Handleiding 4: Daniël
Thema: Daniëls maaltijd in Babel
Toelichting op het thema
Dit jaar gaan de vertellingen over ‘Aan tafel!’, maaltijden in de Bijbel. In deze schets gaat het over Daniël in Babel. Hij wilde zich niet verontreinigen met eten aan het koninklijke hof, want dat kon aan de afgoden gewijd en onrein zijn.
Doel van de vertelling
In deze vertelling horen we hoe Daniël door genade vast mocht blijven houden aan zijn geloof in God. En aan het koninklijke hof blijkt hoe de Heere dit wilde zegenen. Daniël en zijn vrienden zagen er na de opleiding beter en gezonder uit, maar ze waren ook veel wijzer dan alle andere wijzen van de koning. De Heere zorgde voor Daniël en zijn vrienden. Let op de sleutelwoorden in Daniël 1: wat God doet en geeft. Vers 2: en de HEERE gaf. Vers 9: en God gaf. Vers 17: aan deze vier jongelingen nu gaf God. Benadruk dit richting de kinderen. In Daniël 1 lijkt op het eerste gezicht alles te draaien om de macht van Babel. Maar het is de HEERE Die alles doet en geeft. Zijn wil gebeurt.
Introductie van het thema voor de kinderen
Wat is wel goed voor je en wat is niet goed voor je om te eten? Een aantal kinderen wordt geblinddoekt. Ondertussen worden er een aantal gezonde en ongezonde etenswaren klaargelegd die de kinderen mogen gaan proeven (bijvoorbeeld chips, snoepjes, komkommer, tomaat, wortel, chocola). Praat er daarna met elkaar over welk eten hiervan wel en niet goed voor je is.
(Als je gebruik maakt van deze introductie, dan is er aan het einde van de vertelling een terugkoppeling te vinden om het onderscheid weer te geven waarom wij voor bepaald eten kiezen en waarom Daniël voor bepaald eten koos).
Zingen en lezen
Psalmen
• Psalm 119:3,5,53
• Psalm 4:4
• Psalm 81:12
• Psalm 32:4,6
• Psalm 90:8,9
• Psalm 145:5
Uit de bundel ‘Tot Zijn eer’:
• Lied 8 (Als ‘g in nood gezeten)
• Lied 12 (Beveel gerust uw wegen)
• Lied 43 (Heer’ wat wilt Gij dat ik doe)
• Lied 70 (Nooit kan ’t geloof te veel verwachten)
Lezen
Daniël 1 (Dit is een vrij lang gedeelte om te lezen, maar het hele hoofdstuk komt terug in de vertelling. Eventueel kunnen de kinderen die dat willen om de beurt een vers lezen.)
Kerntekst
Daniel 1: 8a Daniel nu nam voor in zijn hart dat hij zich niet zou ontreinigen met de stukken van de spijze des konings, noch met de wijn zijns dranks.
Vertelling
“Ja, jij gaat ook met ons mee!” Daniël schrikt, hij wordt vastgepakt. En of hij nu wil of niet, hij moet meelopen. Wat erg! Hij wil helemaal niet mee! Hij wil geen gevangene zijn! Maar wat kan hij beginnen tegen de soldaten van de koning? Hij is immers nog maar vijftien jaar? Hij kan het wel proberen, maar de soldaten zijn toch sterker. En voordat hij wat kan doen, staat hij al geboeid bij de andere jongens. Ze moeten mee naar het verre Babel. Koning Nebukadnezar heeft Jeruzalem veroverd. En hij heeft een van zijn belangrijke knechten, de kamerling Aspenaz, de opdracht gegeven om een aantal jonge prinsen mee te nemen naar zijn land. “Luister goed”, heeft Nebukadnezar gezegd, “het moeten prinsen zijn. Knappe jonge mannen, die slim zijn en er goed uitzien.” En daarom staat er nu een groepje jongens bij elkaar. Zij moeten mee. Weg van hun ouders, weg van hun vrienden en weg uit hun land.
Daniël probeert nog een keer achterom te kijken, om een glimp op te vangen van de stad waar hij is opgegroeid. Misschien kan hij nog één keer zijn vader of zijn moeder zien. Maar nee, daar klinkt het al: “Doorlopen!” Daniël kijkt weer voor zich. Misschien is er diep in zijn hart wel een gebed: “Heere, wilt U meegaan?”
