AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK
2e jaargang 2001/2002, nummer 7
Verschijnt 8 keer per jaar
ISSN: 1568-8852
Treffer is bestemd voor leidinggevenden aan +12 en +14 groepen. Het geeft informatie voor het werken met het ledenblad Treffer.
In dit blad treft u aan:
- Aanwijzingen voor het gebruik van de Treffer "Sport"
- Programmasuggesties
- Toelichtingen op de vragen
AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK
Hierbij ontvangen jullie de zevende Treffer. Dit nummer gaat over "Sport" en verschijnt in de serie werkschetsen voor-16. Zowel de +12 groepen als de +14 groepen kunnen met de schets aan de slag. Voor beide groepen adviseren we om meerdere personen (jongeren en ouderen) bij het onderwerp te betrekken en met elkaar een dialoog te voeren. Bruikbare thema's zijn:
- Sporten is goed voor je Jongere
- Waarom spreekt sport (m.n. voetbal) zo aan? Jongere (niet iedereen kan dat)
- Vormen van sport Jongere
- Gevaren van topsport Leidinggevende of bijv. gymdocent
- Waar ligt de grens? Leidinggevende
Weet goed waar u aan begint. Als u zelf niet sportief bent, weten de jongeren dat waarschijnlijk. Als u wel enthousiast een potje meedoet tijdens een uitje, komt u wat dit onderwerp betreft, geloofwaardiger over. Het is van groot belang om dit onderwerp evenwichtig aan de orde te stellen (veel jongeren, met name jongens, zullen zo hun eigen visie hebben en hebben tegenwicht nodig). Probeer de lijn van wat ü wilt bespreken, vast te houden. Ga geen discussie aan over actuele sportmensen als u weet dat de jongeren daar veel meer over weten; het gaat ook niet om individuele mensen, maar om het verschijnsel van bijv. heldenverering.
De verschillende werkvormen treft u aan op de volgende pagina's:
- Instapvragen Pagina 3
- Discussievragen Pagina 4
- Stellingen voor beide groepen Pagina 6
- Vragen voor +12 groepen Pagina 7
- Vragen voor +14 groepen Pagina 8
- Stellingen voor beide groepen Pagina 8
- Situatie-vraag voor beide groepen Pagina 8
- Bijbelstudie voor +14 groepen Pagina 9
- Puzzels voor beide groepen Pagina 12
PROGRAMMASUGGESTIES
Doel van de schets
Het doel van de schets is om eerlijk met jongeren in gesprek te komen over het goede van actieve sportbeoefening (met mate), de gevaren van amateursport en de bezwaren tegen het 'consumeren' van topsport. De argumenten voor en tegen deze verschillende vormen kunnen niet zomaar onderling verwisseld worden. Met elkaar kunnen de jongeren zich ervan bewust worden wat er achter hun fanatisme of fan-zijn zit. Zelf voetballen is gezond, maar wat er om het topvoetbal heen zit (geld, eer, etc.), vormt een grens. Maak gebruik van de JBGG-folder "Sport" om veel argumenten overzichtelijk bij elkaar te hebben. Dit onderwerp zal meer jongens dan meisjes aanspreken. Omdat meisjes meestal niet zo enthousiast supporter zijn van een bepaalde (voetbal)club of sport, kunnen ze misschien helderder de bezwaren zien. Betrek ze er nadrukkelijk bij. Hoe de jongeren ook met sport bezig zijn, er zal genoeg aanleiding zijn voor een pittig gesprek. Een goede en gezegende verenigingsavond gewenst.
Idee voor +12 en +14 groepen die gezamenlijk vergaderen
- Opening
- Korte informatieve inleiding over de verschillende vormen van sport
- Stille wanddiscussie over voors en tegens van recreatie-, amateur- en topsport
Pauze
- Korte inleiding door een leidinggevende (zie bovengenoemde thema's)
- Verdeel de jongeren in groepjes met een leidinggevende en laat om de beurt iemand uit de groep een stelling uit de Treffer kiezen. Praat erover zoals aangegeven in de Ideeënmap +12/+14 onder "Keuzestellingen" (3.5).
