Handleiding 5: Kerstschets ‘Het Brood des levens in Bethlehem’
Jaarthema: Aan tafel.
Van de redactie
‘Ik ben het Levende Brood’, zo zei de Heere Jezus eens. En Hij voegde eraan toe: ‘dat uit de hemel is neergedaald’. Dat is de kern van het kerstevangelie: God daalt af! De Heere Jezus werd een echt mens. Deze uitspraak past ook goed bij het jaarthema van Kompas: ‘Aan tafel’. Brood is zeker in Nederland erg belangrijk. Het is erg vervelend als het brood ‘s morgens op is, want dan kun je de lunch vaak ook wel vergeten. Maar wat nu als er nooit brood is? Dat betekent honger. Nog belangrijker dan brood is de Heere Jezus. Zonder Hem kun je de morgen niet beginnen en de dag niet afsluiten. Zonder Hem heb je pas écht honger. Zonder Hem ga je verloren! Samen met de kinderen mag je daarover nadenken, maar je hoeft daar niet te stoppen. Dat is een groot wonder. Je kunt in deze kerstbijeenkomst samen zingen, teksten oefenen en Bijbellezen. Zo klinkt de boodschap van het Levende Brood Wat is neergedaald om zondaren zalig te maken. Hij vervuld hongerige zielen met goederen, maar zend rijken leeg weg.
Van harte een gezegende kerst met de kinderen toegewenst!
Namens de redactie,
Pieter Avé
Kerstschets ‘Het Brood des levens in Bethlehem’
Toelichting op het thema
Dit jaar is het thema van Kompas: Aan tafel! Maaltijden in de Bijbel. In deze kerstschets gaat het over de komst van de Heere Jezus als het Brood des Levens, neergelegd in een voerbak, een kribbe. De opzet is thematisch: van de Boom des levens in het paradijs, via het Brood des Levens in de kribbe, tot de Boom des levens uit Openbaring 22.
Doel van de vertelling
We willen de kinderen in deze vertelling leren, dat we door de zonde honger hebben naar vrede met God. We zoeken de vrede overal, maar niet bij de Heere. Dat komt omdat we zelf van de verboden vrucht gegeten hebben. We zouden van honger moeten sterven. We willen de kinderen leren dat alleen de Heere Jezus als het Brood des levens deze honger weg kan nemen. Bij de voerbak in Bethlehem zijn zondaren welkom. Tot de dag van het nieuwe Paradijs, waar de Boom des levens zijn vrucht weer zal geven.
Introductie van het thema voor de kinderen
- Neem een reep chocola mee en een boterham. Wat zou je kiezen van deze twee? De meesten zullen voor de chocola kiezen. Maar als je nu tien dagen alleen maar chocola zou mogen eten of alleen brood, wat zou dan beter zijn?
- Zo is het ook met de zonde. Het kan zoet smaken, maar je sterft er zelfs aan.
- Jezus noemt Zichzelf het Brood des Levens. Als je daarvan eet, zul je niet sterven. Dat betekent, dat je door het geloof bij Hem hoort. Jezus kwam als het Brood des levens en werd neergelegd in de kribbe van Bethlehem. In een voerbak. Zondaren zijn welkom bij Hem. Wie in Hem gelooft, zal leven in der eeuwigheid.
Zingen en lezen
Zingen
Zie de Psalmen en liederen die in het kerstprogramma genoemd worden.
Lezen
Zie het kerstprogramma. Als je dat niet gebruikt, lees dan Lukas 2: 1-20.
Kerntekst
Johannes 6: 51 Ik ben dat levende Brood, dat uit de hemel nedergedaald is; zo iemand van dit Brood eet, die zal in der eeuwigheid leven. En het Brood, dat Ik geven zal, is Mijn vlees, hetwelk Ik geven zal voor het leven der wereld.
