Kerstprogramma: Hij komt!
Zingen: Psalm 118:12 en 13
Dit is de dag, de roem derdagen,
Dien Isrels God geheiligd heeft,
Laat ons verheugd van zorg ontslagen,
Hem roemen, Die ons blijdschap geeft.
Och Heer', geef thans uw zegeningen;
Och Heer', geef heil op dezen dag.
Och, dat men op deez' eerstelingen
Een rijken oogst van voorspoed zag.
Gezegend zij de grote Koning,
Die tot ons komt in 's Heeren Naam;
Wij zeeg'nen u uit 's Heeren woning;
Wij zegenen u al te zaam.
De Heer' is God, door Wien w' aanschouwen
Het vrolijk licht, na bang gevaar.
Bindt d' offerdieren dan met touwen
Tot aan de hoornen van 't altaar.
Bijbellezen: Lukas 2:1-20
Gebed
Zingen: Psalm 106:1
Looft God, den trouwen Opperheer!
Geeft, geeft Hem vrolijk roem en eer,
Wiens goedheid perken kent, noch palen.
Maar wie, hoe hoog verlicht hij zij,
Wie kan Zijn mogendheen verhalen,
Zijn lof verbreiden naar waardij?
Spreekstem:
In de beginne schiep God de hemel en de aarde. En God zag at wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed.
Spreekstem:
Liefde, vrede, licht en leven
Waren eens in 't Paradijs.
God werd lof en eer gegeven,
op een glorierijke wijs.
Nergens waren er nog zonden,
Niemand kende dus verdriet.
Slechts 't volmaakte werd gevonden,
onvolmaaktheid was er niet.
Spreekstem:
Gods schone schepping werd door ons ontluisterd,
Wij hoorden naar de eerste leugenaar,
Die door de slang met sluwheid had gefluisterd:
Wat God tot u gezegd heeft, is niet waar.
In deze grote nood liet God ons horen:
Er is een Weg die tot het leven leidt.
Ik heb uit Eva's zaad een Man verkoren
Die zal voldoen aan Mijn gerechtigheid.'
Spreekstem:
Hij zal de werken van de hel verstoren,
de vijand vellen in een harde strijd.
Ik heb de wereld lief, die ligt verloren,
En in Mijn Zoon vindt gij uw zaligheid.
Waar eerst de hemel was gesloten,
is door de Heere Zelf een Weg bedacht,
een enge poort des levens werd ontsloten.
Het Licht des levens kwam in duist're nacht.
Spreekstem:
Al heel vroeg zond de Heere getuigen van Zijn komst. Zo spreekt Jakob al van de komende Verlosser:
De scepter zal van Juda niet wijken, noch de wetgever van tussen zijn voeten, totdat Silo komt, en Denzelve zullen de volken gehoorzaam zijn.
En Mozes zegt: "Een Profeet uit het midden van u, uit uw broederen, als mij zal u de HEERE, uw God verwekken; naar Hem zult gij horen".
Zingen: Reeds in overoude tijden
(wijs: Wat de toekomst brengen moge)
Reeds in over oude tijden,
sprak het woord der profetie
van het Rijsje dat zou komen
uit de tronk van Isaï.
Van het Licht dat zou verrijzen
in der wereld duist're nacht
van de ruste die zou komen,
waar de moede ziel naar smacht.
Abram zag die dag van verre,
door 't geloof en was verblijd.
Jacob wachtte op zijn sterfbed
van de Silo zaligheid.
Mozes sprak van de Messias,
van de Leraar en Profeet,
Die Zijn volk zal onderwijzen
Als 't in Zijne wegen treedt.
Spreekstem:
Zo wachtte men verlangend op Zijn dag,
En profeteerde: Een Zoon is ons geboren!
De hele wereld moest die juichtoon horen,
Dat ieder door 't geloof dat wonder zag.
Zij wisten dat de Morgenzon zou gloren,
en maakten van Gods daden groot gewag:
een blijde boodschap voor het droef geklag
van reddelozen, in zichzelf verloren.
