AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK
2e jaargang 2001/2002, nummer 2
Verschijnt 8 keer per jaar
ISSN: 1568-8852
Treffer is bestemd voor leidinggevenden aan +12 en +14 groepen. Het geeft informatie voor het werken met het ledenblad Treffer.
In dit blad treft u aan:
- Aanwijzingen voor het gebruik van de Treffer "De Waldenzen"
- Programmasuggesties voor een avond over de schets
- Toelichtingen op de vragen
- Literatuuropgave
AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK
Hierbij ontvangen jullie de tweede Treffer van dit seizoen, van een nieuwe, tijdelijke eindredactrice. Nu Cees Moree ons helaas verlaten heeft, hopen we dat spoedig een nieuwe jeugdwerkadviseur dit werk weer overneemt. Dit nummer heeft een onderwerp uit de kerkgeschiedenis: "De Waldenzen" en verschijnt in de serie werkschetsen voor-16. Zowel de +12 groepen als de +14 groepen kunnen met de schets aan de slag. Hoewel kerkgeschiedenis bij de meeste jongeren niet populair is, blijkt uit deze schets dat er raakvlakken zijn met hun eigen leven. Bij deze Treffer kan een Bijbelverhaal verteld worden. De geschiedenis van de rijke jongeling uit Mattheüs 19 en de uitzending van de twaalf apostelen uit Mattheüs 10 lenen zich er goed voor. Een kerkgeschiedenisvertelling over Petrus Waldus en zijn volgelingen hoort er eigenlijk bij. We hebben deze keer geen vertelling opgenomen, omdat die heel goed uit de schets te halen is, aangevuld met de literatuur die onderaan dit leidinggevendenblad vermeld is.
De Treffer gaat over Petrus Waldus (of: Waldes, Valdes) en zijn volgelingen, de Waldenzen. Er is niet heel uitgebreid ingegaan op de vervolging van de Waldenzen, omdat de drie subthema's die met name aan de orde komen, de kerkgeschiedenis hopelijk dichter bij de jongeren brengen. De schets gaat niet alleen over vroeger, maar ook over nu, over hen en ons. De subthema's zijn:
Omgaan met de Bijbel
Omgaan met bezit
Evangelisatie
In de schets wordt per thema eerst besproken hoe de Waldenzen daarmee omgingen en daarna hoe dat in het leven van de jongeren toegepast kan worden. Het is mooi als u de avond kunt beginnen met een vertelling over het leven van Petrus Waldus en zijn volgelingen. Ziet u daar minder mogelijkheden voor, dan is een korte inleiding, aangevuld met een (spannend) voorgelezen gedeelte uit één van de opgegeven boeken, een goed alternatief. Daarna is het de bedoeling om alle jongeren actief bij één of meer subthema('s) te betrekken, omdat ze anders snel het idee kunnen krijgen dat dit kerkhistorische onderwerp hun niet aangaat. U kunt ervoor kiezen om één subthema uit te diepen, maar ook om kort de drie thema's na elkaar te bespreken of zelfs de groep te splitsen en drie thema's gelijktijdig te doen. Bij gelijktijdige behandeling moet u in ieder geval meerdere mensen inschakelen, maar ook in de andere gevallen is het afwisselender om dit te doen. Bruikbare thema's zijn:
- Petrus Waldus en zijn volgelingen Een leidinggevende
- Jij en de Bijbel Een ambtsdrager
- Hoe ga jij met bezit om? Een jongere
- Wat zeg je tegen andersdenkenden? Een lid van de evangelisatiecommissie
De verschillende verwerkingsvormen treft u aan op de volgende pagina's:
Vragen voor kleine groepjes pagina 5
Bijbelstudie pagina 8
Vragen voor +14 groepen pagina 10
Ook de vragen in de kaders op pagina 6 en 9 nodigen uit tot groepsdiscussie. Zeker als u meerdere thema's wilt bespreken, zult u vooraf een keuze moeten maken uit de vragen en stellingen. Na enkele verenigingsavonden heeft u zich wel een beeld gevormd van de jongeren, wat hen aanspreekt en wat ze aankunnen. Deel de schetsen na de vertelling of inleiding uit, zodat de jongeren tijdens de inleiding niet alvast in de schets gaan lezen. Wanneer de schetsen uitgedeeld zijn, kan met de verwerkingsvormen in de schets verder gewerkt worden. Geef de Treffer mee naar huis, we willen graag ook de jongeren en ouders bereiken die niet op de vereniging komen. Hierdoor wordt de band tussen gemeente en jeugdwerk verder versterkt.
