Handleiding 8: Brood en vlees voor Elia
Thema: 'Eten' of 'maaltijden'
Bij deze handleiding is een -10 en een +10 werkboekje beschikbaar. Klik op onderstaande link om deze in te zien.
Toelichting op het thema
Dit jaar zijn de vertellingen gegroepeerd rondom het thema ‘Eten’ of ‘maaltijden’. In deze schets gaat het over Jakob en Ezau. Ezau verkoopt het eerstgeboorterecht voor een schotel linzenmoes. Daarop volgt de maaltijd met Izak, als hij oud geworden is en hij Ezau wil zegenen met de grootste zegen. Jakob bedriegt zijn vader door te doen alsof hij Ezau is. Op deze manier krijgt hij de zegen.
Doel van de vertelling
We willen de kinderen in deze vertelling leren:
- Dat het dienen van afgoden grote gevolgen heeft. Niet alleen voor de individu, maar ook voor het volk of de natie. De Heere straft de zonden altijd.
- Dat de Heere altijd zorgt voor Zijn kinderen. Meestal op een natuurlijke, maar soms ook op een bijzondere wijze. De Heere heeft de macht om te zorgen voor alles wat zij nodig hebben.
- Dat de Heere ook voor ons zorgt. Hij zorgt dat we altijd genoeg hebben. Hij leert ons bidden ‘Geef ons heden ons dagelijks brood’. Dit is voldoende voor vandaag en leert ons afhankelijk te zijn van Hem.
- Dat wij dankbaar mogen zijn voor alles wat de Heere aan ons geeft. Dit geldt voor zaken als kleding, voedsel en onderdak, maar juist ook voor Zijn Woord.
Introductie van het thema voor de kinderen
Het tegenovergestelde van dik is… dun. Het tegenovergestelde van groot is… klein. Het tegenovergestelde van oud is… nieuw. Het tegenovergestelde van goed is… slecht. Het tegenovergestelde van zwaar is… licht. In dit Bijbelverhaal horen we ook van twee mensen die allebei heel anders zijn. Tegenovergesteld. Luister maar, dan kun jij aan het eind van het verhaal vertellen welke tegenstellingen er in dit verhaal voorkomen.
Zingen
- Psalm 33:10
- Psalm 34:9 en 11
- Psalm 65:6
- Psalm 67:3
- Psalm 123:1
- Psalm 136:25
- Liedbundel Tot Zijn eer lied 20: De Heer’ is mijn Herder
- Liedbundel Tot Zijn eer lied 39: Groot is Uw trouw, o Heer’
Lezen
1 Koningen 17:1-9
Kerntekst
1 Koningen 17:6 En de raven brachten hem des morgens brood en vlees, desgelijks brood en vlees des avonds; en hij dronk uit de beek.
Vertelling
Wat een mooi begin als koning heeft hij! Beter dan dit kun je het bijna niet krijgen! Koning Achab loopt in zijn paleis in de stad Samaria. Hij heeft zijn vader, koning Omri opgevolgd. Tevreden kijkt hij om zich heen. Zijn rijk, het Tienstammenrijk, is welvarend, daar heeft zijn vader wel voor gezorgd. Hij hoeft alleen maar om zich heen te kijken. Zijn kleren zijn gemaakt van duur Egyptisch linnen, geverfd met de wereldberoemde purperverf uit Tyrus. En dan zijn paleis. Het is helemaal versierd met houtsnijwerk uit het buitenland. De handel gaat goed. Voor Juda, het Tweestammenrijk, en voor Syrië hoeft hij op dit moment niet bang te zijn. Ze zullen niet zomaar een oorlog met hem beginnen. Achab is getrouwd met Izebel. Ze is een prinses, de dochter van de koning van de Feniciërs.