Vertelling
Wat is het stil in het paradijs. Alleen de vogels fluiten. Wat is de tuin mooi! Wat er zijn er veel bloemen en veel bomen. Alles is goed. Als Adam en Eva door de tuin wandelen, is er grote blijdschap. Ze mogen hier wonen. De Heere is er. Ze merken het aan alles. Wat is het heerlijk om hier met God te mogen leven, om Hem te dienen. Aan de bomen groeien vruchten, er is genoeg te eten. Meer dan genoeg. Dat er in de tuin één boom staat, waar Adam en Eva niet van mogen eten, is niet erg. Ze hóeven daar ook niet van te eten, want er is immers genoeg? Ze hebben de boom der kennis des goeds en des kwaads helemaal niet nodig als voedsel. Er staat ook nog een andere bijzondere boom, de boom des levens. Die boom vertelt hun van Gods goedheid en van het eeuwige leven met de Heere.
Maar dan gebeurt het erge. Een slang begint tegen Eva te praten. “Is het waar, dat God gezegd heeft, dat u niet mag eten van alle bomen in deze tuin?” Wat een leugen! Die slang is een leugenaar! Die slang is de duivel! Hij wilde God niet meer dienen. Nu wil hij dat ook de ménsen God niet meer zullen dienen. Hij liegt tegen Eva over de Heere. Hij liegt over het Woord van de Heere tot Adam en Eva. Ze mochten maar van één boom niet eten. Maar de twijfel is gezaaid. Die verboden boom ziet er zo prachtig uit. Eva kijkt ernaar. Ze plukt een vrucht. Ze eet ervan. Ze geeft een vrucht aan Adam. Ook Adam eet ervan. Maar wat is ineens alles anders. Weg is de vrede. Weg is de blijdschap. Omdat de Heere weg is.
Wat is dat erg! Gezondigd tegen de Heere! Geluisterd naar de duivel! Nu moeten ze weg uit het paradijs. Geen heerlijke vruchtbomen, maar onkruid! Doorns en distels. Honger en leegte van binnen. Er staat een engel bij de ingang met een vlammend zwaard. De toegang is dicht. Is dat het einde? Wat zou dat verdiend zijn!
Maar, hoe genadig is God! Het is waar, Adam en Eva mogen niet meer in het paradijs blijven. Ze zullen nu hard moeten werken voor hun eten. De boom des levens is onbereikbaar geworden. Ze hebben de dood verdiend. De weg naar het eeuwige leven is dicht. Toch opent de Heere een nieuwe weg. Hij zal Zijn Zoon geven. Om de schuld te betalen. Om de honger van het hart weg te nemen. Om toch het eeuwige leven te geven. De Heere Jezus zal komen. Het zal nog lang duren, maar Hij zál komen.
-o-o-o-o-o-o-
Wat is het stil in Bethlehem. Zelfs de vogels fluiten niet. Het is nacht. Iedereen slaapt. Overdag is het druk geweest. Overal waren mensen onderweg, vanwege het bevel van keizer Augustus. Hij wil dat Iedereen naar de plaats gaat waar zijn familie vandaan komt, om zich daar te laten inschrijven. Dan kan de Romeinse keizer hen belasting laten betalen. In heel Israël zijn de mensen op reis gegaan. Herbergen zijn vol, overal is drukte.
Ook in Nazareth, in Galilea, was het bevel van keizer Augustus bekendgemaakt. De timmerman Jozef wist dat hij een lange reis zou moeten gaan maken, naar Bethlehem in Judea. Daar komt immers zijn familie vandaan. Familie van heel lang geleden, want Jozef komt uit het geslacht van koning David. Hoe bijzonder, dat het bevel juist nu gekomen was. Na het wonderlijke bezoek van de engel Gabriël aan zijn verloofde, Maria. Maria zal de moeder worden van de beloofde Messias, had de engel gezegd. Maar die Messias zou niet in Nazareth, maar in Bethlehem geboren worden. Dat had de profeet al voorzegd. Daarom zijn ze sámen op weg gegaan, op weg naar Bethlehem. Het was een zware reis voor Maria. Hoe moeilijk was het geweest, dat er daar geen plaats voor hen was. Bethlehem was overvol. Geen plaats bij familie, geen plaats in de herberg! Maar de Heere zorgde, zoals Hij steeds had gedaan. Ze kregen een plaats. Een plaats in een stal. Met een voerbak voor de dieren. Maar de dieren waren nu toch buiten, zo was er genoeg ruimte voor hen. Hier konden ze blijven en wachten op de dingen die komen zouden.
