Handleiding 2: Hulda profetes van de Heere
Jaarthema: “Profeten uit het Oude Testament”
Toelichting op het thema
Dit jaar is het thema voor Kompas “Profeten uit het Oude Testament”. We kennen veel profeten uit de Bijbel, maar ook enkele profetessen, vrouwen die het Woord van de Heere doorgaven, gedreven door de Heere Zelf. Hulda is één van die vrouwen. Ze leefde in de tijd van koning Josia. Josia laat de tempel restaureren en dan wordt het wetboek teruggevonden. Als blijkt dat de voorschriften uit de wet niet uitgevoerd zijn, laat Josia knechten naar Hulda gaan, om de Heere te vragen, wat ze moeten doen. En dan klinkt het uit Hulda’s mond: “Zo zegt de HEERE…” De Heere gebruikt deze vrouw om Zijn Woord te spreken.
Doel van de vertelling
De kinderen leren dat we Gods Woord niet kunnen missen. Ze leren dat de Heere mensen gebruikt, in deze geschiedenis de profetes Hulda, om dat Woord uit te leggen. Als het Woord door de Heilige Geest het hart raakt, verootmoedigt Hij en leert Hij vragen naar Zijn wil. Uiteindelijk met het grote doel dat we tot de eer van de Heere mogen leren leven. De kinderen leren dat het Woord vrucht draagt: er komt een hervorming in Juda en Israël, het Pascha wordt weer gevierd en het oordeel wordt uitgesteld. Dan valt het licht op het grote Paaslam: Christus Jezus.
Introductie van het thema voor de kinderen
Waar of niet waar?
Geef alle kinderen twee gekleurde kaartjes, bijvoorbeeld rood en groen of blauw en geel. Zeg, dat je verschillende zinnen gaat zeggen die met profeten te maken hebben. Als de kinderen denken dat die zin waar is, steken ze het groene kaartje omhoog, als ze denken dat het niet waar is, het rode. Je kunt ook een andere vorm gebruiken, als je kaartjes te lastig vindt, bijvoorbeeld: Bij ‘waar’ ga je staan, bij ‘niet waar’ blijf je zitten, of: Bij ‘waar’ doe je hand omhoog, bij ‘niet waar’ laat je hem laag.
Hier komen de zinnen:
1. In de Bijbel komen veel profeten voor. (waar)
2. Een profeet is een soort waarzegger, die de toekomst kan voorspellen. (niet waar) (Kinderen zullen misschien geneigd zijn, deze vraag te beantwoorden met ‘waar’, maar een profeet deed zoveel meer dan dingen zeggen over de toekomst.)
3. Een profeet kon zelf kiezen wat hij ging zeggen. (niet waar)
4. Een profeet geeft het Woord van de Heere door. (waar)
5. Een Israëliet mocht zelf weten of hij luisterde of niet. (niet waar)
6. Een profeet waarschuwde vaak tegen de zonde. (waar)
7. Er zijn profeten naar wie een Bijbelboek genoemd is. (waar)
8. Profeten waren altijd mannen. (niet waar)
9. Een profeet roept op om God te dienen. (waar)
En daarmee zijn we bij de profeet over wie het in deze geschiedenis gaat, een profeet die een vrouw was. Een profetes. Ze heette Hulda en zij mocht de boodschap van de Heere doorgeven.
Zingen en lezen
Zingen
• Psalm 147:10
• Psalm 103:4, 6, 9
• Psalm 135:1, 8, 12
• Psalm 119:53, 65
• Psalm 99:2, 7, 8
• TZE Lied 69: Neem mijn leven, laat het Heer’
• TZE Lied 99: Uw Woord is een lamp
• TZE Lied 106: Welzalig de man die niet wandelt
Lezen
2 Kronieken 34:13-28 of Psalm 119:105-112
Kerntekst
Psalm 119:105 Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht voor mijn pad.
2 Kronieken 34:18a Maar tot de koning van Juda, die ulieden gezonden heeft, om de HEERE te vragen, tot hem zult gij alzo zeggen: Zo zegt de HEERE, de God van Israël!
Vertelling
Ze heeft er al van gehoord, haar man heeft het haar al verteld. Toen hij een poosje geleden uit de tempel thuiskwam, was dat het eerste wat hij zei: “Hulda, luister wat onze koning nu toch is gaan doen! Hij laat de tempel weer helemaal opknappen! Alles wat kapot gemaakt is door die goddeloze vader en grootvader van hem, hij laat het helemaal herstellen! Zou het dan toch weer goed komen? Hulda kijkt haar man Sallum aan. Hij werkt in de tempel. Hij zorgt voor de kleren van de hogepriester. Samen dienen ze de Heere. En hoe wonderlijk, de Heere spreekt tot haar. En zij mag die woorden van de Heere doorgeven. De mensen in Jeruzalem weten dat, ze noemen haar een profetes. Ze dient de Heere en heeft Hem lief.
Hoe verschrikkelijk was de tijd hiervoor geweest, toen Manasse koning was over Juda. Alle goddeloosheid die je maar kon bedenken, Manasse deed het. Hij offerde aan alle mogelijke afgoden. Er stonden zelfs altaren voor de afgoden in de tempel! Ja, de Heere had hem tot bekering gebracht en de koning heeft toen geprobeerd de dienst van de Heere weer te herstellen, maar het volk was verder gegaan met het dienen van de afgoden. En de zoon van Manasse, koning Amon, was weer zo’n goddeloze koning geweest. Van de tempeldienst was weinig over. Maar Amon was vermoord en zijn zoontje Josia was koning geworden. Josia was toen nog maar 8 jaar! Hoe zou dat gaan?
En nu dit bericht! Koning Josia laat de tempel helemaal herstellen. Wat is Hulda dankbaar. Samen met haar man Sallum had ze zich al verwonderd over hoe de jonge koning was gaan regeren. Hij diende niet de Baäl, maar toen hij 16 was, was hij echt de Heere gaan zoeken. Hij wilde de Heere dienen! Hij had zo jong als hij was, de altaren van Baäl laten verwoesten. De beelden en alles wat met de afgodendienst te maken had, had hij laten vernietigen. Hij was zelf meegegaan op de tocht door het land, om dat te doen. En niet alleen in Juda waar hij zelf koning was, maar ook in het tienstammenrijk had hij overal beelden om laten hakken en altaren kapot gemaakt.
Maar dat hij nu de tempel laat herstellen, dat is wel het allermooiste. Sallum heeft het haar allemaal verteld. Safan, de schrijver van de koning, was met nog een paar andere dienaren van de koning naar de tempel gekomen, naar de hogepriester Hilkia. “Koning Josia wil dat de dienst van de Heere in de tempel weer helemaal hersteld wordt. Alles wat kapot is, moet gemaakt worden.”
