Handleiding 6: Jakob en Ezau
Thema: ‘Eten’ of ‘maaltijden’
Van de redactie
Eten is een moment van ontmoeting. In een gezin komen vader en/of moeder en de kinderen samen. In de Kompassen die je voor je hebt, blijkt dat niet elke maaltijd met kinderen zo’n fijn moment is. Zelfs niet als er meer dan voldoende te eten is. Als Jakob de honger van zijn broer waarneemt, ziet hij zijn kans schoon om het eerstgeboorterecht naar zich toe te halen. En als de oudste zoon het feestgedruis hoort, vergaat bij hem de honger. Hij wil niet eens aan tafel komen! Toch klinkt in beide maaltijden ook iets door van de genade van de Heere Jezus. Jakob kan niet zonder de zegen van God. En de jongste zoon ontvangt, ondanks alles wat er is gebeurd, toch een plaats aan tafel.
Van harte Gods zegen in het uitleggen van deze geschiedenissen!
Namens de redactie,
Pieter Avé
Toelichting op het thema
Dit jaar zijn de vertellingen gegroepeerd rondom het thema ‘Eten’ of ‘maaltijden’. In deze schets gaat het over Jakob en Ezau. Ezau verkoopt het eerstgeboorterecht voor een schotel linzenmoes. Daarop volgt de maaltijd met Izak, als hij oud geworden is en hij Ezau wil zegenen met de grootste zegen. Jakob bedriegt zijn vader door te doen alsof hij Ezau is. Op deze manier krijgt hij de zegen.
Doel van de vertelling
Kinderen leren dat we niet alleen bezig moeten zijn met de aardse dingen; zoals werken, leren, spelen en dergelijke, maar vooral met de eeuwige dingen. De aardse dingen kunnen op zich geoorloofd zijn, maar ze mogen niet het belangrijkste zijn in ons leven. We zien dat de Heere dwars door de zonde Zijn plan uitwerkt. Jakob krijgt de eerstgeboortezegen en uit hem zal de Messias geboren worden.
Introductie van het thema voor de kinderen
Vertel de kinderen dat prinses Amalia de kroonprinses is. Dit betekent dat zij later koningin zal worden. Vraag de kinderen waarom juist zij de troonopvolger wordt. Is dat omdat zij een betere opleiding doet dan de andere twee prinsessen? Of is ze beter dan de anderen? Nee, zij is kroonprinses omdat ze de oudste is. In de bijbel gaat het over het eerstgeboorterecht en de zegen die daaraan verbonden was.
Zingen en lezen
Zingen
• Psalm 4: 4
• Psalm 17: 7
• Psalm 24: 2 en 3
• Psalm 25: 4 en 6
• Psalm 26: 1, 2 en 11
• Psalm 27: 5
• Psalm 32: 5 en 6
• Psalm 89: 13 en 14
• Psalm 139: 1, 8 en 14
Liedbundel Tot Zijn eer
• Lied 3 Al waren uw zonden als scharlaken
• Lied 26 Doorgrond mijn hart
• Lied 106 Welzalig de man die niet wandelt
• Lied 117 Zoek eerst het koninkrijk van God
Lezen
Genesis 25: 28-34
Kerntekst
Genesis 25:33 Toen zeide Jakob: Zweer mij op dezen dag, en hij zwoer hem; en hij verkocht Jakob zijn eerstgeboorterecht.
Vertelling
Wat ruikt het heerlijk in de tent van Jakob. Wat is hij toch aan het doen? Hij roert in een grote pan. Jakob heeft soep gemaakt. Soep van rode linzen. Het ziet er heerlijk uit en wat ruikt het lekker. Hij is graag aan het werk in de tent. Hij helpt zijn moeder Rebekka of hij is rondom de tent bezig met het zorgen voor de geiten en de koeien. Vaak gaat hij er met de kudde op uit. Als hij aan het werk is kan hij goed nadenken. Hij denkt na over wat zijn vader Izak en moeder Rebekka hem verteld hebben. Over de zonde die gekomen is in het paradijs. Maar ook over de beloofde Zaligmaker Die zal komen. En Jakob weet dat de Heere een verbond gemaakt heeft met zijn opa Abraham. Uit zijn familie zal de Zaligmaker geboren worden. Hij denkt over zijn broer Ezau. Hij is als eerste geboren en hij heeft het eerstgeboorterecht. Dat betekent dat hij een dubbel deel van de erfenis zal krijgen en dat hij het hoofd van de familie wordt. En het allerbelangrijkste is de eerstgeboortezegen. Die zegen betekent dat de Zaligmaker geboren zal worden uit hem die deze zegen ontvangt. Maar Rebekka heeft hem ook verteld dat de Heere het anders wil, Jakob zal het eerstgeboorterecht krijgen. Wat verlangt Jakob hiernaar. Maar hij begrijpt helemaal niet hoe dat kan, zijn vader Izak houdt juist het meest van Ezau omdat hij het vlees van het geschoten dier heerlijk kan klaarmaken. Izak zal zeker de zegen van het eerstgeboorterecht aan Ezau willen geven.
