Handleiding 7: De verloren zoon
Thema: Aan tafel! Maaltijden in de Bijbel
Toelichting op het thema
Dit jaar is het thema van Kompas: Aan tafel! Maaltijden in de Bijbel. In deze schets gaat het over de gelijkenis van de verloren zoon. Na zijn vertrek uit het huis van zijn vader, at en dronk hij met vrienden en genoot van de zonde. Na zijn thuiskomst at en dronk hij met zijn vader en was er grote blijdschap.
Doel van de vertelling
Het verhaal van de verloren zoon is een gelijkenis, een verhaal met een boodschap. Eigenlijk was het een oordeel dat de Heere Jezus door gelijkenissen sprak. Als de discipelen in Mattheus 13 vragen waarom Hij door gelijkenissen spreekt, zegt Hij dat dit is zodat degenen die in Hem niet (willen) geloven, Zijn boodschap ook niet zullen verstaan. In deze gelijkenis gaat het over de vergevende liefde van de Vader voor verloren zondaren. Wie tot Hem komt, zal Hij nooit uitwerpen. Aanleiding tot deze (en nog twee andere gelijkenissen over dit thema) is de onvrede die de farizeeërs uiten omdat Jezus met zondaren omgaat.
Introductie van het thema voor de kinderen
Bespreek met de kinderen hoe het voelt als je ongehoorzaam bent geweest en je weer naar huis moet. Durven zij in zo’n geval naar huis? Denk je dat je ouders je zullen vergeven wat je hebt gedaan? De ervaringen zullen heel verschillend zijn. Het gesprek moet niet uitlopen op het vertellen van stoere verhalen. Er zullen kinderen zijn die zich hier helemaal niet in herkennen. Het gaat erom of ze ook wel eens ervaren hebben dat ze met een schuldig geweten naar huis gingen. Hopelijk kunnen ze dan vertellen dat het wel spannend was, maar dat het goed is afgelopen. Dat hun ouders hen, na een goed gesprek, vergeven hebben. Houd hierbij in gedachten dat er ook kinderen zijn die geen veilig thuis hebben waar dit niet vanzelfsprekend is. Benoem dit ook zodat deze kinderen zich erkent voelen. Tegelijk is het ook goed om de gezonde situatie te benoemen, zodat ze kunnen horen wat normaal is.
Zingen en lezen
Psalmen
• Psalm 32: 3,5,6
• Psalm 33: 11
• Psalm 65: 2
• Psalm 103: 2,7
Uit de bundel ‘Tot Zijn eer’
• Lied 24: Diep, o God, in ’t stof gebogen
• Lied 26: Doorgrond mijn hart
• Lied 56: Ik wil opstaan en tot mijn Vader gaan
• Lied 78: Ontwaakt, gij die slaapt
Lezen
Lukas 15: 11-24
Kerntekst
Lukas 15: 18 Ik zal opstaan en tot mijn vader gaan.
Vertelling
In de grote keuken van het huis klinkt gerammel van potten en pannen. Er wordt hard gewerkt, want het is bijna etenstijd. En er moeten heel wat monden gevoed worden. Maar dat is geen probleem, er is genoeg voor iedereen. Voor de heer van het huis en zijn gezin wordt het beste eten klaar gemaakt. Straks zullen zij aan tafel gaan en de knechten zullen de schalen met het heerlijke eten binnenbrengen. Als de heer en zijn gezin gegeten hebben, zullen ook de knechten gaan eten. Ook voor hen zullen gevulde schalen klaarstaan. Niemand hoeft honger te lijden. De voorraadkamers en schuren zijn vol. Maar één van de zonen van de heer loopt met een ontevreden gezicht rond. Hij waardeert het goede leven dat hij hier heeft niet. Hij vindt het zo saai bij zijn vader thuis. Het lijkt wel een gevangenis! Hij wil vrijheid, de wereld zien, feestvieren en genieten. Vaak kijkt hij dromend de weg af… hoe zou het zijn om wég te gaan, de wijde wereld in? En op een dag houdt hij niet meer uit. “Vader, geef mij vast het deel van de erfenis dat voor mij is. Ik wil weg!" Zijn vader kijkt hem teleurgesteld en bedroefd aan. “Zoon, waarom wil je weg? Heb je het niet goed hier? Je hebt hier toch alles?” “Ja, maar ik wil reizen en plezier maken. Hier is het zo saai, elke dag is hetzelfde. Heus vader, ik heb er goed over nagedacht, maar ik wil echt gaan. Geeft u me mijn geld nu maar.” En de vader doet het, met verdriet in zijn hart. Met een grote zak geld gaat de jongen op reis. Niet één keer kijkt hij om. Eindelijk vrijheid! Zijn vader tuurt hem na totdat er helemaal niets meer te zien is…
