Handleiding 1: Het grote avondmaal
Jaarthema: Aan tafel
Van de redactie
Aan tafel! Deze roep hoor je regelmatig in gezinnen. Tijd om te gaan eten, tijd voor de gezamenlijke maaltijd. In de Bijbel komen ook tal van maaltijden voor. Daarover ga je dit seizoen met de kinderen in jouw gemeente nadenken. De eerste twee nummers van Kompas gaan over de koninklijke bruiloft en over de meest indrukwekkende maaltijd die we in de Bijbel vinden: het Heilig Avondmaal.
In deze handleiding vind je de gebruikelijke vertelschets en antwoorden van opdrachten in de werkboekjes. Nummer 2 heeft een iets andere opzet: het is een Bijbelstudie. Voorbereiding van een verenigingsmiddag of -avond is altijd belangrijk, maar zeker bij het themanummer over het Heilig Avondmaal. Niet alleen omdat het een teer onderwerp is, maar ook omdat Bijbelstudie met jonge kinderen een goede voorbereiding vereist. Uiteindelijk gaat het niet om de vereniging of de club, maar om het Woord van God. Van harte zegen toegewenst bij het bestuderen van en het nadenken over de Bijbelse boodschap van zonde en genade!
Namens de redactie,
Evert Barten
Toelichting op het thema
Dit jaar gaan de schetsen over maaltijden in de Bijbel. Vandaar het jaarthema: ‘Aan tafel’. Deze schets gaat over de gelijkenis van het grote avondmaal die de Heere Jezus vertelde toen Hij in huis was bij een overste van de Farizeeën.
Aanleiding voor de gelijkenis
De Heere Jezus heeft net hiervoor de genodigden een gelijkenis verteld over de laagste plaats aan tafel (niet hoogmoedig zijn, maar nederig.) Direct daarna heeft Hij hen geleerd om bij het houden van een maaltijd niet iets terug te verwachten of dit uit eerzucht te doen, maar dat het veel beter is om armen, verminkten, kreupelen en blinden uit te nodigen. Dit staat beschreven in Lukas 14:1-14. Hierop reageert een van de genodigden met de opmerking: Zalig is hij, die brood eet in het Koninkrijk Gods. Hierop antwoordt de Heere Jezus met het vertellen van de gelijkenis van het grote avondmaal.
Let op: Verwar deze gelijkenis niet met de gelijkenis uit Mattheüs 22:1-14, waar het gaat over een koninklijke bruiloft. Deze gelijkenissen hebben zeker overeenkomsten, maar ook verschillen.
Doel van de vertelling
We willen de kinderen met deze vertelling leren dat de (uit)nodiging van de Heere tot ons allemaal komt, maar in het bijzonder tot hen die de Bijbel goed kennen. Alle mensen die het Woord van God horen, worden genodigd om in Hem te geloven en zich te bekeren. Elke dag als we in de Bijbel lezen of eruit horen vertellen, roept de Heere ons: Bekeer je, want waarom zou je sterven? Het is onze eigen schuld als we niet willen luisteren naar deze liefdevolle uitnodiging van God, Die ons behoud op het oog heeft.
Introductie van het thema voor de kinderen
Neem naar de clubavond een ‘Save-the-date kaart’ mee of een uitnodiging voor een jubileum/feest(je).
Je wordt uitgenodigd. Samen met je ouders, (broers en zussen) mag je komen. Al een paar weken van tevoren heb je een uitnodiging/kaart gekregen met de datum erop. Die datum moeten jullie vrijhouden.
? Hoe zouden de bruid en bruidegom/ of je vriend(in) reageren als je op het laatste moment laat afweten omdat je zegt dat je het te druk hebt?
? Zou jij dat doen als je uitgenodigd was door je beste vriend(in)? Of als het een bruiloft van je broer of zus was?
? Waarom zou je dat niet doen? Waar heeft dat mee te maken?
(Antwoord: met liefde. Als je veel om iemand geeft of je houdt van iemand, sla je zo’n uitnodiging niet af. Je wil dat dan ook niet. Je wil dan graag komen).
Daarover gaat het in de gelijkenis die de Heere Jezus vertelt.
Zingen en lezen
Zingen
Psalm 33:6
Psalm 65:2
Psalm 81:13,14
Psalm 95:4, 5
TZE 117: Zoekt eerst het Koninkrijk van God
TZE 69: Neem mijn leven, laat het Heer
Lezen
Lukas 14:12-24
Kerntekst
Lukas 14:23b Dwing hen in te komen, opdat mijn huis vol worde.
