JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Handleiding 7: Het lied van Mozes en Mirjam

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Handleiding 7: Het lied van Mozes en Mirjam

Jaarthema: ‘Zing een lied voor de Heere’

25 minuten leestijd

Van de redactie

Wat moet dát een opluchting zijn geweest voor het volk Israël. Nog maar een paar uur geleden zag hun toekomst er verschrikkelijk uit. Naast hen verhieven zich de bergen, voor hen lag het water, en achter hen kwamen de Egyptenaren in volle vaart aanstormen. Nog even, en ze zouden weer terug moeten naar Egypte, terug naar slavernij. Maar dan grijpt God in. Hij opent een weg door de zee en redt Zijn volk op wonderlijke wijze.

Deze geschiedenis doet op bepaalde punten denken aan die van Simson. Ook hij bevond zich in een schijnbaar hopeloze situatie. Na een zware strijd tegen de Filistijnen, die hij in de kracht van God wist te overwinnen, sterft hij bijna van de dorst. Ook hij roept tot God in zijn nood, en opnieuw toont God Zijn genade. Hij hoort het gebed van Simson en voorziet in wat nodig is: water om zijn dorst te lessen, zodat hij niet bezwijkt.

Wat is de Heere goed! Zowel bij het volk Israël als bij Simson zien we hoe God laat zien dat Hij niet alleen machtig is, maar ook trouw. In de diepste nood is Hij nabij Zijn volk, en Hij verhoort gebeden van hen die op Hem vertrouwen.

Namens de redactie,

Pieter Avé


Toelichting op het thema
Dit jaar is het thema voor Kompas: ‘Zing een lied voor de Heere’. Zangers in de Bijbel. In deze schets gaat het over het lied van Mozes en Mirjam dat zij zongen na de doortocht door de Rode Zee. God had hen gered uit de hand van de Egyptenaars en Farao met zijn leger in de Rode Zee verdronken.

Doel van de vertelling
In deze vertelling horen de kinderen hoe de Heere het volk Israël verloste uit hun grote nood. Hij is nog Dezelfde. Ook nu wil Hij verlossen uit de (zonde)nood, als we tot Hem gaan om verlossing. Wie Koning Jezus aanroept en hier op aarde door het geloof de goede strijd strijdt, mag straks ook staan aan de glazen zee en eeuwig Zijn lof zingen met Mozes en Mirjam.

Introductie van het thema voor de kinderen
Neem een plaatje mee van een verkeersbord voor een zebrapad. Vraag vervolgens aan de kinderen wat dit bord betekent. Vraag ook of ze er blij mee zijn dat er zebrapaden bestaan en waarom. Leg uit dat het in dit verhaal ook gaat over een pad. Een pad door God gemaakt voor Zijn volk Israël. Een zebrapad is afwisselend licht en donker. In dit verhaal gaat het ook over licht en donker. Vertel dat de kinderen dit aan het einde van het verhaal kunnen uitleggen.

Zingen en lezen

Zingen
• Psalm 9: 1, 2,3
• Psalm 66: 1, 3, 4, 6, 8, 10
• Psalm 68: 10, 11
• Psalm 78: 7
• Psalm 106: 5,6,7
• Psalm 118: 1, 3, 7, 8
• Psalm 136: 12-15 (evt. in beurtzang)
• Psalm 142: 1, 2, 4,7
• TZE 38 – God is getrouw
• TZE 42 – Heer’, onze God, hoe heerlijk is Uw Naam
• TZE 58 – Ik zal de Heere zingen
• TZE 109 – Wij loven U, o God
• TZE 116 – Zingt de Heere een nieuw lied

Lezen
Exodus 15:1-13 en 19-21

Kerntekst
Exodus 15: 21: Toen antwoordde Mirjam hunlieden: Zingt de HEERE, want Hij is hogelijk verheven! Hij heeft het paard met zijn ruiter in de zee gestort!

