JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

'Immanuël'

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

'Immanuël'

7 minuten leestijd

Zingen: Psalm 68: 10

Geloofd zij God met diepst ontzag!
Hij overlaadt ons, dag aan dag,
Met Zijne gunstbewijzen;
Die God is onze zaligheid.
Wie zou die hoogste Majesteit
Dan niet met eerbied prijzen?
Die God is ons een God van heil;
Hij schenkt, uit goedheid, zonder peil,
Ons 't eeuwig, zalig leven;
Hij kan, èn wil, èn zal in nood,
Zelfs bij het naad'ren van den dood,
Volkomen uitkomst geven.

Lezen: Mattheüs 1: 18-25

Gebed

Zingen: Psalm 98 : 1 en 2

1. Zingt, zingt een nieuw ge zang den HEERE,
Dien groten God, Die wond’ren deed.
Zijn rechterhand, vol sterkt’ en ere,
Zijn heilig’ arm, wrocht heil na leed.
Dat heil heeft God nu doen verkonden,
Nu heeft Hij Zijn gerechtigheid,
Zo vlekkeloos en ongeschonden,
Voor ‘t heidendom ten toon gespreid.

2. Hij heeft gedacht aan Zijn genade,
Zijn trouw aan Isrel nooit gekrenkt.
Dit slaan al ‘s aardrijks einden gade,
Nu onze God Zijn heil ons schenkt.
Juich dan den HEER’ met blijde galmen,
Gij ganse wereld, juich van vreugd.
Zing vrolijk in verheven psalmen
Het heil, dat d’ aard’ in ‘t rond verheugt.

Vertelling: Immanuel

Zingen: Psalm 46: 4

De HEER’, de God der legerscharen,
Is met ons, hoedt ons in gevaren.
De HEER’ de God van Jakobs zaad,
Is ons een burg, een toeverlaat.
Komt, wilt op ‘s HEEREN daden merken;
Aanschouwt des Hoogsten grote werken;
Zijn macht, die nooit te stuiten is,
Maakt d’ aarde tot een wildernis.

Opzeggen:
Immanuël, dat betekent: God-met-ons. Hoe kan dat? Hoe kan de Heere met ons zijn? Wij zijn toch zondaren? Wij zijn toch zelf bij de Heere vandaan gegaan?

“Van de boom der kennis des goeds en des kwaads, daarvan zult gij niet eten, want ten dage als gij daarvan eet, zult gij de dood sterven.”

“En de vrouw zag dat die boom goed was tot spijze en dat hij een lust was voor de ogen, ja, een boom die begeerlijk was om verstandig te maken; en zij nam van zijn vrucht en zij at en zij gaf ook haar man met haar en hij at.”

Zingen: Psalm 106: 4

Wij hebben God op ‘t hoogst misdaan;
Wij zijn van ‘t heil-spoor afgegaan.
Ja, wij en onze vaad’ren te vens,
Verzuimend’ alle trouw en plicht,
Vergramden God, den God des levens,
Die zoveel wond’ren had verricht.

Opzeggen:
Ja, zo is het. Wij zijn van het heilspoor afgegaan. Wij zélf zijn bij de Heere vandaan gegaan. Adam en Eva en ook wij. We dachten het wel zonder God te kunnen.

De zonde in de hof van Eden Heeft ons de duisternis gebracht. Wij hebben het gebod vertreden, Een engel staat er nu op wacht.

Wij wilden niet meer bij God zijn, Wij kozen bij Hem weg te gaan. Wij zonder God, o wat een pijn, Wat hebben we een kwaad gedaan.

Maar dan is daar het wonder: de Heere verlaat de mensen niet! Hij zoekt hen op in Zijn genade! Hij belooft dat Hij Zijn Zoon zal zenden. Hij zal komen naar mensen die niet naar Hem vragen.

Zingen: Nu daagt het in het oosten

Nu daagt het in het oosten,
het licht schijnt overal:
Hij komt de volken troos ten,
die eeuwig heersen zal.

2. De duisternis gaat wijken
van de eeuwenlange nacht.
Een nieuwe dag gaat prijken
met ongekende pracht.

Opzeggen:
De Heere stuurt de profeet Jesaja met een heerlijke belofte: “Zie, een maagd zal zwanger worden, en zij zal een Zoon baren, en Zijn naam IMMANUËL heten.”

Hoor wat ik u nu vertel:
Zijn naam zal zijn Immanuël.
Dat is liefde en genade!
God, Die haat het kwade,

Wil in Jezus met ons zijn,
Maakt door Hem van zonden rein.

Heeft de Heere je laten zien dat je leeft
zonder Hem?
Heb je door Zijn Geest leren verlangen,
dat Hij met je zal zijn?
Dat Hij uit genade ook jouw Immanuël
wil zijn?

Zingen: O, kom Immanuel

O kom, o kom Immanuël,
Verlos Uw volk, Uw Israël,
Herstel het van ellende weer,
Zodat het looft Uw naam, o Heer’!
Weest blij, weest blij, o Israël!
Hij is nabij Immanuël!

Opzeggen:
Wat heeft de Heere in het Oude Testament al vaak laten zien dat Hij bij zondaren wil
zijn. Waar mensen in nood zijn, wil de Heere laten merken dat het waar is: Immanuël:
God-met-ons.

Daar staat het volk Israël bij de Rode Zee. Dat gaat verkeerd. De zee voor hen, de
Egyptenaren achter hen. Ze zullen sterven… Nee! Want de Heere is met hen: Immanuël!
Zie je de wolkkolom? De Heere is er, Israël wordt gered.

