Handleiding 9: Jeremia ; Jeremia koopt een akker
Jaarthema: “Profeten uit het Oude Testament”
Toelichting op het thema
Dit jaar is het thema voor Kompas “Profeten uit het Oude Testament”. In deze schets koopt Jeremia een akker. En dat terwijl Jeruzalem bijna wordt ingenomen en Gods volk in ballingschap gaat. Dit doet hij in opdracht van de Heere, Die deze koop tot een profetisch teken maakt: het volk van Israël zal terugkeren in het beloofde land.
Doel van de vertelling
De kinderen leren dat God de zonde, alhoewel Hij zeer geduldig is, écht straft. Tegelijkertijd wordt in de vertelling ook duidelijk dat God trouw blijft aan Zijn verbond. Hij loutert Zijn volk door het oordeel. De straf die God oplegt aan Zijn volk is hevig, maar niet bedoeld om het volk definitief ten onder te brengen. Daarnaast leren kinderen ook dat je in alle omstandigheden en met alle vragen (het beste) bij God terecht kunt: Hij leidt de hele wereldgeschiedenis.
Introductie van het thema voor de kinderen
Optie 1:
Vraag: Stel je voor dat je naar een ander land moet omdat het gevaarlijk is in je stad. Maar je gelooft dat je later weer terug mag komen en daarom verkopen jullie het huis niet. Wat zou je dan kunnen doen om te laten zien dat je hoopt terug te gaan/komen?
Mogelijk antwoorden:
- Je vertelt de mensen om je heen dat je hoopt terug te komen
- Je doet de deur op slot en neemt je huissleutel mee
- Je zorgt voor foto’s zodat je kunt bewijzen dat het huis echt van jullie was.
- Je bidt ervoor dat je (snel) weer terug mag keren
Haal deze introvraag terug na het verhaal. Wat deed Jeremia om duidelijk te maken dat Gods volk weer terug zou keren?
Optie 2:
Stel je voor: je beste vriend(in) had beloofd om op je verjaardag langs te komen. Maar terwijl jij wacht, ontdek je dat hij/zij in plaats daarvan met iemand anders naar het zwembad is gegaan. Dit is niet de eerste keer dat zoiets gebeurt. Hoe reageer je?
Mogelijke antwoorden:
- Ik word boos.
- Op school negeer ik hem/haar.
- Van hem/haar wil ik geen vriend/vriendin meer zijn. De dag erna zal ik hem/haar eens flink de waarheid vertellen.
- Ik pak hem/haar later wel terug.
Leg de link naar de afspraken (het verbond) die de Heere God al tijdens de woestijnreis met het volk heeft gemaakt. Dat verbond heeft Israël steeds verbroken. Hoe reageert de Heere op dit zondige gedrag van het tweestammenrijk? Trek de lijn (daar) door naar de verbondswraak – en trouw van God.
Aanwijzingen voor het gebruik
Hang de namen van de hoofdpersonen op, zodat de kinderen geholpen worden tijdens de vertelling.
Zingen en lezen
Zingen
Psalm 18:8
Psalm 25:7
Psalm 34:8
Psalm 62: 1 en 4
Psalm 81: 11, 12
Psalm 97: 6, 7
Psalm 103: 9
Psalm 105:5
Psalm 111:5
Psalm 147:3
TZE 4: Al zou de vijgenboom niet bloeien Psalm 25
TZE 10: Amazing Grace
TZE 38: God is getrouw, Zijn plannen falen niet
TZE 39: Groot is Uw trouw, o Heer’.
TZE 50: Hij blijft getrouw
Lezen
Jeremia 32:1-15
Kerntekst
Jeremia 32:15: Want zo zegt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Er zullen nog huizen en velden en wijngaarden in dit land gekocht worden.
Vertelling
Daar zit hij dan, Jeremia de profeet, in de gevangenis. Nou ja, een echte gevangenis is het ook weer niet. Je kunt het beter vergelijken met een binnenplaats bij een kasteel: een soort tuin met muren eromheen. Nee, zomaar weggaan mag hij niet, maar hij mag wel mensen bij zich laten komen, zodat hij met hen kan praten. Baruch bijvoorbeeld, zijn schrijver, of zijn neef Hanameël. Soms heeft de koning hem zelfs nodig. Hoe is hij hier terechtgekomen? Hij ziet zichzelf nóg staan voor koning Zedekía.
“De Heere heeft het Zelf gezegd, koning, en iedereen moet het horen: U zult niet op de troon blijven. Sterker nog, u zult zeker in de handen vallen van Nebukadnezar, de koning van Babel. Hoe u ook uw best zult proberen te doen, welke andere landen u ook helpen, hoeveel soldaten u ook meeneemt, Jeruzalem zal het zeker verliezen van Babel.” Het was muisstil in de troonzaal. Want, zei hij: “Zo zegt de HEERE: Zie, Ik geef deze stad in de hand van de koning van Babel, en hij zal haar innemen.” Toen was hij uitgesproken. Mensen rondom de koning begonnen te fluisteren: “Durft hij dat allemaal te zeggen? Wat een lef!” Op het gezicht van Zedekia waren diepe denkrimpels te zien. Even twijfelde hij. Zou Jeremia de waarheid spreken? Wat nu, als Babel daadwerkelijk zal winnen, wat zullen ze dan met hem doen? Maar plotseling keek koning Zedekia Jeremia recht aan, en zei: “Jij gaat de gevangenis in! Ik ben jouw praatjes zat. Jij zorgt ervoor dat het volk zich niet meer durft te verzetten tegen Babel en de moed opgeeft. Weg hier, uit mijn ogen! Jouw mond moet gestopt worden. Jij moet naar het voorhof van de bewaring!”