Plotseling schrikt Jakob op. ‘Laat mij toch slurpen van dat rode, dat rode daar, want ik ben moe.’ Uitgeput komt zijn broer Ezau de tent binnen. Hij heeft de hele dag gejaagd. Hij is er vreselijk moe van geworden. Hij gooit zijn pijlen en boog op de grond. Hij kan maar aan één ding denken: eten! En nu ruikt hij hier heerlijke linzensoep. Wat heeft hij daar een trek in. ‘Laat mij slurpen van dat rode daar, van de linzensoep’, zegt hij daarom. Jakob ziet zijn broer Ezau binnenkomen. Hij hoort hoe hij praat over de soep, hij ziet hoe moe Ezau is. En opeens weet hij het, dit is zijn kans. ‘Verkoop mij op deze dag uw eerstgeboorte.’ ‘Ezau, ik wil je linzensoep en brood geven, maar dan wil ik het eerstgeboorterecht krijgen.’ ‘Wat heb ik aan het eerstgeboorterecht? Ik ga toch sterven en wat heb ik er dan aan. Je mag die zegen van mij hebben.’ zegt Ezau. Maar Jakob wil het zeker weten, hij laat het Ezau zelfs zweren! En dan verkoopt Ezau zijn eerstgeboorterecht voor één bord met linzensoep. Kijk maar, hij eet van de soep en van het brood dat Jakob voor hem heeft klaargemaakt. Hij eet tot zijn buik gevuld is en dan staat hij op en gaat weg. Met een gevulde buik maar met een leeg hart. Want Ezau heeft zojuist het eerstgeboorterecht veracht en hiermee ook de zegen. Hij vindt de dingen van de aarde veel belangrijker. Als hij maar kan jagen, kan eten en kan doen wat hij wil. Over de dingen van de eeuwigheid denkt hij niet. Misschien doe jij ook zoals Ezau. Je bent druk met naar school gaan, spelen, je vriendjes en vriendinnetjes. Druk met allemaal dingen die niet verkeerd zijn, maar die niet genoeg zijn. Of lijk je op Jakob? Ben je ook bezig met de dingen van de Heere? Staat dat op de eerste plaats? De Heere Jezus zegt in Mattheüs 6:33 ‘Maar zoekt eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden.’