Herken je dat? Dat je graag de dingen wilt doen die je van je ouders niet mag? Dat je liever de games speelt, die zij niet goed voor je vinden? Juist de dingen doen die je niet mag doen, lijkt zo aantrekkelijk, zo spannend, zo avontuurlijk…
Het feest is in volle gang. Er klinkt gepraat en gelach. Bedienden lopen rond met schalen vol eten en kannen vol wijn. Tevreden kijkt de gastheer, de weggelopen zoon, rond. Als zijn gasten plezier hebben, heeft hij het ook. Er lopen juist een paar van zijn vrienden bij hem langs. Ze lachen naar hem en maken een vrolijke buiging. “Het is weer een geweldig feest, vriend!” roept de één. “Nou,” zegt de ander, “we zijn erg blij met een vriend als jij!” “De volgende keer zijn jullie weer welkom hoor!” belooft de gastheer gul. Zie je wel, de vrijheid die hij hier heeft, is heerlijk!
En het lijkt ook geweldig, de eerste tijd. Geld genoeg om feest te vieren. Steeds weer nodigt hij mensen uit en zo maakt hij veel vrienden. Die komen graag naar zijn feesten en prijzen hem erom. Zie je wel hoe heerlijk het leven is, beter dan bij vader thuis, denkt hij! Maar al die feesten kosten geld. En omdat er alleen maar geld uit de zak gaat en er niets in komt, raakt de zak na verloop van tijd leeg. “Wanneer is het weer feest?” vragen de vrienden. Maar de jongeman schudt spijtig zijn hoofd. “Het geld is op, ik kan geen feest meer geven.” Hij hoopt dat zijn vrienden zullen zeggen: “O, kom dan maar bij ons. Nu geven wij een feest en mag jij onze gast zijn!” Maar dat zeggen ze niet. Ze geven hem zelfs geen eten als ze zien dat hij geen geld heeft om eten te kopen. Ze laten hem in de steek. Het zijn geen echte vrienden, ze willen alleen genieten van zijn geld.
Eenzaam en zonder geld gaat hij op zoek naar werk. Maar er ís geen werk voor hem. De honger begint te knagen en om aan eten te komen, moet hij gaan bedelen. Hij schaamt zich er vreselijk voor. Maar voor zijn honger helpt het niet, want niemand geeft hem wat. Er is ook nog eens een hongersnood gekomen en iedereen heeft honger. Moet hij nu sterven van gebrek?
Bij een voerbak van varkens zit een magere, vuile jongeman. Hongerig, met een rammelende maag, kijkt hij naar de voerbak waar hij net wat emmers zwijnendraf in geleegd heeft. De dikke varkens wroeten knorrend met hun ronde snuiten door hun voedsel heen. Om maar zo dicht mogelijk bij het eten te komen, staan ze er gewoon met hun poten in. Kijk toch eens, die beesten hebben eten genoeg. Kon hij er ook maar wat van nemen. Zijn maag is zo leeg, hij voelt steeds de knagende honger. Maar er is geen kans dat hij van de draf krijgt. Alles is voor de varkens. Er lopen nog meer knechten en ze houden elkaar goed in de gaten. Nee, mee-eten met de varkens zit er niet in…
De jongen zucht diep. Hier zit hij nu, bij de varkens te verlangen naar smerig varkensvoer. Dat had hij enkele jaren geleden toch niet kunnen denken! Toen woonde hij nog fijn bij zijn vader en zijn broer. Daar had hij geen honger. Daar was overvloed. Wat een goede tijd was dat eigenlijk… En nu? Hij zucht nog eens. Zelfs de knechten van zijn vader hebben het beter dan hij. Zij krijgen daar alles wat ze nodig hebben. Goede kleding, genoeg te eten. En hij? Hij zit hier bij de varkens, met een lege maag en gescheurde kleren. Waarom is hij eigenlijk weggegaan?
