AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK
1e jaargang 2000 / 2001, nummer 1
Verschijnt 8 keer per jaar
Treffer is bestemd voor leidinggevenden aan +12 en +14 groepen. Het geeft informatie voor het werken met het ledenblad Treffer.
In dit blad treft u aan:
-Aanwijzingen voor het gebruik van de Treffer "Arm en Rijk"
-Programmasuggesties voor een avond over de schets
-Bijbelse vertelschets voor de +12 groepen
-Achtergrondinformatie over een aantal thema's
-Toelichtingen op de vragen
AANWIJZINGEN VOOR HET GEBRUIK
Dit startnummer van Treffer gaat over "Arm en Rijk" en verschijnt als eerste nummer in een nieuwe serie werkschetsen voor -16. De schets is zowel geschreven voor de +12 groepen als de +14 groepen. Voor de +12 groepen is in het leidinggevendenblad een bijbelse vertelschets opgenomen. Voor de +14 groepen adviseren we om enkele jongeren een presentatie te laten houden aan de hand van de aangereikte informatie uit het ledenblad onderbouwd door de informatie uit het leidinggevendenblad. Als thema's voor de presentatie kunt u gebruiken:
-Honger in Sudan
-Armoede in Nederland
-Rijke jongeren in Nederland
-Wat kan onze gemeente doen?
-Hoe kan ik helpen?
De verwerking is bewust gesplitst. U treft de verwerkingsvormen aan op de volgende pagina's:
-Vragen voor +12 groepen pagina 5
-Bijbelstudie voor +14 groepen pagina 8
-Vragen voor +14 groepen pagina 9
-Stellingen voor beide groepen pagina 9
-Quiz voor beide groepen pagina 12
Het staat u uiteraard vrij om de verwerking op een andere leeftijdsgroep in te zetten, dan door ons geadviseerd. U kent immers de betreffende jongeren van uw eigen gemeente.
Wanneer de schetsen uitgedeeld zijn, kan met de verwerkingsvormen in de schets verder gewerkt worden. Bevorder het meenemen van Treffer door de jongeren naar huis. Het streven is om ook die jongeren via Treffer te bereiken, die niet naar de vereniging komen. Verder gaan we er van uit dat de betrokkenheid van de ouders toeneemt als ze zien, wat hun eigen jongeren doen op de vereniging.
PROGRAMMA SUGGESTIES
Doel van de schets
Het doel van de schets is om de jongeren bewust te maken van de enorme verschillen tussen het rijke westen en straatarme landen elders in de wereld. Door er met elkaar op de vereniging over te spreken kunt u de jongeren, die in onze materialistische westerse maatschappij opgroeien, laten nadenken over hun opdracht in deze wereld. Een goede verenigingsavond toegewenst!
Idee voor +12 en +14 groepen die gezamenlijk vergaderen
- Opening
- Inleiding over de schets. Betrek hier meerdere jongeren bij door ze elk over een onderdeel van de schets een korte eigen presentatie te laten geven. Een collage met foto's en krantenknipsels werkt hierbij heel praktisch. In groepjes bespreken van de vragen uit de schets.
Pauze
- Een gezamenlijk gesprek over arm en rijk aan de hand van de reacties op de vragen. U kunt hierbij, om het gesprek te verlevendigen, enkele stellingen opwerpen, zoals aangegeven in de schets op pagina 9.
- Sluiting
Idee voor +12 groepen
- Opening
- Inleiding over de schets (door jongere of leidinggevende) of de Bijbelse vertelling(door leidinggevende)
Pauze
- Groepsbespreking aan de hand van de vragen op pagina 5 en quiz op pagina 12.
- Gezamenlijk bespreken van de vragen
- Sluiting
Idee voor +14 groepen
- Opening
- Associatie-opdracht: Krantenknipsels die betrekking hebben op het thema, op een collagevel plakken. In groepjes de reacties door de jongeren erbij laten schrijven.
- Korte inleiding over de schets
- Bespreking van de bijbelstudie op pagina 8 en de vragen op pagina 9 in groepjes.
Pauze
- Gezamenlijk gesprek naar aanleiding van de reacties op de krantenknipsels en zonodig de antwoorden op de bijbelstudie en de vragen. Schrijf op een nieuw collagevel mogelijke oplossingen voor de armoedeproblematiek. Probeer hierbij ook oplossingen op papier te krijgen waarbij de jongeren zelf betrokken zijn. Hun gulden kan het verschil zijn tussen leven en dood voor een jongere in Sudan! Denk bijvoorbeeld aan het sponsoren van een Woord en Daad-kind, een actie door de jeugdvereniging of de adoptie van een project.
