AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK
2e jaargang 2001/2002, nummer 8
Verschijnt 8 keer per jaar
ISSN: 1568-8852
Treffer is bestemd voor leidinggevenden aan +12 en +14 groepen. Het geeft informatie voor het werken met het ledenblad Treffer.
In dit blad treft u aan:
- Aanwijzingen voor het gebruik van de dubbelTreffer "Rust"
- Programmasuggesties
- Bijbelse vertelschets voor de +12 groepen
- Toelichtingen op de vragen
AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK
Hierbij ontvangen jullie de laatste Treffer van dit seizoen. Dit nummer gaat over "Rust" en verschijnt in de serie werkschetsen voor -16. Het is een dubbelnummer van 16 pagina's. Je kunt er op de vereniging twee avonden mee bezig zijn, bijvoorbeeld:
Avond 1 Rust en onrust
Avond 2 De zondag als rustdag
Zowel de +12 groepen als de +14 groepen kunnen met de schets aan de slag. Voor de +12 groepen is in het leidinggevendenblad een bijbelse vertelschets opgenomen. De titel komt op het eerste gezicht misschien niet zo 'sprankelend' over, maar het thema is wel zeer wezenlijk voor de manier waarop veel jongeren én ouderen in het leven staan. Onze tijd wordt gekenmerkt door snelheid en onrust. Bezinning op de wezenlijke zaken komt daardoor nogal eens in de knel. Goed om daar eens met de jongeren bij stil te staan. Bruikbare thema's zijn:
- Nooit genoeg Een jongere
- Wat zoek jij? Een leidinggevende of ambtsdrager
- Vrije tijd Een jongere
- Jij en de zondag Een leidinggevende
De verschillende werkvormen treft u aan op de volgende pagina's:
- Instapvragen Pagina 3
- Verwerkingsvragen voor+14 groepen Pagina 7
- Verwerkingsvragen voor beide groepen Pagina 8
- Vragen voor beide groepen Pagina 9
- Bijbelstudie voor+14 groepen Pagina 10
- Stellingen en vragen voor beide groepen Pagina 11
- Vragen voor beide groepen Pagina 12
- Opdracht voor beide groepen Pagina 13
- Gespreksopdrachten voor+14 groepen Pagina 14
- Puzzels voor beide groepen Pagina 16
Zingen: Ps. 72, Ps. 73: 13, Ps. 92, Ps. 116, Ps. 132, Tien Geboden: 5.
PROGRAMMASUGGESTIES
Doel van de schets
Het doel van de schets is bezinning op gang te brengen over de manier waarop de jongeren met hun tijd omgaan. Velen zijn heel druk met school, hobby's, baantjes en communiceren (bellen, sms'en). Hebben ze eigenlijk nog wel vrije tijd? En zo ja, wat doen ze daarmee? Heeft gezonde rust een plaats en heeft de Heere daarin een plaats? Het voor de hand liggende argument: "Ik heb het zo druk" is geen verontschuldiging: hopelijk komen de jongeren tot de overtuiging dat zij zelf verantwoordelijk zijn voor de manier waarop zij hun tijd besteden. Het gaat om de keuzes die je maakt. Voor deze leeftijdsgroep is het heel moeilijk om zichzelf een spiegel voor te houden, maar door concreet te zijn, kunt u de jongeren toch handvatten bieden. Ook voor een positieve invulling van de zondag. Een (of meer) goede avond(en) toegewenst.
Idee voor +12 en +14 groepen die gezamenlijk vergaderen
- Opening
- Een aantal stemrondes met meerkeuzevragen: "Wat zou je doen als..." Leg een aantal concrete keuzes voor in tijdsbesteding. Schrijf de stemverhoudingen op een vel.
- Inleiding over de schets (door meerdere jongeren en/of leidinggevende)
Pauze
- Bijbelstudie in groepjes
- Plenaire afronding van bijbelstudie (indien nodig) en groepsgesprek n.a.v. de uitkomsten van de meerkeuzevragen, gecombineerd met de reacties op de interviewvragen uit de schets.
