JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK

27 minuten leestijd

1e jaargang 2000 / 2001, nummer 3
Verschijnt 8 keer per jaar

Treffer is bestemd voor leidinggevenden aan +12 en +14 groepen. Het geeft informatie voor het werken met het ledenblad Treffer.

In dit blad treft u aan:
-Aanwijzingen voor het gebruik van de dubbelTreffer "Vervolging"
-Programmasuggesties voor een avond over de schets
-Bijbelse vertelschets voor de +12 groepen
-Achtergrondinformatie over een aantal thema's
-Toelichtingen op de vragen

AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK

Jullie ontvangen hierbij de Treffer over "Vervolging". Deze verschijnt in de serie werkschetsen voor -16. Het is een dubbelnummer van 16 pagina's. Je kunt er op de vereniging goed twee avonden mee bezig zijn. Ons voorstel is als volgt:
Avond 1 Het leven van Paulus als centraal thema
Avond 2 Vervolging in de actualiteit als centraal thema Zowel de +12 groepen als de +14 groepen kunnen met de schets aan de slag. Voor de +12 groepen is in het leidinggevendenblad een bijbelse vertelschets opgenomen. Voor de +14 groepen adviseren we om de jongeren er actief bij te betrekken. Voor jongeren in onze maatschappij komt vervolging steeds dichterbij. Mogelijk worden ze al met situaties geconfronteerd waarbij ze bespot worden om hun geloof. Je kunt ook meerdere personen een korte inleiding laten verzorgen. Bruikbare thema's zijn:
-Confrontatie op de werkvloer Een jongvolwassene uit de gemeente
-Uitkomen voor mijn standpunt Een jongere
-Vervolging in de geschiedenis Een leidinggevende
-Opvallen Een jongere
-Confrontatie in de politiek Een raadslid

Het is ook mogelijk dat u een gemeentelid of iemand anders kent die in Rusland of Roemenië is geweest. Die kan goed iets vertellen wat de ervaring is van gelovigen in een onchristelijke omgeving.

De verschillende verwerkingsvormen treft u aan op de volgende pagina's:
-Vragen voor+12 groepen pagina 9 en 10 -Bijbelstudie voor +14 groepen pagina 7
-Vragen voor +14 groepen pagina 9 en 12 -Stellingen voor beide groepen pagina 11
-Woordzoeker voor beide groepen pagina 16
Het bovenstaande is een advies. U kunt uiteraard de venwerking op een andere leeftijdsgroep inzetten, dan door ons aangegeven. Na enkele verenigingsavonden kent u de jongeren die de vereniging bezoeken voldoende om een selectie uit de vragen en stellingen te maken. Hou hierbij niet alleen rekening met de leeftijd van de verenigingsleden, maar ook met het niveau.

Deel de schetsen na de inleiding uit, zodat de jongeren tijdens de inleiding niet alvast in de schets gaan lezen. Wanneer de schetsen uitgedeeld zijn, kan met de verwerkingsvormen in de schets verder gewerkt worden. Geef de Treffer mee naar huis, zodat we ook jongeren bereiken die niet op de vereniging komen. Wanneer twee avonden over het thema wordt gesproken, geef dan de Treffer de tweede avond mee naar huis.

PROGRAMMA SUGGESTIES

Doel van de schets
Het doel van de schets is om jongeren te laten nadenken over vervolging. Door het gesprek kunnen de jongeren weerbaar worden gemaakt in een samenleving waarin christenen een kleine minderheid vormen. De vragen en stellingen geven handvaten voor een open gesprek met de jongeren over hun staan in de maatschappij. Wees vooral eerlijk naar de jongeren toe. Ook voor volwassenen wordt het steeds moeilijker om staande te blijven in een omgeving die met Gods Woord afrekent. Vervolging lijkt misschien nog ver van ons vandaan. Tijdens het bespreken van de Treffer zal blijken dat vervolging heel actueel is. We wensen u een goede en gezegende verenigingsavond.

Idee voor +12 en +14 groepen die gezamenlijk vergaderen
- Enkele stellingen op collagevellen schrijven. Leg deze op tafels in de zaal en laat de jongeren bij binnenkomst direct reageren.
- Opening
- Inleiding over Vervolging. Betrek hier meerdere jongeren en ouderen bij door ze elk over een onderdeel een korte eigen inleiding te laten houden. In groepjes bespreken van de vragen uit de schets.
Pauze
- Een forum, met hulp van jongeren, leidinggevenden, ouders en een raadslid uit de gemeenteraad. Aan de hand van de reacties op de vragen, kunt u een gezamenlijk gesprek opzetten. U kunt hierbij goed gebruik maken van de reacties op de stellingen die bij het begin van de avond door de jongeren zelf zijn opgeschreven.
- Sluiting