Het is heel veel jaren later. Vader Izak is inmiddels oud geworden. Hij kan niet meer goed zien. Misschien zal hij snel sterven. Hij weet het niet. Daarom roept hij zijn oudste zoon Ezau bij zich. ‘Ezau, ik weet niet hoe lang ik nog zal leven. Ik wil je graag zegenen voordat ik ga sterven. Ga daarom het veld in. Neem je pijl en boog mee en schiet voor mij een wild dier. Maak het klaar om op te eten. Je weet hoe ik dat het lekkerst vind smaken.’ Daar gaat Ezau. Hij neemt zijn pijl en boog en gaat op jacht. Nu zal hij toch nog de eerstgeboortezegen krijgen van zijn vader. Rebekka heeft alles gehoord. En wat is ze geschrokken. Dit gaat helemaal mis. Niet Ezau moet de eerstgeboortezegen krijgen maar Jakob. Zo heeft de Heere het aan haar verteld. Hoe moet dat nu? Het gaat verkeerd! Meteen bedenkt ze een plan. Het moet wel snel gebeuren, voordat Ezau weer terugkomt vanuit het veld. Snel roept ze Jakob bij zich. ‘Jakob, ik heb je vader zojuist tegen Ezau horen praten. Hij wil met Ezau eten. Ezau is nu het veld in om een dier te schieten en daarna klaar te maken voor de maaltijd. Hij zal bij deze maaltijd de eerste zegen ontvangen.’ Maar Jakob, niet Ezau moet de eerstgeboortezegen krijgen, maar jij. Daarom, doe alles wat ik tegen je zeg.’ Rebekka gebiedt Jakob om naar de kudde te gaan en twee geitenbokjes te halen. Zij zal er een maaltijd van maken, precies zoals Izak het lekker vindt. ‘En’, zegt ze erbij, ‘dan moet jij het bij je vader brengen, Jakob, zodat hij zal eten en jou zal zegenen voordat hij sterft.’ Rebekka vraagt hier niet wat de Heere wil, ze komt zelf met een bedrieglijk plan. Jakob heeft goed geluisterd naar zijn moeder. Wat zegt zijn moeder nu tegen hem? Moet hij liegen tegen zijn vader, net doen alsof hij Ezau is? Maar dat kan helemaal niet. Ezau ziet er zo anders uit dan ik. Ik heb een gladde huid, terwijl de armen van Ezau erg behaard zijn. Dat zal vader zeker door hebben. ‘Nee hoor, moeder’, zegt hij, ‘dat kan ik niet. Vader zal misschien wel voelen aan mijn armen en dan zal hij door hebben dat ik hem bedrieg. Hij zal mij dan vast vervloeken in plaats van zegenen.’ Hoor je dat? Jakob zegt niet tegen zijn moeder dat het niet mag omdat bedriegen zonde tegen de Heere is. Hij is bang voor de gevolgen, voor de vloek die komen gaat. Maar Rebekka zegt: ‘Jakob, maak je maar geen zorgen, dan zal ik zal de vloek van jou overnemen. Je moet alleen maar naar mij luisteren. Jakob doet wat zijn moeder zegt. Hij gaat naar de kudde, en zoekt twee mooie geitenbokjes uit. Hij brengt ze bij zijn moeder en zij maakt ze klaar. Ze maakt er een heerlijke maaltijd van voor Izak. Ze neemt de vellen van de geitenbokjes en trekt die over de handen van Jakob en over zijn hals. Zo zal Izak niet kunnen voelen dat het de handen van Jakob zijn. Zo zal Izak denken dat het Ezau is. Rebekka neemt ook nog de kleren van Ezau en laat ze Jakob aantrekken. De kleren ruiken naar het veld, waar Ezau vaak is. Nu zal Izak zeker denken dat het Ezau is.
Daar gaat Jakob, met de klaargemaakte geitenbokjes, naar de tent van zijn vader. ‘Mijn vader’, begroet hij Izak. ‘Wie zijt gij, mijn zoon?’ En dan liegt Jakob tegen zijn vader. ‘Ik ben Ezau, uw eerstgeboren zoon. Ik heb alles gedaan wat u tot mij gezegd hebt. Eet het, vader en zegen mij.’ ‘Dat heb je wel erg snel gedaan, hoe komt het dat je al zo snel weer terug bent van de jacht?’ ‘De Heere heeft me geholpen, vader,’ liegt Jakob weer. Izak vertrouwt het nog niet helemaal. Hij kan zijn zoon niet goed zien en hij wil zeker weten dat hij Ezau voor zich heeft. ‘Kom eens dichter bij mijn zoon, dan kan ik aan je handen voelen of je echt Ezau bent.’ Jakob komt dichterbij en laat Izak aan zijn handen voelen. De handen voelen echt zoals de handen van Ezau, maar die stem, dat lijkt de stem van Jakob wel. Nog één keer vraagt Izak het heel duidelijk: ‘Ben je mijn zoon Ezau?’ ‘Ik ben het,’ liegt Jakob. ‘Geef me dan maar van het eten, ik zal het opeten en ik zal jou zegenen,’ zegt Izak. Jakob geeft de klaargemaakte geitenbokjes aan zijn vader. Hij geeft er wijn bij om van te drinken. En als zijn vader vraagt of hij hem wil kussen, dan doet hij dat. Jakob komt nu zo dichtbij zijn vader, dat Izak hem kan ruiken en hij ruikt de kleren van Ezau. Hij ruikt de geur van het veld. En dan zegent Izak hem. ‘De Heere zal ervoor zorgen dat het land je veel tarwe en andere vruchten zal geven. Ook zal je belangrijker zijn dan je broer. Andere volken zullen jouw volk moeten dienen.’ Izak zegent hem met aardse zegeningen. Maar de belangrijkste belofte, de belofte van de komende Messias, hoort hier ook bij. Jakob verlaat de tent van zijn vader. Hij heeft de eerstgeboortezegen gekregen. Hij is blij omdat zijn volk het belangrijkste zal zijn, het zal het volk van de Verlosser worden. Maar hij heeft het gekregen door zijn vader te bedriegen en tegen hem te liegen. Bang gaat Jakob bij zijn vader weg. Wat als Ezau nu terugkomt?
