JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK

20 minuten leestijd

3e jaargang 2002/2003, nummer 4
Verschijnt 8 keer per jaar
ISSN: 1568-8852

Treffer is bestemd voor leidinggevenden aan +12 en +14 groepen. Het geeft informatie voor het werken met het ledenblad Treffer.

In dit blad treft u aan:
- Aanwijzingen voor het gebruik van de Treffer 'Ik was een vreemdeling...'
- Programmasuggesties
- Bijbelse vertelschets voor de +12 groepen
- Toelichtingen op de vragen

AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK

Deze vierde Treffer van het seizoen 2002/2003 gaat over 'vreemdelingen' en verschijnt in de serie werkschetsen voor -16. Zowel de +12 als de +14 doelgroepen kunnen met deze Treffer aan de slag. Gezien het niveau van de afgelopen Treffers, is deze Treffer zeker geschikt voor de +12 doelgroep. In deze Treffer zien we een dubbele betekenis van het woord vreemdeling. Enerzijds de vreemdelingen die we in Nederland buitenlanders noemen en anderzijds het geestelijke vreemdelingschap van Gods volk op deze aarde. Beide thema's verdienen de aandacht van onze jongeren. Zeker gezien het taalgebruik over buitenlanders, maar ook de noodzaak van het geestelijk vreemdelingschap. En zo komen deze beide betekenissen van dit woord weer bij elkaar. Er liggen ook zoveel herkenningspunten tussen vreemdelingen in Nederland en de 'geestelijke vreemdelingen'.

Het zal in dit leidingblad soms lijken alsof we onze jongeren voortdurend afschilderen als racisten. Het spreekt voor zich dat dit niet het geval is. Er zijn gelukkig genoeg jongeren die werkelijk geïnteresseerd zijn in andere culturen. Toch moeten we waakzaam zijn dat het taalgebruik over buitenlandse mensen niet verruwt. Wees daar duidelijk in ook op de avond zelf. Termen als 'zwarten en ...Marokkanen, mogen we niet tolereren.

Betrek bij dit thema ook de jongeren. Laat ze bijvoorbeeld zelf een inleiding maken.

Bruikbare thema's zijn:
- Ben jij gastvrij? een jongere
- Jij een vreemdeling? een leidinggevende
- Vreemdelingen in de Bijbel een jongere

De verschillende werkvormen treft u aan op de volgende pagina's:

- Vragen voor beide groepen blz. 6 en 7
- Bijbelstudie voor beide groepen blz. 8 en 9
- Vragen voor beide groepen blz. 11

Zingen: Psalm 39:8, 87: 3 en 4, 119:10, 133:1 en 3 en 'Eens was ik een vreemd'ling' (zie achterzijde leidingblad).

Lezen: Exodus 22:21-27, Mattheüs 25:31-46.

PROGRAMMASUGGESTIES

Doel van de schets
Het doel van de schets is om met jongeren in gesprek te gaan over het 'vreemdeling zijn'. Zoals al eerder aangehaald is, kun je twee kanten op met dit thema. Als het gaat om buitenlandse vreemdelingen, dan is het goed om de vooroordelen uit de weg te ruimen en nu eens heel eerlijk te kijken wat onze (christelijke) taak is ten aanzien van deze mensen. De Bijbel geeft hier hele concrete aanwijzingen voor, zoals we dat zien in Mattheüs 25: 34-40, waar de Heere Jezus zegt: "Ik was een vreemdeling, en gij hebt mij geherbergd". Aan de andere kant wordt het ook heel persoonlijk, als het gaat om vreemdelingschap op de aarde. In Hebreeën 11:13lezen we: "...en hebben beleden dat, zij gasten en vreemdelingen op de aarde waren. "Wel in de wereld, niet van de wereld. Is het aan ons te zien dat we vreemdelingen zijn? Hebben we hier stenen huizen of reizen we in tenten? Laat de jongeren maar heel eerlijk en kritisch naar zichzelf kijken en de balans opmaken.

