1. Mozes en zijn volk
ONDERDRUKKING VAN HET VOLK
Ongeveer 130 jaar nadat de zonen van Jakob zich in Egypte gevestigd hebben, begint voor het tot een machtig volk uitgegroeide Israël de onderdrukking (Ex. 1:7). De achtergrond van Israëls onderdrukking is de aanval die satan onderneemt om het volk Gods ten onder te brengen en zo de komst van de Messias te verijdelen.
Men neemt aan dat de komst van Jakob en zijn zonen in de tijd van de Hyksos is gevallen, een volk afkomstig uit Klein-Azië dat met name Noord-Egypte geruime tijd overheerste. Farao Amosis heeft tenslotte de Hyksos verbannen.
Bij de Farao die later regeerde (Ex. 1:8 en Hand. 7:18) en zijn Egyptenaren ontstaat een toenemende angst voor het steeds maar groeiende Israël (Ex. 1:9,10). Het volk wordt verdrukt. Die verdrukking begint met slavernij.
Een zekere farao Thoetmosis III, die grote bouwwerken laat verrijzen en steden versterken (Ex. 1:11), laat de Israëlieten bevoorradingsplaatsen aanleggen voor de troepen in de woestijn.
Aantekening: tichelstenen
Stenen van klei/modder, veertien kilo, 4x1,5x1,5 dm3, werden in de zon of in vuur gebakken in ijzeren ovens.
Aantekening: slaven
Egyptenaars waren gewend hele legers slaven in te zetten. Voor het verplaatsen van een heel groot beeld naar een bijna onbereikbare plaats in de woestijn waren eens 8362 slaven nodig, waarvan er 900 het leven lieten tijdens het karwei. Ps. 68 (ber.) "Zwart van dienstbaarheid" was ook hier van toepassing (Deut. 4:20), voor al die werkers. "In het diensthuis" (de "ijzeroven") was geen bad ter beschikking...
Via slavernij loopt de onderdrukking naar uitroeiing (Ex. 1:15-22): gedwongen moord door vroedvrouwen en het doen verdrinken van pas geboren jongetjes in de Nijl vol vraatzuchtige krokodillen.
Aantekening: moord
Dat hier openlijk kinderen werden vermoord hield ook verband met de heidense gedachte, dat de grootte van een volk samenhing met de macht van haar goden. Later heeft men kennelijk deze eis laten vallen; de regering voelde zich toen sterk genoeg.
Aantekening: krokodillen
De krokodil werd vereerd om het heilige getal zestig: een krokodil legt zestig eieren (ter grootte van eende-eieren), deze komen na zestig dagen uit; in elke kaak staan zestig tanden, er zijn zestig ruggewervels, de winterslaap duurt zestig dagen en de gemiddelde leeftijd is zestig jaar.
GEBOORTE VAN MOZES
Wonend temidden van Egyptenaren (Ex. 3:22) zal het voor Jochebed zeer moeilijk zijn geweest de komst van een kleine verborgen te houden (Ex. 1:12). Wat een spanning bij de ouders als de baby een jongen blijkt te zijn. Satan is aan het werk. Hij wil het vrouwenzaad verslinden, doden, uitroeien. Maar in dit dieptepunt is ook God aan het werk. Hij geeft Amram en zijn vrouw (tevens tante!) het geloof (Hebr. 11:23), dat ze dat kind niet voor de krokodillen moet gooien. Mozes was "uitnemend schoon" (Hand. 7:20). In de kanttekeningen (Ex. 2:2) staat dat hij schoon was voor God!
De ouders hebben in dit kind iets gezien van de glans van Gods Majesteit en hebben het daarom drie maanden verborgen gehouden. Zij vreesden het gebod van de Farao niet; het geloof komt boven de vrees uit.
In datzelfde geloof hebben zij het knaapje in een biezen kistje gelegd (Ex. 2:3) en gebracht bij de badplaats waar het zeker zo rustig was, dat er voor roofdieren geen vrees behoefde te bestaan. Zij hebben Gods belofte, gesproken door Jozef even voor hij stierf, geloofd (Gen. 50:24; Hebr. 11:22).
Aantekening: papyrus
Papyrus is geen riet, is niet hol. Het is een bies met een driekantige stengel, gevuld met merg, dat in stroken gesneden als vlechtwerk over elkaar gelegd met lijm wordt bestreken. Het houdt inkt langer dan perkament (ongelooide dierenhuid). Er worden ook matten, schoenen, kleren en zelfs vaartuigen van gemaakt.
Aantekening: biezen kistje
Hiervoor gebruikte men hetzelfde woord als voor de ark van Noach. Egyptenaren gebruikten dergelijke kistjes ook wel als doodskistjes.
Alle dingen worden geleid, zelfs het huilen van een baby, zodat het ook op Gods tijd mag worden opgemerkt door prinses Hatsjepsoët. Als enige dochter van Thoetmosis I (Hand. 7:21) treedt zij eigenzinnig genoeg op om het kind als eigen te willen opvoeden (Ex. 2:10). Mozes leert aan het hof lezen en schrijven, spraakkunst en stellen, aardrijkskunde, theologie, sterrenkunde, medicijnen en wiskunde.
KARAKTER VAN MOZES
Hij kreeg een goede opleiding (Hand. 7:22) aan het hem later vijandige hof (de mens wikt, God beschikt). Hij was driftig en moest zijn drift leren intomen (Ex. 2:12). Ook al zal hij dat kwaad (Jak. 1:20) er nooit geheel onder krijgen (Num. 12:3), zachtmoedigheid (Num. 12:3) heeft hij evenwel geleerd bij het hoeden van de schapen. Standvastig (Ex. 2:21) in zijn eenmaal gedane keus, ging hij ook weer niet terug om eventueel vergeving te vragen. Ridderlijk stond hij in Midian voor de meisjes op (Ex. 2:17) en hielp hen tegen overlast. Veertig jaar (Hand. 7:29,30) wacht hij geduldig op wat God met hem voor had (in de woestijn). Soms wantrouwde hij zichzelf (Ex. 3:11), soms toonde hij zich onderdanig, toen hij -als tachtigjarige- aan Jethro om verlof vroeg (Ex. 4:18) maar bleek tevens onachtzaam (Ex. 4:23-25) toen hij omwille van Zippora nalatig was in het besnijden van zijn zonen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 september 1980
Mivo +16 | 23 Pagina's