JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK

27 minuten leestijd

1e jaargang 2000/2001, nummer 2
Verschijnt 8 keer per jaar

Treffer is bestemd voor leidinggevenden aan +12 en +14 groepen. Het geeft informatie voor het werken met het ledenblad Treffer.

In dit blad treft u aan:
-Aanwijzingen voor het gebruik van de Treffer "Het Gebed"
-Programmasuggesties voor een avond over de schets
-Bijbelse vertelschets voor de +12 groepen
-Achtergrondinformatie over een aantal thema's
-Toelichtingen op de vragen

AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK
Dit is alweer de tweede Treffer. Dit nummer gaat over" Het gebed' en verschijnt in de serie werkschetsen voor -16. Zowel de +12 groepen als de +14 groepen kunnen met de schets aan de slag. Voor de +12 groepen is in het leidinggevendenblad een bijbelse vertelschets opgenomen. Voor de +14 groepen adviseren we om meerdere personen (jongeren en ouderen) een korte inleiding te laten houden aan de hand van de aangereikte informatie uit het ledenblad onderbouwd door de informatie uit het leidinggevendenblad. Bruikbare thema's zijn:
-Het gebed in de gemeente Een predikant of ouderling
-Bidden aan tafel Een ouder
-Durf jij er voor uit te komen? Een leidinggevende
-Farizeeër of tollenaar? Een jongere
-Waar bidden we om? Een jongere

Het is bewust dat we adviseren om bij dit thema meerdere personen uit de gemeente te betrekken. Het gebed is een persoonlijke zaak en daarom moeilijk voor een jongere om een inleiding over te houden. Verder vergroot de inzet van ouders, leidinggevenden en kerkenraadsleden de betrokkenheid bij de gemeente.

De verschillende verwerkingsvormen treft u aan op de volgende pagina's:
-Vragen voor +12 groepen pagina 3, 4 en 8
-Bijbelstudie voor +14 groepen pagina 9
-Vragen voor +14 groepen pagina 6, 10 en 11 -Stellingen voor beide groepen pagina 8
-Woordzoeker voor beide groepen pagina 12
Het bovenstaande is een advies. U kunt uiteraard de verwerking op een andere leeftijdsgroep inzetten, dan door ons aangegeven. Na enkele verenigingsavonden heeft u zich immers wel een beeld gevormd van de jongeren die de vereniging bezoeken. In de schets treft u veel vragen en stellingen aan. Ons advies is om niet alle vragen te bespreken, maar vooraf een selectie te maken uit het aanbod.

Deel de schetsen na de inleiding uit, zodat de jongeren tijdens de inleiding niet alvast in de schets gaan lezen. Wanneer de schetsen uitgedeeld zijn, kan met de verwerkingsvormen in de schets verder gewerkt worden. Geef de Treffer mee naar huis, zodat we ook jongeren en ouders bereiken die niet op de vereniging komen.

PROGRAMMA SUGGESTIES

Doel van de schets
Het doel van de schets is om jongeren te laten nadenken over het gebed. Door er met elkaar over te spreken kan het belang van het gebed en het omgaan met het gebed, of dat nu persoonlijk, aan tafel of in de gemeente is, onderstreept worden. Het is een mooi, moeilijk en persoonlijk onderwerp. We wensen u een goede en gezegende verenigingsavond.

Idee voor +12 en +14 groepen die gezamenlijk vergaderen
- Opening
- Inleiding over het gebed. Betrek hier meerdere jongeren en ouderen bij door ze elk over een onderdeel een korte eigen inleiding te laten houden.
- In groepjes bespreken van de vragen uit de schets.
Pauze
- Een forum, met hulp van jongeren, leidinggevenden, ouders en kerkenraadsleden. Aan de hand van de reacties op de vragen, kunt u een gezamenlijk gesprek opzetten. U kunt hierbij, om het gesprek te verlevendigen, enkele stellingen opwerpen, zoals aangegeven in de schets op pagina 8.
- Sluiting

Idee voor +12 groepen
- Opening
- Oplossen van de Woordzoeker op pagina 12 individueel door de jongeren
- Inleiding over de schets (door jongere of leidinggevende) of de Bijbelse vertelling(door leidinggevende)
Pauze
- Groepsbespreking of bespreking in kleine groepjes aan de hand van de vragen op pagina 3, 4 en 8.
- Gezamenlijk bespreken van de vragen
- Sluiting