- Plenaire bespreking van de kreten van de stille wanddiscussie én gerezen problemen in de groepjes
- Sluiting
Idee voor +14 groepen
- Opening
- Inleiding over sport
- Bespreking in de groepjes van de bijbelstudie en/of vragen en stellingen uit de Treffer
- Pauze met inleveren vragen voor het forum
- Een forum van één of twee leidinggevenden en twee of drie jongeren: liefst een fervent sporter (lid van een sportvereniging) en twee anderen die meer neutraal staan. (Als er te weinig uit de groep komt, vraag dan de mening van de forumleden over de vragen en stellingen op pagina 8). Laat na een paar rondes de 'zaal' meepraten.
- Afronding en sluiting
Idee voor +12 groepen
- Opening
- Inleiding over het positieve van actieve sport
- 3-hoekendiscussie over de vragen op pagina 7 met keuze tussen: "kan/mag nief', "hangt ervan af' en "kan gerust" (zie Ideeënmap +12/+14, 3.6). Bedenk zelf eventueel nog meer voorbeelden.
Pauze
- Laat de jongeren in groepjes het interview op pagina 10 lezen en (met een leidinggevende erbij) in de Treffer zoeken (taken verdelen) naar bezwaren tegen sport
- Afsluitende presentatie van de gevonden gegevens door de groepjes en evaluatie van positieve kanten (recreatieve sport) en negatieve kanten (van recreatieve én de andere soorten van sport) door leidinggevende
- Sluiting
TOELICHTINGEN
Aanwijzingen bij pagina 3
Allereerst is het voor u als leidinggevende belangrijk te weten hoe gevoelig het onderwerp sport ligt bij de jongeren. U kunt ervan uitgaan dat veel jongeren (vooral jongens) graag sporten en daarbij ook interesse hebben in de sportwereld. U kunt het gesprek openen met de vragen op deze pagina, zodat ze hun standpunt kunnen laten horen over de grenzen van sport. De jongeren kunnen dan in groepen (of in de hele groep) over de uitkomst spreken. Ze vergelijken hun antwoorden met die van anderen. Probeer ze door te laten praten, zoals over: waarom vindt de één dat trainen niet kan, terwijl de ander de grens legt bij vaak trainen? Heel belangrijk is het voor u als leidinggevende te vragen naar de motivatie van de keuze. Waarom denk jij dat het ene wel kan en het andere niet? Daarbij gaat het niet om: "Hoe vaak mag het?" maar om de vraag: "Hoe ben je ermee bezig?" De volgende argumenten zou u kunnen gebruiken:
1. Sport mag je leven niet beheersen. (Als je elke dag sport, doet het dat vaak wel.)
2. Training kan ten koste gaan van de meest wezenlijk dingen: stille tijd, omgang met God (Je ziel).
3. Sport mag niet ten koste gaan van je lichaam (Je lichaam).
4. Een meestal verkeerd gebruikt argument is: De lichamelijke oefening is tot weinig nut (1 Tim. 4: 8) Dit gaat niet op, want het gaat daar m.n. over de ascese/onthouding en niet over sport. Maak nu direct al duidelijk dat de mening van de jongeren een plaats mag krijgen, maar dat "ik vind" niet het laatste woord heeft. "Wat vindt de Heere?" heeft het eerste én het laatste woord. Als u die sfeer weet te krijgen, kan er vervolgens geluisterd worden naar wat de Heere voor goeds aan ons wil geven, óók in positieve elementen van verantwoorde sportbeoefening. Maar dan komt er ook ruimte voor wat de Heere verbiedt.
Aanwijzingen bij pagina 4
De indeling van sport in verschillende vormen, die hier gemaakt wordt, is van wezenlijk belang voor de discussie. Pluspunten van en bezwaren tegen de ene vorm kunnen voor een andere vorm heel goed niet van toepassing zijn. Laat u dus niet van de wijs brengen als de jongeren argumenten vóór bijvoorbeeld recreatiesport gebruiken bij topsport. Dit blijft in de gehele Treffer belangrijk. We zetten de bezwaren hier op een rij:
- Bij alle vormen van sport kan de prestatie zo overheersen, dat sport bezit van je neemt, dat je erdoor 'bezeten' wordt. Dat geldt zowel voor de recreanten als de amateur- /topsporters. In dat geval is ook recreatiesport niet goed.