Idee voor +12 groepen
- Opening
- Oplossen van de Woordzoeker op pagina 16 in kleine groepjes door de jongeren
- Inleiding over de schets (door jongere of leidinggevende) of de Bijbelse vertelling(door leidinggevende)
Pauze
- Groepsbespreking of bespreking in kleine groepjes aan de hand van de vragen op pagina 9 en 10.
- Gezamenlijk bespreken van de vragen. Doe dit alleen als de groepsbespreking als matig is ervaren. Bij een goede groepsbespreking wordt al snel bij een gezamenlijk gesprek vervallen in een herhaling van het eerder gevoerde gesprek.
- Sluiting

Idee voor +14 groepen
- Opening
- Korte inleiding over de schets door meerdere jongeren
- Associatie-opdracht: Stellingen uit de schets of andere stellingen die betrekking hebben op het thema, op een collagevel schrijven. In groepjes de reacties door de jongeren erbij laten schrijven. Bespreking van de bijbelstudie op pagina 7 en/of enkele vragen op pagina 9 en 10 in groepjes.
Pauze
- Gezamenlijk gesprek naar aanleiding van de reacties op de stellingen en zonodig de antwoorden op de bijbelstudie en de vragen. Schrijf op een nieuw collagevel mogelijke aandachtspunten. Bijvoorbeeld: Geef je standpunt direct aan als je in een nieuwe omgeving komt. Spreek er met elkaar over. Neem als groep een gezamenlijk standpunt in. Slik niet alles, beroep je op je rechten als burger.
- Sluiting

Idee voor +12 en +14 groepen
- Opening
- Korte presentatie over de schets door meerdere jongeren
- Associatie-opdracht: Verdeel de groep in kleinere groepjes. Laat de jongeren reacties opschrijven over enkele stellingen. Vergelijk deze vervolgens met het leven van Paulus in een vergelijkbare situatie.
Pauze
- Gezamenlijk gesprek naar aanleiding van de associatie-opdracht.
- Woordzoeker die je achter op Treffer aantreft. Je kunt de Woordzoeker ook uittekenen op een bord of een groot collagevel. Deel de groep in twee groepen. Geef elke keer een bijbeltekst op. De groep die het eerste weet waar het betreffende woord in de Woordzoeker staat, krijgt een aantal punten.
- Sluiting

Zie voor andere verwerkingsvormen de map "Ideeënmap +12/+14".

Tips om de betrokkenheid te vergroten:
-Vraag of jongeren een muziekinstrument bespelen. Ga met elkaar na afloop van de verenigingsavond zingen bij het orgel. Hou dit vrijblijvend.
-Koop een paar zakken Doppinda's. Leg na afloop van de avond een oud kleed op de tafels. Pel de doppinda's met elkaar. Vraag direct wat de jongeren van de avond vonden. Het beste gesprek ontstaat vaak na afloop.
-Laat één van de ouders een pan soep koken. Eet na afloop gezellig een kop soep met elkaar. Het zijn de kleine dingen die het doen!
-Stuur elk verenigingslid een kaart met zijn of haar verjaardag namens de leiding. Het wordt zeker gewaardeerd!

BIJBELSE VERTELSCHETS VOOR DE +12

Van vervolger tot vervolgde
Stefanus is gestenigd. Wat durfde hij ook veel te zeggen! Hij noemde de Joden verraders en moordenaars. Hij zei dat ze de wet niet gehouden hadden en dat ze de Heilige Geest wederstonden. Als er zulke dingen over je gezegd worden, zou dan je hart niet barsten van woede, zouden je tanden niet knarsen van haat en boosheid? Saulus is het er helemaal mee eens dat deze man gestenigd is. Terwijl dit gebeuren zich voltrok, heeft hij op de kleding van de getuigen gepast. En toen er na de dood van Stefanus een vervolging losbarstte in de gemeente van Jeruzalem, deed Saulus volop mee. Hij ging de huizen binnen van hen die beleden dat Jezus de Messias was en hij trok de mannen en vrouwen mee. Naar de gevangenis met hen! Zo is de gemeente van Jeruzalem verwoest. Maar de woede van Saulus is nog niet geblust! Hij is als een roofdier dat blazend en dreigend op z'n prooi afgaat. In Damaskus zijn nog meer mensen van die weg, nog meer mensen die geloven dat Jezus de Weg, de Waarheid en het Leven is. Daarom gaat Saulus naar de hogepriester. Hij vraagt om brieven, waarin staat dat hij het recht heeft om de aanhangers van die leer gevangen te nemen en naar Jeruzalem te brengen. Zo gaat Saulus op weg. Je kunt niet zeggen dat hij niet godsdienstig is. Integendeel. Hij is juist een ijverig aanhanger van de Joodse godsdienst. Maar Jezus ziet hij als een bedrieger en Zijn volgelingen houden zich niet meer aan de wet. Dat is in zijn ogen iets verschrikkelijks en dat wil hij dus met alle geweld tegengaan.