Idee voor +14 groepen
- Opening
- Associatie-opdracht: Stellingen uit de schets of andere stellingen die betrekking hebben op het thema, op een collagevel plakken. In groepjes de reacties door de jongeren erbij laten schrijven.
- Korte inleiding over de schets door meerdere jongeren
- Bespreking van de bijbelstudie op pagina 9 en/of een selectie van de vragen op pagina 6, 10 en 11 in groepjes.
Pauze
- Gezamenlijk gesprek naar aanleiding van de reacties op de stellingen en zonodig de antwoorden op de bijbelstudie en de vragen. Schrijf op een nieuw collagevel mogelijke aandachtspunten. Bijvoorbeeld: Begin elke dag met gebed. Bid niet in je bed, maar voor je bed. Wees eerbiedig tijdens het gebed in de gemeente.
- Sluiting

Idee voor +12 en +14 groepen
- Opening
- Associatie-opdracht: Verdeel de groep in kleinere groepjes. Laat de jongeren eerst aandachtspunten opschrijven voor het gebed. Vergelijk dit vervolgens met het Onze Vader.
- Korte presentatie over de schets door meerdere jongeren
Pauze
- Gezamenlijk gesprek naar aanleiding van de associatie-opdracht. Geef aan dat het gaat om Gods eer, om aanbidding. Zonodig kunt u aangeven dat onze 'verlanglijstjes' niet altijd overeenkomen met de bedoeling van het gebed.
- Woordzoeker die je achter op Treffer aantreft. Je kunt de Woordzoeker ook uittekenen op een bord of een groot collagevel. Deel de groep in twee groepen. Geef elke keer een woord op. De groep die het eerste weet waar het woord staat, krijgt een aantal punten.
- Sluiting

Zie voor andere verwerkingsvormen de map "ldeeënmap +12/+14".

Tips om de betrokkenheid te vergroten:
-Het traktatierooster. De jongeren brengen om beurten iets mee voor bij de koffie of limonade. -Betrek de jongeren bij het inschenken van koffie en limonade. Meedoen geeft medeverantwoordelijkheid.

BIJBELSE VERTELSCHETS VOOR DE +12

Thema's uit deze geschiedenis:
-De les van de Heere Jezus
-Oprecht bidden
-Uitzien

We gaan vanavond met elkaar nadenken over het bidden. Misschien vind je het heel moeilijk om erover te praten. Bidden... mijn gebed? Ik durf het hier niet zo goed te zeggen, maar als ik laat thuiskom, dan... Ik vind bidden zo moeilijk, mijn gedachten...

"Heere, leer ons bidden" Zie je de discipelen staan rondom de Heere Jezus? Heel stil hebben ze gekeken en geluisterd. Hun Meester is aan het bidden. Ze hebben dit in de drie jaar dat ze met de Heere zijn omgegaan vaker gehoord. En toch... steeds meer komen ze er achter hoe moeilijk het is: echt bidden. Bidden zoals de Heere Jezus doet. Hij heeft gemeenschap met Zijn Vader. "Heere, wilt u ons zo leren bidden". Dan klinkt het van Zijn lippen: "Wanneer gij bidt, zo zegt: Onze Vader, Die in de hemelen zijt". De Heere Jezus bidt Zijn kinderen voor en zij mogen Hem eerbiedig nabidden.

Een tijd later... De Heere Jezus is op reis. Zijn laatste reis naar Jeruzalem. De winter is voorbij, het is lente geworden. Toch is het nog koud in het bergland van Judea. Vele mensen luisteren elke dag naar de Heere Jezus. Hij vertelt hen over Zijn Koninkrijk. Een farizeeër vraagt wanneer dat Koninkrijk zal komen. De Heere Jezus antwoordt: Dat Koninkrijk is er al, het is in de harten van Mijn kinderen. Eenmaal zal dit Koninkrijk in volle kracht verschijnen. Dat zal gebeuren bij de wederkomst. De Heere Jezus neemt Zijn discipelen apart en vertelt hen over de tijd die aan de wederkomst zal voorafgaan. Die tijd zal voor Zijn Kerk op aarde een hele moeilijke tijd zijn. De strijd met de duivel, zonde, wereld zal zwaar zijn. Te zwaar...? Nee, toch niet. Gods kind heeft een machtig wapen: het gebed. De Heere Jezus wil Zijn discipelen nog meer leren over het bidden. De eerste gelijkenis gaat over de onrechtvaardige rechter. In deze gelijkenis wil de Heere Zijn discipelen leren dat ze altijd bidden moeten Denk aan de weduwe in deze gelijkenis. Haar roepen tot de rechter lijkt geen zin te hebben. Toch blijft ze roepen. Zo moet ook jullie bidden zijn, discipelen. Altijd vragen, smeken, roepen! Hoe is jouw gebed? Is jouw leven ook een biddend leven? Het lijkt soms wel of de Heere het niet hoort. Toch zal de Heere op Zijn tijd het gebed verhoren. De Heere Jezus zegt het: "Zal God dan geen recht doen Zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen?'