Vertelling

Kijk toch eens, wat een mensen! En zo veel dieren! Zo ver als Mirjam kan kijken, ziet ze mensen en dieren. Als een lange golvende rivier. Samen met Machla, een vrouw die ze onderweg heeft leren kennen, staat Mirjam wat hoger, op een heuveltje. De weg die ze gaan, is niet vlak en recht maar gaat over heuvels en langs grote rotsen. En nu ze wat hoger staan, nemen ze even de tijd om te kijken. En om zich te verwonderen dat ze hier zijn. Dat heeft God gedaan! God heeft grote dingen voor hen gedaan! Terwijl ze verder lopen, halen ze samen herinneringen op. Wat heeft God wonderlijk gehandeld met hun volk. “Daar gaan we nu Machla, wij de slaven uit Egypte! Als je bedenkt dat ons volk meer dan vierhonderd jaar in Egypte heeft gewoond. Wat was dat een moeilijke tijd! Wat waren de Farao en de Egyptenaars streng en gemeen voor ons.” “Ja, maar eigenlijk waren ze gewoon bang voor ons volk dat steeds maar groter werd. Dat mocht niet gebeuren. Daarom moesten we steeds harder werken, maar dat hielp niet.” “Nee, daarom bedacht de Farao iets anders: de jongetjes die geboren werden, moesten gedood worden. Vreselijk was dat! Als ik daar nog aan denk…!” De beide vrouwen huiveren even. Toch komt er dan een glimlach om de mond van Mirjam, want ze moet denken aan haar kleine broertje. “In die tijd werd mijn broertje Mozes geboren. We waren erg bang en verdrietig. Zou dit mooie baby-jongetje ook moeten sterven? Maar onze ouders geloofden zeker dat God wilde dat dit jongetje zou blijven leven. Daarom legden ze hem in een biezen mandje in de Nijl. Ik moest op de uitkijk gaan staan om te zien wat er met het mandje zou gebeuren. Even later kwam de dochter van de Farao langs en zij hoorde het kindje huilen. Eén van haar dienstmeisjes moest het mandje uit het water halen. De prinses wilde het kindje wel houden, maar ze wist niet hoe ze voor zo’n kleine baby moest zorgen. Toen ben ik tevoorschijn gekomen en zei dat ik wel iemand wist die het kindje moedermelk wilde geven.” Machla heeft vol aandacht geluisterd. “Dus zo is Mozes in het paleis gekomen? Maar waarom is hij daar dan weggegaan?” Mirjam vertelt verder: “Toen hij een jaar of 40 was, wilde hij graag weer contact met ons volk. Daar hield hij nog steeds van. Hij kwam steeds bij de slaven kijken en vond het vreselijk om te zien hoe ze verdrukt werden. Op een dag heeft hij toen een Egyptenaar doodgeslagen omdat die een Israëliet doodsloeg. Daarom moest hij vluchten voor zijn leven.” Machla knikt: “O, en zo kwam hij dus in de woestijn terecht?” “Ja, daar ontmoette hij een vrouw en voor haar vader ging hij de schapen hoeden,” antwoordt Mirjam. “Hij kent de woestijn dus als geen ander, want hij heeft er zelf wel 40 jaar als schaapherder gewoond!” “Toch vraag ik me af of hij de weg wel weet,” zegt Machla met een frons tussen haar ogen. “Ik weet het niet goed hoor, maar volgens mij gaan we nu naar het zuiden. Als je naar Kanaän wilt, moet je toch meer naar het noordoosten?” “Ja, dat is zo, daar heb je gelijk in. Maar Mozes zegt dat Jahweh het zo wil. Toen Hij Mozes riep in de woestijn, noemde de HEERE Zich zo. Jahweh, Ik ben Die Ik ben, de God van het verbond met Israël. En kijk…” Mirjam strekt haar arm uit en wijst naar de grote wolk die voor het volk uitgaat, “we hoeven niet te twijfelen of Mozes het wel goed doet. Jahweh, onze God, wijst ons Zelf de weg!”

Langzaam trekt de grote karavaan verder. Vaders, moeders, oude mensen, jonge mensen, kinderen, schapen, geiten, koeien, ezels… Allen volgen ze de wolkkolom. Jahweh gaat voorop. Dan gaat het goed, Hij zal voor Zijn volk zorgen. Dat hebben ze de laatste tijd wel heel bijzonder gemerkt. Al die plagen die in Egypte geweest zijn. En toen het Pascha en de uittocht. Ze kunnen het nog bijna niet begrijpen, maar het is echt waar. Hier lopen ze nu, allemaal. Op weg naar Kanaän. Het land dat God eens aan Abram heeft beloofd.