- Sluiting
Idee voor +12 en +14 groepen
- Opening
- Associatie-opdracht: Neem twee collagevellen (bijv. rood en groen). Laat in groepjes bij het ene vel reageren op de vraag: "Waaraan denk je bij armoede?" en bij het andere op de vraag: "Waaraan denk je bij rijkdom?" Korte presentatie over de schets door meerdere jongeren
Pauze
- Gezamenlijk gesprek naar aanleiding van de vragen: "Hoe breng je dit in evenwicht?" en "Waarom lukt dat zo slecht in de wereld?" Bijbelse quiz die je achter op Treffer aantreft
- Sluiting
Een variant op de genoemde associatie-opdracht kun je doen met de volgende vragen:
- Waarom zou jij de arme naaste helpen? Noem hierbij Bijbelse, sociale en economische argumenten.
- Waarom zou jij je arme naaste niet helpen? Gebruik hierbij opmerkingen als een druppel op een gloeiende plaat, we kunnen niet allemaal ontwikkelingswerker worden enzovoorts.
Als extra programma-onderdeel is een actueel diaklankbeeld over de armoede in Sudan beschikbaar. Reserveer tijdig als u hiervan gebruik wilt maken! Zie voor andere verwerkingsvormen de map "Ideeënmap +12/+14".
Tips van de schets:
-Vraag foldermateriaal op bij het Deputaatschap voor Bijzondere Noden.
-Hou op de verenigingsavond een collecte voor jongeren in Sudan.
BIJBELSE VERTELSCHETS VOOR DE +12
Thema's uit deze geschiedenis:
-zorg voor vreemdelingen
-zorg voor de armen
-leiding van God
-Boaz als heenwijzing naar Christus
"Moeder, vertel nog eens over vroeger! Hoe ziet het stadje er uit? Is het een arme streek? En uw familie; wie zijn uw broers en zussen en hoe zien hun gezinnen eruit? En zou de familie van vader ook nog leven?"
Dapper vechtend tegen de uitputting strompelen de twee vrouwen verder. Ze hebben niet veel bij zich. Dagenlang zijn ze al op reis vanuit Moab naar Bethlehem. Het valt hun zwaar. Ze moeten helemaal om de Dode Zee heen trekken. Ruth probeert haar schoonmoeder op te beuren door te vragen naar vroeger. En over die tijd wil Naomi wel vertellen.
In Bethlehem woonde ze, met haar gezin. Broodhuis. Een vruchtbare streek. Daar had haar man zijn akkers. Daar zorgde zij voor haar gezin. Totdat de vijanden kwamen om het land te verwoesten. Steeds opnieuw kwamen ze. Soms zorgde de Heere voor een man die de vijanden kon verslaan. Gideon of Jeftha of Simson. Maar de vijand kwam na een paar jaar toch weer terug. Omdat de Israëlieten niet naar de Heere luisterden. En steeds als de zonde weer erger werd kwam er een leger om de dorpen en akkers te verwoesten. Of om het koren te stelen. Toen kwam de honger. En het jaar daarop weer. En als dan het nieuwe jaar vruchtbare akkers gaf en iedereen moed kreeg dat er nu toch eindelijk weer voedsel zou zijn, dan vernietigde een Filistijn in één dag de hele oogst. Elimelech moest steeds verder lopen om nog voedsel te vinden voor zijn gezin. En hij kwam met steeds minder thuis. Hoe moest dat nu? Zouden ze van honger moeten omkomen? Nee, dat zou niet gebeuren! "Naomi, laten we naar Moab gaan", had hij op een dag gezegd. Naomi was geschokt. Hoe kon haar man dat nu voorstellen? Was het dan zó erg geworden dat hij nergens meer hoop zag? De Heere had hun toch dit land gegeven? Hier hadden zij toch hun stukje grond van Hem gekregen. Zouden ze hun erfdeel dan moeten verlaten? Zouden ze dan nooit meer naar Silo kunnen gaan om de Heere te aanbidden en offers te brengen? Ze praatte er over met Elimelech. Hij begreep haar wel. Maar als ze dan van honger moesten sterven? En de honger werd niet minder. Nee, ze werd alsmaar erger. En toen moesten ze wel.
Zo trok dat gezin naar Moab. Een dor land, dat wel. Maar er was tenminste rust. Ze zouden er in vrede kunnen wonen. Elimelech was bereid om hard te werken. Zo zou er weer voedsel zijn. Ze zagen er naar uit. En daarom verlieten ze het land dat de Heere hen had gegeven. Ze hadden rust gevonden. Het bestaan was niet gemakkelijk, als vluchteling in een vreemd land. Maar er was eten. En de jongens vonden er hun vrouwen. Zo vond dit gezinnetje een plaats waar het kon leven. Waar ze de Heere konden danken voor Zijn zorg. Totdat...
