JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Handleiding 5: Immanuel! De profeet Jesaja

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Handleiding 5: Immanuel! De profeet Jesaja

Jaarthema: “Profeten in het Oude Testament”

21 minuten leestijd

Van de redactie

Het jaarthema van Kompas is ‘Profeten uit het Oude Testament’ en sluit mooi aan bij het jaarthema van de JBGG: ‘Alzo zegt de HEERE.’ In deze serie willen we minder bekende geschiedenissen en profetieën onder de aandacht brengen.

Deze kerstschets gaat over de profeet Jesaja en de Immanuel-profetie. In een tijd van politieke dreiging en geestelijke lauwheid krijgt koning Achaz een teken aangeboden: een zoon die geboren zal worden uit een maagd en Immanuel zal heten: ‘God met ons’. Achaz weigert te geloven, maar God geeft toch het teken. Deze profetie is niet alleen gericht op de situatie van toen, maar wijst ook vooruit naar de komst van de Messias. Het is een krachtige boodschap: zelfs in tijden van ongeloof en dreiging laat God Zich niet onbetuigd en wijst Hij op de vervulling van Zijn beloften. Het is kerst geworden: wat een wonder!

Namens de redactie,
Pieter Avé


Toelichting op het thema
Dit jaar is het thema voor Kompas “Profeten uit het Oude Testament”. We kennen veel profeten uit de Bijbel, Jesaja is misschien wel een van de bekendste profeten. In deze Kerstschets luisteren we naar zijn profetie over de komst van Immanuel uit Jesaja 7:14. Het accent zal in deze schets minder vallen op de profeet maar vooral op Hem over Wie Jesaja profeteerde: Gods Zoon, Die Mens werd en geboren wilde worden in Bethlehem.

Doel van de vertelling
De kinderen horen over het grote wonder, dat de profeet Jesaja in een moeilijke tijd en zelfs aan een goddeloze koning Gods belofte mocht verkondigen dat de Messias zal komen. Ze leren wat de Naam Immanuel betekent: God met ons. De kinderen horen over Gods grote goedheid, dat Hij door de Heere Jezus met zondaren kan en wil zijn, zodat zondaren ook weer bij de Heere mogen horen.

Introductie van het thema voor de kinderen
Misschien vind je het fijner om bij deze kerstschets met het programma geen aparte introductie te houden, wellicht omdat de kerstviering een ander karakter heeft dan een gewone clubmiddag of -avond. Mocht je toch het thema willen introduceren dan volgt hier een suggestie. Probeer een Nederlandse munt van € 2 te vinden en neem die mee. Laat een kind lezen wat er op de rand staat: God zij met ons. Wat betekent dat? Het is een wens, je hoopt dat God bij ons zal zijn en ons zal helpen. Dat komt door het woordje ‘zij’. Wat gebeurt er als je dat woordje ‘zij’ weglaat? Dan staat er ‘God met ons’. Wat is het verschil? Bij “God zij met ons”, hóóp je dat God met ons zal zijn, bij “God met ons” wéét je dat God met ons is. Maar, hoe kun je dat ooit zeker weten? We vieren nu het Kerstfeest. De Heere Jezus wilde naar deze aarde komen. Gods eigen Zoon werd Mens. Als je naar de Heere Jezus kijkt, zoals Hij in de kribbe van Bethlehem ligt, dan mag je het wonder zien: “God is met ons”. Daar hoort een bijzondere Naam bij: Immanuel! Als je voortaan een Nederlandse munt van € 2 ziet, mag je daar aan denken!

Zingen en lezen

Zingen
De psalmen en liederen uit het kerstprogramma.

Lezen
Jesaja 7: 1-4, 10-14 en eventueel Mattheüs 1:18-25

Kerntekst
Daarom zal de Heere Zelf ulieden een teken geven: Zie, een maagd zal zwanger worden, en zij zal een Zoon baren en Zijn Naam IMMANUEL heten. (Jesaja 7:14)


Vertelling

Op de muur van Jeruzalem loopt Achaz, de koning van het tweestammenrijk Juda. Zijn gezicht staat somber. En dat is geen wonder. Er is groot gevaar, het is oorlog! Syrië heeft samen met Israël de aanval ingezet tegen Juda. En nu wordt Jeruzalem bedreigd. Als Jeruzalem veroverd zal worden, is het met zijn koningschap gedaan. Dan is het afgelopen met het huis van David. Maar... de Heere is er toch ook nog? Helpt Hij dan niet?

