JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Kerstprogramma 2013 ; Gelovig uitzien

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerstprogramma 2013 ; Gelovig uitzien

6 minuten leestijd

Zingen: Psalm 98: 2

Hij heeft gedacht aan Zijn genade,
Zijn trouw aan Isrel nooit gekrenkt;
Dit slaan al ‘s aardrijks einden gade,
Nu onze God Zijn heil ons schenkt.
Juich dan den HEER met blijde galmen,
Gij ganse wereld, juich van vreugd;
Zing vrolijk in verheven psalmen
Het heil, dat d’aard’ in ‘t rond verheugt.

Lezen: Lukas 2: 22-38

Gebed

Zingen: Psalm 93: 4

Uw macht is groot, Uw trouw zal nooit vergaan;
Al wat Gij ooit beloofd hebt, zal bestaan;
De heiligheid is voor Uw huis, o HEER,
Eeuw uit, eeuw in, tot sieraad en tot eer

Spreekstemmen:

1. Toen Adam in het paradijs
niet luisterde naar God,
maar at van de verboden boom,
trof hem een droevig lot.

2. Hij had, door ongehoorzaamheid,
zichzelf en ’t nageslacht
in grote smart en diep’ ellend’,
ja, in de dood gebracht.

3. De Heere, Die rechtvaardig is,
geeft op de zonde straf.
Betaling eist het Godd’lijk recht;
daar gaat God niet van af.

4. De mens gaat nooit in eigen kracht
tot God, Die hij verliet.
Hij wil niet doen wat God beveelt,
maar ook, hij kàn het niet.

5. Maar God heeft Zelf een weg bedacht.
Toen Adam van Hem vlood,
heeft God in liefde hem gezocht,
hem troostend in die nood.

6. De Heere Zelf heeft toen beloofd
aan Adam en zijn vrouw,
dat eens Zijn eigen lieve Zoon
op aarde komen zou.

7. En Ik zal vijandschap zetten tussen u en
tussen deze vrouw, en tussen uw zaad
en haar Zaad; Datzelve zal u de kop
vermorzelen, en gij zult Het de verzenen
vermorzelen. (Genesis 3: 15)

8. Dat was de eerste profetie
van Christus’ komst op aard’.
Dit grote wonder van genâ
is al onz’ aandacht waard!

Instrumenten spelen melodie Psalm 130

Uit diepten van ellenden
Roep ik, met mond en hart,
Tot U, die heil kunt zenden;
O HEER, aanschouw mijn smart;
Wil naar mijn smeekstem horen;
Merk op mijn jammerklacht;
Verleen mij gunstig’ oren,
Daar ‘k in mijn druk versmacht.

Zingen: Psalm 130: 3 en 4

Ik blijf de HEER’ verwachten;
Mijn ziel wacht ongestoord;
Ik hoop in al mijn klachten,
Op Zijn onfeilbaar woord;
Mijn ziel, vol angst en zorgen,
Wacht sterker op de HEER’,
Dan wachters op de morgen;
De morgen, ach, wanneer?

Hoopt op de HEER’, gij vromen;
Is Israël in nood,
Er zal verlossing komen;
Zijn goedheid is zeer groot.
Hij maakt, op hun gebeden,
Gans Israël eens vrij
Van ongerechtigheden;
Zo doe Hij ook aan mij.

Spreekstemmen:

9. Als de Heere iets belooft,
Zal Hij op Zijn eigen tijd
Zeker de vervulling geven,
Ook al gaat het vaak door strijd.

10. Mensen kunnen iets vergeten;
Zo is ’t met de Heere niet.
Wat Hij zegt, zal vast gebeuren,
Schoon ons oog ’t niet altijd ziet.

11. ’t Gaat wel vaak door moeilijkheden;
Anders, dan door ons gedacht.
Maar God zàl Zijn Woord vervullen.
Soms verrassend, onverwacht.

12. God is geen man, dat Hij liegen zou, noch eens mensen kind, dat het Hem berouwen zou; zou Hij het zeggen en niet doen, of spreken en niet bestendig maken? (Numeri 23: 19)

13. Velen wachtten door ’t geloof
op ’t beloofde Zaad der vrouw.
Zagen vol verlangen uit
totdat Hij verschijnen zou.

14. Ze voelden dat Gods heilig recht
de zonden straffen moet.
Verlossing is slechts mogelijk
door Christus’ dierbaar bloed.

Zingen: Hoe zal ik u ontvangen

Hoe zal ik U ontvangen,
hoe wilt Gij zijn ontmoet.
O ‘s werelds hoogst verlangen,
des sterv’ lings zaligst goed?
Dat ons uw Geest verlichte
Houd Zelf de fakkel bij,
die Heer’ ons onderrichte
wat U behaag’ lijk zij.

‘k Lag machteloos gebonden,
Gij komt en maakt mij vrij;
ik was bevlekt met zonden,
Gij komt en reinigt mij.
Het leven was mij sterven,
tot Gij mij op deed staan;
Gij doet mij schatten erven,
die nimmermeer vergaan.