En daar zit Jeremia dan: in de gevangenis. De legers van de koning van Babel liggen rondom de stad Jeruzalem. God zál het oordeel gaan uitvoeren, Jeruzalem zál verwoest worden. Koning Zedekia zal gevangengenomen worden. Het volk zal worden weggevoerd naar Babel. En dat vanwege hun zonden. Als God tot hen sprak, deden zij hun oren dicht. Ze hebben andere goden gediend.
Maar, dan verschijnt de HEERE aan Jeremia. Want het vólk heeft de HEERE wel vergeten en het verbond verbroken, maar de HEERE niet! Hij blijft trouw!
“Jeremia,” zo spreekt de HEERE, “Jeremia, er is verwachting voor uw nakomelingen! Ik zal Mij zéker over hen ontfermen. Ik zal een nieuw verbond met hen maken, Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. En dan zal de stad herbouwd worden. Dan zal er vrede zijn.”
De Heere bemoedigt Jeremia. Vrede en verlossing zal Hij geven. Dat kan alleen door de Messias. En Die komt! God zal Zijn eigen Zoon geven om de zonden van het volk te verzoenen. Zo kan het weer écht goed komen tussen de Heere en zondige mensen.
Zo zit Jeremia daar op de binnenplaats van de gevangenis
Het is een poos later. Baruch, Jeremia’s schrijver, komt de binnenplaats oplopen. Jeremia staat op van de steen waar hij op zat. “Baruch,” zegt Jeremia, “Er komt straks iemand naar ons toe. Ik wil dat jij vast je schrijfgereedschap erbij pakt. Baruch gehoorzaamt. “Hé”, zegt Baruch. Komt daar niet je neef Hanameël uit Anathoth aan?” Jeremia knikt rustig. “Dat wist ik ook al,” zegt hij. “De HEERE heeft het mij laten weten. Hij komt mij vragen om zijn akker te kopen.” Baruch kijkt verbaasd. “Een akker kopen? Terwijl jij hier gevangen zit? Terwijl het hele land straks in de handen van Babel is?”
Hanameël loopt in een rechte lijn op Jeremia af. “Jeremia,” zegt hij haastig, “koop alsjeblieft mijn akker in Anathoth. Jij hebt het recht om hem te kopen, want jij bent de losser, de naaste familie.” Jeremia knikt. “Ik zal hem kopen. Want dat heeft de HEERE tegen mij gezegd.” Ze gaan zitten. Er zijn nog wat andere mensen omheen komen staan. Hoeveel geld is er nodig? Dan wordt het geld afgewogen: zeventien zilverstukken. Baruch schrijft alles op een stuk perkament: de koopakte. Dat is een bewijsbrief waarin staat dat Jeremia écht betaald heeft. Een tweede koopakte met dezelfde woorden wordt ook geschreven. Jeremia rolt beide documenten op en zegt: “Baruch, stop deze bewijsbrieven in een stenen pot, want dan blijven ze zo lang mogelijk bewaard.” De mensen om hem heen fluisteren, één lacht er zelfs zachtjes: Wie koopt er nu een akker in een stad die straks verwoest wordt? Wie zegt dat Jeremia er ooit levend uit tevoorschijn komt? Jeremia hoort het wel. Luid en duidelijk klinkt het op de binnenplaats: “Zó zegt de HEERE der heirscharen, de God van Israël: Er zullen nog huizen en velden en wijngaarden in dit land gekocht worden”. Het is echt waar: Over een poos zullen wij als Israëlieten weer in dit land wonen!
Als Jeremia weer alleen is en Baruch en zijn neef Hanameël weg zijn gegaan, buigt Jeremia zijn knieën voor God. Zijn handen vouwt hij samen, zijn hoofd buigt diep. “Ach, Heere HEERE!” zegt hij, “U hebt de hemel en de aarde gemaakt. Geen ding is voor U te wonderlijk. U hebt grote daden gedaan, U hebt Uw volk uit Egypte geleid, met machtige tekenen.” Maar zijn stem wordt zachter. “En toch… nu is deze stad omsingeld. De Chaldeeën staan aan de poorten. U hebt gezegd dat dit zou gebeuren, en zie, het gebeurt. En nu hebt U ook nog tegen mij gezegd dat ik een akker moet kopen… in dit verwoeste land? ...” Hoe moet dit nu verder? Jeremia durft zijn twijfel en verdriet bij de HEERE neer te leggen. Hij begrijpt Gods plan niet (helemaal), maar hij gehoorzaamt wel. Zijn gebed eindigt niet in twijfel, maar in stille overgave.