Vertelling
Het is sabbat. In het huis van de overste van de Farizeeën zit een aantal mensen. Ook de Heere Jezus is er. De genodigden hebben zojuist naar Hem geluisterd. Hij heeft een zieke genezen. En dat op de sabbat! “Jullie halen toch ook je dier uit de sloot als het op de sabbat daarin valt? Zou je dan niet een zieke op de sabbat mogen helpen en genezen?” Ze weten niet goed wat ze op Jezus’ woorden zeggen moeten. Ze zijn stil.
Jezus heeft gezien hoe ze een plaats opzochten toen ze binnenkwamen. Ze wilden graag de beste plek. Maar Jezus leert hun dat het beter is om de minst belangrijke plaats in te nemen als je uitgenodigd bent op een maaltijd. Hoog denken van jezelf is niet goed. Het brengt je niet bij God. Wees nederig en neem de minst eervolle plaats aan tafel. Geef de beste plaats maar aan een ander.
De overste van de Farizeeën heeft het ook gehoord. Hij heeft Jezus in zijn huis genodigd voor een maaltijd. Hij en de andere Farizeeërs zijn nieuwsgierig naar de woorden van Jezus. Ze willen Hem weleens wat langer en dan van dichtbij horen spreken. Daarom is Jezus nu in het huis van de Farizeeër. Hij zit aan tafel. Jezus kijkt naar hen. Maar Hij ziet meer dan alleen hun wantrouwende gezichten. Hij kijkt in hun hart. Hij weet wat ze denken. Hij weet dat ze niets van Hem moeten hebben. Jezus praat verder.
Hoor eens? Wat zegt Hij nu? De genodigden luisteren. “Wanneer gij een middag- of avondmaal zult houden, zo roep dan niet uw vrienden, uw broeders, of uw rijke buren. Want dat doet u misschien wel om er zelf beter van te worden. U doet dat misschien wel om er aanzien en eer van te krijgen. U verwacht dan om zelf weer uitgenodigd te worden. Maar dat is niet goed. U wilt misschien nog een betere maaltijd klaarmaken dan uw vrienden. Nee, nodig de armen maar uit. Zij kunnen niets teruggeven. Als je zo doet, zul je genade ontvangen en zul je pas werkelijk rijk zijn. God zal je zegenen. Als Gods Koninkrijk komt, zul je daarbij mogen zijn.”
Eén van de genodigden die ook naar de woorden van de Heere Jezus heeft geluisterd, zegt opeens: “Zalig is hij die brood eet in het Koninkrijk Gods.” Wat ben je gelukkig als je in het Koninkrijk van God zal mogen zitten en daar brood zal mogen eten.
Jezus hoort het. De farizeeën vinden het zo vanzelfsprekend, dat zij daarbij zullen zijn.
Maar is dat zo? Hij gaat hen er een gelijkenis over vertellen. Laten we meeluisteren...
Het is een geweldige drukte in het huis van de heer. Hij wil een grote avondmaaltijd maken en veel gasten uitnodigen. De knechten hebben genoeg te doen. Ze lopen af en aan. Wat moet er veel geregeld worden! Over enkele dagen is het al zover. Dan houdt hun heer een grote maaltijd met veel gasten. De gasten zijn al van tevoren uitgenodigd. Ook dat hebben de knechten gedaan. De mensen die voor de maaltijd moeten zorgen, hebben het heel druk. Alles moet goed verzorgd zijn. En alles moet op tijd klaar zijn. Als dan eindelijk alles klaar is, dan mogen de genodigden op het feest komen. De heer stuurt een knecht om hen te roepen. De genodigden mogen komen. Alles is gereed.
Als de knecht bij de eerste mensen komt die uitgenodigd waren, roept hij het uit: “Kom nu! Alles is klaar! Alles voor de maaltijd staat gereed!” Maar, wat is dat? De genodigden willen niet komen! Ze schudden hun hoofd. Ze hebben veel te veel andere dingen te doen. Ze hebben geen tijd. Of... hebben ze geen zin? “Het spijt me heel erg”, zegt iemand, “ik heb net een akker gekocht. Ik moet er echt heen om te kijken of alles er goed bij ligt. Ik verontschuldig me. Ik kan nu niet komen”.