Er was veel geld opgehaald, niet alleen in Juda, maar ook in het noorden van Israël, in het Tienstammenrijk. Dat geld werd bewaard door de Levieten. Het moest worden gebruikt om alles wat kapot was in het huis van de Heere weer te herstellen.
Dankbaar kijken Hulda en Sallum elkaar aan. Toch is er ook vrees. Het volk heeft zoveel jaren de Heere vergeten en verlaten, de afgoden gediend, geofferd aan Baäl. Zal de Heere hun nog wel genadig wíllen zijn? Zal de Heere hun nog wel genadig kúnnen zijn? Hun enige houvast is het verbond van de Heere. Hij is de Getrouwe. Hij heeft beloofd, dat Hij bij Zijn volk zal blijven. Hij heeft beloofd dat er altijd een zoon van David op de troon zou zitten, totdat de Messias komt. En is het al geen heel groot wonder, dat er nu zo’n godvrezende koning over Juda regeert?
-o-o-o-o-
In het paleis staat koning Josia. Achttien jaar regeert hij inmiddels over Juda. Verbijsterd was hij, bij het zien van alle altaren en afgodsbeelden in het land. Wat zit het diep in de harten van de mensen. Maar hij weet ook, dat hij zelf niet beter is. Het is Gods trouw, dat hij niet het voorbeeld van zijn goddeloze vader is gaan volgen, maar dat hij de Heere heeft lief gekregen, zoals eens zijn verre vóórvader David. Wat is het goed om de Heere te dienen, wat geeft het vrede in zijn hart. Maar het geeft ook onrust. Want hij is koning. Hij moet goed regeren. En er is nog zoveel in het land, waar de Heere verdriet van heeft. De altaren zijn vernietigd, maar betekent dat nu, dat God echt gediend wordt?
En toen was er dat mooie plan gekomen: de tempel van de Heere moet hersteld worden. Het is niet alleen dat de altaren van Baäl weg moeten, maar het altaar van de Heere moet weer echt gebruikt worden! Er is geld genoeg. Overal uit het hele land was er geld opgehaald voor de dienst van God in de tempel in Jeruzalem. En nu zijn de werkmannen begonnen. Timmermannen, metselaars, ze zijn druk bezig. Ze hebben hout en stenen gekocht en er wordt hard gewerkt. Zo moet het ook. Niet alleen de afgodendienst weg, maar de dienst van de Heere weer echt terug. Dat is voor ons ook zo, dat weet je wel. Het is niet alleen, dat je geen verkeerde dingen doet, maar juist, dat je wél doet wat de Heere van je vraagt, dat je Hem liefhebt met heel je hart.
De deur van de zaal van het paleis gaat open. Safan de schrijver komt binnen. “Koning, ik kom u vertellen over hoe het gaat in de tempel.” De koning knikt, “Daar ben ik blij mee. Vertel me hoe het gaat. Wordt er hard gewerkt? Is er voldoende geld?” “Zeker koning, er wordt heel hard gewerkt. De mannen zijn zo goed bezig! En met het geld gaat het ook goed. Alles wat nodig is, kan gekocht worden.”
“Maar er is wel iets anders. De hogepriester Hilkia vertelde het mij. Tijdens al het werk werd er iets gevonden, een boekrol. Het is het wetboek van de Heere. Hilkia heeft het aan mij meegegeven. Kijk, hier heb ik het.”
De koning kijkt Safan aan. Een boekrol, het wetboek door Mozes geschreven… Waarschijnlijk verborgen in de tijd dat zijn grootvader en overgrootvader alles in de tempel kapot maakten. En nu is het tevoorschijn gekomen! “Wil je er uit voorlezen, Safan?” “Jazeker koning, dat zal ik doen.”
Dan klinkt daar de stem van Safan, die voorleest uit de boekrol Deuteronomium. Hij leest over de wetten van de Heere, over hoe de Heere gediend moet worden. Over de geboden, over de feesten die voor de Heere gehouden moeten worden, over hoe de Heere het volk uit Egypte verlost heeft om Zijn volk te zijn en Hem te gehoorzamen.
Hoe verder Safan leest, hoe banger Josia wordt. Safan leest over wetten, die ze niet gehouden hebben. Over geboden, waartegen ze gezondigd hebben. Over offers, die ze niet gebracht hebben. Over feesten voor de Heere, die ze niet gevierd hebben. Ze hebben gezondigd! Zwaar gezondigd! Hij, de koning, en heel het volk. Een groot verdriet komt in Josia’s hart. Ze zijn het volk van de Heere, maar ze hebben niet naar de Heere geluisterd, Hem niet liefgehad en gediend. Wat doet dat een pijn in zijn hart! Herken je dat? Dat je er zo’n verdriet van hebt, dat je niet naar de Heere geluisterd hebt? Dat het zo’n pijn doet, dat je een zondaar bent?
Josia staat op en scheurt zijn kleren. Dat is een teken van groot verdriet, van rouw. Dat is als er iemand gestorven is, van wie je veel hebt gehouden. Josia huilt. Ze hebben tegen de Heere gezondigd. Hoe lang is het geleden dat het Loofhuttenfeest is gevierd? Of de grote Verzoendag? Of het Pascha? Zijn alle offers elke dag gebracht, waarover Safan nu heeft gelezen? Wat moeten ze toch doen! Want de Heere zal komen met Zijn straf, en dat is verdiend! Wat moet hij doen? Hij moet raad hebben. Wat wil de Heere nu? Is er iemand die hem dat kan vertellen?
Josia kijkt Safan aan. “Ga heen, vraag aan de Heere over de woorden van deze boekrol, die gevonden is! Vraag het voor mij en voor het volk dat in Israël en Juda is overgebleven, wat de woorden van deze boekrol betekenen. Want de boosheid van de Heere is groot, omdat onze vaders het woord van de Heere niet hebben gehouden. We hebben niet gedaan zoals dat in dat boek geschreven is!”
Maar naar wie moet Safan gaan? Is er iemand in Jeruzalem, die het Woord van God kan uitleggen? Die de woorden van God kan spreken? Is er een profeet in de stad? Ja! Er is een profetes, Hulda, de vrouw van Sallum. Daar zal Safan naar toe gaan, samen met de hogepriester Hilkia en nog andere dienaren van de koning. Wat is dat mooi, als je naar iemand toe kunt gaan, die je kan helpen, als je zelf niet goed raad weet. Als er iemand is, die je kan helpen bij het lezen uit de Bijbel. Die het Woord van de Heere aan je kan uitleggen, als je verdriet hebt over je zonden. Als je bang bent, omdat je niet gedaan hebt, wat de Heere wil. Ken jij zo iemand? Heb jij zo iemand?