Na zijn huwelijk moest er in Samaria wel een altaar komen voor de god van Izebel, voor Baäl. En een huis, een tempel voor Baäl. Izebel diende Baäl met heel veel ijver. Elke dag bracht ze offers. Het volk ziet dat en sinds zij in het paleis in Samaria woont, wordt er niet zo veel aandacht meer gegeven aan de God van Israël. Nee, de mensen lijken ook steeds meer de Baäl, de god van de Kanaänieten, te gaan dienen. En Achab doet zelf ook mee. Baäl is de god van de vruchtbaarheid. Hij zorgt voor de regen en de dauw, voor de geboorte van kinderen en jonge dieren. Hoe meer hij gediend wordt, hoe beter het is voor het land. Hoe meer hij geofferd wordt, hoe vruchtbaarder het land, de dieren en de mensen zullen zijn. Vruchtbaarheid betekent rijkdom! Toch, hij kiest liever niet alleen voor Baäl. Hij houdt zelf liever alle goden te vriend. Dat is het beste wat je als koning kunt doen. Dat levert de meeste rust op voor je koninkrijk.
Is dat zo, Achab? Vergeet je niet dat de Heere, de God van Israël, de enige Heere is? Dat Hij het is Die vrede, rust en vruchtbaarheid geeft? Dat Hij ervoor zorgt dat het koren groeit en de dieren jongen krijgen? Nee, Achab denkt daar liever niet aan. Wat zou Izebel wel niet zeggen als hij alleen de God van Israël dient. En trouwens, het volk Israël dient ook veel liever de Baäl. Overal worden daarom afgodsbeelden gebouwd. Daarom staat er een tempel in Samaria voor Baäl. Voor de godin Astarte, de godin van de liefde, maakt Achab een heilig bos. In Bethel worden de gouden kalveren gediend. Wat vreselijk! Heel het volk volgt Achab in zijn afgoderij.
Waar kiezen jullie voor? Dien je alleen de Heere of kun je, net als Achab, ook niet zo goed kiezen tussen de Heere en de afgoden? Maar, zeg je: Ik dien toch geen afgoden! Ik dien de Baäl helemaal niet. Nee, dat klopt. Maar, wat staat er bij jou op de belangrijkste plaats? De Heere of iets of iemand anders? Misschien je vrienden wel of je speelgoed. De Heere wil alleen op de belangrijkste plaats staan. Hij is de enige en ware God en Hij verdient het om ook door jou gediend te worden.
‘Zo waarachtig als de HEERE, de God van Israël, leeft, deze jaren zal er geen dauw of regen zijn, dan alleen op mijn woord!’ Krachtig klinkt de stem door het paleis. Verbluft kijkt Achab naar de man voor zijn troon. Hij ziet er gehard uit. Hij draagt een ruwe mantel van kameelhaar, die rond zijn middel is vastgeknoopt met een leren riem. ‘Wie bent u eigenlijk?’ vraagt hij dan, ‘en waar komt u vandaan?’ ‘Ik ben Elia,’ antwoordt de man. ‘Ik kom uit Thisbe, aan de overkant van de Jordaan en ik ben een dienaar van de Heere, de God van Israël. En in de Naam van de Heere zeg ik u: er zal geen dauw of regen vallen, dan alleen wanneer ik het zeg.’ Achab doet zijn mond al open om nog meer te vragen, maar Elia draait zich om en verlaat het paleis.
Wat een wonderlijk gezicht was dat: een man in mijn paleis met zulke ruige kleding. ‘Ik ben Elia,’ zei hij. Elia.. dat betekent: mijn God is de HEERE. En hij zei dat er geen dauw of regen zal zijn, dan alleen wanneer Elia het zal zeggen. Met andere woorden: Het zal droog blijven! Israël verwacht de dauw en regen van Baäl, maar deze zal niet komen. Geërgerd schudt Achab zijn hoofd. Geen dauw of regen, maar droogte! En wat hij helemaal erg vindt, is dat die profeet zomaar tegen hem in durft te gaan. Wie denkt hij wel niet dat hij is! Zolang er zulke profeten zijn als deze Elia, kan hij de rust in zijn koninkrijk wel vergeten.