PROGRAMMASUGGESTIES
Doel van de schets
Het doel van de schets is om samen met de jongeren ons eigen leven te spiegelen aan dat van Petrus Waldus en zijn volgelingen. Het is allereerst goed om met deze mensen, die door de Heere gebruikt zijn voor de voortgang van Zijn Woord, kennis te maken. Ze hebben ons namelijk veel te vertellen. Door hun manier van leven en (letterlijk) hun Godsdienst over te brengen in 2001, brengen we jongeren als het ware met hen in gesprek. Zo hopen we dat blijkt dat kerkgeschiedenis niet saai en nutteloos is. Door met elkaar over de verschillende thema's te spreken, kan duidelijk worden, wat de Heere van ons in onze situatie vraagt: niet precies hetzelfde als van de Waldenzen, maar in wezen wel. Het is onze wens dat deze Treffer ertoe mag leiden dat jongeren zien dat alleen een leven in de Heere vervulling geeft en dat zij dit mogen zoeken en vinden in onze kostbare Bijbel. Een goede en gezegende verenigingsavond gewenst.
Idee voor +12 en +14 groepen die gezamenlijk vergaderen
- Opening
- Vertelling of korte inleiding over Waldus en de Waldenzen door een leidinggevende (zie schets en literatuur)
- Drie 'workshops' over de drie subthema's onder leiding van leidinggevenden en/of ambtsdragers: 1. Omgaan met de Bijbel (korte inleiding n.a.v. pagina 4, bespreking van een aantal vragen op pagina 5); 2. Omgaan met bezit (korte inleiding n.a.v. pagina 6 en 7, bespreking van de vragen van pagina 6 en een selectie uit de bijbelstudie); 3. Evangelisatie (korte inleiding n.a.v. pagina 9 en/of 11, bespreking van een selectie uit pagina 10)
Pauze
- Korte plenaire presentatie, eventueel in een forum, van een jongere uit elke groep aan de anderen van de hoofdvraag: Wat hebben de Waldenzen ons, in onze situatie, over dit thema te zeggen?
- Afsluitend gesprek over de vraag, welke van deze thema's nu het belangrijkste is. Probeer onderlinge 'concurrentie' van de groepen te voorkomen en tot een samenvattende vraag te komen: "Is de Heere het belangrijkste is jouw leven?"
- Sluiting
Idee voor +14 groepen
- Opening
- Na aankondiging van het onderwerp "De Waldenzen" volgt een korte stille wanddiscussie over de stelling: "We kunnen beter over een actueel onderwerp praten dan over kerkgeschiedenis."
- Korte inleiding of vertelling over het leven van Petrus Waldus
Pauze
- (Al vóór de pauze) de drie subthema's noemen en in drie groepen verdelen (of zes, als er teveel jongeren zijn). In elke groep houdt één jongere een korte inleiding over één thema. Verwerking in het groepje als genoemd in "Idee voor +12 en +14 groepen die gezamenlijk vergaderen" bij de workshops.
- Laat elke groep een affiche maken met een duidelijke boodschap betreffende elk subthema bovenaan (bijvoorbeeld: "Geef ook aan een ander") en daaronder een uitbeelding van drie concrete invullingen in ons leven. Zorg voor een stapeltje Terdeges en/of Gezinsgidsen en gekleurde stiften.
- Korte presentatie van elk affiche door één of meer leden van elke groep
- Kort gesprek over de opgeschreven reacties van de stille wanddiscussie, gecombineerd met de uitkomsten van de affiches
- Sluiting
Idee voor +12 groepen
- Opening
- Vertelling of korte inleiding over het leven van Petrus Waldus door leidinggevende
- Korte inleiding van drie jongeren elk over een subthema
Pauze
- Groepsbespreking of bespreking in kleine groepjes van een selectie uit de vragen van de hele schets
- Geef elk groepje een collagevel dat in twee helften verdeeld moet worden, waarboven Toen' en 'Nu' geschreven wordt. Uit de schets worden gegevens gehaald om op de twee helften te schrijven. Let op dat er niet alleen verschillen komen, maar nog meer overeenkomsten over wat de Heere toen van hen vroeg en nu van ons vraagt.
- Gezamenlijk gesprek over de vellen met als hoofdvraag: "Wat hebben de Waldenzen ons te zeggen?"