- Sommige gemeenteleden (misschien u ook wel,) hebben geen bezwaar tegen (matige) ongeorganiseerde recreatiesport, maar houden toch niet van een georganiseerde vorm daarvan. Dat kan ook afhankelijk zijn van de sfeer waarin deze activiteiten plaatsvinden. Doet men het om ontspanning, spel en om te bewegen? Of overheerst de sfeer van een 'reformatorisch elftal'?
- Ook bij ongeorganiseerd joggen (etc.) kan een soort lichaamscultus ontstaan (als je maar fit bent...), een ovenwaardering van het lichamelijke.
- Meedoen aan topsport is niet naar de Schrift, dit geldt voor topsporters én het publiek. We noemen de volgende bewaren tegen het meedoen aan én het genieten van topsport, die gedeeltelijk ook opgaan voor amateursport:
1. Het lichaam en de mens wordt verheerlijkt. Is het niet door jezelf, dan wel door je fans. (1 Kor. 6: 13d en 19)
2. De prestaties zijn belangrijker dan de personen. Je waardeert de ander dan niet in wie hij is, maar je beoordeelt hem op zijn sportieve prestaties. Het gevaar van verafgoding aan de ene kant en van verguizing aan de andere kant zijn hierbij aanwezig.
3. Prestatiedwang dwingt topsporters vaak tot roofbouw op hun lichaam (vanaf kind-zijn urenlang trainen, doping). Gevolgen: hartvergroting, blessures. Sport is dan ongezond.
4. Verloedering en drankmisbruik onder supporters.
5. De sfeer waarbinnen amateur-/topsport plaats vindt, is goddeloos en gaat tegen alle Tien Geboden in:
1e) Sporters worden als goden vereerd.
2e) Men neemt hen als idool en hun bezittingen als relikwieën.
3e) Ruw taalgebruik op 't speelveld en vloeken als een doelpunt gemist wordt.
4e) De zondag wordt ontheiligd door sportvermaak.
5e) Rellen op de tribune en daarbuiten, uitschelden van scheidsrechters e.d.
6e) Men wenst elkaar dood; sporters brengen soms hun eigen leven in gevaar (auto- en motorraces, de afdaling bij wielrennen, overbelasting van het lichaam).
7e) De sfeer onder supporters is niet altijd even 'netjes'.
8e) Met uitslagen van wedstrijden kan gegokt worden, in de topsport gaan gigantische, onverantwoorde bedragen om.
9e) Veel sporters gebruiken drugs/doping om op oneigenlijke manier beter te kunnen presteren.
10e) De begeerte naar geld en roem drijft sporters ertoe het uiterste te geven.
6. Op een afstand (d.m.v. de krant, tijdschriften, radio en tv) meegenieten van dit spektakel is niet onschuldig: Niet alleen dezelve doen, maar ook mede een welgevallen hebben in degenen, die ze doen (Rom. 1: 32).
ANTWOORDEN OP DE VRAGEN:
* Geef eens aan dat meedoen aan een sport goed voor je is? Zie de positieve genoemde zaken op pagina 6 van het ledenblad. Die gelden voor actieve sport.
* Mag je van sport je beroep maken? In het interview met Geert den Ouden (pagina 10 van het ledenblad) geeft een topsporter zelf aan sport en geloof/kerk niet te kunnen combineren. Uit de hierboven genoemde bezwaren wordt duidelijk dat topsport verboden terrein is.
* Kun je als christen meedoen met de amateurs of prof(essional)s? Nee, je begeeft je op een terrein waarin Gods Geest wordt wederstaan. Kun je daar je tijd doorbrengen of zelfs werken? Leef je tot eer van God, als het je werk is anderen te amuseren in zo'n verkeerde sfeer? Is dat een 'goddelijk beroep'? Hierop is slechts één antwoord: nee. Als je veel talenten op het gebied van sport hebt, zoek dan naar verantwoorde wegen om die te ontwikkelen en te gebruiken tot eer van God en heil van je naaste (concreet wel moeilijk).