Er staan veel mensen om de Heere Jezus heen. Ze kijken allemaal naar Hem en luisteren aandachtig. Voor het oog is er geen verschil tussen al die mensen. Er is echter wel een groot verschil tussen luisteren en luisteren. De Heere Jezus ziet dat verschil. Hij kijkt in het hart van al die mensen. Er staan mensen bij die vertrouwen bij zichzelven dat zij rechtvaardiger zijn dan de andere mensen. Dat betekent dat ze zich beter voelen dan de andere mensen. Ze kijken op de andere mensen neer. Herken jij dit bij jezelf? Misschien denk je dan aan die jongen die nooit naar de kerk gaat. Denk je dan: ik ga twee keer naar de kerk, zit op catechisatie en de j.v, dan zal de Heere mij zeker wel... De Heere Jezus waarschuwt de mensen die zichzelf beter voelen. Hij vertelt de tweede gelijkenis over het bidden. De gelijkenis van de farizeeër en de tollenaar. Een gewone dag in Jeruzalem... vele mensen bewegen zich door de nauwe straatjes. Tussen al die mensen zien we een farizeeër lopen op weg naar de tempel om te gaan bidden. Op die weg komt hij een tollenaar tegen. De tollenaar is ook op weg, op weg naar de tempel. Een grotere tegenstelling is niet denkbaar. Een farizeeër, hij houdt zich heel stipt aan de wet van de Heere. Een tollenaar, hij heult met de vijand en verrijkt zichzelf ten koste van zijn eigen volk. Een farizeeër geacht, een tollenaar veracht bij het volk. Over deze twee mensen gaat het in de gelijkenis die de Heere Jezus vertelt. Ze lopen samen dezelfde weg en hebben hetzelfde doel. Ze gaan bidden in de tempel. De weg loopt omhoog. De tempel is immers op de berg Moria gebouwd. De farizeeër klimt statig de trappen van de tempel op. Hij komt in het voorhof der heidenen. Hier bidden de heidenen, die joden geworden zijn. Hier hoort hij niet. Hij loopt verder en komt in het voorhof van de joden.

Zelfvoldaan kijkt hij om zich heen. Hij voelt zich ver verheven boven al die mensen die hier bidden. Het derde voorhof is hij ingelopen. In dit voorhof worden de offers gebracht. Zo ver mogelijk loopt hij dit voorhof in. Tot hij niet verder meer kan. Vlak voor het voorhangsel, dat het voorhof scheidt van het Heilige blijft hij staan. Zo staat hij dichtbij God. Hij gaat helemaal apart staan, afgescheiden van al de andere mensen, ledereen kan hem zo zien en horen. Hij staat rechtop en doet zijn handen omhoog. Lege handen die de Heere alleen kan vervullen. Zijn ogen zijn open en kijken omhoog. Hij bidt. Hoor zijn woorden klinken door het voorhof: o God, ik dank U dat ik niet ben gelijk de andere mensen, rovers, onrechtvaardigen, overspelers, of ook gelijk deze tollenaar. Zijn gebed begint ermee om de Heere te danken. Waarvoor dankt hij de Heere? Zegt hij: "Het is Uw genade, o God, want uit mijzelf ben ik een zondaar net als de andere mensen. Maar Gij hebt mij bewaard". Nee, in zijn danken staat de Heere niet centraal, maar alles draait om zijn eigen ik. Hij vergelijkt zich met andere mensen en voelt zich veel beter dan al die anderen. Ik vast tweemaal per week, ik geef tienden van alles wat ik bezit. Ik doe zelfs meer dan de Heere in Zijn wet van mij vraagt. God heeft in Zijn wet slechts één vastendag ingesteld. Dat is de grote verzoendag. Ik vast zelfs twee keer per week. God vraagt in de wet de tienden van de veld- en boomvruchten. Ik geef tienden van alles. Zo bidt de farizeeër. Bidden, kunnen we dit bidden noemen? Bidden is een heilig werk. Het schepsel spreekt met zijn Schepper. Wie is die Schepper? Hij is een heilig God. Er is een grote afstand tussen die God en een onheilige zondaar. Denk jij daaraan als je 's avonds je knieën buigt? Een besef van die onmetelijke afstand maakt dat je je nederig en klein voelt voor de Heere. Voelt de farizeeër iets van die grote afstand tussen hem en de Heere? De Heere zo groot en heerlijk en hij een arme zondaar? We horen er niets van in zijn gebed. Zondaren dat zijn rovers, overspelers en die slechte tollenaar die hij zo even tegenkwam. Zij hebben de vergevende genade van de Heere nodig, maar hij... De farizeeër kent zijn zondige hart niet. Hij staat daar met lege handen opgeheven naar de hemel, maar in werkelijkheid zijn zijn handen vol. Hoe is jouw gebed? Weet jij door de genade wie de Heere is? Als je de Heere leert kennen, dan ga je ook zien wie jij voor de Heere bent. Een zwarte zondaar, die nooit meer de eer van de Heere kan bedoelen. Jouw bidden wordt ook anders. De Heere gaatje bidden leren. Jouw gebed... Heere, ik dank u dat ik niet zo ben zoals... Nee, een roepen en smeken om genade.