De vader stierf. En een paar jaar later ook allebei de zonen. Drie vrouwen bleven achter. Naomi, de moeder. Verdrietig en terneergeslagen. Orpa en Ruth, haar schoondochters. Jonge Moabitische vrouwen. Drie vrouwen alleen, zonder enige bescherming. De jonge vrouwen zouden snel een andere man vinden. En dan zou Naomi alleen zijn. Ze wilde terug naar haar land. Daar was weer voedsel. Dat gerucht was zelfs in Moab doorgedrongen. De Heere streed weer voor Zijn volk.
Zo kon het gebeuren dat je twee vrouwen zag lopen op de weg van Moab naar Bethlehem. En dat de jongste aan de oudste vroeg: "Moeder, vertel nog eens". Orpa was gebleven. Met hartverscheurend verdriet, dat wel. Maar ze was toch terug gegaan naar haar eigen familie. Ruth ging met Naomi mee. Ze was niet meer van haar los te krijgen. Ze zou voor Naomi zorgen. Ze zou haar God dienen. Slechts de dood zou haar van haar schoonmoeder kunnen scheiden.
Het is nog heel vroeg. Maar de maaiers zijn al druk bezig. Soepel glijdt de sikkel door het koren. De rijpe gerst valt bij bossen op de grond. Ze wordt direct bijeen gebonden. En op schoven gezet. Het is een mooi gezicht: de zon die opkomt boven de akker, het zacht glanzende koren, de mannen die vol energie aan het werk zijn. Over een paar uur zal de zon onbarmhartig schijnen, maar nu is alles nog stil en fris na de koelte van de nacht.
De mannen zijn nog niet zolang bezig als een jonge vrouw de akker oploopt. Ze zien wel wie het is, die buitenlandse, die met Naomi mee gekomen is. Die komt zeker aren rapen. Ze moeten tenslotte érgens van leven. Nou 't zal haar niet meevallen!
Ruth weet heel goed dat de mensen haar verachten. Ze is een Moabitische weduwe en nog arm ook. Maar ze was hier gekomen om voor Naomi te zorgen en ze zal laten zien wat ze kan! Bovendien; was Naomi's God niet ook hêór God? De God die zorgt voor weduwen? Hij had toch Zelf in Zijn wetten vastgelegd dat de armen de gevallen korenaren mochten oprapen? Al zouden de mannen haar verachten en naroepen, wégsturen zouden ze haar niet. Daar gaat ze naar één van de mannen toe en vraagt beleefd om toestemming. Even later zie je haar aan het werk. Stil en ijverig is ze. Uren loopt ze over de akker. Hier en daar vindt ze wat ze zoekt. Dan bukt ze zich en raapt een gerste-aar op Een kostbaar bezit! Ze bergt hem zorgvuldig op en gaat weer verder. Daar ligt weer wat. En opnieuw bukt ze zich. Haar rug gaat pijn doen. En de zon wordt steeds heter. "Niet aan denken, nu. Maar verder gaan!" Zo loopt die vrouw de akker af. Met een steeds zwaarder wordende last van gerstearen.
Hé, daar komt iemand naar haar toe. De landheer zélf, zo aan zijn kleding te zien. Hij zal haar toch niet...? Nee, dat kan toch niet?
Het is de eigenaar. Boaz, de zoon van Rachab, een vrouw uit Jericho. Wat had Rachab hem veel verteld over de Heere. Dat Hij een pad had gemaakt dwars door de Schelfzee heen. En dat wonderlijke verhaal over Jericho. Rachab had ook verteld hoe zij en haar familie gered waren. Dat zij niet onder het puin van de stadsmuren had hoeven sterven. Dat ze was opgenomen als vreemdelinge in het volk van deze machtige God.
Kijk, dat maakt deze Boaz mild, nu er opeens een Moabitische vrouw zijn pad kruist. Eén, die haar familie heeft verlaten om te zorgen voor haar schoonmoeder die niemand meer heeft. Eén, die vertrouwt op de zorg van Israëls God.
"Zul je op mijn akker blijven", zegt hij vriendelijk. "Ik heb gehoord hoe je gezorgd hebt voor Naomi. En datje onze God wilt dienen. Je mag hier blijven om koren te verzamelen. En als je dorst hebt, mag je drinken zoveel je wilt. Je hoeft niet bang te zijn voor de maaiers, want ik zal er op toezien dat ze je geen kwaad doen." Met nieuwe moed gaat Ruth weer verder. Wat een zegen dat de Heere haar juist op de akker van déze man gebracht heeft. Als het etenstijd wordt, mag ze mee-eten met Boaz en zijn knechten.
De middag is het zwaarst. De zon brandt fel. De pijn vlamt door haar rug als ze weer bukken moet om aren op te rapen. Maar het deert haar niet meer. Haar hart juicht. Als ze 's avonds thuis komt, heeft ze genoeg voor wéken. En Boaz heeft haar toegezegd dat ze iedere dag mag komen. Netzo lang tot alle gerst en alle tarwe is geoogst.