Aanwijzingen bij pagina 5
De eerste vraag die u kunt stellen is deze: Wat is er mis mee dat Schumacher zorgt voor een goed doel? Laat de jongeren er maar eens over nadenken. Het antwoord bestaat eigenlijk uit twee delen: de veiling voor het goede doel is prachtig, maar het verkeerde zit 'm in die helm. Michael Schumacher gebruikt zijn populariteit om van zijn helm een soort 'relikwie' te maken. Dat riekt naar verering (verafgoding!) van een sportheld. U zult best tegengas krijgen van jongeren die het overdreven vinden om van afgoderij te spreken. Zij zullen de keuze te stellig vinden: óf God dienen óf de afgod. Zijn sporthelden dan afgoden? Kun je niet gewoon van hun prestaties genieten? Zij hebben die gaven toch ook niet voor niets gekregen? Voetbal moet echter wel degelijk een vervanging zijn voor religie. Mensen worden tot symbolen gemaakt en krijgen bijna goddelijke eer, maar ze blijken ooit sterfelijk te zijn. Je prikt er doorheen. Een goede tekst hierbij is Mattheus 6: 24: Niemand kan twee heren dienen; want of hij zal den enen haten en den anderen liefhebben, of hij zal de enen aanhangen en den anderen verachten; gij kunt niet God dienen en den Mammon. Mammon is de geldgod, en heerst die niet in de sportwereld? Je kunt niet God dienen en je tegelijk vermaken in een sfeer die indruist tegen Zijn geboden (zie boven).
Aanwijzingen bij pagina 6 en 7
Op deze bladzijden worden bewust voor- en nadelen van sport genoemd. Om een evenwichtig oordeel over sport te geven dienen beide zaken aan de orde te komen. Let daarbij weer op de valkuil om de verschillende vormen van sport te vermengen. Actief aan sport doen kan, als het een evenwichtige plaats in onze tijd inneemt, heel goed zijn voor de gezondheid. Maar de randverschijnselen eromheen leggen ons grenzen op. Het zelf meedoen aan amateur- en topsport en/of het fan-zijn gaat te ver. Maar ook in recreatiesport kan niet alles: hoe en waarom we het doen, hoe de sfeer is, enz. zijn belangrijk.
STELLINGEN:
1. Deze stelling is niet correct. Actieve sportbeoefening kan onder bepaalde voorwaarden (zie pag. 4). Daarnaast is het een woordspeling en betekent de afkorting gewoon: Staatkundig Gereformeerde Partij. Omdat het behoudend christelijk volksdeel op deze partij stemt, wordt deze partij geassocieerd met geen-sport.
2. Bij deze stelling wordt gesuggereerd dat het enige foute aan topsport is, dat het op zondag plaats vindt. Dan zijn we wel erg kortzichtig. We vergeten dan het verschijnsel topsport op zich te beoordelen (zie boven).
3. Er zijn topsporters die zich christen noemen. Bij bepaalde honkbalclubs in Amerika wordt zelfs eerst gebeden om de overwinning en een sportieve wedstrijd. Sommige atleten vallen op hun knieën na een uitzonderlijke prestatie. Al mogen wij geen anderen (ver)oordelen, we kunnen (zie boven) niet anders concluderen dan dat de combinatie christen-topsport niet mogelijk is. Maar, kan een jongere aanvoeren, het is toch mooi als een sporter in de pers belijdt dat God de Heere is? Eerst een tegenvraag: Waar heb je dat gelezen? Dat is al geen alledaags christelijk leesvoer. Vervolgens: als het goed is, belijd je dat zelf ook en is deze boodschap geen 'nieuws'. Om te evangeliseren zou die sporter andere wegen moeten zoeken. Een christelijke topsporter is alleen maar interessant, omdat die een mogelijkheid lijkt te bieden om sport én de Heere toch te vermengen.
4. Zonder meer, maar dan moet er wel een positief klimaat aanwezig zijn. We moeten elkaar kunnen aanvaarden in sterke en zwakke punten. Concreet: bij een misser niet uitschelden, wenkbrauwen fronzen o.i.d. Complimenten, enz.
5. Onze 'Gezindte' is met name niet geïnteresseerd in amateur- en topsport (of toch meer dan wenselijk?). Voor recreatiesport zijn best mogelijkheden aanwezig.
