AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK
1e jaargang 2000 / 2001, nummer 7
Verschijnt 8 keer per jaar
Treffer is bestemd voor leidinggevenden aan +12 en +14 groepen. Het geeft informatie voor het werken met het ledenblad Treffer.
In dit blad treft u aan:
-Aanwijzingen voor het gebruik van de Treffer "In de gemeente"
-Programmasuggesties voor een avond over de schets
-Bijbelse vertelschets voor de +12 groepen
-Achtergrondinformatie over een aantal thema's
-Toelichtingen op de vragen
AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK
Hierbij ontvangen jullie de zevende Treffer van dit seizoen. Het nummer gaat over "In de gemeente" en verschijnt in de serie werkschetsen voor-16. Zowel de +12 groepen als de +14 groepen kunnen met de schets aan de slag. Het is een uitgelezen onderwerp om meerdere personen uit de gemeente bij te betrekken. Het gemeente-zijn gaat immers ons allemaal aan. Er zijn vast wel jongeren op de vereniging, ouders en ambtsdragers in de gemeente die een bijdrage willen leveren aan de verenigingsavond over dit onderwerp. Deze kunt u inschakelen bij de verenigingsavond over "In de gemeente". Bruikbare thema's zijn:
-Het belang van de preek Een ambtsdrager
-Het gesprek over de preek Een ouder
-Een opdracht voor ons? Enkele jongeren
De verschillende verwerkingsvormen treft u aan op de volgende pagina's:
-Vragen voor groepsdiscussie pagina 5
-Vragen voor +12 groepen pagina 10
-Discussiepagina voor beide groepen pagina 8
Het bovenstaande is een advies. U kunt uiteraard de verwerking op een andere leeftijdsgroep inzetten, dan door ons aangegeven. U kent immers als leidinggevenden de jongeren ter plaatse en weet welke opzet het beste bij hen past. De verwerkingsvormen zijn goed inzetbaar voor zowel +12 en +14. Wel is het belangrijk om het niveau van de groep in te schatten. In de schets treft u voldoende vragen en groepsopdrachten aan. Maak een selectie uit het aanbod van vragen en stellingen. Als u alle opdrachten gaat bespreken is dit teveel voor één verenigingsavond.
Deel de schetsen na de inleiding uit, zodat de jongeren tijdens de inleiding niet alvast in de schets gaan lezen Wanneer de schetsen uitgedeeld zijn, kan met de verwerkingsvormen in de schets verder gewerkt worden. Geef de Treffer mee naar huis, we willen graag ook de jongeren en ouders bereiken die niet op de vereniging komen. Hierdoor wordt de band tussen gemeente en jeugdwerk verder versterkt.
PROGRAMMA SUGGESTIES
Doel van de schets
Het doel van de schets is om met jongeren in gesprek te komen over het gemeente-zijn. Door er met elkaar over te spreken gaan ze beter beseffen dat ook zij een wezenlijk onderdeel van de gemeente zijn. Ze zijn volwaardig lid van de gemeente. Het is belangrijk om dat telkens weer te onderstrepen. Gemeente-zijn is meer dan het samenkomen tijdens de eredienst op zondag of in de week. Gemeente-zijn doortrekt het hele leven, ook dat van de jongeren. De apostel Paulus zegt in de Romeinenbrief dat de leden van de gemeente elkanders leden zijn. En in de eerste brief aan de gemeente van Korinthe werkt hij dit nader uit in het beeld van een lichaam, waarin vele leden zijn. Dit bijbelse beeld heeft vandaag nog niet aan betekenis ingeboet. Er is in onze tijd sprake van individualisme. Dat wil zeggen dat er in onze samenleving een tendens is dat de mensen steeds meer op zichzelf gericht zijn. Ook aan de kerk gaat deze ontwikkeling niet voorbij. Toch zou het juist in de kerk anders moeten zijn. Daar gaat immers Gods Woord open. Gods Woord wijst ons op onze roeping, ook als het gaat om ons gemeente-zijn. Soms zijn jongeren op de leeftijd van 14 of 15 jaar al innerlijk aan het vervreemden van de gemeente. Een verenigingsavond over hun plaats in de gemeente kan aanleiding zijn voor een pittig gesprek. Het kan er ook toe bijdragen dat ze hun keuze heroverwegen. Wat zou het mooi zijn als de Heere deze Treffer wil gebruiken tot een zegen onder de jongeren, "opdat geen tweedracht in het lichaam zij, maar de leden voor elkander gelijke zorg zouden dragen" (1 Korinthe 12:25).