Thuis wacht Naomi. Weetje nog wel, de vrouw die gezegd had: "Noem mij Mara. Want de Heere heeft mij bitterheid aangedaan". De vrouw die zoveel verdriet had moeten dragen dat ze vergeten was dat de Heere niet alleen slaét, maar ook héélt! Verrast ziet ze het koren dat Ruth mee brengt. En Ruth vertelt. Ze raakt niet uitgepraat over alles wat er die dag is gebeurd. Langzaam maar zeker verandert Naomi's hart. Ja, dat is waar. Zó is haar God! Beschaamd buigt ze haar hoofd. Ze was het vergeten, dat Hij zorgt. Eerst was haar man gestorven. Wat een verdriet had ze gehad. Later, toen ook haar zonen stierven, had ze gedacht dat God tégen haar was. En nu is Hij er opeens. Zomaar, zonder dat ze het had verwacht. Hém had verwacht.
Als de oogst achter de rug is, rijpt in Naomi een plan. Had ze niet tegen Ruth gezegd dat ze beter in Moab kon blijven? Zij had immers geen andere zoon meer om mee te trouwen en kinderen van te krijgen. Deze Boaz is ook familie. Hij kan haar land terug kopen, zodat het weer familiebezit wordt. Als hij het dan voor haar onderhoudt en haar genoeg geeft om van te leven, dan is de rest van de oogst voor hem. Hij kan ook met Ruth trouwen. En haar een zoon schenken. Zou hij willen?
Ze windt er geen doekjes om, maar zet het hele plan voor Ruth uiteen. "Dochter, doe je rouwkleding uit. En kleed je als een bruid. En ga naar Boaz toe."
Niet lang daarna zit Boaz in de stadspoort. Bij hem zijn de wijze mannen van de stad. Hij wacht tot één van de familieleden langs komt, de man die meer recht heeft op de akker van Naomi dan hij. Hij moet eerst weten of die bereid is om de akker terug te kopen. En als de man het niet doet, dan zal hij het doen. Hij wil het wel. Want dan zal hij ook mogen zorgen voor de jonge vrouw. Ruth, de Moabitische. Hij is aan haar gehecht geraakt in de weken dat ze op zijn akker heeft gewerkt. Hij wil haar wel trouwen, maar eerst moet hij het weten van die ander. Als deze man langs komt, is het snel geregeld. Het land wil hij wel. Maar als dat betekent dat hij ook voor die twee vrouwen moet zorgen, nou dan voor hem maar een ander! Een Moabitische. Daar kan een Israëliet toch niet mee trouwen! Dat zou hem zijn erfdeel kosten!
Zo gebeurt het dat Boaz de zaken afhandelt. Een Moabitische, het zou wat. ledereen weet dat ze eerlijk is en betrouwbaar. En hij kent zijn God. Hij is barmhartiger dan de mensen. Hij zal haar niet verachten, ook al is ze geen jodin. Hij zal het haar niet verbieden om Hem haar God te noemen. Boaz neemt haar blij tot zijn vrouw. Ruth, die eens de moeder zal mogen zijn van het geslacht waaruit de Messias geboren is. Genadige God. Goedertieren Vader!
ACHTERGRONDINFORMATIE
Bij "Reacties van jongeren"
Op pagina 5 ziet u een viertal reacties van jongeren op de Treffer over Arm en rijk. Op hun verzoek zijn de achternamen van de jongeren niet genoemd. Ook zijn hier geen foto's bij geplaatst. Vooral asielzoekers zijn vaak bang dat hun asielaanvraag in gevaar komt als ze commentaar geven op hun leefomstandigheden. De vier genoemde reacties zijn een selectie op de reacties die we hebben ontvangen.
We kregen nog een reactie van Saliha, een Marokkaans meisje van 12 jaar. Saliha is al 10 jaar in Nederland en woont in de Haagse schilderswijk. Saliha woont bij haar moeder. Ze heeft geen contact met haar vader. Haar moeder werkt niet, waardoor ze van de bijstand moeten leven. Ze schreef ons het volgende:
Mijn moeder werkt niet, we kunnen daardoor niet alles kopen. Ik krijg niet zo vaak nieuwe kleren. Rijke kinderen komen vaak verwend over. Ik vind ze niet altijd aardig, ze doen vaak niet aardig tegen je. De enorme verschillen tussen rijke en arme mensen kunne worden verminderd door meer werk en doordat de rijken de armen helpen. We vroegen haar of ze weieens opstandig is tegen God. Saliha schreef: God is niet de schuld, want wij hebben het zelf gedaan, daar kan God niets aan doen. Ze vroeg ons of de rijke jongeren (zoals ze onze jongeren ziet) aan de arme jongeren willen denken.
Mogelijk kunt u deze reactie in een onderdeel van het programma doorgeven aan de jongeren. Het is één van de vele jongeren in Nederland, die in stille armoede opgroeien.