Het landschap waar ze doorheen trekken ziet er niet aantrekkelijk uit. Het is een woestijn met veel stenen, rotsen en bergen. Het is er kaal, er groeit bijna niets. Op de dag is het er heet. Gelukkig is er dan de wolkkolom, die zorgt voor schaduw. In de nacht is het er donker en koud. Dan is er de vuurkolom, die zorgt ervoor dat het niet zo heel donker is. Mirjam kijkt steeds goed om zich heen. De bergen worden steeds hoger. Het is net of aan hun beide kanten muren zijn. Gelukkig kunnen ze er tussendoor. Maar wat is dat nu? Wat ziet ze daar in de verte? Mirjam grijpt de arm van Machla. “Kijk daar, Machla, het lijkt net of we straks zo de zee in zullen lopen!” Machla tuurt ook al ongerust in de verte. Dit lijkt helemaal verkeerd te gaan… Om hen heen beginnen de mensen ook onrustig te worden. Er wordt geroepen en gewezen. En dan klinkt er geschreeuw. Het komt van de mensen die achteraan lopen. “De Egyptenaars komen eraan!” Er ontstaat paniek. De mensen staan stil en kijken om zich heen. Waarheen kunnen ze ontsnappen? Nergens… De bergen naast hen, de zee voor hen en achter hen de Egyptenaars!

0-0-0

Toen Farao ontdekte dat zijn slaven weg waren en al het werk bleef liggen, kreeg hij er spijt van dat hij hen had weggestuurd. Na alles wat er al gebeurd was, bleef zijn hart verhard en wilde hij niet buigen voor de God van Israël. ”Kom op, maak jullie klaar! Span de paarden voor de wagens en verzamel alle soldaten, we gaan ze achterna!” riep hij tegen zijn officieren. En met zeshonderd strijdwagens en het hele leger van Egypte wordt de achtervolging ingezet. “Dat wordt een gemakkelijke overwinning, majesteit!” zegt een officier. “Het volk zit vast tussen de bergen en de zee. Ze kunnen geen kant op. Wij halen ze zo in!”

Overal om zich heen hoort Mirjam gejammer en geklaag. Woedende mensen gaan naar Mozes. “Zijn we daarom uit Egypte gegaan? Om nu hier te sterven? Farao zal ons zeker doden! We zeiden toch al dat u ons met rust moest laten? We waren liever slaven in Egypte gebleven dan dat we hier nu in deze woestijn moeten sterven!” Is er dan niemand die tot de Heere bidt? Is iedereen dan vergeten welke grote wonderen Hij gedaan heeft? Mirjam heft haar handen op naar de hemel en roept het uit tot God. “Heere, help ons, wij vergaan! U heeft ons toch uit Egypte uitgeleid en ons het land Kanaän beloofd? U gaat toch Zelf voorop met Uw wolkkolom? Heere, help ons toch!” Vlak bij haar staat Mozes, haar broer. Ook zijn ogen zijn naar de hemel gericht. Zijn gezicht is kalm. Hij vertrouwt op Gods macht, weet Mirjam.

Dan klinkt krachtig de stem van Mozes tegen het volk: “Vrees niet, twijfel niet en zie het heil van de Heere dat Hij nu aan u doen zal. Want de Egyptenaars die u nu ziet, zult u in tot in eeuwigheid niet meer terugzien! De HEERE, Jahwe, zal voor u strijden en gij zult stil zijn!”