Wat is dat vreemd. Hij wist toch van de maaltijd af? Hij kan toch ook morgen naar die akker gaan kijken? Is die akker dan belangrijker dan de uitnodiging voor de maaltijd?
De knecht komt bij de volgende genodigde. De uitnodiging klinkt weer: “Kom nu, alles staat klaar. Al het eten is klaargemaakt. De tafels staan vol. Kom!” Maar ook deze man verontschuldigt zich. “Ik kan helaas niet komen, want ik heb juist nieuwe ossen gekocht en ga vandaag proberen of ze hun werk goed kunnen doen. Ik kan nu niet komen. Geef het maar door dat het me heel erg spijt.”
Is het bij deze genodigde ook al zo? Hij kan toch ook morgen zijn werk met de ossen doen? Zijn die ossen dan belangrijker?
Weer gaat de knecht zonder resultaat weg. Ook deze genodigde gaat niet mee. Dan gaat hij naar de derde. Maar ook die steekt zijn armen in de lucht en roept: “Ik ben pas getrouwd, en daarom kan ik echt niet komen! Ik heb nu geen tijd!”
Deze genodigde verontschuldigt zich niet eens! Hij zegt alleen dat hij geen tijd heeft. Is dat zo? Hij heeft geen zin om te gaan. Hij blijft liever thuis.
Wij worden ook uitgenodigd. Lees maar in de Bijbel. Komt, kinderen, hoort naar Mij! En Mijn zoon, mijn dochter, geef Mij uw hart en Komt allen tot Mij en Ik zal u rust geven. Hoor je dat? Dat zijn allemaal uitnodigingen van de Heere voor jou. De Bijbel staat er vol van. Wat doe je met die uitnodigingen? Leg je ze naast je neer? Misschien denk je ook wel: nu heb ik echt geen tijd, ik moet eerst dit of eerst dat doen. Zijn de dingen van deze wereld voor jou ook belangrijker dan de uitnodiging van de Heere?
Daar gaat de knecht. Hij moest de gasten gaan halen, maar niemand wil mee. Ze hebben het allemaal te druk met andere dingen. Met hun werk, met hun gezin en met van alles en nog wat. Hij gaat alleen terug naar het huis van zijn heer. “Heer”, zegt hij, “er wilde niemand mee. Ze hebben allemaal andere dingen te doen die ze belangrijker vinden dan naar uw avondmaal te komen”.
Wat wordt de heer boos! “Deze mensen heb ik van tevoren uitgenodigd. Ze wisten dat ik een maaltijd ging houden. Ze hadden er rekening mee kunnen houden, maar hebben dat niet gedaan. Nee, ik zal ze niet nog een keer roepen. Ik zal nu andere mensen uitnodigen.” Hij zegt tegen zijn knecht: “Ga naar de stad en zoek in de straten en wijken naar armen, verminkten, kreupelen en blinden. Breng hen hier binnen. Neem die mensen mee. Zij mogen met mij eten”.
Daar gaat de knecht weer. Hij doet wat de heer hem opgedragen heeft. En het gaat goed. De blinden geven hem een hand en gaan mee. De knecht brengt hen binnen in de eetzaal. De kreupelen worden gedragen. Ze mogen allemaal binnen komen. Dan kan de knecht geen mensen meer vinden. Maar er is nog wel plaats aan de tafel. “Heer”, zegt hij, “ik heb gedaan wat u zei, maar de tafel is nog niet vol. Er is nog plaats.” “Ga dan buiten de poorten van de stad zoeken in de heggen en struiken. Misschien vind je daar nog mensen. Nodig hen uit! En als ze niet durven of kunnen, dwing ze dan om mee te gaan. Zeg maar dat alles klaar staat! Roep ze, want ik wil dat mijn huis vol wordt. Ik wil dat alle plaatsen bezet zullen zijn!”
Buiten de poort… in de heggen en de struiken, daar wonen de allerarmsten. Mogen die ook komen? De bedelaars, de dieven? Ja, juist zij worden uitgenodigd. Wat een wonder! Ze hebben niets om mee te nemen. Mogen ze zo vuil en arm straks wel naar binnen? Ja, de heer zegt het. En als ze het niet durven, dan moet de knecht ze dwingen om te komen. Want de maaltijd zal doorgaan!