- Sluiting
Idee voor +14 groepen
- Opening
- Associatieopdracht: een aantal woorden ('Rust', 'Geen tijd', 'Zondag' enz.) op een collagevel schrijven en in groepjes of plenair de reacties van jongeren erbij laten schrijven. Als dit te weinig oplevert, kunt u het na de inleiding desgewenst nogmaals proberen en/of direct bespreken.
- Inleiding over de schets
Pauze
- In groepjes lezen van pagina 12 van de schets en maken van de bijbehorende vraag en opdracht.
- Uitleg en voorbereiding van gespreksopdracht(en) op pagina 14
- Uitvoering en nabespreking van de voorbereide gesprekken
- Sluiting
Idee voor +12 en +14 groepen
- Opening
- Laat de jongeren in groepjes op een collagevel een (gemiddelde) inschatting maken van de tijd ze per week besteden aan: arbeid, onderwijs, persoonlijke verzorging, sociale verplichtingen, reistijd, slapen, bezinning en ontspanning.
- Groepsgesprek over de vragen van het interview op pagina 3 met de reacties van anderen daarop. Betrek de gemaakte weekbesteding hierbij. (Zie ook aanwijzingen bij pagina 9.)
- Inleiding over de schets
Pauze
- Laat de jongeren in groepjes voor- en tegenargumenten (en antwoorden) voor een keuze uit de stellingen (en vragen) op een collagevel schrijven. Elk groepje moet bij elke stelling tot een eindoordeel komen.
- Korte presentatie per groepje en afronding.
- Sluiting.
BIJBELSE VERTELSCHETS VOOR DE +12
Jezus te Nazareth verworpen(Lukas 4: 16 - 30, Mattheüs 13: 53 - 58, Markus 6: 1 - 6)
In de synagoge van Nazareth is het heel stil. Alle aanwezigen luisteren naar de stem van de voorlezer, die daar voor in de synagoge achter een lessenaar staat en één van de Thorarollen voor zich heeft. Iedere sabbat wordt begonnen met het lezen van een gedeelte uit de Thora, de vijf boeken van Mozes. Deze keer is het bijzonder druk in de synagoge. De banken langs de wanden van de synagoge zijn alle bezet. Bijna alle inwoners van Nazareth zijn gekomen, want vandaag gaat er iets bijzonders gebeuren! Jezus, de Zoon van Jozef, de timmerman, is weer in het dorp gekomen. Ze kennen Hem wel. Hij is opgegroeid temidden van hen. Bijna dertig jaar lang heeft Hij in hun stad gewoond en nooit hadden ze last van Hem. Rustig deed Hij altijd Zijn werk als timmerman. Maar opeens, nog niet zo lang geleden, had Hij hun stadje verlaten en was in Kapernaüm gaan wonen. Korte tijd later hoorden ze in Nazareth allerlei wonderlijke verhalen over Hem. Hij zou het land doortrekken en overal prediken en wonderen doen. Maar nu is Hij terug in Nazareth. ledereen die maar enigszins kan, is naar de synagoge gegaan om Jezus te zien en te horen. Ook de Heere Jezus is naar de synagoge gegaan. Niet uit nieuwsgierigheid om te weten wat de mensen in Nazareth van Hem denken. Hij is gegaan, omdat dat Zijn gewoonte is. Iedere sabbat gaat Hij naar de synagoge en leert de mensen. Zo ook nu. De voorlezer is klaar met het lezen van de Thora. Hij bergt de rol op in de ark, de kast achter zich waar ook de andere boekrollen bewaard worden. Nu is het moment aangebroken dat iedere Joodse man die in de synagoge is, mag opstaan om een stukje uit een boekrol te lezen en dat uit te leggen aan de hoorders. In de synagoge kijken de mensen vol spanning naar de Heere Jezus. Zou Hij opstaan om te gaan leren? Ja, Hij doet het inderdaad. De overste van de synagoge komt al met een boekrol aandragen waaruit Hij zal lezen, 't Is de boekrol van de profeet Jesaja, die Hij overhandigd krijgt, 't Is inmiddels weer ademloos