JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Handleiding 8: De profeet Ezechiël ; De treurende profeet

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Handleiding 8: De profeet Ezechiël ; De treurende profeet

Jaarthema: “Profeten in het Oude Testament”

26 minuten leestijd

Van de redactie

Het jaarthema van Kompas is ‘Profeten uit het Oude Testament’ en sluit mooi aan bij het jaarthema van de JBGG: ‘Alzo zegt de HEERE.’ In deze serie willen we minder bekende geschiedenissen en profetieën onder de aandacht brengen.

De profetieën van Ezechiël zijn niet eenvoudig, en wat hij moet doen en meemaken evenmin. Hij profeteert tégen zijn eigen volk, wat hem niet in dank wordt afgenomen. Dat zien we ook in het verhaal uit de negende en laatste schets van dit verenigingsseizoen. Ook Jeremia wordt buitengesloten en niet serieus genomen. Hij zit zelfs in de gevangenis!

En toch: in beide boeken klinkt, parallel aan de dreigende oordelen, steeds weer de boodschap van Gods genade. De Heere heeft geen lust in de dood van de goddeloze; het land zal niet eeuwig onbewoond blijven. Gods genadeverbond wil, nee móét, verder. Waarom? Omdat de grote Koning nog komen moet: Hij die Zijn volk zal weiden, Jezus Christus.

Wat laten deze verhalen van een ontrouw volk duidelijk zien hoe geduldig en barmhartig, maar ook hoe rechtvaardig en heilig Hij is. Laten we deze twee woorden, zonde en genade, aan onze kinderen doorgeven!

Namens de redactie,

Pieter Avé


Toelichting op het thema
Dit jaar is het thema voor Kompas ‘Profeten uit het Oude Testament’. In deze schets staat Ezechiël, een priesterzoon in ballingschap, centraal. Ezechiël wordt geroepen zijn volksgenoten in Babel te waarschuwen voor het naderende oordeel, de verwoesting van Jeruzalem en de tempel. Als het oordeel is voltrokken, mag Ezechiël ook profeteren dat God weer naar Zijn volk zal omzien. In deze schets wordt Ezechiël 4 uitgelegd.

Doel van de vertelling
In deze schets leren de kinderen over Ezechiël. Hij wordt geroepen tot profeet om een boodschap van oordeel én genade te brengen. De kinderen horen hoe groot Gods toorn over de zonde is, het aangezegde oordeel zal zeker komen. Maar ze horen ook dat God genadig is. Onverdiend en zelfs ongevraagd wil Hij zondaren, ook zondige kinderen, redden van het verderf.

Introductie voor kinderen
Beeld zonder woorden een beroep of spreekwoord uit en laat de kinderen raden wat je doet. In dit verhaal gaat het over een profeet die een boodschap van de Heere moest brengen door dingen te doen, zonder erbij te spreken.

Zingen en lezen

Zingen
• Psalm 6: 2, 3, 4, 9
• Psalm 17: 3, 4, 8
• Psalm 25: 1, 4, 8, 10
• Psalm 26: 1, 2, 11
• Psalm 31: 1, 8, 12, 17
• Psalm 38: 1, 14, 21, 22
• Psalm 51: 3, 6
• Psalm: 130: 1, 2, 3, 4
• Psalm 143: 8, 10, 11

• TZE 3: Al waren uw zonden als scharlaken 
• TZE 69: Neem mijn leven
• TZE 78: Ontwaakt gij die slaapt
• TZE 101: Vaste Rots

Lezen
Ezechiël 1: 1-3 en Ezechiël 2

Kerntekst
Ezechiël 33:11 Zeg tot hen: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik lust heb in de dood des goddelozen! maar daarin heb Ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve. Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen, want waarom zoudt gij sterven, o huis Israëls?

Vertelling
”Mensenkind, sta op uw voeten en Ik zal met u spreken.” Diep onder de indruk staat Ezechiël op. Is dat werkelijk de God van Israël Die tot hem spreekt...? Ezechiël is bij de rivier Chebar in het land Babel. Vijf jaar geleden is hij samen met heel veel andere Israëlieten gevangengenomen en weggevoerd uit Jeruzalem. Dit is een straf van de Heere omdat het volk Israël Hem verlaten heeft en de afgoden is gaan dienen. Vijf jaar lang woont hij nu al hier in ballingschap. Zal hij, zal zijn volk ooit nog terugkeren naar het land Israël? Hij had er zo naar verlangd om, als hij oud genoeg zou zijn, in de tempel te gaan dienen als priester. Nu is hij 30 jaar en oud genoeg voor de priesterdienst. Maar Jeruzalem is ver weg. Hij zal daar waarschijnlijk nooit priester worden. Nooit de Heere kunnen dienen in de tempel in Jeruzalem. Het is een groot verdriet voor Ezechiël.

