JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK

34 minuten leestijd

1e jaargang 2000 / 2001, nummer 8
Verschijnt 8 keer per jaar
ISSN: 1568-8852

Treffer is bestemd voor leidinggevenden aan +12 = en +14 groepen. Het geeft informatie voor het werken met het ledenblad Treffer.

In dit blad treft u aan:
-Aanwijzingen voor het gebruik van de Treffer "Hoe leef jij?"
-Programmasuggesties voor een avond over de schets
-Bijbelse vertelschets voor de +12 groepen
-Toelichtingen op de vragen

AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK

Hierbij ontvangen jullie de achtste en tevens laatste Treffer van dit seizoen. Het nummer gaat over "Hoe leef jij?" en verschijnt in de serie werkschetsen voor-16. Zowel de +12 groepen als de +14 groepen kunnen met de schets aan de slag. De levensstijl van jongeren is een mooi thema om met de jongeren te bespreken. Hoe leef ik? Hoe ben ik thuis en op school? Hoe verhoudt dat zich tot Gods Woord? Jongeren kunnen daar heel verschillend op reageren. Een aantrekkelijke verenigingsavond creëert u dan ook als u zoveel mogelijk jongeren bij de inleiding van het onderwerp betrekt. Bruikbare thema's zijn:
-Het belang van de buitenkant Een jongere
-Buitenkant tegenover binnenkant Een jongere
-Mag alles? Een leidinggevende
De verschillende verwerkingsvormen treft u aan op de volgende pagina's:
-Opdracht als instap voor beide groepen pagina 7
-Bijbelstudie voor +14 pagina 10
-Vragen en stellingen voor beide groepen pagina 3 en 8 (zie ook de aanwijzing bij vraag 4 van pagina 8!)
Het bovenstaande is een advies. U kunt uiteraard de verwerking op een andere leeftijdsgroep inzetten, dan door ons aangegeven. U kent immers als leidinggevenden de jongeren ter plaatse en weet welke opzet het beste bij hen past. De verwerkingsvormen zijn goed inzetbaar voor zowel +12 en +14. Wel is het belangrijk om het niveau van de groep in te schatten. In de schets treft u voldoende vragen en groepsopdrachten aan. Maak een selectie uit het aanbod van vragen en stellingen. Als u alle opdrachten gaat bespreken is dit teveel voor één verenigingsavond.

Deel de schetsen na de inleiding uit, zodat de jongeren tijdens de inleiding niet alvast in de schets gaan lezen. Wanneer de schetsen uitgedeeld zijn, kan met de verwerkingsvormen in de schets verder gewerkt worden. Geef de Treffer mee naar huis, we willen graag ook de jongeren en ouders bereiken die niet op de vereniging komen. Hierdoor wordt de band tussen gemeente en jeugdwerk verder versterkt.

PROGRAMMA SUGGESTIES

Doel van de schets
Het doel van de schets is om met jongeren in gesprek te komen over hun stijl van leven. Door er met elkaar over te spreken worden ze bewust gemaakt van hun handelwijze en geconfronteerd met de normen en waarden uit de Bijbel. De maatschappij vraagt altijd om mee te doen, Gods Woord leert het anders. Dat weten de jongeren vaak wel, maar om staande te blijven midden in de zuigkracht van de wereld, is onmogelijk zonder genade van God. Een verenigingsavond over levensstijl kan aanleiding zijn voor een pittig gesprek.
Het kan er ook toe bijdragen dat ze hun keuze heroverwegen. Wat zou het mooi zijn als de Heere deze Treffer wil gebruiken tot een zegen onder de jongeren. We wensen u een goede en gezegende verenigingsavond.

Idee voor +12 en +14 groepen die gezamenlijk vergaderen
- Opening
- Presentatie door meerdere verenigingsleden. Zie ook hierboven onder "Aanwijzingen voor het gebruik".
- Inleiding naar aanleiding van de schets.
- In groepjes bespreken van de vragen uit de schets. Doe vooraf de activiteit bij vraag 4 op pagina 8.
Pauze
- Een groepsgesprek naar aanleiding van het onderwerp en de reacties op de vragen. Om de discussie te sturen kunt u de vragen gebruiken die op pagina 3 van de schets worden genoemd.
- Een kort afsluitend gesprek met elkaar. Verval niet in herhaling door het voorgaande opnieuw te bespreken, maar probeer enkele reacties uit de groep te krijgen.
- Sluiting

Idee voor +12 groepen
- Opening
- De jongeren laten reageren op de vragen van pagina 3. De reacties op een collagevel schrijven. Inleiding over de schets (door jongere of leidinggevende) of de Bijbelse vertelling(door leidinggevende)
Pauze
- Groepsbespreking of bespreking in kleine groepjes aan de hand van de vragen en stellingen op pagina 8.
- Gezamenlijk bespreken van de vragen en de reacties op de vragen van pagina 3.
- Sluiting

Idee voor +14 groepen
- Opening
- Associatie-opdracht: Zie hiervoor de aanwijzingen bij vraag 4 van pagina 8. Een echte opdracht voor doeners!!
- Korte inleiding over de schets door meerdere jongeren en leidinggevenden.
- Bespreking van de vragen op pagina 8 in groepjes. Probeer hierbij met de jongeren in gesprek te komen over hun stijl van leven in verhouding tot de normen en waarden uit de Bijbel. U kunt ze dit bijvoorbeeld op een collagevel laten schrijven.
Pauze
- Gezamenlijk gesprek naar aanleiding van de reacties op de vragen en de opdracht die ze voor zichzelf hebben geformuleerd. Schrijf op een nieuw collagevel mogelijke aandachtspunten.
- Sluiting

Zie voor andere verwerkingsvormen de map "Ideeënmap +12/+14". Heeft u zelf nieuwe ideeën? Geef ze aan ons door. Andere verenigingen zijn er blij mee!