Twee mensen gaan op in de tempel om te bidden. Ook de tollenaar klimt de tempeltrappen op. Zijn houding is gebogen, zijn ogen vol schaamte omlaag. De mensen kijken verachtelijk naar hem, sommige spuwen op de grond. Een tollenaar, die naar de tempel gaat, eigenlijk is dat heel bijzonder. Tollenaars zie je niet zo vaak in de tempel. Bidden... dat doen de meesten niet meer. Ze hebben het zo druk met geld verdienen, voor God is geen plaats meer in hun leven. Hoe is dat in jouw leven? Denk je bij jezelf: Ik heb het vaak zo druk, als ik naar bed ga, dan ben ik vaak te moe om te bidden. Bij deze tollenaar is het anders geworden. De hand Gods heeft hem aangeraakt. Zijn blinde zielsogen zijn geopend door de Heere en hij ziet zijn zonde en schuld. Daarom loopt hij naar de tempel. Daar wil hij bidden, smeken, roepen om genade. Hij ziet de farizeeër doorlopen, het tweede voorhof in. Nee, dat durft hij niet. Hij heeft het eigenlijk niet verdiend dat hij in de tempel mag komen. Hij zoekt een plek op ver van het Heilige vandaan. Daar in het Heilige woont de Heere. Die Heere heeft hij vertoornd doorzijn zonden. Hij voelt de grote afstand tussen hem en de Heere. Daar staat hij ver van de mensen vandaan. Voor de tollenaar zijn er maar twee in de tempel. Hij, de schuldige verloren zondaar en een heilig en rechtvaardig God. Zijn handen zijn niet opgeheven naar de hemel. Hij durft zelfs niet omhoog te kijken. Beschaamd slaat hij zijn ogen neer. Hij slaat zich op de borst, een teken van de diepe droefheid in zijn hart. Hoor, hoe zijn gebed klinkt: O God, wees mij, zondaar genadig! Een heel kort gebed. In dit gebed horen we geen: ik dank u dat ik niet ben zoals..., ik geef, ik vast... De tollenaar kan niets goeds over zichzelf vertellen. Hij zegt eigenlijk; er is niemand in deze tempel zo slecht, zo goddeloos, zo schuldig als ik ben. Hij noemt zichzelf een zondaar. Het woord "zondaar" betekent: het doel missen.

De Heere heeft ons geschapen met het doel dat we Hem zouden eren en liefhebben. Na de zondeval leven we niet meer tot Zijn eer. We missen het doel. Als de Heere in je leven komt, ga je zien dat jij het echte doel mist. Dat ziet de tollenaar ook. Hij kan zichzelf niet verlossen, daarom roept hij tot de levende God. Alleen genade kan hem redden.