stil geworden als de Heere de boekrol open rolt. Alle ogen in de synagoge zijn gericht op de Man achter de lessenaar met de boekrol in Zijn handen. Helder klinkt Zijn stem: "De Geest des Heeren is op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden om de armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen die gebroken zijn van hart; om de gevangenen te prediken loslating en de blinden het gezicht, om de verslagenen heen te zenden in vrijheid; om te prediken het aangename jaar des Heeren." (Lukas 4: 18, 19, zie Jesaja 61: 1 en 2) De Heere rolt de boekrol weer op en geeft hem aan de overste terug. Dan gaat Hij zitten om het gedeelte aan de mensen uit te leggen. De mensen in de synagoge gaan even verzitten. Nu komt het waar ze zo op gehoopt hebben. Nu zullen ze kunnen horen hoe Hij preekt. "Heden is deze Schrift in uw oren vervuld," zo begint de Heere Jezus. Dat wat Jesaja de profeet al zoveel eeuwen geleden voorzegd heeft, is nu in vervulling gegaan. Want is het niet zo dat vele zieken tot de Heere zijn gekomen en genezen zijn door Hem? Doven kunnen door Zijn macht weer horen en blinden kunnen door Zijn macht weer zien! Is het niet zo dat mensen die bezeten waren door de duivel, die als het ware geboeid waren met ketenen door de satan, door de Heere zijn bevrijd? Hij trekt het land door en verkondigt overal het Evangelie, 't Is werkelijk waar dat de woorden van de profeet Jesaja nu in vervulling gaan. En toch bedoelt de Heere met de woorden van Jesaja nog meer. Want de wonderen die de Heere verricht, doet Hij niet zomaar. Hij heeft er een bedoeling mee. De wonderen die Hij doet, zijn tekenen dat Hij de Messias is. Zoals Hij blinden weer het gezicht kan geven, kan Hij geestelijk blinden ook weer het gezicht geven. Zoals gevangenen bevrijd moeten worden, kan Hij gevangenen van de satan bevrijden. Hij kan mensen troosten, die treuren over hun zonden. Hij kan ook jou verlossen van de macht van de zonde, waarin je van nature gebonden bent. Hij kan je bevrijden uit de klauwen van de satan, al ben je met nog zoveel boeien aan hem geketend. Hij is de Zaligmaker Die komen zou! Vol aandacht hebben de mensen in Nazareth geluisterd. Wat spreekt Hij mooi en gevoelvol! Zo hebben ze het nog nooit gehoord. "Prachtig, hè," fluisteren ze tegen elkaar. "Waar haalt Hij het toch vandaan? 't Is verbazend hoe Hij kan preken!" De bewondering voor de Heere is groot, maar de mensen in Nazareth willen meer. Hij schijnt ook wonderen te kunnen doen, dus laat Hem die eens vertonen! Laat Hij hen maar eens zien wat Hij allemaal kan! De woorden van Jesaja zijn ze al weer vergeten. Ging het niet over armen en die gebroken zijn van hart, over blinden en gevangenen? Allemaal mensen die iedere dag weer hun ellende voelen. Mensen die gebukt gaan onder hun nood. Voor hen is hulp bij de Heere te krijgen. Dat de Heere niet zomaar een wonder voor hun plezier doet, begrijpen ze niet. Daaraan denken ze niet. De Heere weet echter hun gedachten en gaat erop in. "Gij zult zonder twijfel tot Mij dit spreekwoord zeggen," zo gaat de Heere Jezus verder, "medicijnmeester, genees Uzelven; doe hier in Uw oude woonplaats hetzelfde wat wij gehoord hebben dat in Kapernaüm gebeurd is. In Kapernaüm hebt U veel wonderen gedaan, maar doe die ook hier in Nazareth, want hier zijn ook veel zieken." De Heere gaat hen ernstig waarschuwen. Dat Hij hier bijna geen wonderen kan doen, ligt niet aan Hem, maar aan hun ongeloof. Ze menen dat ze wel