Tips om de betrokkenheid bij de gemeente te vergroten:
-Laat verenigingsleden zieke en oude mensen in de gemeente bezoeken. Het wordt enorm gewaardeerd!
-Schrijf een verslag van een positieve verenigingsavond in het kerkblad.

BIJBELSE VERTELSCHETS VOOR DE +12

1 Koningen 3:1-15 en 11:1-13
Het koninklijke huwelijk is net achter de rug. Salomo is met een Egyptische prinses, de dochter van Farao, getrouwd. Farao is akkoord gegaan met deze bruiloft. Het levert farao politiek voordeel op, namelijk vrede met buurland Israël, en het levert farao geldelijk voordeel op: de bruidschat die Salomo moet betalen voor zijn dochter. Twee vliegen in één klap. En God? Staat de Heere dit huwelijk toe? Kennelijk wel. Waarschijnlijk heeft deze prinses zich bekeerd tot de godsdienst van Israël. Dit lijkt het geval, omdat God het huwelijk niet berispt. Salomo brengt zijn bruid naar de stad van David, de stad van zijn vader. Hiermee geeft hij aan in de wegen van zijn vader te willen wandelen. Salomo heeft de instellingen, wetten en verordeningen van zijn vader lief. Salomo heeft de Maker van deze wetten, namelijk de Heere, lief. De rust tijdens de bruidsdagen wordt Salomo niet gegund. Trouwens hij gunt zichzelf niet te rusten eer er rust en vrede in heel Israël is. Eén van de taken die hij op zich neemt is de tempelbouw, een opdracht die zijn vader hem voor zijn dood < gegeven had. Het volk Israël offert namelijk wel tot God, maar gebruikt niet de juiste plaats om te offeren. Ze offeren op de hoogten, geheel tegen het bevel des Heeren in! (Lev. 26) De tabernakel, daar wil de Heere dat geofferd wordt. Op één plaats. En als de tempel klaar is wil de Heere daar geofferd worden. Op die ene plaats. Zelfs Salomo doet trouwens mee aan offeren op de hoogten. Hierin handelt hij niet juist. Hij had alleen mogen offeren bij de tabernakel. Hoogtendienst wordt namelijk zo gauw afgodendienst. Een vergelijking naar vandaag de dag: Wel God dienen, maar niet naar Zijn huis, namelijk de kerk gaan. Dat levert binnen zeer korte tijd moeilijkheden, ketterijen en dwalingen op. Ook offerde hij te Gibeon, de plaats waar de tabernakel stond, en bracht daar veel en grote offers: 1.000 brandoffers. En juist op deze plaats, de plaats waar de Heere gediend wil worden, verschijnt de Heere aan Salomo. Niet op die andere hoogten, wel op de hoogte te Gibeon, zo'n acht kilometer van Jeruzalem. Hier laat God op een liefdevolle wijze de zonde van zijn knecht Salomo zien. (Na de volgende hoogtedienst zal dat niet liefdevol gebeuren...) De Heere verschijnt aan Salomo in een droom, 's nachts na het gebrachte offer. De Heere toetst de begeerten van Salomo en zegt: "Begeer wat Ik u geven zal." Deze opdracht dient te worden uitgevoerd. Wat zou jij kiezen? Een mooie studie met goede studieresultaten, een prachtige baan, een goedbetaalde baan, een gelukkig gezin, rijkdom, een mooi uiterlijk, een prachtig huis, mooie vakanties, veel vrije tijd, rust en vrede, een hart dat de Heere dient. Wat is de keuze van jouw hart? We zullen nu luisteren naar het antwoord van Salomo: "U, o Heere, hebt mijn vader David, grote zegeningen geschonken. Mijn vader wandelde in waarheid voor Uw aangezicht. Mijn vader was rechtvaardig. Mijn vader was eerlijk en oprecht. En, U hebt hem een zoon gegeven." Dat is nu het probleem van Salomo. Hij is wel de zoon van zijn vader, aan wie de troon is gegeven, maar hij vindt zichzelf niet zo verstandig, rechtvaardig en oprecht, zoals zijn vader dat was. Hij zegt dat ook tegen de Heere: "Ik ben nog maar een jongeman van ongeveer twintig jaar. Ik ben te onkundig en te onervaren om Uw volk - zo groot in aantal - te regeren. Geef toch uw knecht een verstandig hart. Een luisterend hart. Zo alleen kan ik Uw volk regeren. Zo alleen kan ik goed en kwaad onderscheiden en de juiste beslissingen nemen." De Heere aanvaardt dit antwoord. De begeerte naar wijsheid van God is een goede begeerte. Salomo heeft hulp en wijsheid van Boven nodig. God laat zulke bidders niet staan. Nooit. Hij vervult op Zijn tijd de begeerten van Zijn kinderen. God spreekt dan ook tot Salomo: "Omdat u wijsheid hebt begeerd (en niet ouderdom, of rijkdom, of de dood van uw vijanden), zal Ik geven waarom u gevraagd hebt. Wijsheid. En wat u niet begeerd hebt, zal Ik u geven: rijkdom en eer. U zult rijker zijn dan een koning voor of na u. En wat betreft een hoge leeftijd, als u net als uw vader zult handelen en Mijn geboden zult bewaren zal Ik u een lang leven schenken." Salomo wordt wakker en merkt dat het een droom van de Heere was. Teruggekomen in Jeruzalem offert hij tot verzoening van zijn zonden en de zonden van het volk, geeft dankoffers en maakt een maaltijd voor al zijn dienaren. Salomo heeft de grootste gave ontvangen die een koning maar krijgen kan. Wijsheid van boven. Ook daar moeten wij naar staan. En als het je aan dergelijke wijsheid ontbreekt, begeer dan - net als Salomo - wijsheid van God. De Heere spreekt tot Salomo door een droom en tot jou door Zijn Woord. Hij vraagt je nu je dit hoort: "Begeer wat Ik u geven zal. Begeer wat je hebben wilt." God, Die een ieder mild(elijk) geeft, en niet verwijt, zegt dit Zelf! De gevraagde wijsheid zal je gegeven worden. (Jakobus 1 : 5)