Want: "Waar liefde woont, gebiedt de Heer' de zegen, Daar woont Hij zelf, daar wordt Zijn heil verkregen, En 't leven tot in eeuwigheid"
We wensen u een goede en gezegende verenigingsavond.
Idee voor +12 en +14 groepen die gezamenlijk vergaderen
- Opening
- Presentatie door meerdere personen uit de gemeente. Zie ook hierboven onder "Aanwijzingen voor het gebruik".
- Inleiding naar aanleiding van 1 Korinthe 12.
- In groepjes bespreken van de vragen uit de schets.
Pauze
- Een groepsgesprek naar aanleiding van het onderwerp en de reacties op de vragen. Om de discussie te sturen kunt u de vragen gebruiken die op pagina 3 van de schets worden genoemd.
- Een kort afsluitend gesprek met elkaar. Verval niet in herhaling door het voorgaande opnieuw te bespreken, maar probeer wat reacties uit de groep te krijgen. U kunt dit gesprek meer diepgang geven door samen te zoeken naar aandachtspunten voor een verbetering van het gemeente-zijn. Aandachtspunten kunnen zijn: Regelmatig aandacht voor oude mensen in de gemeente, het bespreken van de preek thuis of met de jeugdvereniging onder leiding van de predikant, gezamenlijke inzet bij activiteiten binnen de gemeente zoals een actie.
- Sluiting
Idee voor +12 groepen
- Opening
- De jongeren laten reageren op de vragen van pagina 3. De reacties op een collagevel schrijven.
- Inleiding over de schets (door jongere of leidinggevende) of de Bijbelse vertelling(door leidinggevende)
Pauze
- Groepsbespreking of bespreking in kleine groepjes aan de hand van de vragen op pagina 8 en 10.
- Gezamenlijk bespreken van de vragen en de reacties op de vragen van pagina 3.
- Sluiting
Idee voor +14 groepen
- Opening
- Associatie-opdracht: De stellingen van pagina 8 uitvergroten op een collagevel. De groep verdelen in kleinere groepjes. Vragen of de groepjes er hun reactie op willen geven.
- Korte inleiding over de schets door meerdere jongeren en leidinggevenden.
- Bespreking van de vragen op pagina 8 in groepjes. Probeer hierbij met de jongeren in gesprek te komen over de opdrachten die ze hebben als (doop)lid van de gemeente. U kunt ze dit bijvoorbeeld op een collagevel laten schrijven.
Pauze
- Gezamenlijk gesprek naar aanleiding van de reacties op de vragen en de opdracht die ze als dooplid voor zichzelf hebben geformuleerd. Schrijf op een nieuw collagevel mogelijke aandachtspunten. Sluiting
- Sluiting
Zie voor andere verwerkingsvormen de map "Ideeënmap +12/+14". En heeft u zelf nieuwe ideeën? Geef ze aan ons door. Andere verenigingen zijn er blij mee!
Tips om de betrokkenheid bij de gemeente te vergroten:
-Hang het programma van de vereniging op in de hal van de kerk.
-Nodig ouders en ambtsdragers uit om een verenigingsavond te bezoeken. Betrek ze actief bij het programma, anders kunnen jongeren het als bedreigend ervaren.
BIJBELSE VERTELSCHETS VOOR DE +12
De eerste christengemeente in Jeruzalem
De mensen in de tempel praten er allemaal over. De kreupele man, die al zolang aan de poort van de tempel had gezeten om te bedelen, is genezen! Niemand had ooit kunnen denken dat dat kon gebeuren. De man was kreupel vanaf zijn geboorte. Jarenlang hebben ze hem zien bedelen aan de Schone Poort bij de témpel en nu looft hij de Heere springend en huppelend op het tempelplein. Vol verbazing kijken de mensen naar Petrus en Johannes. Hoe hebben ze dat gedaan? Als Petrus ziet dat de mensen hèn zo bewonderen, neemt hij het woord. "Gij Joodse mannen, wat zien jullie naar ons, alsof wij deze kreupele man door onze eigen kracht gezond gemaakt zouden hebben." Zo begint Petrus zijn rede. Hij wijst de mensen erop, dat ze dit wonder hebben gedaan in de Naam van Jezus Christus. Dat is Dezelfde Persoon Die zij een paar maanden eerder aan het kruis hebben laten spijkeren! Wat is Petrus scherp in zijn woorden! Maar hij gaat verder, zonder bang te zijn voor de reactie van de mensen die hem horen: "Jullie hebben Barabbas, die een moordenaar was, gekozen