weten Wie Hij is. Door al die jaren die Hij in hun midden is geweest, menen ze Hem goed te kennen. Maar dat Hij de Messias is, die hen kan verlossen van hun zonden, dat geloven ze niet. Met twee voorbeelden maakt de Heere hen hun ongeloof duidelijk. In de tijd van Elia, toen er drieëneenhalf jaar hongersnood was in het land, waren er veel weduwen in Israël die het moeilijk hadden. Toch werd Elia niet naar hen, maar naar een weduwe in Zarfath, dat bij Sidon ligt, gestuurd, want zij geloofde werkelijk in de God van Israël en in Zijn profeet Elia. In de tijd van Elisa waren er veel melaatsen in het land Israël, maar geen van die melaatsen werd genezen. Naaman de Syriër echter wel, hij geloofde in de God van Israël. De mensen in de synagoge hebben de waarschuwing van de Heere Jezus met ergernis aangehoord. Maar bij het horen van de laatste woorden slaat hun ergernis om in haat. Wat denkt die Jezus wel, dat Hij hen zomaar kan bestraffen? Dat Hij hen zomaar kan vergelijken met ongelovigen? Hij moet beslist niet denken dat Hij beter is dan zij, Hij komt net als zij ook uit Nazareth. Hij is heus niets meer dan zij. Ze barsten van woede en haat. De mannen van Nazareth springen op en vallen op Hem aan. Ze grijpen Hem vast en sleuren Hem mee naar buiten. Even buiten de stad is een steile rots daar zullen ze Hem vanaf stoten, zodat Hij verpletteren zal op de rotsen. Nog even en dan... Als ze boven op de top aangekomen zijn, gebeurt het. Ineens richt de Heere Jezus Zich op. De mensen laten Hem los, of ze nu willen of niet. Er gaat ineens zoveel majesteit van Hem uit, dat ze Hem niet meer durven aanraken. Rustig loopt de Heere tussen de woedende mensen door. Ze doen Hem niets; ze kunnen Hem ook niets doen, want even laat de Heere hun voelen Wie Hij is. Ongehinderd kan Hij vertrekken. Heb jij je al herkend in mensen van Nazareth? Hoelang heb je Zijn Woord al gehoord? Twaalf, dertien, veertien jaar of nog langer? Heb je al naar Zijn stem gehoord, dien je de Heere? Of word je net als de mensen van Nazareth van binnen een beetje kribbig als iemand daarover begint en wil je nog voorlopig je eigen gang gaan? Als je zo leeft, doe je dus net als de mensen van Nazareth. Je verwerpt de Heere Jezus en wilt met Hem niets te maken hebben. Wat is dat erg. Ga tot de Heere en vraag of Hij je van je ongeloof wil verlossen. Want het is nog steeds waar wat de profeet Jesaja heeft gezegd: "Zoekt den Heere, terwijl Hij te vinden is; roept Hem aan, terwijl Hij nabij is." Door Zijn Woord komt de Heere zo dicht bij je. Hij nodigt je keer op keer om Hem te dienen. Breek dan met de zonden, "want Hij (de Heere) vergeeft menigvuldiglijk!" (Jes 55: 6 en 7)
Aanwijzingen bij pagina 3, 4 en 5
Het is de bedoeling dat eventueel eerst met elkaar de inleiding gelezen wordt op bladzijde 3. (De titel verwijst naar Prediker 4: 6; voor de eerlijkheid moeten we erbij zeggen dat nog aangevuld moet worden:"... en kwelling des geestes.") Daarna of als instap beantwoordt iedereen voor zichzelf de vragen van het interview. Daarna kan het gedicht (voor)gelezen worden (de titel verwijst naar het antwoord van Felix aan Paulus, Handelingen 24: 25) en vervolgens de antwoorden van de verschillende mensen. Daarna kunt u aan de hand van de volgende punten de bladzijden bespreken:
• Wat valt je op aan de reacties van de mensen die vertelden over hun bezigheden? (De extra tijd willen ze allemaal besteden om nog meer bezig te zijn met de dingen die ze al doen!)