Dat is het nu juist. Achaz zoekt geen hulp bij de Heere. Hij wil de Heere niet dienen. Hij dient de afgoden. Zijn kinderen offert hij aan de afgod Moloch. Tot de Heere bidden om hulp? Geen denken aan!

In het veld, dicht bij de muur van Jeruzalem loopt Jesaja, de profeet van de Heere. Hij heeft een boodschap van zijn God. Een boodschap voor Achaz. Want al vraagt Achaz niet naar de Heere, de Heere vraagt wel naar de koning. Die komt immers uit het huis van David? En dat huis van David wordt bedreigd. Syrië en Israël zijn op weg om Jeruzalem in te nemen. Maar dat is de stad waar de Heere woont. Hij zal genadig zijn vanwege Zijn verbond met David. De Heere is de Getrouwe.

Bij een vijver komen ze elkaar tegen, koning Achaz en de profeet Jesaja. "Achaz, ik heb een boodschap van de Heere voor u. Jeruzalem beeft, iedereen is bang. Maar zo zegt de Heere: Vrees niet voor die twee vijanden, die de stad willen veroveren, want ze zullen niets kunnen doen. Ik Zélf zal Juda en Jeruzalem beschermen. Maar als u niet gelooft, dan is er voor u geen heil, geen redding, maar ondergang!"

Achaz gelooft het niet! Hij veracht het Woord van de Heere. Maar dan laat de Heere zien hoe goed Hij is. Jesaja moet Gods woorden doorgeven: "Eis maar een teken, opdat u zult geloven. Vraag maar om een wonder, dan zal Ik het u geven."

Maar Achaz zegt: "Nee. Ik zal geen teken vragen, want dan verzoek ik de Heere. Een teken vragen is immers de Heere op de proef stellen?"

Het klinkt heel vroom. Maar dat is het niet. De Heere biedt Zélf een teken aan, maar de koning weigert dat teken. Want hij wil niet geloven in de Heere en hij wil niet vertrouwen op Zijn hulp. Hij vertrouwt liever op de hulp van Assyrië. Dat blijkt later.

Jesaja is verontwaardigd. "U lijkt vroom, maar u vermoeit de Heere met uw ongeloof. Daarom zal de Heere Zélf ulieden een teken geven: Zie, een maagd zal zwanger worden, en zij zal een Zoon baren en Zijn Naam IMMANUEL heten. En vóórdat dit jongetje twee of drie jaar zal zijn, zal de Heere Juda verlossen van die twee vijanden, Syrië en Israël." Vol overtuiging heeft Jesaja Gods Woorden doorgegeven.

In deze angstige tijd zal er bij een jonge vrouw een zoon geboren worden. Terwijl iedereen denkt dat de ondergang nabij is, zal er bij die vrouw het geloof zijn, dat koning Achaz mist. Midden in alle oorlogsdreiging zal zij haar kind IMMANUEL noemen. Dat betekent: God met ons!

God met ons. Dat is alleen genade. Want hoe kan God nu met een volk zijn, waarvan de koning de afgoden dient en niet naar de Heere vraagt? En hoe kan de Heere nu met een volk zijn, dat ook de afgoden dient en niet naar de Heere vraagt?

Weet je waar deze geschiedenis op lijkt? Op hoe het was in het paradijs. In het paradijs was God met ons. Toen hebben wij zélf God verlaten. Voor altijd. Net als koning Achaz en zijn volk. Maar wat een wonder van genade: in het paradijs zocht de Heere de mens op. Net zoals Hij Achaz opzocht. Maar hoe kan nu een heilig God een zondig mens opzoeken? Hoe kan Hij met een zondaar zijn?