Wat een troost is het als je bij de Heere mag schuilen, juist wanneer je niet meer weet hoe het verder moet. Als je verdrietig bent omdat je iemand moet missen die veel voor je betekende. Als je de weg die de Heere met jouw leven gaat niet begrijpt of als je met andere vragen rondloopt waar je zelf geen antwoord op hebt. Breng het maar bij de Heere. Hij weet er raad mee. Luister maar...
Het is stil na Jeremia’s gebed. Op de binnenplaats is het rustig geworden, maar nu komen de vragen in zijn hart. Hij twijfelt. Hij heeft gedaan wat God vroeg, hij heeft die akker gekocht. Maar de stad is omsingeld. De mensen zijn wanhopig. Wat heeft het allemaal voor zin? En dan spreekt de HEERE opnieuw! “Zie, Ik ben de HEERE, de God van alle vlees. Zou enig ding voor Mij te wonderlijk zijn?” Die ene zin is als een lichtstraal door de donkere wolken. God herinnert Jeremia eraan Wie Hij is. Voor God is niets onmogelijk. Ook al wordt Jeruzalem belegerd, en heeft koning Nebukadnezer veel macht en is Zedekía ongelovig. Wat onmogelijk is voor mensen, is mogelijk bij Hem! De Heere bevestigt wat Jeremia al wist, maar nu mag hij het ook geloven: Gods plannen zijn niet te stoppen. Hij is zo machtig dat Hij zelfs in de moeilijkste situaties uitkomst kan geven.
Zou de stad dan toch niet in de handen vallen van de Babyloniërs? Zou het volk van Israël dan toch bevrijd worden uit hun moeilijkheden? Nee, God herhaalt wat Jeremia al eerder had geprofeteerd tegen de koning: de stad zal vallen, de Babyloniërs zullen binnenkomen en het volk zal weggevoerd worden. De Heere is rechtvaardig. Maar… dat is niet het laatste woord dat je ontvangt van Hem, Jeremia!
“Zie, Ik zal hen vergaderen uit alle landen waarheen Ik hen zal verdreven hebben… Ik zal het volk Israël terugbrengen naar deze plaats, en hen in veiligheid doen wonen.” Die akker die jij hebt gekocht, zal weer bloeien. De olijfboom zal weer vruchten dragen, de wijnstok zal bloeien. En wat er ook gebeurt, God zal zorgen dat Zijn volk erdoor gezegend zal worden. De HEERE zal de gevangenis, de ballingschap op Zijn tijd ongedaan maken. Weet je wat Jeremia hier leert van de Heere God? Het plan van God is niet alleen gericht op straf, maar ook op verlossing. Zijn oordeel is echt en vreselijk, maar Zijn genade is sterker. God houdt getrouw Zijn Woord, ondanks de zonden en ontrouw van het volk. Ondanks het feit dat de koning van Israël niet wilde buigen voor God.
Het is vele jaren later. Er staat weer Iemand op. Ook Hij spreekt namens God. Ook Hij wordt uitgelachen, gevangengenomen. Ook Hij wordt niet geloofd. Het is Jezus Christus, dé Zoon van God. Hij komt naar de wereld die haar eigen oordeel tegemoet gaat, net als het volk van Israël toen.
Net als Jeremia moet ook Hij iets gaan kopen van de HEERE. Nee, niet, zoals Jeremia, een akker met zilverstukken. Hij moet Zijn volk kopen, en dat met Zijn dierbare bloed betalen. Toen Jezus hing aan het kruis, leek alles verloren. Hij riep uit: “Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?” En toch is Zijn kruisdood de énige hoop voor een verloren wereld. Want Jezus is niet in de dood gebleven. Hij is opgestaan. Hij leeft! En nu kan God (kan) Zijn genade weer geven aan verloren, zondige mensen
Zeg, op wie lijk jij? Op Zedekía, die de waarschuwingen in de wind sloeg en ook niet wilde buigen voor Gods genade? Op het volk dat maar bleef zondigen? Of, lijk je op Jeremia? Hij volgde de Heere in een moeilijk leven met veel verdrukking. Maar in die verdrukking was de Heere bij Hem en dat geeft vrede! Oók als je niet alles begrijpt wat er gebeurt.