- Sluiting
Idee voor +12 en +14 groepen
- Opening
- Vertelling of korte inleiding over Petrus Waldus door leidinggevende met nadruk op één thema, bijv. omgaan met bezit
- Associatieopdracht: Stellingen die betrekking hebben op de subthema's (of alleen op het gekozen subthema) op een collagevel schrijven (bijvoorbeeld: "Voor de dienst van God moet je alles overhebben," "Éen keer per dag Bijbellezen is genoeg," "Het is onze plicht om de hele straat over de Heere te vertellen.") In groepjes de reacties van jongeren erbij laten schrijven.
- Bespreking van de bijbelstudie op pagina 8 en/of enkele vragen op pagina 5 en 10 in groepjes
Pauze
- Gezamenlijk gesprek naar aanleiding van de reacties op de stellingen en zonodig de antwoorden op de bijbelstudie en de vragen
- Sluiting
TOELICHTINGEN OP DE VRAGEN
Aanwijzingen bij pagina 5
1. Lees je elke dag in de Bijbel? Het is de bedoeling de jongeren te laten nadenken over het dagelijks persoonlijk Bijbellezen.
2. De Heere Jezus roept ons hier op om veel in de Bijbel te lezen. Het Woord is vol van Hem. De Bijbel is het middel dat de Heere ons gegeven heeft om Hem te leren kennen. Door Woord en Geest werkt Hij in hart van dode zondaren.
3. Voordat we in de Bijbel gaan lezen, moeten we de Heere altijd vragen of Hij onze blinde ogen wil openen en ons verstand wil verlichten. Anders verstaan we de Bijbel niet.
4. Het is helaas de praktijk dat veel jongeren weinig persoonlijk in de Bijbel lezen. Probeer het belang van het persoonlijk Bijbellezen te benadrukken. Bijbellezen aan tafel is ook belangrijk. Jammer als je dat voor jezelf genoeg vindt. Je besteedt per dag zoveel aandacht aan je lichaam en denk dan ook eens aan je ziel! Uitvluchten om maar niet uit de Bijbel te lezen hebben we genoeg: je begrijpt het vaak niet. Vraag of de Heere de woorden in je hart wil brengen, 's Avonds ben je vaak te moe. Stop dan iets eerder met je werk om eerst de dag voor jezelf te besluiten met gebed en bijbellezen of doe het aan het begin van de avond. Een goed dagboek kan je erbij helpen om de woorden uit de Bijbel dichterbij je te brengen.
5. De Heere Jezus vermaant ons hier met ernst dat we aan moeten houden met bidden, zoeken en kloppen. De Heere belooft het ontvangen, het vinden en het opengedaan worden. Uit onszelf kunnen we niet bidden. Vraag maar aan de Heere of Hij je bidden wil leren.
Kadertje over Luther
Misschien doe jij het anders. Heb je een drukke dag, dan sta je vroeg op om alvast met je werk te beginnen. Wat Luther deed is veel beter. Zoek eerst het Koninkrijk van God en al het andere zal je toegeworpen worden.
6. Izak bad in het veld, Jakob bad bij de beek Jabbok, Daniël bad drie keer op een dag, Petrus bad op het dak.
7. Het moment is per persoon verschillend. Sommigen vinden de morgen een fijn moment, anderen de avond. Kies een rustige plaats. Bedenk vooraf hoe je deze tijd gaat vullen. Gebed, Bijbellezen, een Bijbelleesrooster, een stukje uit een dagboek, een Bijbelverklaring. Denk nooit dat, als je dit stipt doet, het wel goed met je zit. Gebed is nodig. Gebed om de Heilige Geest Die ons in alle waarheid leidt. David bad ook: "Geef mij verstand met Goddelijk licht bestraald."
Aanwijzingen bij pagina 6
Praat er over:
De Heere vraagt niet van ons dat we alles weggeven aan de armen. Petrus Waldus zag dat als een bijzondere opdracht in zijn leven. Hij zag ook zijn zonde dat hij teveel in de ban van het geld geleefd had. In de Bijbel lezen we ook van rijke mensen die de Heere vreesden, zoals Abraham en Jozef van Arimathea. Toch waarschuwt de Heere in Zijn Woord veel voor het gevaar van de rijkdom. De Heere wil wel dat we niet alles voor onszelf houden.
Aanwijzingen bij de bijbelstudie op pagina 8
De Bijbelstudie kan goed ingeleid of afgesloten worden met het wijzen op of het lezen van pagina 3. Daar blijkt de keuze van de rijke jongeling voor zichzelf met zijn geld en de keuze van de rijke (Petrus Waldus) voor een leven in dienst van de Heere. Dat doet genade!