Saulus heeft haast om in Damaskus te komen. Ook midden op de dag, als de zon op het heetst is, onderbreekt hij zijn reis niet. Maar als hij er al dicht in de buurt is, is er ineens een licht uit de hemel, een fel licht dat hem aan alle kanten omschijnt. Het licht gaat nog boven de glans van de zon uit. Saulus valt neer en dan hoort hij een stem die tot hem spreekt: "Saul, Saul, wat vervolgt gij Mij?" Saulus is vreselijk geschrokken. Hij vraagt: "Wie zijt Gij, Heere?" Het antwoord luidt: "Ik ben Jezus, Dien gij vervolgt. Het is u hard de verzenen tegen de prikkels te slaan." Saulus, je denkt dat je Mij dient, maar je vervolgt Mij. Zoals een onwillige os die achteruit slaat tegen de scherpe punt van een stok, zo ben jij ook bezig. Nooit eerder had Saulus gezien dat het verkeerd was wat hij deed. Maar nu laat de Heere hem zijn zonde zien. Saulus gaat zich niet verontschuldigen. Hij is ervan overtuigd dat de beschuldiging waar is. Bevend en verbaasd vraagt hij: "Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal?" Het is een noodkreet van hem. Hij beseft nu waar hij mee bezig geweest is. Saulus' verzet is gebroken. Hij geeft zich over aan de leiding van de Heere Jezus. De Heere zegt hem: "Sta op, en ga in de stad, en u zal aldaar gezegd worden, wat gij doen moet."

Saulus reisde niet alleen. Er waren mannen bij hem die hem zouden helpen de gelovigen gevangen te nemen. Deze mannen hoorden wel een stem, maar zij konden de stem niet verstaan. Ook zagen zij niemand. Verbaasd hebben zij erbij gestaan. Nu staat Saulus op. Hij doet zijn ogen open, maar ziet niemand. Saulus is blind geworden. De mannen die hem vergezellen, moeten hem bij de hand nemen en naar Damaskus leiden. Zo wordt Saulus nu zelf als een arrestant en gevangene vervoerd. Hij is gearresteerd en gevangen genomen door de Heere Jezus!

Saulus komt in Damaskus. En daar bidt hij. Niet zoals hij voorheen altijd bad. Hij is nu zondaar voor God geworden en hij bidt om genade. Eten en drinken doet hij drie dagen niet. Zo vol van verdriet is hij over wat hij gedaan heeft. Wat is het donker voor hem, letterlijk en figuurlijk! Maar de Heere ziet en hoort hem.

In Damaskus woont Ananias, een discipel van de Heere. De Heere gaat tot hem spreken in een visioen. "Ananias!" "Zie, hier ben ik, Heere!" "Sta op, en ga in de straat, genaamd de Rechte, en vraag in het huis van Judas naar een, met name Saulus, van Tarsen. Want zie, hij bidt! En hij heeft in een gezicht gezien, dat een man, met name Ananias, inkwam, en hem de hand oplegde, opdat hij wederom ziende werd." Saulus van Tarsen, daar heeft Ananias wel van gehoord! Daarom antwoordt hij: "Heere! Ik heb uit velen gehoord van deze man, hoeveel kwaad hij uw heiligen in Jeruzalem gedaan heeft; en heeft hier macht van de overpriesters, om te binden, allen, die Uw Naam aanroepen." Moet ik nu naar deze man toe? Breng ik dan mezelf niet in groot gevaar? Nee. Ananias moet gaan. "Ga heen, want deze is Mij een uitverkoren vat, om mijn Naam te dragen voor de heidenen, en de koningen, en de kinderen Israëls. Want ik zal hem tonen hoeveel hij lijden moet om Mijn Naam."

Wat een wonder! Zo'n bittere vijand van God (al dacht hij van niet), zo'n hater van Gods kinderen is totaal omgekeerd. Door Gods genade zal hij de grootste heidenapostel worden. Al zijn gaven, tijd en krachten zal hij in dienst van de Heere gaan besteden. Voor de Heere is niets te wonderlijk. Heb jij jezelf al leren kennen als een vijand van God en Zijn dienst? De Heere kan van vijanden vrienden maken! Bij de Heere is vergeving, ook al heb je nog zo erg gezondigd. Ananias kan het haast niet begrijpen, maar hij gaat. In het huis van Judas legt hij de handen op Saulus en hij noemt hem "Saul, broeder!" Ananias en Saulus dienen nu dezelfde God en Vader. Zij zijn nu broeders in hetzelfde geloof. "De Heere heeft mij gezonden, namelijk Jezus, Die u verschenen is op de weg, die gij kwaamt, opdat gij weder ziende en met de Heilige Geest vervuld zoudt worden." En dan gebeurt het wonder. "En terstond vielen af van zijn ogen gelijk als schellen, en hij werd terstond wederom ziende; en stond op en werd gedoopt. En als hij spijze genomen had, werd hij versterkt."