Dat kan alleen door de Heere Jezus. Daarom profeteert Jesaja juist over Hem. Hij is IMMANUEL. Hij is Zelf de ‘God met ons’. De Heere Jezus zal komen. Hij wil Zichzelf geven aan zondaren. Wat een zondaarsliefde!

Het woord van Jesaja is vervuld. Syrië en Israël zijn verdreven. God met ons, IMMANUEL. Wat is de Heere goed. Hij wil zijn met een volk dat Hem heeft verlaten! Hij laat hen niet aan hun lot over, maar ontfermt Zich over zondaren.

-o-o-o-o-o-

Het is eeuwen later.

Daar loopt Jozef, de timmerman van Nazareth. Hij is verdrietig. Maria, met wie hij verloofd is, verwacht een kindje. En ze zijn nog niet getrouwd. Hij zal dan ook niet de vader zijn van dat kind. Maria heeft niets tegen hem gezegd. Zou ze hem bedrogen hebben? Zou ze een andere man liefhebben? Jozef begrijpt het niet.

Eigenlijk moet hij haar nu naar de rechter brengen, omdat ze blijkbaar in het geheim een andere man heeft. Maar dan zal ze openlijk veroordeeld worden en te schande worden gemaakt. Dan moet ze gestenigd worden. En dat wil Jozef niet. Daarvoor houdt hij teveel van Maria. Hij zal haar niet naar de rechter brengen.

Maar met haar trouwen kan ook niet. Als zij een andere man heeft gehad, die de vader van het kindje zal zijn, dan zegt de wet van Mozes dat hij bij haar weg moet gaan. En Jozef is een rechtvaardig man, hij wil leven naar de wetten van de Heere. Ja, meer dan dat, hij heeft de Heere en Zijn wetten lief.

Daarom is hij nu zo verdrietig. Hij had altijd gedacht dat Maria de Heere ook liefhad. Hoe kan het dan dat zij nu Gods wetten zo erg heeft overtreden? Wat is het allemaal moeilijk.

Maar dan is daar de Heere! Door een engel spreekt Hij tot Jozef in een droom. "Jozef, gij zoon van David, wees niet bevreesd om Maria tot uw vrouw te nemen. Zij zal inderdaad een kindje krijgen. Maar dat ze een andere man liefheeft, is niet waar. Het Kindje in Maria is ontvangen uit de Heilige Geest. God Zélf is de Vader van dat Kind. De Zoon Die Maria zal baren is de beloofde Verlosser en Zaligmaker. Daarom zult u Zijn Naam Jezus noemen, want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden."

Vol verwondering luistert Jozef. Wordt Maria de moeder van de lang verwachte Messias? Gaat de Heere nu Zijn belofte vervullen? Jezus! Zaligmaker! Hij zal verlossen van de zonden. Niet alleen van de schuld en de straf, maar ook van de macht en de gevolgen van de zonde. En God Zélf zal Zijn Vader zijn. Wat een genade!

Nu gaan de woorden van de profeet Jesaja volledig in vervulling: Zie, een maagd zal zwanger worden, en zij zal een Zoon baren en Zijn Naam IMMANUEL heten. Dat betekent: God met ons!

God met zondaren! Nu wordt de belofte vervuld, want de Messias Die komt is Zélf de God-met-ons, de IMMANUEL! Ondanks hun ongeloof, ondanks hun zonde komt de Heere bij zondaren wonen. Een teken van Gods genade. Om dat teken wordt niet gevraagd. Maar de Heere geeft het.

God wilde Achaz een teken geven, opdat hij zou geloven. Achaz weigerde. De Heere geeft ons dit teken van de IMMANUEL, geboren uit de maagd Maria, opdat ook wij zullen geloven. Wat doe jij ermee? Buig je vol verwondering je knieën, omdat de Heere Zijn eigen Zoon geeft, Die Hijzelf IMMANUEL noemt: God met ons?