Er is weer een koninklijke bruiloft. Ditmaal in de stad van David, Jeruzalem. De stad is prachtig versierd en in het paleis van de koning is het een drukte van jewelste. Belangrijke binnen- en buitenlandse gasten, zoals vorsten, legeraanvoerders en diplomaten worden ontvangen aan het hof van de koning. De bedienden van de koning zijn druk bezig. De bakkers moeten heerlijke pasteien en taarten maken. De slagers moeten veel koeien en schapen slachten. De beste wijn wordt naar het paleis van de koning gebracht. Ja, bijna iedereen in de stad is druk met het grote feest van de koning. En het is geen feest dat een avond duurt. Nee, het feest duurt een week lang. Al die tijd mogen de machtigste mannen uit het rijk van de koning en de buitenlandse gasten met de koning feestvieren. Is dit de bruiloft van de zoon van Salomo met zijn bruid, namelijk Rehabeam? Nee, het is de bruiloft van Salomo. Of liever gezegd: het is één van de bruiloften van koning Salomo. Want naast zijn Egyptische vrouw heeft hij andere, veelal buitenlandse vrouwen lief. En de bruiloft die hier gaande is, is de bruiloft met een Hethitische prinses. Hiervoor was er al een huwelijk geweest tussen koning Salomo en een Ammonitische prinses. Daarvoor was er een verbintenis met een Edomitische. En daar weer voor kwam het tot een huwelijk met een Moabitische. En daarvoor... Salomo stoort zich kennelijk niet aan het gebod van de Heere, dat hem verbiedt met vreemde vrouwen te trouwen en aan het speciaal aan de koning gegeven gebod, dat hem verbiedt meer dan één vrouw te nemen. Salomo heeft blijkbaar niet in de gaten dat dit zijn leven bekort. Heeft God niet gezegd: "Indien Gij houdt de inzettingen van uw vader David, ik zal uw leven verlengen." In de dagen van zijn ouderdom - wanneer hij ouder dan vijftig is geworden, maar niet wijzer - maakt Salomo het nog bonter. Hij laat zich nog verder meeslepen door zijn vrouwen dan voorheen. Hij buigt zich nu ook voor de afgoden, die zijn vrouwen uit het buitenland hebben meegenomen. De ene dag zien we Salomo A'storeth, de god van de Sidoniërs, dienen. Een week later heeft een andere vrouw hem zo ver gekregen dat hij Molech, de afgod van de Ammonieten, dient. Een slappe houding van zo'n grote koning. We herhalen het nog maar even. Verkeerde vrouwen getrouwd. Afgoden van zijn vrouwen getolereerd. Later meegedaan met de afgodendienst van zijn vrouwen. En nog is het einde niet. in 1 Koningen 11:7 staat Salomo's meest grove zonde zwart op wit: Toen bouwde Salomo een hoogte voor Kamos, het verfoeisel[de afgod] van de Moabieten. Hier zien we Salomo actief worden in de zondedienst. Hij neemt zelfs het voortouw. Wie kwam er op het snode en goddeloze plan een hoogte voor Kamos te gaan maken? Salomo! Wie was zijn raadgever? Salomo zelf. In het openbaar worden daar - tot zo'n 300 jaar later, als koning Josia het met de grond gelijk maakt - afgodenoffers gebracht. Wie loopt na de inwijding van deze hoogte voorop om Kamos te dienen? Salomo. Je kunt het je haast niet voorstellen dat deze koning dezelfde is als diegene die de tempel heeft ingewijd. God is zelfs twee keer aan hem verschenen! In Gibeon en later in Jeruzalem (1 Koningen 9). De val van de goddeloze is groot. Maar geldt hier ook niet: de val van een rechtvaardige is groot? Wat raakt Salomo hierdoor zoal niet kwijt? Allereerst God. De stille omgang met de Heere is weg. En verder? Er zal tot zijn dood toe geen echte vrede meer zijn in Salomo's rijk. Verschillende vijanden staan door Gods toedoen op tegen Salomo. Denk aan Hadad, de Edomiet en Rezon, de Syriër. Raakt Salomo nog meer kwijt? Ja, de toekomst van zijn rijk. Jerobeam zal tien stammen van het twaalfstammenrijk afscheuren. Geen omgang met de Heere, geen vrede, geen toekomst. De prijs van de zonde. Alzo deed Salomo dat kwaad was in de ogen des HEEREN en volhardde niet den HEERE te volgen, gelijk zijn vader David. (1 Koningen 11:6)

Gode zij dank hoeven we met deze geschiedenis en met deze huiveringwekkende woorden niet te eindigen. Deze zwarte bladzijde staat niet aan het eind van Salomo's leven. Uit de boeken Spreuken en Prediker is af te leiden dat Salomo tot inkeer is gekomen. In Prediker - aan het eind van zijn leven geschreven - wil hij ons laten zien hoe we ons leven zinvol moeten inrichten. Hij doet daarin belangrijke ontdekkingen die hij ons wil doorgeven, waaronder deze: IJdelheid der ijdelheden, het is al ijdelheid. (Pred. 1:2) Dit is het thema van het boek Prediker. Na zijn leven overzien te hebben, komt Salomo tot de slotsom dat het van het aardse goed niet te verwachten is. En wat heeft Salomo het niet van dit leven verwacht! Wat is hij dwaas geweest! Door God wijsgemaakt wijst Salomo ons op het gericht/oordeel dat aanstaande is (Pred. 7:14), opdat wij de HEERE zullen gaan zoeken en vrezen. (Spr. 1:7)