Zingen: Psalm 77: 9

Door Uw arm en alvermogen,
Hebt Gij Isrel uitgetogen;
Jakobs kind'ren, Jozefs zaad
Vrijgemaakt van Faro's haat.
't Water zag, o God, U komen;
't Water zag U, en de stromen
Steigerden vol schrik omhoog;
D' afgrond werd beroerd en droog.

Opzeggen:
Daar staat David tegenover Goliath. Alleen tegenover de reus… Nee, niet alleen!
De Heere is met hem: Immanuël. Goliath wordt verslagen!

Daar gaan Sadrach, Mesach en Abed-Nego de vurige oven in. Ze weigerden te buigen
voor het beeld van Nebukadnezar. Sterven moeten ze… Nee! De Heere is met hen:
Immanuël! In de oven. Het vuur deert hen niet. Ze mogen leven!

Zingen: O, kom Immanuel, vers 2

2. O kom, Gij wortel Isaï,
verlos ons van de ti rannie,
van alle goden dezer eeuw,
o Herder, sla de boze leeuw!
Weest blij, weest blij, o Israël!
Hij is nabij, Immanuël.

Opzeggen:
“Wees gegroet, gij begenadigde,
de Heere is met u!”
Wie krijgt deze boodschap?
Maria! “Gij zult een Zoon baren
en Zijn naam heten Jezus!”

De Heere is met u. Dat kan alleen
omdat die Zoon, de Heere Jezus,
de Immanuël is. God Zèlf zal op
aarde komen om met zondaren
te zijn. Om hen te zoeken en
zalig te maken.

Zingen: Lofzang van Maria : 1, 3

Mijn ziel verheft Gods eer.
Mijn geest mag blij de Heer’
Mijn Zaligmaker noemen,
Die in haar lage staat,
Zijn dienstmaagd niet versmaadt,
Maar van Zijn gunst doet roemen.

3. Hoe heilig is Zijn naam!
Laat volk bij volk te zaâm
Barmharti gheid verwachten;
Nu Hij de zaligheid,
Voor die Hem vreest, bereidt,
Door al de nageslachten.

Opzeggen:
Jozef en Maria beiden
Horen naar des keizers stem.
Samen moeten zij gaan reizen
Naar het stadje Bethlehem.

En daar wordt het Kind geboren
In het donker van de nacht.
Maar dat Kindje is de Heere,
Door de vaderen verwacht.

Ja, de Koning is gekomen
In een kribbe, in een stal.
Opdat Hij in zondaarsharten
Ook als Koning heersen zal.

Opzeggen:
Jozef en Maria hebben zich
verwonderd gebogen over dit Kind.
“De Heere is met u,” had de engel tegen
Maria gezegd. En nu zien ze het. Daar
ligt Hij. God-met-ons!

Maar ze zien het niet alleen, ze merken
het ook in hun hart. Daar is zo’n grote
vrede. Door dit Kind wil de Heere in
hun hart wonen.

Zingen: Ik kniel aan Uwe kribbe neer

Ik kniel aan Uwe kribbe neer,
O Jezus, Gij mijn leven!
Ik kom tot U en breng U Heer’,
Wat Gij mij hebt gegeven.
O, neem mijn leven, geest en hart,
En laat mijn ziel in vreugd’ en smart,
Bij U geborgen wezen!

Opzeggen:
Hoe kán de Heere met ons zijn?
Omdat Immanuël is gekomen. Omdat Hij, God, Mens geworden is.
“Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.”

Hoe kan Hij met ons zijn?
Omdat Hij wilde sterven aan het kruis. Toen was God niet met Hèm. Hij was alleen.

Orgel of instrumenten spelen de eerste vier regels van Psalm 22.

Opzeggen:
“Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?”
Opdat wij tot God genomen en nimmermeer van Hem verlaten zouden worden.

worden. Immanuël. God-met-ons. Dat heeft Hij beloofd: “Ziet, Ik ben met u al de dagen tot de voleinding der wereld.” Hij is nu niet meer op de aarde en toch… waar je ook bent en wie je ook bent: Hij zegt: “Zie, Ik ben met u.”

Heb jij Hem door genade ook zo leren kennen? Dan mag je het verwonderd zeggen: IMMANUËL, God-met-ons. Ja, God met mij.

Dan mag je mee gaan zingen: Hoe zal ik U ontvangen? Hoe wilt Gij zijn ontmoet? Want dan is deze Immanuël door genade je hoogst verlangen en je allerhoogste goed. 

Zingen: Hoe zal ik U ontvangen

Hoe zal ik U ontvangen,
Hoe wilt Gij zijn ontmoet?
O, ’s werelds hoogst verlangen,
Des sterv’lings zaligst goed?
Dat ons Uw Geest verlichte!
Houd Zèlf de fakkel bij,
Die, Heer’, ons onderrichte
Wat U behaag’ lijk zij.

Dankgebed

Zingen: Psalm 136: 1, 4 en 26

Looft den HEER’, want Hij is goed;
Looft Hem met een blij gemoed;
Want Zijn gunst, al om verspreid,
Zal bestaan in eeuwigheid.

4. Looft Gods macht, die, onbeperkt,
Gadeloze wond’ren werkt;
Want Zijn gunst, alom verspreid,
Zal bestaan in eeuwigheid.

26. Geeft den God des hemels eer;
Lof zij aller scheps’len Heer’;
Want Zijn gunst, alom verspreid,
Zal bestaan in eeuwigheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 2016

Kompas +10 werkboekje | 12 Pagina's

'Immanuël'

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 2016

Kompas +10 werkboekje | 12 Pagina's