-o-o-o-o-o-

En hoe wonderlijk leidt de Heere dan alle dingen. Jozef en Maria zijn op bevel van keizer Augustus naar Bethlehem gereisd om zich daar te laten inschrijven. In de herberg is er voor hen geen plaats om te overnachten. Ze komen in een stal terecht. En daar wordt de tijd vervuld. Daar wordt Gods belofte vervuld. Daar wordt Hij geboren, de Zaligmaker! De Zoon van God, mens geworden, neergelegd in een voerbak.

Maar als Jozef en Maria zich buigen over die kribbe, dan weten ze het: dit is Hij nu, de Zaligmaker, de IMMANUEL. En elke keer als ze naar Hem kijken, dan is daar die blijdschap: God-met-ons. Want daar ligt Hij, in een kribbe! God is met ons, in deze stal. In deze armoede. Hij Zélf wilde komen, midden in onze zonden. Niet om die zonden te straffen, maar om ze weg te nemen. Om als Redder de IMMANUEL te zijn.

Buiten Bethlehem zijn de herders. Ze houden de nachtwacht over hun kudde. Plotseling verschijnt er een engel aan hen met een heerlijke boodschap: "Vreest niet, want, zie, ik verkondig u grote blijdschap, die al den volke wezen zal; namelijk, dat u heden geboren is de Zaligmaker, Welke is Christus de Heere, in de stad Davids." De IMMANUEL is gekomen! De Zoon van God, in Wie de Heere met zondaren is! Kan dat? Kan God ook met de herders zijn? Zij zijn de minsten van het volk en worden door bijna iedereen veracht. Is nu voor hén de IMMANUEL geboren? Is de Heere met hén?

Haastig gaan ze op zoek. En... ze vinden het Kind, met Jozef en Maria. Daar ligt Hij: gekomen voor hen. Zo zei de engel het toch: "Ú is heden geboren de Zaligmaker!" Daar buigen die sterke mannen voor de kribbe neer. Vol aanbidding zien ze hier de vervulling van de belofte: God met ons!

Het maakt hen klein en eerbiedig. Hoe is het mogelijk: de Heere met hén, zondige, verachte herders. Dat kan ook alleen maar omdat God zo genadig is. Hier vinden ze hun Zaligmaker. Diep buigen ze vanwege dit heerlijke wonder.

Maar juist als je in aanbidding en verwondering buigt voor de Heere, geeft Hij je een danklied tot Zijn eer. Grote blijdschap, had de engel gezegd. En zo mag het zijn in jouw hart, als je buigt voor de Zaligmaker. Als je Hem mag aanbidden, dan ga je zingen. Dat doen de herders ook. Als ze terug gaan, zingen ze het loflied: "De HEERE der heirscharen is met ons!" Dat is het lied van IMMANUEL.
-o-o-o-o-o-
Het is jaren later. Het is donker, terwijl het midden op de dag is. Daar staan drie kruisen. Aan het middelste kruis hangt de Heere Jezus. IMMANUEL… Maar God is nu niet met Hém. Hoor, hoe Hij roept: “Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?” Daar hangt Hij, omdat wij gezondigd hebben. Wij verdienen het om door God verlaten te worden. Maar hier wordt de profetie van Jesaja helemaal vervuld. Omdat de Heere Jezus aan het kruis wilde sterven, is Hij de IMMANUEL. Door Hem kan God weer met zondaren zijn. Het wordt weer licht op Golgotha. Hoor, de Heere Jezus roept opnieuw. Maar nu is het een juichkreet! “Het is volbracht!” De strijd is gestreden, de zonde is betaald, de overwinning is behaald. IMMANUEL! God Zelf geeft ons een teken. In de kribbe, aan het kruis: Dit is Mijn geliefde Zoon! IMMANUEL! Kom, laten wij aanbidden, die Koning! Laten wij aanbidden, deze IMMANUEL!


Achtergrondinformatie

Profeten
Een profeet is in het Oude Testament een persoon die een boodschap van God doorgeeft aan de mensen. Het “Zo zegt de HEERE” dat klinkt uit hun mond, geeft aan, dat zij niet hun eigen woorden spreken, maar Gods woorden.