Gods hand kastijdde Saulus, maar genas hem ook. Lichamelijk kan hij weer zien, maar ook geestelijk is hij uit de duisternis verlost. De Heere schenkt hem de gaven die hij nodig zal hebben voor het werk dat God hem opdraagt. Hij ontvangt het teken van de doop. Zijn zonden zijn afgewassen! Voortaan is hij onderworpen aan de heerschappij van Christus. Hij zal zijn kruis opnemen en Jezus volgen. Door te eten en te drinken komen zijn lichaamskrachten terug. En dan blijft hij enige tijd in het gezelschap van de discipelen in Damaskus. Nu blaast hij geen dreiging en moord meer, maar is hij vol van liefde en genegenheid voor zijn broeders en zusters in het geloof. Hier is de gemeenschap der heiligen.

"En Saulus predikte terstond Christus in de synagogen, dat Hij de Zoon van God is." Bang is Saulus niet. Als hij ergens vijandschap kan ontmoeten, dan is het wel in de synagoge. Maar juist daar verkondigt hij het evangelie. En degenen die hem horen kunnen er niet over uit. Hoe is dit mogelijk? Deze man heeft toch de gemeente in Jeruzalem verwoest? Hij is toch in Damaskus gekomen om degenen die de Naam van Jezus aanroepen gevangen te nemen? En nu verkondigt hij dat Jezus de Zoon van God is! Saulus is blijkbaar radicaal omgekeerd! Saulus verslaat zijn tegenstanders met woorden. Uit de Schrift toont hij aan hoe de profetieën in de Heere Jezus vervuld zijn. De Joden kunnen hem niet weerleggen, maar geloven doen ze hem ook niet.

Drie jaren gaan voorbij. Overal waar Saulus komt verkondigt hij het Evangelie. Als hij weer terug is in Damaskus, willen de Joden hem uit de weg ruimen. Ze maken daarvoor een plan, maar het komt Saulus ter ore. Dag en nacht worden de poorten van Damaskus bewaakt. Als Saulus erdoor zal gaan, zullen ze hem oppakken en vermoorden. De rollen zijn omgekeerd! Nu is Saulus degene die vervolgd wordt. Nu krijgt hij steeds weer te maken met de vijandschap tegen Christus en tegen degenen die in Hem geloven. Hij ervaart dat hij lijden moet om de Naam van Christus. Maar hij staat onder Gods bescherming! De discipelen laten hem in een mand aan een touw over de stadsmuur ontsnappen in de nacht. Hij gaat naar Jeruzalem en wil zich daar bij de discipelen voegen. Maar de discipelen denken dat het een list is. Zij kunnen niet geloven dat Saulus nu werkelijk een van hen is. Wat wordt Saulus pijnlijk aan zijn verleden herinnerd! Dan komt Barnabas hem te hulp. Hij brengt Saulus bij Petrus en Jakobus en vertelt van het wonder dat met Saulus gebeurd is. Saulus is een toonbeeld van genade! Als zelfs deze grootste vijand van Christus een trouwe volgeling van Hem kan worden, dan is er hoop voor andere vijanden van de Heere en Zijn dienst! Heb jij jezelf al eens gezien als een vijand? Als iemand die eigenlijk niets met de Heere te maken wil hebben? Jezus Christus is in de wereld gekomen om zondaren zalig te maken. Hij was barmhartig ten opzichte van Saulus. Daarin zie je een duidelijk voorbeeld van Zijn goedheid en genade, van Zijn geduld en lankmoedigheid. Er is genade mogelijk, ook voor jou! "De HEERE is goed en recht; daarom zal hij de zondaars onderwijzen in de weg" (Psalm 25:8). Wie Hem need'rig valt te voet, zal van Hem Zijn wegen leren! Zoals Saulus in Damaskus vrijmoedig over de Heere Jezus vertelde, zo doet hij het ook in Jeruzalem. Hij is er zelf zo van overtuigd dat Jezus leeft! Ook hier ontmoet hij weer vijandschap. Weer is zijn leven in gevaar. Nu zijn het de Griekse Joden die hem willen doden. Dan wordt Saulus door zijn vrienden naar zijn geboorteplaats, Tarsen, gestuurd. Er breekt een tijd van rust en vrede aan. De gemeenten groeien. De gemeenteleden wandelen in de vreze des Heeren en ze ervaren de vertroosting van de Heilige Geest. Dicht bij de Heere leven is niet alleen mogelijk in een tijd van vervolging! De Heere geeft Zijn Kerk een adempauze voor de strijd die komen gaat. En de kerk groeit! Ook dat kan in een tijd van rust en vrede! Ook dan wil de Heere werken! Leef jij al dicht bij de Heere?