Hij kijkt naar het altaar. Daar wordt het offer gebracht. Het offer dat vertelt van het grote Offer van de Messias. De schreeuw om genade is ook een schreeuw om het Offer van de Heere Jezus. Dat bloed heeft hij nodig. De Heere verhoort het gebed van de tollenaar. Kijk, daar gaat hij de trappen af van de tempel. De Heere Jezus zegt in de gelijkenis: Deze ging af gerechtvaardigd in zijn huis. Gerechtvaardigd, wat betekent dat? De Heere heeft de mens goed gemaakt. Adam had een goede verhouding met zijn Schepper. Het was een rechte verhouding. Door de zonde is het niet meer recht tussen de Heere en ons. Tussen de Heere en ons is een kloof. De Heere is jouw Vader niet meer, maar je Rechter. Toch kan het weer recht worden tussen de Heere en jou. Dat gebeurde bij de tollenaar ook. De grote Rechter zegt dat hij onschuldig is. Hoe kan dat dan? Alle mensen hebben toch een grote zondeschuld bij de Heere. Wij verdienen straf. Toch heeft de Heere zijn schuld vergeven. Omdat hij zo goed gebeden heeft...? Nee, een Ander heeft zijn schuld gedragen. Een Ander kreeg de straf. Die Ander is de Heere Jezus. Nu krijgt de tollenaar de vergeving van zijn zonde. Hij verdient het niet om zijn mooie gebed, zijn nederige houding. Hij krijgt het...onverdiend. Dat is nu genade! Zo gaat de tollenaar uit de tempel. Zijn hart is vol vrede en blijdschap. Die vrede en blijdschap kan de wereld je nooit geven. Ook de farizeeër verlaat de tempel. Hoe gaat hij naar huis? Gerechtvaardigd... in zijn eigen oog. De mensen kijken vol respect naar hem. Hoe kijkt de Heere naar hem? Hoor, wat de Heere Jezus zegt: Want een ieder die zichzelven verhoogt, zal vernederd worden en die zichzelven vernedert, zal verhoogd worden. De farizeeër verhoogt zichzelf. Hij voelt zich belangrijker dan andere mensen. Hij kan zichzelf wel verlossen en heeft het offer van de Heere Jezus helemaal niet nodig. In schijn dankt hij God, in werkelijkheid prijst hij zichzelf. De Heere vernedert hem. Hij krijgt geen vergeving van zijn zonden, geen vrede, geen blijdschap in zijn hart. En de tollenaar, hij vernedert zich. Hij voelt zich niet de belangrijkste, maar de minste en de slechtste van alle mensen. Hij kan zichzelf niet verlossen. Zijn enige hoop is het offer van de Heere Jezus. De Heere verhoogt hem. De Heere Jezus heeft twee gelijkenissen verteld over het bidden in Lukas 18. Misschien denk je nu wel aan je eigen gebed. Denk je: zoals de tollenaar bidden dat kan ik niet. Weet ik tot wie ik bid? Ken ik de Heere? Heeft mijn bidden dan nog wel zin? Toch moetje nooit stoppen met bidden. De Heere Jezus heeft toen Hij op aarde was nog meer over het bidden gezegd. Hij heeft ook gezegd: Bidt en u zal gegeven worden. Zoekt en gij zult vinden.

ACHTERGRONDINFORMATIE

Bij "Reacties van jongeren"
Op pagina 5 ziet u een viertal reacties van jongeren. Jongeren blijken het moeilijk te vinden om reacties te geven op vragen over het gebed. Het is ook een persoonlijk onderwerp, vandaar waarschijnlijk deze terughoudendheid.

Bij "Hoort de Heere mijn gebed"
Op pagina 10 gaat het over horen en verhoren van het gebed. Dit is een gedeelte waar veel jongeren en ouderen elke dag mee worstelen. Het is belangrijk om hier alert op te zijn. Jongeren geven vaak via een omweg aan dat ze dit heel wezenlijke vragen vinden. Wees eerlijk in het antwoorden als er vragen komen. Wees ook eerlijk als je het antwoord niet weet. Neem ze altijd, maar zeker bij dit thema uiterst serieus.

Tenslotte
Een Treffer over Het gebed is een schets die ons allemaal wat te zeggen heeft. Het is onze wens dat de voorbereiding van de verenigingsavond en de avond zelf door de Heere gebruikt mogen worden tot eeuwige Zegen voor leidinggevenden en jongeren.

