Handleiding 3: Elia op de Horeb
Jaarthema: “Profeten in het Oude Testament”
Van de redactie
Het jaarthema van Kompas is ‘Profeten uit het Oude Testament’ en sluit mooi aan bij het jaarthema van de JBGG: ‘Alzo zegt de HEERE.’ In deze serie willen we minder bekende geschiedenissen en profetieën onder de aandacht brengen.
De eerste schets gaat over Elia op de Horeb. Na zijn overwinning op de Baälpriesters op de Karmel vlucht Elia, ontmoedigt en uitgeput, de woestijn in. Op de Horeb openbaart de HEERE Zich niet in storm, aardbeving of vuur, maar in het suizen van een zachte stilte. Deze geschiedenis laat zien dat God niet alleen spreekt in het grote en indrukwekkende, maar juist ook in het stille en persoonlijke. Elia wordt opnieuw op zijn plek gezet als profeet, met een nieuwe opdracht in Gods heilsplan.
De tweede schets behandelt de profeet Amos en het visioen van het paslood. God houdt een paslood langs de muur van Zijn volk: Hij meet het volk naar Zijn recht en waarheid. Amos moet een ongemakkelijke boodschap brengen, niet gericht aan heidenen, maar aan Israël zelf, dat zich veilig waant in religieuze schijnvroomheid. Het visioen van het paslood stelt indringend de vraag of het leven van het volk nog wel in lijn is met Gods geboden.
Namens de redactie,
Pieter Avé
Toelichting op het thema
Dit jaar is het thema voor Kompas “Profeten uit het Oude Testament”. We kennen veel profeten uit de Bijbel. Een van de bekendste profeten is Elia. Zijn prediking werd vooral gekenmerkt door het aankondigen van het oordeel. Dat deed hij zonder voor iemand bevreesd te zijn. Dat was bijvoorbeeld zo toen hij op de berg Karmel stond tegenover het hele volk, de Baälsprofeten en koning Achab was hij voor niemand bevreesd. Daar had deze knecht van de Heere een rotsvast geloof en vertrouwen. Dat vertrouwen was er ook toen hij daarna zeven keer om regen bad, die de Heere uit genade ook gaf.
Maar niet lang daarna verandert dat. Als Izebel hem de boodschap stuurt dat ze hem de andere dag zal laten doden, vlucht Elia om zijns levens wil (weg uit Israël). Van zijn grote geloof en sterke vertrouwen blijft niets over. Maar de Heere laat Zijn knecht niet alleen. Hij zoekt hem opnieuw op, sterkt hem op een wonderlijke manier en geeft hem een nieuwe opdracht.
Doel van de vertelling
De kinderen leren dat we niets in eigen kracht kunnen. Met God is Elia voor niemand bevreesd, maar zonder Hem kan hij niets en is hij al bang voor het dreigement van een vrouw. Dan wordt hij moedeloos en vlucht. Maar het grote wonder is, dat God Zijn knecht toch weer opzoekt, hem helpt en hem bemoedigt. Dat doet de Heere vandaag nog. Ook wij mogen met alle dingen en in alle omstandigheden tot Hem gaan en Hem om Zijn hulp bidden.
Zingen en lezen
Zingen
• Psalm 18:9
• Psalm 30:6
• Psalm 34:9
• Psalm 62:5
• Psalm 68:17
• Psalm 103:1, 2, 3
• Psalm 119:36
• Psalm 121:3, 4
• Psalm 138:4
• Lied: ‘k Stel mijn vertrouwen (Mdk-1, nr. 95)
• Lied: Als g’ in nood gezeten (TZe, nr. 8)
• Lied: Blijf bij mij, Heer’ (TZe, nr. 13)
• Lied: Groot is Uw trouw, o Heer’ (TZe, nr. 39)
• Lied: De kerk van alle tijden (TZe, nr. 21)
• Lied: Wie Jezus’ dienst, Zijn heil bemint (TZe, nr. 108)
Lezen
1 Koningen 19: 9-18
Kerntekst
Zacharia 4:6 Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden, (zegt de HEERE der heirscharen).
Introductie bij de vertelling
Introductie 1:
Stel de volgende vragen:
• Wat betekent het woord moedeloos? Kijk eens goed naar het woord. Welk woord zit er in? Ja, ‘moed’. Wat is ‘moed’? Maar er zit nog een woord in: ‘loos’. Weet je wat ‘loos’ betekent? ‘Leeg’. Iets wat leeg is, daar zit niets in. Eventueel voorbeelden laten verzinnen: vruchteloos (zonder vrucht), dakloos (zonder dak), hulpeloos (zonder hulp) enz. Dus, moedeloos betekent: ‘zonder moed’.