Bij "Opdracht van de kerk"
Hulpverlening
Hulpverlening in het buitenland, ontwikkelingswerk, noodhulp, ontwikkelings-samenwerking...Er wordt veel gedaan vanuit het rijke Nederland voor arme landen. Voor bijna alle denkbare doelen zijn stichtingen opgericht, en elke dag komen er nog organisaties bij. Organisaties die zich in willen zetten voor de armen en de noden in deze wereld. Gemotiveerd en gedreven om van onze overvloed te delen met mensen die het veel minder hebben dan wij. Soms vanuit algemene medemenselijkheid en medelijden, soms ook vanuit christelijke barmhartigheid. Interkerkelijke organisaties als Woord en Daad en andere bekende organisaties zijn daar goede voorbeelden van.
Ir. J. Lock, directeur van Woord en Daad, vindt ook dat ontwikkelingswerk niet los van het getuigenis kan plaatsvinden. Dat getuigenis vormt immers de diepste overtuiging van de christen-ontwikkelingswerker. Daar kom je eerlijk voor uit: "Hij of zij zal in zijn dienstbetoon altijd terugverwijzen naar de liefde die hij of zij als dagelijks gegeven ervaart".
Mr. dr. J.T. van den Berg, tweede kamerlid van de SGP, verwoordt het zo: "Het is in de eerste plaats onze Bijbelse plicht om de naaste in nood te helpen waar dat nodig en mogelijk is". Ontwikkelingssamenwerking is dus in de eerste plaats ereplicht, christenplicht.
Dienst
Ook de kerken helpen de (verre) naaste in nood. We noemen dat het 'diaconaat'. Dit woord is afgeleid van het Griekse woord 'diakonia', wat dienst betekent. Onder diaconaat verstaan we dus meestal de kerkelijke dienst der barmhartigheid. Diakenen zijn daarbij de ambtsdragers die in het bijzonder met dit dienstwerk belast zijn. Het is een taak van de plaatselijke gemeente en van grotere kerkelijke verbanden. Daarom heeft elke plaatselijke gemeente een diaconie en kent bijna elk kerkgenootschap wel een deputaatschap voor het diaconaat. De Gereformeerde Gemeenten kennen het Deputaatschap tot Hulpverlening in Bijzondere Noden.
Het diaconaat vindt zijn wortels in het ambtelijk werk van de kerk. Voor het diaconaat is Christus' eigen dienstwerk het uitgangspunt. In Markus 10:45 zegt de Heere Jezus tegen Zijn discipelen: "De Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen". Hij offerde Zijn leven voor vijanden.
Wie in Gods liefde tot gevallen zondaren delen mag, weet zich dan ook gedrongen tot wederliefde. Dan ontstaat er naast de liefde tot de Heere ook liefde tot de naaste. Dat is het ware diaconaat, dienen vanuit de liefde. Een indrukwekkende illustratie daarvan vinden we in Lukas 10:25-37. In de gelijkenis van de Heere Jezus over de barmhartige Samaritaan komt uit dat ware liefde geeft zonder aanzien des persoons. Calvijn verklaart de diepe betekenis van deze gelijkenis als volgt: "De hoofzaak van deze gelijkenis is dat ieder mens die ons het meest vreemd is, onze naaste is. Omdat God alle mensen onderling aan elkaar heeft verbonden, opdat zij elkander helpen."
De diaconale hulp mag dus niet beperkt zijn tot alleen geestverwante christenen. De ware Diaconos (de Heere Jezus) heeft Zich in Zijn dienst ook niet beperkt tot vrienden. Wij moeten ons laten leiden door de grens die God Zélf stelt aan de liefde waarmee Hij in Christus mensen zoekt en aan het liefdegebod dat Hij ons geeft. "Jaagt te allen tijde het goede na, jegens elkander en jegens allen." (1 Tim. 5:15)
Buitenlandse noden
Het diaconaat richt zich in de eerste plaats op de kerkelijke en binnenlandse noden. Doordat er de laatste decennia geen grote rampen zijn gebeurd en de economie is blijven groeien, zijn we in staat ook in het buitenland hulp te verlenen.
Ook dat is bijbels. De Galaten worden door de apostel aangespoord tot milddadigheid aan iedereen: "Zo dan, terwijl wij tijd hebben, laat ons goed doen aan allen, maar eerst aan de huisgenoten des geloofs" (Galaten 6:10). In Handelingen 11:27-30 lezen we hoe de christenen in de gemeente Antiochië een inzameling houden voor de broederen in Judea. En Paulus maakt op verschillende plaatsen melding van de inzameling die in de gemeenten van Macedonië en Achaje gehouden is voor de christengemeente in Jeruzalem (Rom. 15:26, 2 Kor. 8:3,4 en 2 Kor. 9:1,12).