Idee voor +12 en +14 groepen, die samen vergaderen
Thema voor de avond: "Ik was een vreemdeling..."
- Opening
- Begin de avond met een groepsdiscussie en probeer helder te krijgen hoe de jongeren tegenover de zorg voor vreemdelingen staan
- Inleiding door een leidinggevende (probeer de informatie die je uit de groepsdiscussie gekregen hebt, te verwerken in de inleiding)
- Pauze
- Maak in groepjes de Bijbelstudie die je vind op pagina 8 en 9 van de Treffer. Het is een goede gelegenheid om met de jongeren bezig te zijn rond het Woord van God.

Idee voor +12 groepen
Thema voor de avond: "Wat is een vreemdeling?"
- Opening
- Inleiding door leidinggevende
- Maak in groepjes de vragen op pagina 8 en 9 van de Treffer. Hier kunnen ook de vragen op pagina 11 bij betrokken worden.
- Pauze
- Handenarbeid
- Sluiting door iemand van de leiding

Idee voor +14 groepen
Thema voor de avond: "Ben jij gastvrij?"
- Opening
- Begin de avond met een stellingdiscussie (bladzijde 3.4 van de Ideeënmap). Gebruik daarvoor bijvoorbeeld de volgende stelling: "Ik ben (mede)verantwoordelijk voor de opvang van asielzoekers".
- Inleiding door een jongere
- Pauze
- Bespreek in groepjes de gespreksvragen (bladzijde 3.2 van de Ideeënmap) op pagina 11 en ga daarbij opzoek naar de dingen die een jongere zelf kan doen voor asielzoekers.
- Sluit als leidinggevende plenair af. En maak daarbij de koppeling tussen geestelijke vreemdelingen en vreemdelingen in Nederland.

Tip: misschien is het mogelijk een asielzoeker uit te nodigen.

Zie voor andere verwerkingsvormen de map "Ideeënmap +12/+14".

BIJBELSE VERTELSCHETS VOOR DE +12

Vergeet de herbergzaamheid niet...

Het is warm. De zon staat hoog aan de strakblauwe hemel. Er is geen zuchtje wind. Alle mensen en dieren houden zich stil. Het is immers veel te warm om iets te doen. Abraham heeft een plekje in de schaduw opgezocht. Hij zit in de ingang van zijn tent. Zo kan hij mooi alles overzien. Peinzend staart hij in de verte... Zo heeft hij al meer gezeten. Alleen toen was het avond. Wat was hij bang en moedeloos geweest! God had hem toch een zoon beloofd? Hij was al vijfentachtig jaar. Sara was ook al oud. Maar de Heere kende zijn hart en Hij had Abraham laten zien dat hij nog rijker zou worden dan hij al was. Hij zou een zoon krijgen en zijn volk zou groot worden. Zo veel als er sterren aan de hemel waren. Niet te tellen. O, hoe vaak kijkt hij 's avonds even naar de lucht en dan gelooft hij...vertrouwt hij...op God.

