JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

David telt het volk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

David telt het volk

3 minuten leestijd

In groep 5 is het stil. Voor de klas staat de meester. In zijn hand heeft hij een stapel rapporten. Iedereen is heel nieuwsgierig. Vandaag krijgen de kinderen hun rapport mee. Welke cijfers zullen erop staan?

Voorin de klas zit Tom. Hij heeft hard gewerkt. Hij is benieuwd. Zou zijn rapport weer zo goed zijn als de vorige keer? Toen had hij de hoogste cijfers van de hele klas. De meester begint met uitdelen. Bij ieder rapport zegt hij iets. Het ene kind moet nog wat beter zijn best doen met rekenen en een ander met taal. Ook zijn er kinderen die misschien nog wel wat gehoorzamer kunnen zijn… Dan is Tom aan de beurt. “Tom,” zegt de meester, “je hebt weer een prachtig rapport. Ga zo door!” Tom doet zijn rapport open en kijkt. Als alle rapporten zijn uitgedeeld, gaat de meester eindigen. Daarna mag iedereen naar huis. Daar gaat Tom. Snel naar huis. Een eindje voor hem loopt Bart. Hij zit ook bij Tom in de klas. Maar iedereen weet het: Bart vindt leren moeilijk. “Hoeveel tienen heb jij op je rapport?” wil Tom weten. Ik heb er wel… En hij begint te tellen…


Weet je het nog?

1. David woont in
 Jeruzalem.
 Jericho.
 Joppe.

2. David wil dat Joab
 de stam van Juda gaat tellen.
 de mannen van Israël gaat tellen.
 de Levieten gaat tellen.

3. Als hij terugkomt en vertelt hoeveel mannen er zijn,
 is David blij.
 wordt David verdrietig.
 wordt David boos.

4. David vraagt
 of de profeet voor hem wil bidden.
 de Heere om vergeving.
 Joab om vergeving

5. De Heere stuurt de profeet
 Gad.
 Nathan.
 Elia.

6. David kiest
 drie jaar hongersnood.
 geen van de drie straffen.
 drie maanden oorlog.

7. De Heere straft met
 een oorlog.
 een hongersnood.
 een vreselijke ziekte.

8. David vraagt of de Heere
 de straf wegneemt.
 hem en zijn familie wil straffen, maar niet het volk.
 het volk wil straffen, maar hem niet.

9. David moet een offer gaan brengen
 in de tabernakel.
 in de tent waar de Ark is.
 op de dorsvloer van Arauna.

1O. De Heere neemt het offer aan. Hij
 spreekt tot David.
 stuurt een profeet, die hem dat vertelt.
 steekt het offer Zelf aan.


Om over te praten

1. David wilde de mannen van het volk tellen.
a. Waarom wilde hij dat doen?
b. Waarom wilde de Heere dat niet?
c. Ben jij wel eens trots op iets? Waarop bijvoorbeeld?
d. Mag je trots op iets zijn?

2. In 2 Samuël 24: 10 staat: Davids hart sloeg hem, nadat hij het volk geteld had.
a. Probeer eens met je eigen woorden te zeggen wat hier staat.
b. Waarom gebeurde dat?
c. Wat deed David toen dat gebeurde?
d. Gebeurt dat bij jou ook wel eens? Wat doe je dan?

3. David bad voor zijn volk.
a. Wat bad hij?
b. Waarom bad hij dat gebed?
c. Op Wie lijkt David hier?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 2012

Kompas -10 werkboekje | 8 Pagina's

David telt het volk

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 2012

Kompas -10 werkboekje | 8 Pagina's