Maar dan, opeens verschijnt de Heere aan hem, daar aan de rivier Chebar. Ezechiël ziet een wonderlijk visioen en hoort Gods stem: “Mensenkind, Ik zend u tot de kinderen van Israël…” Wat bijzonder, de Heere wil hem tóch gebruiken in Zijn dienst! Ezechiël kan geen priester worden in de tempel, maar nu wordt hij geroepen tot profeet. Hij moet profeteren. Hij moet het volk Israël de woorden van God vertellen. Het volk is zó ongehoorzaam geweest, dat God hen erg heeft gestraft. En zo ongehoorzaam zijn ze nog steeds. Ze moeten gewaarschuwd worden dat de straf nog erger wordt als zij zich niet bekeren. Jeruzalem zal verwoest worden en de tempel verbrand. Het werk waar God Ezechiël voor roept, zal niet gemakkelijk zijn. De mensen zullen niet naar hem luisteren, maar zelfs boos op hem worden en hem kwaad willen doen. Maar de Heere belooft dat Hij bij hem zal zijn. Hij hoeft niet bang te zijn voor de mensen.

“Ga, sluit u op binnen in uw huis!” Hè, dat is een vreemde opdracht...! De Heere heeft nog maar pas tegen Ezechiël gezegd dat hij Zijn profeet moet zijn en nu moet hij naar huis en de deur moet dicht! Ezechiël moet leren dat hij op Gods tijd moet wachten om te spreken. Eerst moet hij zwijgen, want de vijandschap van de Israëlieten in Babel tegen God is zo groot, dat de mensen hem kwaad zouden doen en zelfs doden als hij zou spreken.

Na enkele dagen lopen er af en toe mensen het huis van Ezechiël binnen. Ze komen eens kijken hoe het met hem gaat. Hij blijft maar steeds binnen en komt helemaal niet meer buiten. Wat is er aan de hand? Maar op al hun vragen krijgen ze geen antwoord. Ezechiël blijft stil. Hij mag niet spreken.

Maar al mag hij dan niet spreken, hij moet tóch waarschuwen. Niet met woorden, maar door iets te doen. “Mensenkind, neem een tichelsteen en teken daarop de stad Jeruzalem.” Ezechiël gaat aan het werk. Hij neemt een tichelsteen, een soort tegel van klei die nog niet helemaal hard is. Met een scherpe punt tekent hij in de klei. Hij tekent de stad Jeruzalem, de tempel, de muren en de heuvels. Hij weet nog goed hoe alles er uit zag. Maar dan is hij nog niet klaar. De Heere geeft hem de opdracht om nog meer te tekenen: er moet een stormwal om de stad komen, stormrammen en een belegeringstoren. Er moeten legers om de stad getekend worden, tenten en soldaten. Jeruzalem verandert in een belegerde stad. Ook dit heeft Ezechiël allemaal zelf gezien, vijf jaar geleden. De mensen die komen kijken wat er met Ezechiël aan de hand is, kijken mee over zijn schouder. Ze hoeven niet te vragen wat dit betekent. Ze snappen het wel, Jeruzalem zal weer belegerd worden door de legers uit Babel. Jeruzalem zal verwoest worden.

Opnieuw klinkt de stem van de Heere in het hart van Ezechiël: “Neem een ijzeren pan en zet die als een muur tussen u en de tekening en beleger zo de stad.” Gehoorzaam pakt Ezechiël een kookplaat die de Israëlieten gebruikten om het eten in de oven te bakken. Die ijzeren plaat zet hij als een soort muur tussen zichzelf en de stad. Nu moet hij over die plaat boos naar de stad kijken. Eigenlijk beeldt Ezechiël hier God uit, die toornig, boo s, naar de stad Jeruzalem kijkt. Er is een scheiding tussen de stad en God. Dat komt door de zonde van het volk Israël. Daarom komt het oordeel, de straf. Daarom zal de stad verwoest worden. Het is een waarschuwing: bekeert u, bekeert u, want waarom zou u sterven? De Heere wacht nog, maar het oordeel zál komen als het volk zich niet tot Hem bekeert.