Achtergrondinformatie bij het Bijbelgedeelte voor leidinggevenden
Jeremia
Jeremia leefde in de tijd van de laatste koningen van Juda en maakte de verwoesting van Jeruzalem en het begin van de Babylonische ballingschap mee. Dit was een tijd van grote geloofsafval en veel politieke crises. Jeremia leefde bijna gelijktijdig met de profeet Ezechiël. Jeremia is een zoon van Hilkia en afkomstig uit een priestergeslacht uit Anathoth. Zijn naam betekent waarschijnlijk: ‘Moge de Heere verhogen’. Hij is geboren ten tijde van koning Manasse. De profeet heeft geprofeteerd vanaf het 13e jaar van koning Josia (een leeftijdgenoot), en daarna onder Joachaz, Jojakim en Jojachin tot het 11 e jaar van koning Zedekia. Dit heeft hij gedaan tot de verwoesting van Jeruzalem in 587 v. Chr. onder Nebukadnezar. Ten tijde van de val van Jeruzalem zat Jeremia gevangen. Door de bevelhebber Nebuzaradan werd Jeremia bevrijd. Deze militair gaf Jeremia de v rijheid te gaan waar hij wilde. Velen uit Jeruzalem en Juda werden in ballingschap gevoerd. Gedalja volgde koning Zedekia op als stadhouder . Na de moord op Gedalia werd Jeremia door een groep Judeeërs meegenomen naar Egypte. Dit was tegen het woord van de Heere. Waarschijnlijk hebben zijn volksgenoten hem in Egypte gestenigd. Jeremia werd door God aangesteld als profeet voor de volken (Jer. 1:5). Dat komt duidelijk naar voren in het Bijbelboek, waarin – met name in het laatste gedeelte – veel aandacht wordt besteed aan de omliggende volken. Opvallend is ook dat God Jeremia uitdrukkelijk verbiedt om nog langer voor het volk te bidden (Jer. 7). Voor iemand als Jeremia, die niet alleen profeet maar ook priesterzoon was, raakt dit een kernaspect van zijn roeping. Daarmee maakt de Heere duidelijk dat het oordeel – de ballingschap – onherroepelijk is geworden. Gods rechtvaardige besluit staat vast en zal niet worden afgewend, zelfs niet door de voorbede van Zijn dienaren. In Romeinen 1:24 staat: ‘Daarom heeft God hen overgegeven in de begeerlijkheden van hun hart, tot onreinheid.’ Zo geeft de Heere ook Zijn eigen volk Israël over in de handen van de goddeloze koning Nebukadnezar. Dat betekent niet dat God Zijn barmhartigheid volledig heeft afgesloten vanwege Zijn toorn. In Jeremia 31 wordt juist duidelijk dat God een nieuw verbond zal sluiten met Zijn volk. Het is daarom zinvol om dat hoofdstuk te lezen voordat je het verdere verloop van het verhaal vertelt. Op grond van dat nieuwe verbond krijgt Jeremia de opdracht een akker te kopen – als teken dat het volk zal terugkeren, gedreven door Gods genade.
Profeten
Een profeet is in het Oude Testament een persoon die een boodschap van God doorgeeft aan de mensen. Het “Zo zegt de HEERE” dat klinkt uit hun mond, geeft aan, dat zij niet hun eigen woorden spreken, maar Gods woorden. Het woord ‘profeet’ is een vertaling van de Hebreeuwse term navi. Dat is de meest gebruikelijke aanduiding voor profeten in het Oude Testament. Er zijn nog twee andere benamingen voor profeten:
- Ziener (chozè of roè): Volgens 1 Samuel 9:9 werd een profeet vroeger een ‘ziener’ (roè) genoemd.
- Godsman (isj Elohim).
Hoe werd iemand profeet?
Een profeet was iemand die sprak namens God. Goddelijke inspiratie was de enige voorwaarde om als profeet te kunnen optreden. De achtergrond van profeten was dan ook heel verschillend. Zo zijn er in de Bijbel voorbeelden te vinden van profeten die van beroep schaapherder, priester, boer of schrijver waren.
In welke Bijbelboeken komen profeten voor?
Profeten komen we tegen in verschillende delen van het Oude Testament:
- In de Pentateuch
Bepaalde personen in de eerste vijf boeken van de Bijbel worden ‘profeten’ genoemd. Het bekendste voorbeeld is Mozes (Deuteronomium 18:20-22). In de Pentateuch staan ook voorschriften voor profetie (onder andere in Deuteronomium 13:2-6).
- In de historische boeken
Vooral in de boeken Jozua tot en met 2 Koningen staan veel verhalen over profeten, bijvoorbeeld over Elia en Elisa.
- In de profetische boeken
Deze boeken bestaan voor het grootste deel uit profetieën. Ze zijn vernoemd naar een profeet, zoals Jesaja of Amos. Het boek Jona is een uitzondering; dat is een verhaal óver een profeet.
Indeling van de profetische teksten
Op grond van de periode waarin ze optraden, worden de profeten vaak ingedeeld in twee groepen:
- Vroege profeten: de profeten die voorkomen in de historische boeken van de Bijbel (Jozua tot en met 2 Koningen). De ‘vroege profeten’ traden op toen profetie in Israël waarschijnlijk nog maar net in opkomst was. Verhalen over deze personen, zoals over Samuël en Elia, staan in Jozua tot en met 2 Kronieken.
- Late profeten: de profeten naar wie een profetisch boek vernoemd is. Deze laatste groep (late profeten) kan onderverdeeld worden in:
• Klassieke profeten: profeten die leefden vóór de ballingschap.