• Welke overeenkomst zie je tussen de mensen in het gedicht en de verschillende mensen die hun reactie gaven? (Ze hebben het allemaal druk met hun bezigheden, maartijd vrijmaken om de Heere te zoeken is er niet bij.)
• Wanneer ben jij van plan de Heere te gaan zoeken? Wanneer heb jij bewust tijd vrij gemaakt om de Heere te zoeken? (Doel van deze vraag is, dat duidelijk wordt dat als je geen tijd vrij maakt om te bidden of Bijbel te lezen e.d., je het ook gemakkelijk laat schieten. Het wordt dan een sluitpost, waar vaak geen tijd meer voor is.)
• Wat is de kern van het laatste couplet? (Laat duidelijk aan de jongeren doorklinken dat het nu nog genadetijd is en dat ze die tijd goed moeten gebruiken. Nu horen ze het Woord nog, nu werkt de Heere nog door Zijn Woord en Geest, om Christus' wil!)
Aanwijzingen bij pagina 7
Het citaat: "Onrustig is ons hart, tot het rust vindt in U, o God" is van Augustinus. De vragen over de twee mannen kunnen eventueel in een gesprek persoonlijk gemaakt worden.
• Augustinus en Luther zijn bekende voorbeelden. Ze werden onrustig onder de toorn van God over de zonde. Ze wisten dat hun verhouding tot God eerst goed moest zijn, en dan zouden ze kunnen sterven. Augustinus zocht afleiding in de zonden van deze wereld en Luther zocht rust in een streng godsdienstig leven.
• Ze dachten tot rust te komen in de wereld. Augustinus zocht het in een losbandig leven. Luther zocht rust in het doen van goede werken. Hij probeerde de zaligheid te verdienen.
• Beiden vonden rust in God. Door het licht van de Heilige Geest ging het Woord open en ervoeren ze dat alleen het bloed van Jezus Christus reinigt van zonde en schuld. Verzoening door voldoening.
Aanwijzingen bij pagina 8
Organisatie: In kleine groepjes of tweetallen de stukjes laten lezen en de vragen beantwoorden.
1. Deze jongeren nemen ergens de tijd voor. Ze zijn even los van hun drukke leven. Martin neemt tijd om te ontspannen. Jolanda ook, maar komt ook sociale verplichtingen na (familiebezoek, moeder helpen, aandacht voor andere gezinsleden). Pieter heeft tijd over voor vrijwilligerswerk. Hierop kan dieper worden in gegaan: de meeste jongeren kiezen voor betaald werk, hoewel dat niet verplicht is. Marjan neemt tijd om te lezen en te bidden. Ze onderzoekt Gods Woord en ze roept Hem aan in 'eigen tijd'. Meestal beperken wij dat tot school, de kerkdienst, catechisatie en jeugdvereniging.
2. Jongeren zullen hier een heleboel dingen weten die te maken hebben met ontspanning, vakantie en leuke dingen. Wellicht zullen ze zelf aanvoelen dat ze eigenlijk maar bitter weinig tijd over hebben voor het zoeken van God. Hierop ingaan is moeilijk, maar wel noodzakelijk. Ontspannen is belangrijk, maar rust vinden voor de ziel is levensbelangrijk!
Aanwijzingen bij pagina 9
Ledigheid is des duivels oorkussen: als je niks te doen hebt, dan jaag je de duivel niet weg. Je lokt hem juist aan en je geeft hem een rustige gelegenheid om je tot de zonde te verleiden.
Wanneer heb je vrije tijd? Wat doe je in je vrije tijd? Waarvoor heb jij vrije tijd?