Abraham houdt zijn hand boven zijn ogen. Ziet hij het goed? Daar komen opeens mensen aangelopen. Reizigers in deze warmte, midden op de dag? Hij kent ze niet. Het zijn vreemdelingen. Ze zullen wel moe en dorstig zijn. Snel staat hij op en loopt op hen toe. Hij zwaait met zijn hand. Drie vreemde mannen komen zijn kant op. Abraham buigt zich om hen te begroeten en hij zegt: "Mannen, wilt u voordat u verder gaat, hier onder deze boom even rusten? U bent vast moe en hongerig van een lange reis en het warme weer. Uw voeten zijn stoffig en vuil geworden. Ik zal ze laten wassen. Ook zal ik brood en water laten halen." De mannen luisteren naar Abraham en ze gaan in de schaduw van de boom zitten. Abraham loopt ondertussen naar de tent van Sara. "Vlug, Sara", zegt hij, "Er zijn gasten gekomen. We moeten goed voor hen zorgen. Neem wat meel en bak er wat koeken van". Dan snelt Abraham de tent uit. Hij roept twee knechten bij zich. "Jij moet met water de voeten van onze gasten gaan wassen en geef ze gelijk wat te drinken". Snel gaat de knecht aan zijn werk. Tegen de ander knecht zegt Abraham: "Kom mee, naar de kudde met runderen". Abraham zoekt een mooi kalf uit. "Slacht het en maak het klaar". Ook deze knecht gaat snel doen wat Abraham bevolen heeft, ledereen is ineens druk in de weer, om het de vreemde mensen naar de zin te maken. Er wordt een heerlijke maaltijd klaargemaakt. Abraham kijkt toe als ze eten en hij wacht stil tot ze klaar zijn. Hij weet niet eens wie die vreemdelingen zijn. Dan vragen ze aan hem:"Waar is Sara, uw vrouw?" Abraham kijkt verwonderd op. Hoe weten ze nu dat zijn vrouw Sara heet? Beleefd antwoordt hij: "Ze is in haar tent". Eén van de mannen zegt: "Over een jaar zal de belofte vervuld zijn; dan zal Sara een zoon hebben..." Abraham begrijpt het. Het zijn geen vreemdelingen die hij te gast heeft. Het is de Heere zelf met twee engelen. Opnieuw komt God op Zijn belofte terug. Wat een zegen voor Abraham. En ook voor Sara...

"Ze is in haar tent", had Abraham gezegd. Ja, Sara is in haar tent. Ze heeft erg haar best gedaan om lekkere koeken te bakken voor de vreemdelingen die plotseling kwamen. De mannen die nu buiten de maaltijd aan het eten zijn. Hè, hoort ze het goed? Ze hebben het over haar. Eén van hen zegt dat ze volgend jaar een zoon zal hebben. Inwendig moet Sara lachen. Ze wacht al zo lang op een kind, dat zal nu wel niet meer gebeuren. Ze is al veel te oud om kinderen te krijgen. Maar Sara weet niet dat het de Heere is, die dit zegt.

De Heere zegt tegen Abraham: "Waarom heeft Sara gelachen en denkt ze, dat ze geen kind meer kan krijgen? Zou iets voor de Heere te wonderlijk zijn? Over een jaar zal ze werkelijk een zoon hebben". Nu begrijpt Sara het. Het is de Heere die spreekt en ze schrikt. Ze ontkent dat ze gelachen heeft. Maar de Heere weet alles. Ook wat Sara dacht en deed. "U hebt wel gelachen", zegt Hij.

De mannen staan op. Ze gaan weer verder. Abraham brengt zijn hemelse gasten nog een eindje weg. Hij doet dat uit beleefdheid. Wat kunnen we veel leren van de gastvrijheid van Abraham. Abraham had het beste met de vreemdelingen voor. Hij was zelf ook een vreemdeling. Hij trok als een reiziger door het land. Wat is het fijn als je dan mensen ontmoet die goed voor je zijn, die je hartelijk ontvangen. Hoe ga jij om met vreemden die je in je omgeving tegenkomt. Praat je minachtend over hen? Het zijn je naasten! Behandel ze met respect! Ben je, net zoals Abraham bereid, om ze gastvrij te ontvangen? "Vergeet de herbergzaamheid niet, want hierdoor hebben sommigen onwetend engelen geherbergd" (Hebreeën 13:2). Abraham kreeg zonder dat hij het wist, de Heere en engelen op bezoek. De Heere zocht hem op. Abraham was bereid om Hem te ontmoeten. God geeft er Zijn zegen aan. "Ik ben dorstig geweest en gij hebt Mij te drinken gegeven, ik was een vreemdeling en gij hebt Mij geherbergd... Dan zal de Koning zeggen tot degenen die tot Zijn rechterhand zijn: Komt gij gezegenden Mijns Vaders, beërft het Koninkrijk, hetwelk u bereid is van de grondlegging der wereld".(Matheus 25 : 35,34).