Het woord ‘profeet’ is een vertaling van de Hebreeuwse term navi. Dat is de meest gebruikelijke aanduiding voor profeten in het Oude Testament. Er zijn nog twee andere benamingen voor profeten:
- Ziener (chozè of roè): Volgens 1 Samuel 9:9 werd een profeet vroeger een ‘ziener’ (roè) genoemd.
- Godsman (isj Elohim).

Hoe werd iemand profeet?
Een profeet was iemand die kon spreken namens God. Goddelijke inspiratie was de enige voorwaarde om als profeet te kunnen optreden. De achtergrond van profeten was dan ook heel verschillend. Zo zijn er in de Bijbel voorbeelden te vinden van profeten die van beroep schaapherder, priester, boer of schrijver waren.

In welke Bijbelboeken komen profeten voor?
Profeten komen we tegen in verschillende delen van het Oude Testament:
- In de Pentateuch
Bepaalde personen in de eerste vijf boeken van de Bijbel worden ‘profeten’ genoemd. Het bekendste voorbeeld is Mozes (Deuteronomium 18:20-22). In de Pentateuch staan ook voorschriften voor profetie (onder andere in Deuteronomium 13:2-6).
- In de historische boeken
Vooral in de boeken Jozua tot en met 2 Koningen staan veel verhalen over profeten, bijvoorbeeld over Elia en Elisa.
- In de profetische boeken
Deze boeken bestaan voor het grootste deel uit profetieën. Ze zijn vernoemd naar een profeet, zoals Jesaja of Amos. Het boek Jona is een uitzondering; dat is een verhaal óver een profeet.

Indeling van de profetische teksten
Op grond van de periode waarin ze optraden, worden de profeten vaak ingedeeld in twee groepen:
- Vroege profeten: De ‘vroege profeten’ traden op toen profetie in Israël waarschijnlijk nog maar net in opkomst was. Verhalen over deze personen, zoals over Samuel en Elia, staan in de eerste negen historische boeken van de Bijbel (Jozua tot en met 2 Kronieken).
- Late profeten: de profeten naar wie een profetisch boek vernoemd is. Deze laatste groep (late profeten) kan onderverdeeld worden in:
• Klassieke profeten: profeten die leefden vóór de ballingschap. De klassieke profeten verkondigden in grote lijnen steeds dezelfde boodschap: Israël heeft God verlaten. De Israëlieten hebben zich niet gehouden aan de wetten die God hun gegeven heeft. Ze hebben andere goden gediend, terwijl ze alleen de Heere mochten dienen. Bovendien hebben ze hun medemensen niet goed behandeld. Daarom gaat God het volk straffen: hij zal rampen over Israël en Juda brengen. Toch spreken de profeten ook over Gods liefde. Die liefde blijft bestaan ondanks de ontrouw van het volk. Af en toe gloort er dan ook hoop door de teksten heen: de hoop op het herstel van Israël.
• Post-exilische profeten: profeten die leefden na de ballingschap. Bij de klassieke profeten stond de boodschap centraal dat God onheil over Israël zou brengen. Maar bij de post-exilische profeten komen er andere accenten. Zij hebben de straf voor de zonden van het volk gezien: de ballingschap. Nu die straf is voltrokken, komt er meer ruimte voor verwachting en hoop, voor prediking van het heil (onder andere Jesaja 40:2). In een wat een latere periode na de ballingschap, waarin de Joodse gemeenschap weer werd opgebouwd, zien we bij een aantal profeten een nadruk op bekering en herstel.

Jesaja
De profeet Jesaja wordt wel genoemd de evangelist van het Oude Testament. Wat heeft hij door het licht van de Heilige Geest een heerlijk gezicht gehad op de komende Zaligmaker. Jezus Christus vormt het middelpunt van dit gehele Bijbelboek. Jesaja is al jong tot de dienst van de Heere geroepen. Hij heeft Gods Woord verkondigd in een voor Israël donkere tijd. In het bijzonder tijdens de regering van koning Achaz tierde de afgodendienst welig. En toch: Jesaja mag komen met de boodschap van de komende Messias. Als dat geen Evangelie is! Genade verkondigd aan een van God afwijkend volk! Jesaja spreekt van de Heere Jezus als een Profeet (55:4), een Priester (53:12), een Koning (32:1 en 2). Een van de duidelijkste profetieën over Jezus' Borgwerk vinden we bij deze profeet, in het bekende hoofdstuk 53. In ons hoofdstuk (7) horen we Jesaja spreken over de komende Verlosser als de Zoon van God.

