoners gingen er vandoor naar een hoger gelegen gedeelte van het dorp: ze dachten dat het daar veiliger zou zijn. Moeder zegt: "laten we maar hier blijven, we kunnen altijd nog naar boven gaan als het nodig is." En het is nodig! Onvoorstelbaar vlug komt het water nu steeds hoger in de kamer te staan. De kinderen zijn al naar boven gevlucht en zitten bovenaan de trap alles angstig aan te zien. Vader en moeder proberen nog wat huisraad te redden, maar ze staan al snel tot boven hun knieën in het ijskoude water, dus moeten ze ook naar de zolder. Steeds hoger stijgt het water. In de kamer beneden horen ze van alles vallen en stuk slaan: de koffiepot, die geen dienst meer deed en de kastplanken met serviesgoed komen één voor één naar beneden. De stoelen drijven rond en botsen overal tegen aan. Op het moment dat het water halverwege de trap staat denken vader en moeder dat het nu toch wel op z'n hoogst gekomen is. Maar nee... nog hoger komt het water. De kinderen worden steeds banger. Het oudste meisje zegt: "laten we maar gaan slapen, dan merken we het niet als we verdrinken." Maar vader zegt: "laten we proberen te bidden en vragen of de Heere ons bewaren wil." Allen gaan op de knieën en zo klinkt er vanaf de zolder een bange schreeuw om redding, omhoog. Ondertussen is het water zo ver gestegen, dat het nog maar één traptrede van de zolder afstaat. Vader zegt: "we moeten proberen om een gat in het dak te maken, zodat we naar buiten kunnen als het nodig is." Met z'n blote handen en met ongekende kracht maakt hij een gat wat groot genoeg is om er doorheen te kunnen. Maar dat is voorlopig nog niet nodig, want als ze weer bij de trap gaan kijken, zien ze dat het water niet hoger gekomen is! Wat zijn ze na die lange spanning nu blij! Zullen ze dan toch nog gered worden? Nu het licht geworden is, kijken ze om de beurt door het dakraam. Wat een vreselijk schouwspel... Van alle kanten dringt het hulpgeroep van mensen tot hen door; mensen die in doodsnood verkeren. Ook koeien en varkens schreeuwen hun nood uit, totdat het stil wordt... Later zien ze hen drijven: paarden, varkens, kippen... allerlei huisraad, houten schuurtjes enzovoorts. Kijk, zien ze daar werkelijk een bootje aankomen? Gespannen kijken ze toe, maar iedere keer vaart het bootje hen voorbij, om mensen te redden uit nog ergere situaties. Na nog een paar uur zien ze dat het water eindelijk zelfs iets gezakt is. Er komen ook wat meer tekenen van leven in de buurt. Over en weer wordt er geroepen: "Hoe is het met jullie? Alles goed?" De buren twee huizen verder die ook een gat in het dak hebben gemaakt, roepen dat ze maar naar hen moeten komen: ze hebben nog wat te eten. Toen zijn vader, moeder en de kinderen toch nog door het gat het dak opgegaan. Op handen en voeten kruipen ze naar het vluchtgat van de buren en worden daar naar binnen gesjord. De buren hebben een witte vlag uit het raam gehangen als teken dat er hulp nodig is. Na uren wachten komt er eindelijk een bootje hun kant op.