Het gemopper wordt zachter en langzamerhand wordt het stil. De woorden van Mozes worden doorgegeven. Iedereen kijkt wat Mozes doet, ook Mirjam. Ze ziet Mozes het laatste stuk naar de zee lopen. Zijn staf heeft hij in zijn hand. Ondertussen gebeurt er iets wonderlijks. De wolkkolom verandert van plaats. Steeds ging hij voor hen uit, maar nu verplaatst de wolk zich tot achter het volk van Israël. En daar blijft hij staan, tussen de Israëlieten en de Egyptenaars. Als Mozes bij de waterkant komt, blijft hij staan en steekt zijn staf uit over het water. Boven de zee begint het steeds harder te waaien. Maar Mozes en het volk hebben daar geen last van. Kijk eens wat er gebeurt…! De wind die uit het oosten komt, duwt het water uit elkaar en er komt een pad. Een droog pad door de zee! Overal om zich heen hoort Mirjam nu blijde uitroepen van opluchting. De mensen die net nog zo moedeloos waren, krijgen weer moed. Daar horen ze Mozes’ stem boven de wind uit: “Zo zegt de HEERE: trekt voort! Haast u naar de overkant!” “Kom, we gaan verder!” gaat het van mond tot mond. Iedereen pakt zijn spullen, de dieren worden voortgejaagd, in de richting van de zee. Bezorgd kijkt Mirjam steeds naar de lucht. De dag is al bijna voorbij, het zal nu snel donker worden. Is het dan wel veilig om verder te gaan? Vóór iedereen aan de overkant is, zal het diep in de nacht zijn… Maar, wat vreemd, het blijft maar licht. De zon gaat onder en toch wordt het niet donker. Als ze achterom kijkt, snapt ze hoe dat komt. De wolkkolom achter hen geeft licht. Zo kan iedereen veilig verder trekken, over het pad in de zee. Achter hen is de wolk, die maakt het licht. En de wolk is als een beschermende muur tussen de Israëlieten en de Egyptenaars. Bij de Israëlieten is het licht, bij de Egyptenaars maakt de wolk het juist donker. Tussen twee muren van water loopt het volk Israël door de zee. Allemaal komen ze veilig aan de overkant.

0-0-0

“Kom op, er achter aan!” spoort de Farao zijn leger aan. Dan gaan ook de Egyptenaars met hun paarden en wagens en alle soldaten over het pad tussen de watermuren. Maar als ze middenin zijn, gaat het opeens mis. De wielen van de wagens zakken weg in de modder en lopen vast. De paarden trekken aan de vastgelopen wagens en steigeren. Er breekt paniek uit onder de soldaten en de paarden. Mensen en dieren vallen over elkaar heen. Er wordt geschreeuwd: “Laten we vluchten want de Heere strijdt voor hen en tegen ons!”

Aan de oever staat Mozes met de Israëlieten. Dan spreekt de HEERE tot Mozes: ‘Strek uw hand uit over de zee, dan zal het water weer terugkeren over de Egyptenaars, over hun wagens en over hun ruiters.”

Als Mozes zijn hand met de staf weer uitstrekt, vallen de hoge watermuren om. Het water spoelt over de Egyptenaars, over hun paarden en over hun wagens. Van het pad is niets meer te zien. En van het leger van de Egyptenaars ook niet. Ze zijn allemaal verdronken.

Aan de oever staat Mirjam met de andere Israëlieten. Vol ontzetting hebben ze gezien wat er met de Egyptenaars gebeurd is. Opnieuw hebben ze gezien hoe groot de macht van Jahweh, hun God is. Eerbiedig en vol ontzag vallen ze voor Hem neer.

Hoor, daar klinkt de stem van Mozes. Hij zingt! “Ik zal voor de HEERE zingen, want Hij is hoog verheven! Het paard en zijn ruiter heeft Hij in de zee geworpen. De HEERE is mijn Kracht en Lied, Hij is mij tot een Heil geweest. Deze is mijn God, daarom zal ik Hem een liefelijke woning maken. Hij is de God van mijn vaderen, daarom zal ik Hem verheffen!” Mensen gaan meezingen. Van alle kanten vallen steeds meer stemmen in. Allemaal zingen ze over de grote daden die God doet voor Zijn volk, waardoor de vijanden sidderen voor Zijn macht. Als het zingen begint, zoekt Mirjam tussen haar spullen en vindt ze haar trommel. Machla en nog meer vrouwen doen hetzelfde. En in antwoord op wat de mannen zongen, zingen ook de vrouwen: “Zingt de HEERE, want Hij is hoog verheven! Hij heeft het paard met zijn ruiter in de zee gestort!” Het gezang klinkt prachtig over het water en echoot tegen de bergen. Alle angst is voorbij en Gods lof wordt gezongen.