TOELICHTINGEN OP DE VRAGEN

Aanwijzingen bij pagina 3:
U kunt misschien verschillende groepjes wel alle 'personen' laten lezen, maar slechts één 'persoon' laten bespreken. Dat neemt minder tijd in beslag dan wanneer iedereen alles beantwoordt. Bij de bespreking kunt u ervoor kiezen om per 'persoon' te bespreken of per vraag alle drie de 'personen' langs te gaan. Deze vragen zijn overigens niet bedoeld om (verzonnen) personen te beoordelen, maar om de jongeren bewust te maken van hun eigen houding en van het feit dat die een keuze is/moet zijn.

1. Chris:
- Hoe staat hij tegenover God? Die is eigenlijk buiten zijn wereldbeeld, hij leeft voor het 'hier en nu'. Hij voelt weinig verantwoordelijkheid en wil genieten.
- Hoe staat hij tegenover zijn ouders? Hij geeft hun niet het gezag en de eer die hun toekomt. Achter hun rug om, komt hij laat thuis. En zijn regels stelt hij zelf.
- Hoe staat hij tegenover zijn naaste? Die zijn er eigenlijk voor zijn plezier. Met de spullen van zijn 'vriend' gaat hij niet voorzichtig om.
- Hoe staat hij tegenover zichzelf? Hij leeft ongezond, roekeloos en neemt onverantwoorde risico's. Hij wil genieten en lol maken en geeft geen richting aan zijn leven. Hij denkt niet aan later, maar hij laat zich eigenlijk leven. Dat betekent dat hij zichzelf niet serieus neemt en niet veel waard vindt.

Herman:
- Hoe staat hij tegenover God? Hij doet zijn best: hij gebruikt zijn talenten, werkt hard en wil christen zijn. Maar hij heeft de Heere niet nodig. Hij is niet dankbaar, hij doet toch alles zelf? De Heere mag bijna dankbaar zijn dat Herman zo hard werkt. Hermans huiswerk gaat voor de catechisatie, dus de Heere moet wijken voor hem.
- Hoe staat hij tegenover zijn ouders? Hij voelt zich een beetje meer: zij hebben immers minder geleerd dan hij, al hebben ze daar misschien wel capaciteiten maar geen gelegenheid voor gehad. Hij is niet dankbaar voor de mogelijkheden die zij hem geven.
- Hoe staat hij tegenover zijn naaste? Hij heeft weinig boodschap aan een ander. Als iemand minder goede cijfers haalt, ligt het aan die persoon zelf, volgens Herman. Van andere gaven en talenten heeft hij blijkbaar niet gehoord. Hij vindt ook niet dat hij zijn steentje bij moet dragen aan het gemeenteleven. Voor zijn 'vrienden' op school zal hij niet zoveel over hebben. Hij wil wel iets betekenen In de maatschappij, voor zichzelf dan.
- Hoe staat hij tegenover zichzelf? Hij heeft het met zichzelf getroffen! Hij werkt voor zichzelf, alles draait om hemzelf en hij kan dan ook trots zijn op wat hij zelf bereikt. Hij zal als 'christen' wat presteren!

Marga:
- Hoe staat zij tegenover God? Ze zoekt Hem, ze beseft dat Hij iets van ons vraagt, dat Hij recht heeft op ons leven. Op zich is het nodig om ook met tijdelijke dingen bezig te zijn, maar zij gaat daar niet meer in op. Ze zoekt naar het blijvende tegenover het tijdelijke, is op zoek naar de inhoud van een oprecht christelijk leven. Gods eer is belangrijk voor haar.
- Hoe staat zij tegenover haar ouders? Ze heeft een goede verhouding met haar ouders. Toch zoekt ze naar de inhoud van een christelijke opvoeding, daarvan merkt ze te weinig. Ze mist hun leiding in geestelijk opzicht. Ze voelt dat haar ouders ook een ziel hebben, ze heeft dus hun heil op het oog.
- Hoe staat zij tegenover haar naaste? Ze heeft oog voor een ander, maar wil God bovenal liefhebben. Daarmee is ze nu meer bezig dan met anderen. 'Jongens' interesseren haar niet in oppervlakkige zin. Misschien dat vriendinnen haar daarom wel saai vinden.
- Hoe staat zij tegenover zichzelf? Ze heeft wel wat zelfkennis die in dit stukje hieruit blijkt, dat ze geneigd is om zich helemaal te richten op uiterlijk, jongens, boeken. Op zich (met mate) niet verkeerd, maar wel als dat je bezet. Marga beseft dat ze aardsgericht is, maar dat dit haar niet gelukkig maakt en dat ze daarmee de Heere niet eert. Ze voelt dat ze zich tegenover de Heere zal moeten verantwoorden. Wat betekent het om 'christen' genoemd te worden? Wat is alles waard in het licht van de eeuwigheid? Waar vind ik God?
2. Het gaat hierbij niet om Chris in een leren jack, Herman in een spencer en Marga in een lange rok. Laat ze maar wat verzinnen, als het maar duidelijk wordt dat kleding ook iets over jouw persoon zegt. Je kiest niet zomaar voor een bepaalde stijl. Kleding bepaalt niet wie je bent, maar word bepaald door wie jij bent.
3. Misschien hebben deze drie personen ongeveer dezelfde opvoeding gehad. De vraag is, wat zij daarmee doen. Hun karakter speelt mee, maar toch maken zij een keuze voor een bepaalde levensstijl en bijbehorende vrienden. Je kunt ook door vrienden meegenomen worden in een bepaalde sfeer. Het is niet de bedoeling om Marga als een braaf meisje neer te zetten en de jongens als onverschillige figuren. Niet wat wij een goede levensstijl vinden is belangrijk, maar wat de Heere van ons vraagt. Dan moeten niet wij ons leven bepalen en invullen met onszelf, maar dan moet Hij Koning zijn in ons leven. Dat blijkt in je stijl van leven.
4. Kan als afsluiting van deze vragen meegegeven worden als persoonlijke vraag.