Het stormt nog onverminderd en inmiddels is het ook gaan sneeuwen, wat alles nog onwezenlijker maakt. Maar het water blijft zakken al gaat het erg langzaam. Er staat nu nog ongeveer 1 meter water; de mannen proberen met de boot zo dicht mogelijk bij de deur te komen. Dan stappen ze door het water naar binnen en dragen eerst de kinderen en daarna de vrouwen in de boot. De mannen mogen niet mee die moeten maar lopend achteraan komen. Tot hun middel in het water zoeken ze voorzichtig hun weg. De moeders met de kinderen maken spannende ogenblikken mee. Steeds botst er iets tegen de boot of is de stroming zo sterk dat er een andere richting genomen moet worden. In de hoger gelegen dorpskern zien ze vader weer terug. Ze gaan nu op zoek naar de familie. Daar hoort vader dat er drie familieleden van hem verdronken zijn. Wat een ontreddering aan alle kanten. En ook een schrik als ze zien dat het water alweer gaat stijgen. In de grote huizen rondom het marktplein wordt een veilig heenkomen gezocht. Op de zolderkamer van een vreemd huis maken vader en moeder en de kinderen nog een spannende nacht mee. Weer tellen ze de traptreden! Al hoger stijgt het water! Nog één meter hoger dan de eerste nacht. Maar ook in dit huis komt het niet verder dan de bovenste traptreden. Als 's maandags bij laag tij de evacuatie op gang komt, hoort men bij stukjes en beetjes hoe erg het is. Grote verslagenheid heerste er toen het tot de mensen doordrong welke omvang de ramp had. Hele gezinnen waren verdronken en ook heel veel dieren, waarvan de kadavers overal verspreid lagen. Ontelbare huizen werden verwoest, alle huisraad was verloren, maar... deze vader en moeder met hun drie kinderen bleven gespaard!
TOELICHTINGEN OP DE VRAGEN
Aanwijzingen bij pagina 5
1. Hieruit blijkt dat de mensen niet alleen uitwendige zonden deden, maar dat het kwaad diep in hun harten zat, ze waren er als het ware mee doortrokken. De kanttekeningen wijzen hier ook op de erfzonde en haar vrucht. De mensen waren zo zondig en slecht dat er, bij wijze van spreken, geen hoop op bekering was.
2. Nee, God kan niet ergens berouw over hebben. Er wordt hier op een menselijke wijze van God gesproken, opdat wij mensen het beter zouden begrijpen. God neemt onze menselijke eigenschappen aan, om krachtiger in onze harten door te dringen en zo de lust tot zondigen te doden.
3. Dat het geslacht van Seth, zich vermengden met de goddeloze wereld. Dat Gods genade veracht werd en op de waarschuwende stem van God, door middel van Noach, geen acht geslagen werd. Ook wij leven in een zondige wereld, waarin de vermenging van kerk en wereld steeds meer plaats vindt. Toch horen ook wij keer op keer een waarschuwende stem. De oproep tot bekering horen we iedere zondag. En wat doen wij ermee? Zijn wij net als de mensen in de dagen van Noach? De volgende teksten kunnen bij dit antwoord gebruikt worden: Romeinen 12:2, Jakobus 1:27, Jakobus 4:4b en 1 Johannes 2: 15-17.
4. a. Hier worden alledaagse bezigheden genoemd.
b. Op zich allemaal verantwoorde dingen. Maar zij zorgden nergens anders voor dan voor de lichamelijke en tijdelijke aardse zaken, zonder te letten op de waarschuwing die Mozes hen gegeven had.
c. De Heere had de nakomelingen van Seth apart gezet. Het hele menselijke geslacht was geschapen tot eer van God en daarom hoorde de ware godsdienst overal te heersen. Maar door de zonde heeft de mens God en zijn dienst veracht. En toch had God door bijzondere genade nog een volk tot Zijn eigendom verkoren, en dat volk moest afgezonderd blijven van de anderen.
5. We leven wel in deze wereld maar we moeten niet van deze wereld zijn. Omgaan met onkerkelijke mensen kan en mag, als we maar leven zoals God dat van ons vraagt, als we maar niet mee gaan doen met de dingen van deze wereld. Dat kan alleen als we dicht bij de Heere leven, in afhankelijkheid van Hem. Als het goed is zijn we een lichtend licht en een zoutend zout in deze wereld.
6. De regenboog heeft de Heere gegeven als teken van Zijn trouw. De Heere belooft in Genesis 9 aan Noach dat Hij de wereld nooit meer helemaal zal verderven, maar dat Hij alles in Zijn hand heeft en zal regeren. De regenboog komen we ook tegen in de andere genoemde teksten, als teken van Gods trouw, maar dan in de genade. Door de Heere Jezus is God getrouw aan Zijn genadeverbond.
