JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

De gelijkenis van de twee zonen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De gelijkenis van de twee zonen

Bijbelstudie over Mattheüs 21: 28-32

3 minuten leestijd

De overpriesters en leiders van het volk hebben een vraag aan de Heere Jezus. Van wie heeft Hij de macht gekregen om alle handelaars en wisselaars de tempel uit te jagen, het volk te onderwijzen en wonderen te doen? Zij hebben Hem geen toestemming gegeven, maar wie wel? Een strikvraag, Als Jezus zegt dat Hij de Messias is, zullen ze Hem alleen maar aanklagen als godslasteraar en als Hij zegt dat Hij maar een mens is, zullen ze zeggen dat Hij te veel eer krijgt, Daarom krijgen ze geen antwoord van de Heere, maar een vraag: "Van wie heeft Johannes de Doper zijn macht gekregen?" Als Johannes door de Heere gezonden was, is Jezus het ook, want Johannes heeft Hem aangewezen als het Lam Gods. Hierop willen de vragenstellers geen antwoord geven, Ze zeggen dat ze het niet weten. Maar de Heere heeft hen doorzien, Hij heeft nog een Poodschap: Waar zijn jullie eigenlijk mee bezig? Daarom deze gelijkenis.

Lees Mattheüs 21: 28-32 Het gaat hier over zeggen (de buitenkant) en doen (de binnenkant). Je kunt ja en nee zeggen, je kunt ja en nee doen.
1. De vader in de gelijkenis geeft zijn zonen het bevel om te "werken in de wijngaard", Met deze vader wordt de Heere bedoeld. Welk werk vraagt de Heere dan van ons?
2. De zoon die nee zegt, vergelijkt de Heere Jezus met de hoeren en tollenaren (vers 31). Wat was hun levensstijl?
3. Veel mensen zeggen vandaag ook heel bot en ruw: "Ik wil niet" en ze doen het ook niet. Wie dan?
4. Sommige hoeren en tollenaren doen later toch wat de Heere gevraagd heeft. Wat is er dan gepeurd? (vers 29 en 32)
5. De zoon die zei: "Ik ga, heer," zag er aan de buitenkant heel gehoorzaam uit. Leg uit dat dit gold voor degenen voor wie deze gelijkenis bedoeld was.
6. Wanneer zeg jij wel ja tegen de Heere, maar doe je nee?
7. Wat is "de wil des Vaders" doen?
8. Waar gaat het nu uiteindelijk om? Wat je zegt (de buitenkant) of wat je doet (de binnenkant)? (vers 31)
9. Wat betekent de waarschuwing voor jou dat "de tollenaars en de hoeren u voorgaan in het Koninkrijk Gods"? Hoe kun jij ook ingaan in dat Koninkrijk?
10. Vul het schema in. Welke 'levensstijl' past in elk hokje? Kies uit:
A. bekeerd worden vanuit de wereld
B. de Heere vrezen
C. onbekeerd netjes leven
D. in de wereld leven
11. De Heere Jezus begint de gelijkenis met: "Wat dunkt u?" De hoorders moeten dus zelf het antwoord geven en het oordeel uitspreken over zichzelf, of zij de wil van God doen of niet. Hij vraagt het ook aan ons. Wat zou jij van jezelf zeggen?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 april 2001

Treffer | 20 Pagina's

De gelijkenis van de twee zonen

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 april 2001

Treffer | 20 Pagina's