De klassieke profeten verkondigden in grote lijnen steeds dezelfde boodschap: Israël heeft God verlaten. De Israëlieten hebben zich niet gehouden aan de wetten die God hun gegeven heeft. Ze hebben andere goden gediend, terwijl ze alleen de Heere mochten dienen. Bovendien hebben ze hun medemensen niet goed behandeld. Daarom gaat God het volk straffen: hij zal rampen over Israël en Juda brengen. Toch spreken de profeten ook over Gods liefde. Die liefde blijft bestaan ondanks de ontrouw van het volk. Af en toe gloort er dan ook hoop door de teksten heen: de hoop op het herstel van Israël.
• Post-exilische profeten: profeten die leefden na de ballingschap.
Bij de klassieke profeten stond de boodschap centraal dat God onheil over Israël zou brengen. Maar bij de post-exilische profeten komen er andere accenten. Zij hebben de straf voor de zonden van het volk gezien: de ballingschap. Nu die straf is voltrokken, komt er meer ruimte voor verwachting en hoop, voor prediking van het heil (onder andere Jesaja 40:2). In een wat een latere periode na de ballingschap, waarin de Joodse gemeenschap weer werd opgebouwd, zien we bij een aantal profeten een nadruk op bekering en herstel.
Het tiende jaar van Zedekía
In Jeremia 1 wordt naar voren gebracht dat Zedekía’s regering 11 jaar heeft geduurd. De geschiedenis van de koop van de akker situeert daarmee aan de vooravond van de inneming van Jeruzalem en aan het einde van het tweestammenrijk. Dit gegeven versterkt de schijnbare onzin van het kopen van een akker, maar functioneert tegelijkertijd als een bijzondere onderstreping van Gods belofte: het volk zál terugkomen! De aankoop van de akker in Jeremia 32 volgt direct op de belofte van het nieuwe verbond in Jeremia 31:31–34. Ondanks dat het volk op het punt staat om in ballingschap te gaan, laat God zien dat er hoop is op herstel. De koopakte wordt zorgvuldig bewaard als teken dat het land weer bewoond zal worden. Zo wordt Jeremia’s akkerkoop een zichtbaar bewijs van Gods blijvende trouw aan Zijn volk.
Gevangenschap van Jeremia
In Jeremia 32:2 lezen we dat Jeremia gevangen zit als deze gebeurtenissen plaatsvinden. Dit is de eerste daadwerkelijke gevangenschap die expliciet in het boek wordt genoemd. Eerder, in Jeremia 20, werd hij wel al eens voor één dag opgesloten. Dat hij nu gevangengezet wordt, laat zien hoe fel de leiders van Israël zich verzetten tegen zijn profetieën. Jeremia heeft gedurende zijn bediening te maken met aanhoudende tegenstand: bedreigingen van zijn leven, een rechtszaak waarin men hem probeert te laten executeren (Jeremia 26), en mensen die hem zelfs van verre proberen te ondermijnen en in diskrediet te brengen. Toch vormt juist de gevangenschap een krachtig beeld van zijn hele profetische leven: gebonden, veracht, maar trouw aan zijn roeping. Na deze eerste opsluiting volgt nog tweemaal een gevangenschap: in Jeremia 37, waar hij in een keldercel wordt geworpen, en in Jeremia 38, waar hij bijna sterft in een modderige put. Uiteindelijk wordt hij — tegen zijn wil — meegevoerd naar Egypte, waar hij waarschijnlijk is gestenigd. Al deze mishandelingen onderging Jeremia vanwege zijn gehoorzaamheid aan Gods roepstem. Maar ondanks alles blijft zijn liefde voor zijn volksgenoten onveranderd. Hij blijft hun eerlijk en trouw Gods boodschap verkondigen. Het hoofdstuk eindigt met de hoopvolle belofte: ‘Want Ik zal hun gevangenis wenden, spreekt de HEERE.’ Daarmee belooft God dat Hij de ballingschap zal beëindigen en Zijn volk in genade zal herstellen. Een aangrijpende en krachtige boodschap — temeer omdat ze wordt uitgesproken door een profeet die zelf in gevangenschap verkeert.
Voorhof der bewaring
Het voorhof der bewaring (zoals genoemd in Jeremia 32:2) kun je je voorstellen als een afgesloten ruimte binnen het paleis of een binnenplaats bij de koninklijke wacht, waar iemand werd vastgehouden: een soort lichte gevangenis of huisarrest binnen de muren van het koninklijk paleis.
Lossingskoop/erfdeel
In het Oude Testament (met name in Leviticus 25:25–34) wordt beschreven dat als iemand vanwege armoede zijn stuk land moest verkopen, een naaste bloedverwant (een goël, losser) dat terug mocht kopen om het binnen de familie te houden. Jeremia treedt dus op als losser van het familiebezit. Hij koopt het stuk grond van zijn neef, waardoor hij het familiebezit veiligstelt. Zo gehoorzaamt hij aan Gods wet, en stelt een profetisch teken.