7. Hier vergelijkt de Heere Zijn verbond met Noach, met Zijn belofte aan Zijn kinderen. Hij zal niet meer op Zijn kinderen toornen en schelden, dat ligt vast in Hem. Hier wordt gesproken over het verbond der genade Gods over Zijn gemeente. Welke stormen en watervloeden van vervolging of andere zwarigheden hier in deze onstuimige wereld hen overkomen, Hij zal hen niet verlaten of begeven.
8. In het sacrament van de Heilige Doop is het water een teken van het bloed van Christus, wat Hij gestort heeft om Zijn kinderen te verlossen van de toorn en de straf van God, die ze rechtvaardig verdient hebben, net als de mensen in de tijd van Noach. We zien dat ook in het dankgebed van het doopformulier.
Aanwijzingen bij pagina 7
1. Het is waar dat er na de ramp een enorme vooruitgang is gezien wat betreft het economische leven. Voor de ramp leefden sommige in erg sobere huizen, zonder voorzieningen. Ook in de landbouw heeft er een enorme modernisering plaats gehad.Maar ondanks deze uiterlijke dingen is er vooral veel emotionele schade aangericht.leder mens is gehecht aan zijn eigen spulletjes, daar zit emotionele waarde aan. En hoeveel mensen zijn er niet die geliefden moesten missen, die hen door de dood ontvallen waren?
2. Hoewel Nederland goed beschermd is door dijken en dammen, hebben we ook gezien dat het gevaar ook van en andere kant kan komen, denk maar aan de rivieren die overstroomden of de dijken die dreigden te breken. Ook in andere delen van Europa hebben we in de zomer van 2002 gezien dat de mens het water niet de baas kan.
3. Het is moeilijk om van te voren te zeggen hoe het bij een ramp zal zijn. We denken wel dat we tegenwoordig beter beschermd zijn en alles meer in de hand hebben, maar iedere keer als er ergens een ramp plaats vind zijn er vaak toch onvoorziene omstandigheden waar men niet op voorbereid blijkt te zijn. Nu, anno 2002/2003, is men in Zeeland een onderzoek aan het doen, wat er zou gebeuren als de dijken zouden breken; waar er een vloedgolf zou kunnen komen en waar de mensen dan naar geëvacueerd zouden moeten worden. Hieruit blijkt dat, hoewel men zegt dat de dijken sterk genoeg zijn, men zo'n watersnoodramp niet helemaal uit kan sluiten.
Aanwijzingen bij pagina 8
1. a. Deze zondag is tot troost van Gods kinderen, want het gaat over de vaderhand van God.
b. Ais je mag weten dat God ook jouw leven leidt geeft dit rust in dit onrustige leven. Om in afhankelijkheid te leven, wetend dat de Heere het altijd goed doet. Hoewel dat voor ons niet altijd zichtbaar is of te begrijpen. God staat overal boven, en de mensen kunnen in hun doen en iaten niet verder gaan dan Hij ze laat gaan. Om hier de ware troost uit te kunnen krijgen is wel het ware geloof nodig: Dat God in Christus onze eeuwige vader is.
c. Niet de mens regeert, maar God. De mens is nietig, ondanks al zijn kunnen, maar God is almachtig. Denk bijvoorbeeld aan de boeren, hoe afhankelijk die zijn van het weer, om de oogst goed binnen te kunnen halen.
d. Ook hier is de troost voor Gods kinderen. De wetenschap, dat zonder de wil van mijn hemelse Vader geen haar van mijn hoofd vallen zal, vloeit voort uit het eigendom zijn van Christus, doordat Hij mijn zonden volkomen betaald heeft met Zijn bloed. Dat is het belangrijkste om te weten en dan volgt het andere. Dat wil niet zeggen dat Gods kinderen nooit bang zijn of zorgen hebben, maar als ze door het geloof op God mogen zien, is er een overgave aan Hem.