‘Mannen,’ zegt hij tegen zijn soldaten, ‘zoek die profeet en neem hem gevangen!’ De soldaten gehoorzamen, maar aan het einde van de dag komen ze terug zonder de profeet. ‘Koning, we kunnen hem nergens vinden.’ Nergens vinden? Dat kan niet. ‘Ik moet hem hier hebben!’ zegt Achab. De volgende dag stuurt hij nog meer soldaten op pad, maar weer is Elia nergens te vinden. Maandenlang zijn de soldaten op zoek, maar Elia blijft onvindbaar. Ze zoeken zelfs in het buitenland, maar ook daar is Elia niet te vinden. Achab wordt hoe langer hoe bozer. Hij kan het niet hebben dat deze eenvoudige profeet hem te slim af is. En wat hem nog meer dwarszit: sinds de dag dat Elia tegen hem sprak: ‘Zo zegt de Heere…’ is er geen druppel regen gevallen. Het is zelfs zo dat er ’s ochtends nergens een laagje dauw wordt gevonden. De eerste weken vond Achab het nog niet zo erg, het gebeurt wel vaker dat de regen op zich laat wachten. Maar, nu duurt het wel erg lang. Normaal gesproken is de dauw nodig om de aarde nat te maken, zodat ze de grond kunnen klaarmaken om de zaaien. En de dauw zorgt dat het gras groen blijft, zodat de dieren voldoende te eten hebben. Maar nu begint elke dag net zo dor als dat de vorige geëindigd is. Hier en daar zie je zelfs al scheuren in de aarde, zo droog is het! In het najaar valt meestal de vroege regen. Heerlijk is het als dit gebeurt. Deze regen zorgt ervoor dat de hitte van de zomer verdwijnt en na deze regen zal het zaad in de akker gaan ontkiemen. Maar de regen komt niet. Misschien komt dan wel de late regen, in het voorjaar, denkt Achab. Anders zal alles op het land verdorren en verdrogen. Dan mislukt de hele oogst. Maar ook de late regen komt niet. De oogst mislukt.
Elke dag brengen Achab en Izebel offers aan de Baäl, maar het helpt niet. Nog een keer laat Achab zoeken naar Elia. Maar Elia blijft onvindbaar. Daar zorgt de Heere voor. Hij had Achab laten waarschuwen. Wat een wonder dat Hij dit deed, maar Achab wilde niet luisteren. Hij vond de Baäl veel belangrijker dan het woord van de Heere. En het volk Israël dan, ging het volk wel terug naar de Heere toen de regen stopte? Nee, ook zij bleven de afgoden dienen. Ze bleven doorgaan met het zondigen tegen God. Wat erg. De Heere straft de zonden, dat zien we hier heel duidelijk. Dit is Zijn straf, omdat Achab en het volk Israël niet naar Hem luisteren. Vandaag vraagt de Heere aan jou: luister je naar Mij? Dien je Mij? Bid of je de Heere mag dienen. Bid of Hij voor je wil zorgen. En bid of je in alles op Hem mag vertrouwen. De Heere luistert naar je gebed. Hij hoort je!
Het is stil bij de beek Krith. In de verte klinkt het gehuil van wilde dieren. Dichtbij in het riet hoor je de roerdompen. Aan de hemel brandt de zon. Het water van het beekje kabbelt rustig in de richting van de Jordaan. Elia tuurt met zijn hand boven zijn ogen naar de hemel. Zouden ze weer komen?
De Heere had tot hem gesproken: ‘Ga weg van hier, en wend u naar het oosten, en verberg u aan de beek Krith, die voor aan de Jordaan is.’ Hij moest zich verbergen, verstoppen voor Achab. Niet alleen omdat Achab hem gevangen wilde nemen, maar ook omdat de Heere Zijn Woord wegnam bij het volk Israël. Elia is immers de profeet die het Woord van de Heere spreekt! Maar nu Elia niet meer in Israël is, is ook het Woord van de Heere weg. Daar zit Elia nu. Eenzaam. Maar, de Heere zorgt voor hem! Elke dag ervaart hij dat weer.