Vraag jij je ook wel eens af waarom we weggegaan zijn? Weggegaan bij God, uit het Paradijs. Toen wij, met Adam, ervoor kozen om onze eigen weg te gaan? Toen Adam en Eva van de verboden boom gegeten hebben, deden wij dat ook. En elke keer als je God vergeet, als je zondigt, doen je dat opnieuw. Net als Adam kiezen we ervoor om vrij van God te zijn. Niet gehoorzaam aan Zijn geboden, maar doen wat je zelf wil. Maar wat brengt die vrijheid uiteindelijk? Alle plezier van deze wereld laat je uiteindelijk leeg. Het is net alsof je met de verloren zoon met een lege maag bij de voerbak van de varkens zit. Alles wat de wereld biedt, lijkt zo mooi. Maar uiteindelijk brengt het je niets. Alleen schuld. Schuld voor God. Zie jij jezelf ook zitten? De arme jongen, in zijn vuile, gescheurde kleren, buigt vol schaamte zijn hoofd. Wat ben ik dwaas geweest! Waarom ben ik ooit bij mijn vader weggegaan? Daar had ik alles. Daar was vader die overal voor zorgde. Vader die van mij hield. Bij wie zelfs de knechten het nog veel beter hebben dan dat ik het nu heb. Het was dan niet elke dag feest, maar ik hoefde me nooit ergens zorgen over te maken. Het is mijn eigen schuld dat ik er zo ellendig aan toe ben…! Ik heb gezondigd! Wat moet ik toch doen? Ja, ik weet het, ik zal opstaan en tot mijn vader gaan en ik zal tot hem zeggen: “Vader, ik heb gezondigd, tegen de hemel en tegen u. Ik ben het niet meer waard om uw zoon genoemd te worden. Ik ben dwaas geweest, ik ben zelf weggegaan en heb al het geld dat u aan mij gegeven hebt, opgemaakt. Met vrienden die geen vrienden waren. Vader, vergeef het mij, alstublieft! Mag ik weer thuiskomen? Mag ik één van uw knechten worden? Ik wil het minste werk wat er te doen is wel doen. Als ik maar bij u mag zijn!”
Ben jij er al achter gekomen dat de rijkdom van de wereld maar heel armoedig is? Als je iets krijgt, wil je altijd weer meer. Al heb je hier het mooiste en duurste speelgoed, je wilt na een poosje toch weer wat anders. De zonde maakt je niet gelukkig, maar het maakt je hongerig naar meer, naar nog een keer… En dat, terwijl jou steeds een schat wordt aangeboden. Een schat die nooit zal vergaan maar die blijft tot in eeuwigheid. Een schat die nooit kan verroesten, die niet gestolen kan worden. De schat van een nieuw hart, een leven met de Heere. Ben je er al achter gekomen hoe dwaas het is om die schat aan je voorbij te laten gaan? Dat het zonde is tegen God? Waardoor je eeuwig ongelukkig zult worden? Heb jij ook al als die jongen leren zeggen: “Vader, ik heb gezondigd…?” Buigen voor Hem is geen vernedering maar een overwinning!
Het is een lange weg, vooral ook omdat hij zich zo schaamt. Wat verlangt hij naar zijn vader! Zal zijn vader hem nog wel thuis willen hebben? Maar als hij in de buurt van het huis komt, ziet hij iemand op de weg staan. Het is zijn vader, die staat al op de uitkijk!
