Kerstprogramma Knielen voor het Kind
Zingen: Komt allen tezamen
Komt allen tezamen,
Jubelend van vreugde:
Komt nu, o komt nu naar Bethlehem!
Ziet nu de Vorst der eng’len hier geboren
Komt, laten wij aanbidden,
komt, laten wij aanbidden,
komt, laten wij aanbidden Die Koning!
Lezen: Mattheüs 2:1-12
Gebed
Zingen: Psalm 98:2
Hij heeft gedacht aan Zijn genade,
Zijn trouw aan Isrel nooit gekrenkt;
Dit slaan al ‘s aardrijks einden gade,
Nu onze God Zijn heil ons schenkt.
Juich dan den HEER’ met blijde galmen,
Gij ganse wereld, juich van vreugd;
Zing vrolijk in verheven psalmen
Het heil, dat d’ aard’ in ‘t rond verheugt.
Opzeggen:
Toen de Heere God de aarde
Voortbracht door Zijn grote kracht,
Werd door talrijk’ eng’lentongen
Hem een lofzang toegebracht.
Vrolijk zongen de eng’lenkoren
Tot Gods eer een heerlijk lied;
Hemel, aarde, zee en wolken
Waren voortgebracht uit niet!
Mensen, dieren, planten bomen
Waren er in het paradijs;
álles juichte God ter ere
op een wonderschone wijs.
(Job 38)
Genesis 1:31
En God zag al wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed.
Zingen: Psalm 8:1
HEER’, onze Heer’ , grootmachtig Opperwezen!
Hoe wordt Uw naam op aard’ alom geprezen!
Gij, die den glans van Uwe Majesteit,
Hebt boven lucht en heem‘len uitgebreid.
Opzeggen:
Maar ’t leven dat de mens op aard’ genoot
Is niet zo mooi gebleven.
Door ’t eten van de vrucht, wat God
verbood,
Verloren wij dat reine, mooie leven.
Toen, in Adam, zijn we allen
Van de Heere weggegaan.
Naamloos diep zijn wij gevallen!
Goddeloos is ons bestaan.
Maar God wil naar mensen vragen!
Uit het menselijk geslacht
Worden, naar Zijn welbehagen,
Al de Zijnen toegebracht.
God beloofde eens in Eden
Dat de Christus komen zou
En door alle onmogelijkheden
Blijkt steeds weer: ‘God is getrouw!’
Genesis 3:15
En Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw, en tussen uw zaad en tussen haar zaad; datzelve zal u den kop vermorzelen, en gij zult het de verzenen
vermorzelen.
Zingen: Psalm 8:4
4. Mijn God, wat is de mens dan op deez’ aarde!
De broze mens, hoe klimt hij tot die waarde,
Dat Gij aan hem in zoveel gunst gedenkt;
En ‘s mensen zoon Uw teêrste liefde schenkt!
Opzeggen:
De Heere liet lang wachten.
Maar toen klonk met blijde stem:
‘U kunt heel gauw verwachten,
Gods Zoon in Bethlehem.’
Eng’len moesten gaan verkonden,
Dat God dacht aan Zijn verbond.
Hoor, hoe God tot Zacharias
Eerst een van Zijn eng’len zond.
Enkele maanden later
Daald’ opnieuw een engel neer.
Hij ging naar de maagd Maria;
Heerlijk was zijn boodschap weer!
Want hij ging Maria zeggen
Dat zij moeder worden zou
Van de lang beloofde Heiland,
Van ’t beloofde Zaad der vrouw.
Lukas 1:30 en 31
En de engel zeide tot haar: Vrees niet Maria, want gij hebt genade bij God gevonden. En zie, gij zult bevrucht worden en een Zoon baren, en zult Zijn Naam heten Jezus.
Zingen: Lofzang van Maria: 1 en 3
Mijn ziel verheft Gods eer;
Mijn geest mag blij de Heer’,
mijn Zaligmaker noemen,
Die, in haar lage staat,
Zijn dienstmaagd niet versmaadt,
Maar van Zijn gunst doet roemen.
Hoe heilig is Zijn naam!
Laat volk bij volk te zaâm
Barmhartigheid verwachten;
Nu Hij de zaligheid,
Voor die Hem vreest, bereidt,
Door al de nageslachten.
Opzeggen:
Na veel strijd en moeilijkheden,
Die zij te doormaken had,
Kwam Maria dan met Jozef
In de oude Davidsstad.
Na veel strijd en moeilijkheden,
Die zij te doormaken had,
Kwam Maria dan met Jozef
In de oude Davidsstad.
Eindelijk vonden zij een plekje
In een lege beestenstal.
Daar zou Hij geboren worden,
Die de Heer’ is van ’t heelal.
Voor de grote Hemelkoning
Stond niet eens een wiegje klaar.
Als een Kind werd Hij geboren!
Ja, Hij is de Middelaar.
Lukas 2:7
En zij baarde haar eerstgeboren Zoon, en wond Hem in doeken, en legde Hem neder in de kribbe, omdat voor henlieden geen plaats was in de herberg.
Hij werd arm, opdat Zijn kind’ren
Diep verloren in de schuld,
Door Hem weer met hemelschatten
Rijk’lijk zouden zijn vervuld.