en de Vorst des levens verworpen. Maar God heeft Hem opgewekt uit de dood en door Zijn kracht hebben wij deze kreupele gezond gemaakt. Bekeert u dan, opdat uw zonden vergeven mogen worden, voordat Hij zal wederkomen om u te oordelen." Wat een scherpe preek! Had Petrus dat niet een beetje anders aan kunnen pakken? Het zal je maar gezegd worden dat je een onschuldige hebt laten vermoorden en een moordenaar hebt laten leven. Het zal je maar gezegd worden dat je je bekeren moet, terwijl je denkt dat je het juist zo goed doet. En toch stoten de mensen zich niet aan Petrus preek. Ze gaan zien, door de Heilige Geest, dat het waar is wat Petrus zegt. Waren er op de Pinksterdag drieduizend mensen, die geloofden. Nu is dat aantal gegroeid tot vijfduizend mensen. Er zijn echter wel tegenstanders. Het is de priesters ook opgevallen, dat er zoveel mensen staan te luisteren naar Petrus en Johannes. Daar zullen ze snel een eind aan maken! In de Naam van Jezus de Nazarener mag niet worden gesproken. Er komen een paar soldaten van de tempelpolitie, die Petrus en Johannes gevangen nemen. De volgende dag moeten ze zich verantwoorden voor het Sanhedrin: hoe komt het, dat ze deze kreupele man konden genezen? Onbevreesd antwoordt Petrus: "'t Is door de kracht van Jezus Christus, Die gij hebt gekruisigd. Maar Hij is opgewekt uit de dood. Door geen ander is de zaligheid te verkrijgen dan door Hem." 't Is hetzelfde antwoord als de Joden in de tempel kregen. Ook hen wijst Petrus op hun zonde van het kruisigen van de Heere Jezus. En de reactie? Het is een heel andere dan de mensen in de tempel. De leden van het Sanhedrin ergeren zich. Moeten zulke eenvoudige mensen hen de les lezen? Ze hebben niet eens de Wet bestudeerd! En dan hebben die mannen het ook nog over Jezus van Nazareth? Zij, mannen van de Joodse raad, willen over Hem niets meer horen. Die Jezus van Nazareth heeft hen zo vaak gewaarschuwd; ze zijn blij dat Hij dood is. Ze hebben tenminste geen last meer van Hem. De leden van het Sanhedrin stoten zich aan het woord van Petrus: over Jezus van Nazareth mag niet meer gesproken worden! Hoe is jouw reactie op de preken die je hoort? Zoek je allerlei uitvluchten om maar niet te hoeven gehoorzamen? "De preek was te moeilijk, ik begreep er niets van." "De dominee preekte zo saai, daar kon ik niet naar luisteren." "Ik kan me toch niet bekeren!" Uitvluchten genoeg. Maar denk je, dat je die uitvluchten ook kunt gebruiken als je voor Gods rechterstoel moet verschijnen? Denk je dat je dan nog een geldig excuus hebt om onbekeerd te zijn? Je zult het jezelf dan verwijten dat je niet geluisterd hebt! Bekeer je dan, zoek de Heere, niemand anders kan je de zaligheid geven, dan Hij alleen! De twee apostelen mogen de vergadering verlaten met het bevel, dat ze moeten zwijgen over de Naam van Jezus. Die Naam moet vergeten worden. Als ze echter bij de andere apostelen en gemeenteleden komen, vertellen ze wat het Sanhedrin heeft bevolen. Ineens zijn de woorden, die hun Meester vroeger al had gesproken, waar geworden: "Zij hebben Mij vervolgd, zij zullen ook u vervolgen." De apostelen worden niet bang voor de dreigementen. Weet je wat ze samen doen? Ze knielen neer en ze leggen de dreigementen van het Sanhedrin voor aan de Heere! "O Heere, bidden ze, U weet toch van de haat en de woede van de oversten van ons volk tegen U. U weet toch ook van de straffen, waarmee ze ons hebben bedreigd, als we toch in Uw Naam spreken. Heere, help ons toch om vrijmoedig Uw woord te mogen verkondigen. En geef ons de kracht om door tekenen en wonderen te mogen laten zien, dat U ons hebt gezonden." Zo leggen ze hun zorgen neer voor de Heere. En de Heere verhoort op heel bijzondere wijze. Ineens begint de grond van de plaats waar ze zijn vergaderd, te golven onder hen. Allen worden ze vervuld met de Heilige Geest en vrijmoedig spreken ze over de opstanding van de Heere Jezus. Wat een gebedsverhoring!