Het diaconaat over de grenzen heen noemen we werelddiaconaat. Deze vorm van diaconaat is de laatste decennia steeds belangrijker geworden. Met name door de moderne communicatie- en informatiemiddelen en de grotere mobiliteit is de wereld kleiner geworden.
Rampen en noden uit alle hoeken van de wereld komen de huiskamers zo 'binnenrollen'. Vroeger duurde het dagen of maanden voor je iets wist, als je er al iets van vernam. Nu weet je het hetzelfde moment nog, of hooguit wat uren later.
Daarnaast is er voldoende geld om ook mensen ver weg te helpen en zijn de mogelijkheden om daadwerkelijk ergens hulp te gaan bieden, fors toegenomen.
Deputaatschap
Zoals al genoemd krijgt het werelddiaconaat vanuit onze gemeenten gestalte via het deputaatschap tot Hulpverlening in Bijzondere Noden. In verschillende landen wordt hulp geboden aan armen en aan mensen in nood. Ook wordt er bij rampen noodhulp geboden.
Bij dit diaconale werk moet gestreefd worden naar het samengaan van Woordverkondiging en de dienst der barmhartigheid. Het formulier voor bevestiging van diakenen zegt dat het diaconale werk niet alleen met uiterlijke giften, maar ook met "troostrijke redenen uit het Woord Gods" gepaard moet gaan. De hulpverleningsprojecten waarbij dit tot de mogelijkheden behoort, verdienen dan ook de voorkeur van het deputaatschap. Er wordt dan contact gezocht en samengewerkt met plaatselijke kerken waarmee we ons verwant voelen. We moeten goed doen aan allen, maar "meest aan de huisgenoten des geloofs".
Door Woord en daad te combineren kan het goede voor de naaste gezocht worden (1 Tim. 5:15). Het gaat dan niet alleen om het goede in materiële zin, maar juist ook om het goede in geestelijke zin.
Tenslotte
Het diaconaat bepaalt ons bij de vele en vaak ontstellend grote noden in deze wereld. Het aangrijpende is, dat het onze eigen schuld is. Nood en armoede zijn gevolgen van de zonde. Het is nodig dat we door het werk van de Heilige Geest gaan inzien dat de oorzaak van alle ellende in de wereld niet in de eerste plaats door anderen wordt veroorzaakt, maar door onszelf. Dat maakt ootmoedig en boetvaardig, maar geeft ook liefde, medelijden en milddadigheid. Dan gaan we vrijwillig en liefdevol dienen, in het besef dat Christus door te dienen Zijn ziel gegeven heeft om te verlossen van de zonde en de dood.
"Draagt elkanders lasten en vervult alzo de wet van Christus." "Alsdan zal de Koning zeggen tot degenen die tot Zijn rechterhand zijn: Komt, gij gezegenden Mijns Vaders! Beërft het Koninkrijk, hetwelk u bereid is van de grondlegging der wereld. Want Ik ben hongerig geweest, en gij hebt Mij te eten gegeven; Ik ben dorstig geweest, en gij hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling, en gij hebt Mij geherbergd; Ik was naakt en gij hebt Mij gekleed; Ik ben krank geweest en gij hebt Mij bezocht; Ik was in de gevangenis, en gij zijt tot Mij gekomen." (Matth. 25:34-36)
TOELICHTINGEN OP DE VRAGEN
Aanwijzingen bij de vragen op bladzijde 5:
1. - barmhartigheid voor armen en vreemdelingen
- het heil is niet alleen voor joden, maar ook voor heidenen
- in het afkopen van de schuld en terugkopen van de akker (erfdeel) Hij was de (Ver)losser, Die de schuld betaalde. Zo kocht de Heere Jezus ook de hemelse erfenis voor allen die Hem vrezen
2. De Heere heeft Zijn Rijk opengesteld voor zondaren. Niet alleen voor verbondskinderen, maar ook voor heidenen (Ruth, Rachab) en hoeren (Thamar, Rachab). Uit deze mensen is de Messias geboren, hun ten goede. Hij heeft Zich vernederd, de gestalte van een dienstknecht aangenomen. Hij, de Schepper, is uit zondige schepselen geboren. Wij zeggen zo vaak : Ik heb er recht op, ik verdien meer te krijgen, dat is niet eerlijk.... Laten we naar de Meester kijken, en stil zijn. Wij moeten ook niet zo snel met onze vinger wijzen, maar veel meer de barmhartigheid van de Heere laten zien in onze woorden en daden. Hij stond naast de ellendigen. Ontfermde zich over een tollenaar en een moordenaar. Maakte Maria Magdalena los uit de banden van de duivel. Wilde Petrus als discipel, zelfs na zijn verraad.