Wat is het stil boven Bethlehem. In de hemel ziet de Heere, dat het allemaal klaar is. Klaar voor Zijn grote verlossingsplan. Hoe erg was het, dat Adam en Eva gezondigd hadden. Dat ze gegeten hadden van de verboden vrucht. Wat is de schuld groot. Wat is er sindsdien ook veel verdriet gekomen op de aarde. Maar nu, in deze stille nacht zal God Zijn Zoon gaan geven. Jezus zal komen. Wat Adam fout deed, zal Hij gaan overdoen, goed gaan doen. Hij zal gehoorzaam zijn aan Gods gebod. Hij zal Zijn Vader volmaakt liefhebben, Hij zal zondaren volmaakt liefhebben. Hij zal de straf gaan dragen, die wij hebben verdiend. In deze stille nacht zal de hemel opengaan. God zal Zijn Zoon in een voerbak laten leggen. Als voedsel voor een hart, dat honger heeft naar Hem. Door het eten van de verboden vrucht, door de zonde.
Wat is het stil in de stal in Bethlehem. Jozef en Maria zijn daar maar samen. En dan gebeurt het wonder. De stilte wordt verbroken. Er wordt een Kindje geboren. Maria baart haar eerstgeboren Zoon. Er is de pijn van de geboorte. Maar dan is er de vreugde. De hemelse vreugde. Want hier is God. Adam en Eva hadden God verlaten, maar hier komt God naar mensen toe. Naar zondaren. Niet voor een moment om dan weer weg te gaan. Maar om er te blijven. Hier geeft de Heere Zijn Zoon in de armen van Maria, in de armen van zondaren. De stilte is verbroken, er klinkt het huilen van een Kindje! Van hét Kind! Van Gods eigen Zoon! Wat een vreugde! Dit Kind in je armen te mogen houden, dat is het mooiste wat er is. Voorzichtig wordt het Kindje gewassen. Daarna windt Maria Het in de doeken die ze had meegenomen. En in die stille nacht klinkt er een lofzang: Mijn ziel maakt groot de Heere, en mijn geest verheugt zich in God mijn Zaligmaker. Zou je niet mee willen zingen met Maria? God geeft Zijn Zoon! En waar wordt Hij nu neergelegd? In een kribbe. In een voerbak voor de dieren. Hier ligt het Brood des Levens! Want Bethlehem betekent toch Broodhuis? En dat is nu echt zo. Heb je honger naar vrede? Verlangen naar echte blijdschap? Omdat je weet dat je een zondaar bent voor God? Door het eten van de verboden boom in het paradijs is die vrede en blijdschap er niet meer. Maar hier is een kribbe, een voerbak. Hier ligt Brood voor je hart. Als je in het geloof bij deze kribbe knielt, als je gelooft dat dit Kind de Zoon van God is, Die kwam om je schuld te dragen, dan vult Hij je hart met Zijn genade en vrede. Hij geeft je het leven, het eeuwige leven.
Wat is het stil buiten Bethlehem. Het is nacht. Maar als je goed luistert, hoor je het knetteren van een vuur. In de velden van Efratha die rond Bethlehem liggen, zijn schaapherders. Ze houden de nachtwacht over hun kudde. Ze zitten bij een vuur, dat hen verwarmt en wilde dieren op een afstand houdt. Het enige wat je hoort is het hout dat verbrandt en de schapen die soms wat bewegen. Soms wordt er zacht gepraat.
Maar dan wordt de stilte doorbroken! Er is een fel licht, dat op de herders valt. Wat een schrik en vrees! Daar staat een engel! Maar het is geen engel met een vlammend zwaard, zoals bij het paradijs, toen Adam en Eva daar weg moesten. Hier is een engel die komt met een blijde boodschap! “Vrees niet! Wees niet bang! Want zie, ik verkondig u grote blijdschap, die voor heel het volk zal zijn! De Zaligmaker is geboren, Jezus! De beloofde Messias. Het is Christus, de Heere. Hij is geboren in Bethlehem, de stad van David.”
