Handleiding 1: David, zanger voor God
Jaarthema: ‘Zing een lied voor de Heere’
Van de redactie
Het jaarthema van Kompas is ‘Zing een lied voor de Heere’. Zingen is een van de dingen die we onze kinderen van jongs af aan leren. Zingen tot eer van God.
In de eerste schets gaat het over een aantal psalmen van David. Hij mocht zingen: ‘De Heere is mijn Herder.’
De tweede schets gaat over het ontstaan van het bekende lied ‘Amazing Grace’ van John Newton. In beide mannen wordt de volhardende trouw en liefde van God ten opzichte van Zijn kinderen zichtbaar. Zing extra veel met elkaar dit seizoen, en vertel ook aan de kinderen dat er genade bij Hem te verkrijgen is. Amazing Grace zelfs!
Namens de redactie,
Pieter Avé
Toelichting op het thema
Dit jaar is het thema voor Kompas: “Zing een lied voor de Heere.” - Zangers in de Bijbel. In deze eerste schets bij dit thema gaat het over David, de man van de psalmen. Boven 72 psalmen vinden we de naam van David. Het is onmogelijk die allemaal te verwerken in de schets. Er is een keus gemaakt om te komen tot een vertelling. In de schets komen de Psalmen 23, 142, 51 en 72 aan de orde, en de instelling van de koorzang in de tabernakel volgens 1 Kronieken 23.
Doel van de vertelling
In deze schets willen we de kinderen iets laten zien van de rijkdom in de psalmen. De psalmen staan midden in het leven met alle vreugde en verdriet daarvan. De psalmen spreken ook van Christus, de komende Messias. De kinderen zien David, de psalmendichter bij uitstek. Ze zien ook hoe hij de koorzang in de tabernakel ordende. De psalmen zijn meer dan persoonlijke liederen, ze willen gezongen en geleerd worden door de kerk van het Oude en het Nieuwe Testament.
Introductie van het thema voor de kinderen
Print de emoticons op een A4-tje. Doe dat ook met de drie psalmverzen, elk op een A4-tje. Hang alleen de emoticons duidelijk zichtbaar op, met nog ruimte eronder. Wat kun je er aan zien? Welke gevoelens horen hierbij? (1=Verdrietig, 2=blij, 3=bang.) Wie kan er een voorbeeld noemen van als je verdrietig bent, of blij of bang? Het kan fijn zijn om er met iemand over te praten. In de Bijbel lezen we van David die dat ook deed, praten over zijn gevoelens. Wie weet hoe hij dat deed? (Door een psalm te schrijven, dan praatte hij met de Heere.) Nu heb ik hier drie psalmverzen. Welke hoort er bij bang, welke bij verdrietig en welke bij blij? Afhankelijk van wat je zelf wilt, zou je de kinderen kunnen vragen de tekst bij de goede emoticon te hangen. (A=blij, B=bang, C=verdrietig)
A Ik zal met vreugd in 't huis des HEEREN gaan,
Om daar met lof Uw grote naam te danken.
Jeruzalem, gij hoort die blijde klanken:
Elk heff' met mij de lof des HEEREN aan!
B 'k Riep tot de HEER' met luider stem;
Ik smeekt' en riep vol angst tot Hem;
'k Heb, voor Zijn aangezicht, mijn klacht
In mijn benauwdheid voortgebracht.
C Mijn God, mijn God, waarom verlaat Gij mij,
En redt mij niet, terwijl ik zwoeg en strij',
En brullend klaag in d' angsten die ik lij',
Dus fel geslagen?
't Zij ik, mijn God, bij dag moog' bitter klagen,
Gij antwoordt niet; 't Zij ik des nachts moog' kermen.
Ik heb geen rust, ook vind ik geen ontfermen
In mijn verdriet.
Kloppen de emoticons? Ja, maar je merkt dat de psalmen véél meer zeggen dan zo’n plaatje. Daarom gaan we nu eens echt naar de psalmdichter David luisteren.
Aan het einde van de vertelling zou je op deze emoticons terug kunnen komen. Je kunt dan vragen welke emoticons passen bij welke psalmen uit de vertelling.
Zingen en lezen
Zingen
• Psalm 23: 1, 2, 3
• Psalm 142: 1, 2, 4, 7
• Psalm 51: 1, 2, 4
• Psalm 72: 1, 3, 6, 7, 10, 11
• Psalm 98: 1, 3
• Psalm 81: 1, 2, 11, 12
• TZE Lied 20: De Heer’ is mijn Herder
• TZE Lied 118: Zing de Heere een nieuw lied
• TZE Lied 34: Gij dienaars van Hem
Lezen
Psalm 23
Kerntekst
Psalm 101: 1 Een psalm van David. Ik zal van goedertierenheid en recht zingen; U zal ik psalmzingen, o HEERE!