• Ben jij wel eens moedeloos? Wanneer of waarom? Bijvoorbeeld: Je moet je huiswerk maken. Maar het lukt niet. (Zie intro werkboekje) Wat zou jij dan doen? (Laat de kinderen hierop reageren.)
Introductie 2:
(Jeneverboom/bremstruik)
(Sinaï woestijn)
Laat het plaatje van de jeneverboom zien en vraag:
• Waar zou deze struik/boom kunnen groeien? (In een woestijn)
• Wat is een woestijn? (Dor en droog land, groeit bijna niets. Veel zand en rotsen, weinig water.)
Laat daarna het volgende plaatje zien. De kinderen hebben nu een (beter) beeld bij de woestijn.
Vertelling
De zon staat hoog aan de hemel. Het is warm en droog. Waar je ook kijkt, je ziet niets dan zand en rotsen. Droog is de grond en heet is de dag. Er groeit bijna helemaal niets.
Maar kijk, daar verderop staat toch een struik, een bremstruik of jeneverboom. Onder die bremstruik ligt een man. Hij slaapt. Wie is die man en wat doet hij daar midden op de dag in die hete woestijn?
Het is Elia, de profeet uit Israël. Nog niet zo lang geleden stond hij boven op de berg Karmel en heeft hij het hele volk laten zien, Wie de ware God van Israël is. Toen de Heere Zelf antwoord gaf en het offer aanstak, heeft het hele volk geroepen: ‘De HEERE is God, de HEERE is God!’
Maar wat doet Elia nu hier? Na het offer is het volk naar huis gegaan. Ook koning Achab is terug gegaan naar zijn paleis. Toen Achab thuis kwam, heeft hij het hele verhaal aan zijn vrouw, Izebel verteld. Izebel is heel erg boos geworden. Ze heeft een knecht naar Elia gestuurd om hem te vertellen dat ze hem de volgende dag zou laten doden. Toen Elia dat hoorde is hij weggevlucht. Hij alleen tegen die machtige koningin Izebel? Daar kon hij toch niets tegen beginnen. Bang en moedeloos is hij de woestijn ingevlucht. Weg, ver weg van Izebel en haar soldaten.
En nu ligt hij hier moedeloos onder een bremstruik. Hij heeft gebeden: ‘Het is genoeg; neem nu, HEERE, mijn ziel, want ik ben niet beter dan mijn vaderen.’ Hij zegt eigenlijk: “Heere laat me nu maar sterven, want het werk dat ik heb gedaan, is toch allemaal voor niets geweest. Hier op aarde kan ik toch niets meer doen.”
Maar Elia hoeft toch niet bang te zijn voor Izebel? Elia is toch een knecht van de allerhoogste God? De Heere zal toch wel voor Zijn knecht zorgen? Ja, de Heere zorgt altijd voor Zijn kinderen.
Plotseling voelt Elia iets. Iemand raakt hem aan en praat tegen hem: “Sta op en eet.” Wie praat er tegen Elia? De Heere heeft een hemelbode, een engel, gezonden. Moet Elia nu gaan eten van de Heere? Maar in de woestijn is toch niets wat je kunt eten? Ook daar zorgt de Heere Zelf voor. Kijk maar. Bij zijn hoofd ziet Elia wat stenen. Daarop ligt een koek, die van meelbloem is gemaakt; eigenlijk is het een broodkoek. Ook staat er een fles water. Elia eet wat van de koek en drinkt ook wat van het water. Dan gaat hij weer liggen om verder te slapen.
Maar het duurt niet lang, of opnieuw wordt Elia wakker gemaakt. Weer staat de engel des HEEREN bij hem. Hij zegt: “Sta op, eet, want de weg zou voor u te veel zijn.” Moet Elia dan op reis? Waar moet hij naartoe? Elia doet wat de engel zegt. Hij staat op, eet en drinkt en gaat op weg. De Heere geeft hem zoveel kracht uit het voedsel, dat hij zonder verder nog iets te eten, veertig dagen en veertig nachten door de woestijn kan lopen.
Na die veertig dagen komt hij bij de berg Horeb. Daar vindt hij een spelonk, waarin hij ’s nachts kan slapen. Verborgen in die spelonk is hij ook veilig voor Izebel. Hier valt hij na die lange reis opnieuw in slaap.