3. Vraag voor zelfonderzoek. Hij is barmhartig, genadig, rechtvaardig, bewogen, geduldig Lijk ik op Hem?
4. Heb je Hem lief? Is je hart van de Heere, of van de duivel? Als je de zonde liefhebt, (de haat, egoïsme, harteloosheid...) kun je niet op de Heere Jezus lijken. Want Hij is vol liefde, bewogen met anderen, barmhartig.
Aanwijzingen bij de bijbelstudie op bladzijde 8:
1. Een gelijkenis is een voorbeeld, een model, een zinnebeeldig verhaal. Een geschiedenis is een historische gebeurtenis, een verhaal van iets dat gebeurd is. Het is goed om dit te definiëren bij een bijbelstudie over een gelijkenis.
2. In de kanttekening bij vers 30 kunnen we lezen dat hier het Griekse woord gebruikt wordt dat hetzelfde woord is voor straatschenders, rovers.
3. In zijn algemeenheid kunnen we deze mensen vergelijken met iedereen die een naaste in nood niet helpt. Dat kan iemand zijn die armoede lijdt, ook een hulpbehoevende naaste. Meer naar de jongeren toe kunnen we de vraag stellen: wat doe ik in zo'n situatie? Kom ik op voor een naaste in nood? Reserveer ik daar tijd en geld voor?
4. De voorbijgangers waren een priester en een Leviet, mensen van de kerk. Mannen, die alleen al vanuit hun ambt verplicht waren tot liefde en barmhartigheid. Mannen met een voorbeeldfunctie. We kunnen hier van leren dat kerkmensen niet beter zijn dan andere mensen. Ook dat kerkelijke jongeren een voorbeeldfunctie hebben, waarop gelet wordt.
5. In deze gelijkenis gaat de stelling helaas op. Dat wil niet zeggen, dat dit een voorbeeld is van ontbrekende naastenliefde door kerkelijke mensen in het algemeen.
6. - hij hielp een Jood, die eigenlijk zijn vijand was. Iemand van het volk, dat hem als Samaritaan het meest verachtte. - hij verbond hem waarschijnlijk met zijn eigen linnen. - hij liet hem rijden op zijn eigen beest, terwijl hij er zelf naast ging lopen. - hij gaf veel geld voor de verzorging van de Jood
7. De les geeft de Heere Jezus ons in vers 36. Matthew Henry zegt hierover: "Deze gelijkenis toont ons op uitnemende wijze de goedertierenheid en de liefde van God, onze Zaligmaker, jegens zondige mensen". Wat betreft de zorg voor onze naaste toont de gelijkenis ons de plicht die wij hebben ten opzichte van onze naaste, ongeacht wie dat is.
8. Barmhartig zijn betekent letterlijk zich erbarmen, medelijden of mededogen hebben. Jongeren kunnen dit op veel manieren invullen. Denk aan het helpen van iemand die niet zo goed mee kan komen, het geven van geld aan een arme jongere dichtbij of veraf. Benadruk hierbij vooral ook het gebed voor de naaste.
Aanwijzingen bij de vragen op bladzijde 9:
1. - door het persoonlijk gebed en het gebed in de gemeente.
- door het geven van goederen, kleding, speelgoed
- door het geven van geld. Dit kan door geld aan naasten in nood te geven of geld te geven voor adopties.
2. Bij deze vraag is het de bedoeling om een gesprek tussen de jongeren onderling op gang te krijgen. Ongetwijfeld zal de ene jongere een andere volgorde aanhouden dan de andere jongere. Ze moeten vervolgens hun volgorde motiveren naar hun buurman.
3. De voorbeelden kunnen we lezen in Lukas 10 in de gelijkenis over de barmhartige Samaritaan, in Jakobus 2 : 15 en 16 in het gedeelte over dood geloof, in Galaten 6 : 10 wat gaat over de broederlijke liefde.
4. Als er zorg is in een gezin, dan zien we vaak dat de gezinsleden erg naar elkaar toe trekken. Hetzelfde zien we bij zorgelijke omstandigheden in een gemeente. Ook zijn mensen geneigd om dichterbij Gods Woord te leven als er tegenslag is. Nood leert bidden.
5. Het diaconaat is de kerkelijke dienst der barmhartigheid. Zoek met elkaar hierbij op Handelingen 6, wat gaat over de instelling van het diakenschap.
6. Wat kan de gemeente doen? Wat hoort de gemeente te doen? Wat doet de gemeente? Wat kunnen de jongeren doen? Wat doen de jongeren? Allemaal vragen die bij deze vraag opkomen en goed in de gespreksgroepjes besproken kunnen worden.