Vertelling
Rustig staat David op een heuvel in de buurt van Bethlehem. De zon schijnt, maar het is nog vroeg in de ochtend, het is nog niet heet. Vlak bij hem lopen de schapen van zijn vader Isaï. Dat is zijn taak: hij moet voor de schapen zorgen, hij is de schaapherder van de kudde van zijn vader. Hij kijkt naar de schapen, hij kent ze goed. Er zijn zwakke schapen bij, daar let hij extra goed op. Kunnen ze het wel bij houden? Gaat het niet te snel, op weg naar de plek waar voldoende gras is? Er zijn schapen bij, die bijna lammetjes krijgen, daar moet hij helemaal goed op letten. Er zijn eigenwijze schapen bij, die al grazend weglopen bij de kudde. Voordat het echt heet gaat worden, moet hij nu naar een betere plek, naar een plek waar een rustig beekje stroomt, zodat ze goed kunnen drinken. Hij roept de kudde. De schapen kijken op, ze horen de stem van David, hun herder. Als ze zien, dat hij gaat lopen, komen ze achter hem aan. Het pad wordt hier moeilijker en gevaarlijker. Het is er smal en donker, vanwege de rotsen. Maar David gaat rustig voorop, met zijn staf in zijn hand. Opeens staat hij stil. Is daar een roofdier? Daar achter die struiken? Dat zou een leeuw kunnen zijn! Een leeuw! David staat een ogenblik doodstil. Dan pakt hij snel zijn slinger die hij aan zijn riem draagt en neemt een steentje uit zijn herderstas. Hij draait de slinger in het rond, laat één kant los en de steen suist door de lucht. Gekraak van takken, dan wordt het stil. Het gevaar is geweken. Het duurt niet lang of David heeft de plek bereikt waar hij naar toe wilde gaan. De schapen kunnen hier goed drinken, er is voldoende gras. In de schaduw van een boom gaat David zitten, terwijl hij goed op de dieren let. En dan komen de woorden als vanzelf in zijn hart, in zijn mond. Woorden die de Heere hem geeft. Een lied, een psalm voor de Heere. De HEERE is mijn Herder, mij zal niets ontbreken. Hij doet mij neerliggen in grazige weiden; Hij voert mij zachtjes aan zeer stille wateren. Ja, dat is wat David zeker weet. Zoals hij voor de schapen van zijn vader zorgt, zo zorgt de Heere voor hém. En daarom wil hij zingen, zingen voor de Heere, zingen over de Heere. Dat doet hij zo graag. Soms gebruikt hij zijn harp daarbij. De woorden komen diep uit zijn hart. David heeft de Heere lief, met heel zijn hart. Hier bij de schapen ziet hij Gods liefde en trouw voor hem. De Heere is zijn Herder. Hij verkwikt mijn ziel; Hij leidt mij in het spoor der gerechtigheid, om Zijns Naams wil. Al ging ik ook in een dal der schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen, want Gij zijt met mij; Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij. Zoals hij zijn schapen beschermt tegen een leeuw, zo beschermt de Heere hém ook. Zoals hij zijn schapen soms leidt over een smal en donker pad, zo leidt de Heere hém ook. Als er gevaar is, als de dood zo dichtbij komt, dat hij de schaduw al kan zien, dan troost de Heere. Stil zit David daar. Er is zo’n vrede en blijdschap in zijn hart. Wat is de Heere goed voor hem. Misschien herken je dat wel. Dat je merkt dat de Heere zo dicht bij je is. Dan mag je doen wat David deed: Je zingt een psalm voor de Heere. Een psalm om de Heere eerbiedig te danken voor Zijn goedheid.
Ongerust staat David op de uitkijk bij de spelonk in de woestijn. Het is jaren later. Wat is alles anders geworden! De profeet Samuël heeft hem gezalfd. Eens zal hij koning over Israël worden. Koning, in de plaats van koning Saul. Maar wat is alles nu moeilijk geworden. Koning Saul achtervolgt hem. Hij wil hem doden. David is gevlucht, maar nergens is hij veilig. Mensen verraden hem. Waar moet hij heen? Hier in de woestijn zijn spelonken, daar kan hij zich verstoppen, want hij weet dat het leger van Saul dichtbij is. En dan komen de woorden als vanzelf in zijn hart, in zijn mond. Een gebed, een psalm voor de Heere. Ik riep met mijn stem tot de HEERE; ik smeekte tot de HEERE met mijn stem. Ik stortte mijn klacht uit voor Zijn aangezicht; ik gaf te kennen voor Zijn aangezicht mijn benauwdheid. Met heel zijn hart roept hij tot God. Nee, het is nu geen loflied, maar een gebed tot de levende God. Hij klaagt zijn nood tot de Heere. Wat is het moeilijk, nu Saul hem zo achtervolgt. Zij hebben mij een strik verborgen op de weg, die ik gaan zou. Een valstrik, om hem gevangen te kunnen nemen, om hem te doden. En wie kan hem helpen? David roept het uit: Ik zag uit ter rechterhand, en ziet, zo was er niemand, die mij kende, er was geen ontvlieden voor mij; niemand zorgde voor mijn ziel. Hij kan nergens heen, er is geen ontsnappingsmogelijkheid. Ja, toch. Er is één weg die overblijft: dat is de weg naar de Heere! Roepen tot God! Zijn hart loopt over van verdriet en angst. Maar David beseft: De Heere kent mij, Hij kent mijn moeilijke weg, Hij weet van mijn grote zorgen. Als mijn geest in mij overstelpt was, zo hebt Gij mijn pad gekend. De tranen staan in zijn ogen, tranen zijn er in zijn hart. En dan bidt David. Zijn psalm is een gebed in grote nood: Gij zijt mijn Toevlucht, mijn Deel in het land der levenden. Let op mijn geschrei, want ik ben zeer uitgeteerd; red mij van mijn vervolgers, want zij zijn machtiger dan ik. Wat is dat een groot wonder. David is toch niet alleen. Hij heeft een schuilplaats bij de Heere. Daar, bij Hem is het veiliger dan de spelonk waarin hij zich kan verstoppen. God is zijn Toevlucht, de Heere ziet zijn tranen. De Heere hoort hem als hij vraagt: Voer mijn ziel uit de gevangenis, om Uw Naam te loven.