Lang geleden had de Heere tegen Zijn knecht Mozes gezegd, dat hij deze berg moest beklimmen. Toen had de Heere een verbond gemaakt met Zijn volk. Nu is er opnieuw een knecht van God op de berg, maar niet omdat hij geroepen is. Elia is hier, omdat hij gevlucht is. Omdat hij bang is voor een goddeloze koningin.
Toch zoekt de Heere Zijn knecht hier op. De Heere stelt hem een vraag: “Wat maakt gij hier Elia? Elia, wat doet u hier, zo ver bij het land Israël vandaan? Ik heb u hier toch niet naartoe gestuurd? Vertel eens wat er is.” De Heere weet dit wel, maar Hij wil dat wij met onze zorgen en ons verdriet bij Hem komen.
Dan gaat Elia vertellen: “Ik heb zo mijn best gedaan voor U. Ik heb geprobeerd het volk van Israël weer naar U terug te brengen. Maar Uw altaren zijn afgebroken. Al Uw profeten zijn door het zwaard van Achab en Izebel gedood en ik ben nog maar alleen overgebleven. En nu kan ook ik elk ogenblik door Izebel gedood worden. Al mijn werk is voor niets geweest. Alles wat ik voor U gedaan heb, is tevergeefs.” Elia is moedeloos. Hij heeft zo zijn best gedaan voor de Heere en het lijkt wel of het allemaal voor niets is geweest.
Hoor je wat Elia zegt. “Er is niemand meer die U dient. Alleen ík ben nog overgebleven.” Elia weet toch dat Obadja, de hofmeester van Achab, profeten verborgen heeft in een spelonk? Dat heeft Obadja hem toch verteld? In zijn moedeloosheid, denkt Elia daar niet meer aan. Hij is dat helemaal vergeten. Elia weet niet meer hoe het verder moet. Maar hoor, de Heere spreekt weer tot Elia: “Ga uit en sta op dezen berg voor het aangezicht des HEEREN.” Elia moet uit de spelonk komen, en staan voor het aangezicht des HEEREN, net als lang geleden Mozes op deze plaats ook moest doen. De HEERE, dat is de God Die getrouw is en Die nooit verandert. Hij is er Zelf! Elia hoort Hem spreken. Maar de Heere zal hem ook iets laten zien. Hij zal Zichzelf ook openbaren.
Elia gehoorzaamt. Hij gaat de spelonk uit en staat daar op de berg. En dan gebeurt er wat iets wonderlijks: De Heere gaat voorbij. Weet je hoe? In Zijn kracht en in Zijn majesteit. Er komt een grote sterke wind. Niet zomaar een wind, maar een stormwind die zo sterk is dat de steenrotsen erdoor breken en de bergen scheuren. De Heere laat door die storm Zijn almacht en sterkte zien. Maar in die storm is de Heere niet.
Als de storm voorbij is, begint de aarde te schudden en te beven. De hele berg trilt. Alles beweegt. Weer laat de Heere zien, dat Hij overal is en dat Hij almachtig is. Maar ook in de aardbeving is de HEERE niet.
Na de aardbeving, komt er een groot vuur. Zo groot, zo heet, zo gevaarlijk en beangstigend. Maar ook in het vuur is de HEERE niet.
Dan wordt het stil. Heel stil. Elia hoort alleen het suizen van een zachte stilte. Na al het grote, beangstigende, machtige en krachtige, is het nu stil. En dan merkt Elia: de HEERE komt tot hem in Zijn genade. De Heere toonde in al die tekenen, hoe machtig Hij is. Maar nu, in dat suizen van die zachte stilte, zoekt de HEERE Elia op. De HEERE komt tot hem in liefde. Niet in de storm en in Zijn almacht, maar juist in die stilte, in die rust. Elia voelt dat de HEERE nu heel dichtbij is en hem niet vergeten is. Dat Hij steeds voor Elia zorgt en heeft gezorgd.
Hoe komt de Heere naar ons toe? In grote, bijzondere dingen? Dat kan, maar Hij komt meestal heel stil. Door Zijn Woord en Zijn Geest. In liefde, door de Heere Jezus. Dan ga je voor Hem buigen en word je ook stil en heel klein voor Hem. Zo doet Elia dat ook.
