JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK

22 minuten leestijd

2e jaargang 2001/2002, nummer 6
Verschijnt 8 keer per jaar
ISSN: 1568-8852

Treffer is bestemd voor leidinggevenden aan +12 en +14 groepen. Het geeft informatie voor het werken met het ledenblad Treffer.

In dit blad treft u aan:
- Aanwijzingen voor het gebruik van de Treffer "Het vijfde gebod"
- Programmasuggesties voor een avond over de schets
- Toelichtingen op de pagina's

AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK

Deze zesde Treffer van het seizoen 2001/2002 gaat over "Het vijfde gebod". Deze schets verschijnt in de serie werkschetsen voor de -16-verenigingen met het oog op de verkiezingen voor de gemeenteraad (D.V. 6 maart 2002) en voor de Tweede Kamer (D.V. 15 mei 2002). Het vijfde gebod dient in deze Treffer als kader; het wordt niet als zodanig behandeld. De Treffer gaat in op 'allen die over ons gesteld zijn'. Met name de overheid komt aan de orde. De deelonderwerpen 'gezag' en 'verkiezingen' hebben hier alles mee te maken. Bij 'gezag' komt tevens de verhouding tussen leerlingen en docenten om de hoek kijken, met reacties van jongeren. De schets is bedoeld voor zowel de +14- als de +12-groepen. Naast deze Treffer kan eventueel de Lesbrief Pblitiekvan de SGP-jongeren gebruikt worden. Deze is verkrijgbaar bij het partijbureau van de SGP (tel. 070- 3456226). Een klein deel van het materiaal uit deze lesbrief is verwerkt in deze Treffer. Een andere uitgave die een goede inleiding geeft is het boek Macht en gezag van C.J. Klop, een uitgave van Kok, ISBN 90-242-2308- 3. Vooral het begrip 'gezag' komt in deze zeer leesbare publicatie goed uit de verf.

U kunt dit kiezen welk thema u op de verenigingsavond centraal wilt stellen: het vijfde gebod en gezag in het algemeen óf het politieke aspect met het oog op de verkiezingen. In het laatste geval zal het de levendigheid van avond ten goede komen, ais u een (plaatselijke) politicus, agent of ambtenaar kunt uitnodigen. Betrek de jongeren ook zoveel mogelijk bij de invulling van de avond.

Bruikbare thema's zijn:
- Het vijfde gebod/ Gezag Een leidinggevende of ambtsdrager
- Wat heb je met de overheid te maken? Een jongere of een politicus
- Wat doen we tegen onrecht? Een leidinggevende
- Wanneer moeten wij gehoorzamen? Een jongere

De verschillende verwerkingsvormen treft u aan op de volgende pagina's:
- Opdracht als instap voor beide groepen pagina 3
- Vragen voor beide groepen pagina 5
- Vragen voor +14 groepen pagina 6
- Stellingen voor beide groepen pagina 7
- Vragen voor +12 groepen pagina 9
- Bijbelstudie voor +14 groepen pagina 10
- Puzzels voor beide groepen pagina 12

Het bovenstaande is een advies. U kunt uiteraard de verwerking op een andere leeftijdsgroep inzetten, dan door ons aangegeven. U kent immers als leidinggevenden de jongeren ter plaatse en weet welke opzet het beste bij hen past. Probeer met name aan te sluiten bij hun belangstelling. Maak een keuze uit het aanbod, waarbij het uiteraard niet de bedoeling is om zoveel mogelijk vragen te bespreken, maar om interesse te wekken en met de jongeren na te denken over hun verantwoordelijkheid. Probeer er geen saaie 'politieke' avond van te maken, maar een levendig en boeiend geheel.