Stil zit David daar in de donkere spelonk. Al zijn bangheid en zorgen heeft hij tegen de Heere verteld. Dan wordt zijn hart rustig. De Heere is bij hem. De zorgen zijn er nog steeds, koning Saul is nog naar hem op zoek, maar in zijn psalm heeft hij alles bij de Heere mogen brengen. Dat herken je misschien wel. Dat er zoveel verdriet is in je hart, dat je bang bent. Vanwege je zonden, of om alle moeilijke dingen in je leven. Dan mag je doen als David. Een psalm zingen als een gebed. Een gebed tot de Heere.
Diep verdrietig zit David in zijn paleis in Jeruzalem, zijn hoofd gebogen in grote droefheid. Weer zijn er vele jaren voorbij gegaan. David is koning geworden, zoals de Heere had beloofd. Maar, hoe verschrikkelijk is het wat er nu gebeurd is. Hij heeft zo heel erg gezondigd! Hij is een moordenaar, een leugenaar, een dief, een goddeloze. Hoe kan het toch, dat hij zo bij de Heere vandaan gegaan is? Dat hij de Heere zoveel verdriet heeft gedaan? De profeet Nathan is zojuist bij hem weggegaan. “Gij zijt die man!” Die woorden gaan maar door hem heen. Het is waar. Hij is die man, die gezondigd heeft. Hij heeft Bathseba, de vrouw van Uria naar het paleis laten komen. Hij heeft haar tot zijn vrouw genomen, terwijl ze zijn vrouw niet was. Overspel gedaan. Hij heeft toen gezorgd dat Uria die in het leger was, op een gevaarlijke plek zou komen te staan. Daar is Uria gedood. Door de pijlen van de vijand. Nee, door hém! Door zijn verschrikkelijke plan. Een moordenaar is hij. Zo kon hij met Bathseba trouwen. Een leugenaar is hij. Hij heeft net gedaan alsof er niets aan de hand was. Zijn zonden weggestopt. Maar nu is de profeet Nathan gekomen. Gestuurd door de Heere. En in één keer heeft de Heere hem laten zien, wat hij gedaan heeft. Hoe groot zijn zonden zijn. Hoe de Naam van de Heere gelasterd is door zijn misdaden. Diep raak was het woord van de profeet, het woord van de Heere: “Gij zijt die man!” Wat moet hij toch doen? Zijn hart doet zo’n pijn, hij heeft gezondigd! Hij zoekt een eenzame, stille plek.
En dan komen de woorden als vanzelf in zijn hart, in zijn mond. Een gebed, een schreeuw tot God, een psalm voor de Heere. “Wees mij genadig, o God!” Wees mij genadig! Hoe heeft hij toch zo kunnen zondigen! Hoe heeft hij zo de Heere kunnen vergeten! God, Die altijd zo goed voor hem geweest is. Wees mij genadig, o God! naar Uw goedertierenheid; delg mijn overtreding uit, naar de grootheid van Uw barmhartigheden. Was mij wel van mijn ongerechtigheid, en reinig mij van mijn zonde. Want ik ken mijn overtredingen, en mijn zonde is steeds vóór mij. Alleen de Heere kan zijn zonde wegnemen en hem weer rein maken, zijn hart schoon wassen van zijn grote zonde. Alleen de Heere. Want dat weet David, dwars door alles heen: de Heere is een barmhartige God. Bij Hem is genade. Hij kan alleen maar smeken tot de Heere. Tegen U, U alleen, heb ik gezondigd, en gedaan, dat kwaad is in Uw ogen. U bent rechtvaardig Heere, ik heb straf verdiend. Ik ben een zondaar, al vanaf toen ik geboren ben. O Heere, verberg Uw aangezicht van mijn zonden, en delg uit al mijn ongerechtigheden.
Stil zit David daar in zijn paleis. Een gebroken man, in diep berouw over het kwaad dat hij heeft gedaan. In diep verdriet over wie hij voor de Heere is. Zondaar. Al zijn zonden vertelt hij tegen de Heere. Niets probeert hij nog te verbergen. Dan wordt het stil in zijn hart. In zijn psalm heeft hij zijn hart voor de Heere uitgestort en zijn zonden beleden. Bij de Heere is genade. Onverdiend. Dat herken je misschien wel. Dat de Heere je laat zien, dat je een zondaar bent. Dan mag je doen als David. Een psalm zingen. Als een gebed om vergeving. Dan wil de Heere geven wat Hij aan David gaf: genade! Door de Heere Jezus, de grote Zoon van David, Die de straf wilde dragen. Jezus wilde sterven aan het kruis. Vanaf het kruis klinkt het: Het is volbracht! Er is genade!
Rustig kijkt David rond in de grote zaal van het paleis in Jeruzalem. Hij is oud geworden. Zijn zoon Salomo is nu koning. Davids werk hier op aarde is bijna klaar. Hij had nog zo graag een huis voor de Heere willen bouwen, een tempel, maar dat zal zijn zoon straks gaan doen. Voor één ding wil hij nog zorgen: dat het werk straks in de tempel goed gedaan zal worden. Hij verdeelt de duizenden Levieten in vier verschillende groepen, die verschillende taken zullen krijgen. Eén groep zijn de zangers. “Er zijn wel vierduizend lofzangers voor de Heere, met instrumenten, die ik gemaakt heb,” zegt David, “om lof te zingen. En dan moeten er opperzangmeesters zijn, die die lofzang leiden, de koorleiders.” David weet heel goed wie dat zullen zijn. Het zijn Asaf, Heman en Jeduthun. Vele jaren hebben ze trouw in de tabernakel gediend. Met hun instrumenten en liederen hebben ze voor de Heere gezongen. Ze hebben zelf psalmen gemaakt. David heeft veel psalmen geschreven. Al die liederen hebben zij geoefend met de koren van de Levieten, zodat het volk de psalmen ook kon horen en leren. Want als David iets geleerd heeft in zijn leven, dan is het hoe belangrijk het is om te zingen voor de Heere. Met psalmen om de Heere te loven en te prijzen, psalmen om te bidden, psalmen om vergeving te vragen, psalmen om stil te worden, psalmen om te juichen voor de Heere.
