Bijbelstudie
Romeinen 13: 1 - 7
1. Alle ziel zij den machten1 over haar gesteld, onderworpen; want er is geen macht dan van God, en de machten, die er zijn, die zijn van God geordineerd.
2 Alzo dat die zich tegen de macht stelt, de ordinantie2 van God wederstaat; en die ze wederstaan, zullen over zichzelven een oordeel halen.
3 Want de oversten zijn niet tot een vreze den goeden werken, maar den kwaden. Wilt gij nu de macht niet vrezen, doe het goede, en gij zult lof van haar hebben;
4 Want zij is Gods dienares, u ten goede. Maar indien gij kwaad doet, zo vrees; want zij draagt het zwaard niet tevergeefs; want zij is Gods dienares, een wreekster tot straf dengene, die kwaad doet.
5 Daarom is het nodig onderworpen te zijn, niet alleen om der straffe, maar ook om der conciëntie3 wil.
6 Want daarom betaalt gij ook schattingen4; want zij zijn dienaars van God, in ditzelve geduriglijk bezig zijnde.
7 Zo geeft dan een iegelijk, wat gij schuldig zijt, schatting dien gij de schatting, tol dien gij den tol, vreze dien gij de vreze, eer dien gij de eer schuldig zijt.
1 de overheid
2 ordening, besluit
3 geweten
4 belasting
Artikel 36
VAN HET AMBT DER OVERHEID
Wij geloven dat onze goede God, uit oorzaak der verdorvenheid des menselijken geslachts, koningen, prinsen en overheden verordend heeft; willende dat de wereld geregeerd worde door wetten en poli tien*, opdat de ongebondenheid der mensen bedwongen worde en het alles met goede ordinantie onder de mensen toega. Tot dat einde heeft Hij de overheid hel zwaard in handen gegeven lot straf der bozen en bescherming der vromen. En hun ambt is, niet alleen acht te nemen en te waken over de politie*, maar ook de hand te houden aan den heiligen kerkedienst; om te weren en uit te roeien alle afgoderij en valsen godsdienst, om het rijk van den antichrist te gronde te werpen, en het Koninkrijk van Jezus Christus te doen vorderen, het woord des Evangelies overal te doen prediken, opdat God van een iegelijk geëerd en gediend worde, gelijk Hij in Zijn Woord gebiedt. Voorts, een ieder, van wat kwaliteit, conditie of staat hij zij, is schuldig zich den overheden te onderwerpen, schattingen te betalen, hun eer en eerbied toe te dragen, en hun gehoorzaam te zijn in alle dingen, die niet strijden tegen Gods Woord; voor hen biddende in hun gebeden, opdat hen de Heere stieren wille in al hun wegen, en dat wij een gerust en stil leven leiden in alle godzaligheiden eerbaarheid. En hierin verwerpen wij de Wederdopers en andere oproerige mensen, en in het gemeen al degenen, die de overheden en magistraten verwerpen en de justitie omstoten willen, invoerende de gemeenschap der goederen, en verwarren de eerbaarheid, die God onder de mensen gesteld heeft.
* politiën betekent hier verordeningen
* politie betekent hier staatsbestuur
1. Waarom moet je de overheid gehoorzamen?
2a. Moet je de overheid altijd gehoorzamen? Waarom wel/niet?
2b. Mag je in opstand komen tegen een overheid die zich niet stoort aan Gods geboden of die (volgens jou) niet goed zorgt voor de inwoners van een land/gemeente?
3. Wat betekent de eerste regel van vers 3? (Want de oversten ... maar den kwaden.)
4. Wat betekent in vers 4 dat de overheid het zwaard niet tevergeefs draagt? (Zie ook Genesis 9:6 en artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis)
5. Wat vind je van de doodstraf? Moet deze weer toegepast worden of niet?
6. Waarom moet je eigenlijk belasting betalen aan de overheid?
7. Wat wordt bedoeld met vers 7?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 2002
Treffer | 20 Pagina's