Vader ziet de magere, vervuilde jongen dichterbij komen. En als hij zijn zoon herkent, rent hij hem tegemoet en slaat zijn armen om hem heen en huilt van blijdschap. De jongen begint zoals hij het zich voorgenomen heeft: “Vader, ik heb gezondigd, tegen de hemel en tegen u. Ik ben het niet meer waard om uw zoon genoemd te worden…” Maar vader laat hem niet uitspreken. Hij trekt hem mee door de poort, naar het huis. Meteen geeft hij bevelen aan de knechten die daar lopen: “Breng de beste kleren en trek ze hem aan en doe een ring aan zijn hand en schoenen aan zijn voeten. Breng het gemeste kalf en slacht het en laat ons eten en drinken en vrolijk zijn. Want mijn zoon was dood en is levend geworden, hij was verloren en is gevonden!” Wat een prachtig feest is het! Het vetgemeste kalf is geslacht. Er is eten in overvloed. Bedienden lopen rond met schalen en kannen. Vader en zoon zitten samen aan tafel. Klaar om te eten. Diep verwonderd kijkt de zoon naar zijn vader. Dan kijkt hij weer naar zijn mooie nieuwe kleren en de schoenen die hij van zijn vader heeft gekregen. Hoe is het mogelijk. Hij is geen knecht, maar zit hier weer als een zoon. Vader heeft hem weer aangenomen als zijn zoon, ook al heeft hij dat niet verdiend. En aan zijn vinger heeft de zoon een mooie gouden ring, waarmee zijn vader laat zien dat hij vertrouwen heeft in zijn zoon en dat hij van hem houdt. Wat een blijdschap!
Zo is er in de hemel ook blijdschap als een zondaar zich bekeert. Zoals de vader van de verloren zoon verlangend uitkijkt of zijn zoon al terugkomt, zo ziet met eerbied gesproken ook de Vader in de hemel uit naar zondaren die terugkomen. En net als de vader in de gelijkenis verwijt Hij de zondaar niets, maar vergeeft hem al zijn vuile zonden. Omdat er eens een kruis op Golgotha heeft gestaan, waaraan de Heere Jezus de toorn van God over de zonden heeft gedragen, kan een schuldige zondaar zonder angst tot God terugkeren. Dan kun jij zonder angst tot God terugkeren, als je net als de jongste zoon hebt leren zien: ik heb gezondigd… Aarzel niet langer en buig je voor Hem neer. Hij wacht om genadig te zijn!
Achtergrondinformatie bij het Bijbelgedeelte
Waarom de Heere Jezus door gelijkenissen sprak
De discipelen vragen aan Jezus waarom Hij gelijkenissen gebruikt bij Zijn onderwijs aan de mensen. Jezus antwoordt dat Hij de geheimen (verborgenheden) van het Koninkrijk van de hemel wel wil openbaren aan de discipelen, maar niet aan ongelovigen. Zij moeten het slechts doen met de beelden die Jezus gebruikt in de gelijkenissen. De zaken van het Koninkrijk van God zijn ‘verborgenheden’. Daarom is de Heilige Geest noodzakelijk om ze te kunnen verstaan (zie 1 Kor. 2:6-14). Mensen die in Jezus geloven zullen meer geloof ontvangen. Luisteraars die hardnekkig weigeren om in Jezus te geloven, verliezen wat zij in Jezus hebben. Ze zien Jezus wel en horen Zijn woorden, maar zijn ten diepste blind voor Hem en begrijpen Hem niet. In het hardnekkig ongeloof van de mensen ziet Jezus dat Jesaja’s profetie (zie Jes. 6:9-10) over Israëls verharding wordt vervuld. Het volk is aardsgezind en materialistisch (zie Jes. 5:8-24). Daarom is het volk traag en lui (het hart dezes volks is dik geworden). Bekering blijft uit omdat hun ogen, oren en hart gesloten zijn. De ogen en oren van de discipelen zijn geopend. Dat is een groot voorrecht. Veel profeten en andere rechtvaardige mensen verlangden te zien en te horen wat de discipelen allemaal zien en horen. (BMU Mattheüs 13: 10-17)
Erfenis
Normaal gesproken werd een erfenis in Jezus' dagen pas verdeeld bij het overlijden van de vader, maar in sommige gevallen nam de vader het initiatief om bij zijn leven zijn beschikbare geld onder zijn zonen te verdelen: twee derde deel voor de oudste en één derde deel voor de andere zonen samen. Om de erfenis vragen terwijl je vader nog leeft, werd als respectloos beschouwd. De jongste zoon doet dit wel. De reactie van de vader is opmerkelijk, want hij geeft gehoor aan het verzoek van zijn zoon. Dit zal de toehoorders van Jezus erg verrast hebben: welke vader doet nu zoiets? Die vader begrijpt toch wat zijn jongste zoon van plan is en weet toch dat daar weinig goeds uit kan voortkomen.