Hoe arm, hoe vuil, hoe ze er ook uitzien, welke huidskleur ze ook hebben… dat maakt niet uit. Alle soorten mensen mogen komen. Want de heer heeft gezegd dat zijn huis vol moet komen!
En kijk… ze komen!
Het is stil in het huis van de Farizeeër. De woorden van de Heere Jezus zijn duidelijk. “Niemand van de eerste genodigden zal meer binnen kunnen komen. Ze zullen niet mee mogen eten. Het is nu te laat. Deze genodigden waren het niet waard”.
De farizeeërs hebben geluisterd. Jezus heeft hen gewaarschuwd. Niemand van de mensen die de uitnodiging afsloeg, zal nog binnenkomen. Hij, De Heere Jezus Zelf, nodigt. Begrijpen ze waarom Jezus deze gelijkenis aan hen vertelt?
De heer in de gelijkenis is God in de hemel. En de Heere Jezus is Zijn Knecht, Die naar deze wereld is gekomen om mensen, zondaren te roepen. De eetzaal is de hemel. De Heere wil mensen zalig maken en in de hemel brengen. De Heere Jezus is naar deze aarde gekomen. Hij heeft geroepen: “Het is volbracht!” Alles is gereed. Daar had God Zelf voor gezorgd. Het Lam is geslacht! Hoor dan Zijn stem! Nog steeds roept Hij je. Hij nodigt je uit. Kom! Ga tot Hem met al je zonden, want alle dingen zijn gereed! Hoor je Zijn stem? Elke keer als je over Hem hoort vertellen, roept Hij je. Elke dag als je uit de Bijbel leest, roept Hij je nog een keer. Ga maar als een arme, blinde, kreupele. Het maakt niet uit wie je bent. Hoe erg je gezondigd hebt. Iedereen wordt genodigd. De Heere is het zo waard.
Heb je het druk? Heb je geen tijd of geen zin? Denk dan aan de gelijkenis. Jezus was zelfs in het huis van een Farizeeër gekomen om samen te eten. En Hij zwijgt niet, nee, Hij roept hen elke keer op om in Hem te geloven. Jezus nodigt hen ook nu, tijdens deze maaltijd uit. Hij roept hen tot de zaligheid, maar ze willen niet komen. Ze geloven niet. Wat erg.
Als ze nu de uitnodiging van de Heere Jezus afslaan, dan zitten ze straks niet aan de tafel in het Koninkrijk van God. Dan is het te laat. Als zij Hem nu verwerpen, zal Hij hen straks verwerpen. Ze denken goed van zichzelf.
Deze vrome, godsdienstige mannen hebben uiteindelijk de Heere Jezus niet nodig. Dan zullen de mensen die er volgens de farizeeën niet bij horen hun plaatsen innemen. Dan zullen tollenaren, zondaren en Samaritanen in hun plaats aanzitten. En dan nog zijn er plaatsen over. Dan zullen de heidenen komen, in de plaats van die mannen, die het Woord van de Heere zo goed kennen, maar er niet naar wilden luisteren. De Heere Jezus geeft ook deze heidenen een plaats.
En jij? Omdat Hij nu voor alles gezorgd heeft, kan het! Er is nog plaats! Zelfs voor de mensen die het ergst gezondigd hebben. Zie je hem zitten? Levi? Een tollenaar… een zondaar. Zie je hem zitten? David? Een moordenaar… een zondaar. Ze zijn ingegaan in het Koninkrijk van God: Lazarus, Bartimeüs, Petrus, Manasse…. Door Zijn genade mogen ze daar aanzitten. Ze mogen eeuwig feestvieren in de hemel. Zonder pijn, zonder verdriet, Hem eeuwig alle lof en eer toezingen, Die Hij zo waard is. Ze mogen altijd bij Hem zijn, Die hen genodigd heeft, hoe vuil en arm ze ook waren. Wat een wonder. Hoor jij daar ook al bij? Hoor… Hij roept! Hij nodigt! Ga dan nu en stel het niet uit. Alles is gereed!
Als jij Zijn stem dan nu hoort,
Geloof Zijn heil- en troostrijk woord,
Verhard je niet, maar laat je leiden.
