JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Trouw tot in de dood

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Trouw tot in de dood

3 minuten leestijd

Op de weg naar Valenciennes rijdt een boerenkar. Op de kar liggen twee mannen. Hun handen en voeten zijn vastgebonden. Op de kar ligt geen stro. Elke hobbel in de weg voelen ze. De mannen die de kar besturen kennen geen medelijden. Ze vervoeren Immers twee ketters. Onder spot en hoongelach worden Guido de Brès en Pérégrin de la Grange, twee oud predikanten van Valenciennes, in de gevangenis van deze stad in de boelen gezet. Guido schrijft over de gevangenis in zijn brief aan zijn vrouw:

"Ik ben geplaatst in het meest versterkte ondraaglijke hol...; ontvang hier geen lucht dan door een klein stinkend gat waarin men onreinigheden werpt...; ik heb dikke zware ijzers aan de handen en voeten, die mij onophoudelijk de folterendste pijnen doen lijden...; toch laat God niet na Zijn belofte te houden en mijn hart te troosten en mij vergenoeging In Hem te schenken." Op een dag krijgt Guido bezoek van Gravinne de Roelx. Ze Is nieuwsgierig hoe het met hem gaat. Maar als ze ziet hoe de zware kettingen zijn voeten omknellen en de boeien zijn polsen verwonden, krijgt zij medelijden met hem. Ze ziet echter blijdschap op het gezicht van Guido, daarom is ze erg verwonderd. Ze vraagt: "Arme man, hoe kunt u in dit vreselijke hol nog slapen, eten en drinken?" Guido antwoordt: "Mevrouw, mijn Meester is bij mij in dit hol. Ik slaap veel beter dan mijn vijanden. Ik vind het een eer om deze ketenen te dragen want ik lijd voor de Naam van de Almachtige. Als ik het geluid van deze ketenen hoor, is dat voor mij het geluid van een snarenspel dat God verheerlijkt." Vanuit de gevangenis schrijft Guido brieven aan zijn gemeente, zijn vrouw en zijn moeder.

Zo breekt 31 mei 1567 aan. Heel vroeg In de morgen brengt de gevangenbewaarder het bericht in de cellen van Guido de Brès en Pérégrin de la Grange. Om 6 uur in de morgen zal het vonnis voltrokken worden. Met blijdschap ontvangen zij deze tijding. Guido mag afscheid nemen van zijn medegevangenen op de binnenplaats. La Grange vraagt om een borstel. Hij borstelt zijn kleren af omdat bij gaat naar de bruiloft des Lams. Ze worden naar de marktplaats geleid, waar een grote menigte wacht om het voltrekken van het vonnis te zien. De Brès wil neerknielen voordat hij de ladder opgaat. Dit wordt hem niet toegestaan. Bovenop de ladder vermaant hij het volk om te luisteren naar het Heilig Evangelie. Ernstig en vermanend klinkt zijn stem. De beul laat hem niet uitspreken. Hij duwt Guido van de ladder zodat de strop die hij om de hals heeft wordt aangehaald. Enkele ogenblikken daarna mag hij ingaan in de vreugde zijns Heeren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 oktober 2002

Treffer | 20 Pagina's

Trouw tot in de dood

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 oktober 2002

Treffer | 20 Pagina's