Deel de schetsen na de inleiding uit, zodat de jongeren tijdens de inleiding niet alvast in de schets gaan lezen. Als dit de inleiding verduidelijkt, kunt u de tekst van de Heidelbergse Catechismus vraag en antwoord 104 en/of (gedeelten uit) artikel 36 van de NGB vóór de inleiding op laten zoeken, uitdelen, in grote letter ophangen of projecteren. Als de schetsen uitgedeeld zijn, kan met de verwerkingsvormen in de schets verder gewerkt worden. Geef de Treffer mee naar huis, zodat de jongeren daar nog meer over het onderwerp kunnen lezen en met hun ouders verder kunnen praten.

PROGRAMMASUGGESTIES

Doel van de schets
Het doel van de schets is om met jongeren in gesprek te komen over hun houding ten opzichte van het gezag: ouders, ambtsdragers, leraren en de overheid. In onze tijd gaat men uit van de rechten van ieder mens, maar het vijfde gebod wijst ons op onze plicht om te eren en te gehoorzamen. (Het kopieermateriaal moet u dan ook kritisch benaderen.) Dan moeten wij het gezag niet 'gebruiken' om onze doelstellingen te verwezenlijken, maar we moeten beseffen dat de Heere het gezag gegeven heeft om ons te regeren. De vraag: "Tot hoever reikt onze gehoorzaamheid, dus wanneer mogen we wel ongehoorzaam zijn?" komt voort uit een verkeerde houding. Wij zijn altijd geneigd om de grenzen van het gezag op te zoeken, wat het meest concreet wordt in de dagelijkse omgang van de jongeren met gezagsdragers. Daarin zullen ze hopelijk ook eerlijk zijn. Als orde en gezag op uw vereniging (soms) een probleem is, kunt u deze schets gebruiken om hierover met de jongeren te praten en oplossingen te vinden. Daarbij past echter wel een open houding. Als u daarentegen bang bent voor een confrontatie, bestaat de kans dat een dergelijke bespreking bij de jongeren op weerstand stuit. Voorkom dan een dergelijk 'misbruik' van het vijfde gebod en vul de avond op een andere manier in. Waarschijnlijk staat de overheid wel ver buiten de belevingswereld van met name de +12 groep, maar door het bespreken van deze schets zal ook dit onderdeel van het maatschappelijk leven hopelijk wat meer voor hen gaan leven. De overheid is immers 'overal'. Om als echte christen in het leven te staan, moet je ook weten wat je verantwoordelijkheid tegenover de maatschappij is.

Idee voor +12 en +14 groepen die gezamenlijk vergaderen
- Opening
- Inleiding naar aanleiding van de schets door een jongere of genodigde (agent?)
- Inleiding naar aanleiding van de schets door een jongere of genodigde (agent?)
Pauze
- De jongeren in groepjes verdelen en een affiche laten maken over de vraag: "Wanneer en waarom hoef ik het gezag niet te gehoorzamen?" (Hierbij kan pagina 3 van het ledenblad gebruikt worden.) Geef elk groepje, wanneer het klaar is, een envelop met daarin een copie van H.C. vraag en antwoord 104. Laat ze dit op de achterkant van het affiche verwerken onder de vraag: "Wanneer en waarom moet ik het gezag gehoorzamen?"
- Laat de groepjes zo blijven zitten en laat elk groepje kiezen welke (doorslaggevende) kant van het affiche het laat zien. Houd een groepsgesprek naar aanleiding van de (gekozen zijden van de) affiches. Wat legt nu meer gewicht in de schaal: Gods Woord of onze praktische, misschien zelfs principiële en terechte bezwaren? Gebruik hierbij Romeinen 13 en eventueel het interview met de heer Holdijk. Tijdens de discussie kan een groepje besluiten de andere kant voor te hangen.
- Eventueel korte bijbelstudie
- Sluiting