Aanwijzingen bij het interview op pagina 5:
De vragen 1-2:
Heel vaak vinden jongeren het lichaam minder belangrijk dan de ziel. Dat is een erfenis van de Grieken uit de Klassieke Oudheid (ca. 500 voor tot 500 na Chr.) die we nog altijd in onze cultuur meedragen. De Grieken zeiden onder andere: "Het lichaam is de kerker/gevangenis van de ziel." Dat is tekort doen aan het lichaam. God heeft de mens naar ziel en lichaam geschapen. (Gen. 1,2) Probeer dat duidelijk te maken aan de hand van bijvoorbeeld de Catechismus. Het is niet voor niets dat de HC in Zondag 1 vraag en antwoord 1 spreekt over de enige troost, beide in leven en sterven: Dat ik met lichaam en ziel in het leven en sterven (...) mijns getrouwen Zaligmakers Jezus Christus eigen ben... En verder ook in HC 13, antwoord 34: Omdat Hij ons met lichaam en ziel van al onze zonden, niet met goud of zilver, maar met zijn dierbaar bloed gekocht, en van alle heerschappij des duivels verlost heeft (...). Christus heeft ziel en lichaam gekocht! Dus niet alleen de ziel. Bijbels gezien zijn ziel en lichaam niet meer of minder belangrijk in vergelijking met elkaar. Zowel ziel als lichaam dienen verlost te worden. Verder kunt u met de jongeren ook spreken over de menswording van Christus, belijdenis des geloofs XVIII. Als leidinggevende kunt u de jongeren dit vertellen, maar beter is het ze zelf te laten onderzoeken door alleen de verwijzingen naar de Bijbel, HC en de Geloofsbelijdenis te geven. Eventueel kunnen ze in groepen er eerst even over discussiëren wat belangrijker is: ziel of lichaam, om vervolgens tot een afronding te komen binnen het totale groepsverband.

De vragen 3-8:
Er is bij het uiterlijk vaak het spanningsveld wat-mag-wel-en-wat-mag-niet. De bedoeling is dit allereerst te relativeren (vraag 6) door de vraag te stellen wat belangrijker is. Veel jongeren (ook wijzelf) kiezen als een beter doel om na te streven vaak voor gezondheid, liefde, etc... Ofwel horizontale, aards gerichte zaken. Terwijl bekering tot God van levensbelang is. U kunt de jongeren de vijf antwoorden van vraag 8 laten nummeren in volgorde van belangrijkheid en vervolgens bij verschillende jongeren vragen naar de motivatie van hun keuze. Over het uiterlijk zelf het volgende:
1. Zorg ervoor dat het geen persoonlijke aangelegenheid wordt: "Jantje is lelijk." Of: "Daar wordt Marietje mee bedoeld." Of: "Carla heeft ook make-up." Etc...
2. Geef als leidinggevende geen kant en klare oplossingen. Dit mag wel, dat mag niet. Hoe goedbedoeld ook. Hoe waar ook. Dit kan blokkerend werken bij jongeren: "De leidinggevende weet het antwoord toch al. Mijn antwoord doet er niet toe, of zal wel worden afgekeurd." Laat de jongeren zelf oplossingen vinden, antwoorden formuleren. Relateer de antwoorden wel aan de Schrift. Stel bijvoorbeeld de volgende vragen:
• Waarmee mag de vrouw zichzelf versieren/opmaken? (1 Tim 2:9 en 10) Innerlijk en uiterlijk zijn hier met elkaar verweven. De vrouw mag haar leven versieren met goede werken. Dit uit zich uiterlijk in soberheid en niet in haarvlechten, goud, parels, of prachtige kleren.
• Waarom kleden mannen zich anders dan vrouwen? (Deut. 22:5) Omdat het onderscheid tussen het mannelijk en vrouwelijk geslacht doormiddel van kleding niet mag worden uitgewist.
• Mattheus 6 - de verzen 25 en 31 - laat ons zien dat we ons niet bezorgd hoeven te maken over onze kleding. Hoe moeten we dat zien? Doet kleding er niet toe? Jawel, maar het thema is in dit hoofdstuk: zoekt eerst het Koninkrijk van God. Doen we dit niet en willen we eerst ons uiterlijk verzorgen - eten, drinken, kleding -, dan zijn we als de heidenen, ofwel goddeloos.
3 Veel jongeren herkennen bekeerde zondaren niet. Vaak is er bij hen nog een karikatuurbeeld van de gelovige. U kunt dan bij vraag 8 deze vraag stellen: Sluiten de twee antwoorden op vraag 8 elkaar uit? Diep niet het karikatuurbeeld uit, maar de wandel van de gelovige: vreedzaamheid, nederigheid, liefde, eenvoud. Aan kleding zul je onder andere kunnen merken hoe nederig, eenvoudig, etc... de gelovige is.

Aanwijzingen bij de vragen en stellingen op pagina 8:
Vraag 1 en 2 zijn bedoeld om onze cultuur te relativeren: cultuurverschillen zijn er tussen verschillende tijden en verschillende plaatsen. Dat mag. De essentiële dingen zijn wel belangrijk. Gods Woord geeft richtlijnen die per cultuur verschillend ingevuld kunnen worden. Hoeveel kleding (klederdracht!) en welke gewaden je draagt is niet van belang, als het maar eerbaar is. In onze cultuur is een broek nog altijd een mannenkledingstuk, terwijl dat in China anders ligt. De Afrikaanse trom is prima, maar past in onze eredienst niet.