TOELICHTINGEN OP DE VRAGEN

Aanwijzingen bij de vragen op bladzijde 3:
1. Ons advies is om deze opdracht in groepjes te doen. In eerste instantie wordt om de beurt een vers gelezen.
2. Deze opdracht doen de jongeren per groepje individueel en vervolgens bespreken ze met elkaar de ACHTERGRONDINFORMA TIE antwoorden,
-rechtvaardig : een hoge dunk van zichzelf. In de juiste verhouding met God. Zo heilig als ze moesten zijn.
-achtten : de ander niets vinden. Er zich niet om bekommeren.
-farizeeër : godsdienstige leider in het oude Israël
-tollenaar : een persoon die de belastingen inde voor de Romeinen ten tijde van Christus
-gelijk : zoals
-vast : het zich geheel of gedeeltelijk onthouden van eten en drinken
-tienden : 10 procent
-opheffen : opslaan, omhoog kijken
-zondaar : schuldig voor God. Geen gedachte aan verdienste.
-genadig : wees mij gunstig gezind. Hij komt als een bedelaar om een aalmoes.
-gerechtvaardigd : voor Gods oordeel van de verdoemenis vrijgesproken. Zie Romeinen 3:20
3. De farizeeër was geheel vervuld van zichzelf en niet van God. Hij dankt de Heere met zijn lichaam. Hij zegt vele goede dingen van zichzelf. Hij wil de Heere en iedereen in de tempel vertellen hoe geweldig goed hij is. De Heere gruwt van een gebed dat niet op Hem is gericht, maar op de mens. Matthew Henry zegt ervan: "Het is een toespraak van de farizeeër. Ik kan het geen gebed noemen". De farizeeër richtte zijn danken tot zichzelf en tot zijn naasten, terwijl de melaatse zijn dank richtte tot Christus. De melaatse gaf God de eer en stelde Hem centraal, in plaats van zichzelf.
4. De enige ware God aanroepen. De tollenaar komt als een bedelaar tot de Heere. Hij heeft niet zoveel woorden, hij weet wel dat hij een zondaar is. Hij stelt de hoge God tegenover hem, arme zondaar. Van harte aanroepen. Het gebed van de tollenaar komt uit zijn hart. Het is een schreeuw om genade. Onze nood en ellendigheid recht kennen. De tollenaar noemt zichzelf een zondaar. Hij beseft tot in het diepste van zijn hart dat hij genade van God nodig heeft om van zijn zonden verlost te worden. Uit heel de toonzetting van zijn gebed kunnen we dit opmaken.

Aanwijzingen bij de vragen op bladzijde 4:
1. Bij een gesprek tussen twee mensen is er sprake van gelijkwaardigheid, terwijl bij een gesprek tussen een mens en de Heere sprake is van het spreken van een arme zondaar tot de Hoge en Heilige God. Dat vraagt ook een andere houding. Een eerbiedige houding.
2. Dit is een persoonlijke vraag aan de jongeren zelf gericht. We kunnen hierbij vragen: Wat vind je moeilijk rond het gebed en hoe ga je daar mee om? Spreek je daar wel eens met anderen over?
3. Het is het woordje 'geduriglijk' dat ons aanspoort om altijd te blijven bidden. De Heere belooft ons in psalm 81 dat Hij ons mild en overvloedig schenken wil, als wij smekend tot Hem komen.
4. Aan het eind van elk gebed zeggen we " Om Jezus' wil". Hoe kunnen we tot de Heere naderen zonder de grote Voorbidder in de hemel, Die bidt voor Zijn kinderen.

Kader: Het gebed als de ademtocht van de ziel. Zoals ademen nodig is om ons lichaam te laten functioneren, zo is het gebed nodig voor de ziel om te kunnen leven.

Aanwijzingen bij de vragen op bladzijde 6:
1. David nedergebukt en geknield
Salomo geknield op zijn knieën, met zijn handen naar de hemel
Stefanus viel op zijn knieën
Paulus neergeknield
2. Dit is een gedeelte uit het gebed van Abraham voor Sodom. Er spreekt een grote nederigheid uit en een diep gevoel van eigen onwaardigheid. Daarnaast ook een eerbiedige vrees voor het mishagen van de Heere. Maar ook grote liefde voor Sodom, vrijmoedigheid en gelovig vertrouwen.
3. Dit is een persoonlijke vraag aan de jongere. Wees erop voorbereid dat jongeren kunnen aangeven tijdens het gebed niet de handen te vouwen of de ogen te sluiten. U kunt dan vragen of ze beseffen tot Wie ze spreken in het gebed. Wijs ook op de voorbeelden van gebedshouding uit vraag 1. Als het goed is worden de handen gevouwen en de ogen gesloten uit eerbied, en ook om niet afgeleid te worden als gebeden wordt.