Koning Achaz

Over deze koning lezen we in 2 Koningen 16, 2 Kronieken 28 en in Jesaja 7. Hij was de zoon van de vrome koning Jotham en regeerde over Juda. in die tijd regeerde Pekah over het tienstammenrijk. Wat koning Achab was geweest voor Israël, was Achaz voor Juda. Hij was de meest goddeloze koning van Juda en liet niet alleen de afgodendienst toe, maar bevorderde die zelfs. Beelden van Baäl en Moloch werden opgericht, Achaz deed zijn eigen zoon door het vuur gaan. Om de hulp van Assyrië te kopen, roofde hij het goud en het zilver uit de tempel. Toen hij in Damascus een altaar zag, liet hij op het tempelplein een kopie daarvan bouwen. Het koperen brandofferaltaar werd aan de kant geschoven. Het kwam zelfs zover, dat hij de deuren van de tempel liet sluiten. Geen wonder, dat de Heere komt met Zijn oordeel. Vijanden belagen het land: koning Pekah van Israël en koning Rezin van Syrië dreigen Jeruzalem te veroveren. En dan wordt de profeet Jesaja toch juist naar koning Achaz gestuurd. Hij mag hem de boodschap brengen dat deze vijanden niets kunnen uitrichten, omdat de Heere Zelf Achaz helpen zal. God vraagt geloof en vertrouwen. Achaz mag zelfs een teken vragen, opdat hij zal weten, dat de Heere hem redden zal. Maar Achaz weigert de hulp van de Heere, hij weigert Gods teken, hij weigert zich in geloof over te geven aan de Heere.

Het teken van IMMANUEL

Achaz mag een teken vragen, beneden in de diepte of boven uit de hoogte, d.w.z. een wonderteken aan de hemel of op de aarde. Maar Achaz weigert het teken, hij doet net, alsof hij de Heere niet op de proef wil stellen, wat een zonde tegen de Heere zou zijn. Maar het is vrome schijn, de Heere had hem immers Zelf een teken aangeboden. Achaz wil de weg van het geloof niet gaan, van alleen vertrouwen op God. Hij zoekt zijn hulp liever bij Assyrië. En dan trekt de Heere Zich toch niet terug. Hij gééft Zijn teken toch, ongevraagd. Een maagd zal zwanger worden en een zoon baren en ze zal hem Immanuël noemen. En eer dat kind groot zal zijn (vers 15: totdat hij wete te verwerpen het kwade, en te verkiezen het goede), zal het gedaan zijn met Israël en Syrië. Dit teken is daarom zo heerlijk, omdat het heen wijst naar de geboorte van de Heere Jezus. Mattheüs verwijst naar deze profetie, als de engel aan Jozef is verschenen in de droom om hem te vertellen, dat Maria, zijn ondertrouwde vrouw, zwanger is door de Heilige Geest.

De verklaringen over wie Jesaja nu bedoeld heeft met die maagd en haar kind zijn niet eenduidig. Toch zijn de meeste verklaarders het er wel over eens, dat deze profetie niet alleen over de komst van de Messias gaat. Al is deze tekst pas met de geboorte van Christus volkomen vervuld, hij ziet allereerst op een ander feit, waarin hij een voorlopige vervulling vond. Een maagd (een jonge vrouw, die nog geen kind heeft gebaard) zal moeder worden. En hoewel het een bange tijd is en een jonge moeder met haar kind het toonbeeld van zwakheid zijn, zij vormen het bewijs, het teken, dat de Heere niet zal begeven, die op Hem vertrouwen. Dat vertrouwen komt uit in de naam, die de moeder aan haar kind geeft: Immanuël, dat is God-met-ons. Zij laat hiermee zien dat zij het geloof heeft, dat van Achaz was gevraagd. En dat geloof wordt niet beschaamd. In wat voor bange tijd het kind ook geboren is, het heeft geen gebrek. En nog voordat dit kind groot zal zijn, zal God afrekenen met Pekah en Rezin. Voor koning Achaz is dit echter geen heilsaankondiging meer. Hij zal het wel met zijn ogen zien, maar er niet de zegen van ervaren. Dit heil van de Heere is voor die jonge vrouw met haar kind en allen, die hun vertrouwen op de Heere stellen.