Het één is dus niet beter dan het andere, maar hoort wel binnen een bepaalde cultuur. In het zendingsgebied moeten bepaalde gebruiken veranderd worden als men christen wordt (niet meer dan één vrouw (hoewel de reeds aanwezige vrouwen niet weggestuurd kunnen worden, omdat die dan geen bestaan meer hebben), geen afgoden, voorouders en geesten meer vereren), maar ook onze westerse cultuur mag wel eens kritisch bekeken worden. Het is te vrezen dat onze refo-cultuur inderdaad tot een 'cultuur' verwordt. Een lege huls zonder inhoud is zeker niet naar Gods Woord.

Vraag 3: Levensstijl richt zich op iets. Je probeert een prettig levensgevoel, 'geluk', te bereiken door op een bepaalde manier te leven. Als je geluk zoekt in bezit, heb je een materialistische levensstijl. Je kunt ook je geluk zoeken in menselijk contact (gezin, vriendschap, verkering). Levensstijl is dus niet toevallig, maar zegt iets over je persoon, is een keuze. Karakter speelt wel mee, maar "Ik ben nou eenmaal zo" is niet helemaal geldig. Je opvoeding bepaalt voor een groot deel je levensstijl, maar toch ben je zelf verantwoordelijk.

Vraag 4: Een mogelijke activiteit die veel tijd kost, maar wel heel 'anders' is, gaat als volgt. Bij een creatieve groep kun je (na vraag a) een aantal levensstijlen voorsorteren door een aantal bordjes klaar te hebben en die een plaats te geven in de zaal. Voorbeelden: sportief, sociaal, ego, genieter, doener, uiterlijk, carrière, serieus, ledereen kan dan naar het bordje gaan dat het beste bij hem of haar past. Boeiend om de concentratie bij bepaalde bordjes te zien. Vervolgens zetje die gevormde groepen aan het werk om binnen tien minuten met stift zoveel mogelijk tekeningen op een groot gekleurd vel te maken die de gekozen levensstijl afbeelden. Deze kunnen daarna opgehangen worden en eventueel bekeken of zelfs als levensstijl gepromoot worden door één of meer groepslid/-leden (als de tijd dat niet toelaat, kunnen de woordenbordjes erbij gezet worden en de tekenvellen in de pauze verder onder de aandacht gebracht worden). Vervolgens kun je vragen wat iedereen zou kiezen als hij 50 was (eventueel weer laten lopen, maar niet als dat hilariteit op gaat leveren) en tenslotte welke levensstijl iedereen zou wensen op de laatste dag van zijn leven. Hopelijk wordt het dan stil. Een afsluitend gezegde: "Je sterft zoals je geleefd hebt."

Vraag 5: Door waarachtige bekering. De afgoden moeten eruit, je eigen ik en jouw wil moet van de troon en de Heere moet Koning worden in je leven. Dan weet je van vergeving, omdat de Heere Jezus volmaakt vervuld geweest is met de Heilige Geest. Hij, Die nooit gezondigd heeft met Zijn menselijke lichaam, is gestorven voor Zijn volk. Dan word je geen heilige. Je zondigt nog steeds elke dag. Maar je hebt daar verdriet van en voelt de strijd van binnen, want je hart trekt naar de zonde. Toch wil Hij gediend worden in jouw 'tempel'.

Vraag 6a: Het hoofd bepaalt wat de lichaamsdelen doen. Zonder hoofd is het lichaam dood. Het hoofd bepaalt het karakter, het wezen van de hele mens.
Vraag 6b: Je wordt dan geleid en geregeerd door Christus. Zonder Hem kun je niet leven. Je wilt Hem gehoorzamen, Zijn beeld dragen, van Hem zijn.
Vraag 6c: De leden (lichaamsdelen) hebben elkaar nodig ( zie 1 Kor. 12). ledereen kan weer andere dingen goed (verscheidenheid van gaven) en ieder krijgt een andere taak. Zo moet je elkaar niet tegenwerken, maar juist met elkaar meewerken zodat het lichaam (de gemeente, de Kerk) kan functioneren. De leden moeten dus hetzelfde willen: Gods wil.

Vraag 7a: De bruid die op haar bruidegom wacht, gaat niet nog even boodschappen doen. Dat is dan niet belangrijk. Alles moet klaar zijn voor de bruiloft. En alleen de komst van de bruidegom is maar belangrijk; ze staat voor het raam op de uitkijk. Ze valt niet in slaap. Zo moet ook de Kerk niet volop bezig zijn met allerlei aardse, tijdelijke dingen, maar de wederkomst verwachten en gericht zijn op de Heere. Zijn wij klaar voor Zijn komst? Staan wij op de uitkijk? Of kan het ons niet zoveel schelen? Vraag 7b: De bruid is van zichzelf niet zo mooi, ze is zwart van zonden. Maar ze is door het bloed van de Heere Jezus gewassen en wit gemaakt. Hij heeft haar dus zelf eigenlijk al mooi gemaakt. Zij wil zich voor Hem versieren met goede werken: liefde tot God en de naaste, ootmoed, waakzaamheid, gehoorzaamheid, herbergzaamheid, enz.