Na een tijdje stopt het lied van Mozes en Mirjam en het volk. Ze moeten weer verder. Ze zijn nog niet in Kanaän. Toch gaat het lied ook verder, alle eeuwen door. Ook nu nog en straks, tot in eeuwigheid. Want als de apostel Johannes in het boek Openbaring beschrijft wat hij in de hemel ziet, vertelt hij over de glazen zee. Daaromheen staan de mensen die niet gevallen zijn voor de verleidingen van het beest, de satan. Zij hebben gestreden tegen de vijanden van God en tegen de zonde die zo aantrekkelijk kan zijn. Daar hebben zij citers in hun handen en zingen het gezang van Mozes, de dienstknecht van God en het gezang van het Lam, de Heere Jezus. Mozes zong van de verlossing van de Egyptenaars. Maar door de Heere Jezus is een nog veel grotere verlossing gekomen. Hij is als het Lam van God gestorven om te verlossen van de zonde. Daarom klinkt het lied van Mozes hier opnieuw, maar nu nog veel mooier, veel heerlijker! Het is nu ook het lied ter ere van Gods Zoon! Hoor maar wat er gezongen wordt: “Groot en wonderlijk zijn Uw werken, HEERE, Gij almachtige God, rechtvaardig en waarachtig zijn Uw wegen, Gij Koning der heiligen! Wie zal U niet vrezen, HEERE, en Uw Naam niet verheerlijken? Want Gij alleen zijt heilig, want alle volken zullen komen en voor U aanbidden, want Uw oordelen zijn openbaar geworden.” Ook Mozes en Mirjam zingen daar weer mee. Met iedereen die in dit leven het Lam van God heeft leren kennen en dienen. Iedereen die door genade niet de zonde, maar de Heere Jezus heeft liefgehad. Iedereen die door het geloof Zijn Naam verheerlijkt heeft door zijn leven. Niet in eigen kracht, maar door Zijn genade. Zing jij straks ook mee?

Kom na het verhaal nog even terug op het zebrapad. Licht en donker komt tot uiting in de wolk- en vuurkolom. Voor de Israëlieten was de wolk een licht en gaf een veilig geleide. Voor de Egyptenaar was de wolk donker, zo zagen ze niet wat er vóór hen gebeurde. Als we iets dieper kijken, gaat het ook om de tegenstelling Egyptenaars – Israëlieten: de vijanden van God, zonde (duisternis) en Gods volk, genade (licht).

Achtergrondinformatie bij het Bijbelgedeelte

Wolkkolom en vuurkolom
In de wolk- en vuurkolom heeft de Heere een duidelijk bewijs gegeven van Zijn tegenwoordigheid en hen zichtbaar geleid.

Van Egypte naar de Sinaï
Israël reist van Raämses, via Sukkoth (Ex. 12: 37), Etham (Ex. 13: 20) en Pi-Hachirôth tegenover Migdol (Ex. 14: 2) naar de Schelfzee. Vanaf daar reist het volk via de woestijn Sur (Ex. 15: 22), Mara (Ex. 15: 23), Elim (Ex. 15: 27), de woestijn Sin (Ex. 16: 1) en Rafidîm (Ex. 17: 1) naar de berg Sinaï (Ex. 19: 2). De ligging van Raämses en Sukkoth is bekend (zie kaart). Dat geldt niet voor de overige plaatsen. Het is niet met zekerheid te zeggen hoe de Israëlieten precies zijn gereisd. (Bron BMU)

De Schelfzee
God verloste Israël definitief van de Egyptenaars door Farao en zijn soldaten te verdrinken in de Schelfzee (letterlijk: ‘Rietzee’). Er zijn veel verschillende verklaringen over deze zee. Hier volgen er enkele:

1. Gewoonlijk wordt aangenomen dat met de Schelfzee de Rode Zee wordt bedoeld. Dat komt onder andere omdat in de oude Joodse, Griekse vertaling van het Oude Testament (de Septuaginta) ‘Schelfzee’ is vertaald door ‘Rode Zee’ (zie Hand. 7: 36 en Hebr. 11: 29).

2. Omdat riet alleen in zoet water groeit, denken sommige uitleggers dat er met de Schelfzee een meer in Egypte wordt bedoeld. Egypte kende verschillende grote meren (o.a. de Bittermeren en het Timsahmeer) die door kanalen met elkaar waren verbonden (zie kaart). Deze ‘waterlinie’ vormde een barrière voor ongewenste indringers.