Bij de zwijnen
In crisistijd werk zoeken valt niet mee voor de jongste zoon. Niemand zit op hem te wachten. Uiteindelijk mag hij na lang aandringen bij een boer op de varkens passen, maar die krijgen beter te eten dan hij. Varkens zijn bij het Joodse volk onreine dieren zoals in de wet van Mozes is beschreven. Daar op passen is wel het meest verachtelijke baantje wat hij ooit had kunnen bedenken. Na een leven van overdaad zit hij nu met een knorrende maag bij de varkens die knorren van genoegen vanwege het voer dat ze krijgen. Hij zou ook wel wat van de schillen willen eten, maar dat wordt hem niet gegund. De jonge man is nu alles kwijt: zijn geld, zijn reputatie, zijn waardigheid. Hij was eropuit gegaan om het leven te ontdekken en heeft ontdekt wie hij zelf is. Hij heeft niets meer en hij is niets meer.
Bekering
De gelijkenis van de verloren zoon laat zien wat bekering is. Net als de verloren zoon kom je erachter tegen een goeddoend God gezondigd te hebben. Dit geeft verdriet, je komt tot inkeer. Dan volgt het besluit om te breken met je oude leven en de zonden, een omkeer. En om terug te keren naar de Vader, in het besef van je onwaardigheid, de wederkeer.
Vergeving
De Heere Jezus maakt aanschouwelijk wat vergeving is: met open armen door God de Vader ontvangen worden. Elke zondaar die berouw heeft van zijn zonden, kan ervan verzekerd zijn dat hij net zo ontvangen wordt bij zijn terugkeer tot God als deze verloren zoon bij zijn vader. Nog voordat de jongen een woord van schuld kan belijden, heeft de vader hem al vergeven. Het uitzien naar en tegemoet gaan van de jongen, de omhelzing en de kus zijn daarvan evenzovele bewijzen. Als een aardse vader zich al ontfermt over zijn weggelopen kind dat zijn goed heeft doorgebracht, zou dan God, de hemelse Vader, Die oneindig veel rijker in liefde is dan de meest liefhebbende aardse vader, Zich niet ontfermen over iemand die alles verzondigd heeft? Voor God is zelfs de herinnering aan de zonden weg.
Belijdenisgeschriften
• Heidelbergse Catechismus zondag 33, over de bekering
• Nederlandse Geloofsbelijdenis artikel 26, over de voorbidding van Christus
• Dordtse Leerregels hoofdstuk 3 en 4 artikel 11, over de bekering
• Dordtse Leerregels hoofdstuk 3 en 4 artikel 12, over de wedergeboorte
Antwoorden bij werkboekje -10
Weet je het nog?
Lees het verhaaltje, vul de goede woorden in: Een vader had twee zoons. De jongste zoon vroeg zijn vader om zijn deel van de erfenis. Vader gaf die wel. De jongen ging op reis naar een ver land. Daar vierde hij feest. Hij kreeg veel vrienden. Dat waren geen echte vrienden. Toen zijn geld op was, kreeg hij honger. Hij zocht werk en moest op de zwijnen passen. Hij kreeg berouw over zijn zonden en besloot weer naar huis te gaan. Zijn vader was wel blij hem weer te zien. Hij hoefde geen knecht te worden.
Even praten
Er zijn ook mensen in het Oude Testament die juist kozen om de Heere te dienen.
➢ Wie liep weg toen een vrouw hem probeerde een grote zonde te laten doen? Jozef
➢ Kun je vertellen wat er gebeurde, wat hij koos en wat dat voor hem betekende?
Jozef werd door de vrouw van Potifar verleid tot zonde. Als hij naar haar luisterde, zou hij voor een poosje veel plezier kunnen hebben. Hij zou kunnen vergeten dat hij slaaf was. Maar hij wist heel goed dat dit plezier maar kort zou zijn. Zonde tegen God brengt uiteindelijk verdriet. Toch leek zijn keuze verkeerd uit te pakken, hij belandde in de gevangenis. Uiteindelijk mocht Jozef door het geloof verder zien en erop vertrouwen dat God Zijn zegen zou geven over het houden van Zijn geboden.