6. Natuurlijk is bijbelstudie belangrijker dan sport. Zoekt eerst het Koninkrijk van God (o.a. door bijbelstudie); dat door genade vinden, is vele malen belangrijker dan het fit houden van je lichaam.
7. Dan ga je voorbij aan de sfeer die er is in/rond een sportclub. De eerste sportclub moet nog komen, waar de Tien Geboden in het reglement zijn opgenomen. Het zal slechter voor je ziel zijn, dan goed voor je lichaam.
8. Als het goed is tussen ons en de Heere hebben we het inderdaad graag over de preek en niet over sport. Helaas is dat onder een grote groep jongeren anders. Sommigen luisteren zelfs op zondag naar de radio om alle takken van sport 'langs de lijn' te volgen. Waar het hart vol van is, loopt de mond van over...
9. Dit is niet waar. Het sociale en gezondheids-element is voor velen even belangrijk/belangrijker om actief aan sport te doen. De gezelligheid, de positieve sfeer kunnen een gunstig effect hebben op je persoonlijk welbevinden.
10. Dat is afhankelijk van de vorm van de sport en welke sport. Bij top- en amateursport is het risico op een blessure groot, omdat je tot het uiterste gaat. Daarnaast scheelt het wel of je bijvoorbeeld aan volley- of voetbal doet. In het eerste geval bevindt de tegenstander zich op de andere helft en is er nauwelijks of geen lichamelijk contact.
DENK EENS NA! BRENG JE JEZELF IN GEVAAR OF NIET?
Laat de jongeren zelf de criteria aangeven. Niet de sport is bepalend, maar de omgeving. Café en voetbaltribune vallen qua muziek en sfeer af ("kan niet"); een restaurant of gelegenheid waar gebowld wordt, misschien ook wel ("hangt ervan af). Meedoen met een tafeltenniswedstrijd kan, onder voorwaarde van sportiviteit en een positieve sfeer ("kan gerust"?). Meedoen moet daarbij dus belangrijker zijn dan winnen. Is deze sportieve activiteit te combineren met onze stille tijd?
Aanwijzingen bij pagina 8
VRAGEN:
• Ben jij fan van een voetbalclub? Praat er gerust over, peil maar eens. Maar laat geen gesprek of 'strijd' over clubs tussen de jongeren onderling ontstaan.
• Fan en christen tegelijk zijn is onmogelijk. Je kunt geen twee heren dienen (zie boven). Wel kun je genoegen aan het spel beleven, maar de sfeer van topsport is fout.
• Sommigen zeggen dat voetbal een vervanging is van oorlog tussen veel landen (agressie wordt omgebogen). In vergelijking met oorlog is een partijtje voetbal minder erg te noemen, maar dat wil nog niet zeggen dat topsport voetbal positief is. De sportieve handdruk van de ploegleiders garandeert geen verbroedering. Integendeel, er worden heel wat mensen doodgewenst, die een doelpunt missen (eigen partij) of er in schieten (tegenpartij). Een deel van de supporters maakt op of buiten de tribune een grote, verre van vredige troep. Anderen vieren met elkaar een groot feest, maar is dat ware verbroedering (interesse in elkaar)?
STELLINGEN:
• De Glasgow Rangers zijn protestants in naam, niet in hun wezen. Ze zullen hun spelers ook niet selecteren op geloof, maar op hun capaciteiten.
• Dat kan, maar het is hoogst uitzonderlijk wanneer de Heere een zondaar in een stadion opzoekt. Het zitten in het stadion zal je dan altijd bijblijven. Het was zonde voor God. Je was daar schuldig voor God. Hoe had je je kunnen verantwoorden, als de Heere je in het stadion voor Zijn rechterstoel had geroepen?
• Al is de sfeer misschien beter, hij is nog steeds verkeerd. Het 'oranje-gevoel' is geen vaderlandsliefde. Niet 'wij' als land winnen of verliezen in feite, maar een groepje van nog geen twintig man.
STEL: JE DOET MEE MET EEN VOETBALWEDSTRIJD EN ZIET/HOORT:
- Dit is oneerlijk en hier moet tegen worden opgetreden.
- De Heere wil niet dat wij eikaars naaktheid zien. Denk ook aan Gen. 3.