Nu is het eindelijk geregeld. Alle priesters en Levieten zijn ingedeeld in dagorden. Iedere familie weet wanneer hij aan de beurt is om dienst te doen en welke dienst hij moet doen. De lofzang zal doorgaan. Die lofzang zal blijven klinken. Ook als hij er niet meer zal zijn. Zijn zoon Salomo zal het overnemen.
En dan komen de woorden als vanzelf in zijn hart, in zijn mond. Een gebed voor zijn zoon Salomo. Nog één keer maakt David een psalm voor de Heere. O God! geef de koning Uw rechten, en Uw gerechtigheid aan de zoon van de koning. Zo zal hij Uw volk richten met gerechtigheid, en Uw ellendigen met recht. Mag mijn zoon Salomo een goede koning zijn, een eerlijke en rechtvaardige koning! Dan zal er vrede zijn in het land, voor het volk! De bergen zullen voor het volk vrede dragen, ook de heuvelen, met gerechtigheid. David bidt voor zijn zoon, hij zingt over zijn zoon. Dat hij mensen die er ellendig aan toe zijn, zal bevrijden, arme mensen zal helpen. En dan wordt de psalm een profetie. David gaat zingen over zijn grote Zoon, over de Messias! Die zal als Koning heersen, van zee tot zee. Zijn naam zal zijn tot in eeuwigheid; zolang als er de zon is, zal Zijn naam van kind tot kind voortgeplant worden; en zij zullen in Hem gezegend worden. David zingt over Koning Jezus. Hij zingt een lofzang voor God, vanwege Gods grootheid en goedheid. Geloofd zij de HEERE God, de God van Israël, Die alleen wonderen doet. En geloofd zij de Naam van Zijn heerlijkheid tot in eeuwigheid; en de ganse aarde worde met Zijn heerlijkheid vervuld. Amen, ja, amen.
Stil zit David daar. Het is klaar. Hij hoeft geen psalmen meer te maken. Een diepe vrede is er in zijn hart. Wat heeft hij veel verkeerd gedaan in zijn leven, wat zijn er veel zonden geweest. Maar David mag weten: Mijn zonden zijn vergeven. Hij mag naar de Heere toe. En daar mag hij eeuwig de lofzang verder zingen. Alleen vanwege de grote Zoon van David, de Heere Jezus, Die voor hem zal sterven als het Lam van God. Geloofd zij de HEERE God, de God van Israël, Die alleen wonderen doet. Zo wil de Heere jou ook door Zijn genade de psalmen leren. Om zo Koning Jezus te mogen eren.
Achtergrondinformatie bij het Bijbelgedeelte voor leidinggevenden
Psalmen
Het woord 'psalm' komt van het Oudgriekse ψαλμός, psalmos, "tokkelen/spelen [van een snaarinstrument]", "lofzang".
In de meeste Bijbelvertalingen zijn de psalmen niet berijmd. Ook de oorspronkelijke psalmen in het Hebreeuws hadden geen eindrijm, aangezien de Hebreeuwse of Bijbelse poëzie andere stijlmiddelen gebruikt.
Plaats in de Hebreeuwse Bijbel
Het boek Psalmen is een van de geschriften, die naast de Thora en de profeten het derde onderdeel van de Hebreeuwse Bijbel vormen. Psalmen is Bijbelse poëzie, zoals meer dan een derde van de Hebreeuwse Bijbel poëzie is. Van begin af aan heeft de christelijke kerk ook in de psalmen profetie herkend.
Indeling
De psalmen worden in vijf boeken verdeeld. De laatste jaren is er weer meer aandacht voor de indeling in vijf boeken, zoals ook de Thora van Mozes vijf boeken beslaat.
- Psalm 1 en 2 zijn bewust als opening gekozen en psalm 146-150 zijn lofgedichten die de bundel afsluiten.
- Het eerste boek bevat 41 psalmen, voornamelijk toegeschreven aan David. Uitzonderingen zijn behalve de psalmen waarmee het boek psalmen geopend wordt (1 en 2) ook 10 en 33.
- Het tweede boek bevat 31 psalmen (42–72), waarvan er 18 aan David worden toegeschreven, en 1 aan Salomo. De overige zijn anoniem. Het boek behandelt de geschiedenis van Davids regering tot de Babylonische ballingschap in 586 v. Christus.
- Het derde boek bevat slechts 17 psalmen (73–89) en bezingt de gebeurtenissen tijdens de val van Samaria en Jeruzalem.
- Het vierde boek bevat eveneens 17 psalmen (90–106). In dit vierde deel staan veel psalmen waarvan de dichter onbekend is (de anonieme psalmen). De bundel behandelt de plaats van God en dienst van de Heere. Mozes schreef de 90ste psalm, een voorbede voor Israël.
- Het vijfde boek bevat de overige psalmen (107–150). Van 15 hiervan wordt David als auteur beschouwd, en de 127e wordt aan Salomo toegerekend. Het dankbare volk keert al lofprijzend terug naar het land.