(Naar Psalm 95:4b)
Achtergrondinformatie bij het Bijbelgedeelte voor leidinggevenden
De evangelieverkondiging aan de heidenen
In deze gelijkenis voorzegt de Heere Jezus dat het Evangelie van de Joden, voor wie het in de eerste plaats bestemd is en blijft, naar de heidenen zal gaan. De vervulling van deze profetie kunnen we lezen in het boek Handelingen, waar Paulus en Barnabas tegen de Joden spreken: Het was nodig dat eerst tot u het Woord Gods gesproken zou worden; doch nademaal gij hetzelve verstoot en uzelf het eeuwige leven niet waardig oordeelt, zie, wij keren ons tot de heidenen. Want alzo heeft de Heere geboden, zeggende: Ik heb u gesteld tot een licht der heidenen, opdat gij zoudt zijn tot zaligheid, tot aan het uiterste der aarde. Als nu de heidenen dit hoorden, verblijdden zij zich en prezen het Woord des Heeren; en er geloofden zovelen als er verordineerd waren tot het eeuwige leven. (Handelingen 13:46-48). En: Het zij u dan bekend, dat de zaligheid Gods den heidenen gezonden is en dezelve zullen horen (Handelingen 28:28).
De evangelieverkondiging aan Israël
We moeten deze gelijkenis (en ook andere) niet zo verstaan dat God Israël voortaan voorbijgaat en het heil alleen voor de heidenen bestemd is. Het Evangelie moet aan alle volken verkondigd worden, of dat nu Joden of heidenen zijn, zij het wel eerst en vooral aan de Joden, omdat zij de oudste rechten hebben. En dat niet enkele malen, maar altijd weer. Wie beweert dat evangelieverkondiging of zending onder de Joden niet nodig of niet gewenst is, dwaalt. Dan zou het ook voor ons niet meer nodig zijn en zouden we de kerkdeuren wel kunnen sluiten.
Het behoud van Israël
Hij is gekomen tot het Zijne en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen. Maar zovelen Hem aangenomen hebben, die heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven (Johannes 1:11 en 12). Ook in deze tijd en in alle eeuwen daarna zijn er veel Joden die de Heere Jezus wel aannemen als hun Messias: vele tollenaren, zondaren, ook Farizeeërs, en de duizenden op de pinksterdag en nog vele duizenden daarna.
Gods beloften in Christus worden aan Israël vervuld: Want die zijn niet allen Israël die uit Israël zijn (Romeinen 9:6). Alzo is er dan ook in deze tegenwoordige tijd een overblijfsel geworden naar de verkiezing der genade (Romeinen 11:5). Hetgeen Israël zoekt, dat heeft het niet verkregen: maar de uitverkorenen hebben het verkregen en de anderen zijn verhard geworden (Romeinen 11:7).
Verachting van het evangelie
Hoewel deze gelijkenis in eerste instantie slaat op het volk Israël, dat merendeels het Evangelie veracht, slaat het niet minder op alle ‘christenen’ die het Evangelie wel kennen en horen, maar niet gehoorzamen. Zij vallen ook onder hetzelfde oordeel als de genodigden die geen gehoor gaven aan de oproep: ‘Kom nu!’ Als iemand de Wet van Mozes heeft tenietgedaan, die sterft zonder barmhartigheid onder twee of drie getuigen. Hoewel te zwaarder straf, meent gij, zal hij waardig geacht worden, die den Zone Gods vertreden heeft, en het bloed van het testament onrein geacht heeft, waardoor hij geheiligd was en den Geest der genade smaadheid heeft aangedaan? Want wij kennen Hem, Die gezegd heeft: Mijn is de wrake, Ik zal het vergelden, spreekt de Heere. En wederom: De Heere zal Zijn volk oordelen. Vreselijk is het te vallen in de handen van de levende God (Hebreeën 10:28-31).
Roeping
Allen die het Evangelie horen, worden persoonlijk door de Heere Jezus geroepen tot de zaligheid. Ook al wordt het Evangelie door gewone mensen verkondigd, van elke dienaar van Christus geldt: Wie u hoort, die hoort Mij; en wie u verwerpt, verwerpt Mij; en wie Mij verwerpt, die verwerpt Degene Die Mij gezonden heeft (Lukas 10:16).
In Mattheüs 22:14 staat: Velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren. In verhouding tot het grote aantal dat geroepen is, zal het een klein gedeelte zijn wat op Zijn roepstem heeft geloofd (zie ook Dordtse Leerregels artikel 6).