Dit gaat ook over ons. Ook wij zijn van onszelf ongehoorzaam aan God. Ook bij ons is er een scheiding tussen ons en God door onze zonden. Maar de Heere roept ook ons steeds op om ons te bekeren tot Hem. Afkeren van de zonden, van de verkeerde dingen en ons toekeren naar Hem. Hem liefhebben en gehoorzamen. Ben jij net als de buren van Ezechiël? Zij werden boos en wilden niet luisteren. Wat doe jij als je gewaarschuwd wordt? Als je uit de Bijbel leest of hoort dat je bekeerd moet worden? Luister je dan echt? De Heere wacht nog, Hij wil jou redden!

Daar ligt Ezechiël, maar het is nog niet genoeg. De Heere zorgt ervoor dat Ezechiël op zijn plaats kan blijven liggen, alsof hij vastgebonden is met touwen. Want hij moet stil blijven liggen. Wel 350 dagen op zijn linkerzij en dan nog 40 dagen op zijn rechterzij. Elke dag dat hij ligt, betekent een jaar van zonde en ongehoorzaamheid van het volk Israël tegen God. Er zijn 390 jaren voorbijgegaan sinds de Heere in Israël de tempeldienst heeft ingesteld. Voor elk jaar moet Ezechiël nu een dag stilliggen en als het ware de zonden van het volk van het Tienstammenrijk dragen. De laatste 40 dagen, die hij op zijn rechterzij moet liggen, zijn voor de zonden van het Tweestammenrijk, voor Juda.

Daar ligt Ezechiël, bijna een jaar lang op zijn linkerzij. En daarna nog ruim een maand op zijn rechterzij. Heel stil moet hij liggen, kijkend naar de ijzeren plaat en de tegel met de tekening. Spreken mag hij niet. Het is bijna alsof hij slaapt. De mensen die zijn huis binnenkomen om te kijken naar de profeet, worden hierdoor gewaarschuwd. Al die jaren leek het ook net of God sliep. Ze konden leven zonder Hem en het leek wel of Hij sliep. Of Hij de zonden goed vond. Maar dat was natuurlijk niet zo! God zag de zonde wel, maar Hij was lankmoedig. Lang van geduld betekent dat. Maar Zijn geduld is op, de straf gaat nu komen. En daarom is dit een waarschuwing: bekeert u!

Misschien denk jij het ook wel eens: er gebeurt niets, het is niet zo erg als ik zondig, het is niet zo belangrijk om de Heere te zoeken. Maar de waarschuwing van Ezechiël is ook voor ons: het lijkt wel of God niets doet, maar Hij doet altijd wat Hij heeft gezegd. Wie naar Hem luistert, krijgt Zijn zegen. Wie ongehoorzaam blijft, Zijn straf.

Daar ligt Ezechiël. Liggend op zijn zij draagt hij de zonden van het volk Israël. Maar wégdragen kan hij die zonden niet. Al was hij 30 jaar blijven liggen. Dat kan alleen de Heere Jezus. Hij heeft 33 jaar de last van de zonde van Zijn volk gedragen, terwijl Hij Zelf nooit zonde heeft gedaan. Maar Hij riep uit wat Ezechiël nooit kon zeggen: Het is volbracht! Zodat Zijn kinderen schoongewassen van zonden voor God kunnen verschijnen.

“Mensenkind, neem voor u tarwe, gerst, bonen en linzen, gierst en spelt en bak daarvan een brood.”

Voor elke dag mag Ezechiël een broodkoek bakken. Maar het is geen lekker, smakelijk brood. Als hij al deze ingrediënten door elkaar mengt en bakt, wordt het een harde smakeloze broodkoek.

Elke dag mag hij een kleine broodkoek bakken. Niet veel voor een volwassen man. Daarbij mag hij af en toe een slokje water drinken. Maar nooit meer dan één liter water per dag. Eigenlijk te weinig in een warm land.

Ezechiël voelt dat de zonde vreselijk is. Alles wat hij moet doen van de Heere is zo moeilijk voor hem: zo lang stilliggen, weinig eten en drinken, zwijgen… Alles om te laten zien hoe erg de zonde is in de ogen van een heilige God. En ondertussen zal hij bespot en uitgelachen worden. Toch doet hij steeds gewillig wat de Heere van hem vraagt. De Heere heeft hem gehoorzaam gemaakt. Maar dan komt er nog één opdracht en dan kan Ezechiël toch niet meer zwijgen.