Jakob is nog maar net weg bij zijn vader en daar is Ezau al. ‘Kijk eens vader, wat ik voor u heb. Ik ben op jacht gegaan en heb een dier voor u geschoten en heerlijk klaargemaakt. Eet ervan, vader, en zegen mij!’ ‘Wie ben je?’ Vraagt Izak verschrikt. ‘Ik ben uw eerstgeboren zoon, Ezau!’ Wat schrikt Izak vreselijk. ‘Maar wie is er dan net bij mij geweest met een maaltijd? Ik heb ervan gegeten en ik heb hem gezegend. En hij zal ook gezegend zijn.’ Dan schrikt Ezau ook. Dit kan maar één ding betekenen. Jakob heeft de eerstgeboortezegen gekregen. Ezau schreeuwt het uit: ‘Zegen mij, ook mij, mijn vader.’ Nu weet Izak dat hij bedrogen is door zijn zoon Jakob. Jakob heeft de zegen gekregen en Izak kan het niet meer ongedaan maken.
‘Zijn naam is Jakob. Jakob betekent toch bedrieger! En nu heeft hij de zegen van mij afgepakt’, zegt Ezau. Dit is niet waar Ezau. Je hebt zelf je eerstgeboorterecht verkocht voor een bord linzensoep, omdat je zo onverschillig was. Ezau huilt: ‘Hebt u maar één zegen vader? Zegen ook mij!’ En dan heeft Izak nog een zegen. Maar zo anders dan de zegen voor Jakob. Jakob zal in het land Kanaän wonen. Ezau zal niet leven van het land maar zal op jacht gaan. Hij zal steeds moeten strijden om in leven te blijven. En hij zal zijn broer moeten dienen. En wat doet Ezau? Toont hij berouw over zijn zonden en onverschilligheid? Nee, hij zegt in zijn hart, straks als mijn vader gestorven is, dan zal ik mijn broer Jakob doden. Jakob moet vluchten voor zijn broer. Dat is het gevolg voor Jakob, omdat hij zijn vader bedrogen heeft.
De meerdere zal de mindere dienen, heeft de Heere tegen Rebekka gezegd. En zo zal het gebeuren. Niet Ezau maar Jakob, krijgt de grootste zegen. Door het bedrog heen heeft de Heere zijn plan uitgevoerd. Ezau zei nee tegen deze zegen, hij heeft de zegen van de Heere veracht, doe jij dat niet? Misschien verlang jij ook net zoals Jakob naar de zegen. Wat betekent dat voor jou? Dat je gezond en gelukkig bent op de aarde? Dat je veel vriendjes en vriendinnen hebt? Dat is een zegen, maar niet dé zegen. De grootste zegen die de Heere aan je wil geven, is dat je met de Heere mag leven, nu en straks voor eeuwig. Dat wil de Heere geven aan zondige mensen, net zoals aan Jakob. Omdat het grootste van de zegen is dat de Heere Jezus geboren is. Hij kwam naar de aarde om voor zondige mensen, ook voor bedriegers, te lijden en te sterven. Om zo het eeuwige leven aan hen te geven.
Achtergrondinformatie bij het Bijbelgedeelte
De zwangerschap van Rebekka
Izak en Rebekka hebben twintig jaar gebeden om een kind. Nu is Rebekka zwanger van een tweeling. Ze voelt dat de kinderen in haar buik zijn op een ongewone manier. Rebekka voelt dat het iets bijzonders is. Ze vraagt de HEERE door middel van het gebed om meer duidelijkheid. Het is een teken dat vooruitwijst. De broers zullen later veel ruzie hebben. De HEERE zegt tegen Rebekka dat de ‘meerdere’ (de oudste) de ‘mindere’ (de jongste) zal dienen.