ACHTERGRONDINFORMATIE

Bij het verhaal van Alisjan Narbajev
Verhalen over de vervolging van christenen zijn er voldoende. Informatie hierover kunt u aanvragen bij de stichtingen "Kom over en help" en "Friedenstimme".
Bij "Het verhaal over dominee Tsjeng" op pagina 10
Dit verhaal staat in "De verborgen bron in China". Dit boekje is verschenen in het kader van de jeugdactie "De verborgen Bron" en is verkrijgbaar bij de Jeugdbond.

Bij de column op pagina 15
De kleine christelijke partijen weten wat het betekent om in een ontkerstende maatschappij stelling te moeten nemen. Tijdens de behandeling van de wetgeving rond het homohuwelijk is dat duidelijk gebleken. Reden voor ons om aan Mr. C.G. van der Staaij als Tweede Kamerlid voor de SGP te vragen een column te schrijven.

TOELICHTINGEN OP DE VRAGEN

Toelichting op de vragen bij pagina 7:
1. De gelovigen zijn leden van Zijn lichaam. Wie Zijn Kerk vervolgt, vervolgt Hem Zelf.
2. Saulus zag de Heere Jezus als een bedrieger en Zijn volgelingen als verwerpers van de wet. Hij ijverde voor het behoud van de joodse godsdienst en hij dacht daar God een dienst mee te bewijzen. Hand. 26:10 en 11 Hij bracht velen van de heiligen in de gevangenis. Hij dwong de gelovigen te lasteren door hen te geselen. Lasteren: loochenen dat de Heere Jezus de Zoon van God is, de beloofde Messias.
3. Hij belijdt dat God alle dingen regeert.
De H.C. zegt hierover dat alle dingen ons (Zijn kinderen) niet bij geval, maar van Zijn Vaderlijke hand toekomen. Door dit te geloven is het mogelijk om in tegenspoed geduldig te zijn en om in alles op de Heere te blijven vertrouwen. Er gebeurt niets tegen Zijn wil.
Kanttekening: Hij verwijst naar wat vaak gebeurde met de gelovigen: zij werden in de arena voor de wilde beesten gegooid.
"Dwazen om Christus wil": zij worden gezien als dwazen omdat ze in Christus geloven
Wijzen: zij (de Korinthiërs) zijn wijs in eigen oog
Paulus ondergaat het lijden gewillig. Hij zegent zijn vervolgers en vervloekt ze niet.
Matth.5:44 en Lukas 6:28: We moeten onze vijanden liefhebben, aan hen weldoen, zelfs voor hen bidden.
Dezelfde reactie bij Stefanus, Hand. 7:60 en bij de Heere Jezus Zelf (Luk. 23:34).
"Uitvaagsels der wereld" en "aller afschrapsel": vuiligheid, afval
4. N.G.B. art. 37: De vervolgers zullen zien waarmee zij bezig zijn geweest. Zij zullen onsterfelijk worden om gepijnigd te worden in het eeuwige vuur.
De onschuld van de vervolgden zal blijken; zij zullen de wraak van God over de goddelozen zien en zullen gekroond worden met eer en heerlijkheid.

Opmerking: Naar aanleiding van deze vragen is het heel goed mogelijk een gesprek te hebben over de zin van het lijden. Uiteraard is dit geen gemakkelijk onderwerp. Het vraagt van u als leidinggevende wel enige voorbereiding.