En hoe wonderlijk mooi is dan wat de herders mogen zien en horen. Weg is de stilte, weg is de duisternis. De hemel gaat open. De hemel was opengegaan toen God Zijn Zoon neerlegde in de kribbe in Bethlehem. De hemel gaat opnieuw open. Duizenden engelen zijn er boven de velden van Efratha. Er klinkt een lied, een lofzang! God ontvangt de eer. “Ere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in de mensen een welbehagen.”
Wat is het stil in de stal, waar Maria en Jozef bij de kribbe zitten. Er klinken voetstappen. Haastige voetstappen. Voorzichtig kijkt iemand naar binnen. En dan ineens komen er mannen naar binnen. Schaapherders, zo te zien aan hun kleren. Zonder iets te zeggen, lopen ze naar de kribbe toe, waar Jezus ligt. Ze buigen diep voorover om het Kindje te kunnen zien. De engel had het gezegd: “Dit zal voor u het teken zijn: Gij zult het Kindeke vinden in doeken gewonden en liggende in de kribbe.” Het klopt. Hier ligt de Zaligmaker, de beloofde Verlosser. En wat is dan het enige wat je kunt doen, als je de Heere Jezus vindt? Knielen, buigen, klein worden en aanbidden. God prijzen en groot maken! De Heere danken voor Zijn grote liefde, voor het wonderlijke geschenk van Zijn Zoon! In deze voerbak ligt Brood voor hun hart. De duivel zal het niet winnen. Het eten van de boom in het paradijs was zo erg geweest. Maar nu geeft de Heere Zijn Zoon. Als je in Hem gelooft, zul je nooit meer honger hebben. Geen honger meer naar de zonde. Want Hij geeft je van het Brood des Levens. Hij geeft Zijn Zoon. Tot in de dood. Omdat wij de dood verdiend hadden. Hier, bij deze kribbe, is vrede. Hier is blijdschap voor een zondig mens.
-o-o-o-o-o-o-o-
Eens, dan komt het paradijs terug. Daar zal het niet meer stil zijn! Daar zal Gods lof klinken uit zoveel monden! Daar is geen kribbe meer, maar een troon. En Jezus zal op die troon zitten. Daar staat geen boom der kennis des goeds en des kwaads meer. Daar is de boom des levens. Met heerlijke vruchten. Verdiend door de Heere Jezus. Zie je daar Adam en Eva staan? Ze aanbidden de Heere Jezus op Zijn troon. Hij betaalde hun schuld, droeg hun straf. Daar staan Maria en Jozef. Het Kind dat zij in de kribbe legden, is nu de grote Koning. Daar zijn de herders. Ze buigen opnieuw, om hun Zaligmaker te eren en te prijzen. En hoor, hoe het lied van de engelen klinkt: “Ere zij God in de hoogste hemelen!” Kerstfeest, Christusfeest in het nieuwe paradijs. Kom, laten wij aanbidden, die Koning. Kom, Hij roept je. U is heden geboren de Zaligmaker, Welke is Christus, de Heere. Buig voor Hem. Vertel je zonden aan Hem. De voerbak is maar laag, daar kun je wel bij. Kom, er is nog plaats genoeg. Hier is het Kerstkind, hier is de Zaligmaker, de Redder van zondaren. Hier ben je welkom. Het grote Kerstfeest moet nog komen. Als je hier de Heere Jezus mag liefhebben, zul je daar ook bij zijn. Wat een vreugde zal dat zijn, voor altijd bij de Heere Jezus zijn en Hem aanbidden.
Achtergrondinformatie bij het Bijbelgedeelte
- Bethlehem
Bethlehem is in de Bijbel een stad in het stamgebied van Juda, ook Bethlehem-Juda en Bethlehem-Efratha genoemd.
De naam ‘Bethlehem’ (Hebr. Bet Lechem) betekent ‘broodhuis’, ‘huis des broods’. In Bethlehem Juda kwam de Zaligmaker, het ware Hemelbrood, ter wereld. Eerder was daar koning David geboren.
Bethlehem-Juda ligt 8 km, 2 uur van Jeruzalem zuidwaarts.