Stellingen:
1. Natuurlijk is het belangrijkste dafje in de kerk bent om daar het Woord te horen, te bidden en te zingen. Maar doe je daar ook in mee of zit je ongeïnteresseerd onderuit of zelfs te slapen? Dan geef je met je houding wel iets aan en ben je anderen misschien tot ergernis. Als de kerkdienst belangrijk voor je is, hoef je dat niet te demonstreren door je houding, maar je zult dan een andere houding aannemen en ook je kleding uitzoeken voor de dienst in Gods huis.
2. Je zondigt nooit vrijblijvend. De mogelijkheid van vergeving geeft nooit een vrijbrief om te zondigen. "Zullen we in de zonde blijven, opdat de genade te meerder worde? Dat zij verre."(Rom. 6: 1) Vergeven zonden zijn duur betaald door Christus. Elke zonde wordt berouwd, of op aarde of hierna voor eeuwig. De Heere kijkt niet over de zonden heen. Hij ziet inderdaad het hart aan, maar is dat dan in orde? Leeft daar liefde tot Hem en strijd tegen de zonde?
3. Op het leven naar Zijn geboden wil de Heere Zijn zegen geven. We kunnen er de hemel niet mee verdienen en we worden er niet beter van, maar Hij is het waard om gehoorzaamd te worden. En Hij wil niet dat je dat alleen aan de buitenkant doet, maar met je hele hart. Een uiterlijke zegen op uiterlijke gehoorzaamheid is rijk, maar niet genoeg.
4. Hoe is de toon van deze zin? Als het lijdelijke berusting is ("we zijn nou eenmaal allemaal zondaren") zonder dat het nood is, is dit gezegde schijnheilig. We kunnen het nooit meer goed doen, maar weet je dat zelf of praat je het na en ga je dus vervolgens maar zondigen? Wil je het eigenlijk wel goed doen of doe je het eigenlijk graag verkeerd?
5. Hopelijk heeft de Heilige Geest deze keus in je hart gewerkt. Mensen kiezen van nature niet het goede. Een leven met de Heere is rijk, maar gaat tegen ons zelf in. "Sterkte in de strijd," zeiden ze vroeger.
6. Misschien weet je niet altijd antwoord op de vraag: "Waarom doe je dat?" Maar de Heere vraagt rekenschap van alles wat we gedaan hebben. Je moet het dus uit kunnen leggen. Maar we zullen Hem op duizend vragen niet kunnen antwoorden. Toch blijft de verantwoording staan om de juiste keuzes te maken in de dingen die we doen. Er gebeurt al zoveel 'zomaar'. Daarom toch de vraag: "Waarom doe je watje doet?" Overigens vraagt 'de wereld' ook naar argumenten voor jouw levensstijl.
7. Misschien is dat wel waar. Op meisjes wordt meer gelet omdat zij zich verleidelijker kunnen kleden dan jongens en daar moeten ze zelf dus voor oppassen. Voor de meisjes kunnen we gemakkelijker concrete kledingregels geven dan voor de jongens. Maar het is zeker niet zo dat alleen de meisjes op straat herkend moeten worden als christelijk. Ook de jongens moeten zich in haardracht en stijl van kleding onderscheiden van wat in de wereld helemaal 'in' is. Een voetbalclub op je rug is een bewuste keuze. Ouderen hebben vaak niet door dat bepaalde broeken en kapsels (housebroeken en gabberkapsel of 'spikes') bij een bepaalde cultuur horen die niet bij christelijke jongeren past. Houd het positief: probeer de broekendiscussie te vermijden, tenzij er oprechte belangstelling is naar het 'waarom'. Maar een steuntje hebben de meisjes wel eens nodig: ze worden meer nageroepen als ze naar de 'rokkenschool' gaan dan de jongens. De jongens hebben net zo goed de taak om zich verantwoord te kleden.