-o-o-o-o-o-
Hulda zit in huis als er op de deur wordt geklopt. Als ze opendoet ziet ze een aantal mannen staan. De hogepriester is erbij en Safan, de schrijver van de koning. “Ik kom in opdracht van de koning, om de Heere te vragen”, zegt Safan. “Tijdens het werk in de tempel is deze boekrol teruggevonden, het wetboek van Mozes. Ik heb er de koning uit voorgelezen en hij heeft zijn kleren gescheurd, omdat wij en onze vaders niet gedaan hebben wat de Heere ons heeft geboden. Wat is het Woord van de Heere? Zal de straf waar deze boekrol over spreekt ook komen of is er nog genade?”
Het blijft even stil. Wat gaat er veel door Hulda heen. Ze mag het Woord van de Heere spreken, maar het is een verdrietige boodschap, die ze moet doorgeven. Een ernstige boodschap. “Zo zegt de HEERE, de God van Israël: Zeg tegen de man die u naar mij toe gestuurd heeft: Zo zegt de HEERE: Zie, Ik ga onheil over Jeruzalem brengen en over de inwoners ervan, Ik zal al de vervloekingen laten komen die in de boekrol beschreven zijn, die aan de koning van Juda voorgelezen zijn. Omdat zij Mij verlaten hebben en reukoffers aan andere goden gebracht hebben, zodat zij Mij tot toorn verwekt hebben, daarom zal Mijn boosheid komen over deze plaats.”
Het oordeel van de Heere komt. De koning van Babel zal Jeruzalem veroveren en verwoesten. Gods geduld komt ten einde. Wat een verschrikkelijke boodschap. Zo erg is dus de zonde. Maar Hulda is nog niet klaar. Ze moet nog meer zeggen namens God. Een boodschap voor de jonge koning persoonlijk!
Hulda kijkt de mannen aan die voor haar staan. “Het oordeel zal komen. Maar tegen de koning van Juda, die u gestuurd heeft om de Heere te raadplegen, tegen hem moet u dit zeggen: Zo zegt de HEERE, de God van Israël: Uw hart is geraakt en bang geworden toen u naar de woorden van de boekrol luisterde. U hebt zich voor de Heere vernederd, toen u Zijn woorden hoorde. U hebt uw kleren gescheurd en u hebt gehuild. Daarom heb Ík u ook verhoord, spreekt de HEERE. Uw ogen zullen al het onheil dat Ik over deze plaats en over de inwoners ervan ga brengen, niet zien. De straf zal wel komen, maar niet tijdens uw leven. U zult in vrede sterven. Ga dit maar aan koning Josia vertellen, want dit heeft de God van Israël gesproken.”
Hulda kijkt de mannen na. Ze zullen verslag gaan uitbrengen aan de koning. Wat zal er nu gaan gebeuren? Hoe zal de koning reageren? Hoe wonderlijk, dat hij zijn dienaren naar haar had toegestuurd om uitleg en om raad. Hoe wonderlijk dat de Heere haar wil gebruiken als profetes. Maar het was zo’n ernstige boodschap geweest. Hoe zal het nu verder gaan?
Het duurt niet lang, of overal klinkt de oproep: “Iedereen moet naar de tempel komen! Koning Josia heeft iets belangrijks te zeggen!” Daar gaat Hulda, samen met haar man. Het tempelplein is helemaal vol. De oudsten van Juda en van Jeruzalem zijn er, de priesters en de Levieten, de bewoners van de stad, zelfs de kinderen zijn gekomen. Bij een van de grote pilaren ziet Hulda koning Josia staan. Dan wordt het helemaal stil. Er staat een Leviet naast de koning, met een boekrol in zijn hand. Hulda weet het, dit is het wetboek van Mozes, dat teruggevonden is. Hoor, de Leviet gaat eruit voorlezen. Hulda luistert naar Gods Woord. Het is het boek van het verbond, dat de Heere met Israël gesloten heeft. Het verbond, dat door het volk verbroken is, waartegen ze gezondigd hebben.
Als de Leviet klaar is met lezen, blijft het stil. Hulda kijkt naar de koning. Dan gaat hij spreken. “Het is in mijn hart, om een verbond met de Heere te sluiten voor het aangezicht van de Heere, om Hem te volgen en om Gods geboden en voorschriften met heel mijn hart en met heel mijn ziel na te leven. Ik wil de woorden die we hebben horen voorlezen uit de boekrol met heel mijn hart gehoorzamen en doen.”
Opnieuw blijft het stil. Dan gaat hij verder. “Maar, inwoners van Jeruzalem en iedereen die hier vandaag gekomen is, dat vraagt de Heere niet alleen van mij, maar ook van u! Daarom bevestig ik het verbond van de Heere met u allen. Doe de afgoden weg en dien de Heere alleen, want Hij is de HEERE, de God van Israël.” Hulda kijkt naar de mensen op het tempelplein. Hier gebeurt een wonder. Wat heeft de Heere Zijn Woord gezegend!
Op de veertiende dag van de eerste maand stroomt het tempelplein weer vol. Het is Pascha! Hoe lang is het geleden, dat dit feest zo is gevierd, zo precies zoals de Heere het gezegd had. Het volk is gekomen, zoals Josia ook gezegd had. Kijk daar staat hij. Als Hulda hem ziet, is ze verwonderd. Kijk hoe hij bevelen geeft om de offers te brengen. Kijk hoe hij zelf honderden offerdieren geeft aan het volk, zodat zij een offer hebben voor God. Nooit eerder werd het paasfeest zo door een koning gevierd. Ja, Gods oordeel zal komen, maar dit Pascha laat zien, dat er bij de Heere genade is. Dat er bij Hem vergeving is. Vanwege het grote Paaslam dat eens komen zal, de Heere Jezus Christus. Hij zal het oordeel dragen. Hij zal sterven, opdat zondaren mogen leven.
De week van het Pascha is voorbij. Hulda is weer thuis. Ze heeft als profetes Gods Woord mogen spreken. De Heere heeft het gezegend. En zo zal het altijd zijn. Ook nu. Wie echt luistert naar het Woord van de Heere, zal gezegend worden. Vanwege het grote Paaslam, de Heere Jezus.