Na een wekenlange reis komen ze in Babel aan. Daniël is benieuwd wat hem hier te wachten staat. Ze worden naar een mooi gebouw gebracht. Alles ziet er prachtig uit. Maar ze zijn toch gevangenen? Moeten ze dan niet in de gevangenis? Nee, Nebukadnezar heeft een heel ander plan met hen. Daarom heeft Aspenaz alleen maar knappe prinsen meegenomen. Er komt een man aanlopen. Aan zijn kleding kun je zien dat hij heel belangrijk is. “Ik ben Melzar de kamerling van de koning”, zegt hij. “Ik ga ervoor zorgen dat jullie een goede opleiding krijgen aan het hof van koning Nebukadnezar. Drie jaar lang zullen jullie les krijgen in geschiedenis, sterrenkunde, rekenen en nog andere belangrijke vakken.”
Nebukadnezar wil dat deze prinsen heel geleerd zullen worden en veel weten over Babel. De koning hoopt dat ze dan alles uit Jeruzalem zullen vergeten en helemaal Babylonisch worden. Dan kan de koning hen over een paar jaar goed gebruiken als hij invloed wil krijgen op de Joden.
Daar staan de vier Joodse jongens: Daniël, Hanánja, Misaël en Azárja. Daar staan ze bij het koninklijke hof in Babel. Ver weg van hun eigen land, ver weg van hun eigen familie. Maar gelukkig herinnert hun naam hen aan waar ze vandaan komen. Aan hun naam kan je horen dat ze Joden zijn. Dat ze de Heere, de God van Israël, dienen.
Maar dan vraagt Melzar: “Wat is jullie naam?” Daniël geeft als eerst antwoord: “Ik ben Daniël.” En ook zijn vrienden noemen hun naam. Melzar knikt. “Voor we beginnen met jullie opleiding, ga ik jullie eerst een andere naam geven. Jullie eigen naam mogen jullie niet meer gebruiken. Jullie zullen vernoemd worden naar onze goden, de goden van Babel.” Hij wijst naar Daniël. “Jij heet voortaan Béltzasar. En Hananja heet voortaan Sadrach. Misaël heet voortaan Mesach en Azárja zal Abed-nego heten.”
De jongens kijken elkaar verschrikt aan. Raken ze nu ook nog hun naam kwijt? De naam die ze van hun vader en moeder hebben gekregen? De naam die hen herinnert aan hun God? Worden ze nu vernoemd naar de afgoden van Babel? Er is een stil verdriet in hun hart. Maar Melzar is nog niet klaar met praten. “Jullie zullen heel goed verzorgd worden, het zal jullie aan niets ontbreken. Elke dag zullen jullie genoeg te eten en te drinken krijgen. Dat komt allemaal uit het koninklijk paleis. Want als jullie klaar zijn met jullie opleiding over drie jaar, dan wil de koning jullie zien. En dan moeten jullie er heel goed en gezond uitzien.”
Daar schrikt Daniël nog meer van. Dan moeten ze ook onrein vlees eten en ook dingen eten die aan de afgoden zijn geofferd! Dat mag helemaal niet! Dat wil ik helemaal niet! Want daarmee zal ik de Heere verdriet doen. In zijn hart bidt hij tot de Heere: “Wilt U ons helpen?”
Daniël kijkt Melzar aan. Zal hij wat durven zeggen tegen deze belangrijke man? Dan krijgt Daniël moed. “Wij willen leven naar de geboden van onze God. We willen Hem geen verdriet doen en we willen leven tot eer van Hem.” Daniël legt aan Melzar uit wat de wetten in Israël zijn. Dat ze geen onreine dieren mogen eten en ook niets mogen eten wat aan de afgoden is geofferd. Zou jij het durven? Als niemand om je heen de Heere kent en dient? Dat je dan toch gehoorzaam wilt blijven aan de Heere? Daniël zal er vast en zeker om gebeden hebben, denk je niet? Dat mag jij ook doen.