Aanwijzingen bij de stellingen op bladzijde 9:
1. Dat ligt niet zo eenvoudig. Vertrouwen op God kan samengaan met vluchten om den brode. Denk bijvoorbeeld aan Abraham en Izak die naar Gerar zijn gevlucht. Of aan de Sunamitische vrouw die, op advies van Elisa, 7 jaar bij de Filistijnen heeft gewoond, omdat er in haar eigen land honger was (2 Kon. 8). En aan Jakob die de laatste jaren van de hongersnood in Egypte bij Jozef heeft doorgebracht. Honger was inderdaad wel vaak een oordeel van God over het volk (Richt. 6 : 1-11) . Maar dat zegt nog niet alles over Elimelech persoonlijk. Naomi zelf ervaart het wei als zonde. Dat blijkt uit de manier waarop ze later spreekt over Gods straffende hand.
2. Zo deden Elimelech en later Ruth het in ieder geval wel. In de Westerse landen ligt het niet zo gemakkelijk. Iemand een stukje grond geven om zijn eigen voedsel op te verbouwen, kan hier niet. Vluchtelingen mogen in Nederland niet eens werken. We zullen hoe dan ook voor hen moeten zorgen. Terugkeer of opvang in een buurland lijkt alleen al qua cultuur, taal en gewoonten beter. Maar wie zijn wij om in te kunnen schatten of een land veilig is en of er genoeg voedsel is; wij die zelf zwemmen in de weelde moeten mensen terugsturen naar een land waar in het gunstigste geval geen oorlog meer is en net voldoende voedsel om niet te sterven.
Waar mensen dus ALLES opnieuw op moeten bouwen? Misschien is het hun verantwoordelijkheid om terug te gaan als het veilig is. En ónze verantwoordelijkheid om hen gastvrij op te vangen en te helpen hier een bestaan op te bouwen en te leren voor zichzelf te zorgen.
3. Zie bijvoorbeeld Genesis 28 : 22, Deuteronomium 14 : 22 - 29 en 2 Kronieken 31. 10% is in het N.T. geen gebod. De zorg voor de armen wordt echter al heel vroeg geregeld (door verkiezing van diakenen). We moeten niet te vlug denken dat we te veel geven. Geven uit een barmhartig hart maakt dankbaar dat we zoveel hebben om te geven! Jongelui snoepen / eten bijvoorbeeld onvoorstelbaar veel. Laat ze eens uitrekenen hoeveel geld ze daaraan uitgeven. Daarbij vergeleken is 10% van hun verdiensten voor God en de naaste heus niet zoveel.
4. zwakken: asielzoekers, verslaafden, thuislozen, maar ook: gehandicapten, weduwen, oude mensen, het geplaagde klasgenootje.
Als jij rustig, zonder ophef je gang gaat zal je hulpvaardigheid uiteindelijk respect afdwingen. Hoewel mensen dat lang niet altijd zullen zeggen. Denk eens aan de Heere Jezus. Mensen haatten Hem omdat Hij goed deed!
Aanwijzingen bij de quiz op pagina 12:
De quizvragen zijn goed bruikbaar als gewone vragen voor een +12 groep. De antwoorden op de meeste vragen zijn te vinden in het ledenblad. De jongeren kunnen in groepjes de antwoorden opzoeken.
Ook kan de groep verdeeld worden in twee groepen, die vervolgens om beurten een vraag mogen kiezen. U geeft daarvoor een tabel met de nummers 1 t/m 21 aan op een bord of een collagevel. Om beurten mag een groep een nummer kiezen. De groep die de meeste vragen goed heeft, heeft gewonnen. U kunt dit extra verlevendigen door per vraag een aantal punten toe te kennen, afhankelijk van de moeilijkheidsgraad van de vraag. Bijvoorbeeld bij vraag 1 vijf punten, bij vraag 2 tien punten, bij vraag 3 vijf punten, bij vraag 7 twintig punten, enzovoorts.
1. De landbouw
2. Als een gezin het heel arm heeft, zonder dat je dat aan de buitenkant ziet
3. De islam
4. Door het islamitische noorden en het christelijke zuiden
5. Woord en Daad
6. Mevrouw Herfkens
7. -de mate van armoede
-de kwaliteit van bestuur(is het land corrupt)
-is het een democratisch land
8. Dan kun je goed controleren wat er met het geld gebeurd
9. Dat is 30 procent
10. Dat is 80 procent
11. De oorlog in combinatie met droogte
12. Het is 68 keer zo groot als Nederland
13. Door de armoede op het platteland trekken veel mensen naar de stad
14. Hulp helpt, maar de nood is zo groot, dat het lijkt alsof het niet helpt
15. De geschiedenis van de barmhartige Samaritaan
16. Sudan, Ethiopië, Bangladesh, Uganda, Mozambique
17. Deputaatschap Bijzondere Noden
18. Omdat de Israëlieten niet luisterden naar de Heere
19. Nee, in het jubeljaar kregen verarmde Israëlieten hun bezit en vrijheid terug
20. Droogte, natuurrampen, ziekte
21. Ongeveer na 1975
Voor je agenda:
Landelijke jeugdwerkdag
D.V. zaterdag 4 november 2000
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 2000
Treffer | 20 Pagina's