3. Weer andere Bijbeluitleggers menen dat met de Schelfzee de Golf van Suez wordt bedoeld (zie kaart). Israël zou bijvoorbeeld het uiterste noordelijke puntje van de Golf overgestoken kunnen hebben.

4. Er zijn ook Bijbeluitleggers die denken dat met de Schelfzee de Golf van Akaba wordt bedoeld (zie kaart). Deze zeearm is op sommige plaatsen slechts enkele kilometers breed. Bovendien wordt de Golf van Akaba in 1 Koningen 9 ook de ‘Schelfzee’ genoemd (zie 1 Kon. 9: 26). De consequentie van deze optie is dat de berg Sinaï in het huidige Saoedi-Arabië moet liggen. (Bron BMU)

In het hart van de foto, op het puntje van het Sinaïtische schiereiland, is het Sinaï-gebergte zichtbaar. Rechts ervan ligt de Golf van Akaba. Links van het schiereiland de Golf van Suez. Linksboven op de foto is het stroomgebied en de delta van de Nijl zichtbaar.

Lofzang
Het volk is diep onder de indruk van de grote macht van de HEERE. Door dit wonderlijke ingrijpen zijn ze definitief verlost van hun vijanden, de Egyptenaren. Zoals vaker gebeurt, wordt dit aangegrepen om een lofzang te zingen op de grootheid van de Heere. Een dergelijke lofzang had als doel om de geschiedenis levend te houden. Vermoedelijk heeft Mozes dit lied direct na de doortocht gemaakt en werd het door het hele volk gezongen. Het zal ook daarna nog vaak gezongen zijn door de Israëlieten. Zelfs in de hemel wordt dit lied van Mozes gezongen (Op. 15: 3). Een dergelijke lofzang bestaat vaak uit dezelfde onderdelen: (-) een oproep om God te loven, (-) redenen om God te loven, (-) samenvatting en herhaling. Deze onderdelen zien we ook in deze lofzang terugkeren.

Belijdenisgeschriften
- NGB-artikel 13: Gods voorzienigheid: Hij regeert de wereld, verslaat Israëls vijanden en zorgt dat Zijn volk in Kanaän komt.
- NGB artikel 34: Van de Heilige Doop: Christus is onze Rode Zee, door welke wij moeten doorgaan, om te ontgaan de tirannieën van Farao, welke is de duivel, en ingaan in het geestelijke land Kanaän.


Antwoorden bij werkboekje groep 5/6

Samen praten

Hoe reageert het volk als de Egyptenaars komen? Zij worden boos, zeggen dat ze liever in Egypte waren gebleven en dat ze nu allemaal zullen sterven in de woestijn. En wat doet Mozes? Hij wijst naar boven en zegt: de HEERE zal voor u strijden en gij zult stil zijn. Wat kun jij leren van het volk? En wat van Mozes? Wijs de kinderen er op dat ze altijd tot de Heere mogen bidden. Hij laat geen bidder staan. (Hebr.11:6 Wie tot God komt, moet geloven dat Hij een Beloner is van degenen die Hem zoeken). Heb jij weleens in zee of in een groot meer gezwommen? Hoe vond je dat? Eigen antwoorden. Waarom schrikt het volk van Israël zo ontzettend als ze de zee zien? Ze kunnen daar onmogelijk doorheen met al die dieren, jonge kinderen, oude mensen… Wat moet Mozes van God met zijn staf doen? Uitstrekken over het water. Wat gebeurt er als Mozes zijn staf omhoog houdt? Wat vind je daarvan? De eerste keer komt er een pad door de zee. Dat is een groot wonder. De tweede keer storten de watermuren om, over de Egyptenaars. Dat is voor de Israëlieten hun redding, maar voor de Egyptenaars hun ondergang. Dat laatste is vreselijk, maar God moet de zonde straffen. De Egyptenaars waren Hem al heel lang ongehoorzaam geweest. Het is ook een waarschuwing voor ons om niet ongehoorzaam aan Hem te zijn/blijven.

Vijanden
De Egyptenaars waren de vijanden van het volk Israël. Wat deden ze? Zij probeerden het volk tegen te houden op weg naar het land Kanaän. De duivel is onze vijand. Wat wil hij proberen? Hij probeert ons op allerlei manieren van God weg te houden. Hij wil dat niemand zalig wordt.