Als gehoorzaam burger geeft Jozef gehoor aan het bevel van de Romeinse overheerser en gaat op van het lager gelegen Nazareth in Galilea naar het hoger gelegen Bethlehem, om zich te laten inschrijven. Het betekent dat hij een afstand van zo’n 140 kilometer - dwars door het gebied van de Samaritanen heen - moet afleggen om op de plaats van bestemming te komen. Jozef gaat naar Bethlehem, omdat hij uit het huis en geslacht van David was. Bethlehem - een plaats zeven kilometer ten zuiden van Jeruzalem - was de plaats waar volgens de oudtestamentische Messiasverwachting de Messias geboren zou worden. Gewoonlijk slaat de aanduiding ‘de stad van David’ in het Oude Testament op de burcht Sion, de vesting die door David op de Jebusieten veroverd werd. Hier doelt Lukas met ‘de stad van David’ op de stad waar David geboren is, namelijk Bethlehem, ongetwijfeld om een verband te leggen tussen de geboorte van David en de geboorte van Jezus (als de ‘Zoon van David’), beiden in Bethlehem.
Maria ging met Jozef mee. Dat dit uitdrukkelijk wordt vermeld, kan betekenen dat bij deze inschrijving ook vrouwen werden geregistreerd. We kunnen dan vertalen: ‘om zich samen met Maria te laten inschrijven’. Maar bij Romeinse inschrijvingen was dat gewoonlijk niet het geval en volgens vers vier lag de reden om naar Bethlehem te gaan bij Jozef. Het is waarschijnlijker dat Jozef Maria met zich meenam omdat hij haar de hoon en schande wilde besparen die haar ten deel zou vallen wanneer hij haar in Nazareth achterliet. Als hij alléén naar Bethlehem zou gaan, zou het er alles van weg hebben dat hij zijn zwangere bruid in de steek liet. Het is heel goed mogelijk, dat Jozef en Maria wisten van de voorzegging dat de Messias uit Bethlehem zou voortkomen. Het zou goed kunnen dat ze daarom samen zijn gegaan, omdat ze daar Gods leiding in hebben gezien.
De herberg
Na de geboorte wikkelde Maria haar Kind volgens de gewoonte van die tijd in doeken - dat werd wel gedaan om de ledematen van het kind in de juiste vorm te houden - en legde Hem in de kribbe.
Pas nu wordt duidelijk onder welke primitieve omstandigheden Jezus geboren is, namelijk in een ruimte die - gezien de aanwezigheid van een voedertrog - gewoonlijk voor vee bestemd was. De verklaring daarvoor is dat er ‘voor hen geen plaats was in de herberg’. Bij het Griekse woord kataluma (letterlijk uitspanning) moeten we denken aan een herberg of karavanserai, waarin alle gasten in één grote gemeenschappelijke ruimte verbleven. In Lukas 22: 11 en Markus 14: 14 wordt hetzelfde woord gebruikt voor een bovenzaal. Zo’n ruimte is natuurlijk niet bepaald geschikt voor een bevalling. Zeker niet, wanneer die overvol is met andere gasten die ook voor de inschrijving naar Bethlehem kwamen. Omdat er in de herberg waar Jozef en Maria op dat moment zijn, geen geschikte ruimte is om de bevalling te laten plaatsvinden, moeten ze genoegen nemen met een bij de herberg behorende ruimte. In de schets is sober verteld over de herberg. Dit is een bewuste keuze, omdat Lukas 2:7 geen aanleiding geeft mee te gaan met allerlei geromantiseer over bijvoorbeeld een herbergier, die uit zou zijn op geld en daarom deze kennelijk arme mensen de deur wijst.
Belijdenisgeschriften
- Heidelbergse Catechismus
• Van God de Zoon en onze verlossing
o Zondag 11: vraag 29 en 30 (Jezus, Zaligmaker)
o Zondag 12: vraag 31 (Christus, Gezalfde)
o Zondag 14: vraag 35 en 36 (geboren uit de maagd Maria)
- Nederlandse Geloofsbelijdenis
• Artikel 10: De Godheid van Jezus Christus
• Artikel 18: Van de menswording van Jezus Christus
• Artikel 22: Van onze rechtvaardigmaking door het geloof in Jezus Christus
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 oktober 2023
Kompas Handleiding | 7 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 oktober 2023
Kompas Handleiding | 7 Pagina's