➢ Over wie staat in de Bijbel geschreven dat hij liever bij het volk van God hoorde, ook al kwam hij daardoor in de problemen, dan dat hij genoot van de rijkdom in het paleis? Mozes
➢ Kun je vertellen wat er gebeurde, wat hij koos en wat dat voor hem betekende?
Mozes was een prins in het paleis van de Farao. Daar had hij alles om luxe te leven. Maar hij hoorde toch liever bij het volk van God, waar hij geboren was. En ook bij de God waar zijn moeder hem over verteld had. Dat volk was een veracht en verdrukt slavenvolk, maar omdat het Gods volk was, wilde hij liever daarbij horen dan bij de Egyptenaren.
Puzzels
Er blijven nog wat letters over. Zet ze maar achter elkaar. Wat lees je dan?
Zoek de weg die de verloren zoon thuisbrengt.
Antwoorden bij werkboekje +10
Weet je het nog?
Een vader had twee zoons. De jongste zoon vroeg zijn vader om zijn deel van de erfenis. Zijn vader gaf hem wel. De jongen ging op reis naar een ver land. Daar vierde hij feest. Hij kreeg veel vrienden. Dat waren geen echte vrienden. Toen zijn geld op was, kreeg hij honger. Hij zocht werk en moest op de zwijnen passen. Hij kreeg berouw over zijn zonden en besloot weer naar huis te gaan. Zijn vader was wel blij hem weer te zien. Hij hoefde geen knecht te worden.
Zet de letters die overblijven achter elkaar. Verloren - gevonden
Even praten
*Er wordt wel gezegd dat bij de bekering drie woorden horen: inkeer – omkeer – wederkeer. Lees Lukas 15: 17-20. Hier wordt de bekering van de verloren zoon beschreven. Probeer in je eigen woorden te zeggen hoe je deze drie dingen hier ziet. Schrijf wat steekwoorden in de vakken.
Inkeer : de jongen ontdekt dat hij ongelukkig is, door eigen schuld, hij krijgt berouw. Omkeer : de jongen besluit dat hij naar zijn vader zal gaan, zijn schuld zal belijden en om vergeving zal vragen. Terugkeer : de jongen staat op, verlaat zijn oude leven en gaat naar huis.
Hoe zie je in deze geschiedenis dat ‘liefde trekt’?
Toen de verloren zoon alles kwijt was, dacht hij aan zijn vader en aan de liefde die hij daar altijd had gekregen. Daar verlangde hij naar terug. Ondertussen was de vader ook zijn zoon niet vergeten, maar keek vol verlangen naar hem uit. Zo is het ook met een zondaar die terugkeert naar de Vader. De liefde van die Vader is het die het verlangen van een zondaar wakker maakt en hem zo naar de Vader toetrekt.
‘En zij begonnen vrolijk te zijn.’ Wat wordt hier bedoeld met ‘vrolijk’ zijn?
Het gaat hier om een ander soort vrolijkheid dan de vrolijkheid van een oppervlakkig, werelds feest. De vrolijkheid die er is bij de vader stopt nooit meer, in tegenstelling tot de vrolijkheid van de wereld. Die vrolijkheid laat je uiteindelijk leeg achter. Dat heeft de jongste zoon ook ervaren. Maar er is vreugde bij de Heere als een zondaar terugkomt, een vreugde tot in eeuwigheid.
Met wie ben jij het eens en waarom?
Wat de jongen zegt, lijkt aantrekkelijk. Toch zullen de meeste kinderen zeggen dat hij geen gelijk heeft. Maar ten diepste leven we van nature wel zo en gaan we op in wat het tijdelijke leven biedt, zonder ons rekenschap te geven van de oppervlakkigheid. Alleen door genade gaan we het anders zien. Dan beseffen we dat de genietingen van de wereld ons leeg laten en dat alleen de dienst van de Heere ons echt rijk en gelukkig maakt.
Puzzels
Begin bij START, dat is een bruin varkentje. Bij een bruin varkentje ga je voor de volgende letter naar LINKS. Bij een blauw varkentje ga je naar RECHTS, bij een geel varkentje naar BOVEN en bij een groen varkentje naar BENEDEN.
Welke zin kun je zo vinden?
Ik zal opstaan en tot mijn vader gaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 november 2023
Kompas Handleiding | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 november 2023
Kompas Handleiding | 16 Pagina's