TOELICHTINGEN OP DE VRAGEN

Aanwijzingen bij pagina 3
De gastvrijheid voor vreemdelingen, zoals hierboven beschreven, is een Bijbelse opdracht. Waar de liefde van de Heere woont, daar zal ook de liefde voor de vreemdelingen te vinden zijn. De christelijke gemeente heeft daarin een belangrijke taak. Dus ook de jongeren. En de Heere wil de goede werken zegenen. Daarom is zorg voor vreemdelingen zo belangrijk.

Aanwijzingen bij pagina 4 en 5
"Ben jij gastvrij?", zou er boven deze pagina's kunnen staan. Want daar gaat het om op deze bladzijden. Hoe vaak zien we niet de reactie die je rechtsonder aan de pagina ziet: "Heb je het ook gezien?" Natuurlijk willen we in deze Treffer er ook niet toe oproepen om allerlei vreemde mensen bij je in huis te nemen. Maar over het algemeen neigen we niet naar die kant en hebben we eerder de neiging om de boot af te houden. Naar de jongeren toe kun je bovenstaande vraag ook stellen. Er zijn een aantal gemeenten waar er speciale avonden voor asielzoekers belegd worden. Doe jij dan ook mee?

Aanwijzingen bij pagina 6 en 7
Deze bladzijden kunnen heel goed gebruikt worden voor groepswerk. Laat de jongeren met elkaar de vragen opzoeken. Het liefst met een Bijbel met kanttekeningen (deze kun je van tevoren kopiëren). Sluit het geheel af met de vraag: Hoe moet je volgens de Bijbel omgaan met vreemdelingen?

Vragen op pagina 6
Exodus 22:21, Leviticus 19:33 en 34, Deuteronomium 24 :17-22 De vreemdeling binnen Israël had rechten en plichten. Eén van die plichten was de tien geboden houden. Toch zien we ook de bescherming van de wetten van Israël voor de zwakken in de samenleving. De weduwen, wezen en vreemdelingen die makkelijk uitgebuid konden worden. De Heere verbiedt dat nadrukkelijk, want: het volk is zelf ook vreemdeling geweest in Egypte. God heeft hen verlost. Ze behoren de vreemdeling te behandelen als één van hen, en hen lief te hebben als zichzelf. In Deuteronomium 24 worden voorbeelden gegeven hoe ze de zwakken kunnen helpen. Door het recht niet te verdraaien, door aren op de akker achter te laten, of door olijven in de bomen te laten hangen. Deze voorbeelden weten we ook uit de geschiedenis van Ruth. Zij is weduwe en vreemdeling. Daarmee is ze kansloos in een samenleving. Hoe zien we in deze geschiedenis dat Boaz handelt naar de liefde van de wet en van zijn hart.

Vragen op pagina 7
Verschillende profeten waarschuwen het volk voor de ongerechtigheid waar ze in wandelen. God ziet alles aan, en Hij zal met zijn straffen komen. De profeten roepen op tot inkeer.

Ezechiël 22:29.
Het volk des lands pleegt enkel verdrukking en bedrijft enkel roverij. Ook onderdrukken zij den ellendige en nooddruftige en de vreemdeling verdrukken zij zonder recht. De Heere zoekt iemand waarvoor Hij het land niet hoeft te verderven, maar Hij vindt er geen (vers 31). "Daarom heb Ik Mijn gramschap over hen uitgegoten door het vuur Mijner verbolgenheid heb Ik hen verteerd: hunnen weg heb Ik op hun hoofd gegeven, spreekt de Heere Heere" (dat is dat God de straffen zal geven die ze verdienen door hun boze werken).