Is het je wel eens opgevallen hoe vaak de eerste christengemeente in Jeruzalem aangevallen is? De ene keer probeerde het Sanhedrin de apostelen zo te bedreigen dat ze zouden zwijgen over de Naam van de Heere Jezus. De andere keer kwam de aanval van binnenuit: Ananias en Saffira probeerden het werk van God na te bootsen. Toch zijn al die pogingen mislukt. Hoe kwam het toch dat de duivel die gemeente niet vernietigen kon? Ten eerste was het de Heere Zelf Die over de gemeente waakte. Hij was het Die ervoor zorgde dat alle aanvallen van de satan mislukten. Hij maakte zelfs van een christenvervolger, als Saulus van Tarsen, een Christusprediker. Omdat de Heere voor Zijn kerk zorgde kon de duivel die gemeente niet vernietigen. Daarnaast lees je van deze gemeente ook hoe ze in grote eensgezindheid en liefde bij elkaar waren vergaderd. Als ze bij elkaar waren, praatten ze niet over allerlei ditjes en datjes. Ze kwamen bij elkaar om samen te bidden en de Heere te loven. Samen hielden ze maaltijden, waar ook de armen mochten aanzitten, ondanks dat ze niets terug konden doen. Samen hielden ze het Heilig Avondmaal. Op deze manier waren ze bijeen. De Joden uit Jeruzalem, die de levenswijze van de gemeenteleden zagen, hadden groot respect voor hen. Aan alles kon je zien dat deze mensen meenden wat ze zeiden. Hun geloof in Christus kwam openbaar in hun daden. Je kunt er gerust van op aan, dat de Heere dit alles ook heeft willen gebruiken om Zijn gemeente te bewaren en uit te breiden. Haast als een refrein lees je iedere keer in het boek van de Handelingen: "En daar werden er meer en meer toegedaan, die de Heere geloofden, menigten beide van mannen en van vrouwen." (Handelingen 5:14) "En het woord Gods wies, en het getal der discipelen vermenigvuldigde te Jeruzalem zeer; en een grote schare der priesters werd den gelove gehoorzaam." (Handelingen 6:7)
Toch lijkt het één keer helemaal fout te gaan na de dood van de eerste martelaar Stephanus. Een zeer grote vervolging breekt los. Saulus, die erbij was, toen Stephanus werd gestenigd, dringt de huizen binnen van de leden van de gemeente te Jeruzalem. De mannen en de vrouwen sleept hij uit hun huizen en gooit ze in de gevangenis. Veel leden van de gemeente moeten vluchten voor hun leven. De eerst zo bloeiende gemeente wordt totaal verwoest. Slechts een klein groepje blijft over. Nu heeft de satan toch gewonnen: de gemeente is vernietigd. De leden zijn of in de gevangenis geworpen en gedood of ze zijn gevlucht. En toch is die overwinning van de satan maar schijn. De Heere regeert. Ook met deze zware vervolging heeft Hij Zijn bedoeling. Overal waar de vervolgde leden van de gemeente van Jeruzalem komen, verkondigen ze het Evangelie, 't Is net als met een bosbrand. Je meent op één plaats het vuur gedoofd te hebben, maar ondergronds smeult het verder en korte tijd later laait het weer op vier andere plekken op. Je kunt er geen vat op krijgen. Het liefste werk van de duivel is Gods werk te vernietigen, maar dat lukt hem nooit. God Zelf zorgt voor Zijn werk, Hij zal er ook voor zorgen dat er altijd mensen zullen zijn die Hem vrezen. Hoor jij daar al bij? Jij behoort bij een gemeente waarin Gods Woord verkondigd wordt. De Heere laat het ook jou verkondigen: "Zoek Mij en leef!" "Ik heb geen lust aan je dood, maar daarin heb Ik lust dat je je bekeert en leeft." En als de Heere dat zegt dan meent Hij het ook! Luister toch niet naar de duivel. Hij probeert je wijs te maken dat de Heere maar heel weinig mensen bekeert en dat jij daar toch wel niet bij zal horen. Maar dat is een leugen. Zo probeert hij je af te houden van het zoeken van God. Juist omdat je mag opgroeien in Gods gemeente, wordt je door de Heere zo ernstig geroepen. Hij is daarmee al begonnen, toen je nog maar net geboren was, bij je doop. Ben je bang dat jouw hart te hard is? Denk je dat de Heere naar jou niet wil horen, omdat je het niet echt kunt bidden? Ga tot Hem. Leg de Heere je harde hart voor en zeg Hem hoe koud je bent van binnen. Hij weet het nog veel beter dan jij. Is het niet Zijn eigen Woord: "Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlesen hart geven." (Ezechiël 36: 26b) De Heere eist van je dat je Hem dient met een volkomen hart. Kun je het niet? Bedenk dan dat Hij alles wil geven wat Hij van je eist. Doe je mond dan wijd open en Hij zal hem vervullen.