Idee voor +12 groepen
- Opening
- Stille wanddiscussie over de vragen van pagina 9.
- Plenaire bespreking van de vragen op pagina 6
- Inleiding over de schets (door jongere of genodigde)
- Pauze
- Verdeel de jongeren in groepjes. Laat ze bedenken welke rechten een jongere van 12-16 heeft (thuis, op school, op straat). Op een collagevel schrijven. Laat ze op een ander vel opschrijven welke plichten een jongere heeft. Als ze er niet goed uitkomen, kunt u ze een kopie geven van de rechtenbriefjes op pagina 7 en/of de plaatjes op pagina 8 van dit leidinggevendenblad en op laten schrijven welke ze belangrijk vinden. Wees met elkaar kritisch: wat vinden ze van deze benadering van rechten en plichten?
- Gezamenlijk bespreken van de reacties. Kom in dit gesprek ook uit op de plichten van de overheid en van andere gezagsdragers (zie bijv. het interview met de heer Holdijk, met name vraag 3).
- Zingen: Morgenzang: 3, 4, 5
- Sluiting

Idee voor +14 groepen
- Idee voor +14 groepen
- Korte inleiding door een plaatselijke politicus over de gang van zaken in de gemeenteraad: met welke problemen krijgt hij te maken, wat bereikt zijn fractie eigenlijk?
Pauze
- (Kort) gelegenheid tot (schriftelijke) vragen stellen aan de genodigde
- De jongeren in groepjes verdelen en elk groepje een andere casus voorleggen, bijvoorbeeld: waarom stem je voor of tegen de bouw van een moskee in de gemeente; stem je voor een voorstel om 8 koopzondagen per jaar toe te staan (in plaats van 52)?
- De jongeren in groepjes verdelen en elk groepje een andere casus voorleggen, bijvoorbeeld: waarom stem je voor of tegen de bouw van een moskee in de gemeente; stem je voor een voorstel om 8 koopzondagen per jaar toe te staan (in plaats van 52)?
- Sluiting

Idee voor +12 en +14 groepen
- Opening
- Korte inleiding door jongere, leidinggevende of een plaatselijke politicus
Pauze
- Voorbereiding en uitvoering van een 'gemeenteraadsvergadering' (zie de aanwijzingen bij pagina 5, antwoord 6).
- Sluiting

Zie voor andere verwerkingsvormen de "Ideeënmap +12/+14". Heeft u zelf nieuwe ideeën? Geef ze aan ons door. Andere verenigingen zijn er blij mee! Het uitwisselen van ideeën hebben we allemaal nodig om elke verenigingsavond fris en nieuw te houden. Dat maakt een - 16 vereniging voor alle jongeren aantrekkelijk.

TOELICHTINGEN OP DE PAGINA'S

Aanwijzingen bij de krantenartikelen op pagina 3
Het gaat erom dat de jongeren zien dat het niet altijd ongeoorloofd is om tegen het gezag (door wie dan ook vertegenwoordigd) in opstand te komen. Dit mag echter alleen gebeuren wanneer gezagsdragers aan diegenen die onder hun gezag vallen zaken opleggen die ingaan tegen Gods Woord en dan nog mogen wij als individu niet het recht in eigen handen nemen (zie bijbelstudie op pagina 10, antwoord 2). In alle andere gevallen moeten we handelen in de geest van het antwoord op vraag 104 van de Heidelbergse Catechismus. Voor wie zich hierin meer wil verdiepen is er een schitterende publicatie die geheel over dit onderwerp gaat, namelijk Het recht der overheden: De iure magistratuum van Theodorus Beza, uitgegeven door Boekhandel Van Zijverden te Gouda (1980). Vooral de bijgevoegde hoofdstukken uit de Bekentenisse des Christelicken Gheloofs na de Heylighe Schrift {1561) werpen een heel duidelijk licht op de zaak.