1. De jongen vraagt wat hij moet doen om het eeuwige leven te verdienen. Hij wil het eeuwige leven ontvangen als loon voor zijn werk en niet als gave van onverdiende genade.
2. De jongeling ziet de Heere Jezus niet als Zoon van God. Hij noemt Hem Goede Meester. De rabbijnen noemden Mozes altijd de goede leermeester, Mozes gaf Israël de goede gave van de wet. Deze jongeling stelt Jezus op gelijke hoogte als Mozes.
3. De Heere Jezus zegt tegen de jongeling dat hij het eeuwige leven kan verdienen als hij alle geboden van de wet houdt. Eigenlijk moet de jongeling daardoor tot het besef komen dat hij nooit alle geboden van de wet kan onderhouden. Galaten 3: 24 - De wet is tuchtmeester tot Christus. De wet is een spiegel. Als we door de werking van de Heilige Geest in ons hart in die spiegel kijken, dan zien we dat we niet één gebod van de Heere kunnen houden.
4. De jongeling antwoordt dat hij van zijn jeugd af alle geboden van de Heere onderhouden heeft.
5. De Farizeeërs gaan verkeerd om met de wet. Ze zagen alleen de uiterlijke kant van Gods geboden. De jongeling begreep niet de geestelijke kant van de wet: God lief te hebben boven alles en onze naaste als onszelf. In Romeinen 8: 7 schrijft Paulus dat we vijanden van God zijn, zodat we ons nooit onderwerpen aan de wet Gods.
6. De Heere Jezus eist ons hele hart. Deze jongeling was erg verknocht aan zijn aardse bezit." Waar uw schat is, zal ook uw hart zijn." Hij moet alles opofferen om Jezus' discipel te kunnen zijn en dat offer kan hij niet brengen.
7. Hij zet zijn betrouwen op zijn geld en aards bezit. Hij kan het niet verkopen om Jezus te volgen.
8. Belemmeringen in jouw leven. Denk er eens over na! Het kan zijn: je geld, het bezig zijn voor school, de invulling van je vrije tijd, enz. Besteed je al je tijd voor de dingen van de aarde, dan heb je geen tijd over voor de dingen van de Heere.
9. Paulus waarschuwt voor het alleen bezig zijn met het geld en goed. De geldgierigheid, dat is de liefde tot het geld, brengt andere zonden met zich mee. Liefde tot het geld kan nooit samengaan met liefde tot de Heere (niemand kan twee heren dienen). Nog meer gevaren zij: gerichtheid op jezelf en niet op de ander, zo bezig zijn met het tijdelijke dat er geen plaats is voor het eeuwige (de rijke dwaas).
10. Jozef van Arimathea dient uit zijn goederen de Heere Jezus. Zacheüs geeft wat hij door bedrog ontvreemd heeft vierdubbel terug.
Toelichting bij de vragen onderaan pagina 9
De Heere vraagt niet van ons allemaal dat we evangelist worden. Hij roept sommigen tot evangelisten (Efeze 4: 11). Op ons allen rust wel de plicht om mensen van de Heere te vertellen. Dat kan door woorden, maar het zal ook uit onze daden moeten blijken. We kunnen ook evangeliseren door ons werk zo goed mogelijk te doen. Door iets voor een ander over te hebben, door betrouwbaar te zijn, enz.
Toelichting bij de vragen op pagina 10
1. De Heere Jezus klimt op de berg, de discipelen zitten om Hem heen. Onderaan de berg is de schare. De Heere Jezus spreekt in de eerste plaats tot Zijn discipelen, de schare hoort Zijn woorden ook.
2. Zijn kinderen vergelijkt de Heere Jezus met zout. Ze moeten door hun leven een goede reuk van Christus verspreiden. Zout zit in het eten. Het is onzichtbaar, toch mis je het als er geen zout in het eten zit. Denk maar aan zoutloze kaas. Zout is dus heel belangrijk, zo zijn de kinderen van de Heere een zegen voor de wereld.
3. Als we geboren worden, zijn we duisternis. Ons verstand is verduisterd. We kennen de Heere en ons eigen zondige hart niet. Gods kinderen zijn verlicht door de Heilige Geest en gaan zien wie ze zijn, maar ook wie de Heere is.