Uit eerbied en vrees trekt Elia zijn mantel uit en bedekt zijn gezicht. En dan klinkt opnieuw de stem van de Heere: “Wat maakt gij hier Elia?” De Heere stelt Elia dezelfde vraag. En wat voor antwoord geeft Elia, na alles wat hij heeft gezien? Hij zegt: “Ik heb zeer geijverd voor den HEERE, den God der heirscharen, want de kinderen Israëls hebben Uw verbond verlaten, Uw altaren afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood; en ik alleen ben overgebleven, en zij zoeken mijn ziel om die weg te nemen.” Hoor je dat? Elia geeft hetzelfde antwoord als vóór die tekenen... Opnieuw vertelt hij al zijn nood en al zijn zorgen aan de Heere. In al zijn moedeloosheid legt hij alles voor de Hem neer. En toch is het anders, want hij heeft de stem van de HEERE gehoord in het suizen van die zachte stilte...
Als Elia voor de tweede keer alles verteld heeft, zegt de Heere: “Elia, Ik heb nog werk voor u. U bent nog niet klaar.” Elia krijgt drie opdrachten: “Zalf Hazaël tot koning over Syrië, zalf Jehu tot koning over Israël en zalf Elisa tot profeet in uw plaats.” De Heere gaat zelfs aan Zijn knecht uitleggen waarom Jehu koning zal worden in de plaats van Achab. Het machtige koningshuis van Achab zal uitgeroeid worden. De Heere heeft steeds opnieuw Zijn knecht gezonden om te waarschuwen, maar Achab wil niet luisteren. Nu gaat de Heere een ander op de plaats van Achab zetten. Jehu zal nu koning worden.
“En”, gaat de HEERE verder, “Ook heb Ik in Israël doen overblijven zevenduizend, alle knieën die zich niet gebogen hebben voor Baäl, en allen mond die hem niet gekust heeft.” Elia, denkt wel dat de Heere hem vergeten is, maar de Heere vergeet Zijn kinderen nooit. De Heere blijft zorgen, door alle ongehoorzaamheid en zonde heen. Een volk dat Hem verlaat, blijft Hij opzoeken. De storm, de aardbeving en het vuur wijzen op de verschrikkelijke straffen die zullen komen, maar daar eindigt het niet. Want dan zal er, het suizen van een zachte stilte komen. In die stilte zal God zondaren bekeren. Hij zal hen op hun knieën bij Hem terugbrengen. Wat is de HEERE toch genadig en goed! Wat heeft Hij een geduld met mensen! Ken jij die God van Elia al? Verlang jij al naar deze HEERE?
Wat een wonder dat de Heere Elia opzocht en hem antwoord gaf, op zijn vragen toen hij zo moedeloos was. Zo wil de Heere ook naar ons toekomen als wij moedeloos zijn, of verdrietig. Weet je hoe dat kan? Omdat er voor de Heere Jezus aan het kruis wél de aardbeving en de storm en het vuur was. Hij kreeg geen antwoord, toen hij riep aan het kruis: ‘Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?’ Daarom kan de Heere zondige mensen wel antwoord geven en hen opzoeken als ze zich alleen voelen en denken dat er niemand meer aan hen denkt.
Ken jij die Heere al? Heb je Hem al nodig gekregen? Heb je al geleerd alles van Hem alleen te verwachten? Ook vandaag wil Hij om de Heere Jezus wil nog voor zondige mensen zorgen en ze bekeren tot Hem!
Achtergrondinformatie bij het Bijbelgedeelte voor leidinggevenden
ELIA
Zijn naam betekent: 'mijn God is de HEERE'. Die naam alleen was al een preek in het land Israël, waar de meeste mensen de Baäl dienden. Baäl = heer. Elia was afkomstig uit Tisbe, een plaatsje in Gilead. Uit Jakobus 5 weten we, dat hij gebeden had of de Heere het niet wilde laten regenen en dauwen. De Heere had dat gebed verhoord. Elia had die boodschap, als profeet van de Heere, zelf aan Achab moeten brengen (1 Koningen 17:1). Drie en halfjaar had het niet geregend en was er geen dauw geweest. Toen moest Elia terug naar Israël. De Heere zou regen geven, hoewel het volk zich niet had bekeerd, wat Elia zo vurig wenste. Op de Karmel had Elia gebeden om vuur en de Heere had vuur gegeven. Ook had hij gebeden om de regen die de Heere beloofd had. En ook dat gebed was verhoord (1 Koningen 18). Elia had daar op de Karmel gestaan in de kracht van het geloof. Slechts een enkele dag later is Elia echter moedeloos en vlucht hij, denkend dat al het werk dat hij deed tevergeefs was. De arbeid van Elia kenmerkte zich door het prediken van het oordeel. Zie ook onder bij de ‘tekenen’.