Zacharia 7:9-14.
Het bevel dat door de mond van Zacharia uitgaat, is: oprecht vasten, waarheid spreken, wel doen aan de naaste, vreemdelingen en armen niet uitbuiten of verdrukken. Geen kwade gedachten hebben over anderen. Het volk reageert niet op de profetie. Zij vinden dit juk te zwaar voor hun schouders, daarom trekken zij zich terug. Ze verharden hun harten en zijn weerspannig tegen de profeten als tegen de Geest van God. Ze maken hun oren zwaar. Dit betekent dat ze nog halsstarriger zullen volharden in het kwaad. Ze zijn gewaarschuwd, dus roepen ze een oordeel over zichzelf uit. Het land wat hun ten erfdeel gegeven is, zal door eigen schuld verwoest en verlaten worden.

Mattheüs 25:41-43
Hier wordt teruggegrepen op de inleiding van pagina 3. In het Oude Testament was er de straf van God door de wegvoering en de verwoesting. Nu geldt nog het oordeel: "Gaat weg van Mij, gij vervloekten in het eeuwige vuur, hetwelk de duivelen en zijn engelen bereid is." Het oordeel voor de mensen die hun mindere geen goed doen of gunnen.

Handelingen 8:26-2
De Moorman kwam naar Jeruzalem om de God van Israël te aanbidden. Helaas hadden de Joden zelf bedacht dat heidenen niet aan de openbare eredienst konden deelnemen. In Handelingen 21:28 wordt Paulus ervan beschuldigd dat hij Grieken (onbesnedenen) verder dan het speciale voorhof in de tempel meeneemt. Hierdoor zou de tempel onrein worden. In Jesaja 56:1-7 kunnen we lezen dat er voor de Heere geen onderscheid is tussen de volken en natiën. Tussen besnedenen en onbesnedenen. De Heere sluit ook de vreemden die tot Hem komen om Hem te dienen in het verbond in... "Ik zal hen verheugen in Mijn bedehuis: hunne offers zullen aangenaam wezen op Mijn altaar: want Mijn huis zal een bedehuis genoemd worden vooralle volken(vers 7)."

Aanwijzingen bij pagina 8 en 9
Bijbelstudie Hebreeën 11:8-10 en 13-16

Deze Bijbelstudie gaat over Abraham. Hij wordt in Hebreeën 11 aangehaald als een geloofsheld. Hij is een voorbeeld voor de gelovige die zoekend en verlangend is naar een beter land.