Aanwijzingen bij de vragen op pagina 9:
• Matth. 13: 20 en 21 gaat over het tijdgeloof. Als verdrukking of vervolging komt, blijkt dat dit geloof geen wortel heeft en de 'gelovige' keert zich van het geloof af. Dit roept om zelfonderzoek: ken ik, ken jij het ware geloof? Het kenmerk daarvan is niet (oppervlakkige) vreugde, maar vruchten. Dat geloof kan door genade wat verduren.
• Psalm 119:67 (onberijmd) wijst erop dat verdrukking terug kan brengen van een dwaalspoor op het goede spoor, namelijk dicht bij Gods Woord. Zie ook de berijmde psalm vers 36. In 2 Kor. 1:9, 10 vertelt Paulus van zijn doodvonnis dat tot gevolg had dat hij alle zelfvertrouwen verloor en des te meer op God ging vertrouwen en op Zijn almacht. De Heere wil ons immers daar hebben, waar wij het alleen van Hem verwachten. Daarvoor kan soms verdrukking nodig zijn. De Heere kan het lijden gebruiken om geloof te beproeven, om Zijn kinderen iets te leren, om ze dicht bij Hem te houden, om Zijn Kerk te zuiveren van schijnchristenen, om de gemeenschap der heiligen te intensiveren, om hoofd- en bijzaken te laten zien.
• De Heere Jezus werd niet passief ter dood gebracht, maar gaf Zichzelf actief. Hij had macht over Zijn belagers. Hij getuigde ook niet van Zijn geloof en hoop, maar Hij had de Vader gezien en wist dus waarvoor Hij stierf. Zijn dood was niet tot een getuigenis, maar tot verlossing, geen getuigend maar verzoenend sterven. Hij stierf niet om het geloof, Hij was het Lam Zelf in Wie we moeten geloven en door Wie we zalig moeten worden.

Aanwijzingen bij de vragen op pagina 10:
1. Dit is een persoonlijke vraag, waarop de jongeren alleen voor zichzelf een antwoord kunnen geven.
2. Een middel waarvan de Heere gebruik wil maken. Een vat kun je vullen en je kunt er iets uithalen. Saulus was vervuld met de Heilige Geest. Hij droeg Zijn Woord uit. Uitverkoren: de Heere had hem voor dat grote werk bestemd. Voor de heidenen: tijdens zijn zendingsreizen, bijv. in Efeze, Hand.19) Voor koning Agrippa (Hand. 25:23) en voor de keizer (Hand.27:24) Voor de kinderen Israëls. Overal waar hij kwam, ging hij eerst naar de synagoge
3. De Heere toonde hierin Zijn lankmoedigheid, Zijn geduld, Zijn genade, Zijn goedheid, als een voorbeeld voor degenen die in Hem geloven zullen ten eeuwigen leven.
4. Hand. 2:37 De bekeerlingen op de Pinksterdag Hand. 16: 30: de stokbewaarder Er moet in ons leven een grote verandering plaatsvinden. We moeten leren onze eigen wil niet langer te volgen. Het moet worden: "Uw wil geschiede!"
5. Er zijn veel manieren waarop de Heere een mens kan bekeren. Wel hebben al Gods kinderen kennis van de drie stukken: ellende, verlossing en dankbaarheid. Het geloof is uit het gehoor: de Heere werkt door Woord en Geest.
6. Door over alle roepstemmen heen te leven, door tegen de stem van je geweten in te gaan, door bewust tegen de wil van de Heere in te gaan.
7. Ja, de strijd tegen de zonde, de wereld en het eigen vlees.
8. Leven met de Heere hoeft geen moeite en zorg met zich mee te brengen, maar het kan wel. Het weegt echter niet op tegen de heerlijkheid die wacht. Zie ook Romeinen 8:18. Stelling: De Heere Jezus leerde: "Komt...licht1" (Matth.11:28- 30). Er is geen rijker leven dan het leven met de Heere Jezus! 9. Ja, je mag er tegen opzien. De dood is de laatste vijand. Wel is het zo dat de Heere de vrees voor lijden en dood weg kan nemen.

Aanwijzingen bij de stellingen op pagina 11:
Centraal bij de stellingen staat: wanneer geldt nu de zaligspreking uit Matth. 5:10-12: 'Zalig zijn die vervolgd worden om der gerechtigheid wil; want hunner is het Koninkrijk der hemelen. Zalig zijt gij, als u de mensen smaden en vervolgen, en liegende alle kwaad tegen u spreken, om Mijnentwil. Verblijdt en verheugt u, want uw loon is groot in de hemelen; want alzo hebben zij vervolgd de profeten, die voor u geweest zijn.' Vervolging kan plaatsvinden om andere redenen dan geloof. En zelfs als ervan geloofsvervolging sprake is, komt de vraag naar iedereen toe: zou ik dan lijden om mijn geloof? Heb ik dat geloof? Kan ik lijden om de Naam van Christus of ken ik Hem niet? Hoor ik misschien alleen bij de kerkelijke groep en meer niet? Voel ik me mooi beter dan degenen die de christenen uitlachen?

In het tweede gedeelte van de schets komen een aantal zaken die in een stelling verwoord zijn, wel ter sprake. U zou bij de voorbereiding kunnen ovenwegen om die stellingen te selecteren en op te laten zoeken, maar indien mogelijk verdient discussie de voorkeur.