God zal Zijn waarheid nimmer krenken,
Maar eeuwig Zijn verbond gedenken;
Zijn woord wordt altoos trouw volbracht,
Tot in het duizendste geslacht;
't Verbond met Abraham, Zijn vrind,
Bevestigt Hij van kind tot kind.
Psalm 105: 5
ACHTERGRONDINFORMATIE
Het leven in Korinthe
De stad Korinthe was een stad waarin je van alles kon beleven. Het was een echte havenstad. Kooplui en zeelieden deden de stad dikwijls aan. Zodoende was het er altijd een drukte van belang. Zeker bij de haven. In je vrije tijd kon je in Korinthe ook genoeg doen. Er waren genoeg filosofen, schilders en beeldhouwers en aan sport en spel ontbrak het er ook niet. In Korinthe werden de Isthmische spelen gehouden (vergelijkbaar met de Olympische Spelen), waaraan beroemde atleten meededen. Echter, Korinthe was ook een stad die werd bevolkt door duizenden prostituees. Wie wilde, kon zich uitleven in gruwelijke zedeloosheid.
KORINTHIANISEREN
Korinthe stond bekend als een slechte stad. 'Korinthianiseren' betekende daarom ook in die tijd al: 'naar de duivel gaan'. Als je zelf een stad zou moeten uitkiezen om te gaan evangeliseren, dan zou je Korinthe zeker niet nemen. Die mensen leefden daar zo goddeloos; daar de boodschap van het Evangelie brengen, was parels voor de zwijnen gooien.
Korinthe, de stad die in het hele Romeinse rijk bekend stond om zijn slechtheid, is de stad waar Paulus heen moet om het Evangelie te gaan verkondigen. Paulus gaat eerst naar de synagoge en op de sabbat onderwijst hij daar de Joden. Maar veel 'succes' heeft hij er niet. In de synagoge groeit de weerzin tegen het Woord dat Paulus verkondigt. Paulus wordt zelfs de synagoge uitgezet. Er is geen plaats voor een dienaar van God, er is geen plaats voor Christus Zelf.
Vanaf die dag gaat Paulus het Evangelie verkondigen in het huis van een zekere Justus, dat pal naast de synagoge staat. Het is alsof hij daardoor zegt, dat de Joden het Evangelie dan wel hebben verworpen, maar hij blijft doorgaan met het verkondigen. Als de Joden niet willen horen, dan de heidenen. De Heere bemoedigt hem door middel van een gezicht, dat Hij veel volk in deze stad heeft. Als Paulus na anderhalfjaar Korinthe verlaat, is er een bloeiende gemeente ontstaan, die bestaat uit Joden, maar meest uit heidenen.
Na het vertrek van Paulus is Apollos in de gemeente van Korinthe leiding gaan geven. Apollos was een christen-Jood, een vurige prediker. De mensen luisterden graag naar zijn preken. Maar dan ontstaat er al snel verdeeldheid. Sommige mensen vinden dat Paulus het toch veel beter deed. Anderen hebben Apollos veel hoger staan en menen dat hij het beter doet dan Paulus. Weer anderen kiezen voor Petrus. Petrus had immers zelf onderwijs gehad uit de mond van de Heere Jezus. In vergelijking met Petrus waren Paulus en Apollos tweederangs voorgangers.
PROBLEMEN
De gemeente van Korinthe was een moeilijke gemeente.
- Gemeenteleden sleepten elkaar voor de rechter, omdat zij met elkaar overhoop lagen.
- Er waren veel huwelijksproblemen.
- De vraag speelde of je vlees mocht eten, dat aan de afgoden is geofferd.
- Er waren problemen over de plaats van de vrouw in de gemeente.
- Er waren zelfs problemen bij het vieren van het Heilig Avondmaal.
TOELICHTINGEN OP DE VRAGEN
Aanwijzingen bij de reacties van jongeren op pagina 3:
De reacties die jongeren hebben gegeven op de gestelde vragen kunnen worden gebruikt als inleiding op een onderdeel van de Treffer. Bijvoorbeeld: de vragen 1 en 2 kunnen gebruikt worden bij de behandeling van de pagina's 4 en 5 over de doop. Stel vragen als: Met welke reactie ben je het eens? Welk antwoord zou jij geven op deze vraag? Zijn er reacties waar je het niet mee eens bent? Wat vind je van...