Melzar heeft aandachtig geluisterd naar Daniël. Hij voelt diep in zijn hart respect voor deze jongeman. Maar aan de andere kant voelt hij ook de opdracht en daarmee de verantwoordelijkheid die de koning hem gegeven heeft. Hij zal ervoor moeten zorgen dat deze jongens er over drie jaar goed uit zullen zien. En dat ze gezond zijn. Als hij die taak niet goed volbrengt, zal hij door de koning gestraft worden. Hij zal zelfs onthoofd kunnen worden. Hij legt het aan de jongens uit: “Ik vrees de koning die mij de opdracht heeft gegeven om jullie voortaan het eten voor te zetten. Als jullie dat niet zullen eten en er daardoor over drie jaar veel slechter uit zullen zien, dan krijg ik daarvan de schuld. Dat wil ik niet op mijn geweten hebben.” Daniël begrijpt dat het moeilijk is voor Melzar. Daarom zegt hij: “Probeer het dan tien dagen. Geef ons tien dagen water te drinken en groente en fruit te eten. En vergelijk ons dan met de jongens die wel het eten en drinken van de koning zullen nemen. Dan kunt u daarna kiezen welk eten het beste voor ons is.” Dat vindt Melzar goed. En zo zitten de vier vrienden elke dag aan tafel. Ze krijgen net als de andere jongens les. Ze leren veel over de sterren en over de geschiedenis van Babel. Als het etenstijd is, krijgt iedereen genoeg te eten. De anderen krijgen wijn en vlees, zoals de koning het ook eet. Maar de vier vrienden uit Jeruzalem krijgen elke dag groente, fruit en water. Het einde van de tien dagen komt in zicht. Wat zal Melzar ervan vinden? Wat zal hij zien?
Na tien dagen staan de jongens voor Melzar. Hij ziet gelijk het verschil. De vier vrienden zien er veel beter en gezonder uit dan de anderen! Hoe kan dat? De Heere zegent de vier vrienden. Zij vertrouwden op de Heere en geloofden dat Hij hen zou helpen. Dat doet de Heere altijd. Als je alleen komt te staan in het vertrouwen op God, laat Hij je niet alleen. Hij is er altijd. Nu Melzar hen ziet, durft hij het aan om voortaan de vier vrienden hun eigen eten voor te zetten.
De Heere zorgt voor Daniël en zijn vrienden. Hij zegent het eten dat ze elke dag krijgen. Hij zegent ook hun studie. Ze worden heel wijs. Na drie jaar moeten alle jongens bij koning Nebukadnezar komen. De koning wil zien hoe ze er uitzien en hij wil weten wat ze geleerd hebben. En wat blijkt? Daniel en zijn vrienden zien er nog beter uit dan de anderen. En wat hebben ze veel geleerd. Ze zijn zelfs wijzer dan de tovenaars en sterrenkijkers van de koning, ja wel tien keer zo wijs. De vrienden krijgen een baan aan het hof van de koning. Voortaan moeten ze de koning raad geven als hij belangrijke beslissingen moet nemen.
Wat kunnen wij veel leren van Daniël. Hij werd gevangengenomen en naar een ander land gebracht. Maar de Heere ging met hem mee. Alles werd van hem afgenomen, zelfs zijn eigen naam. Maar hij mocht dicht bij de Heere leven. Het geloof in zijn God was diep in zijn hart. Dat konden ze niet afpakken. En midden tussen alle verleidingen aan het koninklijke hof mocht Daniël vasthouden aan zijn geloof. Het was de Heere Die hem vasthield, Die hem ervoor bewaarde dat hij mee ging doen met de zonden die hij zag in het paleis. Die hem kracht gaf, zodat hij tegen de knecht van de koning durfde te zeggen dat ze liever ander eten zouden krijgen. En dat heeft de Heere gezegend. Zo mogen wij ook alles van de Heere verwachten. We mogen bidden tot Hem. Hij heeft Daniël en zijn vrienden zo rijk willen zegenen. En Hij is gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid.
(Mocht je gebruik hebben gemaakt van de introductie op het thema: dan kan je er hier op terugkomen). We hebben aan het begin van de middag/avond gezond en ongezond eten geproefd. Vaak vinden wij ongezonde dingen wel lekker. Maar we weten ook allemaal dat gezond eten beter voor ons is. Toch koos Daniël niet om die reden voor dit eten. Maar hij koos ervoor om de Heere te blijven dienen. Hij wilde niet het eten wat aan de afgoden geofferd of onrein kon zijn. Hij wilde leven tot eer van God. En daarom koos hij ervoor om geen vlees te eten. Want dan wist hij zeker dat hij geen onrein eten zou krijgen.