“Mensenkind,” zegt de Heere tegen hem, “als u dat brood gaat bakken, dan moet u geen hout nemen om een vuur te maken onder uw pan. Maar op de uitwerpselen van mensen moet u uw brood bakken.” Als Ezechiël dát hoort, roept hij het uit: “Ach Heere HEERE, moet ik dat echt doen? Van mijn jonge jaren af heb ik nooit iets onreins gegeten! Ik wil rein blijven voor U!” Nee, hij protesteert niet omdat het zo smerig is wat hij moet doen. Maar omdat hij dan onrein zal zijn voor de Heere. Heb jij ook zo’n hekel aan de zonde omdat je er de Heere verdriet mee doet?

De Heere hoort het gebed van Ezechiël. “Het is goed, Ik zal u rundermest geven om uw brood op te bakken.” En de Heere gaat hem ook vertellen wat deze opdracht betekent: “Mensenkind, Ik zal honger brengen in Jeruzalem.” De mensen zullen nog maar heel weinig te eten en te drinken hebben, voordat de stad verwoest zal worden. Het oordeel zal zeker komen.

Wat een moeilijke opdrachten kreeg de profeet. Er staan er nog meer opgeschreven in het boek Ezechiël. Zijn volksgenoten in Babel hebben het gezien en gehoord. Maar velen hebben zich niet bekeerd.

Ezechiël moest hen vertellen dat de straf van God over de zonde zou komen. Dat was een moeilijke boodschap. Maar wat een wonder! Hij mocht ook vertellen dat de Heere geen vreugde heeft in hun dood. Ezechiël moest zeggen: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik lust heb in de dood van de goddeloze! Maar daarin heb Ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve. Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen, want waarom zoudt gij sterven, o huis Israëls?

En als het oordeel over Jeruzalem is gekomen, als de stad verwoest is en ook de laatste mensen naar Babel zijn gebracht, mag hij een boodschap van genade brengen. Dan mag hij gaan profeteren over Gods trouw tegenover de ontrouw van het volk. Dan klinkt het: “Zie, Ik, ja, Ik zal naar Mijn schapen vragen en zal ze opzoeken!” Dan klinkt de belofte dat de Heere Zijn volk weer terug zal brengen in het beloofde land. Dat Hij ze zal leiden, zoals een herder zijn kudde leidt. Dat Hij voor hen zal zorgen zoals een herder voor zijn kudde zorgt!

Ezechiël krijgt opnieuw een visioen. Niet van de tempel die verwoest is, maar van een tempel die helemaal nieuw is. Mooier en groter dan de tempel die hij in het echt heeft gezien. Véél mooier, véél groter! Priesters en levieten brengen offers op de altaren. De Heere wordt weer gediend zoals Hij het vraagt. Daar staat Ezechiël. De Heere heeft hem naar de poort van die nieuwe tempel gebracht. En wat hij daar ziet, dat is zo mooi! Het is de heerlijkheid van de Heere, die de tempel vervult, zoals eens bij de tabernakel en later bij de tempel van Salomo. Hoor wat de Heere tegen hem zegt: Mensenkind, dit is de plaats van Mijn troon, en de plaats waar Ik wonen zal in het midden der kinderen Israëls, in eeuwigheid; en die van het huis Israëls zullen Mijn heilige Naam niet meer verontreinigen, zij noch hun koningen.

De Heere heeft Zijn volk opgezocht. En dat doet Hij nog steeds, want Hij blijft altijd Dezelfde. Ook nu wil Hij zondaren, jou, opzoeken en bij Hem terugbrengen. Niet omdat jij dat verdient, maar omdat deze Herder als een Lam geslacht is. De Heere Jezus heeft Zijn leven gegeven voor Zijn schapen. Opdat eenieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar het eeuwige leven zal hebben.

God doet wat Hij belooft!


Achtergrondinformatie bij het Bijbelgedeelte voor leidinggevenden

Profeten
Een profeet is in het Oude Testament een persoon die een boodschap van God doorgeeft aan de mensen. Het “Zo zegt de HEERE” dat klinkt uit hun mond, geeft aan, dat zij niet hun eigen woorden spreken, maar Gods woorden. Het woord ‘profeet’ is een vertaling van de Hebreeuwse term navi. Dat is de meest gebruikelijke aanduiding voor profeten in het Oude Testament. Er zijn nog twee andere benamingen voor profeten:
- Ziener (chozè of roè): Volgens 1 Samuel 9:9 werd een profeet vroeger een ‘ziener’ (roè) genoemd.
- Godsman (isj Elohim).