Achtergrondinformatie bij het Bijbelgedeelte voor leidinggevenden
Hulda
Hulda is een van de weinige profetessen in de Bijbel die we bij name kennen, naast Mirjam en Debora in het Oude Testament en Anna in het Nieuwe Testament. We weten niet veel over haar. Haar naam betekent waarschijnlijk hermelijn of mol.
Haar man Sallum had aan het hof de betrekking van bewaarder van de kleren van de hogepriester, misschien ook van de andere priesters of van de koninklijke familie. Zij woonde te Jeruzalem in dat gedeelte van de benedenstad, dat het tweede genoemd werd. Het was het nieuwe gedeelte van de stad, dat bij de reeds bestaande benedenstad getrokken werd. Daar omheen werden nieuwe muren gebouwd.
Bij slechts één gebeurtenis wordt de naam van Hulda in de Bijbel genoemd (2 Koningen 22, 2 Kronieken 34). Tijdens de herstelwerkzaamheden van de tempel wordt een boekrol gevonden met daarop de tekst van het wetboek. Als die wordt voorgelezen, schrikt koning Josia. Hij vreest de straf van de HEERE, omdat het volk en hun koning niet gehandeld hebben zoals het omschreven staat in de wet. Daarom geeft hij zijn dienaren opdracht om de HEERE te raadplegen. Het is opvallend dat de dienaren dan naar Hulda gaan, want in die tijd waren er meerdere profeten actief, nl. Jeremia en Zefanja.
Volgens de Talmoed zijn vrouwen meevoelender dan mannen en zouden de mannen daarom naar Hulda gegaan zijn. Misschien in de hoop dat deze vrouw een niet al te harde profetie over hen zou uitspreken. Maar profetische woorden zijn woorden van God en Hulda heeft als profetes de plicht die woorden slechts door te geven. Toch mag ze namens God naast woorden van oordeel ook woorden van bemoediging spreken. Zo draagt ze eraan bij dat Josia met hart en ziel God blijft dienen en de reformatie in het land uitgebreid wordt.
In het antwoord van Hulda wordt eerst gelezen: “Zegt tegen de man die ulieden tot Mij gezonden heeft”, daarna: „Maar tot de koning van Juda, die ulieden gezonden heeft om de HEERE te vragen, tot hem zult gij alzo zeggen.” In beide zinsneden wordt Josia bedoeld, en zij heeft wellicht met opzet zo gesproken, om te doen uitkomen, dat zij eerst de zaak waarnaar gevraagd wordt, en dan meer bijzonder de persoon van de vrager voor ogen heeft.
De herinnering aan Hulda is niet alleen in de Bijbel vastgelegd. Hoewel ze niet meer in gebruik zijn, kun je in Jeruzalem tot op vandaag de Hulda Poorten vinden. Via een ondergrondse gang kwam je door de Hulda Poorten op het tempelplein in de voorhof der heidenen. Waarom die poorten zo heten? Een van de verklaringen is dat de poorten Hulda Poorten werden genoemd omdat het woord ‘hulda’ hermelijn of mol betekent en in dit geval een verwijzing is naar de ondergrondse gangen die zich achter de poorten bevonden. Volgens de overlevering bevindt Hulda’s graf zich in de buurt van de zuidelijke muur van de tempel.
Profeten
Een profeet is in het Oude Testament een persoon die een boodschap van God doorgeeft aan de mensen. Het “Zo zegt de HEERE” dat klinkt uit hun mond, geeft aan, dat zij niet hun eigen woorden spreken, maar Gods woorden. Het woord ‘profeet’ is een vertaling van de Hebreeuwse term navi. Dat is de meest gebruikelijke aanduiding voor profeten in het Oude Testament. Er zijn nog twee andere benamingen voor profeten:
- Ziener (chozè of roè): Volgens 1 Samuel 9:9 werd een profeet vroeger een ‘ziener’ (roè) genoemd.
- Godsman (isj Elohim).
Hoe werd iemand profeet?
Een profeet was iemand die kon spreken namens God. Goddelijke inspiratie was de enige voorwaarde om als profeet te kunnen optreden. De achtergrond van profeten was dan ook heel verschillend. Zo zijn er in de Bijbel voorbeelden te vinden van profeten die van beroep schaapherder, priester, boer of schrijver waren.
In welke Bijbelboeken komen profeten voor?
Profeten komen we tegen in verschillende delen van het Oude Testament:
- In de Pentateuch Bepaalde personen in de eerste vijf boeken van de Bijbel worden ‘profeten’ genoemd. Het bekendste voorbeeld is Mozes (Deuteronomium 18:20-22). In de Pentateuch staan ook voorschriften voor profetie (onder andere in Deuteronomium 13:2-6).
- In de historische boeken Vooral in de boeken Jozua tot en met 2 Koningen staan veel verhalen over profeten, bijvoorbeeld over Elia en Elisa.
- In de profetische boeken Deze boeken bestaan voor het grootste deel uit profetieën. Ze zijn vernoemd naar een profeet, zoals Jesaja of Amos. Het boek Jona is een uitzondering; dat is een verhaal óver een profeet.
Indeling van de profetische teksten
Op grond van de periode waarin ze optraden, worden de profeten vaak ingedeeld in twee groepen:
- Vroege profeten: de profeten die voorkomen in de eerste zeven historische boeken van de Bijbel (Jozua tot en met 2 Koningen). De ‘vroege profeten’ traden op toen profetie in Israël waarschijnlijk nog maar net in opkomst was. Verhalen over deze personen, zoals over Samuel en Elia, staan in de eerste negen historische boeken van de Bijbel (Jozua tot en met 2 Kronieken).
- Late profeten: de profeten naar wie een profetisch boek vernoemd is. Deze laatste groep (late profeten) kan onderverdeeld worden in:
• Klassieke profeten: profeten die leefden vóór de ballingschap. De klassieke profeten verkondigden in grote lijnen steeds dezelfde boodschap: Israël heeft God verlaten. De Israëlieten hebben zich niet gehouden aan de wetten die God hun gegeven heeft. Ze hebben andere goden gediend, terwijl ze alleen de Heere mochten dienen. Bovendien hebben ze hun medemensen niet goed behandeld. Daarom gaat God het volk straffen: hij zal rampen over Israël en Juda brengen. Toch spreken de profeten ook over Gods liefde. Die liefde blijft bestaan ondanks de ontrouw van het volk. Af en toe gloort er dan ook hoop door de teksten heen: de hoop op het herstel van Israël.