Hierbij kan teruggegrepen worden op de tijdsindeling die jongeren gemaakt hebben op een collagevel (zie hierboven: "Idee voor +12 en +14 groepen) en op de vragen van de inleiding. Vraag aan de jongeren of het echt 'vrije tijd' is als ze nog zoveel verplichtingen hebben (werken, trainen, leren). Laat ze Prediker 11: 9 , 10 en Prediker 12: 13, 14 opzoeken, dat ingaat op tijdsbesteding en ontspanning. Hoe het ook wordt ingevuld, de Heere ziet het hart aan. Zonder wedergeboorte is het onmogelijk God te behagen, ook niet met een nette tijdsbesteding. Vrije tijd is geen doel op zich. Het is ook genadetijd en dat bepaalt de invulling ervan.
Antwoorden van pagina 10
1. Er kwam een man bij de Heere Jezus die wilde dat de Heere een soort scheidsrechter zou zijn tussen hem en zijn broer om de erfenis eerlijk te verdelen.
2. De Heere wilde mensen helpen die tot Hem kwamen met hun zonden, hun verdriet en pijn. Hij was gekomen om te zoeken en zalig te maken wat verloren was en niet om mensen te helpen snel rijk te worden. Dan zou de gedachte spoedig ontstaan dat Hij een aards Koning was, maar Zijn Koninkrijk is een hemels Koninkrijk.
3. Iemand die gierig is, is geheel gericht op de dingen van deze wereld. Hij moet altijd maar meer hebben en hij heeft nooit genoeg. Weggeven van zijn overvloed kan hij niet, want hij zit te vast aan zijn bezit. Maar die rijkdom laat het hart van een mens toch leeg. Rijkdom kan een mens niet vervullen of gelukkig maken, dat kan alleen de Heere.
4. Iemand kan wel heel rijk zijn, maar dat is geen garantie voor een lang leven. De Heere bestuurt het leven. Wat baat het een mens als hij de gehele wereld gewint en lijdt schade zijner ziel? In Prediker komt dat ook tot uitdrukking: een man kan wel heel rijk zijn, maar als hij (spoedig) sterft, kan hij er niets van meenemen. Dan zal blijken dat het niets dan ijdelheid is.
5. Deze gelijkenis wordt genoemd de gelijkenis van de rijke dwaas.
a. Deze man was niet verkeerd bezig door nieuwe schuren te gaan bouwen en te zorgen voor de toekomst. Daarin lag de dwaasheid van deze man niet. Hij is hierin juist verstandig.
b. Hij vergat dat er meer was dan alleen eten, drinken en vrolijk zijn. Daarin kwam zijn dwaasheid openbaar. Het leven is meer dan voedsel. Hij vergat dat hij moest zorgen voor de dag van zijn dood. Want al wist hij zeker dat die een keer zou komen, daar wilde hij niet aan denken.
c. De Heere noemt hem een dwaas, omdat hij niet verder had gekeken dan dit tijdelijk leven. Hij had gedacht dat zijn rijkdom alles was en dat die hem gelukkig zou kunnen maken, maar toen hij stierf bemerkte hij zijn grote vergissing.
6. Het ligt eraan hoe je geniet. Als je niet verder kijkt dan deze aardse dingen, ben je net als die rijke dwaas. Salomo geeft echter de raad dat je best mag genieten van de dingen die God je geeft, maar dat het onverdiende zegeningen van de Heere zijn. Bedenk wel wat je ermee doet, dat je er rekenschap van moet geven wat je ermee gedaan hebt. Dan besef je ook dat de dingen van deze wereld voorbijgaan en dat je een eeuwige schat in de hemel moet hebben. Zoek de Weldoener en niet de weldaden.
7. Je mag best genieten van de goede dingen die God geeft, alleen mag je er niet in opgaan. God heeft de wereld mooi geschapen en van je mag je ook venwonderen over het mooie dat Hij nog gelaten heeft. Het is echter niet alles. Zie ook het antwoord op vraag 6.