De geboorte van Ezau en Jakob
Tijdens de geboorte houdt Jakob de hielen van Ezau vast. Hij probeert op die manier als eerste uit de moederschoot te komen. Met dit teken heeft de HEERE willen leren dat Jakobs uitverkiezing niet meteen zal blijken. Maar dat het zal gaan in een weg van veel strijd en moeite. God heeft Jakob het eerstgeboorterecht, dat hem naar het recht van de natuur niet toekomt, alleen uit genade geschonken. De naam Jakob betekent: hielvasthouder. Zie ook kanttekening 34 bij Jeremia 17:9: Het Hebreeuwse woord Akob is hetzelfde waarvan de patriarch Jakob zijn naam gekregen heeft, omdat hij zijn broeder in de geboorte bij de hiel had. Maar dat het ook de betekenis heeft van list, lage, bedrog, streken, vertreding blijkt niet alleen hier (in Jeremia) maar ook in Genesis 27:36.
Eerstgeboorterecht
Het eerstgeboorterecht houdt drie rechten in: de eer en de heerschappij over de broers, de opvolging als hoofd van de familie en een dubbel deel van de erfenis. Dit wordt bevestigd door de zegen. Christus is dé Eerstgeborene. Hem komt alle eer toe en Hij heerst over alles en allen. Hij is het enige Hoofd van de schepping en van de kerk en de enige Erfgenaam.
Liefde van Izak en Rebekka voor hun kinderen (leren en leven)
Izak heeft Ezau lief. Hij heeft een zwak voor hem. Hij trekt hem voor. Het wordt bepaald niet tot zijn eer vermeld. Hij weet heel goed dat God Jakob heeft verkoren en dat hij het beloofde zaad is en dat God Ezau heeft verworpen, als drager van de belofte van de Messias. Daarom had hij God moeten gehoorzamen en zijn eigen verlangens moeten onderdrukken. Rebekka heeft Jakob lief.
Linzen
Linzen zijn peulvruchten. Een soort erwten.
Het plan van Rebekka
Izak weet, uit de mond van Rebekka, dat hij tegen Gods openbaring in handelt. Hij laat zich blindelings meeslepen door zijn liefde voor Ezau en zijn wildbraad. Rebekka probeert dit plan te voorkomen. Hoewel Rebekka’s wijze van doen niet te verontschuldigen is, moeten we niet vergeten dat het haar te doen is om de beloften van God. En hoewel ze verkeerd handelt, had ze wel gelijk dat de zegen voor Jakob bestemd was.
Belijdenisgeschriften
• DL 1 artikel 7
• DL 1 artikel 10
• DL 1 artikel 15
Antwoorden bij werkboekje -10
Weet je het nog?
Vul de woorden in de juiste zin. Schrijf de letters die achter de antwoorden staan op volgorde van 1-12. Welk woord lees je?
1. Izak houdt het meest van Ezau (e)
2. Rebekka houdt het meest van Jakob (er)
3. Ezau gaat graag op jacht (st)
4. Ezau is de oudste (ge) en heeft daarom het eerstgeboorterecht
5. Hij verkoopt dit aan Jakob voor een schotel linzensoep (b)
6. Jakob moet van Rebekka zijn vader bedriegen (oo)
7. Rebekka maakt een maaltijd (r) klaar
8. Over de handen en hals van Jakob trekt ze geitenvellen (t)
9. En hij trekt de kleren (er) van Ezau aan
10. Izak is oud en blind (e)
11. Jakob krijgt de eerstgeboortezegen (ch)
12. Daarom wil Ezau Jakob doden (t)
Uitkomst: Eerstgeboorterecht
Wat is de betekenis van dit woord?
De oudste zoon kreeg het eerstgeboorterecht. Opvolging als hoofd van de familie en een dubbel deel van de erfenis. Hier wordt ook de belofte aan Abraham doorgegeven. De komst van de Messias was hieraan verbonden.