Het wonder bleef niet stil,
Want God koos naar zijn wil
Mensen die het mochten horen
Dat Jezus was geboren.
Zingen: Stille nacht
Stille nacht, heilige nacht!
Davids Zoon, lang verwacht,
Die miljoenen eens zaligen zal,
werd geboren in Bethlehems stal,
Hij, der schepselen Heer,
Hij, der schepselen Heer.
Stille nacht, heilige nacht!
Vreed’ en heil wordt gebracht
aan een wereld, verloren in schuld;
Gods belofte wordt heerlijk vervuld.
Amen, Gode zij eer!
Amen, Gode zij eer!
Vertelling: Wijze mannen aanbidden hét Kind
Zingen: Psalm 72:6 en 11
Ja, elk der vorsten zal zich buigen
En vallen voor Hem neer;
Al ‘t heidendom Zijn lof getuigen,
dienstvaardig tot Zijn eer.
‘t Behoeftig volk, in hunne noden,
In hun ellend’ en pijn,
Gans hulpeloos tot Hem gevloden,
Zal Hij ten Redder zijn.
Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen;
Men loov’ Hem vroeg en spâ;
De wereld hoor’, en volg’ mijn zangen,
Met Amen, Amen na.
Opzeggen:
Wijze mannen uit het Oosten,
Zien een ster en gaan op reis:
Natuurlijk naar Jeruzalem,
Want daar is het paleis.
Maar die Vorst is niet te vinden
In de stad Jeruzalem.
In het paleis van Herodes
Heeft men geen behoeft e aan Hem.
Overpriesters, schrift geleerden,
Goed in ’t Woord van God bekend,
Lezen Micha’s profetieën
Uit het Oude Testament.
En zij zeggen tot de wijzen,
Met een zelfbewuste stem:
‘Christus zal geboren worden
In het stadje Bethlehem.’
Micha 5:1
En gij Bethlehem Efratha, zijt gij klein om te wezen onder de duizenden van Juda? Uit u zal Mij voortkomen Die een Heerser zal zijn in Israël, en Wiens uitgangen zijn vanouds, van de dagen der eeuwigheid.
Als zij de woning binnentreden,
Zien zij geen uiterlijke pracht.
Toch hebben zij Hem aangebeden
En door ’t geloof Hem eer gebracht.
Zingen: Ik kniel aan Uwe kribbe neer
Ik kniel aan Uwe kribbe neer,
O Jezus, Gij mijn leven!
Ik kom tot U en breng U Heer’,
Wat Gij mij hebt gegeven.
O, neem mijn leven, geest en hart,
En laat mijn ziel in vreugd’ en smart,
Bij U geborgen wezen!
Opzeggen:
En Herodes, die dit hoorde,
Dacht: Ik moet straks van mijn troon;
Die zal vast gegeven worden
Aan die grote Koningszoon
Maar dat moet ik toch voorkomen
‘k Sla de kleine kind’ren dood,
En als niemand kan ontkomen,
Is er voor míjn troon geen nood.
’t Goddeloze plan van satan
Werd door God teniet gedaan:
Hij liet Jozef en Maria
Met het Kindje veilig gaan.
Zingen: Psalm 77:8
Heilig zijn, o God, Uw wegen;
Niemand spreek’ Uw hoogheid tegen;
Wie, wie is een God als Gij,
Groot van macht en heerschappij?
Ja, Gij zijt die God, die d’ oren,
Wond’ren doet op wond’ren horen;
Gij hebt Uwen roem alom
Groot gemaakt bij ‘t heidendom.
Opzeggen:
Heel veel jaar is het geleden,
Dat een ster in donkere nacht,
Enkele wijzen uit het Oosten
Tot het Kindje Jezus bracht.
Als ik kijk naar al die sterren
Denk ik daar nog dikwijls aan.
Maar dat is zo lang geleden.
Hoe kan ik tot Jezus gaan?
Ik zal vragen: ‘Heere Jezus,
‘k Heb een hart, boos en onrein.
Maar wilt U daar toch in wonen?
Dan alleen zal het kerstf eest zijn!’
Zingen: Psalm 68:17
Hoe groot, hoe vrees’lijk zijt G’ alom,
Uit Uw verheven heiligdom,
Aanbid’’lijk Opperwezen!
‘t Is Isrels God, Die krachten geeft ,
Van Wien het volk zijn sterkte heeft.
Looft God; elk moet Hem vrezen.
dankgebed
Zingen: Ere zij God
Ere zij God, ere zij God,
in de hoge, in de hoge, in de hoge.
Vrede op aarde, vrede op aarde,
in de mensen een welbehagen.
Ere zij God in de hoge;
ere zij God in de hoge.
Vrede op aarde, vrede op aarde,
vrede op aarde, vrede op aarde.
In de mensen, in de mensen, een welbehagen,
in de mensen, een welbehagen, een welbehagen.
Ere zij God, ere zij God,
in de hoge, in de hoge, in de hoge,
Vrede op aarde, vrede op aarde,
in de mensen een welbehagen.
Amen, amen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 december 2018
Kompas +10 werkboekje | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 december 2018
Kompas +10 werkboekje | 12 Pagina's