- Elk boek wordt met een doxologie (lofverheffing, zoals amen of halleluja) afgesloten. Psalm 150 sluit het Boek der Psalmen af met één grote lofverheffing over het hele psalmenboek tot eer van God.
- Op grond van de oudste handschriften bestaat de mogelijkheid dat deze vijf delen een afzonderlijk bestaan hebben gehad. Dat zou kunnen verklaren dat Psalm 14 en Psalm 53 bijna woordelijk overeenkomen. Hetzelfde geldt voor Psalm 40 : 13-17 dat sprekend lijkt op Psalm 70; en Psalm 60 : 7-14 dat bijna hetzelfde is als Psalm 108 : 7-14.
Vanouds worden de psalmen in genres onderverdeeld:
- naar gebedsvorm: lofpsalm, smeekpsalm, dankpsalm, vloekpsalm
- naar inhoud: koningspsalm, wijsheidspsalm, wetspsalm, sionspsalm, boetepsalm
- naar setting: bedevaartspsalm, processiepsalm, intochtspsalm
Een psalm kan in meer categorieën thuishoren: zo kan een lofpsalm ook een koningspsalm zijn. Een lofpsalm kan tegelijk ook nog een smeekpsalm zijn en omgekeerd.
- De psalmen 6, 32, 38, 51, 102, 130, 143 worden ook wel boetepsalmen genoemd. Er wordt aangenomen dat koning David ze schreef voor zijn eigen boetedoening na zijn overspel met Bathseba en moord op haar man Uria.
- De psalmen 113-118 worden ‘het Egyptische Hallel’ genoemd; dat werd bij de drie grote joodse feesten gezongen. Andere Hallel-psalmen ('lofpsalmen') zijn psalm 135-136 en 145-150. Psalm 136 wordt ook wel het Groot Hallel genoemd.
- De psalmen 120-134 worden ook wel de bedevaartspsalmen genoemd, erboven staat "een lied Hammaäloth", het zijn de pelgrimsliederen, liederen van de opgang, nl. naar Jeruzalem
Het boek der psalmen noemt in totaal zeven namen van de schrijvers.
- David, 72 psalmen
- Mozes, psalm 90
- Salomo, psalm 127
- Asaf, 11 psalmen, eventueel 5 door zijn nakomelingen
- De kinderen van Korach, die een belangrijke rol vervulden bij de tempelzangen, waren de zangers van psalm 42, 44, 45, 46, 47, 48, 49, 84, 85 en 87.
- Heman, psalm 88
- Ethan, psalm 89 Bij 50 psalmen wordt geen schrijver genoemd.
Psalmcitaten in het Nieuwe Testament
Er wordt in het Nieuwe Testament 116 maal uit het boek Psalmen geciteerd en honderden malen gezinspeeld op patronen uit de psalmen. De Nieuwtestamentische schrijvers hanteerden de psalmen als horizon waartegen Christus gehouden werd. Vandaar de talloze verwijzingen naar het Oude Testament en de psalmen. Een bekend voorbeeld van de invloed van de psalmen is psalm 22 op de nieuwtestamentische kruisdood van Jezus. De beginregel van deze psalm wordt door Jezus tijdens de kruisiging geciteerd. Petrus citeert in de allereerste preek na de Hemelvaart van Jezus (Handelingen 2:14- 40) drie psalmen (16, 132 en 110), en noemt David een profeet.
De Duitse verzetsstrijder Dietrich Bonhoeffer noemde het psalmboek daarom zowel het gebedenboek van Christus, als van de gemeente van Christus.
Waarde van de psalmen
Luther moet eens hebben gezegd: ‘In de psalmen kijk je Gods kinderen in hun hart’. De psalmen zijn een uitdrukking van de relatie tussen mensen en God. Ze weerspiegelen het geloof, de toewijding, de aanbidding, de vreugde, de twijfels en de worstelingen van individuen en gemeenschappen met hun geestelijke leven en verbondenheid met God.
De psalmen omvatten een breed scala aan emoties, van vreugde en lof tot verdriet, angst en boosheid. Ze bieden een uitlaatklep voor menselijke emoties en tonen dat het goed is om al deze gevoelens met God te delen.
De vier psalmen die in de vertelling worden geciteerd
In de schets is gekozen voor vier psalmen. Door voor deze psalmen te kiezen, zien we belangrijke gebeurtenissen in Davids leven, maar ook verschillende soorten psalmen. Er is gekozen voor bekende psalmen, zodat de kinderen ze ook gemakkelijk kunnen herkennen en zingen.
- Psalm 23
Psalm 23 is een van de bekendste psalmen, de herderspsalm genoemd. Wanneer David deze psalm gemaakt heeft, is niet echt duidelijk. Wel duidelijk is, dat David hier spreekt uit zijn ervaring als schaapherder. Uit deze psalm spreekt vertrouwen op Gods goedheid en trouw.
- Psalm 142
Deze psalm maakte David toen hij moest vluchten voor Saul, voor hij koning werd. Daarmee zien we meteen ook, dat de psalmen niet op chronologische volgorde in de Bijbel staan, maar dat er een indeling is gemaakt zoals hierboven in de achtergrondinformatie is beschreven. David vertelt hier hoe hij zich verborgen heeft in de spelonk te En-Gedi of Adullam. (1 Sam. 22:1, en 1 Sam. 24:4.) In de vertelling is dat in het midden gelaten, om het niet te ingewikkeld te maken. In deze psalm horen we een gebed vanuit grote nood, een roep tot God om redding.