1a Abraham woonde in Ur der Chaldeeën en hij moest naar Kanaän.
1b Het geloof van Abraham wordt beproefd. Als God later van Abraham vraagt om Izak te offeren, dan wordt zijn geloof opnieuw beproefd. Abraham gehoorzaamt zonder vragen. Ook nu vraagt Abraham niet waarheen hij moet. Maar hij gehoorzaamt het bevel van zijn God.
2 God bevestigd opnieuw Zijn verbond met Abraham. Hij zal in het beloofde land de eerder gegeven belofte vervullen. Daar zal het evangelie geopenbaard worden. Daar zal de Messias geboren worden. Abraham weet dat het verbond ook voor zijn kinderen geldt. Voor Abraham betekent het, ook dat hij in zijn dagelijks leven gericht was op God. God beveelt en hij gehoorzaamt uit liefde.
3a Mensen die in tenten wonen, kennen een zwervend bestaan. Zij vestigen zich tijdelijk. Daar richten zij hun leven ook op in. Vreemdelingen en reizigers zijn op doorreis. Alles wat zij doen is maar voor even. Zo ook met dit leven. We zijn geneigd om onze pinnen heel vast en diep in de aarde te steken, net of er nooit een eind aan het aardse leven komt. Een vast, stevig huis te hebben. We zijn van nature veel meer gericht op het hier en nu, dan op het hiernamaals. We gaan zo op in de aardse dingen dat we het belangrijkste, de eeuwigheid vergeten. Reizigers zien op het einddoel van de reis. Waar reizen we heen?
3b Gods kinderen hebben een sterk verlangen om naar God in de Hemel te gaan. Daarom zien zij ook vaak de betrekkelijkheid van aardse dingen. Er zijn veel mensen die hen niet begrijpen. Ze staan alleen en hebben soms veel verdrukking, maar ze kunnen over dit alles heen zien op het eeuwige leven door de genade van Christus.
3c Vreemdelingen vallen op door hun uiterlijk, taal en manier van leven. Hun toekomst is onzeker, ze hebben alles tijdelijk en ze zijn op doorreis. Kinderen van God vallen ook op door hun taal, kleding en manier van leven (volgens de wet). Ook zij zijn op doorreis. Hun toekomst is echter zeker! Het beloofde eeuwige leven.
3d Abraham gedraagt zich als een vreemdeling, omdat hij het tijdelijke van het leven hier op aarde beseft. Hij ziet in het beloofde land, de afspiegeling van het Hemelse Kanaan, waar alle beloften van God volmaakt, zonder einde vervuld worden. In vers 13 staat: "Deze allen zijn in het geloof gestorven, de beloften niet verkregen hebbende, maar hebben die van verre gezien en geloofd en omhelsd en beleden dat zij gasten en vreemdelingen op de aarde waren." God doet zeker wat Hij belooft. Hij doet dat wel op Zijn tijd. Tot aan het eind van hun leven hebben de aartsvaders standvastig geloofd in de beloften van God en in de afwachting van de vervulling daarvan zijn ze in de Heere gestorven. De komst van de Zoon van God naar deze aarde mochten ze zelf niet meer meemaken. Als zij, die de zichtbare vervulling van de beloften niet verkregen hebben, toch standvastig bleven in het geloof, hoeveel te meer moeten wij dan volharden in het geloof, voor wie bijna al de beloften in vervulling gegaan zijn.
4a Waar verlangen wij naar als we heimwee hebben? We weten vast een heleboel dingen op te noemen, die we het eerst zullen missen. Je familie, je land, je huis, je school, je vrienden, maar ook luxe, enz. Je voelt jezelf prettiger als je die dingen ook nog allemaal had. Het is dus heel egocentrisch.
4b Het kind verlangt naar zijn vader. Ook Gods kinderen verlangen naar hun Vader. In het stukje over heimwee wordt duidelijk uitgelegd wat een hemelzoeker is. Duidelijk moet worden dat het om God zelf gaat: theocentrisch.
4c Als het gedicht nog eens gelezen wordt met de kleine verandering, dan zal veel duidelijk worden. Het verlangen komt niet zomaar. God; de Vader; werkt het zelf door het geloof. Omdat Hij Zijn kinderen liefheeft, hebben zij de Vader lief.
5a Wat bijzonder is het dat God van Zijn volk zegt dat Hij zich niet voor hen schaamt. Dat het juist een eer is om hun God te zijn. Hoe rijk moet dat volk zich wel niet voelen. Zou Gods volk zich dan wel schamen om voor die God in hun leven uit te komen? Nee, op alle terreinen van het dagelijkse leven zal het zichtbaar zijn. Getuigen zijn van God door gedrag en levenswandel. God in alle gebrek hier de eer geven door te gehoorzamen, te volgen en te vertrouwen.
5b God wil degenen die Zijn Naam belijden, belonen. Hij heeft hun een stad bereid. Het nieuwe Jeruzalem. Daar zal alles eeuwig volmaakt zijn. Dan gaat het geloof over in aanschouwen, wordt de hoop veranderd in aanbidding en de eeuwige liefde van Christus mag dan altijd gesmaakt worden.

Aanwijzingen bij pagina 10
Op deze pagina is het interview met Pauline El-Belati te lezen. Het doel van het interview is om eens te kijken wat er achter het gezicht van een asielzoeker schuilt. Zo kom je meer te weten over de achtergrond van deze mensen. Misschien stimuleert het de jongeren om ook met vreemdelingen in gesprek te gaan.