- Kun je je hierin vermaken? Hieraan mogen we niet meedoen en we moeten hiertegen waarschuwen.
- Hier wordt sport te fanatiek bedreven. Er is geen medelijden, maar hardheid.
- Geen respect voor de naaste.
- De scheidsrechter kan verkeerde beslissingen nemen, maar de uitspraken dienen te worden geaccepteerd.
- Een middel dat verboden is, toch gebruiken, is... verboden. Waarom dan het gebod overtreden? Je levert dan geen eerlijke prestatie meer. Ook tast het de functies van je lichaam aan, misschien op korte termijn, maar zeker op langere termijn.
Al deze verschijnselen zijn geen uitzondering in amateursport op een sportvereniging, maar regel. Het is niet goed om in deze omgeving je tijd te besteden.
Aanwijzingen bij pagina 9
1a. Paulus houdt ons het beeld van de renbaan voor om ons aan te moedigen de Heere te zoeken en in Zijn wegen te gaan. We moeten volhardend zijn in het zoeken, zoals renners volhardend zijn om de finish te halen. Daarnaast is er het afzien van alles wat van de wereld is. Denk aan de vrouw van Lot die ook rende voor haar leven, maar talmde, aarzelde en omkeek. De kroon der overwinning was voor haar niet weggelegd, omdat haar hart bij deze zondige wereld lag.
1b. Als het goed is niet bij ondervinding, nl. dat ze mee hebben gedaan, of op de tribune hebben gezeten. Maar in deze pas gestichte gemeenten is de beeldspraak volkomen duidelijk. Zekere voor christenen die pas zijn overgegaan vanuit het heiden- naar het christendom. Veel gesprekken gingen ook toen over sport en zodoende zal menigeen wel wat hebben opgevangen.
1c. Als beeld is het niet te gewaagd. Het kan wel verkeerd worden uitgelegd, namelijk dat Paulus hier het rennen op een renbaan niet verbiedt, dus dat het mag. Zo mogen we niet redeneren. Paulus wil ons veel meer aansporen tot standvastigheid en volharding.
2/3
overeenkomsten
- volhardend, standvastig
- prijs ter overwinning
- er haken mensen af op de loopbaan (vrouw van Lot)
- zonder ballast lopen (Hebr. 12: 1)
verschillen
- meerdere winnaars
- niet het sterke (in zichzelf), maar het zwakke heeft God uitverkoren
- eeuwige ovenwinning i.p.v. tijdelijke (verderfelijke) overwinning (namelijk lauwerkrans)
- zeker van de prijs
4a. De jongeren zullen misschien verscheidene namen noemen. We gaan niet over de echtheid van hun bekering spreken, maar over de vruchten: wat onthouden ze zich? Er kan dan gedacht worden aan Psalm 1. Niet wandelen, staan, zitten bij/met de goddelozen. Dat komt hierop neer: de zonde nalaten. Zie ook Hebr. 12: 1-4. Noem zelf geen concrete dingen, maar laat de jongeren praten... Zouden ze het moeilijk vinden om zich zonden te ontzeggen?
4b. Je onthouden van zonde is altijd positief en opdracht, maar we kunnen daar God niet mee behagen (wetticisme). Paulus doelt op de heiligmaking, die niet in eigen kracht kan. Dit is de strijd tegen satan, wereld en ons eigen vlees.
5. Het ene is niet los van het andere verkrijgbaar. De hemel/zaligheid, de Heere Jezus, vrede met God zijn allemaal genadegaven die de gelovige -eerst in beginsel- ontvangt van de Heere. En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, den enigen waarachtigen God, en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt(Joh. 17: 3).
6a. Alle wedergeborenen. De Heere geeft Zijn kinderen zeker de overwinning én de 'kroon'. Niet als beloning, maar uit genade. Dë Heere Jezus heeft die verdiend en niet de 'lopers' (10 Geboden: 9 berijmd).