ACHAB EN IZEBEL
Achab was de zoon van koning Omri. Hij was koning over het Tienstammenrijk. Hiervan was Samaria de hoofdstad. Achab was getrouwd met Izebel, de dochter van Eth-Baäl, de koning van de Sidoniërs. Zij was het die de Baäldienst, meegebracht had vanuit haar geboorteland.
DE BOODSCHAP VAN IZEBEL
Als Achab thuis komt van de Karmel vertelt hij Izebel, wat er daar allemaal gebeurd is. Uit wat Achab vertelt, begrijpt ze wel, dat het nu niet verstandig zou zijn, Elia te doden. Waarschijnlijk zou ze dan veel tegenstand krijgen van Achab, maar ook van het volk. Dat heeft immers geroepen: "De HEERE is God!" Had ze hem wel willen doden, dan zou ze direct iemand met die opdracht naar Elia hebben gestuurd. Ze stuurt hem de boodschap, dat ze hem de volgende dag zal laten doden. Ze hoopt, dat Elia daardoor zo bevreesd zal worden, dat hij uit Israël vertrekt.
DE VLUCHT VAN ELIA
Elia, die de dag ervoor nog zo vol geloofsmoed alleen op de Karmel heeft gestaan tegenover de 450 profeten van Baäl en het hele volk van Israël, schrikt zo van die boodschap dat hij het land Israël verlaat en naar Juda (het Tweestammenrijk) gaat. In Berséba laat hij zijn knecht achter en gaat alleen verder. Zonder opdracht van de Heere verlaat hij Israël. Hij is zo ontmoedigd dat hij zelfs geen moed meer heeft om verder te leven. Elia, die zo naar vrucht op zijn werk heeft uitgezien, vreest dat zijn werk door Izebel tenietgedaan zal worden.
DE WOESTIJN EN HOREB
Deze woestijn ligt ten zuiden van Israël. Het is dezelfde woestijn, waarin eenmaal het volk van Israël veertig jaren heeft rondgedoold. Waar ook Mozes veertig jaren de kudde van zijn schoonvader Jethro hoedde.
JENEVERBOOM
De jeneverboom, die hier genoemd wordt, is een soort bremstruik, die heel veel voorkomt op het Sinaï-schiereiland. Hij geeft reizigers schaduw en biedt een schuilplaats tegen hitte en storm. Het is de grootste struik van de woestijn. Van de wortels wordt houtskool gemaakt.
EEN KOEK OP DE KOLEN GEBAKKEN
Een broodkoek. Van stenen werd een kleine cirkel gemaakt, waarop men een vuur aanlegde. Als die voldoende verhit waren, werd het vuur weggeruimd, het deeg, gemaakt van meelbloem, werd dan op de hete stenen gelegd en zo kon men snel met weinig hout/vuur koeken bakken.
ELIA VERNACHTTE IN EEN SPELONK.
In het Hebreeuws staat er eigenlijk 'dè' spelonk. Daarom gaan verklaarders ervan uit, dat dit de welbekende spelonk geweest is, waarin Mozes ook geweest is, toen de Heere Zich aan hem openbaarde en hij iets van de heerlijkheid van de Heere mocht zien (Exodus 34:5 vv).
DE MANTEL VAN ELIA
Dit was het grote opperkleed, gemaakt van een schapenvacht, geitenvel of kameelhaar. Hieraan waren de profeten herkenbaar. Johannes de Doper was de laatste die daarom zo’n mantel droeg. Het aangezicht bedekken was in het Oosten een bewijs van eerbied (vergelijk Exodus 3:6; Jesaja 6 :2).
WAT MAAKT GIJ HIER, ELIA?
Eigenlijk staat er: "Wat is u hier?" De Heere verwijt Elia niets. Hij stelt hem een vraag om hem uit te lokken. Zo deed ook eenmaal de Heere Jezus bij de Emmaüsgangers (Lukas 24:19), Elia mag zijn hart voor de Heere uitstorten.