- Psalm 51
Deze psalm heeft David geschreven, nadat de profeet Nathan naar hem toe gekomen was, na Davids overspel met Bathseba en moord op Uria. (2 Sam. 11, 12) Het is een van de boetepsalmen, we horen een gebed vanuit diep berouw en een schreeuw tot de Heere om genade en vergeving.
- Psalm 72
Aan het einde van zijn leven draagt David het koningschap over op Salomo. Voor hem heeft hij deze psalm gemaakt. De kanttekeningen vermelden bij vers 1: Als zijn vader David hem tot koning in zijn plaats gesteld had. Zie 1 Kon. 1:32. Doch onder Salomo is mede begrepen de Messias, als de Koning des vredes; Hebr. 7:2. Het is een echte Messiaanse psalm, die over Salomo heen ziet op de Heere Jezus. Dit is Davids laatste psalm geweest, getuige vers 20: De gebeden van David, de zoon van Isaï, hebbende een einde. Hier zien we opnieuw duidelijk dat de psalmen niet op chronologische volgorde staan. De kanttekeningen vermelden: De zin is niet dat er geen psalmen Davids in dit boek meer zouden volgen, maar dat dit de laatste psalm is, die David in zijn leven gemaakt en aan zijn zoon Salomo, ja aan de ganse kerk, als tot een testament of kleinood heeft nagelaten, besluitende met deze uitnemende profetie van zijn geestelijke gezegende Koning, de Messias, onze Heere Jezus Christus.
Davidische priesterklassen
David kwam in zijn tijd tot de volgende telling en onderscheiding: 1 Kron. 23:3-5 En de Levieten werden geteld, van dertig jaren af en daarboven; en hun getal was, naar hun hoofden, aan mannen, acht en dertig duizend. Uit dezen waren er vier en twintig duizend om het werk van het huis des HEEREN aan te drijven; en zes duizend ambtlieden en rechters; En vier duizend poortiers, en vier duizend lofzangers des HEEREN, met instrumenten, die ik gemaakt heb, zeide David, om lof te zingen. De Levieten werden aangesteld over 'de dienst van het gezang’; de leiding van de zang was hun opgedragen; anderen werden deurwachters; sommigen waren zangers en anderen speelden op verschillende instrumenten bij de openbare godsdienst, 1 Kron. 6: 31; 1 Kron. 15: 16, 26. David verdeelde de 38.000 Levieten in zijn tijd (1 Kron. 23:3) in vier klassen, naar hun bestemde dienst:
1. de priesterknechten
2. de ambtlieden en rechters
3. de deurwachters of portiers
4. de lofzangers
Drie klassen van de Levieten (de priesterknechten, de zangers en de deurwachters) moesten bij het heiligdom zelf werkzaam zijn. De ambten waren erfelijk in dezelfde families, ten minste bij de klassen die in het heiligdom dienden. Het voert te ver, om in deze schets alles uit te werken. Hieronder daarom alleen wat meer informatie over de ‘lofzangers’.
Lofzangers
1 Kronieken 23:30 En om alle morgens te staan, om de HEERE te loven en te prijzen; en desgelijks des avonds; De klasse van de zangers en muzikanten werd verdeeld in 24 koren (1 Kron. 25:1vv.), ieder met een overste en 11 meesters uit dezelfde familie aan het hoofd. Onder de koorleiders waren vier zonen van Asaf, uit het geslacht van Gerson, zes zonen van Jeduthun of Ethan uit Merari, veertien zonen van Heman, de Korahiet, uit Kahath. De dienst onder de 24 koren wisselde waarschijnlijk even zo af als onder de 24 priesterklassen.
Belijdenisgeschriften
- Heidelbergse Catechismus zondag 33, over de waarachtige bekering van de mens
- Dordtse Leerregels Hoofdstuk 5: Van de volharding der heiligen.
Antwoorden bij werkboekje -10
Kleur het goede woord!
1. Dichter van de meeste psalmen ….
2. Psalm 23 is de psalm over de schapen en hun …..
3. David moet vluchten voor koning …..
4. Als David psalm 142 bidt, is hij in een ….
5. David zondigt heel erg als hij …. tot zijn vrouw neemt.
6. De profeet …. vertelt dat hij zo heel erg gezondigd heeft.
7. In psalm 51 bidt David om ……
8. Als David oud geworden is, regelt hij de koren van de …..
9. Zijn zoon …………. zal hem opvolgen.
10. In psalm 72 bidt hij voor deze zoon. Het is Davids …. psalm.
Zoek de goede stukken bij elkaar zodat de psalmregel klopt!
Geef de regels die bij elkaar horen dezelfde kleur of trek een lijn tussen de goede stukken. Je kunt het ook opzoeken, kijk maar bij het nummer van de psalm.
De God des heils wil mij ten Herder wezen 23
Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen 72
‘k Wou vluchten maar kon nergens heen 142
Maar de Heer’ zal uitkomst geven 42
Genâ, o God, genâ, hoor mijn gebed 51
Geloofd zij God met diepst ontzag 68
De lofzang klimt uit Sions zalen 65
HEER’, ai, maak mij Uwe wegen 25
Het ruime hemelrond vertelt met blijde mond 19
Opent uwe mond; eist van Mij vrijmoedig 81
Wat vind jij? Hoe reageer jij?
Bij deze opdracht kunnen de kinderen uiteraard echt hun eigen reactie geven! Misschien om het gesprek een beetje te sturen de volgende suggesties:
1. Ik vind het fijn om elke week een psalmvers te leren.
Mooi als kinderen het inderdaad fijn vinden om elke week een psalmvers te leren. Je kunt eventueel ingaan op wat je jong uit je hoofd leert, niet gauw vergeten wordt en hoe de Heere dat juist ook later wil gebruiken tot troost of onderwijs.