Aanwijzingen bij de vragen op pagina 5:
De vraag over psalm 72:
De Heere belooft hier Zelf dat hij van geslacht tot geslacht Zijn volk bijeen zal brengen. Hij staat er Zelf voor in. Zoals de namen van aardse vorsten voort blijven bestaan in hun nageslacht, zo blijft de naam van Christus bestaan in Hemzelf.
Door de doop apart gezet:
Dit is een mooie vraag om samen met de jongeren dieper in te gaan op hun leefwereld. Laat ze aan de hand van de genoemde zaken vertellen wat ze allemaal doen. Zet dit vervolgens tegenover hun gedoopte voorhoofd. Kijk vervolgens samen of hun leefwereld en hun gedoopte voorhoofd elkaar verdragen.
De stellingen:
1. Wijs de jongeren erop dat ze het water van de doop nooit meer kunnen afwassen. Al hebben ze misschien in hun hart al afscheid genomen van de kerk, hun gedoopte voorhoofd nemen ze altijd mee. Het zal tegen hen getuigen als ze niet met God verzoend worden.
2. Dit is een opmerking die nogal gemakkelijk door jongeren wordt gemaakt. Ze zijn buiten hun medeweten om gedoopt, dat is waar. Benadruk hierbij het grote voorrecht van het gedoopt zijn. Door de Heere apart gezet, in tegenstelling tot zoveel andere jongeren die buiten de kerkelijke gemeente in de wereld opgroeien.
De doop en je gebed:
We mogen in ons gebed aan de Heere voorleggen dat Hij Zelf ons heeft apart gezet. Smekend om Zijn genade mogen we ons gedoopte voorhoofd in het gebed aan de Heere laten zien. Verwijs hierbij naar psalm 81:12. Niet dat we ergens recht op hebben, maar de Heere wil uit genade nog gedachtig zijn aan Zijn verbond.
De doop als versterking van het geloof:
1. In het leven van Abraham laat de Heere hem in Genesis 15 de sterren zien. De Heere belooft dan aan Abraham, die nog geen kinderen heeft, dat zijn nageslacht net zo talrijk zal zijn als de sterren die aan de hemel staan. En wat de Heere belooft, dat doet Hij.
2. De waterdruppels van de doop wijzen heen naar het bloed van Christus, dat Hij vergoten heeft tot verzoening der zonden. Zoals waterdruppels het lichaam reinigen, zo reinigt het bloed van Christus van alle zonden.
Aanwijzingen bij de vragen op pagina 8:
Vragen naar aanleiding van 1 Korinthe 12
1. Wellicht is de bedoeling van Paulus het best te verduidelijken met de concrete invulling van de voorbeelden. Het eerste voorbeeld: met je oog kun je de merel boven in een boom zien zitten. Maar stel je nu eens voor dat je geen gehoor had. Dan zag je wel de merel, maar je hoorde zijn prachtige gezang niet. Een tweede voorbeeld: stel je eens iemand voor die heel scherp van gehoor is en de hoogste tonen van een muziekstuk kan onderscheiden, maar die persoon merkt niet dat zijn huis in de brand staat, omdat hij geen reukorgaan heeft en dus de brandlucht niet ruikt. Paulus wil hiermee aangeven dat alle lichaamsdelen van belang zijn, ook de lichaamsdelen die wij niet zo hoog aanslaan. Zo is het ook in de gemeente van God. Alle leden zijn belangrijk en hebben hun nut voor de gemeente, niet alleen die leden die wij zo belangrijk vinden.
2. In vers 14 bedoelt Paulus dat zoals het lichaam bestaat uit veel verschillende leden, zo bestaat de gemeente ook uit verschillende leden. Al die verschillende leden hebben hun functie. Paulus zegt dit omdat in Korinthe alleen die gemeenteleden hoog geacht werden, die in tongen konden spreken. Aan de andere kant, hoewel er wel zoveel verschillende lichaamsdelen zijn, toch vormen ze met elkaar één lichaam. Zo is het ook in de gemeente. Al die verschillende leden vormen één gemeente in hun Hoofd, de Heere Jezus Christus. Daarin komt de eenheid openbaar.
3. God heeft de ambten gegeven, omdat er leiding nodig is in een gemeente. Predikant: Verkondiging van het Evangelie. De openbare aanroeping van de Naam van God om de gemeente aan Hem op te dragen. De bediening van de sacramenten. Toezicht houden op de gemeente in goede orde en tucht. Ouderling: Het bijstaan van de dienaar des Woords. Er moet toezicht gehouden worden op de leer en het leven van de gemeente en de dienaar van het Evangelie. Diaken: Middelen verzamelen om uit te delen aan de armen. Of een ambtsdrager nu veel of weinig gaven heeft, doet er niet toe. We moeten achting voor hen hebben, want God Zelf heeft hen over ons gesteld.