• Post-exilische profeten: profeten die leefden na de ballingschap. Bij de klassieke profeten stond de boodschap centraal dat God onheil over Israël zou brengen. Maar bij de post-exilische profeten komen er andere accenten. Zij hebben de straf voor de zonden van het volk gezien: de ballingschap. Nu die straf is voltrokken, komt er meer ruimte voor verwachting en hoop, voor prediking van het heil (onder andere Jesaja 40:2). In een wat een latere periode na de ballingschap, waarin de Joodse gemeenschap weer werd opgebouwd, zien we bij een aantal profeten een nadruk op bekering en herstel.
Het gevonden wetboek
In 2 Kronieken 34:14 staat dat het wetboek gevonden wordt. En als zij het geld uitnamen dat in het huis des HEEREN gebracht was, vond de priester Hilkía het wetboek des HEEREN, gegeven door de hand van Mozes. Dit kan betekenen, dat Hilkia de boekrol vond op de plaats waar het geld werd bewaard. Het kan ook eenvoudig de tijd aanduiden, wanneer hij de boekrol vond.
De rabbijnse traditie zegt, dat het boek gevonden is onder een hoop stenen, waaronder het verborgen was toen Achaz (of Manasse) de wetboeken had laten verbranden.
In 2 Koningen 22:8 wordt gezegd, dat Safan eerst zelf uit het wetboek las, voor hij het naar de koning bracht. Toen zei de hogepriester Hilkía tot Safan, de schrijver: Ik heb het wetboek in het huis des HEEREN gevonden. En Hilkía gaf dat boek aan Safan; die las het.
We weten niet wat dit wetboek is, dat gevonden wordt. Het kan zijn dat het gaat om de vijf boeken van Mozes of alleen om het boek Deuteronomium. De kanttekeningen bij 2 Koningen 22 vermelden: Versta het originele wetboek, hetwelk Mozes zelf geschreven had, en dat aan de zijde van de ark des verbonds gelegd was. Zie Deut. 31:26. Neemt dit wetboek en legt het aan de zijde van de ark des verbonds des HEEREN uws Gods, dat het aldaar zij ten getuige tegen u.
Of het hier dus gaat om de vijf boeken van Mozes of alleen het vijfde boek, is niet het belangrijkste. Waar het om gaat, is de uitwerking van de vondst. Het is een grote genade van God dat Hij als het ware Zijn Woord teruggeeft aan Zijn volk.
Josia
Josía was een godvrezende koning van Juda in de 2e helft van de 7e eeuw v.Chr. Onder zijn regering werd, vooral na de vondst van het wetboek van Mozes, de afgoderij bestreden en de (uitwendige) godsdienst van Israël hersteld.
De Hebreeuwse naam is יאשׁיה , Yoshiya, of יאשׁיהו , Yo’shiyahoe, en betekent = "dien Jahweh geneest”. Josia was de zoon en opvolger van Amon, koning van Juda. Zijn moeder was Jedida. Zijn grootvader was koning Manasse. Hij werd geboren toen zijn vader Amon 16 jaar oud was. Amon werd vermoord, na twee jaar geregeerd te hebben, 24 jaar oud. Josia was slechts 8 jaar oud toen hij koning werd en regeerde gedurende 31 jaren, van het jaar 640 tot 609 vóór Chr.
Zijn komst was voorzegd door een profeet: 1 Koningen 13:1, 2: En ziet, een man Gods kwam uit Juda, door het woord des HEEREN tot Beth-El; en Jerobeam stond bij het altaar, om te roken. En hij riep tegen het altaar, door het woord des HEEREN, en zeide: Altaar, altaar, zo zegt de HEERE: Zie, een zoon zal aan het huis Davids geboren worden, wiens naam zal zijn Josia; die zal op u offeren de priesters der hoogten, die op u roken, en men zal mensenbeenderen op u verbranden.
Hij volgde het voorbeeld van zijn voorvader David en hield zich daaraan: hij deed wat goed is in de ogen van de Heere. Vanaf het achtste jaar van zijn regering – hij was toen nog een jongeman – richtte hij zich naar de God van zijn voorvader David. En in het twaalfde jaar begon hij in Juda en Jeruzalem de offerplaatsen, de bossen (dat zijn de Asjerapalen) en de gesneden en gegoten beelden te verwijderen. Hij zag er persoonlijk op toe dat de altaren voor de Baäls omver werden gehaald. Hij haalde ook de wierookaltaren die daar bovenop stonden neer, sloeg de Asjerapalen en de godenbeelden aan stukken en verpulverde ze. Het stof strooide hij uit over de graven van degenen die er offers aan hadden gebracht, en de botten van de priesters verbrandde hij op hun altaren. In de steden van Manasse en Efraïm en van Simeon tot in Naftali liet hij de heiligdommen doorzoeken. In heel Israël haalde hij de altaren en de Asjerapalen omver, sloeg hij de beelden aan stukken en verpulverde ze, en haalde hij de wierookaltaren neer.
Uit de verdere geschiedenis weten wij dat Josia 13 jaren later stierf (ca. 609 v.C.) en 36 jaren later (ca. 586 v.C.) Jeruzalem werd verwoest. Na het voorlezen van de teruggevonden boekrol vond er een grote reformatie plaats. Alles wat tegen de wet van de Heere inging, werd afgeschaft, de priesterlijke dienst opnieuw geregeld, de tempel gereinigd en gezuiverd, alle plaatsen en heiligdommen van de heidense eredienst ontwijd en onbruikbaar gemaakt. Zelfs trok hij het gebied van het voormalige rijk der tien stammen door, om ook daar als hervormer op te treden.
Maar Josia deed niet alleen weg wat vérboden was, hij deed ook wat géboden was. Hij vierde een Pascha, zoals niet meer gevierd was sinds de tijd van de richters. Hij riep daar niet alleen de Judeeërs, maar ook de overgeblevene bewoners van het vroegere rijk Israël toe op. Dat gebeurde in het 18e jaar van zijn regering, toen hij ca. 26 jaar oud was.
Evenwel was het slechts een kortstondige opflikkering van geestelijk leven. Josia's hervorming bleek onder het volk alleen een uitwendige geweest te zijn, daar het volk onder de volgende vorsten weer tot zijn oude zonden terugkeerde en zijn ondergang tegemoet snelde. God keerde zich daarom van Zijn brandende toorn tegen Juda niet af, om al de tergingen waarmee koning Manasse, de grootvader van Josia, Hem getergd had (2 Koningen 23:26; 22:16v).