Het tweede artikel is moeilijker en theoretischer dan het eerste. Wij hebben er bewust voor gekozen om de gang van zaken rond de mkz-crisis in Kootwijkerbroek niet aan de orde te stellen, maar u kunt hierover, zeker op de Veluwe, vragen verwachten. Het is moeilijk om in zulke zaken wijsheid te vinden. Misschien helpt het u om de nadruk te leggen op ieders eigen verantwoordelijkheid: het doden van vele gezonde dieren is gebeurd onder verantwoordelijkheid van (weliswaar democratisch gekozen) bewindspersonen, niet onder verantwoordelijkheid van betreffende boeren. Het bedreigen van RVD'ers en veroorzaken van chaos kan nooit goedgepraat worden met een beroep op de Bijbel. De vraag blijft: wanneer en hoe is waardig protest geoorloofd?

Als achtergrondinformatie volgt hieronder een deel uit het artikel van R. Kuiper.
"Blijven eerbiedigen Hoe moet de houding van christenen zijn tegenover een dergelijke overheid? Biedt de christelijke bezinning op het ambt van de overheid en de plicht tot gehoorzaamheid nog houvast? Zeker. Het gezag van de overheid mag ernstig zijn aangetast, toch blijft het onze overheid. Nog altijd geldt dat we haar hebben te eerbiedigen, tenzij het christenen wordt verboden hun geloof te belijden. Daar ligt de absolute ondergrens. Zolang het om de zaken van deze wereld gaat hebben we de overheid te eerbiedigen, ook als ze naar het besef van christenen onbegrijpelijke maatregelen neemt. We moeten niet vergeten dat dit bijbelse gebod aan Romeinse christenen werd voorgeschreven in de tijd van christenvervolgingen. Eerbiedigen is echter niet slaafs volgen. Het protest mag gehoord worden, de weerzin mag blijken. Toch zullen we ons hebben te voegen. Door deze houding op te brengen, dragen we bij aan een ordelijk maatschappelijk leven. Overigens: ook al eren wij overheidspersonen omwille van hun ambt, we zijn niet verplicht warme gevoelens voor hen te koesteren. Ik weet dat mensen de persoonlijke omgang met sommige bewindspersonen liever uit de weg zouden gaan. Er is echter geen verplichting een bewindspersoon uit te nodigen bijvoorbeeld bij de opening van een christelijke instelling, indien men dat zo beleeft."

Aanwijzing bij pagina 4
De laatste alinea zal de jongeren wel aanspreken: de grens aan het gezag en het recht van opstand is interessant. Zie ook hierboven: "doel van de schets". Misschien kunt u de groep een aantal casussen voorleggen met de vraag: "Wat zou je (moeten) doen als...?"