2. De diepste oorzaak ligt in het paradijs, bij de zondeval. Voor de val was de natuur liefelijk en alles zeer goed. De mens is er dus zelf de oorzaak van dat de natuur soms bedreigend is.
3. In Markus 4:35-41 lezen we dat de Heere Jezus macht heeft over de wind en de golven. We lezen deze geschiedenis ook in Mattheüs 8 en Lukas 8.
Aanwijzingen bij pagina 9
Vraag 1, 2 en 3
Deze vragen zijn heel persoonlijk en zal ieder op zijn manier beantwoorden. De eerste vraag kan ook creatief verwerkt worden: op een groot blad, al dan niet in de vorm van een koffer of tas, schrijven of tekenen de jongeren de spullen die ze zouden meenemen.
Vraag 4 en 5
In Genesis 19:26 lezen we over de vrouw van Lot, die vast zat aan haar aardse bezittingen en daarom het liefdebevel van de Heere niet gehoorzaamde, dat was een grote zonde. Ook tot ons komt de Heere met het bevel: Zoekt eerst het koninkrijk van God, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden. God moet in ons leven op de eerste plaats staan, als dat zo is zullen we, als het goed is, niet zo vast zitten aan onze aardse goederen. In Lukas 17:32 worden we hieraan herinnerd door de Heere, om ook deze roepstem niet naast ons neer te leggen.
Aanwijzingen bij pagina 10
1. Deze uitspraak laat de hoogmoed van de mens zien, die denkt dat hijzelf alles in handen heeft.
2. a. Er zijn allerlei rampen, ongelukken of ziekten die een gevaar voor de mens kunnen zijn.
b. Tegen ziekten door inenten of zo gezond mogelijk te leven, het gebruiken van gezonde voeding of voeding met toegevoegde vitamines enzovoorts. Door kleding bescherm je je tegen kou en/of kouvatten. Tegenwoordig kan men verzekeringen afsluiten om elk financieel risico uit te sluiten.
3. De mens mag en moet zich beschermen, vooral tegen de invloeden van de zonde. Als beelddrager van God, en het lichaam als tempel van de Heilige Geest, moet ons leven zijn tot eer van God.
4. Verantwoord zijn de dingen die niet ingaan tegen Gods wil en wet. Hoewel dat niet bij alle dingen zo duidelijk ligt. leder mens heeft zijn eigen verantwoordelijkheid tegenover de Heere. Denk b.v. aan inenten, verzekeren. Maar alles wat men doet, niet in het geloof, is zonde, dus niet geoorloofd. In de Bijbel lezen we van Nehemia (Nehemia 4) dat hij een leger vormde van mannen met zwaarden, spiesen en bogen gewapend, om de stad te bewaken en de vijanden te weren. Hierbij vertrouwde hij op God, want hij zegt in vers 20:" onze God zal voor ons strijden." We lezen echter ook van Ezra (Ezra 8:21-36), die het niet durfde om een leger te vragen om bescherming, maar alleen met God wilde gaan. Beiden vertrouwden ze op Gods hulp, de een met en de ander zonder leger.
5. Door de torenbouw in Babel wilde men voorkomen dat men elkaar kwijt raakte. Dit ging tegen de opdracht van God in. David werd beschermd door het harnas en de wapens van Saul, op zich geen verkeerde bescherming, maar hij moest ze niet en ging in de mogendheid van God, vertrouwend in het geloof. Rondom steden bouwde men muren ter bescherming van indringers en vijanden. Rondom wijngaarden had men ook muurtjes gebouwd om te voorkomen dat dieren zich te goed deden aan de oogst.
Aanwijzingen bij pagina 11
1. Bedoeld wordt, dat we onder de bescherming van God zijn. Zoals we lezen in Numeri 14:9 "De Heere is met ons, vreest niet. Dat wil volgens de kanttekeningen zeggen dat de Heere met ons is met Zijn Vaderlijke gunst, vlijtige voorzienigheid en krachtige bijstand.