Josia stierf betrekkelijk jong, toen hij tegen de Egyptische vorst Farao Necho in het dal van Megiddo opgetrokken was. Josia wilde hem beletten de Chaldeeuwse macht onder Nabopolassar aan te vallen; hij hoorde niet, toen Farao Necho hem, met woorden door God ingegeven, de strijd ontraadde. Dodelijk gewond naar Jeruzalem gebracht, stierf hij, ongeveer 39 jaar oud zijnde, beklaagd door het gehele rijk, daar zijn godsvrucht, zijn rechtvaardigheid en goed bestuur hem de algemene liefde hadden doen verwerven. De profeet Jeremia schreef een klaaglied over hem.
2 Kronieken 35:25: En vóór hem was geen koning zijns gelijke, die zich tot de HEERE met zijn ganse hart en met zijn ganse ziel en met zijn ganse kracht, naar al de wet van Mozes, bekeerd had; en na hem stond zijns gelijke niet op.
Van zijn vier zonen Johanan, Jojakim, Zedekia en Joahaz (Sallum) zijn de drie laatsten hem opgevolgd. 23 jaren na de dood van Josia zouden Jeruzalem en de tempel in 586 v.C. door de Babyloniërs worden verwoest.
Zie ook overzicht hieronder.
700 — 650 v.C. < Israël 650 — 600 v.C.[2] > 600 — 550 v.C.
Belijdenisgeschriften
1. Heidelbergse Catechismus, zondag 34, vr 94 en 95, over het eerste gebod
2. Heidelbergse Catechismus, zondag 35, over het tweede gebod
3. Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 3, over het geschreven Woord van God
Antwoorden bij werkboekje groep 5 en 6
Wat past er bij elkaar in de boekrol? Trek daar een lijn tussen.
Een jonge koning
Josia was nog maar 8 jaar oud toen hij koning werd. Stel, dat jij nu koning of koningin zou zijn, hoe zou je dat vinden? Praat er over met elkaar, wat je leuk zou vinden, en wat je moeilijk zou vinden. Laat de kinderen maar vertellen. Misschien komt bij leuk: de baas zijn, rijk zijn, beroemd, paleis enz. Misschien bij moeilijk: iedereen let op je, beslissingen nemen, het goede voorbeeld geven, enz.
En hij deed wat recht was in de ogen des HEEREN, en wandelde in de wegen van zijn vader David en week niet af ter rechter- noch ter linkerhand.
Lees 2 Kronieken 34:2
• Probeer met eigen woorden te zeggen, wat hier staat.
En hij deed precies wat de Heere wilde, en leefde net als zijn voorvader David, hij bleef de Heere dienen volgens Gods geboden.
• Hoe zou jouw leven er uit zien, als je net zo was als Josia?
Laat de kinderen maar vertellen. Misschien komen er reacties als in mijn Bijbeltje lezen, bidden, naar de kerk gaan. Maar ook gehoorzaam zijn aan papa en mama, andere kinderen niet plagen, eerst aan andere mensen/kinderen denken en dan pas aan je zelf. Er kunnen ook zeker kinderen zijn, die net als Josia de Heere zoeken en die ook graag zo willen leven als hij.
• Zou je dingen anders doen dan nu? En als je ja zegt, welke dingen dan?
Stimuleer het gesprek hier over!
Het gevonden wetboek
Wat was het voor een boekrol die gevonden werd in de tempel?
Een boekrol van alle vijf de boeken van Mozes (Genesis t/m Deuteronomium), maar waarschijnlijk was het alleen de boekrol van Deuteronomium.
Hoe kan het dat die boekrol zoekgeraakt was?
Koning Achaz (de opa van Manasse) en koning Manasse hadden veel uit de tempel verwoest en verbrand. Waarschijnlijk is in die tijd deze rol verstopt.
Waarom was de koning zo verdrietig toe hij uit die boekrol hoorde voorlezen?
Hij hoorde de wetten van de Heere en besefte dat hij en het volk die wetten niet gehouden hadden, maar dat ze zwaar gezondigd hadden. Ze hadden de Heere niet gediend zoals het moest maar hadden de afgoeden gediend en de Heere vergeten.
Hoe kon je dat aan hem zien?
Hij scheurde zijn kleren (teken van rouw) en hij huilde (2 Koningen 22:19 …dat gij uw klederen gescheurd en voor Mijn aangezicht geweend hebt…)
Ben jij wel eens verdrietig als je in de Bijbel leest of uit de Bijbel hoort? soms / vaak / nooit
Eigen antwoord van de kinderen. Misschien kun je ook iets delen als het Woord van God jou wel eens geraakt heeft (als je dit in kleine groepjes bespreekt).
Als je soms of vaak hebt gekozen, weet je dan ook hoe dat komt?
Zie hierboven.
Is het bijvoorbeeld bij bepaalde stukjes uit de Bijbel? Welke dan?
Dit kan zoveel zijn! Bijvoorbeeld als het gaat over de zonde, ook in hun leven. Of over sterven. Het kunnen ook geschiedenissen uit de Bijbel zijn, zoals Jozef die door zijn broers verkocht werd, het offer van Abraham, David die moet vluchten voor Absalom, het lijden van de Heere Jezus in Gethsémané, en aan het kruis, Stefanus die gestenigd wordt. Misschien goed om aan te geven, dat het niet raar is, als je soms verdrietig bent en zelfs moet huilen als je naar de Bijbel luistert.
Met wie praat je daar over?
Afhankelijk van de antwoorden hier boven, zou je kunnen stimuleren hier met hun ouders over te praten en vanzelf ook met de Heere in het gebed.
Weet jij een tekst uit de Bijbel of een psalmversje waar je juist heel blij van wordt? Schrijf het dan hier maar op of teken iets wat daarbij past.
Eigen inbreng van de kinderen. Misschien kun je hier ook iets delen van jezelf als je dit in kleine groepjes bespreekt.
Hulda, een profetes
En zij zeide tot hen: Zo zegt de HEERE, de God Israëls: Zegt tegen de man die ulieden tot Mij gezonden heeft: Zo zegt de HEERE: Zie, Ik zal kwaad over deze plaats en over haar inwoners brengen; al de vloeken die geschreven zijn in het boek dat men voor het aangezicht des konings van Juda gelezen heeft.
Lees 2 Kronieken 34: 23, 24
Onderstreep in de teksten de woorden waaraan je kunt zien dat Hulda echt een profetes van de Heere was. De Heere gebruikt blijkbaar ook vrouwen in Zijn dienst. Wat kunnen wij daar van leren? Je hoeft geen dominee te zijn, om over de Heere te kunnen vertellen. Dus daar gebruikt de Heere ook meisjes en vrouwen voor! In de zending werken juist heel veel vrouwen! Maar ook de juf op school en zondagsschool vertelt uit het Woord van God!