Achtergrondinformatie bij het Bijbelgedeelte
Het Bijbelboek Daniël is geschreven door Daniël. Dat blijkt uit de ik-vorm die vaak in het boek voorkomt. De naam Daniël betekent ‘God is mijn rechter’. Hij komt uit een koninklijk geslacht. Daniël is een veelbelovende jonge Joodse man als hij in 605 voor Christus wordt weggevoerd naar Babel. Daniël leefde ongeveer van 619 tot 536 voor Christus. Hij schreef zijn profetie tijdens de ballingschap in Babel.
Babel
Babel of Babylon is de hoofdstad van het Babylonische rijk. Dwars door de stad stroomt de rivier de Eufraat. De stad is omringd door een metershoge en kilometerslange muur. De poorten van de stad zijn vernoemd naar de verschillende Babylonische goden. De stad maakt een bloeiperiode door tijdens de regering van koning Nebukadnezar (Dan. 1-4). Babylon wordt beschouwd als onoverwinnelijk. Dat blijkt niet zo te zijn. In 539 voor Christus veroveren de Perzen de stad (Dan. 5).
Ballingschap
Bij een ballingschap wordt een deel van de bevolking naar het land van de bezetter weggevoerd. Dat wordt ook wel deportatie genoemd. Denk maar aan de Tweede Wereldoorlog, toen Hitler heel veel Joden deporteerde naar kampen. Ook een groot deel van Israël is in ballingschap gegaan. De wegvoering in de Babylonische ballingschap voltrok zich in verschillende fasen. In 605 voor Christus vond de eerste wegvoering plaats (zie 2 Kon. 24:1-4 en Dan. 1:1-4). Met deze eerste wegvoering zijn Daniël, Hananja, Misaël en Azarja naar Babel gebracht. Zij zijn op dat moment nog tieners en nakomelingen van David. Nebukadnezar wil deze jonge Joodse prinsen opleiden aan het hof in Babel om invloed te krijgen op de Joodse adel. Deze opleiding duurt drie jaar. Daarna treden ze in dienst van koning Nebukadnezar. De wegvoering van jonge mannen naar Babel is door Jesaja al voorzegd (Jes. 39:7).
Naamsverandering van Daniël en zijn vrienden
Omdat hun Joodse namen herinneren aan namen van de God van Israël, krijgen ze in Babel nieuwe namen die verwijzen naar de goden van Babylon.
• Daniël (God is mijn Rechter) -> Béltsazar (Moge Bel het leven van de koning beschermen) • Hananja (De Heere is genadig) -> Sadrach (Bevel van Aku) • Misael (Wie is wat God is?) -> Mesach (Wie is als Aku?) • Azarja (De Heere heeft geholpen) -> Abed-nego (Dienaar van Nebo)
Rein en onrein eten
Daniël en zijn vrienden weigeren voedsel, omdat het eerst aan de Babylonische afgoden is gewijd. Volgens de Joodse wetten is het daarom onrein. Ook wordt niet gelet op het onderscheid tussen reine en onreine dieren (zie Lev. 4 en 14). Daniël en zijn vrienden willen heilig leven en niet opgaan in de leef- en eetgewoonten van Babel. Daarom vragen ze of ze alleen van het gezaaide mogen eten.
Belijdenisgeschriften
Heidelberse Catechismus
Zondag 34 vr./antw. 94
Zondag 44
Belijdenis de geloofs artikel 13
Antwoorden bij de werkboekjes
Antwoorden bij werkboekje -10
Weet je het nog?
1. Naar welk land werd Daniël weggevoerd? Babel
2. Hij krijgt daar een opleiding aan het koninklijke …? Hof
3. Welke naam kreeg hij daar? Beltsazar
4. Daniël wilde leven tot eer van …? God
5. Hoeveel vrienden had Daniël aan het hof? Drie
6. Welke koning regeerde in Babel? Nebukadnezar
7. Hoeveel dagen mochten ze het eten eerst proberen? Tien
8. Hoeveel jaar duurde de opleiding? Drie
9. Daniël en zijn vrienden zagen er …… uit. Gezond
Oplossing: God zegende Daniel
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16
Om over na te praten:
1. Daniël werd weggevoerd naar Babel. Hij moest ver bij zijn stad vandaan, ver bij zijn familie vandaan. Maar wat droeg hij mee in zijn hart? Zijn geloof in God. De Heere die voor hem zorgt en met hem gaat, overal waar Daniël heen moet.