DE VERSCHIJNING VAN DE HEERE AAN ELIA
De HEERE zal Zich aan Elia gaan openbaren. Elia krijgt de opdracht de spelonk uit te gaan en zich te stellen ‘voor het aangezicht des HEEREN’. (1 Koningen 19:11). Dit doet denken aan het moment dat de HEERE verschijnt aan Mozes, tegen wie de Hij zei: En stel u aldaar voor Mij op de top des bergs, (zie Exodus 34:2). En: Als nu de HEERE voor zijn aangezicht voorbijging... (Exodus 34:6)
Hier, bij Elia, openbaart de Heere Zich allereerst in Zijn almacht en majesteit. Dat doet Hij door Elia drie tekenen te laten zien: een geweldige wind, een aardbeving en vuur. Drie indrukwekkende natuurverschijnselen. Het zijn tekenen van oordeel. Zo was ook de prediking van Elia geweest. Hij was een boetgezant, zoals ook eeuwen later Johannes de Doper zou zijn. Hij had de Wet en het oordeel gepreekt (geen dauw en geen regen meer). Maar de Heere toont hem hier, dat daardoor harten van mensen niet bekeerd zullen worden tot God. Ze kunnen wel veel indruk maken, maar een hart vernieuwen zullen ze nooit. Dat kan alleen de Heere als Hij met Zijn Heilige Geest in het hart gaat werken. En dat doet de Heere gewoonlijk in stilte. Daarom volgt na deze indrukwekkende tekenen, het suizen van een zachte stilte; als teken van genadewerking. De Heere toont Elia verder, dat Hij doorgaat met Zijn werk. Hij staat er Zelf voor in. Het is Zijn werk. Ook al denkt Elia dat hij alleen is overgebleven, de Heere maakt hem bekend dat er nog zevenduizend zijn, die Hem dienen.
ZEVENDUIZEND
Het getal zevenduizend is in de Bijbel ook een symbolisch getal. (Het wijst op een volheid.) ‘Zevenduizend’ is opgebouwd uit de getallen ‘zeven’ en ‘duizend’. Zeven is in de Bijbel het getal van de volheid. Duizend ziet op een veelheid. Zevenduizend wil dus zeggen: een groot aantal en een volkomenheid. Dus: Een volkomen volheid. (Denk aan de schare uit Openbaring ... , die niet te tellen is).
DE OPDRACHT AAN ELIA
Elia krijgt van de Heere drie opdrachten. (1 Koningen 19:15-17). “Zalf Hazaël tot koning over Syrië, zalf Jehu tot koning van Israël en zalf Elisa tot jouw opvolger.” De Heere zal af gaan rekenen met het goddeloze koningshuis van Israël en met een ongehoorzaam volk. Syrië zal onder Hazaël een machtig volk worden, wat Israël zal onderwerpen, als straf van de Heere om Zijn volk terug bij God te brengen. Dit zal nog wel een poos duren. In de tijd ertussen zal de Heere zorgen dat door de hand van Jehu het koningshuis van Achab uitgeroeid zal worden. De Heere geeft dat Elia niet zo lang meer op deze aarde hoeft te blijven. Hij mag Elisa zalven als zijn opvolger om het volk te leiden. Eigenlijk staat er in de tekst: "Gij zult gaan en zalven." Dit bevel liet Elia blijkbaar vrij In het kiezen van de geschikte tijd om dit te doen. Slechts Elisa werd door Elia zelf gezalfd. De andere twee opdrachten heeft zijn opvolger Elisa uitgevoerd. Al lezen we nergens letterlijk dat Elisa Hazaël gezalfd heeft. Wel weten we, dat hij hem voorzegt dat hij koning zou worden. Jehu werd door een profetenzoon gezalfd (1 Koningen 9:1 vv).
SCHRIJFWIJZE VAN DE NAAM VAN DE HEERE
Als in deze schets gesproken wordt over de Heere, wordt daar de Verbondsgod mee bedoeld. In het boek Koningen wordt voor de Naam van de Heere heel vaak de Naam ‘HEERE’ gebruikt. (Het is de Naam ‘Jehova’, de ‘grootste Naam’ van de Heere.) Het is de Naam waarmee de Heere Zich (eenmaal) bij de berg Horeb aan Mozes bekend maakte. Het is de Naam ‘Jehova’, de ‘Ik zal zijn Die Ik zijn zal’. Hij, Die de God van Zijn verbond is, de Onveranderlijke en de Getrouwe, Die de God van Zijn verbond is. Die wat Hij belooft, ook doet en doen zal.
Belijdenisgeschriften
• DL 3,4 art. 16 (Geestelijk levend maken )
• NGB art. 27 (heilige Kerk door God bewaard, of staande gehouden)
• HC. Zondag 9 en 10, (Gods regering en voorzienigheid)
• HC. Zondag 49, Het gebed/De derde bede: Uw wil geschiede.
• HC. Zondag 52, vraag 129: ‘Wat betekent het woordje ‘Amen’?