God nodigt ons tot Zijn heil. Lees Jesaja 55: O, alle gij dorstigen, komt tot de wateren, en gij die geen geld hebt, komt, koopt en eet, ja komt, koopt zonder geld en zonder prijs, wijn en melk… (vers 1) en: Zoekt den Heere, terwijl Hij te vinden is; roept Hem aan, terwijl Hij nabij is’ (vers 6).
Verontschuldiging
Opmerkelijk in de gelijkenis is, dat allen die de heer (God) roept, zich verontschuldigen. Ze vinden hun aardse bezigheden en leven belangrijker dan het hemelse leven. De een heeft het druk met zijn werk, de ander weer met zijn vrouw. De een verontschuldigt zich beleefd, de ander grof. De een doet voorkomen alsof hij wel belangstelling heeft voor het Evangelie, maar komt het hem nu niet gelegen. De ander interesseert het helemaal niets. De allerergste verontschuldiging van de mens zijn de uitvluchten: “De mens kan er toch niets aan doen. Hij kan zichzelf niet bekeren. Het is een gave van God.”
Deze verontschuldiging komt nergens in de Bijbel voor. Als we de verkiezing gaan gebruiken als argument, gaan we zo ons verontschuldigen. We leggen dan de roeping naast ons neer. Maar wat we ook voor een verontschuldiging hebben, het komt uiteindelijk op hetzelfde neer: Zij wilden niet komen. (Mattheüs 22:3). En: Gij wilt tot Mij niet komen, opdat gij het leven moogt hebben (Johannes 5:40). Het is daarom onze eigen schuld als we verloren gaan. De Heere Jezus zegt Zelf: Ik ben de Deur; indien iemand door Mij ingaat, die zal behouden worden (Johannes 10:9). Als iemand het Evangelie verwerpt, doet hij de deur van het koninkrijk van God zelf dicht. Als we het Evangelie niet verwerpen, komt de nodiging steeds weer tot ons, zoals bijvoorbeeld in Spreuken 9:1-6: … Zij nodigt… Komt, eet van Mijn brood, en drinkt van den wijn, die Ik gemengd heb. Verlaat de slechtigheden en leeft! Zo lang wij leven, roept God ons. God wil ook niet dat wij verloren gaan.
Verwijzing naar de belijdenisgeschriften
Dordtse Leerregels Hoofdstuk 2 artikel 5: Voorst is de belofte des Evangelies, dat een iegelijk die in den gekruisigde Christus gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe; welke belofte aan alle volken en mensen tot welke God naar Zijn welbehagen Zijn evangelie zendt, zonder onderscheid moet verkondigd en voorgesteld worden, met bevel van bekering en geloof.
Dordtse Leerregels Hoofdstuk 2 artikel 6: Doch dat velen, door het Evangelie geroepen zijnde, zich niet bekeren, noch in Christus geloven, maar in ongeloof vergaan, zulks geschiedt niet door gebrek of ongehoorzaamheid van de offerande van Christus aan het kruis geofferd, maar door eigen schuld.
Lees ook eventueel ter voorbereiding van de avond Hoofdstuk 2 artikel 7 en 8 over de verkiezing.
Antwoorden bij werkboekje -10
Weet je het nog?
1. Een heer maakte een grote …. (antwoord: maal + tijd) 2. Hij nodigde veel … (antwoord: gas+ ten) 3. De eerste genodigde had het druk met zijn … (antwoord: ak + ker) 4. De tweede genodigde had net nieuwe … gekocht (antwoord: os + sen) 5. De derde genodigde was pas … (antwoord: ge + trouwd) 6. Toen moest de knecht gaan zoeken in de … en … (antwoorden: wij + ken, stra + ten) van de stad. 7. Daarna was er nog plaats. Toen moest de knecht gaan zoeken in de … en …. buiten de stad. (antwoorden: heg+gen, strui+ken) 8. Toen werd het huis van de heer … (antwoord: vol) 9. Zo zal eenmaal de …vol zijn met kinderen van God (antwoord: he + mel)
Er blijven vijf labels met woordstukken over. Zet ze in de goede volgorde. Wat staat er? Antwoord: al + les + is + ge + reed.
Te druk en geen tijd…
Ben je het eens met de volgende zinnen/stellingen? Waarom wel/niet?
• Iedereen mag zelf weten of je op een uitnodiging ingaat of niet. Je werk gaat toch voor een maaltijd of een feest? • Als je het druk hebt, is het toch niet erg om een keer het Bijbellezen of bidden over te slaan? • Je mag nooit je werk, je huiswerk of je vrienden belangrijker vinden dan het Woord van God. • Ook als je God echt liefhebt, is het soms moeilijk om de dienst van de Heere voorrang te geven. • Het is niet verkeerd als je druk bent met je werk. God wil toch dat we werken en niet lui zijn?