Aanwijzingen bij pagina 11
1. Een dutje doen op zondag is op zich niet verkeerd, maar dat is niet het doel van deze dag. Betrek H.C. vraag 103 erbij. De zondag is een dag van afzondering voor de dienst van de Heere.
2. Het is verkeerd om te denken dat een ascetisch leven met veel bidden en wereldmijding tot zaligheid leidt. Er moet een wonder gebeuren in ons leven. Denk aan Luther. Hij vond er niet de rust die hij zocht, want hij nam zijn eigen zondige hart mee. Van nature hebben we geen behoefte om te bidden. We weten niet eens wat we moeten bidden. Het gaat niet om een lang gebed, maar om een oprecht gebed. Dat zal God nimmer afwijzen. Ongetwijfeld zal er naar voren komen dat wij het heel druk hebben en dus weinig tijd hebben om God oprecht te zoeken. Daarnaast kan er ook op gewezen worden dat een christen een taak heeft in deze wereld om ook anderen voor Christus te winnen.
3. Het gaat hier om de noodzakelijke zondagsarbeid, de 'werken van noodzakelijkheid en barmhartigheid' (verzorging, veehouders, e.d.). Moet dat geen vorm van belangeloos dienstbaar zijn voor je naaste of de schepping? Maatschappelijk gezien is dit onmogelijk. Een arbeider is zijn loon waard. Alleen al dat je een beroep hebt waarbij je niet alle zondagen vrij hebt, is al een opoffering. De rustdag is er voor de mens. In dit verband kan wellicht ook even ingegaan worden op zondagsarbeid die jongeren verrichten om wat bij te verdienen, bijvoorbeeld in een bejaardentehuis. Dat werk moet gedaan worden, maar als je alleen op zondag werkt om even wat bij te verdienen is, ben je helemaal verkeerd bezig.
4. Het lichaam rust tot de wederkomst van Christus. Dan zullen de graven opengaan en de doden opstaan. Ziel en lichaam worden dan weer verenigd. Samen met de levenden zullen zij staan voor de rechterstoel van Christus (NGB art. 37). Rust heeft hier de betekenis van wachten. Openbaring 20 spreekt over een wachten op een leven in het nieuwe Jeruzalem. En of dat van de overledene geldt, weten we niet altijd met zekerheid.
5. De weekindeling wijst heen naar de schepping. De aarde is in zes dagen geschapen en op de zevende dag rustte God. Wij hebben zo ook een rustdag. Een dag van afzondering. De andere zes dagen werken we. Dat veel mensen de zaterdag vrij hebben, betekent niet dat dit ook een rustdag geworden is. De zaterdag is een dag waarop volop (ander) werk gedaan wordt (vaak als voorbereiding op de zondag) en de zondag moeten we gebruiken zoals de Heere dat wil.
6. Ja, die rust is er bij God. Dan weet je dat je een Borg voor je ziel hebt. Dat geeft rust. Toch is die rust in dit leven niet volmaakt. Gods volk heeft soms veel aanvechting. Het blijft een strijd met de wereld, de duivel en je eigen zonden om steeds opnieuw die rust bij God te vinden.
7. Bidden op vaste tijden is Bijbels. Daniël bad drie keer op een dag voor het open venster. God is Zelf ook een God van orde, daarom is het goed dat er regelmaat is in gebedstijden. Die regelmaat hebben wij al: ochtend, avond, de maaltijden, de zondag. Als je het gebed inroostert in je agenda, dan komt het over als een activiteit die je even moet doen en dan wegstreept zoals huiswerk dat af is. Daar is het gebed te heilig voor. Echt bidden is bidden vanuit zielennood tot God. Van nature hebben wij geen begeerte om God te loven en te danken. We bidden niet om bekering, maar we stellen het uit. Als we moeten wachten op onze behoefte, zouden we het misschien overslaan... Het voornemen moeten we daarom maken. Dat heeft niks met vroomheid te maken. Zeker niet als God de ware begeerte in ons werkt.