Het Pascha
Josia wilde met het hele volk het Pascha vieren. Lees wat er over gezegd wordt. Waar ben jij het wel of niet mee eens en waarom?
1. De koning is bang voor Gods straf, daarom gaat hij het Pascha vieren.
2. Het Pascha gaat over de bevrijding uit Egypte. Het volk mag nu terugdenken aan hoe God voor hen gezorgd heeft.
3. De koning wil niet alleen de afgoden wegdoen, maar hij wil ook echt de Heere dienen.
4. Josia brengt wel heel veel offers aan de Heere, dat is een beetje overdreven.
5. Het Pascha wijst heen naar de Heere Jezus, daarom vind ik het mooi, dat koning Josia dit feest viert.
1. Dat is niet zo. Josia viert het Pascha omdat hij graag de Heere wil dienen zoals het in het wetboek staat. Zie 2 Kronieken 34: 31 En de koning stond in zijn standplaats en maakte een verbond voor des HEEREN aangezicht om de HEERE na te wandelen, en om Zijn geboden en Zijn getuigenissen en Zijn inzettingen met zijn ganse hart en met zijn ganse ziel te onderhouden, doende de woorden des verbonds, die in datzelve boek geschreven zijn.
2. Zo is het. Door het bloed van het paaslam aan de deurposten ging de verderfengel het huis voorbij. Israël werd verlost. Zo wil de Heere nog voor Zijn volk zorgen in de tijd van koning Josia.
3. Dat is belangrijk! Niet alleen dat je het verkeerde niet doet, want dan is je hart nog steeds leeg. Maar ook juist, dat je wel doet, wat de Heere van je vraagt, uit liefde voor Hem.
4. Als je 2 Kronieken 35 leest, sta je versteld van hoeveel dieren er voor de Heere geofferd worden. Maar het komt uit de liefde van Josia’s hart en die liefde voor de Heere kan nooit te groot zijn.
5. Dat is ook de rijke betekenis voor ons, dat Josia juist het Pascha viert. Want het wijst heen naar het grote offer voor de zonde, door de Heere Jezus gebracht. Door Hem is er genade voor zondaren! De tijd van koning Josia was donker vanwege de zonden, maar het Pascha sprak van genade en verzoening. Zo mogen ook wij weten, dat er vergeving en genade is vanwege het bloed van het grote Paaslam, de Heere Jezus.
Israëlieten lezen van rechts naar links en van beneden naar boven. Kun jij lezen wat er staat?
Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht voor mijn pad.
Doe Uw aangezicht lichten over Uw knecht, en leer mij Uw inzettingen.
Zoek de 10 verschillen!
Antwoorden bij werkboekje groep 7 en 8
Wat past er bij elkaar in de boekrol? Zet de letters van de antwoorden in de goede volgorde en verbind ze met de goede zin. De gekleurde letters vormen drie woorden, voor elke kleur een woord.
Een jonge koning
Josia was nog maar 8 jaar oud toen hij koning werd.
• Wat zijn moeilijke dingen voor een jongen van 8 om koning te zijn?
Beslissingen nemen, verantwoordelijkheid dragen, grote problemen snappen en oplossen, regeren.
• Hoe zou jij het vinden als je nu koning zou zijn?
Eigen antwoorden. Kijk daarbij ook naar de antwoorden hierboven.
• Op wie wil Josia lijken?
Op zijn verre voorvader David. 2 Kronieken 34:3 Toen hij nog een jongeling was, begon hij de God van zijn vader David te zoeken.
• Op wie zou jij willen lijken? Waarom?
Hier zou zo maar een mooi gesprek kunnen ontstaan, zeker bij oudere kinderen. Willen ze lijken op iemand die mooie filmpjes zet op TikTok? Op een sportheld? Of op bijvoorbeeld Daniël? Of de Heere Jezus?
En hij deed wat recht was in de ogen des HEEREN, en wandelde in de wegen van zijn vader David en week niet af ter rechter- noch ter linkerhand.
Lees 2 Kronieken 34:2
• Probeer met eigen woorden te zeggen, wat hier staat.
En hij deed precies wat de Heere wilde, en leefde net als zijn voorvader David, hij bleef de Heere dienen volgens Gods geboden.
• Hoe zou jouw leven er uit zien, als je net zo was als Josia?
Laat de kinderen maar vertellen. Misschien komen er reacties als in mijn Bijbeltje lezen, bidden, naar de kerk gaan. Maar ook gehoorzaam zijn aan papa en mama, andere kinderen niet plagen, eerst aan andere mensen/kinderen denken en dan pas aan je zelf. Er kunnen ook zeker kinderen zijn, die net als Josia de Heere zoeken en die ook graag zo willen leven als hij.
• Zou je dingen anders doen dan nu?
En als je ja zegt, welke dingen dan? Stimuleer het gesprek hier over!
Het gevonden wetboek
Wat was het voor een boekrol die gevonden werd in de tempel?
Een boekrol van alle vijf de boeken van Mozes (Genesis t/m Deuteronomium), maar waarschijnlijk was het alleen de boekrol van Deuteronomium.
Hoe kan het dat die boekrol zoekgeraakt was?
Koning Achaz (de opa van Manasse) en koning Manasse hadden veel uit de tempel verwoest en verbrand. Waarschijnlijk is in die tijd deze rol verstopt.
Hoe kun je ook nu nog wel eens je Bijbel “kwijt” zijn?
Misschien letterlijk, maar hier gaat het om de figuurlijke betekenis van kwijt zijn. Je leest niet meer (vaak) in je Bijbeltje, of je leest maar heel oppervlakkig, zonder je aandacht erbij te houden. Je luistert amper, als er aan tafel uit de Bijbel gelezen wordt en de preek vind je al gauw te moeilijk.
Waarom is dat zo erg?
Gods stem verdwijnt dan uit je leven. Je hoort Hem niet meer en je dwaalt zomaar bij de Heere vandaan.
Waarom is het zo belangrijk om uit je Bijbel te lezen?
Alleen dan kun je de Heere leren kennen en liefhebben. In de Bijbel lees je over de Heere Jezus en over hoe Hij je Zaligmaker wil zijn. De Bijbel wijst je de weg in je leven. Psalm 119 : 105 Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht voor mijn pad.
Ben jij wel eens verdrietig als je in de Bijbel leest of uit de Bijbel hoort? soms / vaak / nooit
Eigen antwoord van de kinderen. Misschien kun je ook iets delen als het Woord van God jou wel eens geraakt heeft (als je dit in kleine groepjes bespreekt).