2. Ik vind de woorden van de psalmen moeilijk.
Moeilijke woorden, zéker! Laat ze altijd vragen naar wat het betekent en leg het ook zelf uit. Vaak komt het begrijpen later, maar dan kennen ze de versjes in ieder geval al.
3. Wij zingen thuis na het eten de psalm die ik moet leren.
Mooi, als dat thuis gebeurt. Als het niet gebeurt, kun je het hier noemen, hoe fijn het is om samen te zingen en dat het ook heel goed helpt om de psalmen te leren.
4. Ik vind het fijn als ik de psalm ken, die we in de kerk zingen.
In de kerk een bekende psalm zingen: elk kind zal herkennen dat dat mooi is. Hoe jonger, hoe mooier.
5. Ik vind het niet zo nodig om een psalm uit mijn hoofd te leren, ik kijk wel in mijn psalmboek.
Niet leren maar het psalmboek gebruiken? Beter én én. Psalmvers leren, zie verder opmerkingen bij wolkje 1.
Soorten psalmen
De psalmen die David maakte, zijn heel verschillend. Vaak zijn het een soort gebeden. Wat hoort bij elkaar?
Psalm 23: 4
Al ging ik ook in een dal der schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen, want Gij zijt met mij; Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij.
Dankgebed
Psalm 142: 5
Let op mijn geschrei, want ik ben zeer uitgeteerd; red mij van mijn vervolgers, want zij zijn machtiger dan ik.
Gebed om hulp
Psalm 51: 2
Was mij wel van mijn ongerechtigheid, en reinig mij van mijn zonde.
Gebed om vergeving
Psalm 72: 1
Voor Salomo. O God! geef de koning Uw rechten, en Uw gerechtigheid aan de zoon des konings.
Gebed om zegen
Profetieën
In de psalmen profeteert David ook vaak over de Heere Jezus. Waaraan moet je denken bij de volgende psalmen:
Psalm
Psalm 22:1 Mijn God, mijn God! waarom hebt Gij mij verlaten, verre zijnde van mijn verlossing, van de woorden mijns brullens?
Psalm 110:1 De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gezet zal hebben tot een voetbank Uwer voeten
Psalm 69: 21 En in mijn dorst hebben zij mij edik te drinken gegeven
Psalm 72:11 Ja, alle koningen zullen zich voor hem nederbuigen, alle heidenen zullen hem dienen.
De Heere Jezus
Zo heeft de Heere Jezus ook gebeden toen Hij aan het kruis hing, het is een van de kruiswoorden.
Hier profeteert David over de hemelvaart van de Heere Jezus, en dat de Heere Jezus nu in de hemel aan Gods rechterhand zit.
Hier profeteert David over hoe de Heere Jezus edik te drinken kreeg.
Deze tekst is een profetie van Jezus als Koning. Het wordt altijd als profetie gezien van de aanbidding door de wijzen uit het oosten. (Ook de andere teksten uit deze psalm, waar het gaat over geschenken aanvoeren.)
Zet de letters uit de muzieknoten in de goede volgorde. Wat lees je? Begin bij de hoofdletter
Oplossing: Zingt voor de Heere een nieuw lied.
Antwoorden bij werkboekje +10
Zoek de goede antwoorden in de muzieknoten. Begin met de hoofdletter.
1. Dichter van de meeste psalmen David.
2. Psalm 23 is de psalm over de schapen en hun herder.
3. David moet vluchten voor koning Saul.
4. Als David psalm 142 bidt, is hij in een spelonk.
5. David zondigt heel erg als hij Bathseba tot zijn vrouw neemt.
6. De profeet Nathan vertelt dat hij zo heel erg gezondigd heeft.
7. In psalm 51 bidt David om vergeving.
8. Als David oud geworden is, regelt hij de koren van de Levieten.
9. Zijn zoon Salomo zal hem opvolgen.
10. In psalm 72 bidt hij voor deze zoon. Het is Davids laatste psalm.
Zoek de goede stukken bij elkaar zodat de psalmregel klopt!
Geef de regels die bij elkaar horen dezelfde kleur of trek een lijn tussen de goede stukken. Je kunt het ook opzoeken, de regels komen uit de volgende psalmen: Psalm 4, 23, 25, 27, 42, 51, 68, 72, 103, 142
23 De God des heils wil mij ten Herder wezen
25 Milde handen, vriend’lijk’ ogen Zijn bij U van eeuwigheid
142 ‘k Wou vluchten maar kon nergens heen
51 ‘k Heb tegen U, ja U alleen, misdreven
103 Geen vader sloeg met groter mededogen
72 Ja, elk der vorsten zal zich en vallen voor Hem neer
4 Gij hebt m' in 't hart meer vreugd gegeven
68 Hij kan, en wil, en zal in nood, zelfs bij het naad'ren van de dood
42 ‘k Zal in dit vertrouwen leven en dat melden in mijn lied
27 Wacht dan, ja wacht, verlaat u op de HEER’
Hoe reageer jij?
Bij deze opdracht kunnen de kinderen uiteraard echt hun eigen reactie geven! Misschien om het gesprek een beetje te sturen de volgende suggesties:
1. Ik houd niet zo van zingen, daarom zing ik vaak niet echt mee.
Jammer als kinderen niet zo van zingen houden, maar dat moet in ieder geval nooit een reden zijn om niet mee te zingen! Kinderen (jongens…) uit groep 7/8 vinden het vaak niet stoer om mee te zingen. Maar juist bij de psalmen gaat het om de woorden die je zingt, het is als een gebed dat je mee mag bidden.