Koopakte in een stenen pot
Jeremia laat de koopakte van de akker zorgvuldig verzegelen en bewaren in een stenen pot. Zo blijft het document lang intact, als teken dat het bezit ooit weer opgeëist zal worden. In een tijd van ondergang, wijst dit op een toekomst van herstel. De stenen pot bewaart niet alleen papier, maar ook de hoop op Gods belofte. Het symboliseert daarmee iets van de vastheid van Gods verbond. Dat dit geen loze handeling was, blijkt ook uit archeologische vondsten zoals de Dode Zeerollen, die tussen 1947 en 1956 werden ontdekt in grotten bij Qumran, aan de westkust van de Dode Zee. Deze duizenden fragmenten en rollen zijn onder andere geschreven op perkament en papyrus en werden vaak bewaard in stenen potten – vergelijkbaar met de potten die Jeremia gebruikte. De rollen dateren van de 3e eeuw v.Chr. tot de 1e eeuw na Chr., en sommige documenten zijn dus meer dan 2000 jaar oud, maar toch nog in opmerkelijk goede staat. Dankzij het droge klimaat, de beschutte ligging van de grotten en het gebruik van beschermende aardewerken potten konden deze teksten zo lang bewaard blijven. Deze vondst bevestigt hoe effectief deze methode van conservering was. Maar bovenal versterkt het de symboliek: wat in een stenen pot wordt bewaard, kan de tand des tijds doorstaan, net als Gods verbond en beloften.
Zedekía
Zedekia, oorspronkelijk genaamd Mattanja, was de zoon van koning Josia en werd door de Babylonische koning Nebukadnezar op de troon van Juda gezet (als vazalkoning). Dat was in 597 v.Chr., na de tweede deportatie van ballingen naar Babel. Zedekia was de broer of halfbroer van Jojakim en de oom van koning Jojachin, die op zestienjarige leeftijd afgezet en meegenomen was naar Babel. Hoewel Zedekia koning was over Juda, was zijn macht beperkt. Zijn troonsbestijging was het resultaat van buitenlandse overheersing, en zijn regeerperiode stond onder constante dreiging van Babylonische druk, binnenlandse instabiliteit en geestelijke afval. Zedekia regeerde elf jaar (2 Koningen 24:18), in een periode waarin Juda geestelijk en politiek afbrokkelde. Zijn positie was wankel: enerzijds stond hij onder Babylonisch gezag, anderzijds verwachtten zijn volksgenoten van hem leiderschap en (hoop op) bevrijding van de overheersers. Tussen deze krachten laveerde hij onzeker en besluiteloos. Jeremia, de profeet van de HEERE, confronteerde Zedekia herhaaldelijk met duidelijke boodschappen van God. Hij waarschuwde hem om zich te onderwerpen aan de koning van Babel, als een daad van onderwerping aan Gods oordeel (Jer. 27–28). Maar Zedekia durfde die weg niet in te slaan. Hoewel hij Jeremia meerdere keren raadpleegde en hij soms zelfs leek te luisteren (Jer. 37–38), had hij niet de geloofskracht om gehoor te geven aan Gods woord. Hij was bang voor zijn eigen volk, bang voor de machthebbers en bang voor gezichtsverlies. Zedekia wordt in de Bijbel daarom getekend als een koning die kwaad deed in de ogen van de HEERE, net als zijn voorgangers (2 Koningen 24:19). Hij luisterde niet naar Jeremia, noch naar de andere profeten die namens God spraken. In plaats daarvan luisterde hij naar de stem van politieke adviseurs en valse profeten. Tegen het einde van zijn regering verbrak hij zelfs zijn eed van trouw aan Nebukadnezar, wat leidde tot de val van Jeruzalem. Zijn opstand was zowel een politieke misrekening als een geestelijke daad van ongehoorzaamheid, want hij had onder ede trouw gezworen, en die eed was afgelegd in Gods Naam (Ezechiël 17:12–20). Zijn trouwbreuk was dus niet alleen in diplomatiek, maar ook in theologisch opzicht ernstig.
In het negende jaar van zijn regering belegerde het Babylonische leger Jeruzalem. De stad hield het nog bijna twee jaar vol, maar in 586 v.Chr. viel Jeruzalem. Zedekia probeerde samen met zijn mannen te vluchten, maar werd bij Jericho ingehaald en gevangen genomen. Het oordeel dat Jeremia had voorzegd , kwam zo letterlijk uit: Zedekia werd naar Ribla gebracht, waar hij moest toezien hoe zijn zonen voor zijn ogen werden gedood. Daarna werden zijn ogen uitgestoken — de laatste beelden die hij ooit zag, waren die van de dood van zijn kinderen. Geblinddoekt werd hij weggevoerd naar Babel, waar hij tot zijn dood in de gevangenis bleef (Jeremia 39:6 –7; 52:10 –11).
Nebukadnezar en Nebukadrezar
Nebukadnezar II, zoon van Nabopolassar, was de machtige koning van het Nieuw -Babylonische Rijk en regeerde van 605 tot 562 v.Chr. Hij wordt beschouwd als een van de grootste heersers van de oudheid, zowel politiek als militair, maar speelt ook een opvallen d grote rol in de Bijbel – met name in de boeken Daniël en Jeremia.
