JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Izak - waar is het lam?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Izak - waar is het lam?

'Kinderen in de Bijbel'

3 minuten leestijd

Kijk, daar graast een grote kudde schapen! Sommige schapen liggen rustig in het gras. De herder overziet zijn kudde. Het is zijn kudde, het zijn zíjn schapen; die schapen zijn hem alles waard! Plotseling komt er een waakzame blik in zijn ogen… wat ziet hij daar in de verte? Is het een roofdier? Vlug pakt hij zijn slinger. Hij moet het roofdier op afstand houden. En als het hem met zijn slinger niet lukt, dan zal hij vechten met het roofdier, net als de herdersjongen David. Zijn leven zal gevaar lopen, maar hij zal zijn schapen niet overgeven aan het roofdier…

Samen nadenken
De Heere Jezus vertelde de mensen een gelijkenis over een herder en zijn schapen. “De Goede Herder stelt Zijn leven voor de schapen,” zei Hij. Wat bedoelde de Heere Jezus daarmee?


KIES HET GOEDE ANTWOORD

Achter elk antwoord staat een letter. Zet die in de laatste kolom.

1. Abraham moest zijn zoon … gaan offeren Izak (w) Ismaël (m)
2. De Heere noemt hem Abrahams … zoon. eerste (ij) enige (a)
3. Dat moest hij gaan doen op één van bergen van het land .. Gosen (n) Moria (a)
4. Abraham gehoorzaamde meteen (r) na drie dagen (v)
5. De reis duurde wel … dagen drie (i) vier (a)
6. Izak droeg … het vuur en het mes (d) het hout (s)
7. Onderweg naar de top van de berg vroeg hij naar … het lam (h) het geitenbokje (e)
8. Bovenop de berg bouwde Abraham een … altaar (e) muur (r)
9. Toen vertelde hij zijn zoon … wat de Heere wilde (t) hij graag wilde (w)
10. Izak … liet zich binden (l) wilde niet (a)
11. De Heere riep Abraham en zei dat hij Izak … moest doden. niet (a) wel (n)
12. Op het altaar werd …. geofferd. een lam (t) een ram (m)

Je leest dan:

Vragen
1. Wie vroeg dat?
2. Aan wie vroeg hij dat?
3. Waarom vroeg hij dat?
4. Welk antwoord kreeg hij?
5. Wat betekende dat, kun je dit in je eigen woorden zeggen?
6. Wat gebeurde er toen?
7. Hoe is dat later ook nog gebeurd?
8. Wat betekent dat voor jou?


Wat zou jij zeggen?

Abraham zei tegen zijn zoon dat de Heere wilde dat hij hem zou offeren. Izak gehoorzaamde het bevel van de Heere. Dat betekende wel dat hij moest sterven. Hoe zou jij je voelen als dit tegen jou gezegd zou worden? Waarom?

Ik zou heel bang zijn en wegrennen, …

Ik zou heel boos worden…

Ik weet het niet…

Wat hoort bij Izak

Welke plaatjes horen bij Izak? Zet bij die plaatjes een I. De andere plaatjes horen bij de Heere Jezus. Kun je vertellen waarom?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2019

Kompas -10 werkboekje | 8 Pagina's

Izak - waar is het lam?

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 2019

Kompas -10 werkboekje | 8 Pagina's