Wat kunnen middelen van de duivel zijn? Kies er drie uit en vertel waarom deze dingen jou weg kunnen houden bij de Heere.
Ongeloof – Drukte – Trots – Jaloersheid – Geen zin – Geld – Spannend boek – (vul zelf in)

Danken
Aan de overkant van de Rode Zee zongen Mozes en Mirjam met het volk een danklied. Waar kun jij de Heere voor danken en loven? Bijvoorbeeld: de Bijbel, vrijheid om naar de kerk te gaan, Zijn sterven en opstanding, gezondheid, enz. Het mooiste is als je net als Mozes de Heere kunt danken omdat Hij ook jouw God is.

Wat hoort bij elkaar? Trek daar een lijn tussen.
Antwoorden:
Rode Zee Glazen zee
Mozes, Gods knecht de Heere Jezus, het Lam van God
Tamboerijnen Citers Verlossing uit Egypte
Verlossing van de zonden
Dood van de vijanden De duivel verslagen
Veilig aan de overkant Altijd bij de Heere wonen

Domino
Wat zongen Mozes, Mirjam en Israëlieten? Zet de juiste woorden naast elkaar door de juiste kleuren tegen elkaar aan te leggen. Start met het bovenste woord. Antwoord: Toen antwoordde Mirjam hunlieden: Zingt de HEERE, want Hij is hoog verheven.


Antwoorden bij werkboekje groep 7/8

Samen praten
Stel, je mag een interview houden met Mirjam. Je stelt deze vragen. Welke antwoorden zou zij geven? Noteer in steekwoorden.
- Kent u Mozes goed? Hij is familie, broer, opgegroeid bij Farao
- Hoe was het in Egypte? Hard werken, moord op de jongetjes
- Wie heeft jullie bevrijd en hoe ging dat? De Heere gebruikte Mozes, 10 plagen
- Hoe wisten jullie welke kant jullie op moesten gaan? Wolkkolom
- In welke gevaarlijke situatie kwamen jullie terecht? Ingesloten tussen bergen en de zee, ingehaald door de Egyptenaars
- Wat zei de Heere tegen Mozes? Zeg de kinderen van Israël dat zij voorttrekken
- Wat gebeurde er met het volk Israël en wat gebeurde er met de Egyptenaars? Behouden aan de overkant en verdronken in de zee
- Wat deden jullie aan de overkant? Een lofzang voor God zingen

Doopformulier
In het Doopformulier wordt in het gebed dat aan de doop vooraf gaat, ook verwezen naar deze geschiedenis: “O, almachtige, eeuwige God; Gij, Die de verstokte Farao met al zijn volk in de Rode Zee verdronken hebt, en Uw volk Israël droogvoets daardoor geleid, door hetwelk de Doop beduid werd”.

Wat denk je dat er wordt bedoeld met: ‘door hetwelk de Doop beduid werd’? Wat er bij de doorgang door de Rode Zee gebeurde, kan ons iets leren over de Doop. Het water maakte scheiding tussen Israëlieten en Egyptenaars. Er kwam scheiding tussen Gods (verbonds)volk en Gods vijanden. Door de doop heeft de Heere ons apart gezet. Niet iedereen die door de Zee ging was ook werkelijk bekeerd. Niet iedereen die gedoopt is, is automatisch bekeerd. Het gaat erom dat we de Heere Jezus liefhebben en in ons leven te zien is dat we werkelijk anders zijn. De Heere wil dit uit genade schenken als we Hem daarom bidden.

Stelling
“Eigenlijk vind ik het wel erg: zingen als je vijanden verdrinken in de zee. Je mag toch niet blij zijn als een ander iets ergs overkomt?”

Wat zou jij tegen Tom zeggen? Het volk Israël zong niet uit omdat ze het ‘net goed’ voor de Egyptenaars vonden, maar om God de eer te geven. God wordt verheerlijkt zowel in het straffen van de goddelozen, als in het Zich ontfermen over Zijn kinderen. De Egyptenaars waren al heel lang ongehoorzaam aan Gods bevel. Nu was de maat vol en strafte Hij hen. Het is ook een waarschuwing voor ons om niet ongehoorzaam aan Hem te zijn/blijven. Opvallend is dat de Egyptenaars de baby’s van de Israëlieten hebben verdronken en nu zelf verdrinken.