Doolhof, zoek de juiste weg
Uitkomst: de meerdere zal de mindere dienen
Wat betekent dit? Dat de jongste (Jakob) zal heersen over de oudste (Ezau)
Verschil Jakob en Ezau
Welke woorden passen bij Jakob en welke bij Ezau. Zet ze in het juiste vak. lieveling van Rebekka, behaard, zorgt voor de dieren, jongste, had de Heere lief, jager, lieveling van Izak, oudste, veracht de eerstgeboortezegen, gladde huid
Jakob
Lieveling van Rebekka
Zorgt voor de dieren
jongste
Had de Heere lief
Gladde huid
Ezau
behaard
Jager
Lieveling van Izak
Veracht de eerstgeboortezegen
oudste
Praatvragen
1.a. Het was de gewoonte dat de oudste zoon de eerstgeboortezegen zou krijgen. Hoe gaat Ezau om met het eerstgeboorterecht? Hij veracht het eerstgeboorterecht en verkoopt dit voor een bord linzensoep.
1.b. Hoe wist Rebekka dat Jakob de eerstgeboortezegen zou krijgen? De Heere heeft het aan haar verteld toen ze zwanger was en de twee baby’s al strijd voerden in haar buik. De Heere heeft gezegd tegen haar: de meerdere zal de mindere dienen.
1.c. Hoe ging Rebekka om met deze woorden van de Heere? Ze was bang dat Izak toch aan Ezau de grote zegen zou geven. Daarom bedacht ze een plan, waarbij Jakob zijn vader moest bedriegen zodat toch Jakob de eerstgeboortezegen zou krijgen.
1.d. Wat had Rebekka anders kunnen doen? Ze had kunnen bidden tot de Heere. Ook had ze naar de tent van Izak kunnen gaan om met hem te praten.
2.a Van Ezau staat dat hij een man van de jacht was. Dat was op zich niet verkeerd. Wat was dan het verkeerde van Ezau’s leven? Hij was onverschillig als het ging om de dingen van de Heere. Zijn hart was niet gericht op de Heere en om Hem te dienen.
2.b Het kan zelfs zijn dat we op Ezau lijken. Kun je uitleggen hoe? Als je alleen maar druk bent met de dingen van de aarde. Naar school gaan, spelen en misschien zelfs wel anderen helpen. Het gaat er om of je hart gericht is op de Heere. Heb je de Heere Jezus nodig als Zaligmaker?
3.a. Wat vind je ervan dat Jakob zijn vader bedroog om zo de zegen te krijgen? Dit is niet goed van Jakob. Hij had moeten wachten op de Heere. Jakob was hier ongeduldig. Het verlangen naar de zegen hierin is wel goed.
3.b. Ezau huilt als hij merkt dat Jakob de grootste zegen heeft gekregen. Merk je bij Ezau berouw over de zonden? We lezen van Ezau dat hij vooral boos is. Hij wil zelfs zijn broer Jakob doden. Hij huilt niet vanwege berouw.
Antwoorden bij werkboekje +10
Weet je het nog?
Schrijf het antwoord in de zin.
1 Izak houdt het meest van 1 . . . (Ezau)
2 Rebekka houdt het meest van . . . 10 . (Jakob)
3 Ezau gaat graag op . . 16 17 . (jacht)
4 Ezau is de . . . 4 . 13 en heeft daarom het eerstgeboorterecht (oudste)
5 Hij verkoopt dit aan Jakob voor een schotel . . . . 7 . 11 . . . (linzensoep)
6 Jakob moet van Rebekka zijn vader . . . 3 . . . 15 . (bedriegen)
7 Rebekka maakt een . . . . 18 . . klaar (maaltijd)
8 Over de handen en hals van Jakob trekt ze 6 . . 12 . . . 2 . . . . (geitenvellen)
9 En hij trekt de . . . 13 . . van Ezau aan (kleren)
10 Izak is oud en 8 . . . . (blind)
11 Jakob krijgt de . . . . 5 . . . . . 14 . . . . . . . (eerstgeboortezegen)
12 Daarom wil Ezau Jakob . 9 . . . (doden)
Zet nu de goede letters bij de cijfers hieronder.
Uitkomst: Eerstgeboorterecht
Wat is de betekenis van dit woord?
De oudste zoon kreeg het eerstgeboorterecht. Opvolging als hoofd van de familie en een dubbel deel van de erfenis. Hier wordt ook de belofte aan Abraham doorgegeven. De komst van de Messias was hieraan verbonden.