Aanwijzingen bij de vragen op pagina 5
1. Het antwoord is afhankelijk van de gemeente waarin de jongeren wonen. Kom zelf wel beslagen ten ijs! In het geval uw vereniging bij een regiogemeente hoort, kunt u deze vraag beter overslaan.
2. Nederland wordt bestuurd door de regering (de koningin, ministers en staatssecretarissen). De Tweede Kamer controleert de regering en heeft daarnaast ook een wetgevende taak. Ter verduidelijking: de wetgevende taak van de Tweede Kamer bestaat uit het recht van initiatief (een kamerlid ontwerpt zelf een wet) en het recht van amendement (een kamerlid/ partij wijzigt een wet die door de regering is gemaakt, op onderdelen). De huidige minister-president is W. Kok. Namen van andere ministers zijn te vinden bij de puzzel.
3. Landelijke politieke partijen zijn PvdA, VVD, D'66, CDA, SGP, Christenunie, GroenLinks en SP. Denk ook aan de opkomst van de Leefbaar-partijen. Mogelijk zullen ook extreem-rechtse partijen genoemd worden (zoals Centrum Democraten).
4. Vraag zal persoonlijk ingevuld worden. Laat ook motiveren. Probeer flauwe uitroepen te vermijden; hebben de jongeren ooit van een verkiezingsprogramma gehoord? Weten ze eigenlijk wat de uitgangspunten van politieke partijen zijn?
5. Mogelijke antwoorden zijn: moet beleid normeren aan de Bijbel (dit leidt tot Bijbelse waarden), moet opkomen voor jongeren, moet veel aandacht schenken aan het milieu, moet oog hebben voor plaatselijke belangen, et cetera. Wees voorbereid op het allochtonenprobleem. Het lijkt ons hier niet de gelegenheid om dat te bespreken. Maak wel duidelijk dat dit probleem bestaat en dat alle partijen daar hun visie op hebben.
6. Laat de jongeren maar eens bedenken wat er veranderd zou moeten worden in de gemeente/ het dorp/ de stad waarin ze wonen. Voorbeelden: betere groenvoorzieningen, speciale hangplek voor jongeren, nettere bushokjesreclame, et cetera. Wanneer er daadwerkelijk een brief geschreven wordt, dit goed begeleiden! Overigens is de kans op antwoord 100%. Als u zelf een beetje thuis bent in de (gemeente)politiek, kan het heel boeiend zijn om een gemeenteraadsvergadering te organiseren op de vereniging. Betrek de jongeren bij de voorbereiding hiervan. Kunt u met (geïnteresseerden van) de vereniging vooraf (of eventueel achteraf) een echte gemeenteraadsvergadering bezoeken? Laat de jongeren zelf of een groepje (van te voren) één of twee plaatselijke onderwerpen aandragen, stel een burgemeester aan die de vergadering gaat leiden en maak 'politieke partijen' met standpunten. De partijen hoeven niet direct overeen te komen met de werkelijkheid, als u kans ziet om de verschillen tussen de partijen helder te krijgen, kan dat natuurlijk wel. Het mooiste zou zijn als u een identiteitsgevoelig thema ter discussie kunt brengen. Het gaat om de argumenten. De 'burgemeester' stelt het probleem aan de orde. Daarna krijgen alle 'fracties' een kwartier om zich voor te bereiden. Vervolgens komen zij weer bij elkaar en wordt de vergadering heropend. De woordvoerder van elke partij presenteert in twee minuten zijn standpunt ('de eerste termijn') en daarna mag iedereen meepraten. Elkaar overtuigen, naar elkaar luisteren, argumenten beoordelen en beleven hoe moeilijk het kan zijn om een minderheidsstandpunt te verdedigen, zijn waardevolle elementen in een dergelijke simulatie. Als afsluiting brengt de 'burgemeester' het voorstel in stemming.

Aanwijzingen bij de vragen op pagina 6
1. Dit anonieme gedicht is afkomstig uit het Spectrum Citatenboek. Een mogelijke interpretatie is de volgende: de dichter stelt dat de mensen niet meer zoals vroeger iemand met gezag op zijn woord geloven. Veel mensen denken: is het wel waar wat hij zegt? En: kan hij bewijzen wat hij zegt? In de tweede zin geeft de dichter aan dat de mensen juist niet meer klakkeloos geloven wat anderen zeggen. Ze varen teveel blind op hun eigen verstand. Hij vraagt zich (terecht?) af of dit beter is. Mogelijk kan het gedicht worden doorgetrokken naar de praktijk van het plaatselijke kerkelijke leven. Geloven de jongeren alles wat ze van (kerkelijke) gezagsdragers (predikanten en/of ouderlingen) horen? Of hebben ook zij (bij voorbaat!) hun bedenkingen?
2. Het is mogelijk dat deze vragen een negatieve reactie bij de jongeren oproepen, met name ten aanzien van bepaalde (waarschijnlijk bij name genoemde) personen. Sommige jongeren zullen zich heel wat wijzer en intelligenter voelen dan bepaalde ambtsdragers. Ga het gesprek hierover niet uit de weg, maar sta niet toe dat er onbetamelijke dingen over gezags- en/of ambtsdragers gezegd worden. Wijs er dan op dat wijsheid iets heel anders is dan kennis: ware wijsheid is immers de vreze des Heeren. Benadruk dat de Heere degene is die (gebrekkige en zondige) mensen gezag geeft en dat wij dat gezag niet ter discussie hebben te stellen.
a. Dit antwoord is sterk persoonlijk. Iedere jongere zal het weer anders invullen.
b. Ook hierop zal per persoon een ander antwoord worden gegeven. Leg de nadruk op het respect dat ambtsdragers behoren te krijgen, ook al hebben ze misschien weinig didactische kwaliteiten en 'verdienen' ze volgens de jongeren geen gezag.
c. In wezen niet. Dat het wellicht wel gebeurt, is een ander verhaal.