2. Degene die een leven leiden in gemeenschap met God zijn voortdurend veilig, de mens die door het geloof God tot zijn hoeder kiest zal in Hem alles vinden wat hij nodig heeft. God stelt Zich tussen hen en alles wat hen zou kunnen schaden.
3. Het is niet zo dat hier op de zondige wereld, waarin toch Gods kinderen leven, hen geen ramp of leed of verdriet of pijn zal overkomen. Zo zullen ze het zelf ook ervaren. En toch lezen we in vers 10; U zal geen kwaad wedervaren. Alles wat Gods kind in dit leven overkomt, geeft God uit liefde en zal tot hun welzijn zijn. Hoewel Gods kind het niet ervaart ais een zaak van vreugde, maar van droefheid, zal er achteraf toch gezien worden dat de Heere zijn leven leidde, tot zijn welzijn en tot eer van God.
4. Het grootste gevaar is: om onbekeerd te leven en zo ook te moeten sterven. Zo wordt in Spreuken 23:34 gesproken over het slapen in het opperste van de mast, dat is erg gevaarlijk. Zo is ook ons leven in groot gevaar. Ook een groot gevaar en de grootste vijand is de duivel en zijn boze engelen, die alles doen om de mens bij God vandaan te houden. Die niet wil dat er iemand zalig wordt en God de eer krijgt in ons leven.
5. Dingen die ons kunnen schaden en hinderen: in dit leven: ziekte, rampen, verdriet, pijn, teleurstellingen. Voor de eeuwigheid: de zonde, de wereld en ons eigen IK, daar hebben we een leven lang mee te strijden.
6. Hier wordt gesproken over de Messias, de Heere Jezus Christus, Die de enige Toevlucht is voor alle uitverkorenen. In Mattheus 11:28 zegt Hij zelf:"Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven." Dat geldt voor de eeuwige zaken, maar ook voor dit tijdelijke leven.
Boekenlijst:
x A. Duyster Karel redt zijn moeder - Gebr. Koster-Barneveld
x Rik Valkenburg In het woedend golfgeklots - Kool B.V.-Veenendaal
x Rik Valkenburg Toen 't schuimend zeenat hevig bruiste - J.P.van den Tol- Dordrecht
x Rik Valkenburg idem deel 2 - Den Hertog B.V. Houten
x Rik Valkenburg Toen het water hen verdreef - herdenkingseditie - De Banier- Utrecht
x Ds. D.J.Budding Ik zal wedergeven
x C. Slager De Ramp, een reconstructie.
Museum Watersnood 1953, Weg van de Buitenlandse Pers 5, 4305 RJ Ouwerkerk, 0111-644382. Een bezoek is de moeite waard!
Als je de beschikking over RD-net hebt, kun je daar een dossier over de Watersnoodramp vinden.
Aanwijzingen bij pagina 12
Oplossing van de puzzel:
Welke berijmde psalm begint met deze regel?
Psalm 93. Het is mooi om de avond met deze psalm te eindigen.
Lijst van slachtoffers die omgekomen zijn bij de Watersnoodramp in 1953
Provincie regio Totaal Vermist Totaal Geborgen Totaal
Zeeland Schouwen-Duiveland 46 200 246
Zuid-Beveland 12 84 96
Noord-Beveland 1 49 50
Vlaanderen 11 11
Walcheren 5 5
Tholen 2 2
St. Philipsland 10 10
Noord-Brabant 1 246 247
Noord-Holland 7 7
Zuid-Holland Flakkee 5 180 185
Rest Zuid-Holland 1 186 187
Bijzonderheden Nieuwerkerk 72 216 288
Oude Tonqe 14 291 305
Stavenisse 156
Totaal (getroffen gebieden) 152 1643 1795
Totaal (incl. de later overledenen 152 1683 1835
Bron: Rode Kruis
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 2003
Treffer | 20 Pagina's