Gastvrijheid
Abraham, de gastheer
De zon brandt verschroeiend boven de hoofden van de mannen als ze voor de tent van Abraham staan. Abraham, de man met wie God een verbond gesloten had: "Ik zal uw God zijn en de God van uw nakomelingen". Abraham veert op.
Misschien willen de mannen bij hem rusten en wat eten. Hij loopt hen tegemoet, buigt zich voor hen neer en smeekt hen of ze zijn woning toch niet voorbij willen gaan en hij vraagt of hij hun gastheer mag zijn.
Zo gebeurt het dat Abrahams knechten water aandragen om de voeten van de gasten te wassen. Terwijl de mannen in de schaduw rusten, wordt er rond de tent met grote haast gewerkt aan een maaltijd. Er wordt brood gebakken. Abraham zoekt een goed kalf uit de kudde en laat het slachten en klaarmaken. Er wordt melk gebracht en enige tijd later doen de gasten zich te goed aan een rijke maaltijd. Abraham kijkt toe. Dankbaar dat hij dit heeft mogen doen. En zijn God zegent hem ervoor.
Hemelse gasten
Want hoor! Abraham heeft, zonder dat hij het weet, de Heere Zelf en twee van Zijn engelen gastvrij onthaald. En waar de Heere zó ontvangen wordt, daar komt Hij met Zijn zegen.
In bovenstaand kader kun je lezen hoe de apostel Paulus deze geschiedenis aanhaalt. Abraham wist niet dat het de Heere was, Die hij herbergde. Zo zien we hoe belangrijk het is om gastvrij ten opzichte van onze naasten te zijn. En de Heere wil het zegenen. Want zou Abraham die zegenrijke woorden opnieuw gehoord hebben, als hij de mannen niet had gevraagd om bij hem te komen? "Abraham, als Ik terug kom, zal Sara een zoon hebben."
Gastvrije liefde
Als je in Abrahams ogen kon kijken, dan zou je er de liefde in zien branden. Liefde voor zijn Heere, En daarom ook: liefde voor die vreemdelingen, "Ik was een vreemdeling en gij hebt Mij geherbergd," Zonder dat hij het wist was de Heere Zelf een van die drie mannen. Abraham zou erfgenaam worden van Kanaan. En de Zoon die uit Abrahams nageslacht geboren zou worden, staat aan de poort van het hemelse Kanaan, En roept het Abraham toe: "Komt gij gezegende Mijns Vaders, beërft het Koninkrijk."
Er zijn zo veel vreemdelingen die ons pad kruisen. Er zijn genoeg gelegenheden waarbij we herbergzaam kunnen zijn. Wat een zegen als je oog hebt voor vreemdelingen, hen gedenkt in je gebed en met een beker koud water hun dorst lest, zodat straks ook van jou gezegd kan worden: zoveel je dit één van deze Mijn minste broeders gedaan hebt, zo heb je dat Mij gedaan.
Heb je weer lekker wat te roddelen als je uit de kerk komt.... .. .of doe je ze misschien plezier met een bak koffie bij jullie thuis?
"Vergeet de herbergzaamheid niet; want hierdoor hebben sommigen onwetend engelen geherbergd." (Hebreeën 13:2)
Abraham: Want Ik heb u gesteld tot een vader van menigten der volken.
"Zit ik zondag voor de dienst in de kerk, lees ik alvast wat op het bord staat aangegeven, en daar komen de jongens van Ontmoeting voor me langs schuiven. Ze vallen gelijk op: spijkerjack, oorbelletje, blote armen met allerlei tatoeages... En toch in de kerk. Een dubbel gevoel maakt zich van me meester." (Uit: nieuwsbrief van de stichting Ontmoeting)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 2002
Treffer | 20 Pagina's