Hoe werd iemand profeet?
Een profeet was iemand die kon spreken namens God. Goddelijke inspiratie was de enige voorwaarde om als profeet te kunnen optreden. De achtergrond van profeten was dan ook heel verschillend. Zo zijn er in de Bijbel voorbeelden te vinden van profeten die van beroep schaapherder, priester, boer of schrijver waren.

In welke Bijbelboeken komen profeten voor?
Profeten komen we tegen in verschillende delen van het Oude Testament:
- In de Pentateuch
Bepaalde personen in de eerste vijf boeken van de Bijbel worden ‘profeten’ genoemd. Het bekendste voorbeeld is Mozes (Deuteronomium 18:20-22). In de Pentateuch staan ook voorschriften voor profetie (onder andere in Deuteronomium 13:2-6).
- In de historische boeken
Vooral in de boeken Jozua tot en met 2 Koningen staan veel verhalen over profeten, bijvoorbeeld over Elia en Elisa.
- In de profetische boeken
Deze boeken bestaan voor het grootste deel uit profetieën. Ze zijn vernoemd naar een profeet, zoals Jesaja of Amos. Het boek Jona is een uitzondering; dat is een verhaal óver een profeet.

Indeling van de profetische teksten
Op grond van de periode waarin ze optraden, worden de profeten vaak ingedeeld in twee groepen:
- Vroege profeten: de profeten die voorkomen in de eerste historische boeken van de Bijbel, Jozua tot en met 2 Koningen. De ‘vroege profeten’ traden op toen profetie in Israël waarschijnlijk nog maar net in opkomst was. Verhalen over deze personen, zoals over Samuel en Elia, staan in Jozua tot en met 2 Kronieken.
- Late profeten: de profeten naar wie een profetisch boek vernoemd is. Deze laatste groep (late profeten) kan onderverdeeld worden in:
• Klassieke profeten: profeten die leefden vóór de ballingschap.
De klassieke profeten verkondigden in grote lijnen steeds dezelfde boodschap: Israël heeft God verlaten. De Israëlieten hebben zich niet gehouden aan de wetten die God hun gegeven heeft. Ze hebben andere goden gediend, terwijl ze alleen de Heere mochten dienen.
Bovendien hebben ze hun medemensen niet goed behandeld. Daarom gaat God het volk straffen: hij zal rampen over Israël en Juda brengen. Toch spreken de profeten ook over Gods liefde. Die liefde blijft bestaan ondanks de ontrouw van het volk. Af en toe gloort er dan ook hoop door de teksten heen: de hoop op het herstel van Israël.
• Post-exilische profeten: profeten die leefden na de ballingschap.
Bij de klassieke profeten stond de boodschap centraal dat God onheil over Israël zou brengen. Maar bij de post-exilische profeten komen er andere accenten. Zij hebben de straf voor de zonden van het volk gezien: de ballingschap. Nu die straf is voltrokken, komt er meer ruimte voor verwachting en hoop, voor prediking van het heil (onder andere Jesaja 40:2). In een wat een latere periode na de ballingschap, waarin de Joodse gemeenschap weer werd opgebouwd, zien we bij een aantal profeten een nadruk op bekering en herstel.

Ballingschap
Bij een ballingschap wordt een groot gedeelte van de bevolking naar het land van de bezetter weggevoerd. De bevolking van het Tweestammenrijk is in verschillende fasen door de Babyloniërs weggevoerd. De eerste wegvoering was in 605 voor v. Chr. Hierbij zijn bijvoorbeeld ook Daniel en zijn vrienden meegevoerd. De tweede wegvoering was in 597 v.Chr. Hier was ook Ezechiël bij. Tijdens de laatste wegvoering in 586 v.Chr. zijn de stad Jeruzalem en de tempel verwoest.

Net als in het Tienstammenrijk, waar na de scheuring van het rijk al snel de afgoden werden gediend, heeft de afgodendienst ook in het Tweestammenrijk een grote plaats gekregen. Ondanks de waarschuwende profetieën van o.a. Jeremia ging het volk hiermee door. Daardoor is het oordeel gekomen wat God al aangezegd had door Mozes bij de verbondssluiting in Deuteronomium 28:36: De HEERE zal u, mitsgaders uw koning dien gij over u zult gesteld hebben, doen gaan tot een volk dat gij niet gekend hebt, noch uw vaderen; en aldaar zult gij dienen andere goden, hout en steen.