Spreekstem:
Maleachi 3:1
Zie, Ik zend Mijn engel, die voor Mijn aangezicht de weg bereiden zal; en snel lijk zal tot Zijn tempel komen die Heere Die gijlieden zoekt, te weten de Engel des verbonds, aan Dewelke gij lust hebt; zie, Hij komt, zegt de HEERE der heerscharen.
De laatste der profeten zei:
'Hij, Die gij zoekt, is zeer nabij.
De Engel des Verbonds komt snel.'
Zo sprak Hij naar Gods hoog bevel.
Zingen: Nu daagt het in het oosten
Nu daagt het in het oosten.
Het licht schijnt overal
Hij komt de volken troosten,
Die eeuwig heersen zal.
De duisternis gaat wijken
Van d'eeuwenlange nacht.
Een nieuwe dag gaat prijken
Met ongekende pracht.
De zonne, voor wier stralen
Het nacht'lijk duister zwicht,
En die zal zegepralen,
is Christus, 't eeuwig Licht!
Vertelling: Hij komt!
Zingen: Lofzang van Zacharias: 1, 4 en 5
Lof zij den God van Israël,
De Heer', die aan Zijn erfvolk dacht,
En, door Zijn liefderijk bestel,
Verlossing heeft teweeg gebracht;
Een hoorn des heils heeft opgerecht;
't Geen Davids huis was toegezegd,
Dat wil Hij ons nu schenken;
Gelijk Gods trouw, van 's aardrijks ochtendstond,
Door der profeten wijze mond,
Zich hiertoe aan de vaderen verbond.
God had hun, tot hun troost, gemeld,
Hoe Zijn gena ons redden zou
Van onzer haat'ren wreed geweld;
Nu blijkt Zijn onverwrikb're trouw;
Nu toont Hij Zijn barmhartigheid,
Van ouds den vaad'ren toegezeid,
En dat Hij wil gedenken
Aan 't heilverbond, aan dien gestaafden eed,
Dien Hij weleer aan Abram deed,
Aan Zijn verbond, dat van geen wank'len weet.
Voor elk, die in het duister dwaalt,
Verstrekt deez' zon een helder licht,
Dat hem in schauw des doods bestraalt,
Op 't vredepad zijn voeten richt.
Spreekstem:
De Heere Jezus is gekomen, zoals Hij gezegd had: Zie Ik kom, in de rol des boeks is van Mij geschreven; Ik heb lust, o Mijn God, om Uw welbehagen te doen; en Uw wet is in het midden Mijns ingewands.
Hij wilde lijden en sterven om zondige mensen te kunnen verlossen van hun zonden en hen weer een plaats bij de Heere te geven.
Spreekstem:
Heiland, Christus, aller Heer',
Die voor mensen daalde neer,
opdat zij van zonden rein,
weer Gods kind'ren zouden zijn.
Spreekstem:
Licht dat in de duisternis,
ons van God gezonden is,
Gij vervult met hemelgloed
't koud en ledig aards gemoed.
Als een dienstknecht kwaamt Gij neer,
keerde als een Koning weer,
maakte zondeslaven vrij,
doe dat, Heiland, ook aan mij!
Zingen: Geloofd die komt in 's Heeren Naam!
(wijs: Dit is de dag die God ons schenkt)
Geloofd, die komt in 's Heeren Naam!
Wij christ'nen zeeg'nen U te zaam,
U, Vredevorst, der vaad'ren wens,
U, Zaligmaker, God en Mens!
Zingen: In de stad van koning David
In de stad van koning David,
in een nederige stal,
lag een Kindje in de kribbe,
't was de Koning van 't heelal.
Jezus Christus, God en Heer',
Daald' op aard' als Redder neer!
Hij zocht woning op de aarde
om te redden van de dood.
allen, die in Hem geloven,
die Hem zoeken in hun nood.
Jezus Christus,God en Heer',
Daald' op aard' als Redder neer!
Eenmaal zal Hij wederkomen,
Die eens woonde in een stal.
Hij zal komen op de wolken,
zodat elk aanschouwen zal.
Jezus Christus, God en Heer',
Daald' op aard' als Redder neer!
