JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Jakob en de landbelofte

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jakob en de landbelofte

3 minuten leestijd

Eenzaam en bedroefd loopt Jakob de lange weg naar Haran. Met zijn stok in de ene hand en het bundeltje waarin het nodige voor de reis zit in zijn andere hand, trekt hij naar een land dat hij niet kent. Zo was ook eenmaal zijn grootvader Abraham gegaan naar een vreemd land. Maar wat een verschil: Abraham was door de Heere zelf geroepen, terwijl hij om zijn zonde moet vluchten. Geen wonder dat Jakob deze weg treurend gaat.

Toen hij de hele dag gelopen had en de nacht daalde, was hij midden in het veld. Nergens was een tent of een huis te bekennen, waar hij kon overnachten, daarom moet hij nu de nacht buiten doorbrengen. Hij zoekt wat stenen bij elkaar voor een hoofdkussen en legt zich neer om te slapen. Toen hij daar lag op de harde grond, gingen zijn gedachten ongetwijfeld terug, naar zijn oude blinde vader en zijn moeder. Zou hij zijn ouders terugzien? Zou hij in het beloofde land terugkomen? Zou zijn broer Ezau hem ooit vergeven wat hij gedaan had?

Later die nacht ligt Jakob te slapen. Hij droomt en ziet een ladder op de grond staan, waarvan het bovenste gedeelte raakt tot aan de hemel. Gods engelen klimmen daarlangs op en neer. Boven aan de ladder staat de Heere. De beloften aan Abraham en Izak gedaan, gelden ook voor Jakob. De Heere - Die niet liegen kan - belooft aan Jakob de bedrieger dat
a) Het land Kanaän zijn erfdeel zal zijn,
b) Zijn nageslacht groot in getal zal worden,
c) De Messias uit hem geboren zal worden.
En er komt nog meer. God doet ook nieuwe beloftes aan Jakob: De Heere belooft dat Jakob geen gevaar hoeft te vrezen voor Ezau. En omdat Jakob de toekomst niet kan overzien: "Ik ben met u." In deze verlaten plaats, betoont God dat Hij Jakob niet wil en zal verlaten.

Als Jakob wakker wordt is hij diep ontroerd. Terwijl hij daar lag te slapen, was de Heere er geweest en had tot hem gesproken. De Heere had niets van zijn zonde gezegd en had hem getroost. Een eerbiedige vrees komt bij Jakob op, "Indrukwekkend is deze plaats," zegt Jakob. "Dit is een huis van God en de poort van de hemel." Daarom noemt hij die plaats Bethel, dat Petekent: Huis Gods. Nooit wil Jakob vergeten wat hier gebeurd is, Hij zet de steen waarop hij gelegen heeft overeind en giet er olie op. Zo wordt deze steen een gedenkteken, waarmee Jakob wil zeggen: "Deze plaats is een heilige plaats, want hier is de Heere geweest om mij te zeggen, dat Hij mijn God wil zijn en de God van mijn kinderen en dat dit ons land zal zijn. Daarom moet dit land ook een heilig land zijn, waarin de Heere gediend wordt."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 september 2002

Treffer | 20 Pagina's

Jakob en de landbelofte

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 september 2002

Treffer | 20 Pagina's