Inleiding
2 En wordt 9 dezer wereld 10 niet gelijkvormig, maar 11 wordt veranderd door de vernieuwing uws 12 gemoeds, d opdat gij moogt 13 beproeven welke de goede, en welbehagelijke, en volmaakte 14 wil Gods zij.
9 Gr. dezer eeuw; namelijk die in het booze gelegen is; 1 Joh. 5:19.
10 Dat is, neemt niet aan den vorm of de gedaante dezer booze wereld. Hoedanig deze vorm nu was, beschrijft de apostel Rom. 13:13; Ef. 4:18,19, en Petrus, 1 Petr. 4:3, en Johannes, 1 Joh. 2:16.
11 Gr. in vorm, of gedaante hersteld; niet naar lichaam, gelijk de poëten in hunne fabelen dichten, somwijlen geschied te zijn, maar naar de ziel en krachten derzelve, namelijk naar het verstand en naar den wil en de genegenheden.
12 Of, verstands. Zie Ef. 1:18, en 2:3, en 4:23; Col. 1:21. — d Ef. 5:17; 1 Thess. 4:3.
13 Dat is, onderscheiden; of eene proeve geven door uw godzalig leven, dat gij verstaat welke de goede wil Gods zij.
14 Namelijk naar welken als den eenigen en volmaakten regel wij ons leven moeten aanstellen, dien Hij in zijn Woord ons volkomen geopenbaard heeft.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 oktober 1986
Mivo +16 | 24 Pagina's