Aanwijzingen bij de stellingen op pagina 7
1. Deze stelling is een nogal kort-door-de-bocht-stelling. Als er onder de jongeren rasechte SGP'ers zijn, zal er waarschijnlijk een verontwaardigd protest klinken. Binnen het kader van de nog steeds niet verdwenen band God-Nederland-Oranje is de afschaffing van de monarchie ondenkbaar. Dit is ook één van de argumenten voor behoud van de monarchie. Een ander aspect van de monarchie is dat de koningin niet wordt gekozen en daardoor boven de partijen staat. Een voordeel hiervan is, dat zij zo een symbool van nationale eenheid kan blijven, maar een nadeel is (?) dat haar regering niet democratisch is. Een ander voordeel (tevens een nadeel) is de continuïteit. Je hebt niet iedere vier jaar een nieuwe leider. Andere argumenten tegen de monarchie: ouderwets, kost de staat jaarlijks miljoenen euro's. Dat de koningin niet veel anders doet dan mooi zijn en lintjes doorknippen, is in Nederland pertinent niet waar: de koningin speelt wei degelijk een rol in de regering (zie kader in het ledenblad), maar hoe groot die rol feitelijk is, weten wij niet (zie antwoord 4).
2. Feitelijk is de stelling juist. Een koningin is echter wel meer herkenbaar, zij is niet gekozen dus niet politiek gebonden en zij staat in een historische lijn van afstamming. Bovendien is de koningin, in tegenstelling tot een gekozen president, onschendbaar: niet zij wordt voor haar uitspraken ter verantwoording geroepen, • maar de minister-president. Dit beperkt haar aan de ene kant, maar zorgt er anderzijds voor dat zij niet in partijpolitiek betrokken wordt en dus symbool van eenheid kan blijven.
3. Wat is het principiële verschil tussen een overtuigd rooms-katholieke koningin en een progressiefhervormde koningin? Een voorbeeld: toen de abortuswet in België moest worden aangenomen, deed de toenmalige koning Boudewijn voor een dag afstand van de regering. Koningin Beatrix deed dit niet bij de wetten die in stelling 4 worden genoemd. Toch hechten wij wel aan de historische, protestantse wortels van ons koningshuis.
4. Bijbels gezien is de stelling niet waar: wij mogen niet het vertrouwen in de vorstin, die regeert "bij de gratie Gods", opzeggen. Ook wettelijk gezien is de stelling onjuist (artikel 1 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden). De handtekening van de koningin onder een wet is pas het laatste stadium daarvan. De koningin is al veel eerder bij het proces van wetgeving betrokken, maar hoeveel invloed zij daarbij heeft, behoort tot het 'geheim van Noordeinde'. Een onderwerp als dit is meer gevoelsmatig. Zeker is wel dat de koningin niet alle Nederlanders vertegenwoordigt, zij is dan ook geen volksvertegenwoordiger.

Aanwijzingen bij pagina 9
De vragen kunnen goed gecombineerd worden met de opgenomen uitspraken van jongeren. Confronteer ze met hun eigen positieve dan wel negatieve gedrag in klassensituaties. Eventueel kan dit ook worden doorgetrokken naar de catechisatie en/of de vereniging. In deze gevallen moet wel de nodige voorzichtigheid worden betracht.