4. Deze vrouw had bijna niets, maar wat ze had, gaf ze voor de dienst van God. Wij zouden al snel zeggen van die twee kleine penningen: daar heb je niets aan. Maar God oordeelt heel anders. Hij ziet het hart aan. Ook al hebben wij dan niet veel gaven gekregen van de Heere, de Heere vraagt wel of we ze besteden in Zijn dienst. Hij ziet daarbij het hart aan!
Andere vragen
1. Denk aan gaven om anderen te onderwijzen, gaven om voor te gaan in gebed, gaven om leiding te geven, gaven om anderen te helpen en te troosten. Denk echter ook aan die vrouw in de gemeente die goed kan naaien en anderen daarmee helpt. Of die man die oud papier inzamelt en zo zijn steentje bijdraagt. Of aan diegene die een zieke moeder helpt met het huishouden...
2. Zie vraag 1.
3. Ja, zie hoe spontaan een verstandelijk gehandicapte mee kan doen. Kijk ook eens hoe gemakkelijk ze napraten over een preek of Bijbelse vertelling zonder zich ervoor te schamen. Let erop met welke kleine dingen hij tevreden kan zijn. Probeer de dingen naar voren te halen die ze wel kunnen. Bij de bespreking van deze vraag moet er rekening mee worden gehouden dat er onder de jongeren ook kunnen zijn die een zwaar gehandicapte broer of zus hebben. Let op de woordkeus!
4. Zie vraag 1, de voorbeelden zijn met legio uit te breiden. Wijs erop hoe het gedaan wordt. De weduwe in de tempel gaf twee kleine penningen, maar ze deed het met de liefde van haar hele hart.
5. De gaven moeten gebruikt worden ten nutte en ter zaligheid van andere leden. Dus de Heere geeft ze niet zomaar om er zelf alleen van te genieten! En dat niet plichtmatig, maar gewillig en met vreugde. Zie weer het voorbeeld van de weduwe en de schatkist.
Stellingen
1. ledereen heeft gaven van de Heere gekregen die hij kan gebruiken in de dienst van de Heere. (Zie de geschiedenis van de weduwe met die twee penningen.)
2. Nee, dit komt er eigenlijk op neer dat je zeer materialistisch te werk mag gaan, als je maar om je geweten te sussen ook iets aan de Heere geeft. Geld, carrière e.d. moeten bij ons niet op de eerste plaats staan. Het uitgangspunt is verkeerd. Het zou zo moeten zijn, dat wij ons afvragen hoe wij in ons leven de Heere kunnen dienen en zo tot nut van de gemeente kunnen zijn. Dan kan het best wel eens zo zijn, dat we een goede baan laten schieten, omdat die ons (of onze tijd) zo geheel zou opslokken, dat we geen tijd meer over hebben voor de 'dienst van God.
3. Ja, de Heere heeft ons geschapen om Hem te dienen. Door de zondeval kunnen we dat niet meer, maar God blijft van ons vragen, dat we ons leven in Zijn dienst besteden en dus ook onze gaven daartoe aanwenden.
4. Als je weet dat je verloren ligt in de zonden, ga je zoeken naar verlossing daarvan. Het kan niet anders of je gaat ook zien dat anderen diezelfde nood hebben en daarvan verlost moeten worden door God.
Aanwijzingen bij de vragen op pagina 10:
Het gesprek met de onkerkelijke naaste:
Dit is een heel belangrijke vraag in de beleving van de jongeren. Ze worden immers tijdens hun opleiding (als dit een neutrale opleiding is), tijdens hun bijbaantje, en onderweg naar school met een steeds grotere regelmaat geconfronteerd met jongeren en ouderen die niets weten van de Bijbel. Durven ze dan te spreken over Gods Woord en hoe doen ze dat dan? Wijs ook op het belang van een christelijke levenshouding. Ook als het moeilijk is om te spreken kunnen ze door hun kleding en gedrag laten zien dat ze anders zijn.
Spreken over de Heere als je Hem niet kent:
Het is heel erg als we de Heere niet persoonlijk kennen. Dat mag ons wel brengen aan Zijn voeten met het gebed of Hij ons wil bekeren. Dat neemt niet weg dat we verplicht zijn om Gods Woord door te geven aan anderen. Gebruik hierbij het voorbeeld van steigerhout, dat gebruikt wordt bij de bouw van een huis. Het steigerhout wordt gebruikt voör de bouw, maar is later niet meer nodig voor het huis.
Om over na te denken als leidinggevende:
De gemeente, wat betekent dat?