In de Hebreeuwse Bijbel verschijnt zijn naam in twee vormen:
• Nebukadnezar – vooral gebruikt in Daniël en Koningen.
• Nebukadrezar – vaker in Jeremia. De twee vormen zijn taalkundige varianten van dezelfde naam. De originele Akkadische naam is Nabû -kudurri -uṣur , wat betekent: “O Nabu, bescherm mijn erfdeel.”
Nebukadnezar trad aan als koning nadat hij als kroonprins in 605 v.Chr. de Egyptenaren had verslagen in de slag bij Karkemish. Hij bouwde Babylon uit tot één van de mooiste steden van de oudheid, met monumentale bouwwerken zoals de hangende tuinen en de versterkte stadsmuren. Tegelijk was hij een slimme en meedogenloze veldheer.
Juda werd onder zijn bewind drie keer aangevallen:
1. In 605 v.Chr. (eerste ballingschap: o.a. Daniël weggevoerd),
2. In 597 v.Chr. (Jojachin afgezet, Zedekia aangesteld),
3. In 586 v.Chr. (verwoesting van Jeruzalem en de tempel).
Opvallend is dat in de Bijbel Nebukadnezar herhaaldelijk door de HEERE wordt aangeduid als “Mijn knecht”. (Jeremia 25:9; 27:6). God gebruikte deze heidense koning als instrument om Zijn oordeel over Juda uit te voeren. De zonden van het volk, met name afg oderij en sociale ongerechtigheid, en het niet houden van Zijn sabbatten, riepen Gods toorn op, en Nebukadnezar werd het middel waarmee God Zijn volk in ballingschap leidde.
Maar dit betekent niet dat Nebukadnezar Gods goedkeuring droeg in al zijn daden. In latere profetieën (zoals in Jeremia 50 –51) wordt ook aangekondigd dat Babylon op zijn beurt geoordeeld zal worden om zijn hoogmoed en wreedheid.
Belijdenisgeschriften
- Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 1 over God en Zijn eigenschappen.
- Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 20 over het verbond der genade en Christus’ verzoenende werk.
- Heidelbergse Catechismus, zondag 4, vraag 11.
- Heidelbergse Catechismus, zondag 10, over de goddelijke voorzienigheid.
- Dordtse Leerregels hoofdstuk 1, paragraaf 6 over de Goddelijke verkiezing.
- Dordtse Leerregels hoofdstuk 5, paragraaf 8 over de bewarende genade van God.
Antwoorden bij werkboekje groep 5 en 6
Weet je het nog?
Welk woord hoort op de lijn? Maak gebruik van de letters die erbij staan. Zet vervolgens de letters op de juiste plaats om een korte zin te maken. Weet jij wat het betekent?
1. Jeremia zat gevangen in het voorhof der bewaring.
2. De stad werd belegerd door het leger van de Chaldeeën.
3. Jeremia kocht een akker van zijn neef Hanameël.
4. Hij gaf de koopakte aan Baruch om te bewaren.
5. De akte moest in een aarden vat gedaan worden.
6. Jeremia zegt in zijn gebed: “Er is geen ding te wonderlijk voor U.”
7. Jeremia bidt tot God als hij Zijn plan niet goed begrijpt.
8. De Heere zegt: “Men zal weder huizen en akkers kopen in dit land.”
9. De Heere zal Zijn volk uit alle landen vergaderen.
10. De Heere zegt: “Zij zullen Mijn volk zijn, en Ik zal hun God zijn.”
Zet de gevonden letters in de juiste volgorde van 1 t/m 17:
Hoe was het kopen van de akker hier een teken van?
Het is een teken dat het volk eens, na de ballingschap, weer zou terugkeren naar het beloofde land. God zegt: “Men zal weder akkers kopen in dit land.” (Jeremia 32:15). De mensen zouden dus weer akkers kopen en verkopen in het land Israël, net zoals Jeremia nu zelf had gedaan.
Om over te praten
De Heere geeft Jeremia de opdracht om een akker te kopen, terwijl Jeruzalem wordt belegerd.
1. Wat zegt Jeremia in zijn gebed over de macht van God? Wat betekent dat voor jou?
Antwoord: God heeft alles gemaakt, niets is te wonderlijk voor Hem, God kan ook nu nog uitkomst geven.
2. God kan dus alle dingen. Waarom bevrijdt Hij het volk dan niet?
Antwoord: Omdat het volk straf heeft verdiend, omdat het niet wilde luisteren naar Gods woorden. Omdat God dat niet wil, omdat Hij boos op het volk is.
3. Wij hebben gezondigd en verdienen ook dat God niet naar ons luistert. Hoe kan Hij dan toch nog naar ons luisteren?
Antwoord: Omdat God barmhartig en genadig is. Omdat Hij goed en trouw is.
Aarden pot
1. Jeremia moest de koopbrief, het bewijs dat hij de akker had gekocht, in een stenen pot doen. Zo zou hij heel lang bewaard blijven. Wat doen wij als we belangrijke papieren goed willen bewaren?