Aanwijzingen bij de bijbelstudie op pagina 10
Dit bijbelgedeelte is voor de meeste jongeren best moeilijk te begrijpen. U zou hun tegemoet kunnen komen door het gedeelte als leidinggevende hardop voor te lezen en vervolgens per tekst te parafraseren in gemakkelijker woorden.
1. De overheid is een instelling van God. De kanttekeningen zeggen bij den machten: "d.i. de overheden, die van God over anderen met macht en autoriteit gesteld zijn." Verder is de overheid Gods dienares, u ten goede (vers 4). Het is belangrijk om te weten dat Paulus dit schrijft ten tijde van de Romeinse overheid (keizer Nero) in zijn dagen. Ook toen moesten de mensen gehoorzamen en voor de overheid bidden. Petrus schrijft in 1 Petrus 2: 13-14; Zijt dan alle menselijke ordening onderdanig, om des Heeren wil, hetzij den koning, (...) hetzij den stadhouders (...). Het vijfde gebod is hier voluit van toepassing: gehoorzamen zal zegen afwerpen.
2. a/b Wanneer de overheid zaken aan de burgers oplegt die indruisen tegen wat Gods Woord beveelt, dan mag daaraan niet gehoorzaamd worden. Men moet Gode meer gehoorzaam zijn dan de mensen (Hand. 5: 29). Hoewel je geweten niet hoeft te gehoorzamen, dien je als individu toch niet in opstand te komen. Wel kun je als wettige vertegenwoordigers van een groep (bijvoorbeeld als synode) proberen zaken af te dwingen of in ieder geval zaken aankaarten bij de overheid. Een voorbeeld hiervan is Willem van Oranje, die niet als rebel in opstand kwam, maar die als wettig gezagsdrager opkwam voor het recht van de onderdanen. Ook kun je protesteren door niet mee te werken aan wat de overheid oplegt. Denk bijvoorbeeld aan de mensen in China die zich niet hielden aan de één kind-politiek en zich verborgen. (Maar een aborteur neerschieten is daarbij niet geoorloofd.)
3. Vrij vertaald staat er het volgende: Niet de mensen die de wetten houden die de overheid gemaakt heeft (die dus gehoorzamen), moeten bang zijn, maar de mensen die zich er niet aan houden. De kanttekeningen zeggen het volgende: bij de oversten: "d.i. de overheden over ons gesteld," bij tot een vrees: "nl. van te zullen straffen," bij den goeden werken: "d.i. als gij weldoet en hun bevelen gehoorzaam zijt," bij den kwaden: "nl. werken, d.i. als gij kwaad doet en hun bevelen overtreedt."
4. De kanttekeningen zeggen hierbij: "d.i. heeft de macht ontvangen om de kwaaddoeners zelfs ook met de dood te straffen, Gen. 9: 6 (Wie des mensen bloed vergiet, zijn bloed zal door den mens vergoten worden; want God heelt den mens naar Zijn beeld gemaakt), en laat niet zonder oorzaak het zwaard voor zich dragen, of draagt het aan zijn zijde, om te kennen te geven, dat hij zulke macht heeft, en die tegen de boosdoeners ook zal uitvoeren."
5. Probeer bij deze vraag te sturen. De doodstraf is een Bijbels gegeven, zie het hiervoor genoemde Gen. 9: 6 en de boeken van Mozes. Aan de andere kant mag de doodstraf alleen toegepast worden wanneer er absolute zekerheid is over de dader van een misdrijf. Ook onschuldige mensen kunnen na een wettig proces onterecht gedood worden. Bij de doodstraf gaat het om vergelding en gerechtigheid en niet zozeer om wraak, want de overheid voert die straf uit als Gods dienares en zij draagt het zwaard niet tevergeefs. Men zegt dat de doodstraf niet 'helpt' en geen potentiële daders afschrikt, maar dat is ook niet het doel ervan. Misschien valt bij de leden het woord 'uit te roeien' uit artikel 36 op. Maak duidelijk dat dit slaat op alle afgoderij en valse godsdienst, niel op de aanhangers daarvan. Het geweten is vrij, maar voor het openbare leven mag en moet de overheid regels stellen.
6. Ten eerste is dit ook weer een Bijbelse opdracht. In Lukas 20 antwoordt de Heere Jezus op de vraag of het geoorloofd is de keizer schatting te geven, het volgende: Geeft den keizer wat des keizers is (vs. 25). Ten tweede is er een praktisch punt: de overheid voert tal van taken uit waarvoor geld nodig is. Deze taken kunnen niet door het bedrijfsleven worden uitgevoerd. Vandaar dat er belasting betaald moet worden om die overheidsdiensten mogelijk te maken.
7. Je moet iedereen datgene geven wat hem/haar toekomt. Luk. 6: 31 kan in dit verband wellicht ook genoemd worden: En gelijk gij wilt dat u de mensen doen zullen, doet gij hun ook desgelijks. Wat de overheid met ons belastinggeld doet, ligt buiten onze verantwoordelijkheid. Belastingontduiking kun je dus nooit goedpraten met het argument dat een paarse regering het geld toch verkeerd besteedt.