‘Ja, daar komen ze!’ Heel in de verte ziet hij een paar zwarte stipjes. Blij verwonderd kijkt hij omhoog. Wat is de Heere trouw. Want als er droogte is, en er niets groeit op het land, is er voor Elia ook geen eten. Maar de Heere zorgt voor hem. Elke dag krijgt hij brood en vlees. Steeds dichterbij komen de stipjes. Grote, zwarte raven zijn het. God stuurt hen met brood en vlees. Vlak boven Elia laten ze het eten vallen. Elke dag brengen deze raven hem eten. ’s Ochtends en ’s avonds. Raven. Hebzuchtige roofvogels. Normaal vechten ze om vlees, ze laten soms zelfs hun eigen jongen verhongeren, maar Elia zijn ze nog geen dag vergeten. Wat een wonder! De Heere heeft hem zelf deze schuilplaats aangewezen. Hier mag hij zich verschuilen voor Achab. Elke dag heeft hij genoeg te drinken uit de beek Krith en krijgt hij voldoende eten door de raven. Een half jaar lang is Elia daar. Een half jaar lang krijgt hij elke dag genoeg. Zo zorgt de Heere voor Zijn kinderen. Elke dag. Nog steeds. Hij zal ervoor zorgen dat ze nooit iets te kort komen. Zo zorgt hij ook voor jou. Elke dag heb je te eten, elke dag zijn er kleren om aan te trekken. Hij spreekt elke dag tegen je en zegt: Kom naar Mij toe! Ik wil voor je zorgen. Belijd je zonden en vraag vergeving, om Jezus’ wil. De Heere heeft beloofd dat Hij zal zorgen voor de mensen die in Hem geloven. Niet omdat zij dat verdiend hebben, maar om het offer van de Heere Jezus. Toen Hij aan het kruis hing, riep Hij: ‘Mij dorst.’ Daar heeft Hij hun eten en drinken verdiend.
Maar na een half jaar droogt de beek Krith uit. Hoe moet het nu verder? Zal Elia nu moeten sterven van de dorst? Nee, de Heere blijft voor Hem zorgen. Elia moet ergens anders naar toe, naar Zarfath. Daar zal de Heere opnieuw zorgen dat hij genoeg te eten en te drinken krijgt. Hoe goed is de Heere, Hij is het die Elia helpt. Baäl kan Achab niet helpen. De afgoden kunnen je niet helpen. De Heere alleen! Hij is de getrouwe God!
Suggestie: Na het verhaal is het mooi om terug te komen op de tegenstellingen uit de introductie. Welke tegenstellingen worden er in het verhaal gevonden?
Droog – nat, vruchtbaar – onvruchtbaar, weinig eten – voldoende eten, de Heere God – Baäl, Achab – Elia etc. Het grote verschil wordt gevonden in de Heere God Die altijd zorgt en de afgoden van wie geen hulp te verwachten is.
Achtergrondinformatie bij het Bijbelgedeelte
Elia
Vrij plotseling komt in 1 Koningen 17 Elia naar voren. Zijn naam: אליהו , Eliyahoe. El (God) I (afgeleide van mijn) en Ya (YHWH – HEERE): mijn God is de HEERE. Veel van Elia is onbekend. Wel weten we dat hij in Gilead woont, aan de overzijde van de Jordaan. Hij woont daar in het dorpje Thisbe. Vanwege zijn plotselinge verschijning kan de vergelijking gemaakt worden met Melchizedek. Van deze priester weten wij ook weinig, maar deze was er ook ‘ineens’. Zoals later de grote Profeet-Priester-Koning, de Heere Jezus, door God geroepen en gezalfd, verscheen in de volheid van de tijd.
Achab
Deze geschiedenis speelt zich af rond het jaar 806 v. Chr. Het is ongeveer 60 jaar geleden dat het rijk in tweeën gescheurd is. Het Tienstammenrijk heeft ondertussen zijn 10e koning. Achab is de zoon van de bekende koning Omri. Deze koning Omri heeft grote rijkdom meegebracht en wordt in de seculiere geschiedschrijving gezien als een van de belangrijkste koningen van het Tienstammenrijk. Hij bracht na vele jaren van onrust politieke stabiliteit. Tijdens zijn regering wordt een nieuwe hoofdstad gebouwd: Samaria. Van alle eerdergenoemde koningen wordt gezegd dat zij deden ‘wat kwaad was in de ogen des Heeren’, maar van Omri wordt gezegd dat hij ‘deed wat kwaad was in de ogen des HEEREN; ja, hij deed erger dan allen, die voor hem geweest waren.’ (1 Kon. 16:25). Onder Achab wordt het alles nog erger. Waarschijnlijk heeft Omri het huwelijk gearrangeerd voor zijn zoon Achab met Izebel, de dochter van Etbaäl, de koning van Fenicië (Sidon). Josephus meldt dat deze koning een priester van Astarte was. Dit huwelijk heeft verstrekkende gevolgen gehad. Izebel wordt een huisevangelist voor de Baäl in het koninklijk paleis en neemt in haar kielzog een groep Baälpriesters mee. Later wordt het getal vierhonderdvijftig genoemd. Ook is zij de drijvende kracht achter het doden van de profeten van de God van Israël. Achab is ongeveer tweeëntwintig jaar koning geweest.
