Laat de kinderen tot Mij komen
'Kinderen in de Bijbel'
Bah! Met een boos gezicht loopt Sarah naar boven om haar hoed op te halen. Waarom moet ze van papa nu persé mee naar de kerk en mag ze niet bij mama blijven om op Matthias te passen? Ze snapt toch lang niet alles wat de dominee zegt. De kerk is toch voor grote mensen?
Even later zit Sarah naast papa in de kerk. Ze hebben net gezongen en de dominee gaat beginnen met zijn preek. Hij kijkt de kerk rond en zegt: “Wat ben ik blij dat ik vanavond nog zoveel kinderen zie! Misschien is het soms een beetje moeilijk wat ik straks ga zeggen, maar probeer dan dit voorbeeld maar te onthouden…” Sarah gaat recht zitten. Wat zou er komen? De dominee vertelt over een jongetje dat steeds een emmer water uit de zee haalde en leeg gooide in zijn fort op het strand. “Werd de zee toen steeds leger?” De dominee kijkt even vragend rond. “Nee, natuurlijk niet. De zee raakt nooit leeg. Zo is het ook met de vergeving van de Heere Jezus: die is nooit op. Altijd mag je tot Hem komen als je gezondigd hebt. Ook kinderen mogen komen, onthoud dat goed.”
Sarah leunt tegen haar vader aan. Als mama straks vraagt waar het over ging, gaat ze dat vertellen. De dominee is blij dat ze in de kerk is. En nu is ze zelf ook blij dat ze is gekomen!
VUL MAAR IN
Kies woorden uit het vak en vul ze op de goede plaats in:
handen – discipelen – zegende – boos – kleine kinderen
kinderkens – kind – Heere Jezus – zieken – Farizeeen
1. De vaders en moeders hadden baby’s en …………………………………………………… bij zich.
2. Ze gingen naar de …………………………………………………… toe.
3. Ze wilden dat Hij hun kinderen ……………………………………………………
4. Hij maakte ook …………………………………………………… gezond.
5. De …………………………………………………… stelden een strikvraag.
6. De …………………………………………………… zeiden: “Ga maar weer weg!”
7. Daarom werd Jezus …………………………………………………… op hen.
8. Hij zei: “Laat de …………………………………………………… tot Mij komen.”
9. En Hij legde Zijn …………………………………………………… op hun hoofdjes en zegende hen.
10. De discipelen moesten worden als een ……………………………………………………
'Laat de kinderen tot Mij komen'
Tiemen: “Kinderen kunnen ook andere kinderen bij de Heere Jezus brengen.”
Marijke: “Nee hoor, dat kun je alleen als je groot bent.”
a. Met wie ben jij het eens? Waarom vind je dat?
b. De discipelen verhinderden de kinderen om tot de Heere Jezus te gaan. Kun jij andere kinderen verhinderen om tot de Heere te gaan? Hoe dan?
c. Waarvoor heb jij zelf de Heere Jezus nodig?
d. Hoe kun jij tot de Heere Jezus gaan?
e. Zijn er ook dingen die jou tegen kunnen houden om naar de Heere Jezus te gaan?
KLEUR WAT GOED IS
De kinderen werden bij de Heere Jezus gebracht. Ook nu kunnen vaders en moeders hun kinderen bij de Heere Jezus brengen. Weet je hoe ze dat doen? Kijk naar de plaatjes hieronder en kleur wat daar bij hoort.
DOMINOPUZZEL
Begin bij de pijl en leg deze dominostenen daarna achter elkaar, met dezelfde kleuren tegen elkaar aan. Wat lees je nu?
1. Wie heeft dat (ook) gezegd?
2. Tegen wie zei Hij dat?
3. Wanneer zei Hij dat?
4. Waarom zei Hij dat?
5. Wat betekent dat voor jou?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 augustus 2018
Kompas -10 werkboekje | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 augustus 2018
Kompas -10 werkboekje | 8 Pagina's