Antwoorden van de puzzels op pagina 12

De goede volgorde is deze:

Van Aartsen Buitenlandse Zaken S
Borst Volksgezondheid, Welzijn en Sport T
Van Boxtel Grote Steden- en Integratiebeleid A
Brinkhorst Landbouw, Natuurbeheer en Visserij T
De Grave Defensie E
Herfkens Ontwikkelingssamenwerking N
Hermans Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
Jorritsma Economische Zaken G
Kok Algemene Zaken E
Korthals Justitie N
Netelenbos Verkeer en Waterstaat E
Pronk Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu R
Vermeend Sociale Zaken en Werkgelegenheid A
De Vries Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties A
Zalm Financiën L

N.B.: De Staten-Generaal is de benaming van Eerste en Tweede Kamer samen.

De oplossing van de speurpuzzel is: Willem-Alexander.


Voor je planning:

D.V. eind februari: Treffer "Sport"

D.V. eind maart: Dubbeltreffer "Rust/Zondag" (nieuw thema)


OM TE KOPIËREN:

Rechten op de Nederlandse leeftijdsladder (VN-Verdrag voor de Rechten van het Kind)

12-jarigen
• Je mag je mening zeggen, als de rechter eraan te pas komt bij problemen thuis.
• Je kunt voor de rechter komen, als je de wet overtreedt.
• Je kunt je eigen paspoort aanvragen (als je ouders het goed vinden).
• Je moet een identiteitsbewijs kunnen tonen als je 'zwart' rijdt in trein, tram of bus.
• Je hebt het recht mee te praten over verdere behandeling als je ernstig ziek bent.

13-jarigen
• Je mag betaalde klusjes doen buiten schooltijden en een baantje hebben op zaterdag en in de schoolvakanties.

14-jarigen
• Je krijgt een fiscaal nummer toegestuurd van de belastingdienst.

15-jarigen
• Je mag kranten bezorgen, ook vroeg in de morgen.
• Bij adoptie is jouw stem bepalend.

16-jarigen
• Je mag maximaal 24 uur per week werken (want de andere twee dagen moet je nog naar school).
• Je mag brommer rijden, met certificaat.
• Je mag een tractor besturen.
• Je kunt een eigen zaak beginnen als je daarvoor toestemming krijgt van de rechter.
• Je mag parachutespringen.
• Je beslist zelfstandig over alle medische handelingen.
• Je kunt aansprakelijk gesteld worden voor de schade die je aanricht.
• Je mag alcoholische dranken kopen.


Rechten (grijs) en plichten (wit) van jongeren
thuis, op school, op straat

Wat vind je ervan?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 2002

Treffer | 20 Pagina's

AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 2002

Treffer | 20 Pagina's