8. Krantenartikel over stress (Elsevier 22-11-1997)
a. Veel mensen kunnen het werk niet meer aan en krijgen lichamelijke en psychische klachten, zoals burn-out, gezinsproblemen, enz.
b. De zucht naar meer en hoger. Het streven naar een nieuw en hoger doel. Vooral jongeren kennen nog niet goed hun grenzen. Zij hebben daardoor grotere kans om overspannen te raken.
c. Laat de jongeren zich bewust worden van 'het gevaar' van de zucht naar meer, hoger, beter, door ze zelf oplossingen te laten bedenken. (Goede tijdsplanning maken, tijd voor ontspanning en rust en sociale contacten, trainingen volgen, tijdig hulp vragen, samenwerken, enz.)
Aanwijzingen bij pagina 12
Vraag over farizeeën: Ja, als je meent dat de zondag een dag is waarop je een heleboel niet mag. Als je maar niet buiten gaat spelen, als je maar geen huiswerk gaat leren, als je maar..., dan heb je de zondag goed doorgebracht en mag je tevreden zijn. Echter: de Heere heeft de zondag gegeven opdat we in het bijzonder die dag zullen gebruiken om Hem te dienen. Het is een dag waarop we niet hoeven te werken, zodat we tijd hebben om Hem te zoeken. Uiteraard moet dat niet beperkt blijven tot de zondag, maar mensen die de zondag niet als rustdag houden, missen dus een enorme zegen, want ze jagen maar door.
Aanwijzingen bij pagina 13
Hierbij kan ook opgezocht worden H.C. zondag 38. Daarbij dient opgemerkt te worden, dat hier bij het vierde gebod staat wat je allemaal wel mag doen ("Wat gebiedt en niet: wat verbiedt God)! Bovendien staat erin beschreven wat het grote doel is van de sabbat en van ons hele leven, namelijk dat de eeuwige sabbat in ons leven zal aanvangen.
Aanwijzingen bij pagina 14
Organisatie: Leg de eerste twee opdrachten uit (even een stukje gesprek 'voordoen' kan veel zenuwen wegnemen) en verdeel de groep in tweeën. De ene groep gaat de eerste opdracht voorbereiden, de andere groep neemt de tweede opdracht voor haar rekening. Leidinggevenden kunnen de rol op zich nemen van hoofd personeelszaken en afdelingshoofd. Als één van de leden deze rol speelt, moet ervoor gezorgd worden dat er ook een paar jongeren het gesprek met hem of haar voorbereiden. Dan moet de groep dus niet in tweeën, maar in vieren. Daarna worden beide gesprekken gevoerd. Ondertussen schrijft een van de toehoorders op een groot vel voor in de zaal de argumenten die gebruikt worden. Aan de hand van deze aantekeningen kunnen de gesprekken nabesproken worden.
Daarna wordt de groep opnieuw in tweeën verdeeld: voor- en tegenstanders van de openstelling van winkels op zondag. Beide groepen gaan eerst de argumenten verzinnen die ze zullen gebruiken om hun tegenstanders te overtuigen. Daarna wordt de gemeenteraadsvergadering nagespeeld, ledereen gaat in een grote kring zitten. De burgemeester leidt als voorzitter de vergadering. (Dit kan het beste een van de leidinggevenden zijn.) Hij geeft mensen het woord en vat zonodig de argumenten die gegeven worden samen. Hij rondt de discussie ook af als hij merkt dat er geen nieuwe argumenten meer gegeven worden. Ook tijdens deze discussie kan iemand de argumenten, die gegeven worden, op een groot vel papier schrijven, zodat de discussie goed nabesproken kan worden.
Antwoorden van pagina 16
De letters vormen samen de tekst uit Hebreeën 4: 9: "Er blijft dan een rust over voor het volk Gods."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 april 2002
Treffer | 24 Pagina's