Weeldewetten
Uitgevaardigd in 1558 te Genève
In zake de kleding
"Aan alle poorters, burgers, inwoners en onderhorigen van deze stad is elk gebruik van goud of zilver in weefsels, borduurwerken, belegsels, kantielje, netjes of andere zodanige versieringen van kledingstukken van welke aard ook, verboden. Verboden zijn ook alle kettingen, armbanden, knopen, gouden hangers op iemands kleding, gouden of zilveren koorden, en gordels; en in het algemeen elk gebruik van goud en gesteenten."
Mannen mogen geen lang haar dragen
"Vrouwen en meisjes is verboden elk kapsel met krullen, het opsteken en in papillotten draaien van hun haar, zowel als het dragen van granaten of edelgesteente in hun kapsel en kornet. Zij mogen niet meer dan vier gouden ringen dragen; behalve dan de bruiden op de dag van en na hun huwelijk. De vrouwen van handwerkslieden is elk dragen van een gouden ring verboden. Eveneens mogen handwerkslieden, en boeren geen enkele strook van zijde-fluweel, of andere zijdeachtige stoffen op hun kleding dragen, noch hoeden of mantelkragen, die met zijde, fluweel of andere zijdeachtige stoffen gevoerd zijn. De kleermakers is voortaan niet meer toegestaan nieuwe kledingmodellen in te voeren, tenzij dan met goedkeuring van de magistraat."
In zake huwelijks- en andere feestmalen
"Eveneens wordt bepaald, dat niemand, die een huwelijksfeest, een banket of ander feestmaal aanricht, bij het opdienen daarvan één gang of aanbieding van vlees of vis, of van deze beide, te boven mag gaan. En dat dan van hoogstens vijf schotels, zoals het sober en redelijk is. Daaronder niet begrepen de kleine tussengerechten, en acht schotels dessert, alles aangenomen, waaronder geen pastei of gebak begrepen mag zijn, behalve slechts één en dat op elke tien aanzittenden. Handwerkslieden en anderen van geringe stand mogen bij hun feesten geen kalkoenen, patrijzen, wild en pasteien opdienen, alles op boete van vijfentwintig gulden."
In zake geschenken
Het is aan echtgenoten verboden aan anderen geschenken te geven, dan aan elkaar, zelfs mogen zij het niet aan hun knechten en dienstmeisjes doen; en wat zij elkaar onderling geven, zij gematigd en niet buitensporig; op boete van vijfentwintig gulden, te betalen zowel door wie het geschenk geeft als door wie het krijgt.
In zake bevallingen
Eveneens: dat de kraamvrouwen tijdens hun te bed liggen niet van die jakken, of onlangs in de mode gekomen mantels dragen, maar dat zij in hun kleding eerbaarheid en zedigheid bewaren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 1989
Mivo +16 | 24 Pagina's