Priester
Ezechiël komt uit een priestergeslacht. Een priester mocht vanaf zijn 30e levensjaar actief deelnemen aan de tempeldienst. Ezechiël is weggevoerd toen hij 25 jaar oud was. Hij werd geroepen tot profeet toen hij 30 jaar was. Zo mocht hij, op een andere manier dan gedacht, toch een knecht in dienst van de HEERE zijn.

Mensenkind
De HEERE spreekt Ezechiël aan als ‘mensenkind’ ofwel ‘zoon van Adam’. Hierin komt de nietigheid en kleinheid van een mens tegenover Gods onmetelijke grootheid en majesteit tot uitdrukking. Maar ook de bijzondere verhouding van Ezechiël tot de HEERE heeft. Hij is door Hem geroepen tot profeet.

Visioen
Een visioen is in de Bijbel een bovennatuurlijke visuele ervaring die mensen (meestal profeten) van God ontvangen: God laat mensen iets zien, en geeft hun op die manier een boodschap door. Vaak is het de onthulling van iets wat in de toekomst gaat gebeuren. Bij zijn roeping ziet Ezechiël een indrukwekkend visioen. God laat hem iets van Zijn ontzagwekkende heerlijkheid zien. Dit is in deze vertelling verder niet uitgewerkt. Later ziet hij nog meer visioenen. In het tweede visioen ziet Ezechiël hoe Gods heerlijkheid uit de tempel vertrekt. In het derde visioen ziet hij hoe de heerlijkheid van God terugkeert in een nieuwe tempel. De HEERE wil weer bij Zijn volk wonen. In het Nieuwe Testament zien we dat dit mogelijk is door Jezus Christus, de Heere der heerlijkheid. In Hem is het mogelijk om Gods heerlijkheid met een onbedekt gezicht aan te zien.

Ezechiëls rantsoen
Een mengsel van tarwe, gierst (of heers, voedsel voor de allerarmsten), peulvruchten levert geen smakelijk brood op. Twintig sikkelen is ongeveer 230 gram. Deze hoeveelheid mocht Ezechiël iedere dag klaarmaken. Een hin is een oude Hebreeuwse maateenheid voor vloeistoffen, die ongeveer gelijk is aan 5,7 liter. Het zesde deel is dan ongeveer een liter, de hoeveelheid die Ezechiël per dag mocht drinken. Het bereiden met mensendrek moeten we zo opvatten, dat Ezechiël dit moest gebruiken als brandstof. Hier horen we voor het eerst protest van de profeet. Hij wil zich niet verontreinigen voor de Heere. Het gaat hem hierin niet om zijn eigen weerzin, maar om de eer van God. Hij krijgt toestemming om rundermest te gebruiken. Het brood ziet op de hongersnood die in Jeruzalem zal uitbreken tijdens de belegering. De mest is om uit te beelden wat er in de ballingschap gebeurt. Het volk wordt besmet met en gaat ruiken naar, de zonden van Babel. Het laat zien hoe weerzinwekkend de zonde, en daardoor eigenlijk ook het volk Israël, voor de Heere is.

Broodbereiding
Een (enigszins holle) ijzeren of lemen bakplaat wordt op drie stenen gelegd. Daaronder wordt een vuurtje gestookt. Het deeg wordt op de hete plaat gelegd en gebakken.

Heere HEERE
De Naam ‘Heere’ duidt op Gods macht. God is de Bezitter van en Heerser over alle dingen. De Naam ‘HEERE’ is Gods verbondsnaam. De HEERE is toornig over de zonde, vooral over die van Israël. Het volk ontheiligt Hem, de Verbondsgod! Toch is Hij bovenal de Getrouwe. De combinatie ‘Heere HEERE’ onderstreept de onvergelijkbare majesteit van Israëls God. Van de 301 maal in het Oude Testament komt deze combinatie 217 keer in Ezechiël voor.