Het lied van Mozes en het Lam
Zij stonden aan de glazen zee, hebbende de citers Gods. En zij zongen het gezang van Mozes, de dienstknecht van God, en het gezang van het Lam. (Openbaring 15:2b en 3)

Wat hoort bij elkaar? Trek daar een lijn tussen.
Antwoorden:
Rode Zee Glazen zee
Mozes, Gods knecht de Heere Jezus, het Lam van God
Tamboerijnen Citers
Verlossing uit Egypte Verlossing van de zonden
Dood van de vijanden De duivel verslagen
Veilig aan de overkant Altijd bij de Heere wonen

Waarom zou de Heere aan Johannes op Patmos nu juist dit beeld laten zien? De verlossing van Israël uit Egypte is een beeld van de verlossing door de Heere Jezus, het Lam van God. De duivel is verslagen, God krijgt de eer tot in eeuwigheid.

Antisemitisme
In Exodus zien we de één van de eerste vormen van antisemitisme. In de Bijbel lezen we hier vaker over, denk aan de verhalen van Esther, Ezra en Nehemia. Wat is antisemitisme? Jodenhaat. Dus haat tegen mensen, puur omdat ze Joods zijn. Hierdoor zijn al veel Joodse mensen in de problemen gekomen en zelfs gedood. Komt dit later in de (Bijbelse) geschiedenis ook voor? In na-Bijbelse tijden stopt de Jodenhaat niet. In de Middeleeuwen worden de Joden in bijvoorbeeld Spanje zwaar vervolgd. In de negentiende eeuw zijn duizenden Joden het slachtoffer van zware vervolgingen in Oost-Europa. De meest extreme vorm van Jodenhaat en Jodenvervolging vond plaats in de vorige eeuw. Miljoenen Joden stierven in de nazivernietigingskampen alleen omdat ze Jood waren. En ook nu nog zijn Joden in Nederland, Europa en in andere landen het slachtoffer van getreiter of daadwerkelijke vervolging. De laatste jaren neemt het steeds meer toe, zeker na de oorlog in Gaza na 7 oktober 2023. Waar komt deze Jodenhaat vandaan? (Lees Genesis 3: 15) Dat Jodenhaat altijd en overal de kop opsteekt, is geen toevalligheid. De Jodenhaat wijst op de strijd tussen het slangenzaad en het Vrouwenzaad. De satan keert zich steeds weer met geweld tegen het volk van God.

Puzzel
Zoek de teksten op in Exodus 15, vul de ontbrekende woorden in, het aantal streepjes geeft het aantal letters aan. Soms staat er een cijfer, de letter die op die plaats komt, kun je hieronder invullen. (Maak van de letters in de oranje hokjes hoofdletters.)
Antwoord
6 O Heere! Uw rechterhand is verheerlijkt geworden in macht; Uw rechterhand, o Heere! Heeft den vijand verbroken! 10 Gij hebt met Uw wind geblazen; de zee heeft hen gedekt, zij zonken onder als lood in geweldige wateren! 11 O Heere! Wie is als Gij onder de goden? Wie is als Gij, verheerlijkt in heiligheid, vreselijk in lofzangen, doende wonder? 12 Gij hebt Uw rechterhand uitgestrekt, de aarde heeft hen verslonden!

Deze tekst staat in Exodus 15: 21

Knutselen

Trommel: Wat heb je nodig? Een conservenblik, een ballon (zonder uiteinde) en een elastiekje. Je kunt sushi-stokjes gebruiken om te trommelen. Voor een extra effect kun je de trommels vullen met rijstkorrels. Versier de trommel daarna met veren, stickertjes, pailletten of beschilder een wikkel die je later om de trommel plakt. Op de wikkel kun je ook een mooie tekst laten schrijven.

Tamboerijn: Wat heb je nodig? Een papieren bordje, draad en metalen doppen. Maak met een dikke spijker of priem gaatjes in de doppen. Bevestig steeds een aantal doppen bij elkaar met draad aan het bordje.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 november 2024

Kompas Handleiding | 20 Pagina's

Handleiding 7: Het lied van Mozes en Mirjam

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 november 2024

Kompas Handleiding | 20 Pagina's