Aanwijzingen bij de stellingen op bladzijde 8:
1. Dit is een opmerking die nogal eens door jongeren en ouderen wordt gedaan. Het klopt dat de Heere alles weet. Dat kunnen we onder meer lezen in Psalm 139. De Heere is alwetend. Dat neemt niet weg, dat de Heere er van de huize Jakobs om gebeden wil worden. Hij wil dat we alles aan Hem voorleggen.
2. In het gebed horen zowel geestelijke als lichamelijke, tijdelijke noden een plaats te hebben. Zie hiervoor Zondag 45 van de Heidelbergse Catechismus, vraag 118. We kunnen dit ook lezen in Jakobus 1:17. Wel is het zo dat de eeuwige dingen voorop staan. Zoekt eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid, en al die andere dingen zullen u toegeworpen worden.
3. Als we het gebedsleven van Gods kinderen in de Bijbel er op nakijken, kunnen we zien dat onze gebedshouding wel degelijk belangrijk is. De voorbeelden die zijn genoemd bij vraag 1 op bladzijde 6, spreken voor zich. Ook kunnen we hierbij het voorbeeld van Daniël geven, uit Daniël 6:11.
4. De Heere is niet aan tijd en plaats gebonden. Hij geeft antwoord op Zijn tijd en Zijn wijze. We kunnen en mogen de Heere niets voorschrijven. De Heere vraagt juist om een aanhoudend bidden. Als we denken dat het aan ons niet ligt, maar aan de Heere, zijn we nog niet tot het besef gekomen dat we vanuit onszelf helemaal niet met God verzoend willen worden.
5. Dit is een verkeerde opstelling. Als de grote hervormer Luther het druk had, kwam hij extra vroeg uit zijn bed om te bidden. Hoe meer we te doen hebben, over hoe meer zaken we de zegen van de Heere nodig hebben. Als het gebed er bij inschiet, geven we daarmee aan de Heere niet nodig te hebben.
6. Dicht bij de Heere leven, betekent een biddend leven. Zonder de Heere de dag beginnen, betekent zonder de Heere ook wel de dag door te komen. Dat kan tenminste de gedachte zijn, maar dat is niet goed. De Heere wil dat we Hem aanlopen als een waterstroom. Het morgen- en avondgebed zijn momenten die we niet moeten overslaan.
7. Ten diepste is dit waar. Zelfs de discipelen zeiden:" Heere, leer ons bidden". We kunnen dit lezen in Lukas 11. Dat mag dan ook juist het gebed van de jongeren zijn. Of de Heere Zelf hen (en ons) wil leren bidden. Daarom moeten we toch aanhouden.
8. Dit is een moeilijke stelling. Het lijkt juist te zijn zoals het er staat. In Jesaja 55 kunnen we lezen dat de gedachten van de Heere niet onze gedachten zijn. En dat Zijn wegen niet onze wegen zijn. Gods gedachten en wegen zijn hoger dan onze gedachten en wegen. De Heere kan ons gebed horen en verhoren, maar met een andere uitwerking dan wij gedacht hadden. U kunt hierbij vragen of de jongeren dit weieens meegemaakt hebben.
9. We mogen alles aan de Heere vragen wat we voor ons lichaam en onze ziel nodig hebben. Niet meer en niet minder. We mogen de Heere niets voorschrijven. Dan wordt ons gebed een verlanglijstje, waar de Heere op mag antwoorden.

Aanwijzingen bij de vragen op pagina 8:
1. Psalm 25 : 1 opheffen
Psalm 31 : 23 roepen
Psalm 38: 10 zuchten
Psalm 42 : 2 schreeuwen
Psalm 50 : 15 aanroepen
Psalm 102 : 1 klacht uitstorten
Psalm 119: 26 vertellen
2. De Heere belooft hier dat hij de echte bidder zal verhoren. Hij zal een einde maken aan zijn beproevingen. De Heere belooft hem tenslotte het hemelse land. Met langheid der dagen wordt bedoeld dat zij zo lang in deze wereld zullen leven, tot zij het werk gedaan hebben waartoe zij gezonden zijn en klaar zijn voor de hemel.