Antwoorden bij werkboekje +10
Weet je het nog?
‘Wie worden er genodigd?’ In de puzzel zie je letters in verschillende gekleurde vakjes staan. Zoek dezelfde kleuren bij elkaar en maak van de letters woorden.
1. Het rode woord is Joden 2. Het blauwe woord is farizeeën Wie worden in de gelijkenis met hen vergeleken? (antwoord: de eerste genodigden) 3. Het groene woord is tollenaren Wie worden in de gelijkenis met o.a. hen vergeleken? (antwoord: de mensen die de knecht moet gaan zoeken in de straten en wijken van de stad) 4. Welke mensen zouden nog meer bij deze groep horen? (antwoord: dieven, leugenaars, etc: zondaren en Samaritanen. Allen die niet bij het Joodse volk hoorden) 5. Het gele woord is heidenen Wie worden in de gelijkenis met hen bedoeld? (antwoord: de mensen buiten de stad, in de heggen en struiken) 6. Wat betekent dat: ”buiten de stad” als je denkt aan onze tijd? (antwoord: zendingsopdracht: aan alle mensen over de hele wereld moet het Evangelie verkondigd worden) 7. Bij welke groep horen wij, als christenen, denk je? (antwoord: bij de eerste genodigden, maar ook bij de heidenen, want we horen niet bij het Joodse volk)
Te druk en geen tijd…. Ben je het eens met de volgende zinnen/stellingen? Waarom wel/niet?
• Iedereen mag zelf weten of je op een uitnodiging ingaat of niet. • Je werk gaat toch voor een maaltijd of een feest? • Als je het druk hebt, is het toch niet erg om een keer het Bijbellezen of bidden over te slaan? • Je mag nooit je werk, je huiswerk of je vrienden belangrijker vinden dan het Woord van God. • Ook als je God echt liefhebt, is het soms moeilijk om de dienst van de Heere voorrang te geven. • Het is niet verkeerd als je druk bent met je werk. God wil toch dat we werken en niet lui zijn?
Geweigerd… Veel mensen zijn geroepen, maar luisteren niet naar de stem van God. a. Wanneer hoor je bij de mensen uit bovenstaande zin? (Antwoord: Als je wel de stem van God hoort en dus elke keer uit de Bijbel hoort lezen / preken, maar je doet er niets mee. Je stopt het weg. Je denkt er niet meer aan. Je stelt andere dingen op de eerste plaats. Als je denkt: Ik heb nu geen tijd, dat komt nog wel). b. Hoe worden we geroepen? (Antwoord: Door het lezen in de Bijbel, door de Bijbelverhalen die horen, door de preken die de dominee elke week uitspreekt). c. God roept ons. Maar hij gebruikt daar mensen voor. Noem eens een paar voorbeelden. (Antwoord: De meester/juf/godsdienstdocent, de dominee/ouderling, mijn vader en/of moeder…) d. Wat zeggen we eigenlijk tegen de Heere als we weigeren te komen? Als we doorleven en niet naar de stem van God in Zijn Woord luisteren? (Antwoord: We zeggen dan eigenlijk ‘Nee’ tegen God. ‘We hebben U niet nodig. Ik wil mijn eigen zin doen in mijn leven. Ik kan wel zonder U.’) e. Kan een mens, en kun jij, leven zonder de Heere? (Antwoord: Nee, het lijkt dat we zonder God wel kunnen leven, maar uiteindelijk gaan we verloren. God zorgt ook voor ons. Zonder Hem kunnen we niets. Maar dat voelen we vaak niet zo.) f. Wanneer komt er aan de uitnodiging een eind? (Antwoord: Als we sterven. Dan zal de straf komen omdat we niet geluisterd hebben naar Zijn roepstem om te komen tot Hem). g. Waarom geeft God ons nog tijd/het leven? (Antwoord: Omdat God niet wil dat we verloren gaan. God zoekt ons behoud. Hij wil dat we naar Hem luisteren en eeuwig zullen leven om Hem groot te maken.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 augustus 2023
Kompas Handleiding | 19 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 augustus 2023
Kompas Handleiding | 19 Pagina's