Antwoord: opbergen in een map met andere belangrijke papieren, plastificeren, opslaan op de computer, bij de notaris iets vast laten leggen.
2. Jeremia moest Gods Woord bewaren. Wat betekent dat hier? Beantwoord de vraag met behulp van Lukas 2:19.
Antwoord: Gehoorzaam zijn aan Gods Woord. Elke dag lezen uit Gods Woord. Netjes omgaan met jouw Bijbel.
3. Welke Bijbeltekst zou jij goed willen bewaren? Schrijf de tekst hieronder op. Bedenk daarna met elkaar hoe je elke dag aan deze tekst kunt denken.
Antwoord: eigen Bijbeltekst.
Akkers en huizen
1, Wat gebeurde er op een akker?
Antwoord: Op akkers wordt gezaaid met uitzicht op de oogst en het voedsel wat het voort brengt.
2. Waarom zou Jeremia juist een akker moeten kopen?
Antwoord: Er zullen weer mensen terugkomen op het land die er gaan werken en mogen eten.
Puzzel
Antwoord: Er zullen nog huizen in dit land gekocht worden.
Antwoorden bij werkboekje groep 7 en 8
Weet je het nog?
Welk woord hoort op de lijn? Gebruik de letters die erbij staan. Zet daarna de letters op de goede plaats. Weet jij wat het betekent?
1. Jeremia zat gevangen in het voorhof der bewaring.
2. De stad werd belegerd door het leger van de Chaldeeën.
3. Jeremia kocht een akker van zijn neef Hanameël.
4. Hij gaf de koopakte aan Baruch om te bewaren.
5. De akte moest in een aarden vat gedaan worden.
6. Jeremia zegt in zijn gebed: “Er is geen ding te wonderlijk voor U.”
7. Jeremia bidt tot God als hij Zijn plan niet goed begrijpt.
8. De Heere zegt: “Men zal weder huizen en akkers kopen in dit land.”
9. De Heere zal Zijn volk uit alle landen vergaderen.
10. De Heere zegt: “Zij zullen Mijn volk zijn, en Ik zal hun God zijn.”
Zet de gevonden letters in de juiste volgorde van 1 t/m 17:
Hoe was het kopen van de akker hier een teken van?
Het is een teken dat het volk eens, na de ballingschap, weer zou terugkeren naar het beloofde land. God zegt: “Men zal weder akkers kopen in dit land.” (Jeremia 32:15).
Straf
Het volk Israël had heel lang en zwaar gezondigd. Lees samen vraag en antwoord 10 van de Heidelbergse Catechismus.
a. God wil de zonde straffen. Wat leer je daarmee over God?
Antwoord: Dat Hij rechtvaardig is.
b. ‘Hij vertoornt Zich schrikkelijk’ Wat betekent dat?
Antwoord: God denkt niet licht over zonde. Zijn toorn maakt ons bang.
c. ‘Tijdelijk en eeuwiglijk straffen’. Bedenk samen tijdelijke en eeuwige straffen. Denk ook aan het verhaal wat je net hebt gehoord.
Antwoord: Tijdelijk: ballingschap, eeuwig: de hel.
Genade
Maar God wil niet alleen straffen, Hij schenkt liever Zijn genade. Lees samen deze tekst: ‘Zie, Ik zal hen vergaderen uit de landen waarheen Ik hen zal verdreven hebben in Mijn toorn en in Mijn grimmigheid en in grote verbolgenheid; en Ik zal hen tot deze plaats wederbrengen en zal hen zeker doen wonen, Jer. 32:42 ’.
a. Maak deze zin af: ‘Net zo zeker als Ik het volk straf in Mijn toorn, zal ………………………………………
Antwoord: zal Ik het volk weer terugbrengen.
b. “De Heere verbreekt om te genezen.” Waarom is dat nodig voor het volk Israël?
Antwoord: Omdat God zonde niet door de vingers wil zien, en zij moeten leren dat ook niet te willen.
c. Vind je dat een troost?
Antwoord: Eigen antwoord.
Aarden pot
1. Jeremia moest de koopbrief, het bewijs dat hij de akker had gekocht, in een stenen pot doen. Zo zou het heel lang bewaard blijven. Wat doen wij als we belangrijke papieren goed willen bewaren?
Antwoord: opbergen in een map met andere belangrijke papieren, plastificeren, opslaan op de computer, bij de notaris iets vast laten leggen.
2. Jeremia moest daarmee ook de woorden van God bewaren. Hoe kunnen wij dat doen?
Antwoord: Gehoorzaam zijn aan Gods Woord. Elke dag lezen uit Gods Woord. Netjes omgaan met Gods woord.
3. Welke Bijbeltekst zou jij goed willen bewaren? Schrijf de tekst hieronder op. Bedenk daarna met elkaar hoe je elke dag aan deze tekst kunt denken.
Antwoord: eigen Bijbeltekst
Puzzel
Welke tekst moet er op de tekst in de pot terechtkomen?
Antwoord: Er zullen nog huizen in dit land gekocht worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2026
Kompas Handleiding | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2026
Kompas Handleiding | 24 Pagina's