Aanwijzingen bij de bijbelstudie op pagina 9:
1. Hij begreep dat Jezus de Nazarener tussen de schare was. Hoogstwaarschijnlijk had hij van Hem gehoord. Hij begint dan ook direct aanhoudend te roepen.
2. De Heere Jezus was voor hem de Verlosser, de Zaligmaker. Niet uitsluitend een profeet die zieken beter kon maken, maar de Redder van zijn ziel.
3. a. Hij begon te roepen, zodra hij merkte dat de Heere Jezus in de buurt was. Sterker nog, hij bleef aanhoudend roepen, zelfs toen de omstanders hem bestraften. Als het nood is in ons leven, kan niemand ons tegenhouden om tot de Heere te gaan.
b. Het komt voor dat nood leert bidden. Het kan helaas ook zo zijn dat nood doet vloeken. Iemand die beseft dat hij moet sterven, kan in de benauwdheid gebracht worden en tot de Heere gaan roepen. Maar het kan ook zijn dat hij met dat besef de Heere vervloekt.
c. Voorbeelden zijn Jona in de buik van de vis, Hizkia die te horen had gekregen dat hij moest sterven, de vader van de maanzieke knaap, het dochtertje van Jai'rus. De Heere hoort hun gebed, maar geeft antwoord op Zijn tijd en Zijn wijze.
4. a. De Heere hoort alles. We kunnen dat heel duidelijk lezen in Psalm 139. Hij kent zelfs onze gedachten. Er is niets voor de Heere verborgen. De Heere geeft antwoord op Zijn tijd. Lees maar eens psalm 131:4(berijmd). We mogen en moeten berusten in het beleid van de Heere, hoe moeilijk dat soms ook is.
b. Het is nood geworden in het leven van Bartimeüs. Daarom blijft hij roepen. Hij kan zonder de Heere niet meer verder leven.
c. Dat klopt. Als we iets heel graag willen hebben, blijven we daar aanhoudend om vragen. Dat is herkenbaar voor de jongeren. Dat geldt ook voor het gebedsleven.
5. a. Hoe groter de nood, hoe korter de schreeuw. Iemand die in het water ligt en dreigt te verdrinken, roept slechts 1 woord: Help! Het is nood geworden in het leven van Bartimeüs, daarom is zijn roep ook maar kort.
b. Lange gebeden zijn niet per definitie beter. Bij lange gebeden ontstaat het gevaar dat we dingen gaan toevoegen die niets met het gebed te maken hebben. Bijvoorbeeld hele mooie zinnen aan de Heere gaan verteilen. Ongemerkt lijkt ons gebed dan op het gebed van de farizeeer uit Lukas 18.
6. Het is een persoonlijke vraag die hier aan de jongeren gesteld wordt. Komt er geen reactie, dan kunt u vragen of ze er wel eens over nadenken.
7. Het antwoord staat in vers 52. Opmerkelijk is dat de Heere Jezus eerst zegt:" Uw geloof heeft u behouden" en vervolgens lezen we dat hij ziende werd. Andere voorbeelden zijn: de bloedvloeiende vrouw uit Markus 5, de geraakte uit Lukas 5, de kreupele uit Handelingen 3, de melaatse uit Lukas 17.
8. De Heere hoort altijd het gebed, maar verhoort het gebed niet altijd. De Heere verhoort ons gebed zoals Hij wil. Voorbeelden zijn: Mozes, die het land Kanaan niet in mocht, wat we lezen in Numeri 27. Paulus, die een doorn in zijn vlees had, wat we lezen in 2 Korinthe 12.
9. Een bedelaar is die om aalmoezen vraagt, een haveloos mens, die zonder ophouden dringend ergens om vraagt. De overeenkomst met een ware bidder is duidelijk. Een ware bidder is ook een bedelend mens. Het is iemand die niets heeft en van het gegevene leven moet.

Aanwijzingen bij de vragen op pagina 10:
1. God hoort elk gebed, maar verhoort niet elk gebed. Zie hiervoor ook de aanwijzingen bij de bijbelstudie op pagina 9, vraag 8.
2. Voorbeelden kunnen we vinden in Markus 5, Lukas 5, Handelingen 3, Lukas 17.

Aanwijzingen bij de vragen op pagina 11:
1. Plaatsen van stilte kunnen zijn op de slaapkamer, een studeerkamer, in de natuur, enzovoort. Momenten zijn in ieder geval 's morgens bij het opstaan en 's avonds bij het naar bed gaan. Benadruk bij deze vraag dat we nooit genoeg kunnen bidden.
2. Jongeren kunnen onverwacht hiermee worden geconfronteerd tijdens een stageweek, bij een bijbaantje, in het ziekenhuis. Geef aan de jongeren mee dat het belangrijk is om vanaf het allereerste moment voor je principes uit te komen. Dat geeft het meeste begrip.
3. Hiermee wordt bedoeld bidden zonder handen te vouwen en ogen te sluiten. Op zich is een eerbiedige gebedshouding uiteraard belangrijk. Het kan zijn dat een jongere onderweg naar school in de bus of op de fiets een woordeloos gebed doet. Zonder de handen te vouwen en de ogen te sluiten. Natuurlijk mag dit. Op deze manier is er al heel wat af gebeden.
4. Een goede vraag voor de jongeren om het gesprek mee af te sluiten. Inventariseer met elkaar wat oorzaken kunnen zijn van een verminderd gebedsleven. Geef aandachtspunten door, die dit kunnen veranderen. Bijvoorbeeld vaste tijden om te bidden, een eerbiedige houding, vaste dingen om mee te nemen in het gebed.

Aanwijzingen bij de woordzoeker op pagina 12:
De overige letters vormen samen: Er staat bidt en u zal gegeven worden zoekt en gij zult vinden


Voor je agenda:
Jongerenhervormingsavonden Zierikzee, Gouda en Harderwijk
D.V. zaterdag 28 oktober 2000

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 oktober 2000

Treffer | 20 Pagina's

AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 oktober 2000

Treffer | 20 Pagina's