4. Ten diepste kun je alleen je licht laten schijnen voor de mensen als je een kind van de Heere bent. Christus is het Licht der wereld en alleen als we Hem kennen kunnen we licht verspreiden voor andere mensen, andere mensen door onze woorden en daden (goede werken) winnen voor Hem. Het zit vaak in kleine dingen. De Heere Jezus spreekt over een beker water. Doel van het licht laten schijnen: niet alleen zelf God verheerlijken, maar er alles aan doen dat ook anderen Hem gaan verheerlijken. Anderen lokken, jaloers maken door onze godvruchtige wandel.
Kader
De bedoeling is dat jongeren gaan denken over hun gedrag, werk,vrijetijdsbesteding, taalgebruik enz. Is er verschil met de wereld? Gaat er iets positiefs van ons uit? Bij de Waldenzen was hun levenswandel een getuigenis. En bij ons?
5. Door vragen van andersdenkenden word je aan het denken gezet over dingen die jij vanzelfsprekend vindt.
a. Waarom ga jij eigenlijk naar de kerk? Omdat je van thuis moet, het hoort zo of is er een verlangen in je hart om Gods Woord te horen? Is die plaats zo belangrijk omdat de Heere daar werkt?
b. Moeilijk is het om te bewijzen dat de Bijbel echt waar is, dat moet je geloven. De Bijbel is wel een boek met een heel andere inhoud dan de koran. De moslim ziet de Heere Jezus als een groot profeet, maar wijst Zijn offerdood van de hand. Volgens de islam is de mens in wezen goed, de zonden zijn slechts misstappen. Met de leiding van God gaat de mens op weg om zelf het paradijs te verdienen.
c. Is het geloof voor mij het belangrijkste? En zo ja waarom?
d. Het maakt wel uit wat je gelooft. Er is maar één Weg waardoor wij moeten zalig worden en dat is de Heere Jezus. Hij heeft gezegd: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven.
e. De daden van God zie je in de natuur. Maar hoe Hij is en hoe Hij werkt in het hart van een mens dat hoor je in Zijn Woord. Daarom is het nodig om in Zijn Woord te lezen en naar de kerk te gaan.
f. Alles in de Bijbel is echt gebeurd. We spreken van heilsfeiten. Als de geboorte van de Heere Jezus, Zijn kruisiging, Zijn opstanding niet echt gebeurd waren, dan stond alles op losse schroeven. Paulus schrijft hierover in 1 Korinthe 15: 14.
g. Na je sterven, wat gebeurt er dan met jou? Denk je daar weieens aan of stop je die gedachte ver weg? Of je gaat naar de hemel of naar de buitenste duisternis.
6. Praat eens met iemand van de evangelisatiecommissie wat je kunt doen. Rondbrengen van folders of meehelpen met de kinderclub. Je kunt dit uiteraard ook met de jeugdvereniging doen. Je kunt ook geld geven voor de Evangelisatie. Vergeet vooral niet voor de Evangelisatie te bidden!
Het zendingsgebied ligt op de stoep. Je moet bij evangelisatie in de eerste plaats denken aan mensen dichtbij, je buren, mensen die je onderweg naar school ontmoet, bijvoorbeeld in de trein. We moeten zaaien waar mogelijk!
Literatuur
P.A. de Rover, De strijdende Kerk Als een veldhoen op de bergen
B.J.W. de Graaff, Een rijke koopman
G.P.P. Burggraaf, Gevaar in het gebergte
A. de Vries, In volle wapenrusting
Joh. Vreugdenhil, De kerkgeschiedenis (of een andere kerkgeschiedenis)
Een studie: G. Tourn, De Waldenzen. De eerste protestanten en hun 800-jarige geschiedenis, waarin brieven, geloofsbelijdenissen en een martelaarsverslag.
Planning voor de rest van het seizoen
D.V. eind oktober 2001:
Treffer nr. 3 "Simson" (dus niet, zoals in het vorige leidinggevendenblad stond: "Ziekte")
D.V. eind november 2001:
Treffer nr. 4 "Ziekte"
Treffer nr. 5 "Verstandelijk gehandicapt"
Dit dubbelnummer komt als twee aparte Treffers uit (met één leidinggevendenblad), zodat u deze twee verwante thema's gemakkelijker op twee avonden aan de orde kunt stellen. U ontvangt ze wel tegelijk, zodat u uw programma's van die avonden kunt afstemmen.
D.V. eind december 2001 verschijnt er dan geen Treffer.
D.V. eind januari 2002: Treffer nr. 6 "De overheid"
D.V. eind februari 2002: Treffer nr. 7 "Sport"
D.V. eind maart 2002 verschijnt de laatste Treffer van dit seizoen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 oktober 2001
Treffer | 20 Pagina's