Aanwijzingen bij pagina 11
De bedoeling van deze bladzijde is vooral om tieners te laten zien dat ze eigenlijk bijna niets van andere culturen af weten. Veel vragen en opmerkingen komen voort uit onbekendheid. Ze zijn daarom niet minder schokkend! Want onze jongeren kunnen onvoorstelbaar grof en negatief over allochtonen spreken. Deze Treffer wil het accent leggen op de eigen verantwoordelijkheid van onze jongeren. En niet wat er allemaal verkeerd gedaan wordt door de buitenlandse jongeren. Of wat er op politiek niveau allemaal anders zou kunnen. Daar is genoeg over te zeggen. Maar de Treffer gaat niet over hén, maar over onszelf. Natuurlijk hoeven we wat fout is niet goed te praten. Ook niet als het gaat om het gedrag van sommige buitenlandse jongeren. Maar als u het vergelijkt met Nederlandse hangjongeren van zo'n 16 jaar... (of met onze eigen schooljeugd).

We willen er ook op wijzen dat er een groot verschil is tussen echte vluchtelingen en de groepen gastarbeiders (die door gezinshereniging nog groter zijn geworden). Laat jongeren het verschil onder woorden brengen! En laat ze ook zien dat wij zelf de Turken en Marokkanen naar Nederland gehaald hebben om hier de vuile baantjes voor ons op te knappen! Dat er daarna veel fout is gegaan moge duidelijk zijn...

Misschien kent u kerkelijk meelevende allochtone jongeren. Laat hen eens vertellen hoe ze gediscrimineerd worden. Of juist hoe ze hun plaats in de maatschappij gevonden hebben. Een ander (en zijn cultuur) werkelijk leren kennen is een belangrijk hulpmiddel in de strijd tegen discriminatie. Laat eens iemand iets vertellen over de cultuur in zijn land van herkomst. Probeer de buitenlandse keuken eens uit. Bezoek eens een buitenlandse markt. Of maak het recept eens wat op pagina 12 staat.

Eens was ik een vreemd'ling

Eens was ik een vreemd'ling voor God en mijn hart.
Ik kende geen schuld en 'k gevoelde geen smart.
Ik vroeg niet: "Mijn ziele, doorziet gij uw lot?
Hoe zult gij rechtvaardig verschijnen voor God?"

Al sprak daar een stem uit de heilige blaan
van 't Lam, met de zonden der wereld belaan,
ik zocht bij de kruispaal geen veilige wijk,
'k stond blind en van verre, in mij zelven zo rijk.

Ik deed als Jeruzalems dochters weleer,
ik weend' om de pijn van mijn lijdende Heer,
maar dacht er niet aan, dat ik zelf door mijn schuld
Zijn kroon had gevlochten, Zijn beker gevuld.

Maar toen mij God Geest aan mij zelf had ontdekt,
toen werd in mijn ziele de vreze gewekt.
Toen voeld' ik wat eisen Gods heiligheid deed.
Daar werd al mijn deugd een wegwerpelijk kleed.

Toen vlucht' ik tot Jezus. Hij heeft mij gered!
Hij heeft mij verlost van het vonnis der wet!
Mijn heil en mijn vreugd' en mijn leven werd Hij.
Ik boog m', en geloofd', en mijn God sprak mij vrij!

Nu ken ik die waarheid, zo diep als gewis,
dat Christus alleen mijn gerechtigheid is.
Nu tart ik de dood, nu verwin ik het graf.
Nu neemt mij geen satan de zegekroon af.

Nu reis ik getroost onder 't heiligend kruis
naar 't erfgoed hierboven, naar 't Vaderlijk huis.
Mijn Jezus geleidt mij door d' aardse woestijn. "
Gestorven voor mij!" zal mijn zwanenzang zijn.

Robert Murray McCheyne

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 2002

Treffer | 20 Pagina's

AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 2002

Treffer | 20 Pagina's