6b. Persoonlijk. In kleine groepjes zal hier misschien eerlijk op geantwoord worden. Het is een grote zaak te mogen zeggen wederomgeboren te zijn. Weet wel: ook onder onze jongeren zijn er die God Ijef hebben gekregen. Forceer geen antwoord, maar geef ze de gelegenheid om eventueel te antwoorden
7. Dat is de strijd van geest tegen vlees (Rom. 7: 13-26). De geest is gewillig, maar het vlees zwak. Het zijn de overgebleven zwakheden, de 'oude mens', (geen verontschuldiging!) die de christen kan aanzetten tot zonde, ongeacht tegen welk gebod.
8. De hoop ligt door Christus bij de Heere (Rom 7: 25). In die Ander (H.C. 1, vraag 1) ligt onze hoop. Kennen wij Hem? Zie ook Hebr. 12: 1,2.
Aanwijzingen bij pagina 10
Dit interview met een voetballer die in één van onze gemeenten opgevoed is, vraagt om een gesprek. In eerste instantie komt het misschien wat positief over ten aanzien van voetbal. Hij heeft 'leuk' werk, nog altijd vrienden, een goede band met zijn ouders. U begrijpt dat deze visie niet de onze is. Het is goed om de jongeren in een gesprek de andere kant van dit leven te laten zien
Enkele gespreksvragen:
1. Waarom wilde Geert zo graag voetballen?
2. Waarom verbieden ouders hun kind om op een voetbalvereniging te gaan?
3. Geert heeft 'voetbalgaven'. Die moet hij gebruiken, toch?
4. Wat vind je van de argumenten die Geert hoorde om niet te gaan voetballen?
5. Geert kan geloof en voetbal niet met elkaar verenigen. Is dat consequent?
6. Hoe zullen de ouders met hun zoon omgaan?
Geert is 'op voetbal' gegaan omdat hij dat leuk vond en er goed in is, maar niet met de bedoeling om topsporter te worden. Toch kwam hij steeds 'hoger' en dat brengt gevolgen met zich mee. Eerst wilde hij (bij Excelsior Rotterdam) niet op zondag voetballen, dat hield hij nog een tijd vol omdat zijn ouders dat niet wilden, maar het moment kwam waarop hij inzag dat je, als je iets wilt bereiken, die zondag op moet geven. En voor hem was dat eigenlijk al geen punt meer. Geert geeft zelf eerlijk aan dat het óf... óf... is. De Heere zoeken/naar de kerk gaan gaat niet samen met op deze wijze voetballen. Hier is niet een dominee aan 't woord, maar een topsporter. Dat geeft de inhoud van de woorden meer gewicht. Geef dat als leidinggevende door. Geert vertelt zelf (niet letterlijk in het ledenblad weergegeven): "Ik richt me op voetbal en de rest vervaagt gewoon..." Hij 'zit' niet meer met een spanningsveld. Dus geen roepstemmen meer? En het einde dan? In de sportwereld is het nooit genoeg. Ook Geert is niet tevreden, maar hij wil hoger: eredivisie spelen. En als die top bereikt is? Als je te oud wordt, ben je afgeschreven. Dat geeft de wereld. Geert toont zich een post-modern mens. Hij laat de ander in zijn waarde (zijn ouders bijv.) en bepaalt zelf wat goed voor hem is. Hierin luistert hij niet naar wat de Heere in Zijn Woord van ons vraagt. Zijn ouders kunnen nog met hem spreken en voor hem bidden. De vader van Geert heeft op een - 1 6 bondsdag ook een hartelijke waarschuwing aan de aanwezige jongeren laten horen.
Aanwijzingen bij pagina 11
U kunt de meditatie gebruiken om tegenwicht te bieden tegen de aantrekkelijke uitstraling van de topsport. Laat de jongeren ze met elkaar vergelijken. Wat zijn de vooruitzichten op de korte en op de lange termijn? Het is belangrijk om te zien dat topsport zonder meer afgewezen wordt, maar dat actieve recreatiesport binnen bepaalde grenzen van harte aanbevolen kan worden. Als je het maar doet tot Gods eer. Dan is alles anders!
Antwoorden van pagina 12
gevangenis straf schop
voet bal spel
voet volley bal
toren hoog springen
doel punt hoofd
zij lijn rechter
linker hoek schop
auto race fiets
tafel tennis bal
top sport hemd
sport terrein waqen
sport wereld bol
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 maart 2002
Treffer | 20 Pagina's