Wanneer we nadenken over de gemeente en onze taak in de gemeente, dan is het nodig dat we ons in de eerste plaats afvragen wat eigenlijk de gemeente is. Waar denken we aan als we spreken over gemeentezijn? Waarom heeft God een gemeente op aarde? Om deze vragen te beantwoorden moeten we terug naar de oorsprong van alle dingen. God staat aan het begin. We vinden dat heel mooi verwoord in artikel 12 van onze Nederlandse Geloofsbelijdenis. Samengevat staat er, dat God deze wereld schiep om Zichzelf, tot Zijn eer, opdat wij Hem zouden dienen. Wij hebben echter de dienst van de satan gekozen en keerden God de rug toe. Daarmee hebben we een grote schuld op ons geladen, en daardoor werden we dienstknechten van de zonde. Toch bleef de Heere ook na de zondeval de mens opeisen tot Zijn dienst. Dat is Zijn goddelijk recht. En dat niet alleen. Hij gaf in de belofte van het vrouwenzaad ook de mogelijkheid van verzoening en wederkeer. Hij zond Zijn Zoon in de wereld, zodat Paulus schrijven kon: "God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende" (2 Korinthe 5:19). Ja, meer nog: Hij laat het niet aan de mens over om die verzoening wel of niet aan te grijpen, maar zendt Zijn Heilige Geest om die verzoening tot stand te brengen in het hart, en om de mens weer "dienaar van God" te maken. Hij liet en laat het verkondigen: laat u met God verzoenen. En hoewel de Heere die boodschap overal in de wereld bekend laat maken, doet Hij dat toch vooral binnen de kring van Zijn gemeente.
Het wonder dat er een gemeente is
In het algemeen gesproken lopen we het gevaar, het de gewoonste zaak van de wereld te vinden, dat er een gemeente is. In de tijd van de apostelen, toen het Evangelie de wereld veroverde, ontstonden die gemeenten door een persoonlijke beslissing van mensen, die onder de bediening van het Woord tot geloof kwamen. Nu wordt de gemeente voor het grootste deel gevormd door mensen die daarin geboren zijn. We weten niet anders, of het is, zoals het is. In andere landen, achter het bamboegordijn bijvoorbeeld, wordt wellicht iets meer van dat wonder beleefd. Wij hebben het zo goed; het gaat er bij ons dikwijls zo goedkoop aan toe. We kunnen ongestraft preken, naar de kerk, de catechisatie en de vereniging gaan. En zo weinig wordt het bestaan van de gemeente, en het behoren tot de gemeente als een wonder van God ervaren. Toch is er reden, mede omdat de afval van God en Zijn dienst zo groot is, ons te realiseren, welk een zegen het is te mogen behoren bij de gemeente des Heeren.
Ons antwoord?
De Heere gaf ons samen een plaats in Zijn gemeente. Wat een zegen en wat een verantwoordelijkheid. Wat is nu ons antwoord? Dolen we rond ergens in het grensgebied van kerk en wereld? Willen we graag van alle twee wat? Eten we van twee walletjes? Dat betekent in wezen: buiten staan. Levensgevaarlijk is dat! Het verschil tussen buiten en binnen in de gelijkenis van de tien maagden, is maar één deur. En "buiten" betekent daar: buitenste duisternis, voor altijd... Als Paulus zich indenkt wat dat inhoudt, roept hij bevende uit: "Hoe zullen wij ontvlieden, indien wij op zo grote zaligheid geen acht nemen?" (Hebreeën 2:3). Met des te meer aandrang verkondigt de apostel de woorden Gods: "Wij dan, wetende de schrik des Heeren, bewegen de mensen tot het geloof!" (2 Korinthe 5:11). U (jij) kunt een nieuw, een ander mens worden. Dat kan niet om ons, niet vanwege het goede functioneren van de gemeente. Maar vanwege de onbegrijpelijke genade Gods voor verloren mensen. De genade van Hem, Die beloofde: "En de poorten der hel zullen dezelven niet overweldigen!" (Mattheüs 16:18).
Overgenomen uit "Eén lichaam, vele leden". Een gedeelte uit hoofdstuk 1 van ds. J. Driessen.
Een uitgave van de Jeugdbond.
Voor je agenda:
- 27 april: jaarvergadering Jeugdbond
- 12 mei:-16 bondsdag in Kampen en Zoetermeer
- 19 mei:-16 bondsdag in H.l. Ambacht en Kapelle-Biezelinge
- 2 juni:+16 bondsdag
Zorg dat je er bij bent!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 2001
Treffer | 20 Pagina's