JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Bijbelstudie Hebreeën 11:8-10 en 13-16

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bijbelstudie Hebreeën 11:8-10 en 13-16

4 minuten leestijd

Abraham krijgt van God het bevel om zijn land te verlaten. Tweeduizend jaar later stelt Paulus In een brief aan de Messiasbelijdende joden het geloof en de gehoorzaamheid van Abraham ten voorbeeld.
1a Waar woonde Abraham en waar moest hij heen? (Genesis 11:31 en Handelingen 7:2)
1b God vertelde niet aan Abraham waar hij komen zou. Waarom?
2 Wat betekent het voor Abraham dat God hem beveelt om naar het beloofde land te gaan?

"... Ik zal u tot een groot volk maken. Ik zal u zegenen. Ik zal uw naam groot maken. Ik zal uit uw familie de Messias geboren laten worden... Ga uit het land van uw vader en ga naar het land dat Ik u wijzen zal..."

In het beloofde land gekomen, doet Abraham geen moeite om een vaste verblijfplaats in één van de steden te krijgen. Hij blijft met zijn gezin in tenten (tabernakelen) wonen, zoals vreemdelingen en reizigers dat doen.

3a Welke verschillen zijn er tussen mensen die in tenten wonen en mensen die in stevige huizen wonen? Wat zegt dat over hun manier van leven?
3b Gods volk voelt zich op aarde ook vaak een vreemdeling. Waarom?
3c Door welke dingen vallen vreemdelingen op? Door welke dingen vallen Gods kinderen op? Zie je overeenkomsten of verschillen? Door welke dingen val jij op?
3d Abraham vond het niet erg om vreemdeling te worden. De Heere had immers zijn belofte gegeven. En hij zag in het beloofde land een afspiegeling van het hemelse Kanaan. Doet de Heere altijd wat Hij belooft? Lees Hebreeën 11:13.

Lees eerst het stukje over heimwee en daarna het gedicht.
4a Reizigers en vreemdelingen hebben soms last van heimwee. Waar zou jij naar verlangen als je last van heimwee hebt?
4b Waar verlangt het kind uit het gedicht van Ida Gerhardt naar? En waar verlangen Gods kinderen naar? Zie je verschil met je eerste antwoord?
4c Lees het gedicht nog eens. Lees dan voor de vader eens: Hemelse Vader. Kun je misschien uitleggen waar het verlangen vandaan komt?
"...Daarom schaamt Zich God hunner niet, om hun God genaamd te worden." (Hebreeën 11:16) God acht het tot Zijn eer om hun God te zijn.
5a Wat zegt dat over het leven van Gods kinderen?
5b Wat voor zegen is er voor hen?


Geloven

"Het geloof nu is een vaste grond der dingen die men hoopt en een bewijs der zaken die men niet ziet." (Hebreeën 11:1). Abraham vertrouwt God zo op Zijn gegeven woord dat hij blindelings gehoorzaamt. Hij doet in het geloof net onmogelijke. Hij is onmiddellijk bereid om zelfs zijn eigen zoon te doden als God dat van hem vraagt. Hij maakt geen bedenkingen als God hem beveelt om het land te verlaten. Hij wil geen bewijzen en hij stelt geen vragen, maar hij berust gewillig in Gods wil. Hij gelooft en gehoorzaamt. Hij vertrouwt volkomen op Zijn God.


Heimwee

Vreemdelingen en reizigers hebben soms heimwee naar het land waar ze vandaan komen. Ook Gods kinderen hebben heimwee naar het Vaderland waar ze thuishoren. Het is voor hen niet, zoals bij heel veel mensen, alleen om de hemel begonnen. Dat zijn hemelzoekers. Nee, Gods kinderen verlangen naar het Vaderland omdat hun Vader daar is. Geen eigen belang. Allen God is het Hoogste doel. Hem volkomen, volmaakt en zonder eind loven en prijzen.


ONDER VREEMDEN

Het speelt het liefst ver weg op het strand,
het kind dat nooit zijn eigen vader ziet,
die over zee is in dat andere land.

Het woont bij vreemden en het went er  niet.
Zij fluisteren erover met elkaar.
Heimwee huist in zijn kleren en zijn haar.
En altijd denkt het dat hij komen zal:
Vandaag niet meer; maar morgen onverwacht
en droomt van hem en roept hem midden in de nacht.

Ik wacht u, vader van de overwal.

Ida Gerhardt


"...Dezen zijn het, die uit de grote verdrukking komen; en zij hebben hun lange klederen gewassen en hebben hun lange klederen wit gemaakt in het bloed des Lams. Daarom zijn ze voor de troon Gods en dienen Hem dag en nacht in Zijn tempel..."
(Openbaring 7:14 en 15)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 2002

Treffer | 20 Pagina's

Bijbelstudie Hebreeën 11:8-10 en 13-16

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 2002

Treffer | 20 Pagina's