Spreekstemmen:

15. Waarom noemt gij Hem onze Heere?
Omdat Hij ons met lichaam en ziel van al onze zonden, niet met goud of met zilver, maar met zijn dierbaar bloed gekocht, en van alle heerschappij des duivels verlost heeft, en ons alzo zich tot een eigendom gemaakt.
(Heidelbergse Catechismus, vraag en antwoord 34)

16. Velen mochten Hem aanschouwen
met de ogen van ’t geloof;
en ze leefden in ’t vertrouwen:
‘God doet, wat Hij heeft beloofd!’

17. En het geschiedde, als zij daar waren, dat de dagen vervuld werden, dat zij baren zoude. En zij baarde haar eerstgeboren Zoon, en wond Hem in doeken, en legde Hem
neder in de kribbe, omdat voor henlieden geen plaats was in de herberg. (Lukas 2: 6 en 7)

18. Daar komt Hij nu, Die was beloofd
van al Zijn heerlijkheid beroofd.
Toch is Hij Heer’ der Heeren,
en ieder moet Hem eren!

19. Hij daalde naar de aarde neer
en hoor, een loflied klinkt nu weer!
Maria zingt haar lofzang voor Hem
Vol eerbied klinkt haar stem:

Zingen: Lofzang van Maria vers 1 en 3

Mijn ziel verheft Gods eer;
mijn geest mag blij den Heer,
mijn Zaligmaker noemen,
Die, in haar lagen staat,
Zijn dienstmaagd niet versmaadt,
maar van Zijn gunst doet roemen.

Hij heeft, na lang geduld,
Met goederen vervuld
Der hongerigen monden;
Hij zag geen rijken aan;
Maar heeft z’ in hunnen waan,
Gans ledig weggezonden.

Vertelling

Zingen: Lofzang van Simeon vers 1 en 2

Zo laat Gij, Heer', Uw knecht,
Nnaar 't woord hem toegezegd,
thans henengaan in vrede;
nu hij Uw zaligheid,
zo lang door hem verbeid,
gezien heeft, op zijn bede.

Een licht, zo groot, zo schoon,
Gedaald van ‘s hemels troon,
Straalt volk bij volk in d’ ogen;
Terwijl ‘t het blind gezicht
Van ‘t heidendom verlicht,
En Isrel zal verhogen.

Spreekstemmen:

20. Zo waren er toch altijd vromen,
die met hun zonden en hun schuld,
beleefden: ‘Wanneer zal Hij komen,
Die ook voor mij Gods wet vervult?’

21. Ze zagen uit met stil vertrouwen
naar Hem, ’t beloofde Zaad der vrouw.
O, mochten ze Hem eens aanschouwen,
Die al hun schuld verzoenen zou…

22. Ook Simeon mocht met verlangen,
gelovig uitzien naar de dag,
dat hij zijn Heiland zou omvangen,
en dat Hij in zijn armen lag.

23. En hem was een Goddelijke openbaring gedaan door de Heilige Geest, dat hij de dood niet zien zou, eer hij de Christus des Heeren zou zien. (Lukas 2: 26)

24. Ja, hij mocht er ook op wijzen,
met het oog op Hem gericht,
dat Hij voor de blinde heidenen
is gekomen als een Licht.

25. En nog meer mag hij vertellen
van het heil, door God bereid,
want de Heiland zal ook wezen
Israël tot heerlijkheid.

26. God heeft Zelf Zijn Zoon gezonden
om een volk, in diepe nood,
te verlossen van de zonden,
te bevrijden van de dood!

27. Want de Heere heeft gesproken,
geeft ook nu nog hoop en moed.
Nooit heeft Hij Zijn woord gebroken:
God is ‘t, Die ’t belooft en doet!

Zingen: Psalm 31: 15

Hoe groot is ‘t goed, dat Gij zult geven
Hem, wiens oprechte geest
Op U betrouwt, U vreest!
Hoe groot is ‘t heil, dat G’ in dit leven,
Ver boven beed’ en wensen,
Reeds wrocht voor ‘t oog der mensen!

Spreekstemmen:

28. Ook aan kinderen wil Hij geven
door Zijn Woord en door Zijn Geest,
dat ze weer voor Hem gaan leven,
dat hun hart Hem dient en vreest.

29. Wij zijn arm en diep verloren,
maar God neemt nog zondaars aan
omdat Jezus werd geboren;
Hij heeft aan Gods recht voldaan.

30. Daarom moeten we in ons leven,
of we groot zijn of nog klein,
smeken: ‘Heere, wil mij geven,
uit genade Uw kind te zijn!’

Zingen: Ere zij God

Ere zij God, ere zij God
in de hoge, in de hoge, in de hoge.
Vrede op aarde, vrede op aarde
in de mensen een welbehagen.
Ere zij God in de hoge,
ere zij God in de hoge.
Vrede op aarde, vrede op aarde,
vrede op aarde, vrede op aarde,
in de mensen, in de mensen
een welbehagen, in de mensen
een welbehagen, een welbehagen.
Ere zij God, ere zij God
in de hoge, in de hoge, in de hoge.
Vrede op aarde, vrede op aarde
in de mensen een welbehagen.
Amen, amen.


Voor een deel van dit kerstprogramma is met toestemming van de uitgever gebruik gemaakt van ‘Een licht, zo groot, zo schoon’ door Christien de Priester
(Uitgeverij Den Hertog Houten, 2004).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 2013

Kompas +10 werkboekje | 12 Pagina's

Kerstprogramma 2013 ; Gelovig uitzien

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 2013

Kompas +10 werkboekje | 12 Pagina's