Spreekstem:
Voordat de Heere Jezus naar de hemel voer, heeft Hij tegen Zijn discipelen gezegd: En zie, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld.
Hij is opgevaren naar de hemel. Daar zit Hij nu aan de rechterhand van Zijn Vader. Maar Hij komt weder om te oordelen de levenden en de doden.
Spreekstem:
Wat troost u de wederkomst van Christus? Dat ik in alle droefenis en vervolging met opgeheven hoofd even Dezelfde, Die zich tevoren om mijnentwil voor Gods gericht gesteld en al de vloek van mij weggenomen heeft, tot een Rechter uit de hemel verwachte, die al Zijn en mijn vijanden in de eeuwige verdoemenis werpen, maar mij met alle uitverkorenen tot zich in de hemelse blijdschap en heerlijkheid nemen zal.
Spreekstem:
Hij heeft beloofd: En zie, Ik kom haastelijk; en Mijn loon is met Mij, om een iegelijk te vergelden, gelijk zijn werk zal zijn. Die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom haastelijk. Zie jij daar naar uit? Verlang je daar naar?
Zingen: Nog eens zal Hij verschijnen
(wijs: Hoe zal ik u ontvangen?)
Nog eens zal Hij verschijnen
als Rechter van 't heelal,
die trotsen doet verdwijnen,
maar kleinen kronen zal.
Nu zingt de kerk haar zangen,
de Geest zegt met de bruid:
Kom Heer, wij zien verlangend
naar Uw verschijning uit.
Spreekstem:
Immanuel, zo klinkt één van Zijn Namen,
Door Zijn komst brengt Hij God en zondaar samen.
De morgenster blinkt in de duistere nacht.
Er is heil te krijgen voor Adams geslacht.
Spreekstem:
Eens zal de Heere wederkomen.
Als de laatste bazuin geblazen heeft.
Hoe ontzagwekkend zal dat wezen.
Als God de doden leven geeft.
Eens zal de Heere wederkomen.
Als de laatste bazuin geblazen heeft.
Zo troost elkaar met deze woorden:
Hij die in Mij gelooft, hij leeft.
Zingen: Psalm 98:1 en 4
Zingt, zingt een nieuw gezang den Heere,
Dien groten God, die wond'ren deed.
Zijn rechterhand, vol sterkt' en ere,
Zijn heilig' arm wrocht heil na leed.
Dat heil heeft God nu doen verkonden,
Nu heeft Hij Zijn gerechtigheid,
Zo vlekkeloos en ongeschonden.
Voor 't heidendom ten toon gespreid.
Laat al de stromen vrolijk zingen,
De handen klappen naar omhoog;
't Gebergte vol van vreugde springen
En hupp'len voor des Heeren oog.
Hij komt, Hij komt, om d'aard'te richten,
De wereld in gerechtigheid;
Al't volk, daar't wreed geweld moet zwichten,
Wordt in rechtmatigheid geleid.
Spreekstem:
Arm is Hij op aard' gekomen,
aan een Mensenkind gelijk
en nu maakt Hij al Zijn kind'ren
door genade heel erg rijk.
Spreekstem:
Nee, niet rijk aan aardse dingen,
maar ze worden rijk in God.
't Eeuwig, zalig hemelleven
Wacht hen als een heerlijk lot.
Ja, de Koning is geboren
in een kribbe, in een stal
opdat Hij Zijn vele schapen
als een Herder leiden zal.
Zingen: De Heiland is gekomen
(wijs: 't was nacht in Beth'lems dreven)
De Heiland is gekomen in Beth' lems kleine stal,
Die voor miljoenen vromen een Herder wezen zal
Die voor miljoenen vromen een Herder wezen zal.
Dankgebed
Zingen: Psalm 130:4
Hoopt op den Heer', gij vromen;
Is Israel in nood,
Er zal verlossing komen;
Zijn goedheid is zeer groot.
Hij maakt, op hun gebeden,
Gans Israel eens vrij
Van ongerechtigheden;
Zo doe Hij ook aan mij.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 november 2010
Kompas +10 werkboekje | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 november 2010
Kompas +10 werkboekje | 16 Pagina's