Tekenhandelingen
Ezechiël moet verschillende dingen doen die een diepere betekenis hebben, de zogenoemde tekenhandelingen:
• een boekrol opeten
• de belegering van Jeruzalem uitbeelden
• een gat in de muur maken en doen alsof hij op reis gaat
• treuren, op de heup slaan en in de handen klappen
• niet rouwen na de dood van zijn vrouw
• twee stukken hout beschrijven

Belijdenisgeschriften
Heidelbergse Catechismus

• HC. Zondag 3 – over de zonde van de mens
• HC. Zondag 4 – over eigen schuld en Gods rechtvaardigheid
• HC. Zondag 21 – over de vergeving van zonden
• NGB-artikel 14 – over de schepping van de mens en zijn onvermogen om goed te doen
• NGB-artikel 20 – God heeft Zijn rechtvaardigheid en barmhartigheid bewezen in Christus


Antwoorden bij werkboekje groep 5 en 6

WEET JE HET NOG?

- De profeet Ezechiël woont in Jeruzalem. Waar (n) /niet waar (m)
- Vijf jaar geleden is hij weggevoerd naar Babel. waar (e) /niet waar (z)
- Toen hij 30 jaar werd, ging hij in de tempel werken. Waar (d) /niet waar (n)
- De tempel in Jeruzalem is verwoest. Waar (b) /niet waar (s)
- De gevangenen in Babel hebben berouw over hun zonden. Waar (m) /niet waar (e)
- Ezechiël moet profeteren tegen zijn landgenoten in Babel. waar (n) /niet waar (k)
- In plaats van spreken moet hij zwijgen. Waar (k) /niet waar (i)
- Op een kleitegel tekent hij de stad Jeruzalem. Waar (i) /niet waar (r)
- Wel 390 dagen moet Ezechiël op zijn zij liggen. Waar (n) /niet waar (d)
- Hij mag niets eten en drinken. Waar (v) /niet waar (d)

Zet de letters van de goede antwoorden achter elkaar. Je leest dan: mensenkind

OM OVER TE PRATEN

• Wat was het werk van een profeet?
Profeten werden door de Heere geroepen om Zijn wil aan de mensen bekend te maken. Ze wezen het volk Israël op hun zonden en riepen op tot bekering. Daarbij waarschuwden ze voor de straf die zou komen als het volk ongehoorzaam bleef aan God.
• Spraken de profeten alleen van straf en oordeel?
Nee, profeten mochten ook Gods beloften doorgeven voor iedereen die Hem wel wil gehoorzamen. En ze vertelden over de komst van de Heere Jezus naar deze aarde.
• Hoe kun jij nu weten wat God van ons wil?
In de prediking, in het lezen van Gods Woord horen wij Gods stem.
• Wat wil de Heere dan van ons?
In Gods Woord kunnen we lezen van de twee wegen: óf we geloven Zijn Woord en ontvangen Zijn zegen en het eeuwige leven, óf we verharden ons en bekeren ons niet. Dan wacht ons de eeuwige duisternis.

In Ezechiël 33:11 staat dat Ezechiël een opdracht krijgt van de Heere: Zeg tot hen: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik lust heb in de dood van de goddeloze! Maar daarin heb Ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve. Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen, want waarom zoudt gij sterven, o huis Israëls?
• Er staat in deze tekst twee keer iets over ‘lust hebben’. Wat zou dat beteken?
Laat de kinderen hier even over nadenken. Iets wat je lust, vind je lekker. Vertel dan dat lust ook een oud woord is voor plezier, genot. Het betekent dus dat je iets fijn vindt.
• Waar heeft de Heere lust in volgens deze tekst?
De Heere vertelt ons hier dat Hij er lust in heeft, het dus fijn vindt als een goddeloze zich bekeert van zijn zondige leven. En dat Hij er geen plezier in heeft als een zondaar in zijn zonden sterft.
• Wat betekent deze tekst voor jou?
De Heere heeft ons aller behoud op het oog. Hij heeft er alles aan gedaan om zondaren de zaligheid te kunnen geven. Hij heeft er zelfs Zijn Zoon voor gegeven! Die gaf zelfs Zijn leven, daarom kan ook jij zalig worden.

REBUS
Daarin heb Ik lust dat de goddeloze zich bekere en leve.


Antwoorden bij werkboekje groep 7 en 8

Weet je het nog?
Kies de goede woorden van de kleitegels en vul in.
1. De profeet Ezechiël woont in Babel. 
2. Vijf jaar geleden is hij weggevoerd in ballingschap.
3. Toen hij 30 jaar werd, kon hij niet in de tempel gaan werken.
4. De tempel in Jeruzalem was nog niet verwoest.
5. De gevangenen in Babel hebben geen berouw over hun zonden.
6. Ezechiël moet gaan profeteren tegen zijn landgenoten in Babel.
7. In plaats van spreken moet hij zwijgen en dingen uitbeelden. 
8. Op een kleitegel tekent hij de stad Jeruzalem.
9. Wel 390 dagen moet Ezechiël op zijn zij liggen.
10. Hij mag maar weinig eten en drinken.