2. Waarom is het dapper van Daniël dat hij tegen de knecht van de koning durfde te zeggen dat hij liever niet het eten wilde dat ze aan het hof kregen? Hoe kon hij dat doen? Wat betekent dat voor jou? Omdat hij in een vreemd land was en ook nog een gevangene was. Verder diende niemand aan het hof de Heere. De Heere gaf hem daarvoor de moed. Dat je de Heere altijd om hulp mag vragen. En dat de Heere je altijd wil helpen.
3. Waarom was het voor de knecht van de koning heel moeilijk om naar Daniël te luisteren? Als na drie jaar zou blijken dat Daniël en zijn vrienden er niet zo goed uit zouden zien, dan zou Melzar daar de doodstraf voor kunnen krijgen. Daaruit blijkt ook dat Melzar veel om Daniël gaf.
4. Als jij voelt dat je iets niet mag, omdat je er de Heere verdriet mee zult doen, wat doe je dan? Bidden om kracht. Zeggen dat je het niet mag, omdat je christen bent. Zeggen dat je de Heere geen verdriet wilt doen.
5. Wat kunnen wij leren van Daniël? Dat we altijd mogen en moeten doen wat de Heere van ons vraagt. En dat de Heere het wil zegenen als we in Zijn wegen mogen wandelen. Ook als we tegen de stroom in moeten gaan. Met God ben je altijd in de meerderheid.
Doolhof
Oplossing: Daniël en zijn vrienden dienden de Heere
Rebus
Oplossing: Doe uw mond wijd open en Ik zal hem vervullen Deze tekst staat in Psalm 81. Deze tekst betekent voor ons dat we mogen en moeten bidden. En dat de Heere wil horen. Dat Hij ons op het gebed wil geven, mild en overvloedig. In de Bijbel lezen we over Daniël dat hij ook steeds weer bad tot de Heere. En de Heere hielp hem en zegende hem.
Antwoorden bij werkboekje +10
Weet je het nog?
1. Naar welk land werd Daniël weggevoerd? Babel
2. Hij krijgt daar een opleiding aan het koninklijke …? Hof
3. Welke naam kreeg hij daar? Beltsazar
4. Daniël wilde leven tot eer van …? God
5. Hoeveel vrienden had Daniël aan het hof? Drie
6. Welke koning regeerde in Babel? Nebukadnezar
7. Hoeveel dagen mochten ze het eten eerst proberen? Tien
8. Hoeveel jaar duurde de opleiding? Drie
9. Daniël en zijn vrienden zagen er …… uit. Gezond
Oplossing: God zegende Daniel
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16
Om over na te denken
Wat doet deze oranje vis? Hij zwemt tegen de stroom in. Hoe zien we dit terug in het leven van Daniël? Hij wil niet hetzelfde eten als de anderen aan het hof en vertelt dit ook eerlijk aan de knecht van de koning. Terwijl niemand aan het koninklijke hof de Heere dient, doet Daniël dit wel en hij komt er ook voor uit.
Is het makkelijk wat deze vis doet? Nee, het zou makkelijker zijn om met de anderen mee te zwemmen.
Wat betekent dit in jouw leven? Dat je eerst van dood levend gemaakt moet worden, anders drijf je als een dode vis met de rest mee. Alleen een levende vis kan tegen de stroom in zwemmen! Het is ook niet altijd makkelijk om voor je christenzijn uit te komen. Maar de Heere wil helpen, dat zagen we ook bij Daniël.
Kan je voorbeelden bedenken wanneer jij tegen de stroom in moest gaan? Hier kunnen veel voorbeelden gegeven worden, denk aan: waarschuwen als je iemand hoort vloeken, je vrienden willen kattenkwaad uithalen, maar jij wilt niet meedoen, voor je eten bidden in een restaurant, enz. Onderstreep nogmaals dat je van nature geestelijk dood bent en meedrijft met de stroom mee. En dat je alleen tegen de stroom in kunt zwemmen als je levend gemaakt bent (noodzaak en wonder van wedergeboorte).
Doolhof
Oplossing: Daniel en zijn vrienden dienden de Heere.
Rebus
Oplossing: Doe uw mond wijd open en Ik zal hem vervullen Deze tekst staat in Psalm 81. Deze tekst betekent voor ons dat we mogen en moeten bidden. En dat de Heere wil horen. Dat Hij ons op het gebed wil geven, mild en overvloedig. In de Bijbel lezen we over Daniël dat hij ook steeds weer bad tot de Heere. En de Heere hielp hem en zegende hem.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 2023
Kompas Handleiding | 19 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 september 2023
Kompas Handleiding | 19 Pagina's