De profetie, aangehaald door Mattheüs
De woorden van Jesaja die Mattheüs aanhaalt, zijn niet meer de woorden van de engel die tot Jozef spreekt in de droom. Dit wijzen op de vervulling van de profetie is één van de belangrijkste kenmerken van Mattheüs' evangeliebeschrijving. Hoewel de tekst uit Jesaja in de eerste plaats doelde op een gebeurtenis in de tijd van koning Achaz, toch geeft de evangelist hier aan, dat de tekst ten diepste toch pas in Christus vervuld is. De in Jesaja 7:14 gebruikte woorden – zie, een maagd zal zwanger worden - omschrijven het veel verder gaande wonder van de geboorte van Christus uit de maagd Maria. De woorden hebben dus nog een veel diepere strekking, dan waar Jesaja zich zelf misschien wel van bewust is geweest. In de geboorte van Christus is de heilrijke verwachting ten volle vervuld, die in de Naam Immanuel ligt opgesloten: God-met-ons. In de Messias zou de Heere niet slechts tonen, dat Hij met Zijn volk is, zoals met het kind van Jesaja 7:14, maar de Messias is Zelf de God-met-ons. Hij is de vervulling van al Gods beloften in de loop der eeuwen, omdat in Hem God Zelf bij de mensen leeft en woont. Hij is dan ook de eigenlijke grond van al het Godsvertrouwen van de gelovigen. Door het geloof in de God-met-ons komen zij daarom, te midden van de machten die het hulpeloze en zwakke dreigen te verwoesten, niet om.

Jozef
In Matth. 1:19 wordt Jozef rechtvaardig genoemd. Dit woord staat hier heel duidelijk in verband met de rest van de tekst. Hij was godvrezend en wetsgetrouw. Het wordt hier genoemd, omdat hij als wetsgetrouw Israëliet Maria niet tot zijn vrouw durfde te nemen, aangezien het volgens de wet van Mozes verboden was, met een vrouw te trouwen die geen maagd meer was (behalve weduwen). Toch blijkt dit rechtvaardig zijn van Jozef niet alleen in het verband van de tekst. We zien zijn godsvreze in heel zijn levenshouding. Hoe onmiddellijk en onvoorwaardelijk gehoorzaamt hij aan het woord van de Heere, als Zijn boodschap tot vier keer toe in een droom tot hem komt. Gehoorzaam aan het woord van de engel, neemt hij Maria tot zijn vrouw, nog voor de Heere Jezus geboren wordt. Gewillig neemt hij op zich de laster, die ook ongetwijfeld hem ten deel zal zijn gevallen, samen met Maria te dragen. En wat een eerbied voor het door God gewerkte wonder straalt er uit de woorden in Matth. 1 : 25: En bekende haar niet, totdat zij deze haar eerstgeboren Zoon gebaard had. Jozef eerbiedigde de heiligheid van wat in Maria ontvangen was.

Belijdenisgeschriften
- Heidelbergse Catechismus, zondag 11, over de Naam Jezus
- Heidelbergse Catechismus, zondag 12, over de Naam Christus
- Heidelbergse Catechismus, zondag 14, over de geboorte van de Heere Jezus uit de maagd Maria
- Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 18, over de menswording van Jezus Christus

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 oktober 2025

Kompas Handleiding | 8 Pagina's

Handleiding 5: Immanuel! De profeet Jesaja

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 oktober 2025

Kompas Handleiding | 8 Pagina's