Als je soms of vaak hebt gekozen, weet je dan ook hoe dat komt?
Zie hierboven.
Is het bijvoorbeeld bij bepaalde stukjes uit de Bijbel? Welke dan?
Kan zoveel zijn! Bijvoorbeeld als het gaat over de zonde, ook in hun leven. Of over sterven. Het kunnen ook geschiedenissen uit de Bijbel zijn, zoals Jozef die door zijn broers verkocht werd, het offer van Abraham, David die moet vluchten voor Absalom, het lijden van de Heere Jezus in Gethsémané, en aan het kruis, Stefanus die gestenigd wordt. Misschien goed om aan te geven, dat het niet raar is, als je soms verdrietig bent en zelfs moet huilen als je naar de Bijbel luistert.
Met wie praat je daar over?
Afhankelijk van de antwoorden hier boven, zou je kunnen stimuleren hier met hun ouders over te praten en vanzelf ook met de Heere in het gebed.
Verander nu het woord ‘verdrietig’ in ‘blij’ en lees dan alle vragen nog eens opnieuw!
Zie bespreking hierboven.
Het wetboek wordt hier ook ‘het boek van het verbond’ genoemd.
• Wat is een verbond?
Een overeenkomst tussen twee personen of groepen (partijen) die elkaar met een eed beloven om zich aan bepaalde afspraken te houden.
• Over welk verbond gaat het hier?
Over het verbond van de Heere met Zijn volk Israël, gesloten bij de berg Sinaï.
• Waarom heet het wetboek hier ‘het boek van het verbond’?
Toen de Heere het verbond sloot met Zijn volk bij de Sinaï, kreeg het volk de woorden van dat verbond in het wetboek van Mozes. Alles wat bij het verbond hoorde, stond daarin opgeschreven.
• Wat heeft het volk met het verbond gedaan?
Het volk heeft het verbond verbroken, en tegen de geboden van de Heere gezondigd.
• Hoe kan het weer goed komen tussen de Heere en het volk?
Bekering en berouw bij het volk, genade en vergeving door de Heere.
• Wat kun jij hiervan leren? Jesaja 55:6 en 7 kan je helpen.
In Jesaja 55: 6 en 7 zegt de Heere: Zoekt de HEERE terwijl Hij te vinden is; roept Hem aan terwijl Hij nabij is. De goddeloze verlate zijn weg, en de ongerechtige man zijn gedachten; en hij bekere zich tot de HEERE, zo zal Hij Zich zijner ontfermen, en tot onze God, want Hij vergeeft menigvuldiglijk.
En zij zeide tot hen: Zo zegt de HEERE, de God Israëls: Zegt tegen de man die ulieden tot Mij gezonden heeft: Zo zegt de HEERE: Zie, Ik zal kwaad over deze plaats en over haar inwoners brengen; al de vloeken die geschreven zijn in het boek dat men voor het aangezicht des konings van Juda gelezen heeft.
Hulda, een profetes
Lees 2 Kronieken 34: 23 en 24
Onderstreep in de teksten de woorden waaraan je kunt zien dat Hulda echt een profetes van de Heere was.
De Heere gebruikt blijkbaar ook vrouwen in Zijn dienst. Wat kunnen wij daar van leren?
Je hoeft geen dominee te zijn, om over de Heere te kunnen vertellen. Dus daar gebruikt de Heere ook meisjes en vrouwen voor! In de zending werken juist heel veel vrouwen! Maar ook de juf op school en zondagsschool vertelt uit het Woord van God!
Hoe zou de Heere jou kunnen gebruiken in Zijn dienst?
De Heere kan je nu gebruiken, als jij door je woorden en door je leven iets van de Heere mag doorgeven en laten zien. De Heere kan je later gebruiken als jij door je beroep een taak mag hebben in Gods Koninkrijk!
Het Pascha
Josia wilde met het hele volk het Pascha vieren. Lees wat er over gezegd wordt. Waar ben jij het wel of niet mee eens en waarom?
De koning is bang voor Gods straf, daarom gaat hij het Pascha vieren.
Het Pascha gaat over de bevrijding uit Egypte. Het volk mag nu terugdenken aan hoe God voor hen gezorgd heeft.
De koning wil niet alleen de afgoden wegdoen, maar hij wil ook echt de Heere dienen.
Josia brengt wel heel veel offers aan de Heere, dat is een beetje overdreven.
Het Pascha wijst heen naar de Heere Jezus, daarom vind ik het mooi, dat koning Josia dit feest viert.
1. Dat is niet zo. Josia viert het Pascha omdat hij graag de Heere wil dienen zoals het in het wetboek staat. Zie 2 Kronieken 34: 31 En de koning stond in zijn standplaats en maakte een verbond voor des HEEREN aangezicht om de HEERE na te wandelen, en om Zijn geboden en Zijn getuigenissen en Zijn inzettingen met zijn ganse hart en met zijn ganse ziel te onderhouden, doende de woorden des verbonds, die in datzelve boek geschreven zijn.
2. Zo is het. Door het bloed van het paaslam aan de deurposten ging de verderfengel het huis voorbij. Israël werd verlost. Zo wil de Heere nog voor Zijn volk zorgen in de tijd van koning Josia.
3. Dat is belangrijk! Niet alleen dat je het verkeerde niet doet, want dan is je hart nog steeds leeg. Maar ook juist, dat je wel doet, wat de Heere van je vraagt, uit liefde voor Hem.
4. Als je 2 Kronieken 35 leest, sta je versteld van hoeveel dieren er voor de Heere geofferd worden. Maar het komt uit de liefde van Josia’s hart en die liefde voor de Heere kan nooit te groot zijn.
5. Dat is ook de rijke betekenis voor ons, dat Josia juist het Pascha viert. Want het wijst heen naar het grote offer voor de zonde, door de Heere Jezus gebracht. Door Hem is er genade voor zondaren! De tijd van koning Josia was donker vanwege de zonden, maar het Pascha sprak van genade en verzoening. Zo mogen ook wij weten, dat er vergeving en genade is vanwege het bloed van het grote Paaslam, de Heere Jezus.
Schrijf in het lege praatwolkje wat jij graag wilt onthouden van deze geschiedenis.
Eigen antwoorden.
Puzzel
Kleur alle letters van het woord WETBOEK blauw en alle letters van het woord HULDA rood. Wat lees je in de boekrol? Bedenk, dat de Israëlieten van rechts naar links lezen, en van onder naar boven!
Oplossing: Profetes in Juda
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 augustus 2025
Kompas Handleiding | 28 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 augustus 2025
Kompas Handleiding | 28 Pagina's