Puzzel
‘Woordzoeker speciaal’
In het vak hieronder zitten de woorden verborgen die je bij ‘Weet je het nog?’ hebt ingevuld. Alleen dit is geen gewone woordzoeker. De woorden zijn in stukjes en soms zelfs in letters gedeeld. Wel zitten de letters van een woord altijd aan elkaar vast. Maar soms moet je naar rechts of links, een andere keer juist naar beneden of naar boven. Let op: nooit schuin! En: iedere letter mag je maar één keer gebruiken! Om je een beetje te helpen is één woord alvast gegeven. En ook het begin van een ander woord (beginnen bij de ↓). Probeer eens of je alle (twaalf) twaalf woorden kunt vinden.
Versie voor leidinggevenden (‘nakijk-versie’)
(Ezau – Jakob - Jacht - oudste - linzensoep - maaltijd - bedriegen - geitenvellen - kleren - blind - Eerstgeboortezegen - doden)
Praatvragen
1.a. Het was de gewoonte dat de oudste zoon de eerstgeboortezegen zou krijgen. Hoe gaat Ezau om met het eerstgeboorterecht? Hij veracht het eerstgeboorterecht en verkoopt dit voor een bord linzensoep.
1.b. Hoe wist Rebekka dat Jakob de eerstgeboortezegen zou krijgen? De Heere heeft het aan haar verteld toen ze zwanger was en de twee baby’s al strijd voerden in haar buik. De Heere heeft gezegd tegen haar: de meerdere zal de mindere dienen.
1.c. Hoe ging Rebekka om met deze woorden van de Heere? Ze was bang dat Izak toch aan Ezau de grote zegen zou geven. Daarom bedacht ze een plan, waarbij Jakob zijn vader moest bedriegen zodat toch Jakob de eerstgeboortezegen zou krijgen.
1.d. Wat had Rebekka anders kunnen doen? Ze had kunnen bidden tot de Heere. Ook had ze naar de tent van Izak kunnen gaan om met hem te praten.
2.a Van Ezau staat dat hij een man van de jacht was. Dat was op zich niet verkeerd. Wat was dan het verkeerde van Ezau’s leven? Hij was onverschillig als het ging om de dingen van de Heere. Zijn hart was niet gericht op de Heere en om Hem te dienen.
2.b Het kan zelfs zijn dat we op Ezau lijken. Kun je uitleggen hoe? Als je alleen maar druk bent met de dingen van de aarde. Naar school gaan, spelen en misschien zelfs wel anderen helpen. Het gaat er om of je hart gericht is op de Heere. Heb je de Heere Jezus nodig als Zaligmaker?
3.a. Wat vind je ervan dat Jakob zijn vader bedroog om zo de zegen te krijgen? Dit is niet goed van Jakob. Hij had moeten wachten op de Heere. Jakob was hier ongeduldig. Het verlangen naar de zegen hierin is wel goed.
3.b. Ezau huilt als hij merkt dat Jakob de grootste zegen heeft gekregen. Merk je bij Ezau berouw over de zonden? We lezen van Ezau dat hij vooral boos is. Hij wil zelfs zijn broer Jakob doden. Hij huilt niet vanwege berouw.
4.a In deze geschiedenis doet iedereen het verkeerd. Kun je de zonden van Izak, van Rebekka, van Ezau en van Jakob noemen? Izak: Hij had voorliefde voor Ezau, vanwege het lekkere eten. Hij wist dat hij Jakob moest zegenen, maar stilletjes wilde hij Ezau zegenen. Rebekka: Ze bedroog Izak door Jakob als Ezau te verkleden en hem met het vlees naar zijn vader te laten gaan. Ezau: Door onverschilligheid verkocht hij zijn eerstgeboorterecht. Hij had nu geen recht meer op de zegen, terwijl hij die nu toch probeerde te krijgen. Jakob: Hij had op sluwe manier het eerstgeboorterecht gekocht en bedroog zijn vader en zijn broer door te doen alsof hij Ezau was.
4.b Wat is dan het grote wonder? Je kunt daar Genesis 28: 3 en 4 bij lezen. De Heere maakt dat Izak de echte zegen toch aan Jakob geeft, voor die naar Paddan-Aram gaat (Genesis 28:3,4). De Heere gaat dwars door alle zonden heen toch door: Uit die bedrieger Jakob wordt eens de Messias geboren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 november 2023
Kompas Handleiding | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 november 2023
Kompas Handleiding | 16 Pagina's