Baäl en Astarte
Baäl is niet zozeer een naam, als wel een titel (‘heer’) voor de oude Semitische god Hadad: ‘Heer Hadad’. Teksten, gevonden bij Ras Shamra aan de Syrische kust omschrijven Baäl als de god van de donder. De vruchtbaarheid van het land is afhankelijk van zijn regen. Hij is de zoon van de oppergod El en de godin Anat. Zijn wapens zijn de donder en de bliksem en hij wordt afbeeld als een stier. De verering van de Baäl werd door de Israëlieten gezien als een goed alternatief, naast het dienen van de Heere. Dit kwam wellicht ook omdat het land voor zijn vruchtbaarheid grotendeels afhankelijk was van regen. Naast de Baäl werd de godin Astarte (of Asjera) gediend. Zij is de godin van de vruchtbaarheid en seksualiteit. Achab maakte voor deze godin bossen. In andere vertalingen wordt ook wel gesproken over gewijde palen. Deze palen werden gebruikt in de verering van deze godin en waren waarschijnlijk echte bomen of houten kunstvoorwerpen die bomen moesten voorstellen.
Baäl moest zich in het droge seizoen onderwerpen aan Mot, de god van de dood. Later herleefde Baäl weer zodat de aarde regen kon krijgen. Elia aanbidt de enige God Die – juist omdat Hij leeft – het land dauw en regen kan ontzeggen. Vruchtbaarheid komt van de Heere, niet van Baäl, en Zijn aanwezigheid in het oordeel leidt tot onvruchtbaarheid, niet Zijn afwezigheid in de dood.
Krith
Elia krijgt de opdracht om zich te verbergen bij de beek Krith. Deze beek was waarschijnlijk een wadi, waar de exacte locatie niet van bekend is. Een wadi is een beek of rivier die in droge tijden droog staat. Andersom kan hier tijdens het regenseizoen veel water doorheen stromen. Deze wadi ligt ‘dicht bij de Jordaan’ of ‘in het volle gezicht van de Jordaan’.
Raven
De Heere geeft raven de opdracht om Elia te voorzien van voedsel. Dit is om een aantal redenen bijzonder. Raven zijn roofvogels, gulzige dieren. Het was waarschijnlijker dat zij voedsel van Elia zouden stelen, dan dat zou dit zouden brengen. Daarbij zijn raven onrein (Lev. 11:15). Voor de Jood is het een belangrijke vraag of Elia daardoor onrein voedsel heeft gegeten. Jezus leert ons dat niet hetgeen de mond ingaat ons verontreinigt, maar dat wat uit het zondige hart van de mens komt (Matth. 7:15). Ook bijzonder is dat raven zich voeden met insecten en aas, maar dat zij Elia brood en vlees brengen. In de laatste plaats zijn raven egoïstisch. Als er te weinig voedsel is, dan onthouden zij hun jongen voedsel, om zelf te kunnen overleven.
Belijdenisgeschriften
Heidelbergse Catechismus
- Vraag en antwoord 27 en 28: Over de voorzienigheid van God.
- Vraag en antwoord 94 – 98: Over afgoderij en beeldendienst.
- Vraag en antwoord 125: Over de vierde bede.
Nederlandse Geloofsbelijdenis
- Artikel 13: Van de voorzienigheid Gods en regering aller dingen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 2024
Kompas Handleiding | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 2024
Kompas Handleiding | 20 Pagina's