Antwoorden bij werkboekje groep 5 en 6
WEET JE HET NOG?
Vul de ontbrekende woorden in. Kies uit de woorden in het vak.
1. Elia vluchtte naar de woestijn omdat koningin ………. hem wilde doden. (Izebel)
2. Elia lag te ………. in de woestijn onder een jeneverboom. (slapen)
3. Een ………. maakte Elia wakker en gaf hem eten en drinken. (engel)
4. Elia ging …………. dagen en …………… nachten op reis door de woestijn. (veertig)
5. Elia ging naar de berg …………. . (Horeb)
6. Elia ging een ………………. in toen hij bij de berg aankwam. (spelonk)
7. De Heere toonde Zijn almacht door een …………….., een ……………….. en een groot ………………….. . (storm, aardbeving, vuur)
8. De Heere kwam bij Elia in het suizen van een zachte ………………………. . (stilte)
9. Hij zei tegen Elia dat er in Israël nog 7000 mensen waren die de god ……….. niet aangebeden hadden. (Baäl)
10. Elia mocht leren dat hij niet op eigen kracht maar alleen op de ………… moest vertrouwen. (Heere)
Om over te praten
1. Elia in de woestijn (plaatje van Elia onder de bremstruik)
• Hoe denk je dat Elia zich hier voelde? Verdrietig/bang/moedeloos
• Hoe kwam dat? Omdat koningin Izebel hem wil doden.
• Wat doe jij als je moe of verdrietig bent? Eigen antwoord.
2. De engel zorgt voor Elia
• Hoe laat God zien dat Hij voor Elia zorgt? Hij zoekt Elia op en geeft hem te eten.
• Hoe zorgt God voor ons vandaag? Hij geeft ons leven, eten, drinken, vrijheid, Zijn Woord, enz.
3. Elia in de spelonk op de berg Horeb
• Waarom is Elia in de spelonk? Omdat hij bang is voor Izebel en gevlucht is.
• Wat doe jij als je bang bent? Eigen antwoord.
4. De storm, de aardbeving en het vuur
• Wat gebeurt er allemaal op de berg? De Heere geeft een grote storm, een aardbeving en vuur van de hemel.
• De Heere kwam niet tot Elia in die tekenen. Hoe kwam Hij daarna wel tot Elia? Tijdens de stilte kwam de Heere tot Elia. Niet door geweld, maar in liefde en rust.
• Hoe/wanneer kunnen wij merken wanneer de Heere tot ons komt? Als we in de Bijbel lezen, of eruit horen lezen of vertellen, als we in de kerk naar de preek luisteren, als we op school uit de Bijbel horen vertellen, als we Psalmen zingen (dat is ook het Woord van de Heere wat we dan zingen) (en bidden), in de natuur. Eigenlijk kunnen we overal God zien en Zijn stem horen.
5. Elia luistert naar God.
• Wat zegt de Heere? De Heere vertelt dat hij niet bang hoeft te zijn. De Heere heeft nog heel veel mensen in het land die Hem dienen en van Hem houden. Elia is niet alleen. Daarna geeft de Heere Elia een opdracht.
• Wat mag Elia van de Heere leren? Dat Elia op de Heere moet vertrouwen. Dat de Heere doorgaat met Zijn werk, maar wel op een andere manier dan Elia dacht
• Wat kunnen wij hiervan leren? Dat we de Heere in alle dingen nodig hebben. Want Hij alleen kan ons helpen als wij bang of verdrietig zijn.
Puzzel
Wat staat hier?
Volg de pijlen en schrijf de letters in de goede vakjes.
Antwoord: Toch niet alleen overgebleven
Antwoorden bij werkboekje groep 7 en 8
Weet je het nog?
Beantwoord de vragen. Weet je het niet meer? Zoek dan op: 1 Koningen 19:1-18.
Weet je het nog? Vul de ontbrekende woorden in.
1. Elia vluchtte de woestijn in, omdat koningin Izebel hem wilde doden.
2. Daar lag hij te slapen onder een jeneverboom.
3. Toen kwam er een engel die hem aanraakte en hem eten en drinken gaf.
4. Elia kreeg een versgebakken koek/brood en een kruik met water.
5. Daarna liep hij veertig dagen en nachten door de woestijn totdat hij bij de berg Horeb kwam.
6. Daar ging Elia in een spelonk.
7. De Heere toonde Elia eerst Zijn almacht, door een storm, een aardbeving en een groot vuur.
8. Daarna kwam de Heere tot hem in het suizen van een zachte stilte.
9. De Heere zei tegen Elia: Er zijn nog 7000 mensen die niet op de afgoden hebben vertrouwd en hun knieën niet hebben gebogen voor de Baäl.