Aanwijzingen bij de bijbelstudie op pagina 10:
Gezien de opbouw van de vragen, is het nodig om de vragen allemaal te laten bespreken, anders wordt de betekenis van de gelijkenis niet duidelijk. De moeilijkheidsgraad van deze bijbelstudie is behoorlijk hoog, grenzend aan +16 niveau. Voor diegenen die bijna van de +14 afgaan, misschien een uitdaging.
1. Hier wordt niet bedoeld dat de Heere van ons een leven volgens Zijn wet vraagt, een netjes leven, een godsdienstig leven, want dat is alleen uiterlijk. Hij vraagt van ons om Hem te zoeken in de kerkdienst, de bijbel, in gebed, goede boeken, in gesprekken met anderen. Maar daarbij blijft het niet. De vader in de gelijkenis heeft het recht om van zijn zonen liefdewerk te vragen. Zo heeft de Heere recht op ons: Hij heeft ons geschapen en in Zijn Naam zijn we (hopelijk allen) gedoopt. Hij vraagt daarom ons hele hart. Het is de boodschap van Johannes de Doper (naar zijn optreden verwijst de gelijkenis ook) en van de Heere Jezus Zelf: "Bekeert u en gelooft het evangelie" (Markus 1: 15). Als wij daar gemakkelijk op antwoorden: "Ik kan niet," bedoelen we dus: "Ik wil niet."
2. Hoeren leiden duidelijk een zondig leven door het zevende gebod te overtreden. Tollenaars namen het vaak niet nauw met het achtste gebod; ze werkten (soms te veel) samen met de Romeinen en eigenden zichzelf soms teveel toe van de belasting waarvoor ze moesten zorgen. Hoeren en tollenaren waren (behalve echte mensen die de Heere als voorbeeld kon stellen) een symbool voor alle mensen die er openlijk voor uitkwamen dat ze met God geen rekening hielden, openbare zondaren dus.
3. De zoon in de gelijkenis zegt niet: "Ik ga niet," maar schaamteloos: "Ik wil niet." Ik heb er geen zin in om naar de kerk te gaan. Wijk maar van me, want aan de kennis uwer wegen heb ik geen lust. Ik wil lekker in de wereld leven om me uit te leven in de zonde of (wat netter) niet meer 'te geloven'. Die mensen worden dus bedoeld die bewust buiten de kerk leven of er afscheid van nemen: niet meer naar de kerk, de catechisatie, de vereniging, de bijbel dicht laten. Eigenlijk ook zij die dat nu nog niet durven, maar vast van plan zijn om als ze bijvoorbeeld achttien zijn, hun eigen weg te gaan.
4. Vers 32: "Maar de tollenaars en hoeren hebben hem (af./. Johannes de Doper) geloofd." Zij hebben zich bekeerd en het evangelie geloofd. De prediking van Johannes en van de Heere Jezus heeft hen geraakt in het hart. Lukas 7 : 29: "En al het volk Hem horende, en de tollenaars, die met de doop van Johannes gedoopt waren, rechtvaardigden God." Hier worden dus met name tollenaars genoemd. We kennen daarvan Levi en Zacheüs. Ook zijn er meerdere (in ieder geval zondige) vrouwen die in de Heere Jezus geloofden: de Samaritaanse vrouw (Joh. 4) en de zondares die Jezus zalfde (Lukas 7). Jezus stond bekend als Iemand die de zondaren ontving en met hen at. Maar kenmerkend is dat deze zondaren wel berouw kregen en zich bekeerden van hun zonden. Ze hadden dus 'nee' gezegd en er was weinig vrucht van hen te verwachten, maar door Gods genade gingen ze 'ja' zeggen én doen..
5. De zoon die zegt: "Ik ga, heer," ziet er aan de buitenkant keurig uit: hij spreekt zijn vader eerbiedig aan en zegt niet: "Ik ga zo meteen," maar hij staat helemaal klaar om het werk te doen. Er mankeert niets aan. Zo was het met de schriftgeleerden, de overpriesters en de ouderlingen en met name de fanatieke sekte van de farizeeën: ze leken eerbiedig en er mankeerde niets aan hun godsdienstige bezigheden. Degenen die de Heere Jezus kwamen vragen naar Zijn bevoegdheid waren dus dit soort mensen. Maar de godsdienst zat bij hen alleen aan de buitenkant. Matth.23 : 3: "Daarom, al wat zij zeggen dat gij houden zult, houdt dat en doet het, maar doet niet naar hun werken; want zij zeggen het en doen niet." Ze hebben Johannes de Doper bezig gehoord en gezien en ze zagen dat hoeren en.tollenaars tot bekering kwamen (vers 32), maar zij hebben niet geloofd. Ze zijn niet tot het besef gekomen dat ze adderengebroedsels en witgepleisterde graven waren; ze hebben geen vergeving nodig gehad.
6. Een uiterlijke belijdenis, een serieus meedoen met godsdienstige bezigheden, een bijbelse levensstijl zijn mooi, maar niet genoeg. Dat is alleen 'ja' zeggen. Het gaat om ons hart, of we de boodschap ook doen, dus ons bekeren en geloven. Als dat niet zo is, als we geen bekering nodig hebben, doen we 'nee'. Denk aan Augustinus, die netjes bad om bekering, maar er zachtjes achter zei: "Maar nu nog niet, later." Zeggen en doen kloppen dan niet.
7. Dat wij ons bekeren, voor Hem leven, Hem de eer geven die Hem toekomt. Matth. 12 : 50: "Want zo wie de wil Mijns Vaders doet, Die in de hemelen is, dezelve is Mijn broeder en zuster en moeder." Die is dus een kind van God. Dan moet de godsdienst wel oprecht zijn, dus God dienen zijn. Dat kunnen wij niet uit onszelf, maar de opdracht blijft staan. Zie antwoord 1: het probleem zit in het niet willen!
8. Het gaat uiteindelijk niet om het zeggen (de buitenkant), want daarin kun je gemakkelijk huichelen. Het gaat om het doen, de binnenkant, je hart. Als je hart vernieuwd is, gaat de buitenkant vanzelf mee, dat bleek ook in het leven van de hoeren en tollenaren. Zij zeiden hun oude levensstijl vaarwel.
9. Alleen een godsdienstig leven zonder inhoud kan je niet redden. Maar als je gered bent en vergeving gekregen hebt, zal dat godsdienstige leven (al is het onvolmaakt) niet uitblijven.
10. Even een gesloten vraag. Goed om het helder te hebben, fijn voor de doeners.
Antwoord: D C
A B
11. Tenslotte de persoonlijke toepassing. De vraag van de overpriesters was: "Van wie heeft U de macht gekregen? Klopt het allemaal wel?" Het antwoord was eigenlijk: geloof en bekeert u, dan zult u wel merken van wie Mijn macht komt. Hetzelfde geldt voor ons. Als je kritiek hebt op de preek, op ambtsdragers, op leidinggevenden, op de bijbel en de leer. Als je je ergert aan allerlei dingen die je moet en als je eigenlijk afwilt van allerlei dingen die je niet mag. Als je je afvraagt of alles wel klopt, krijg je van de Heere Jezus dit antwoord: "Wat dunkt u?" Wat denk je er zelf van? Nee, niet van die ander, maar wat denk je van jezelf? Klopt het bij jou allemaal? Geloof jij Mijn Woord? Doe je het ook?

Aanwijzingen bij de puzzel op pagina 12:
Voor sommige woorden zullen de jongeren even in een woordenboek of atlas moeten kijken, zoals: tee, sintel, kaduuk, naamval, Elbe, sneren, afkortingen. Misschien is het handig om een woordenboek en atlas mee te nemen naar de JV, voor het geval ze zeggen dat de puzzel niet klopt. De correct ingevulde puzzel ziet er als volgt uit:


Voor je agenda:

D.V. 27 april 2001
Jaarvergadering JBGG

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 april 2001

Treffer | 20 Pagina's

AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 april 2001

Treffer | 20 Pagina's