Om over te praten
Zoek in de Bijbel met Uitleg de tijdlijn bij Ezechiël op.
a. In welk jaar werden voor de eerste keer mensen uit het Tweestammenrijk weggevoerd? 605 v.Chr.
b. Ezechiël werd bij de tweede wegvoering naar Babel gebracht. In welk jaar was dat? 597 v. Chr.
c. Welke koning regeerde in die tijd in Jeruzalem? Jojachin
d. Hoe lang is het volk van het Tweestammenrijk in ballingschap (gevangen in een ander land) geweest? Van 609 tot 538 v.Chr., ongeveer 70 jaar.
e. In welk jaar werd Ezechiël geroepen tot profeet? 593 v.Chr.

In Ezechiël 33:11 staat dat Ezechiël een opdracht krijgt van de Heere: Zeg tot hen: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik lust heb in de dood van de goddeloze! Maar daarin heb Ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve. Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen, want waarom zoudt gij sterven, o huis Israëls?
a. Er staat in deze tekst twee keer iets over ‘lust hebben’. Wat zou dat beteken?
Laat de kinderen hier even over nadenken. Iets wat je lust, vind je lekker. Vertel dan dat lust ook een oud woord is voor plezier, genot. Het betekent dus dat je iets fijn vindt.
b. Waar heeft de Heere lust in volgens deze tekst?
De Heere vertelt ons hier dat Hij er lust in heeft, het dus fijn vindt als een goddeloze zich bekeert van zijn zondige leven. En dat Hij er geen plezier in heeft als een zondaar in zijn zonden sterft.
c. Wat betekent deze tekst voor jou?
De Heere heeft ons aller behoud op het oog. Hij heeft er alles aan gedaan om zondaren de zaligheid te kunnen geven. Hij heeft er zelfs Zijn Zoon voor gegeven! Die gaf zelfs Zijn leven, daarom kan ook jij zalig worden.
d. Er waren meer profeten die het volk Israël waarschuwden voor de straf op hun zonden. Hoe werd er op die prediking gereageerd?
Velen luisterden niet naar de waarschuwingen. Het duurde allemaal zo lang, het zou wel meevallen, het zou vast niet gebeuren… Een enkeling luisterde wel.
e. Hoe is dat nu? Hoor jij nog wel eens een profeet?
In onze tijd zijn er geen profeten meer zoals in het Oude Testament. God openbaart Zich nu in Zijn Woord. We kunnen dit zelf lezen en Gods knechten verkondigen dit Woord en leggen het aan ons uit.
f. Hoe kun je nu weten wat God van ons wil?
In de prediking, in het lezen van Gods Woord horen wij Gods stem. We kunnen daarin lezen van de twee wegen: óf we geloven Zijn Woord en ontvangen Zijn zegen en het eeuwige leven, óf we verharden ons en bekeren ons niet. Dan wacht ons de eeuwige duisternis.

Lees zondag 3 van de Heidelbergse Catechismus
a. Waarom is de zonde zo erg?
Omdat zonde ongehoorzaamheid is tegen God. Wij zetten dan kwaad tegenover Gods goedheid. God heeft ons goed geschapen, geeft ons zoveel zegeningen en heeft zelfs Zijn Zoon gestuurd om voor de zonden te betalen. Als wij zondigen, verachten we alles wat Hij doet en schenkt.
b. Maar wij kunnen er toch niets aan doen dat we zondig zijn? Ja, toch wel. God heeft ons goed geschapen, maar omdat Adam heeft gezondigd in het Paradijs, dragen wij allemaal die schuld met ons mee en doen wij ook zelf steeds zonden. Ook kunnen we Adam de schuld niet geven, wij zijn net als hij en vallen ook voor de verleidingen van de zonde.
c. Kan God de zonde niet door de vingers zien? Nee, God is zo heilig. Zonde tegen Hem moet gestraft worden. Er zijn twee opties: wij moeten zelf de straf dragen, of de Heere Jezus heeft voor ons betaald.

Puzzel

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2026

Kompas Handleiding | 24 Pagina's

Handleiding 8: De profeet Ezechiël ; De treurende profeet

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2026

Kompas Handleiding | 24 Pagina's