1. Je hoeft je inderdaad nier raar aan te stellen, om als het ware plagerijen uit te lokken. Als het goed is, moet in alles duidelijk worden dat je bij een ander Koninkrijk hoort. Dat moet te merken zijn en daar word je meestal wel op aangesproken. Wees altijd vriendelijk, maar wees ook bereid om uit te leggen wat jou beweegt, waarom je dingen anders doet, hopelijk in Wie je gelooft. Ga goed met iedereen om, maar laat dit niet ten koste gaan van je principes. Doe mee waar dat kan, maar blijf jezelf. Dan krijg je meestal ook respect en ruimte.
2. Inderdaad hoef je niet naar vervolging te verlangen. Toch brengen zorgeloze tijden vaak kerkverlating, minder afhankelijkheid van de Heere en dwalingen mee. Wat dat betreft werkt vervolging vaak zuiverend
3. Waar. De strijd tegen de driehoofdige vijand (duivel, wereld en het eigen vlees) moet gestreden worden. De oude en nieuwe mens strijden altijd tegen elkaar. Gods kinderen hebben een geestelijke wapenrusting, maar kunnen de strijd niet zelf aan. Hij is gelukkig al gestreden; Christus heeft overwonnen. Deze strijd betekent niet dat elk kind van God ook zichtbaar lijdt; het kan hem/haar best goed gaan in dit leven. De vraag is: strijd jij de goede strijd des geloofs of vecht je nog tegen de Heere?
4. Vervolging ontlopen klinkt nogal laf of bang. Je hoeft vervolging inderdaad niet te zoeken, je hebt je eigen • verantwoordelijkheid voor je leven. In de Romeinse tijd waren er wel, die naar de stadhouder gingen om zich aan te geven als christen. Dat was vragen om de dood. Soms werden zij teruggestuurd, soms veroordeeld. Er zijn voorbeelden van zulke christenen die vervolgens het zelf gezochte lijden niet verdroegen en hun geloof verloochenden. Zo moet het niet. Als vervolging op je weg komt en de Heere het gebruiken wil om Zijn Naam te verheerlijken, kan Hij ook kracht geven om het te dragen. Dan mag je het niet (zeker niet door 'draaien' of zelfs verloochenen) ontlopen.
5. Martelaarschap is niet prettig voor ons 'vlees' en het is niet tot eer van de martelaar, want die kan nooit in eigen kracht staande blijven. Het is tot oneer voor de daders, want het wordt hun tot schuld gerekend. Maar als het goed is, is een martelaar een getuige. Hij bezegelt het getuigenis van Gods Woord in zijn leven met zijn bloed. Dat is tot eer van God. Vaak gaf de Heere bijzondere stervensgenade, zodat er een (nieuwsgierig makende) sprake van een dergelijk sterven uitging.
6. Nee. De duivel kan weten wie een ware gelovige is, maar de wereld niet. Je kunt ook vervolgd worden omdat je bij een bepaalde (godsdienstige) groep hoort. Of omdat je je zelf raar opstelt, door neer te kijken op andersdenkenden. (Voorbeeld van iemand die in de kantine uitlegt waarom hij bidt voor het eten: 'Ik ben niet als de varkens die zomaar aanvallen.' Begrijpelijk dat zijn brood weg is gepakt 'door de varkens'.)
7. Wij hebben natuurlijk niet te bepalen wat goed voor iemand anders is. Het is onze christenplicht om mee te leven en mee te lijden. Als we echte broeders zijn, zijn we ook leden van het lichaam van Christus en als zodanig lijden we mee. Wat kunnen we doen? Verzoekschriften indienen bij regeringen, politieke invloed uitoefenen, kaarten sturen naar gevangen, achtergebleven en bedreigde gezinnen helpen, maar bovenal: bidden voor vervolgden en vervolgers.
8. Wij kijken vaak naar het uiterlijk als we een gebeurtenis indrukwekkend vinden. Het getuigenis van Stefanus en dan vooral zijn woorden (zijn rede en zijn gebed voor zijn moordenaars) was duidelijk en zeer rijk van inhoud. Wij weten niet of het tot oordeel of tot voordeel van de daders en omstanders geweest is. De Heere moet de Heilige Geest bij het Woord geven, wil het vrucht dragen. Dat geldt ook hierin.
9. Mensen kunnen, mogen en hoeven nooit te oordelen welk geloof echt is. Vervolging zuivert wel vaak koren en kaf, want het ware geloof houdt stand (door Gods genade) en het schijngeloof niet. Toch is dit geen automatisme. Het staat de Heere vrij om bijzondere genade te geven of te onthouden. Petrus verloochende toch ook zijn Meester? Toch was zijn geloof oprecht. Het vlees is zwak en in eigen kracht kan niemand staande blijven. Aan de andere kant kunnen mensen zichzelf zo bedriegen dat ze daaraan de kracht ontlenen om hun vermeende geloof vol te houden. Satan is ook machtig. Toch geeft Matth. 13:21 aan, dat in het algemeen het tijdgeloof ontmaskerd wordt in tijden van vervolging.
10. Nood doet soms bidden, maar nood doet soms ook vloeken. Wij zijn geneigd om de Heere voor het laatst, voor uiterste nood te bewaren. Dan is het maar de vraag of we met zo'n gebed iets anders op het oog hebben dan ons eigen behoud. De Heere wil wel eens noodsituaties gebruiken om mensen op de knieën voor Hem te brengen, maar dan is Hij het Die leert bidden en niet de nood.
11. Een variant van stelling 9, zie boven. Er zijn christenen geweest die voor de Romeinse overheid de Heere Jezus afgezworen hadden en vrijgelaten waren, maar zo'n ondragelijk berouw kregen, dat ze daarmee niet meer konden leven en zich alsnog aangaven. Dat moeten we maar niet veroordelen. Ook niet als een gelovige zwak blijkt en blijft. Wie meent te staan, zie toe dat hij niet valle.
12. Mogelijk loopt de kerk leeg omdat velen afhaken, mogelijk groeit de kerk. In landen waar de kerk verdrukt wordt, gaat er veel aantrekkingskracht van uit dat mensen zoveel (alles) voor dat geloof in die God over hebben.
13. Ten onrechte vaak geciteerd als 'het zaad der kerk'. Het zaad is namelijk Gods Woord. Het bloed der martelaren kan inderdaad een sneeuwbaleffect hebben op omstanders waardoor die onder het Woord komen. Dit kan de Heere zegenen tot bekering.