10. De Heere wilde Elia hierdoor leren, dat hij niet op eigen kracht moest vertrouwen, maar alleen op de Heere.
Om over te praten:
1. Waarom sprak God niet door de aardbeving, de storm of het vuur, maar door het suizen van een zachte stilte tot Elia?
De Heere kan oordelen of straffen gebruiken om ons op onze knieën (bij Hem) te brengen. Oordelen en straffen kunnen ons alleen niet bekeren. Daar hebben we de Heere met Zijn Heilige Geest voor nodig. De Heere kan ze dus wel als roepstemmen gebruiken om ons duidelijk te maken dat we niet zonder Hem leven kunnen en moeten. Maar mensen bekeren doet de Heere door Zijn Woord en Geest. Dan geeft Hij Zijn liefde in het hart. De Heere zegt in Zijn woord: Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden.
2. Hoe/wanneer kunnen wij merken wanneer de Heere tot ons komt?
Als we in de Bijbel lezen, of eruit horen lezen of vertellen, als we in de kerk naar de preek luisteren, als we op school uit de Bijbel horen vertellen, als we Psalmen zingen (dat is ook het Woord van de Heere wat we dan zingen) (en bidden), in de natuur. Eigenlijk kunnen we overal God zien en Zijn stem horen.
Elia was uitgeput en ontmoedigd, maar de Heere vergat Zijn knecht niet. Wat leer je daarmee over hoe de Heere is? De Heere is een genadig en barmhartig God. Hij zorgt voor Zijn volk. Zelfs als zij Hem verlaten, zoekt de Heere de hen weer op. Hij wijst hen liefdevol op wie Hij is en brengt de zondaar opnieuw bij Hem terug.
3. God gaf Elia een nieuwe opdracht en stuurde hem terug, terwijl Elia had gebeden of hij mocht sterven. Waarom verhoorde de Heere het gebed van Elia niet?
Waarom bad Elia dit gebed? Het was niet om van de zonden af te zijn, zoals eens bij Paulus. Maar hij wilde van de moeite af zijn. Het was daarom geen goed gebed. Als wij bidden moeten we ook altijd bidden: Uw wil geschiede.
De Heere weet wat goed is voor Zijn kinderen. Als mensen kunnen we niet alles overzien en begrijpen. Zo moeten we leren wat eens de dichter van psalm 119:36 (berijmd) mocht leren. ‘t Is goed voor mij verdrukt te zijn geweest, Opdat ik dus Uw Godd’lijk recht zou leren; De Heere kan verdrukking gebruiken om ons bij Hem te brengen.
b. → Wat kunnen wij hiervan leren als we het moeilijk hebben?
Dat we steeds opnieuw bij de Heere terug moeten komen. Zeker als wij niet zien of weten hoe het moet, dat moet ons nog vuriger in gebed bij Christus brengen.
4. Hoe kunnen wij moed krijgen als we ons net als Elia moedeloos, bang of verdrietig voelen?
Door God aan te roepen in gebed en Hem om hulp en leiding te vragen. Hij alleen kan ons die kracht geven, zoals we hier in het verhaal bij Elia zagen.
5. Waarom laat de Heere mensen soms eerst wachten, voordat Hij tot ze komt en antwoord geeft?
Om hen te leren op God alleen te vertrouwen. Wij als mensen denken alles in eigen kracht te kunnen. We moeten steeds opnieuw leren dat we dat niet kunnen. Nederig en ootmoedig zijn is niet wat de mens van zichzelf is. De Heere laat ook weleens wachten om te zien of we alles echt alleen van Hem verwachten. En bovendien, we moeten leren dat als de Heere ons gebed verhoort, dat alleen genade is, dat we het helemaal niet verdienen dat de Heere naar ons luistert!
b. → Hoe kunnen we leren om geduldig op God te vertrouwen?
Alleen door genade. Door steeds opnieuw te zien dat er van onze kant niets is, maar dat alles wat we hebben en krijgen genade is, wat verdiend is door de Heere Jezus.
Puzzel
In de puzzel hieronder zijn de volgende woorden verborgen. Probeer eens of je ze allemaal kunt vinden. Zet de overgebleven letters in de vakjes achter elkaar:
Antwoord: (1 Koningen 19:7b)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 september 2025
Kompas Handleiding | 28 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 september 2025
Kompas Handleiding | 28 Pagina's