2. Ik vind de woorden van de psalmen moeilijk.
Moeilijke woorden, zéker! Laat ze altijd vragen naar wat het betekent en leg het ook zelf uit. Vaak komt het begrijpen later, maar dan kennen ze de versjes in ieder geval al.
3. Ik vind het fijn om elke week een psalmvers te leren.
Mooi als kinderen het inderdaad fijn vinden om elke week een psalmvers te leren. Je kunt eventueel ingaan op wat je jong uit je hoofd leert, niet gauw vergeten wordt en hoe de Heere dat juist ook later wil gebruiken tot troost of onderwijs.
4. Ik vind het fijn als ik de psalm ken, die we in de kerk zingen.
In de kerk een bekende psalm zingen: elk kind zal herkennen dat dat mooi is. Hoe jonger, hoe mooier.
5. Ik vind het niet zo nodig om een psalm uit mijn hoofd te leren, ik kijk wel in mijn psalmboek.
Niet leren maar het psalmboek gebruiken? Beter én én. Psalmvers leren, zie verder opmerkingen bij wolkje 3.
Wat denk jij?
Luther moet eens hebben gezegd: ‘In de psalmen kijk je Gods kinderen in hun hart’.
Wat zou hij daar mee bedoeld hebben?
In de psalmen kun je iets zien en horen van het leven met de Heere. Zoals de gevoelens bij de emoticons uit de intro, maar dan oneindig veel dieper. Ze laten iets zien van de vreugde, het verdriet, en de worstelingen van het leven, maar dan in het leven met de Heere. Als je niet na de vertelling teruggekomen bent op de emoticons, kan dat hier heel goed.
• Hoe kijk je in Davids hart bij de psalmen uit de vertelling?
o Psalm 23 Het vertrouwen op de Heere, de vreugde over Gods trouwe zorg, hoe moeilijk het ook is in het leven.
o Psalm 142 Je ziet hier hoe David zijn nood en angst bij de Heere brengt en daar kracht uit mag ontvangen.
o Psalm 51 Hier zie je het diepe verdriet en berouw van David over zijn zonde, en hoe hij als een heel klein mens de Heere smeekt om Zijn genade.
o Psalm 72 In deze psalm zie je Davids verlangen naar zegen voor zijn zoon Salomo, maar ook het verlangen naar zijn grote Zoon, Die eens als de echt rechtvaardige Koning zal regeren.
• Wat is jouw lievelingspsalm? Probeer eens te vertellen waarom. Een heel persoonlijke vraag! Laat maar komen. En als je merkt dat er gelegenheid voor is, vertel dan zelf eens wat jouw lievelingspsalm is en waarom.
Psalmen bidden
Hoe kun jij van een psalmregel een gebedsregel maken voor jezelf? Voor eigen verdieping is hier zeer aan te bevelen het boekje van ds. A.T. Vergunst: Bidden met de Schrift https://www.debanier.nl/bidden-met-de-schrift
Probeer het eens bij de volgende regels:
• Psalm 72:5 Zij zullen U vrezen, zolang de zon en maan zullen zijn, van geslacht tot geslacht.
Heere, de zon en de maan zijn er nog, dat betekent dat er steeds mensen zullen zijn die U eerbiedig liefhebben (vrezen). Wilt U geven dat ik dat ook mag doen. Ik hoor toch ook bij die geslachten, mag ik dan ook bij U horen?
• Psalm 51:9 Verberg Uw aangezicht van mijn zonden, en delg uit al mijn ongerechtigheden.
Heere, ik ben een zondaar en doe zoveel verkeerde dingen, net als David. Maar wilt U ook mijn zonden vergeven, en al mijn ongerechtigheden weg doen, dat U ze niet meer ziet. Om Jezus’ wil.
• Psalm 23:1 De HEERE is mijn Herder, mij zal niets ontbreken.
Wat is dat een wonder Heere, dat U een Herder bent. Wilt U ook mijn Herder wezen, dan is alles goed, dat heb ik alles, dan ontbreekt mij niets. Als ik U heb, heb ik alles.
Profetieën
In de psalmen profeteert David ook over de Heere Jezus. Waaraan moet je denken bij de volgende psalmen:
Psalm
Psalm 22:1 Mijn God, mijn God! waarom hebt Gij mij verlaten, verre zijnde van mijn verlossing, van de woorden mijns brullens?
Psalm 110:1 De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gezet zal hebben tot een voetbank Uwer voeten
Psalm 69: 21 En in mijn dorst hebben zij mij edik te drinken gegeven
Psalm 72:11 Ja, alle koningen zullen zich voor hem nederbuigen, alle heidenen zullen hem dienen.
De Heere Jezus
Zo heeft de Heere Jezus ook gebeden toen Hij aan het kruis hing, het is een van de kruiswoorden.
Hier profeteert David over de hemelvaart van de Heere Jezus, en dat de Heere Jezus nu in de hemel aan Gods rechterhand zit.
Hier profeteert David over hoe de Heere Jezus edik te drinken kreeg.
Deze tekst is een profetie van Jezus als Koning. Het wordt altijd als profetie gezien van de aanbidding door de wijzen uit het oosten. (Ook de andere teksten uit deze psalm, waar het gaat over geschenken aanvoeren.)
Puzzel
Verbind alle letters en spaties (◆), dan lees je een tekst. Begin bij de rode Z.
Oplossing: Zingt de Heere een nieuw lied, zingt de Heere gij ganse aarde. Psalm 96:1
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 2024
Kompas Handleiding | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 2024
Kompas Handleiding | 24 Pagina's