Aanwijzingen bij de vragen op pagina 12:
• Kinderen verdrinken: Heilige Doop door onderdompeling
Kannibalisme: Heilig Avondmaal ('Dit is Mijn lichaam... dit is Mijn bloed')
Broeders en zusters: de gewoonte om elkaar in de gemeente zo te noemen, wijst op geestelijke verwantschap en niet op familierelatie
Andere Koning: onderdanen van het Koninkrijk der Hemelen waar Koning Jezus regeert.
Keizer: die moest als god vereerd worden en dat weigerden de christenen. Toch waren zij geen opstandelingen, maar zij baden voor de overheid.
Niet in het leger: de agressieve doelstelling van het leger (land veroveren en volkeren onderdrukken), de keizerverering die erbij hoorde, het leven op veldtocht en de sfeer onder soldaten deden veel christenen dienst weigeren. Toch zijn er onder hen wel gegaan die het evangelie zo verspreid hebben. De goden niet offeren: dat betekent ook niet naar de feesten gaan waar dat gebeurde en dat viel op. De Romeinen vonden dit bedreigend, omdat de goden zo tekort gedaan werd, zodat zij wraak zouden nemen op het rijk. Dit zou dan de schuld van de christenen zijn.
• Een goed middel tegen discriminatie is openheid. Vertellen wat je beweegt, wat je gelooft en waarom je zo leeft. Dat geldt ook vandaag nog. Discriminatie komt namelijk vaak voort uit vooroordelen en die kun je alleen wegnemen door informatie. Dit blijft echter moeilijk en dat geldt helemaal voor geloofsvervolging. Als de ene godsdienst de andere uitsluit, blijft dat (ook bij openheid) verzet oproepen. Bovendien zal satan niet ophouden om het Gods kinderen moeilijk te maken en hen zo mogelijk van het geloof af te brengen.

Aanwijzing bij pagina 13:
Het verhaal van Yohanna Tia, zie Daniël nr. 14 d.d. 18 augustus 2000, sluit mooi aan. Dit kan voorgelezen worden aan het einde van de avond.

Oplossing van de woordzoeker op pagina 16:
Woorden uit de woordzoeker:
Hand. 13:50 stad
Hand.14:5 doodsgevaar 
Hand. 14:19 gestenigd
Hand. 16:22 gegeseld
Hand.16:23 gevangenissen
Hand. 19:24-40 heidenen
Hand. 23:2 slagen
Hand. 27:41 schipbreuk
Woorden die overblijven: Zegent hen die u vervolgen; zegent en vervloekt niet. Romeinen 12:14

Suggesties: De vraag: waarom vervolgen mensen elkaar? is belangrijk. Ook: waarom kan vervolging goed zijn? en: wanneer is vervolging nu echt om Christus' wil? Concreet zijn in wat de jongeren zelf kunnen ervaren en hoe je daarmee om kunt gaan. Geef ze inbreng, om het zodoende dichtbij te brengen.


Voor je agenda:
Landelijke Jeugdwerkdag
D.V. zaterdag 4 november 2000
Je bent hartelijk welkom!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 november 2000

Treffer | 24 Pagina's

AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 november 2000

Treffer | 24 Pagina's